Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Bio-ethanol dehydrogenation to acetaldehyde over PdZnMg(Al)Ox

Universiteit Gent
2016
Bram
De Maesschalck
  • Vladimir
    Galvita
Deze thesis behandelt het ontwerp van een katalysator voor de omzetting van bio-ethanol naar acetaldehyde. Dit wordt voorgesteld als mogelijke energiebesparende oplossing voor de onvermijdbare aanwezigheid van water bij de productie van bio-ethanol, een bouwsteen voor tal van chemicaliën.
Meer lezen

Beeldgebruik in de mediaberichtgeving over terreurgroep IS

Vrije Universiteit Brussel
2016
Rani
Decock
Het is een kwantitatieve inhoudsanalyse van nieuwsfoto’s in de mediaberichtgeving over terreurgroep Islamitische Staat, verschenen op de website van De Morgen en Het Laatste Nieuws gedurende 1 jaar.
Meer lezen

Tussen Erfharungsraum & Erwartungshorizont

KU Leuven
2016
Eva
Neefs
Het medium van film en het medium ‘architectuur’ zijn nauwer verwant dan aanvankelijk wordt gedacht. In dit werk beschrijf ik de spanningsopbouw in het werk van David Lynch in verband met de architectuur die eraan gelinkt is. Aan de hand van een terminologie die ik opbouw in het witte, theoretische boek, pas ik die toe in het zwarte, beeldende boek. Ik beschrijf het Huiselijk Theater voor het Huiselijk Drama aan de hand van het Déjà-vu, het Melodramatisch Object en het Portaal. De spanningsopbouw van een verhaal wordt mijn inspiratie voor de spanningsopbouw in mijn eigen architecturaal ontwerp. De aanzet van dat architecturaal ontwerp is te zien in het zwarte boek.
Meer lezen

Are Sigh conditioned responses

KU Leuven
2016
Ellen
Palmers
Iedereen zucht wel eens. Voor de meeste mensen is dit zo een normaal deel van de ademhaling dat er niet over nagedacht wordt. We weten al dat zuchten een resetter functie heeft voor de ademhaling. Maar toch gaan mensen soms op vreemde momenten zuchten. Kan men leren zuchten?
Meer lezen

Sociale media tijdens selectieprocedure.s Informatiebronnen versus verificatiebronnen en de invloed van kwaliteit en hoeveelheid gepresenteerde informatie.

KU Leuven
2016
Stephanie
Schellens
In deze masterproef werd de invloed van sociale media tijdens selectieprocedures nagegaan. Uit de verschillende analyses bleek dat het beschikken over een uitgebreid LinkedIn-profiel voor positieve resultaten kan zorgen tijdens het sollicitatieproces. Daarnaast zou ook het bestuderen van de sociale media voor het jobinterview een positievere invloed hebben op het proces dan wanneer dit na het jobinterview zou plaatsvinden.
Meer lezen

Een kwalitatieve studie naar de betekenissen die wensouders construeren rond hun (toekomstige) donor

Universiteit Gent
2016
Marjoleine
De Clercq
In deze studie werden op basis van een grondige analyse van tien koppelinterviews, elf thema's gevonden die een antwoord kunnen zijn op de vraag welke betekenissen koppels geven aan hun sperma- of eiceldonor.
Meer lezen

N-Acetyltaurine: a novel urinary alcoholmarker

Universiteit Gent
2016
Sofie
Rutjens
Ontwikkeling van een analytische methode voor het opsporen van N-acetyltaurine in een urine, een merker die de inname van alcohol aantoont.
Meer lezen

Van Opstandeling tot Stadsmagistraat. Verenigingen en de socio-politieke rol van haar leden: een vergelijkende studie tussen de Romeinse collegia en de 14de eeuwse ambachten in Ieper, Gent en Brugge

Universiteit Gent
2016
Fons
Verheyde
Een vergelijkende studie die de politieke rol van verenigingen onderzoekt in de leefwereld van Rome (1ste eeuw v.C. - 3de eeuw n.C.) en Vlaanderen (14de eeuw).
Meer lezen

Business Process Architecture

Universiteit Gent
2016
Nikki
Desmet
  • Grégory
    Messiaen
Deze scriptie biedt een gestructureerd overzicht van best-practices dat bedrijven in staat stelt hun processen alsook de onderlinge relaties ertussen visueel te representeren.
Meer lezen

Evaluatie en vergelijking van vier verschillende toestellen voor de kwantificatie van HbA1c

Hogeschool West-Vlaanderen
2016
Cedric
Vandemergel
  • Sylvie
    Mulliez
  • Michel
    Langlois
- informatie over HbA1c als merker voor de monitoring van diabetes en de behandeling van vasculaire complicaties
- labo onderzoek voor de evaluatie van vier HbA1c analyzers
- motivatie en advies voor finale keuze analyzer
Meer lezen

Le témoin du témoin : Armand Lanoux face à Roland Dorgelès. Analyse d’Adieu la vie, adieu l’amour d’Armand Lanoux

Universiteit Antwerpen
2016
Anne
Scheijnen
Adieu la vie, adieu l'amour van Armand Lanoux heeft een bijzonder hoofdpersonage: collega-schrijver Roland Dorgelès. Gebaseerd op de (toen nog onuitgegeven) oorlogscorrespondentie van deze laatste baseert Lanoux een werk dat zich op het kruispunt van verschillende genres bevindt. Lanoux tast de grenzen van feit en fictie af.
Meer lezen

Sociaal Werk? - Een filosofische zoektocht naar de (on)mogelijkheid van hedendaagse hulpverlening

Hogeschool VIVES
2016
Jonas
Vanbrabant
In mijn scriptie ga ik uit van 'de mens' in de rol van hulpverlener of -vrager binnen de maatschappelijke context. Ik onderscheid drie mensbeelden; economisch, biologisch en relationeel. De dominantie van de twee eerstgenoemde op de laatste is daarbij een hindernis voor hedendaagse hulpverlening.
Meer lezen

Elderspeak in Flemish and Spanish elderspeak: A cross-cultural study

KU Leuven
2016
Mabelle
Mrad
Deze masterproef omvat in eerste instantie een onderzoek naar elderspeak in Spanje. In tweede instantie wordt er ook een vergelijking gegeven in het gebruik van elderspeak tussen Spanje en Vlaanderen. Daarbij probeert dit onderzoek een cultureel perspectief te geven met betrekking tot de verschillende karakteristieken van het gebruik van elderspeak.

Het theoretische deel van deze masterproef bestaat uit drie hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk geeft een grondige kijk op elderspeak en spitst zich vooral toe op werken van Backhaus (2011), Williams (2004), etc. Het tweede hoofdstuk legt de focus op de crossculturaliteit tussen Spanje en Vlaanderen met behulp van de theorieën van Hofstede (1994, 2002, 2010 & 2011) en Hall (1990). De preliminaire onderzoeken van Pans (2015) en Verstraeten (2014) vinden hun plaats in het laatste hoofdstuk.

In het tweede deel van deze masterproef, de methodologie, treden twee onderzoeksvragen met hun respectievelijk subvragen naar voren. De onderzoeksvragen zijn gebaseerd op voorspellingen die uit de steekproef of pilot study konden worden opgemaakt. Ook de woonzorgcentra, de observaties, etc. worden hier verder besproken.

Het laatste deel gaat over de resultaten van de studie in Spanje, maar bevat ook een vergelijking van de Vlaamse en Spaanse studies. Daarbij worden de (crossculturele) conclusies ook toegelicht.
Meer lezen

Analyse van de verbindingswoorden in de tolknotities en hun invloed op de vertolking

KU Leuven
2016
Laura
Theys
Onderzoek naar het verband tussen de manier waarop verbindingswoorden in de tolknotities genoteerd worden en de manier waarop de verbindingen uit de brontekst getolkt worden. Verkennend onderzoek de invloed van het mogelijk voorgaand verband op de coherentie van de vertolking. Onderzoek naar het verband tussen de notitietechniek en de kwaliteit van een vertolking.
Meer lezen

Psychologisch trauma in beeld: narratologische analyse van Milan Hulsings beeldroman De Aanslag

KU Leuven
2016
Alexander
Colin
Narratologische analyse van een beeldroman gebaseerd op een roman, waarbij extra aandacht werd besteed aan de bewerkstelliging van het psychologische aspect.
Meer lezen

Vermaatschappelijking van de zorg binnen de integrale jeugdhulp: Effectiviteit van familienetwerkberaden

KU Leuven
2016
Jana
Tegethoff
Het familienetwerkberaad is een methodiek in de jeugdhulp die bijdraagt aan het versterken van sociale netwerken. Een familienetwerkberaad is een overleg tussen de cliënt, de familieleden, vrienden, andere belangrijke personen voor het gezin en één of meer zorgverleners, met als doel de krachtbronnen en mogelijkheden van het netwerk in kaart te brengen.
In deze scriptie wordt de effectiviteit van het familienetwerkberaad onderzocht.
Meer lezen

Gedragskarakteristieken van breekplaten bij laserablatie

KU Leuven
2016
Siebe
Van Thienen
Genomineerde longlist mtech+prijs
Verbeteren en verhogen van de efficiëntie bij de huidige breekplaat voor zoutwatertoepassingen. Uitgebreid met een statistisch model dat voorspellingen maakt op basis van data science.
Meer lezen

De Sino-ASEAN relaties en de territoriale conflicten op de Zuid-Chinese Zee: de strategische implicaties van de hedendaagse Chinese nood aan het veiligstellen van de zee

Universiteit Gent
2016
Axel
Dessein
De paper tracht via het politiek realisme enkele aspecten van de territoriale conflicten in de Zuid-Chinese Zee te belichten. Hier wordt uitgegaan van de Chinese nood aan het verdedigen van haar nationale belangen: energie en territoriale integriteit.
Meer lezen

LSU-peptiden en hun cruciale rol als regulatorische hubs tijdens de stressrespons van Arabidopsis thaliana

KU Leuven
2016
Hanne
Claessen
  • Barbara
    De Coninck
Deze masterthesis zet verdere stappen in het onderzoek naar de functie van de LSU-peptiden in Arabidopsis thaliana. Deze genen hebben een mogelijke rol in de immuunrespons van planten of het energiemetabolisme en zouden belangrijke toepassingen kunnen bieden in de gewasverbetering.
Meer lezen

De architect en het bouwteam. Dringt een nieuwe rol voor de architect zich op?

Universiteit Gent
2016
Lorenzo
Van Tornhaut
De scriptie onderzoekt de noodzaak naar een nieuwe, moderne, invulling van het beroep architect in Vlaanderen, in het licht van een toenemende bedrijfseconomische en inhoudelijke druk.
Meer lezen

(Samen) Online Ziek; Een exploratief onderzoek naar de manier waarop het geconfronteerd worden met reumatische aandoeningen betekenis krijgt, gerelateerd aan sociale-media-ervaringen

Universiteit Gent
2016
Tom
Van Ransbeeck
Genomineerde shortlist Klasseprijs
Een diepgaande analyse van de processen die ertoe leiden dat mensen door online participatie in staat worden gesteld om hun eigen reumatische aandoening succesvol een plaats te geven in hun leven.
Meer lezen

Vastgoedruilmodel voor residentiële projectontwikkeling

Universiteit Antwerpen
2016
Laurent
Dragonetti
  • Alexander
    De Cuyper
De auteurs ontwikkelden een model om met een perseelsoverschrijdende aanpak verouderde woningen om te ruilen tot nieuwe energiezuinige appartementen. In de marktanalyse wordt een aantal maatschappelijke trends onderzocht die de bestaansrede van het ruilmodel staven alsook wordt onderzocht welk type gezinnen, woningen en locaties in de stad mogelijks in aanmerking komen om dergelijk ruilprincipe rendabel te maken. Vervolgens worden een aantal juridische scenario's uitgewerkt om het ruilprincipe mogelijk te maken alsook wordt er gezocht naar een doorgedreven fiscale optimalisatie. Finaal wordt aan de hand van uitgewerkte projectcasussen de financiële haalbaarheid van het model onderzocht en worden de meest bepalende parameters afgeleid door middel van een sensitiviteitsanalyse. Met dit vastgoedruilmodel hopen de auteurs een antwoord te bieden op de hedendaagse maatschappelijke uitdagingen en tot een win-winsituatie te komen voor particuliere eigenaars en projectontwikkelaars ten einde een nieuwe stedelijk dynamiek op gang te brengen.
Meer lezen

De onderconsumptie van groenten in kaart gebracht - Uitvoering van een interventie bij zwangere vrouwen

Odisee Hogeschool
2016
Jessica
Berden
  • Odile
    Debeck
Hoe groot is de kloof tussen de aanbeveling van groenten en de werkelijke inname? Wat bepaalt hoeveel groenten iemand eet en hoe kan dit beïnvloed worden? We voerden een campagne uit bij zwangere vrouwen om de aanbeveling en werkelijkheid dichter bij elkaar te brengen.
Meer lezen

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Odisee Hogeschool
2016
Karolien
Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.
Meer lezen

Een mogelijke schakel: de gevangenisbeambte als gatekeeper in de preventie van suïcide achter de tralies.

Vrije Universiteit Brussel
2016
Cindy
Reyniers
De scriptie is een vergelijkende studie tussen België en het Verenigd Koninkrijk naar de preventie van suïcide tijdens detentie. De bijdrage van de gevangenisbeambte aan deze preventie wordt in concreto onder de loep genomen. Hierbij worden tal van spanningsvelden belicht die zich in deze specifieke context aanbieden. De werking van het suïcidepreventiebeleid van beide landen worden geanalyseerd, evenals er wordt nagegaan welke vertaling dit kent (cognietief-emotioneel) op de beambte.
Meer lezen

Correlatie tussen echo-endoscopische bevindingen en chirurgische bevindingen voor soliede pancreasletsels wat betreft operabiliteit en anatomopathologisch rapport.

Universiteit Gent
2016
Nesrin
Diren
Onderzoek naar het nut van echo-endoscopie binnen de aanpak van pancreaskanker.
Meer lezen

Kinematics and Kinetics of the Ankle-Foot Complex in Women with the Hypermobile Type of Ehler-Danlos Syndrome: A case-control study

Universiteit Gent
2016
Stefan
Vermeulen
  • Sofie
    Verstraelen
De identificatie van de verschillen in kinematica en kinetica van het enkel-voetcomplex tijdens het stappen tussen patiënten met EDS-HT en een gezonde controlegroep en het onderzoeken van de voetfunctie en –pijn in deze patiëntenpopulatie.
Meer lezen

Het ideale aantal katten: een moraalwetenschappelijke analyse

Universiteit Gent
2016
Rutger
Lazou
Deze masterproef biedt een kritische, moraalfilosofische analyse van de overpopulatie van de kat. Ze onderzoekt wat het ideale aantal katten is in een populatie.
Meer lezen

Vladimir Poetin door de westerse bril

KU Leuven
2016
Alexia
Papadis
Een kwalitatieve analyse van de invloed van interculturele verschillen in non-verbale communicatie op de perceptie van Vladimir Poetin in het Westen.
Meer lezen

Dringend hulp nodig? Vraag raad aan een toegankelijke en betrouwbare collega!

Universiteit Antwerpen
2016
Hanne
Verbraeken
Literatuur omtrent het leren van werknemers, biedt meer en meer bevestiging voor het feit dat hulpzoekgedrag een positieve invloed kan hebben op de prestaties van werknemers én dat het een sociaal proces is. Verschillende onderzoekers stellen echter dat nog te weinig geweten is over de relationele kenmerken die hulpzoekgedrag faciliteren. Met deze studie dragen we bij tot dit tekort. We onderzoeken immers het effect van een aantal relationele kenmerken op het hulpzoekgedrag van werknemers in hun netwerk. Uit voorgaand onderzoek blijkt dat ‘zicht hebben op kennis van’, ‘vertrouwen hebben in’ en ‘toegang hebben tot’ een mogelijke hulpbieder een positieve invloed hebben op de frequentie van het hulpzoekgedrag. Daarnaast zou het hiërarchische verschil tussen hulpzoeker en –bieder een effect hebben op de hoeveelheid hulpzoekgedrag. Daarenboven suggereert de literatuur om naast de frequentie ook de kwaliteit van de geboden hulp te monitoren. Ook op dit vraagstuk bieden we met deze studie een antwoord. We gaan na of er een positief effect is van de relationele kenmerken op de kwaliteit van de geboden hulp. De methodologie die we hierbij hanteren, is gebaseerd op de principes van de sociale netwerk analyse. We verzamelden sociale netwerk data via vragenlijsten bij 85 zorgverleners van één woonzorgcentrum. We testten de beide modellen vijf keer, op organisatie- en afdelingsniveau. Resultaten tonen aan dat collega’s inderdaad veel hulp vragen aan elkaar, maar niet zomaar bij de eerste de beste. Uit de studie blijkt immers dat de perceptie van de respondenten op ‘vertrouwen hebben in’ en ‘toegang hebben tot’ een mogelijke hulpbieder zowel de frequentie als ook de kwaliteit van het hulpzoekgedrag bevorderen. Hulp van iemand waarvan de respondent ‘weet wat hij weet’ en van iemand in een ‘hogere positie’ levert daarnaast ook meer kwaliteit op. Als werkgever investeren in werkrelaties tussen collega’s blijkt dus de moeite waard.
Meer lezen