Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Ontwikkeling van een meet- en detectiesysteem voor spoorweg booggeluid

Hogeschool PXL
2026
Arthur
Vanlimbergen
Deze bachelorproef onderzoekt de ontwikkeling van een kosteneffectief meetsysteem voor het detecteren van piepgeluiden van treinen in spoorwegbochten, ook wel booggeluid genoemd. Het systeem combineert cameratechnologie, geluidsmetingen en automatische signaalverwerking om treinpassages te registreren en booggeluid te detecteren. Dankzij draadloze communicatie en lokale gegevensverwerking biedt het project een praktische oplossing voor het monitoren van spoorweggeluid in stedelijke omgevingen.
Meer lezen

Real-Time Remote AI Segmentation over 4G/5G Networks for Assistive Navigation on Custom Trails for Visually Impaired Persons (VIPS)

Vrije Universiteit Brussel
2026
Maarten
Dequanter
De scriptie onderzoekt of artificiële intelligentie en publieke 4G/5G-netwerken kunnen worden ingezet om blinde en slechtziende personen in real time te ondersteunen bij het volgen van wandelpaden. Een camera maakt beelden van de omgeving, waarna een AI-model het begaanbare pad herkent en omzet in eenvoudige richtingsinformatie, zoals links, rechts of rechtdoor. Daarbij wordt onderzocht of die beeldanalyse best lokaal op een klein toestel gebeurt of op een krachtige computer op afstand.

Uit de experimenten blijkt dat een energiezuinig toestel zoals een Raspberry Pi 5 onvoldoende snel is voor lokale real-time beeldsegmentatie, terwijl verwerking op een externe GPU via een publiek 5G-netwerk wel voldoende snel kan reageren. Tijdens veldmetingen werd een gemiddelde 5G-latency van ongeveer 24 ms gemeten en bleef de totale reactietijd bij geschikte instellingen onder ongeveer 200 ms, wat bruikbaar is voor begeleiding aan wandelsnelheid.

De scriptie ontwikkelt daarnaast een veilige en reproduceerbare testmethode met een digitaal park in Unreal Engine en vormde de technische basis voor de smartphone-app Stay On Trails en het vervolgproject BlindNavParks, dat steun kreeg van de Koning Boudewijnstichting.

Kort samengevat: de scriptie toont aan dat cloudondersteunde AI via bestaande 5G-netwerken technisch haalbaar is als basis voor betaalbare assistieve navigatie voor mensen met een visuele beperking.
Meer lezen

FROM SPATIAL ECOLOGY TO ECOSYSTEM IMPACT: LARGE GRAZERS IN HEATH AND DUNE LANDSCAPES LINKING MOVEMENT BEHAVIOUR, HABITAT SELECTION, AND VEGETATION DYNAMICS IN THE WESTHOEK AND KALMTHOUTSE HEIDE

Universiteit Gent
2026
Jobbe
Vermandere
Het inzetten van vrij rondlopende grote herbivoren vormt een hoeksteen van het natuurbeheer in Europa. De bedoeling is om via extensieve begrazing natuurlijke processen te herstellen, zoals het tegenhouden van snelle vegetatiesuccessie en het in stand houden van de structurele diversiteit van open landschappen. Hierdoor wordt dit type beheer ook wel procesbeheer genoemd. In voedselarme ecosystemen, zoals kustduinen en laaglandheiden, heeft de wijdverspreide stikstofdepositie en het wegvallen van historische verstoringen geleid tot een snelle structurele achteruitgang. Dit uit zich voornamelijk in de vestiging van sterk competitieve grassen en kruidachtigen (vergrassing of verruiging) en de vestiging van dicht struikgewas (verstruweling),
waardoor gespecialiseerde pioniersoorten worden verdrongen en de biodiversiteit afneemt. Hoewel begrazing voor natuurbeheer op grote schaal wordt ingezet om deze bedreigingen te verminderen, blijven de precieze ruimtelijke mechanismen waarmee deze dieren habitat selecteren en interageren met fysieke infrastructuur complex en contextgebonden. Deze studie evalueerde de ruimtelijke ecologie en het vermogen tot ecosysteembeïnvloeding van grote herbivoren in twee structureel verschillende landschappen: de kustduinen van de Westhoek (begraasd door een gemengde groep paardachtigen bestaande uit Konikpaarden en Shetlandpony’s en een kudde Schotse hooglanders) en de laaglandheide van de Kalmthoutse Heide (begraasd door een kudde Galloway-runderen). Om de kloof tussen de bewegingen van individuele dieren en successieveranderingen op landschapsschaal te overbruggen, maakte dit onderzoek gebruik van een meerledig
methodologisch kader dat was onderverdeeld in drie afzonderlijke werkpakketten (WP). Ten eerste
werd Continuous-Time Movement Modelling (ctmm) toegepast op GPS-telemetriegegevens om
het gebruik van ruimte met grensbeperkingen en ruimtelijke verzadiging in kaart te brengen (WP1).
Deze benadering corrigeerde wiskundig voor inherente temporele autocorrelatie en maakte gebruik
van Degrees of Freedom (DOF)-filtering om robuuste Autocorrelated Kernel Density Estimates
(AKDE) te extraheren. Ten tweede werden geïntegreerde Resource Selection Functions (iRSF)
ingezet om de habitatkeuze op kleine schaal en de onderliggende milieubeperkingen te evalueren
(WP2). De iRSF-modellen gebruikten specifiek het AKDE-gebied van elk dier als
beschikbaarheidsbasis, waardoor de habitatkeuze strikt werd geëvalueerd ten opzichte van het
toegankelijke landschap, terwijl tegelijkertijd rekening werd gehouden met continue variabelen
zoals topografie, afstand tot water en afstand tot antropogene infrastructuur (paden en hekken).
Ten slotte werden vegetatiehoogtekaarten met hoge resolutie uit 2020 en 2025 in de Westhoek
geanalyseerd om dit ruimtelijk gedrag te koppelen aan structurele landschapsveranderingen
(WP3). Door ruimtelijke pixels te categoriseren in vegetationele overgangstoestanden (Stabiel,
Regressie of Toename), werd de cumulatieve ruimtegebruiksintensiteit van de paarden
gemodelleerd tegen abiotische stressfactoren om de werkelijke drijvende krachten achter de
vegetatiedynamiek te bepalen.
De ruimtelijke modellen (WP1) brachten fundamentele verschillen in de ruimtelijke basisecologie
aan het licht, die worden bepaald door eigenschappen op soortniveau en de dynamiek binnen de
kudde. Uit de ruimtelijke tracking bleek dat noch de paardachtigen in de Westhoek (na de corridor
opening) noch de Galloway-runderen op de Kalmthoutse Heide biologisch verzadigd zijn. Hun
leefgebieden worden dus niet volledig bepaald door de fysieke grenzen van de reservaten, wat
wijst op actieve en doelgerichte ruimtelijke keuzes. De Galloway-runderen vertoonden relatief grote
seizoensgebonden schommelingen in de omvang van het leefgebied, wat wijst op dynamische
aanpassingen aan de beschikbaarheid van voedselbronnen. Omgekeerd vertoonden de
paardachtigen in de Westhoek het hele jaar door relatief stabiele leefgebieden, wat wijst op een
biologisch verschil waarbij paardachtigen minder gevoelig zijn voor seizoensgebonden fenologie.
De paardachtigen vertoonden echter wel significante seizoensgebonden verschuivingen in hun
kerngebieden, wat bevestigt dat, hoewel hun totale gebied stabiel blijft, hun interne foerageerfocus
dynamisch verschuift. Bovendien zorgde een lage interindividuele variatie voor een vrij
samenhangende kuddedynamiek bij de runderen, terwijl een hoge interindividuele variatie onder
de paardachtigen leidde tot duidelijke divergentie tussen subkuddes. Daarnaast evalueerde WP1
de impact van het herstel van de landschapsconnectiviteit in de Westhoek via de opening van een
corridor in de winter van 2022-2023. Hoewel de opening een aanzienlijke uitbreiding van de
absolute omvang van de leefgebieden van de paardachtigen veroorzaakte, werd deze uitbreiding
niet uniform door de hele groep overgenomen, wat benadrukt dat landschapsconnectiviteit wordt
gemedieerd door lokale locatietrouwheid en interne sociale structuren.
De evaluatie van de habitatkeuze op kleinschalig niveau (WP2) bevestigde deze verschillen op
soortniveau nog eens extra. Op de Kalmthoutse Heide fungeerden de runderen als biologische
filters: ze zochten actief habitat op met een begraasbare laag (bijvoorbeeld gras- of boomopslag)
en vermeden zuivere heidegebieden zonder begraasbare laag. Deze selectie was het sterkst
tijdens de voorjaarsgroei en werd geleidelijk breder naarmate het groeiseizoen ten einde liep. In
de Westhoek kozen paardachtigen onevenredig vaak voor open, grasrijke vegetatie boven dicht
struikgewas, hoewel morfologische verschillen de kleinere Shetlandpony's waarschijnlijk in staat
stelden om ijle vegetatie (bijv. Schaarsbegroeid) en laag struikgewas (Kruipwilg_laagstruweel)
gunstiger te exploiteren. Deze divergentie geeft aan dat kleinere paardachtigen niches kunnen
exploiteren die grotere paardachtigen negeren of waarin ze niet kunnen overleven door gebruik te
maken van andere biomechanische eigenschappen en kleinere beetgroottes, waardoor de totale
ecologische impact op het landschap wordt verbreed.
Naast de categorische vegetatie werd de ruimtelijke verspreiding aanzienlijk beïnvloed door
voortdurende abiotische en antropogene beperkingen. Nabijheid van water bleek in beide
reservaten geen beperkende factor te zijn; noch de paardachtigen, noch de runderen vertoonden
een afhankelijkheid van stilstaand oppervlaktewater, maar toonden ruimtelijke neutraliteit of actieve
vermijding. Topografisch gezien kozen de runderen (in de lente), de grotere Konik-paarden (in de
zomer en herfst) en de Shetlandpony (in de herfst) actief voor vlakker terrein, waarschijnlijk om de
metabolische bewegingskosten te minimaliseren. Hoewel de Shetlandpony deze voorkeur voor
vlakker terrein in de herfst deelde, week hij in de zomer af van de Koniks door topografisch neutraal
te blijven. Deze seizoensgebonden divergentie suggereert ofwel dat de kleinere lichaamsmassa
van de pony voor meer wendbaarheid zorgt, waardoor het relatieve metabolische nadeel van
voortbeweging op steilere hellingen afneemt, ofwel dat de solitaire pony door de Konik-kuddes of
de Schotse hooglander kudde competitief wordt verdrongen naar minder gunstige, steilere
topografie. Wat de menselijke infrastructuur betreft, dwongen de modellen een heroverweging af
van de visie van algemene antropogene vermijding. Terwijl de omheiningen van het reservaat
fungeerden als een ruimtelijke barrière voor de paardachtigen (in de lente en winter, voornamelijk
gedreven door de Shetlandpony), fungeerden ze als een ruimtelijk aantrekkingspunt voor de
Galloway-runderen in de lente. Gelijkaardig werkten de interne paden als ruimtelijke
aantrekkingspunten voor zowel de Shetlandpony als de Galloway-runderen. Dit toont aan dat grote
herbivoren, in plaats van menselijke infrastructuur universeel te vermijden, padennetwerken
potentieel kunnen gebruiken als navigatiecorridors, en omheiningen als structurele
oriëntatiepunten.
Terwijl WP1 en WP2 vaststelden hoe de paardachtigen in de Westhoek navigeren en hun habitat
selecteren, evalueert WP3 de wederzijdse ecologische impact: hoe de langdurige ruimtelijke
aanwezigheid van deze herbivoren actief het successietraject van de vegetatie in het reservaat
beïnvloedt. Door veranderingen in vegetatiehoogte te modelleren tegen de achtergrond van
cumulatieve ruimtegebruiksintensiteit en abiotische beperkingen, ontstaat een ruimtelijk verhaal
over de voordelen en beperkingen van top-downcontrole door grazers. De vegetatiemodellering
toonde aan dat een hoog cumulatief ruimtegebruik door paardachtigen fungeert als een effectieve
preventieve barrière tegen de initiële vorming en verspreiding van ruige vegetatie. De gegevens
definieerden echter tegelijkertijd de grenzen van deze top-down biologische controle. Zodra
houtige of ruige vegetatie de initiële herbivoriebarrière met succes doorbreekt, volstaat intens
ruimtegebruik niet meer om de terugtrekking ervan af te dwingen. Gedreven door een
synergetische combinatie van lokale nutriëntenafzetting, mechanische bodemverstoring en
verminderde concurrentie, kan intensief ruimtegebruik door paardachtigen zelfs de verticale groei
van gevestigd hoog struikgewas bevorderen. De ontmanteling van vegetatie in een laat, volwassen
stadium wordt uitsluitend aangedreven door bottom-up abiotische stressfactoren in plaats van top
down herbivorie. De diepte van het grondwater in het voorjaar had het meest uitgesproken effect
op de vegetatiedynamiek: het bepaalde de stabiliteit van pioniersmatrices, stimuleerde de
terugtrekking van ruige vegetatie en fungeerde als de belangrijkste natuurlijke stressfactor die de
voortdurende groei of aanwezigheid van laag en hoog struikgewas voorkwam. Bovendien werd de
dynamiek van ondieper gewortelde grassen en kruiden gedicteerd door hoge omgevingsstress,
waarbij deze matrices groeiden en afnamen in gebieden die gekenmerkt worden door diep
grondwater, steilere hellingen en een hoge blootstelling aan de zon.
Voor natuurbeheer biedt deze thesis duidelijke, op gegevens gebaseerde aanbevelingen met
betrekking tot het gebruik van vrij rondlopende grote herbivoren. Uiteindelijk toont deze studie aan
dat de impact van deze grote herbivoren als ecosysteemingenieurs niet uniform of absoluut is. De
ruimtelijke dynamiek bevestigt dat ruimtegebruik een effectief, gericht instrument kan zijn om
vroege successie te stoppen, open matrices in stand te houden en gedegradeerde habitats aan te
pakken. Omdat grazers echter geen gevestigd struikgewas kunnen ontmantelen, vereist het
terugdringen van volgroeide houtige begroeiing een strategische, dubbele beheersaanpak die
biologisch ruimtegebruik koppelt aan gerichte mechanische ingrepen. Bovendien benadrukt de
ruimtelijke divergentie van de Shetlandpony de cruciale waarde van morfologische diversiteit.
Specifiek geeft deze divergentie aan dat kleinere paardachtigen, door gebruik te maken van andere
biomechanische eigenschappen en een kleinere hapgrootte, niches kunnen benutten die grotere
paardachtigen negeren of waarop ze niet kunnen overleven, waardoor de totale ecologische impact
op het landschap wordt verbreed. Ten slotte wijst de aantrekkingskracht van paden en het
verspreidingseffect van corridors op nieuwe, proactieve beheersmogelijkheden. In plaats van
menselijke infrastructuur als een verstoring te beschouwen, kunnen beheerders strategisch interne
padennetwerken en corridors ontwerpen die als biologische trechters fungeren, waardoor grazers
naar specifieke doelgebieden worden geleid en de ecologische manipulatie (engineering) in het
bredere landschap wordt gemaximaliseerd.
Meer lezen

De impact van digitalisering op zeevarend personeel

Antwerp Maritime Academy
2025
Wannes
De Witte
Deze masterscriptie onderzoekt hoe digitalisering de jobinhoud, het functioneren en het

welzijn van zeevarenden be ̈ınvloedt, met bijzondere aandacht voor fysieke, mentale, pro-
fessionele en sociale aspecten.

Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden, werd een mixed-methodsbenadering

toegepast: acht semigestructureerde diepte-interviews met negen respondenten uit ver-
schillende sectoren, aangevuld met een enquˆete (n = 78) onder voornamelijk Belgische

respondenten in brugfuncties. Alle interviews zijn getranscribeerd en thematisch gea-
nalyseerd met deductieve en inductieve codering. Triangulatie werd nadien toegepast

tussen de kwalitatieve inzichten en de kwantitatieve resultaten. Dit leverde 34 empirische
bevindingen op die systematisch werden verbonden met de literatuur.

De resultaten tonen aan dat digitalisering in de maritieme sector de effici ̈entie en veilig-
heid verhoogt, maar ook werkdruk en mentale belasting veroorzaakt. Meer schermtijd

correleert met lichamelijke klachten en slaapverstoring. De taakfocus verschuift naar
systeemtoezicht, met risico op verminderd situationeel bewustzijn en achteruitgang van
vakmanschap.
Dit vraagt om een ge ̈ıntegreerde aanpak die digitale competenties versterkt, werkdruk
bewaakt en vakmanschap waarborgt. Aandacht voor ergonomie, gezond schermgebruik
en digitale meldingen moet structureel ingebed worden via gerichte training, duidelijke
afspraken tussen wal en schip en een gedeelde cyberveiligheidscultuur. Deze scriptie werkt
dit uit in aanbevelingen voor toekomstig onderzoek.
Meer lezen

STANDALONE ON-SITE LIGHTING MEA- SUREMENTS FOR INSECT STUDIES

Vrije Universiteit Brussel
2025
Zakaria
El Gharbaoui Ben Mekki
Voortgaande verstedelijking en de wereldwijde overstap naar energiezuinige LED-
verlichting vergroten de blootstelling aan kunstlicht ’s nachts, wat bezorgdheid
wekt over de effecten op gemeenschappen van nachtactieve insecten. De meeste
bestaande veldstudies zijn kort van duur en beperkt in ruimtelijke dekking van-
wege de arbeidsintensieve aard van traditionele bemonstering. Dit proefschrift
pakt deze lacune aan door het ontwerpen, implementeren en valideren van een
goedkope, op camera’s gebaseerde, op afstand werkende monitoringsunit voor
seizoenslange inzet in diverse buitenomgevingen. Het systeem registreert weerpa-
rameters (temperatuur, relatieve vochtigheid), locatie (GPS), verlichtingsparame-
ters (gecorreleerde kleurtemperatuur) en tijdgestempelde beelden van aangetrokken
insecten.
Om classificatiestrategieën te evalueren zonder grootschalige inzet, werd in een
kleinschalige casestudy het gebruik van twee algemene vision–language modellen
getest op zorgvuldig geselecteerde insectenbeelden met gezaghebbende ObsIdentify-
bepalingen. De resultaten positioneren vision–language modellen als effectieve
hulpmiddelen voor voorlopige tagging, triage en kwaliteitscontrole, terwijl geza-
ghebbende labels afkomstig moeten zijn van specialisten of gespecialiseerde soorten-
herkenningsdiensten.
Toekomstig werk dient eerst de minimaal vereiste taxonomische diepte voor ALAN-
impactstudies vast te stellen en vervolgens herkenningstools aan te passen om
aan deze eis te voldoen. Verdere stappen omvatten het uitbreiden van de pij-
plijn naar tellingen en abundantiematen, het ontwikkelen van een robuuste con-
tainergebaseerde implementatie-architectuur, het migreren van de database naar
een beveiligde cloud- of NAS-infrastructuur en het implementeren van sterke
cyberbeveiligingsmaatregelen voor externe units. Deze verbeteringen zullen ge-
standaardiseerde, seizoenslange, multisitecampagnes mogelijk maken die robu-
uste beoordelingen van ALAN-effecten onder door LED gedomineerde lichtom-
standigheden opleveren.
Meer lezen

Exploring potential genes linked to dilated cardiomyopathy in zebrafish

Universiteit Hasselt
2025
Flore
Hermans
Dilated cardiomyopathy (DCM) is a leading cause of heart failure worldwide, and is
characterized by a dysfunctional and dilated left ventricle. Approximately 1 in 250 individuals develop DCM in their lifetime. DCM is highly heritable, with around 50 associated genes. However, 60-75% of families that show a heritable DCM pattern have no genetic diagnosis. Thus, identifying novel DCM-associated genes is imperative to help diagnose patients earlier and provide personalized treatments based on genotype-phenotype associations. Previously, whole exome sequencing data from idiopathic DCM patients at Maastricht Hospital was analyzed, leading to the identification of three potentially DCM-causing genes, found in seven patients. In the current study, these genes were analyzed using the zebrafish model. It was hypothesized that the targeted knockout of LAPTM4B, PIGV, or ANKHD1 in zebrafish embryos leads to functional and morphological changes resembling DCM. With F0 screening, a CRISPR/Cas9 based method, functional knockouts were created showing mild/moderate edema in approximately 40% of embryos in each genetic knockout. Heart videos were made to assess functional changes, with laptm4b showing a decrease in heart rate and an increase in ejection fraction, pigv showing a decrease in relaxation time and ventricle size, and ankhd1 showing an increase in ventricle size. In conclusion, the F0 screening should be further optimized to fully assess the role of these genes in cardiomyopathy. This study gives a proof of concept, showing that LAPTM4B, PIGV, and ANKHD1 play a role in the function and morphology of the heart and should be researched further.
Meer lezen

De bewapening van de ruimte: is het juridisch kader even leeg als de ruimte zelf?

KU Leuven
2025
Tom
Vollbracht
De bewapening van de ruimte vormt een groeiende uitdaging binnen de internationale gemeenschap. Terwijl het aantal staten met militaire ruimtecapaciteiten toeneemt en ruimtewapens ontwikkelt, ontbreekt een internationaalrechtelijk kader om dit te reguleren. Deze masterproef onderzoekt of het bestaande internationale recht in staat is in een effectief juridisch kader te voorzien. Daarnaast analyseert het hoe de statenpraktijk er vandaag uitziet door de gedragingen van staten en hun posities binnen het internationaal debat te analyseren.
Hiertoe zal deze masterproef eerst nagaan wat onder een “ruimtewapen” kan worden verstaan. Vervolgens wordt het geldig internationaalrechtelijk kader in kaart gebracht, waarbij het ruimterecht en het internationaal humanitair recht worden geanalyseerd. Daarna zal een hoofdstuk de statenpraktijk onderzoeken door de feitelijke gedragingen en internationale standpunten van staten te onderzoeken. Internationale organisaties worden hierbij niet uit het oog verloren.
Uit dit onderzoek zal blijken dat het internationaal recht vandaag grotendeels tekort schiet. Er bestaat geen universele definitie van een ruimtewapen, en begrippen als “vreedzaam gebruik” en “the province of all mankind” worden op uiteenlopende wijze geïnterpreteerd. Daarnaast varieert de statenpraktijk sterk en bestaat er een groot verschil tussen de feitelijke gedragingen van staten en hun posities in het internationaal debat.
Deze masterproef toont hierna aan dat deze uiteenlopende gedragingen en zienswijzen een belemmering vormen voor de totstandkoming van een effectief juridisch kader. Tegelijkertijd toont het een groeiend bewustzijn aan dat het uitblijven van initiatieven risico’s met zich meebrengen voor de veiligheid en duurzaamheid van het gebruik van de ruimte. 
Meer lezen

AUTONOME MONITORING VAN 5G RADIOFREQUENTE ELEKTROMAGNETISCHE VELDBLOOTSTELLING MET EEN QUADCOPTER

Universiteit Gent
2025
Jonas
Vermeulen
Deze masterproef beschrijft de ontwikkeling van een autonome quadcopter uitgerust met een frequentieselectieve triaxiale 5G-sensor voor het meten van radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV). Het doel was om de blootstelling rond 5G-basisstations nauwkeurig en reproduceerbaar in kaart te brengen. Naast de bouw en kalibratie van het dronesysteem werden ook interferentie door boordelektronica en afschermingseffecten van de drone onderzocht. In een veldcampagne vloog de drone een 2D-raster en visualiseerde de resultaten via heatmaps, met piekwaarden tot 4,25 V/m. Het onderzoek toont aan dat drones een efficiënte, autonome en transparante oplossing bieden voor RF-EMV-monitoring in 5G- en toekomstige 6G-netwerken
.
Meer lezen

A Comparative Study of Geoeffectiveness Prediction Models using Synthetic L1 Data

KU Leuven
2024
Senne
Doumen
De scriptie test de koppeling uit van een CME simulatiemodel met verschillende voorspellingsmodellen voor geomagnetische indices. Voor de resultaten hiervan worden dan verschillende statistische maatstaven berekend om te kwantificeren hoe goed de voorspellingen zijn na deze koppeling.
Meer lezen

Toepassen van een Autonomous Mobile Robot (AMR) voor interne logistiek

Universiteit Gent
2024
Dries
Van Landeghem
Mijn masterproef is vertrouwelijk, gelieve mij te contacteren indien mijn onderzoek de volgende ronde haalt.
Meer lezen

Naar een betere thuiszorgplanning via artificiële intelligentie

Arteveldehogeschool Gent
2023
Jens
Vande Ginste
  • Louise
    De Rycke
  • Yaël
    Windey
  • Ibou
    Ndao
  • Matthias
    Reyntjens
  • Jens
    Vangaever
Genomineerde longlist Bachelorprijs
In de scriptie wordt besproken hoe artificiële intelligentie kan ingezet worden in het proces van de thuiszorgplanning, om deze te kunnen versnellen en vergemakkelijken. Hiervoor werd samengewerkt met de onderzoekers van het project PREPCA.I.RE.
Meer lezen

Exploring ‘New Space’ positioning using Low Earth Orbit (LEO) satellites

Universiteit Antwerpen
2022
Wout
Van Uytsel
GNSS satellieten zijn jarenlang dominant geweest op de PNT markt maar ondervinden tekortkomingen. Deze tekortkomingen worden mogelijks opgelost door gebruik te maken van LEO satellieten. Deze scriptie omvat wat er verandert wanneer LEO satellieten gebruikt worden op vlak van algoritme en pseudorange calculaties.
Meer lezen

Leven met dementie

Odisee Hogeschool
2021
Lisa
Christiaens
  • Roxanne
    Pensaert
Het belang van kwaliteitsvolle zorg in de gezondheidszorg neemt toe, ook in de woonzorgcentra. In deze bachelorproef komen de factoren aan bod die een invloed hebben op de kwaliteit van leven voor bewoners met dementie en op de kwaliteit van het werk van zorgverleners.
Meer lezen

HOW DOES MCCOPE HELP PLANTS TO COPE WITH NEMATODES?

Universiteit Gent
2021
Jasper
Matthys
Planten parasiterende nematoden vormen een groeiende bedreiging voor de rijstteelt. Geïnduceerde resistentie kan een duurzaam alternatief vormen voor chemische pesticiden door het planten-immuunsysteem te activeren. Deze thesis bestudeert het effect van een plantenafval gebaseerde stimulus, mCCOPE.
Meer lezen

Tijd en tijdsmeting

Antwerp Maritime Academy
2021
Kran
De Schepper
Onderzoek naar het belang van tijd en tijdsmeting in de maritieme navigatie tot en met de scheepschronometer van Harrison. Met een diepgaand onderzoek naar het gebruik en de nauwkeurigheid van het nocturlabium.
Meer lezen

(Online) ondersteunend materiaal bij de methode POLARIS 1

Hogeschool PXL
2020
Siebe
Verheyden
  • Peter
    Van Acker
In mijn scriptie heb onderzocht hoe ondersteunend materiaal opgebouwd moet zijn om voor een effectief leerproces te zorgen. Nadien heb ik zelf materiaal ontwikkeld.
Meer lezen

Design and modelling of a modular robotic system to improve weed management in raised bed organic farming

Universiteit Gent
2020
Rembrandt
Perneel
Genomineerde shortlist mtech+prijs
Genomineerde shortlist Eosprijs
Dit werk presenteert het ontwerpproces van een modulair robotsysteem ter verbetering van onkruidbeheer in biologische beddenteelt. Het resultaat is een lichtgewicht robotvoertuig met een configureerbare werktuigeenheid. Dit platform is in staat onkruid mechanisch te verwijderen bij het ontkiemen.
Meer lezen

Snow- en Surfboard komen boven water: Een onderzoek en proof of concept naar een budgetvriendelijke GPS-tracker

HOGENT
2020
Indy
Van Canegem
In deze scriptie werd een budgetaire gps-tracker uitgewerkt die gelinkt is aan een webapplicatie. Dit maakt het winter- en watersporten veel veiliger en aangenamer, los van een te hoge prijs die men dikwijls betaalt.
Meer lezen

Eenzaamheid als beweegreden

Vrije Universiteit Brussel
2019
Anna
Van Hoof
This dissertation explores the relation between loneliness and longing as a basic feature of being human. By comparing different ways of handling this difficult feeling it tries to sketch a map of the way we cope with loneliness today and how it influences our way of interacting with each other, our surroundings and ourselves.
Meer lezen

LightTour: Enabling Museum Audio Tour with Visible Light

KU Leuven
2019
Lennert
Vanmunster
Je kent hem wel, audiogids, het draagbare apparaatje dat bezoekers met geluidsfragmenten doorheen een museum leidt. Het apparaatje is licht en makkelijk te bedienen. De geluidsfragmenten staan in het geheugen. Via knoppen of een touchscreen selecteren de bezoekers zelf het fragment dat ze willen beluisteren.
Hoe revolutionair het systeem enkele decennia geleden ook was, tegenwoordig moeten we toch beter kunnen. Daarom ging ik op zoek gaan naar een moderne manier om een museumbezoek boeiender te maken. Kan je bijvoorbeeld gebruik maken van de verlichting van het museumgebouw om geluidsfragmenten te versturen?
Ja, dat kan met een nieuw systeem dat we LightTour doopten. LightTour maakt het mogelijk om audiodata naar bezoekers te versturen met behulp van LED-lampen. Het is zelfs gebruiksvriendelijker, efficiënter en interactiever dan de bestaande audiogidsen.
Meer lezen

Interactive demo on the indoor localization, control and navigation of drones

KU Leuven
2019
Mathias
Bos
  • Rian
    Beck
Deze scriptie beschrijft het ontwerp en de implementatie van een demo-opstelling met een autonoom vliegende drone. In deze demo worden principes uit de regeltechniek geïllustreerd. De studie beschouwt de modellering, lokalisatie, controle en navigatie van drones, en ontwikkelt een structuur om deze aspecten te combineren in een robuust kader dat flexibiliteit toestaat bij de uitvoering van de demo.
Meer lezen

Computervisiegebaseerde detectie van drafting tijdens het fietsen

Universiteit Gent
2019
Simon
Van den Bossche
Het boek vormt een goed geschreven en volledig overzicht van de gebruikte technieken en onderzochte pistes en is gestoeld op een groot aantal wetenschappelijke bronnen om draftingdetectie mogelijk te maken. Het boek bevat ook een uitgebreid overzicht van mogelijke uitbreidingen en toekomstperspectieven.
Meer lezen

Grafeem-naar-foneemconversie door middel van neurale netwerken

Universiteit Gent
2019
Robrecht
Meersman
Genomineerde longlist mtech+prijs
G2P is een belangrijke module in text-to-speech en spraakherkenning. Het doel is om de uitspraak van een zin in fonetisch schrift te vinden, gegeven de geschreven tekst. De huidige implementatie gebruikt een ketting van linguïstische regels die manueel door taalexperts ingegeven moeten worden. Dankzij de opmars van recentste technologiën, kan de volledige G2P stap in zijn geheel vervangen worden door een artificieel neuraal netwerk. Hiermee wordt de implementatietijd drastisch ingekort, in cominatie met een hogere nauwkeurigheid.
Meer lezen

Ontwikkelen van een multifunctionele robotarm voor sensing en acting op een autonome fieldrobot

KU Leuven
2018
Matthieu
Sergeant
Genomineerde longlist mtech+prijs
Ontwikkeling van multifunctionele robotarm voor gebruik op een autonome veldrobot.
Meer lezen

An eye in the sky is watching you Een rechtsvergelijkend onderzoek tussen België en Nederland over het politioneel gebruik van drones op evenementen, na een plots incident of voor langdurige surveillance ter preventie van criminaliteit en de verhouding v

KU Leuven
2018
Lara
Boonen
Drones zijn onbemande vanop afstand bestuurde luchtvaartuigen. Deze toestellen kunnen een payload dragen waaronder camera’s met een zeer hoge resolutie. In dit onderzoek wordt gefocust op het houden van cameratoezicht door de politie met behulp van drones in drie situaties, namelijk voor crowd control-doeleinden op evenementen, om situational awareness te verkrijgen na een plots onvoorzienbaar incident en als langdurig surveillancemiddel ter preventie van criminaliteit. De beelden die de politie hierbij verzamelt kunnen persoonsgegevens zijn. Daarom kan het gebruik van drones een inbreuk uitmaken op het recht op privacy in de zin van artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit artikel stelt minimumvoorwaarden waaraan het gerechtvaardigd gebruik van een drone moet voldoen. De inbreuk mag enkel uitgaan van een openbaar gezag, zoals de politie, voor bepaalde doelstellingen waaronder het waarborgen van de nationale of openbare veiligheid en het voorkomen van strafbare feiten of ordeverstoringen. De inbreuk moet een nationale wettelijke basis kennen, in verhouding zijn tot één van deze doelstellingen, die niet met minder ingrijpende middelen te bereiken zijn.
In deze scriptie is ervoor gekozen om een functionele microrechtsvergelijking uit te voeren tussen de Belgische en Nederlandse wetgeving die het politioneel gebruik van drones omkadert voor de drie bovenstaande situaties. Er wordt nagegaan aan welke voorwaarden voldaan moet zijn, welke procedure gevolgd moet worden en impliciet welke actoren hierbij komen kijken. Hierbij wordt gefocust op de nationale rechtsgronden en de bepalingen met betrekking tot de privacy. Het luchtverkeersrecht wordt buiten beschouwing gelaten.
Uit dit onderzoek kwam naar voren dat wetstechnisch gezien zowel de Belgische als de Nederlandse politie drones kunnen inzetten op evenementen en na een plots incident, maar dat België hiervoor slechts één rechtsgrond kent en Nederland meerdere. Een belangrijk verschil is dat sinds een wetswijziging van 2016 de Nederlandse burgemeester ook kan beslissen om vaste straatcamera’s te vervangen door drones om langdurig toezicht te houden in probleemgebieden, terwijl dit in België niet toegestaan is. In Nederland werd tot op het heden nog geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Het is belangrijk om te benadrukken dat zowel op nationaal vlak in België als op Europees vlak het toepasselijk wettelijk kader onder hervorming is.
Meer lezen

Blockchain in Financiële Sector

Karel de Grote Hogeschool
2018
Kristof
De Clerck
De opkomst van digitale munten zou een bedreiging kunnen zijn voor financiële instellingen. In praktijk blijkt de onderliggende blockchaintechnologie net een troef te zijn voor de sector om zichzelf te heruitvinden. De sector blijkt zelfs voorloper te zijn om blockchain te omarmen en bevestigt dit in concrete cases.
Meer lezen

Assisted living bij ouderen met dementie

KU Leuven
2018
Erika
Coppens
De invloed van ondersteund wonen op de levenskwaliteit, het dagelijks functioneren en het gedrag bij ouderen met dementie en hun mantelzorgers.
Meer lezen

gewasmonitoring met een multispectrale camera

Universiteit Gent
2018
pieter
moeneclaey
Multispectrale sensoren worden getest in de context van precisielandbouw
Meer lezen

De oprichting van een GVV versus private equity

Odisee Hogeschool
2017
Gilles
Dupont
Analyse en bespreking van de Belgische openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap, alsook een korte vergelijking van verschillen met de niet-beursgenoteerde operationele vastgoedvennootschap. Hierbij wordt de lezer vertrouwd gemaakt met het bestaan van voormelde vastgoedbedrijven op een breed niveau, gaande van het wetgevend kader tot de financiële aspecten. Eveneens wordt de aantrekkelijkheid van voormelde vastgoedbedrijven in kaart gebracht voor particuliere beleggers.
Meer lezen

Economisch gebruik van persoonsgegevens in België: Invloed van de (nieuwe) gegevensbescherming op de vrijheid van ondernemen.

Vrije Universiteit Brussel
2017
Arno
De Bois
Een juridische analyse van de weerslag van de nieuwe AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) op de vrijheid van ondernemen.
Meer lezen