Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Genetische kennis in de opleiding geneeskunde: het ontwikkelen van een vragenlijst die peilt naar de zelfgepercipieerde en feitelijke kennis bij laatstejaarsstudenten geneeskunde.

Universiteit Gent
2025
Emilia
Flyps
Probleemstelling: De snelle vooruitgang in genetisch onderzoek en de toenemende integratie van genetische toepassingen in de eerstelijnszorg stellen hoge eisen aan de kennis en competenties van toekomstige artsen. Hoewel genetica is opgenomen in het Vlaamse geneeskundecurriculum, blijft onduidelijk in welke mate laatstejaarsstudenten beschikken over voldoende feitelijke genetische kennis en in hoeverre hun zelfinschatting hiermee overeenkomt. Psychologische factoren zoals motivatie en zelfeffectiviteit kunnen hierin een rol spelen, maar worden zelden in samenhang onderzocht.
Methode: In deze masterpraktijkproef werd een vragenlijst ontwikkeld die peilt naar zelfgepercipieerde en feitelijke genetische kennis bij Vlaamse laatstejaarsstudenten geneeskunde. Daarnaast bevat het instrument metingen van motivatie, zelfeffectiviteit en zekerheidsinschatting. Het onderzoek heeft een kwantitatief, cross-sectioneel ontwerp en richt zich uitsluitend op de constructie en theoretische onderbouwing van het meetinstrument. De inhoud is gebaseerd op bestaande gevalideerde instrumenten, waaronder de International Genetic Literacy and Attitudes Survey (iGLAS), de General Self-Efficacy Scale (GSES) en de Intrinsic Motivation Inventory (IMI). De afname en data-analyse maken geen deel uit van deze masterpraktijkproef, maar kunnen plaatsvinden in vervolgonderzoek.
Resultaten en Conclusie: Het eindresultaat is een theoretisch onderbouwd en praktijkgericht meetinstrument dat genetische competenties benadert vanuit zowel inhoudelijke als psychologische invalshoeken. Door de integratie van diverse cognitieve niveaus en inhoudsdomeinen biedt de vragenlijst een breed inzetbaar kader voor toekomstig onderzoek naar genetische kennis bij geneeskundestudenten. Het instrument is beschikbaar in het Nederlands en het Engels en is klaar voor vervolgonderzoek.
Meer lezen

De Perimenopauze in Nederland en België: het Diagnoseproces en de Mogelijke Rol van Verpleegkundigen in de Zorg

HOGENT
2025
Leen
Reynvoet
Deze bachelorproef van Leen Marie Reynvoet, student verpleegkunde aan Hogeschool Gent, onderzoekt het diagnoseproces van de perimenopauze bij vrouwen in België en Nederland. Het doel was om de ervaringen van vrouwen, de impact van hun symptomen en de rol van zorgverleners (met name verpleegkundigen) in kaart te brengen.

Belangrijkste bevindingen
• Vertraagde diagnose: Het onderzoek, gebaseerd op een online vragenlijst onder ruim 2000 vrouwen, toont aan dat het diagnoseproces vaak aanzienlijk vertraagd is. Voor een groot deel van de vrouwen in zowel België als Nederland duurde het 2 tot 10 jaar tussen het begin van de symptomen en het krijgen van een formele diagnose.
• Oorzaken: De vertraging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een kennistekort, zowel bij vrouwen zelf (die moeilijk betrouwbare Nederlandstalige informatie vinden) als bij zorgverleners in de eerste en tweede lijn. Veelvoorkomende misvattingen bij artsen, zoals het uitsluiten van de diagnose bij een regelmatige menstruatie of bij afwezigheid van opvliegers, dragen hieraan bij. Klachten worden vaak onterecht toegeschreven aan stress of burn-out.
• Impact op vrouwen: De symptomen hebben een grote negatieve impact op de levenskwaliteit, het sociale leven en de professionele carrière. Veel vrouwen voelen zich niet serieus genomen door zorgverleners en gaven aan weinig inspraak te hebben in het diagnoseproces.
• Rol van verpleegkundigen: De rol van verpleegkundigen in het diagnoseproces is momenteel zeer beperkt. Weinig vrouwen voelen zich comfortabel om hun klachten met een verpleegkundige te bespreken en de meerderheid heeft dit ook nooit gedaan.
De conclusie is dat structurele investeringen nodig zijn in de opleiding van zorgverleners en in de toegang tot betrouwbare informatie voor vrouwen om het diagnoseproces te verbeteren en de ernstige gevolgen van de vertraging te beperken
Meer lezen

De implementatie van een verpleegkundige in de huisartsenpraktijk: een literatuurstudie naar de ervaring van chronische patiënten met zorgsubstitutie

HOGENT
2025
Yentl
De Coninck
Introductie: Door het dreigende huisartsentekort, de vergrijzing en de stijgende prevalentie
van chronische aandoeningen neemt de druk op de eerstelijnszorg in Europa toe.
Zorgsubstitutie, een permanente of structurele verschuiving van verantwoordelijkheden,
wordt gezien als een manier om de capaciteit en toegankelijkheid van de eerstelijnszorg te vergroten. Dit onderzoek heeft als doel inzicht te verkrijgen in de ervaring van patiënten met een chronische aandoening ten aanzien van deze verschuiving.

Methode: Een narratieve literatuurstudie werd uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksvraag werd een zoekstring ingevoerd in PubMed en Web of Science. De resultaten werden geselecteerd op basis van in-en exclusiecriteria met behulp van het programma Rayyan.

Resultaten: Zorgsubstitutie van huisarts naar verpleegkundige blijkt de patiënttevredenheid positief te beïnvloeden, dankzij laagdrempelige toegang, langere consultaties, hun empathische benadering en focus op zelfmanagement. Acceptatie varieert echter, afhankelijk van demografische factoren en zorgcomplexiteit. Een duidelijke taakverdeling en complementariteit binnen het interdisciplinaire team blijken essentieel.

Conclusie: De substitutie van huisartsen naar verpleegkundigen in de huisartsenpraktijk
beïnvloedt de ervaring van patiënten met een chronische aandoening overwegend positief. Patiënten ervaren verpleegkundige zorg als aanvullend op die van de huisarts, en
onderstrepen het belang van samenwerking, rolduidelijkheid en vertrouwen in de
competentie van de verpleegkundige.
Meer lezen

Wachttijden in de gezinsondersteuning: Impact op gezinnen en de Werking van 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde

Odisee Hogeschool
2025
Margault
Dumont
Lange wachttijden in de jeugdhulp en gezinsondersteuning vormen een toenemend
probleem in Vlaanderen, met ingrijpende gevolgen voor gezinnen en hulpverleners.
In deze bachelorproef wordt het ontstaan van deze wachttijden onderzocht én wat de
gevolgen zijn voor gezinnen die ondersteuning nodig hebben. Het ‘op de wachtlijst staan’
heeft een invloed op de gezinsdynamiek. De ontwikkeling van kinderen en jongeren wordt
negatief beïnvloed. Te lang op hulp moeten wachten kan stoornissen veroorzaken voor de
sociale en emotionele ontwikkeling van het kind. Het kind kan vertraging oplopen op het
verfijnen van de motorische vaardigheden, sociale interacties en cognitieve vermogens.
Ook de draagkracht van de gezinsleden staat hierdoor onder druk. De focus ligt op de
werking van de organisatie 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde, een organisatie die
overbrugging biedt tijdens wachttijden.
De centrale onderzoeksvraag luidt: Waarom zijn er wachtlijsten voor gezinsondersteuning
in Vlaanderen en wat zijn de gevolgen voor de werking van 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde?
De studie analyseert dit vraagstuk op drie niveaus. Op microniveau is de centrale
onderzoeksvraag gericht op de invloed van wachttijden op het functioneren van gezinnen
en de ouder-kindrelatie. Op mesoniveau ligt de focus op de gevolgen van wachttijden voor
de werking van 1 Gezin 1 Plan. Op macroniveau wordt de centrale onderzoeksvraag
geformuleerd over de impact op het samenwerkingsverband binnen de eerstelijnszones in
Halle-Vilvoorde.
Aan de hand van een theoretische analyse worden wachttijden geanalyseerd vanuit een
sociologisch, ontwikkelingspsychologisch en pedagogisch perspectief. Daarnaast wordt
een casestudy van een gezin met een kind met autisme en een verstandelijke beperking
gebruikt om de uitdagingen waarmee gezinnen op wachtlijsten geconfronteerd worden te
illustreren.
Dit onderzoek wijst uit dat wachttijden niet alleen het welzijn van gezinnen beïnvloeden,
maar ook de effectiviteit van gezinsondersteuning en de samenwerking binnen de
eerstelijnszorg onder druk zetten. Dit onderzoek formuleert concrete
veranderingsvoorstellen om de toegankelijkheid en efficiëntie van gezinsondersteuning te
verbeteren. Op gezinsniveau ligt de focus op het bevorderen van de draagkracht tijdens
het wachten, dit door een ouderavond te organiseren en zelfhulp-bundels te ontwikkelen.
Op organisatieniveau stelt de organisatie 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde zich toegankelijker
op voor de gezinnen. Er wordt ook voorgesteld om een gemeenschappelijke
aanmeldprocedure op te stellen voor gelijkaardige diensten. Op eerstelijnsniveau worden
verschillende acties voorgesteld om psychische kwetsbaarheid bespreekbaar te maken.
Ook het organiseren van een netwerkbeurs wordt voorgesteld om alle zorg- en
hulpverleners in contact met elkaar te brengen.
De resultaten benadrukken de noodzaak van een geïntegreerd beleid en betere
samenwerking tussen eerstelijnsorganisaties om wachttijden te verkorten en gezinnen
sneller de nodige ondersteuning te bieden.
Deze voorstellen komen overeen met de principes van trajectondersteuning,
geformuleerd in het decreet Vroeg en Nabij.
Door wachttijden niet alleen als probleem, maar ook als opportuniteit voor verandering te
benaderen, schetst deze bachelorproef mogelijke wegen naar een effectiever en
mensgerichter ondersteuningssysteem, ter ondersteuning van gezinnen in moeilijkheden.
Meer lezen

Kunst op Verwijzing Piloot Leuven - een prospectieve studie over het inzetten van kunst in de eerstelijnsgezondheidszorg

KU Leuven
2024
Lieve
Nagels
  • Annemie
    Voets
Kunst heeft een heilzaam effect op de mens. In tegenstelling tot het buitenland, met koplopers de Angelsaksische en Scandinavische landen, is er in België een grote achterstand in onderzoek en praktijkervaring met Kunst op Verwijzing (KOV), een eerstelijn gezondheidsbevorderende tool met kunst. In maart 2023 beslisten vertegenwoordigers uit de Leuvense zorg-, welzijns- en cultuursector en de academische wereld om samen vorm te geven aan een KOV-pilootproject, gericht op volwassenen met langdurig bestaande milde tot matige psychosociale klachten. Zeven vrouwen tussen 25 en 71 jaar doorliepen begin 2024 het KOV-traject van acht wekelijkse sessies van tweeënhalf uur in museum Parcum. Het hele proces werd uitgebreid gedocumenteerd, van concept over praktische uitrol tot de wetenschappelijke analyse, door twee master studenten Kunstwetenschappen (KU Leuven). Ze gebruikten een gemengde methodologie met zowel kwantitatief (vragenlijsten) als kwalitatief onderzoek (diepte-interviews, focusgroepen en participatieve observatie). Een eerste onderzoeksvraag betrof een procesevaluatie: is KOV een haalbare interventie in de Belgische/Vlaamse eerstelijnszorg? Uit de ervaring met het Leuvense pilootproject kan besloten worden dat een traject met kunst een werkbare niet-medische interventie is die de gezondheid en levenskwaliteit kan bevorderen mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Een performant samenwerkingsplan tussen de cultuur- en zorgsector, een ethische gedragscode en richtlijnen voor goede KOV-praktijkvoering, en de opleiding van professionals in Kunst voor Welzijn zijn essentieel. Een tweede onderzoeksvraag polste naar de impact op de kunstbeleving van de deelnemers, op het museum en de medewerkers en op de gezondheid van de deelnemers.   In lijn met internationaal onderzoek werd een verhoogd sociaal en mentaal welbevinden en activatie vastgesteld bij de deelnemers. Externe negatieve gebeurtenissen kunnen die positieve impact compromitteren. Een discrete vermindering in het beroep doen op de eerstelijn werd vastgesteld. Ook het mentaal welbevinden van de begeleiders kreeg een boost. Aanbevelingen werden geformuleerd voor het organiseren van toekomstige KOV-trajecten en voor voortgezet onderzoek. Het belang van de Kunstwetenschappen voor de nieuwe wetenschapsdiscipline Kunst voor Welzijn/ Arts in Health werd toegelicht.
Meer lezen

De waarde van artificiële intelligentie bij borstkankerscreening met mammografie

Universiteit Gent
2024
Helena
Laseure
Borstkanker is de meest voorkomende kanker met de hoogste mortaliteit bij vrouwen wereldwijd. Vroegtijdige detectie via mammografische borstkankerscreening verbetert de prognose. Artificiële intelligentie (AI) belooft op haar beurt de efficiëntie van de mammografische screening te verbeteren. Dit literatuuronderzoek richt zich op de potentiële waarde van AI bij mammografische borstkankerscreening.
Meer lezen

Hartfalen, een tikkende tijdbom? Met meer inzicht en vertrouwen terug naar huis.

Thomas More Hogeschool
2024
Charlotte
Ulenaers
Steeds méér mensen lijden aan chronisch hartfalen (CHF). Voor wie het
treft, is het een tikkende tijdbom. Voor de zorgverleners betekent dit een
toename van hun werklast. Beiden zijn op elkaar aangewezen om de lont
uit het kruitvat te halen en om het tij te keren.
Meer lezen

Taakherverdeling van huisarts naar verpleegkundige in de acute infectiezorg: Een Belgische, monocentrisch, prospectieve cohortstudie

Universiteit Antwerpen
2023
Laurent
Desmet
Eerstelijnszorg wordt gekenmerkt door een grote zorgvraag maar een beperkt aanbod. Hierdoor wordt er gezocht naar nieuwe vormen van multidisciplinaire samenwerking en taakherverdeling. Deze studie onderzoekt de impact van de implementatie van verpleegkundig geleide consultaties ten opzichte van huisarts geleide consultaties bij patiënten met acute infectieklachten.
Meer lezen

De toegankelijkheid van mondzorg in kansarme wijken in Gent.

Arteveldehogeschool Gent
2022
Dania
Imad Abed
  • Dania
    Imad Abed
Het is onbekend in hoeverre bewoners van Nieuw-Gent en Ledeberg de toegankelijkheid van mondzorg ervaren. Aan de hand van deze bachelorproef werden de baseline gegevens verzameld.
Meer lezen

Kennis en doorverwijsgedrag van stotteren bij professionals uit de eerstelijnszorg: Een meta-analyse en het ontwikkelen van een website en een informatievideo

Thomas More Hogeschool
2022
Steffi
Snijders
Uit eerdere bevragingen bij huisartsen, kinderartsen, kleuterleerkrachten, zorgcoördinatoren, artsen van Kind & Gezin en verpleegkundigen van Kind & Gezin in Vlaanderen blijkt dat hun kennis over stotteren bij kleuters niet up-to-date is. Bijgevolg sluit hun doorverwijsgedrag niet aan op de recente bevindingen in de literatuur. In dit onderzoek werd nagegaan waar de hiaten in hun kennis zitten. Om de kennis over stotteren in de eerstelijnszorg te vergroten werden informatiematerialen ontwikkeld.
Meer lezen

Zelfmanagement bij hartfalen

Thomas More Hogeschool
2022
Sophie
Geens
Hartfalen is een klinisch syndroom waarbij de pompfunctie van het hart van de patiënt tekort gaat schieten. Door de vergrijzing van de bevolking zal de prevalentie van deze aandoening alleen maar stijgen. In België lijdt naar schatting 4% van de bevolking hieraan. Er lijden 200.000 mensen aan hartfalen. De levenskwaliteit zal dalen op verschillende vlakken, zowel op het sociale aspect als op het psychisch en lichamelijke aspect. Leefstijlinterventies zijn cruciaal om de impact van hartfalen op het dagelijkse leven en complicaties van de ziekte te verminderen. Deze interventies gaan over de inname van medicatie, het aanpassen van de voeding en het opvolgen van het gewicht. Bij therapieontrouw van medicatie gaan de klachten verergeren. Als de patiënt zich niet houdt aan de vochtbeperking, zal de vochtretentie en stuwing niet minderen. De lichamelijke activiteit gaat zorgen voor een betere inspanningstolerantie. Het is van groot belang dat de kortademigheid en de vermoeidheid afnemen. Er moet ingezet worden op therapietrouw van zowel medicatie als dieet. Vaak is dit voor patiënten zeer complex en gebeuren hier regelmatig fouten op. Dit kan verklaard worden doordat in de medische zorg de focus ligt op de farmacologische therapieën in plaats van op het ondersteunen van de patiënten bij gedragsverandering.

Vraagstelling: Literatuurstudie naar hoe zelfmanagement bij patiënten met hartfalen in de thuissituatie door eerstelijnsverpleegkundigen bevorderd kan worden.

Zoekstrategie: Tussen 4 oktober en 7 mei werd er een literatuurstudie uitgevoerd met behulp van volgende gecomputeriseerde databanken: PubMed, UpToDate, Google Scholar, Nature, ScienceDirect en Springerlink. De zoektocht leverde in totaal 41 artikels op waaronder 26 reviews, 5 richtlijnen, 1 secundaire kwalitatieve analyse, 1 kwalitatieve studie en 8 tijdschriften.

Resultaten: Uit een literatuurstudie is gebleken dat mHealth-apps een positieve invloed hebben in de eerstelijnszorg, de zorgkosten en de levenskwaliteit. Patiënten gaan op een actievere manier hun gezondheid in eigen handen nemen. Zelfmanagementgedrag wordt beïnvloed door de leeftijd, de comorbiditeit, de functionele/emotionele en economische status. Het prototype HeartCheck wil de competenties van de zorgvragers verhogen door op verschillende factoren in te spelen. Deze competenties gaan over communicatie, aandacht voor de mentale en fysieke toestand, adaptatie aan ziektesymptomen en integratie in de maatschappij. Wederzijds vertrouwen tussen de patiënt en zorgverlener is hierbij essentieel.

Conclusie: Zonder effectief management zal de levenskwaliteit van de patiënt met hartfalen verslechteren. Voor de zorgverleners bieden mHealth-interventies de mogelijkheid om bijwerkingen te monitoren en verbeterpunten te identificeren. Ook de vrijheid en draagbaarheid van mobiele apparaten bieden een enorm potentieel aan patiënten en zorgverleners. Er kan gesteld worden dat gepersonaliseerde zorg door de app een meerwaarde vormt voor patiënten met hartfalen binnen een bestaand zorgplan. Elke patiënt heeft specifieke zorgvragen die niet alleen bepaald worden door de mate van de ernst en het type van HF maar ook door de individuele vaardigheden en context van de patiënt.


Meer lezen

Het formuleren van een algemene betekenis over doelgerichte zorg volgens personen met een chronische aandoening

Arteveldehogeschool Gent
2021
Celine
Wittock
  • Manon
    De Sloover
  • Zoë
    Libbrecht
  • Esra
    Celik
De titel van de scriptie zegt het al zelf het gaat over doelgerichte zorg binnen de eerste lijn. Hiervoor hebben wij onderzoek gedaan naar wat personen met een chronische zorg en ondersteuningsnood verwachten en nodig hebben binnen hun onderzoek.
Meer lezen

Welke persoonlijke motieven bepalen het soort werkstatuut van een mondhygiënist in België en Nederland?

Arteveldehogeschool Gent
2021
Lisa
Verstraete
In deze bachelorproef werd onderzocht waarom een Belgische of Nederlandse mondhygiënist kiest voor het statuut van werknemer of zelfstandige. Het gaat hierbij over de invloed van persoonlijke, sociale en omgevingsfactoren. Deze bevorderende en belemmerende factoren kunnen meegenomen worden om een tewerkstelling in de publieke sector aantrekkelijker te maken.
Meer lezen

COVID-19 accentueert de knelpunten van de locoregionale ziekenhuisnetwerken

KU Leuven
2021
ortwin
top
  • Ann
    Van den Broeck
De COVID-19 crisis heeft belangrijke pijnpunten binnen de ziekenhuisnetwerken blootgelegd. De wetgeving met de definiëring van de zorgopdrachten, de financiering, de samenwerking met andere zorgactoren en de bevoegdheidsverdeling zijn de meest urgente problemen. Ziekenhuizen en bij uitbreiding de gehele gezondheidszorg vragen aan de overheid om hier prioritair werk van te maken.
Meer lezen

Hulpverleningstraject van transgenderjongvolwassenen uit België en Nederland. Een vragenlijststudie naar de belemmerende en bevorderende factoren in eerstelijns-, tweedelijns- en transgenderzorg.

KU Leuven
2020
Anke
Struyven
Met deze masterproef wordt gepoogd om een helder beeld te schetsen van het hulpverleningstraject
zodat deze mogelijks geoptimaliseerd wordt. Meer specifiek is de onderzoeksvraag: Wat zijn de
belemmerende en bevorderende factoren in de hulpverlening (eerstelijnszorg, tweede en derdelijns
transgenderzorg) van transgenderjongvolwassenen in België en Nederland van 18-25 jaar?
Meer lezen

Kwaliteitsmanagement in de thuiszorg in Vlaanderen

Universiteit Gent
2019
Dimitri
Heyndrickx
Dit onderzoek verkent
bestaande praktijken op vlak van
kwaliteitsmanagement in de thuiszorg
en weegt af of dat
kwaliteitsmanagement veerkrachtig is ten
aanzien van de evoluties die zich in dat
verband voltrekken. Het beoogt hiermee
een bijdrage te leveren aan praktijk,
wetenschap en beleid.
Meer lezen

2 vliegen in 1 klap: depressie behandelen en therapietrouw verbeteren bij personen met hiv of aids

KU Leuven
2019
Eva
De Vis
Literatuurstudie naar de determinanten van depressie en therapietrouw bij personen met hiv of aids. Via analyse van onderlinge relaties in beide systemen onderzochten we welke factoren best als doelwit voor een antidepressieve therapie gekozen worden, om tegelijk een verbetering te krijgen in de therapietrouw. Zo willen we bijdragen aan de strijd tegen groeiende resistentie van het virus.
Meer lezen

De chemische stilte. Over de impact van psychofarmaca op de psychiatrie tijdens de tweede helft van de 20e eeuw, met het Gentse Guislaingesticht als casus

Universiteit Gent
2016
Virgil
Nimmegeers
Dit onderzoek belicht in een eerste luik de algemene geschiedenis van de psychiatrie, met een focus op het ontstaan en de brede effecten van chemische medicatie in de geestelijke gezondheidszorg sinds midden jaren 50 van de vorige eeuw. Via een microhistorisch casusonderzoek, namelijk het Gentse Guislaingesticht, wordt vervolgens in kaart gebracht hoe de psychiatrische praktijk en het dagelijkse leven in een psychiatrisch gesticht tijdens de periode 1950-1975 concreet veranderen onder invloed van die medische vernieuwingen.
Meer lezen

Validation of a new smartphone application (“FibriCheck”) for the diagnosis of atrial fibrillation in primary care

KU Leuven
2016
Christophe
Mortelmans
In deze studie bestuderen we in de eerstelijnszorg een nieuwe applicatie uit de groeiende markt van medische smartphone-apps. We gaan de accuraatheid, voor- en nadelen na van de "FibriCheck"-app m.b.t. de opsporing van voorkamerfibrillatie, een frequente hartritmestoornis met grote impact op de gezondheid.
Meer lezen

De implementatie van casemanagement in de eerstelijnszorg in Vlaanderen: een kwalitatieve studie naar de visie van verpleegkundigen binnen eerstelijnszorgorganisaties

Universiteit Gent
2015
Lara
Decock
Een casemanager, de kapitein van uw zorg?Een huisarts, verpleegkundige, specialist, dagopvang, rusthuis, … De opties binnen de gezondheidszorg breiden zich steeds uit, waardoor velen hun weg verliezen in dit netwerk. We willen allemaal goed verzorgd worden, lang leven en lang thuis kunnen blijven, maar slagen er vaak niet in de juiste organisaties hiervoor aan te spreken. Wat als uw zorg bestuurd werd door een casemanager?
Meer lezen

The Best of both worlds - De aanpak van problematisch gamen op vlak van vroeginterventie

HOGENT
2014
Davy
De Leeuw
  • Davy
    De Leeuw
Een leven verspelen met een onsterfelijke avatarGekluisterd aan een computerscherm met een heus tekort aan vitamine D, leeft Bart[1] van brood met chocoladepasta overgoten met liters frisdrank en Energy Drinks. Studeren is niet langer een prioriteit en zijn vrienden ziet hij niet meer. Hij is 20 jaar en wil een kampioen worden in een online virtuele wereld; een fictieve omgeving zonder grenzen en talloze mogelijkheden.
Meer lezen

Thuiszorg voor kinderen. Het project Koester: heden en toekomst.

Hogeschool VIVES
2013
Anne-Lore
Scherrens
  • Charline
    Roelandt
Thuiszorg voor kinderen. Project Koester: heden en toekomst.Mede door de maatschappelijke veranderingen zoals kortere ligdagen en minder beschikbare financiële middelen, komt er een grotere druk te liggen op thuiszorg.
Meer lezen