Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

RFID implementatie in het materiaalbeheerproces: Case Study StandPlus

Hogeschool VIVES
2026
Lennert
Camps
Mijn bachelorproef onderzoekt hoe RFID-technologie het materiaalbeheer bij StandPlus kan verbeteren. StandPlus is een standenbouwer uit Roeselare en werkt met meer dan 3.000 herbruikbare aluminium BeMatrix-kaders. Die worden vandaag voor vertrek manueel door twee medewerkers geteld, en bij retour gebeurt er geen systematische controle. Dat kost tijd, leidt tot fouten en zorgt voor een onbetrouwbare voorraadregistratie.

Het onderzoek combineert literatuurstudie met praktijkonderzoek. Eerst werd het huidige proces in kaart gebracht en werden de manuele controles met een stopwatch gemeten. Daarna werd samen met Geartracking een RFID-pilot opgezet, met 100 getagde kaders. Omdat metaal RFID-signalen verstoort, werden verschillende labels en tagposities getest. Een on-metal sticker net onder de klittenband aan de buitenkant van het kader gaf een betrouwbare detectie.

RFID-scanning bleek de controletijd met meer dan 85 procent te verminderen, en de controle kan door één persoon gebeuren in plaats van twee. In nagebootste scenario's werden ontbrekende, extra en vermengde items meteen gedetecteerd. Uit de kosten-batenanalyse blijkt een investering van ongeveer €12.677, tegenover een jaarlijkse besparing van €1.280 aan arbeidskosten. De grootste meerwaarde ligt echter in betere controle, foutreductie en voorraadnauwkeurigheid. Aanbevolen wordt om RFID gefaseerd in te voeren: eerst de kaders, daarna andere materialen.
Meer lezen

Linking genotype to behaviour: the genetic and regulatory basis of predator-induced plasticity in Daphnia magna

KU Leuven
2026
Anton
de Jong
Deze thesis onderzoekt hoe de watervlo Daphnia magna haar gedrag aanpast als reactie op de aanwezigheid van vis-predatoren, en welke genen daaraan ten grondslag liggen. Met een gedragsassay werd bij 101 klonen uit 20 Vlaamse vijvers gemeten hoe blootstelling aan chemische vis-signalen (kairomonen) de verticale positie in de waterkolom en de zwemsnelheid beïnvloedt. Klonen uit vijvers zonder historische vis-predatie vertoonden geen (of een omgekeerde) ontwijkingsrespons, wat wijst op verlies van plasticiteit bij afwezigheid van predatiedruk.

Een genoombrede associatiestudie (GWAS) koppelde de basale verticale positie aan een opsine-achtig gen, en plasticiteit in zwemsnelheid aan genen die lijken op Rotund-eiwitten, mogelijk betrokken bij geurwaarneming. Transcriptoomanalyse toonde daarnaast brede metabole en neurologische veranderingen na kairomoonblootstelling, en door dit te combineren met ATAC-seq-data werd een voorlopig genregulatorisch netwerk opgebouwd rond twee centrale transcriptiefactoren. Samen leveren deze resultaten nieuwe inzichten op in de moleculaire basis van gedragsplasticiteit bij predatiegevaar.
Meer lezen

FROM SPATIAL ECOLOGY TO ECOSYSTEM IMPACT: LARGE GRAZERS IN HEATH AND DUNE LANDSCAPES LINKING MOVEMENT BEHAVIOUR, HABITAT SELECTION, AND VEGETATION DYNAMICS IN THE WESTHOEK AND KALMTHOUTSE HEIDE

Universiteit Gent
2026
Jobbe
Vermandere
Het inzetten van vrij rondlopende grote herbivoren vormt een hoeksteen van het natuurbeheer in Europa. De bedoeling is om via extensieve begrazing natuurlijke processen te herstellen, zoals het tegenhouden van snelle vegetatiesuccessie en het in stand houden van de structurele diversiteit van open landschappen. Hierdoor wordt dit type beheer ook wel procesbeheer genoemd. In voedselarme ecosystemen, zoals kustduinen en laaglandheiden, heeft de wijdverspreide stikstofdepositie en het wegvallen van historische verstoringen geleid tot een snelle structurele achteruitgang. Dit uit zich voornamelijk in de vestiging van sterk competitieve grassen en kruidachtigen (vergrassing of verruiging) en de vestiging van dicht struikgewas (verstruweling),
waardoor gespecialiseerde pioniersoorten worden verdrongen en de biodiversiteit afneemt. Hoewel begrazing voor natuurbeheer op grote schaal wordt ingezet om deze bedreigingen te verminderen, blijven de precieze ruimtelijke mechanismen waarmee deze dieren habitat selecteren en interageren met fysieke infrastructuur complex en contextgebonden. Deze studie evalueerde de ruimtelijke ecologie en het vermogen tot ecosysteembeïnvloeding van grote herbivoren in twee structureel verschillende landschappen: de kustduinen van de Westhoek (begraasd door een gemengde groep paardachtigen bestaande uit Konikpaarden en Shetlandpony’s en een kudde Schotse hooglanders) en de laaglandheide van de Kalmthoutse Heide (begraasd door een kudde Galloway-runderen). Om de kloof tussen de bewegingen van individuele dieren en successieveranderingen op landschapsschaal te overbruggen, maakte dit onderzoek gebruik van een meerledig
methodologisch kader dat was onderverdeeld in drie afzonderlijke werkpakketten (WP). Ten eerste
werd Continuous-Time Movement Modelling (ctmm) toegepast op GPS-telemetriegegevens om
het gebruik van ruimte met grensbeperkingen en ruimtelijke verzadiging in kaart te brengen (WP1).
Deze benadering corrigeerde wiskundig voor inherente temporele autocorrelatie en maakte gebruik
van Degrees of Freedom (DOF)-filtering om robuuste Autocorrelated Kernel Density Estimates
(AKDE) te extraheren. Ten tweede werden geïntegreerde Resource Selection Functions (iRSF)
ingezet om de habitatkeuze op kleine schaal en de onderliggende milieubeperkingen te evalueren
(WP2). De iRSF-modellen gebruikten specifiek het AKDE-gebied van elk dier als
beschikbaarheidsbasis, waardoor de habitatkeuze strikt werd geëvalueerd ten opzichte van het
toegankelijke landschap, terwijl tegelijkertijd rekening werd gehouden met continue variabelen
zoals topografie, afstand tot water en afstand tot antropogene infrastructuur (paden en hekken).
Ten slotte werden vegetatiehoogtekaarten met hoge resolutie uit 2020 en 2025 in de Westhoek
geanalyseerd om dit ruimtelijk gedrag te koppelen aan structurele landschapsveranderingen
(WP3). Door ruimtelijke pixels te categoriseren in vegetationele overgangstoestanden (Stabiel,
Regressie of Toename), werd de cumulatieve ruimtegebruiksintensiteit van de paarden
gemodelleerd tegen abiotische stressfactoren om de werkelijke drijvende krachten achter de
vegetatiedynamiek te bepalen.
De ruimtelijke modellen (WP1) brachten fundamentele verschillen in de ruimtelijke basisecologie
aan het licht, die worden bepaald door eigenschappen op soortniveau en de dynamiek binnen de
kudde. Uit de ruimtelijke tracking bleek dat noch de paardachtigen in de Westhoek (na de corridor
opening) noch de Galloway-runderen op de Kalmthoutse Heide biologisch verzadigd zijn. Hun
leefgebieden worden dus niet volledig bepaald door de fysieke grenzen van de reservaten, wat
wijst op actieve en doelgerichte ruimtelijke keuzes. De Galloway-runderen vertoonden relatief grote
seizoensgebonden schommelingen in de omvang van het leefgebied, wat wijst op dynamische
aanpassingen aan de beschikbaarheid van voedselbronnen. Omgekeerd vertoonden de
paardachtigen in de Westhoek het hele jaar door relatief stabiele leefgebieden, wat wijst op een
biologisch verschil waarbij paardachtigen minder gevoelig zijn voor seizoensgebonden fenologie.
De paardachtigen vertoonden echter wel significante seizoensgebonden verschuivingen in hun
kerngebieden, wat bevestigt dat, hoewel hun totale gebied stabiel blijft, hun interne foerageerfocus
dynamisch verschuift. Bovendien zorgde een lage interindividuele variatie voor een vrij
samenhangende kuddedynamiek bij de runderen, terwijl een hoge interindividuele variatie onder
de paardachtigen leidde tot duidelijke divergentie tussen subkuddes. Daarnaast evalueerde WP1
de impact van het herstel van de landschapsconnectiviteit in de Westhoek via de opening van een
corridor in de winter van 2022-2023. Hoewel de opening een aanzienlijke uitbreiding van de
absolute omvang van de leefgebieden van de paardachtigen veroorzaakte, werd deze uitbreiding
niet uniform door de hele groep overgenomen, wat benadrukt dat landschapsconnectiviteit wordt
gemedieerd door lokale locatietrouwheid en interne sociale structuren.
De evaluatie van de habitatkeuze op kleinschalig niveau (WP2) bevestigde deze verschillen op
soortniveau nog eens extra. Op de Kalmthoutse Heide fungeerden de runderen als biologische
filters: ze zochten actief habitat op met een begraasbare laag (bijvoorbeeld gras- of boomopslag)
en vermeden zuivere heidegebieden zonder begraasbare laag. Deze selectie was het sterkst
tijdens de voorjaarsgroei en werd geleidelijk breder naarmate het groeiseizoen ten einde liep. In
de Westhoek kozen paardachtigen onevenredig vaak voor open, grasrijke vegetatie boven dicht
struikgewas, hoewel morfologische verschillen de kleinere Shetlandpony's waarschijnlijk in staat
stelden om ijle vegetatie (bijv. Schaarsbegroeid) en laag struikgewas (Kruipwilg_laagstruweel)
gunstiger te exploiteren. Deze divergentie geeft aan dat kleinere paardachtigen niches kunnen
exploiteren die grotere paardachtigen negeren of waarin ze niet kunnen overleven door gebruik te
maken van andere biomechanische eigenschappen en kleinere beetgroottes, waardoor de totale
ecologische impact op het landschap wordt verbreed.
Naast de categorische vegetatie werd de ruimtelijke verspreiding aanzienlijk beïnvloed door
voortdurende abiotische en antropogene beperkingen. Nabijheid van water bleek in beide
reservaten geen beperkende factor te zijn; noch de paardachtigen, noch de runderen vertoonden
een afhankelijkheid van stilstaand oppervlaktewater, maar toonden ruimtelijke neutraliteit of actieve
vermijding. Topografisch gezien kozen de runderen (in de lente), de grotere Konik-paarden (in de
zomer en herfst) en de Shetlandpony (in de herfst) actief voor vlakker terrein, waarschijnlijk om de
metabolische bewegingskosten te minimaliseren. Hoewel de Shetlandpony deze voorkeur voor
vlakker terrein in de herfst deelde, week hij in de zomer af van de Koniks door topografisch neutraal
te blijven. Deze seizoensgebonden divergentie suggereert ofwel dat de kleinere lichaamsmassa
van de pony voor meer wendbaarheid zorgt, waardoor het relatieve metabolische nadeel van
voortbeweging op steilere hellingen afneemt, ofwel dat de solitaire pony door de Konik-kuddes of
de Schotse hooglander kudde competitief wordt verdrongen naar minder gunstige, steilere
topografie. Wat de menselijke infrastructuur betreft, dwongen de modellen een heroverweging af
van de visie van algemene antropogene vermijding. Terwijl de omheiningen van het reservaat
fungeerden als een ruimtelijke barrière voor de paardachtigen (in de lente en winter, voornamelijk
gedreven door de Shetlandpony), fungeerden ze als een ruimtelijk aantrekkingspunt voor de
Galloway-runderen in de lente. Gelijkaardig werkten de interne paden als ruimtelijke
aantrekkingspunten voor zowel de Shetlandpony als de Galloway-runderen. Dit toont aan dat grote
herbivoren, in plaats van menselijke infrastructuur universeel te vermijden, padennetwerken
potentieel kunnen gebruiken als navigatiecorridors, en omheiningen als structurele
oriëntatiepunten.
Terwijl WP1 en WP2 vaststelden hoe de paardachtigen in de Westhoek navigeren en hun habitat
selecteren, evalueert WP3 de wederzijdse ecologische impact: hoe de langdurige ruimtelijke
aanwezigheid van deze herbivoren actief het successietraject van de vegetatie in het reservaat
beïnvloedt. Door veranderingen in vegetatiehoogte te modelleren tegen de achtergrond van
cumulatieve ruimtegebruiksintensiteit en abiotische beperkingen, ontstaat een ruimtelijk verhaal
over de voordelen en beperkingen van top-downcontrole door grazers. De vegetatiemodellering
toonde aan dat een hoog cumulatief ruimtegebruik door paardachtigen fungeert als een effectieve
preventieve barrière tegen de initiële vorming en verspreiding van ruige vegetatie. De gegevens
definieerden echter tegelijkertijd de grenzen van deze top-down biologische controle. Zodra
houtige of ruige vegetatie de initiële herbivoriebarrière met succes doorbreekt, volstaat intens
ruimtegebruik niet meer om de terugtrekking ervan af te dwingen. Gedreven door een
synergetische combinatie van lokale nutriëntenafzetting, mechanische bodemverstoring en
verminderde concurrentie, kan intensief ruimtegebruik door paardachtigen zelfs de verticale groei
van gevestigd hoog struikgewas bevorderen. De ontmanteling van vegetatie in een laat, volwassen
stadium wordt uitsluitend aangedreven door bottom-up abiotische stressfactoren in plaats van top
down herbivorie. De diepte van het grondwater in het voorjaar had het meest uitgesproken effect
op de vegetatiedynamiek: het bepaalde de stabiliteit van pioniersmatrices, stimuleerde de
terugtrekking van ruige vegetatie en fungeerde als de belangrijkste natuurlijke stressfactor die de
voortdurende groei of aanwezigheid van laag en hoog struikgewas voorkwam. Bovendien werd de
dynamiek van ondieper gewortelde grassen en kruiden gedicteerd door hoge omgevingsstress,
waarbij deze matrices groeiden en afnamen in gebieden die gekenmerkt worden door diep
grondwater, steilere hellingen en een hoge blootstelling aan de zon.
Voor natuurbeheer biedt deze thesis duidelijke, op gegevens gebaseerde aanbevelingen met
betrekking tot het gebruik van vrij rondlopende grote herbivoren. Uiteindelijk toont deze studie aan
dat de impact van deze grote herbivoren als ecosysteemingenieurs niet uniform of absoluut is. De
ruimtelijke dynamiek bevestigt dat ruimtegebruik een effectief, gericht instrument kan zijn om
vroege successie te stoppen, open matrices in stand te houden en gedegradeerde habitats aan te
pakken. Omdat grazers echter geen gevestigd struikgewas kunnen ontmantelen, vereist het
terugdringen van volgroeide houtige begroeiing een strategische, dubbele beheersaanpak die
biologisch ruimtegebruik koppelt aan gerichte mechanische ingrepen. Bovendien benadrukt de
ruimtelijke divergentie van de Shetlandpony de cruciale waarde van morfologische diversiteit.
Specifiek geeft deze divergentie aan dat kleinere paardachtigen, door gebruik te maken van andere
biomechanische eigenschappen en een kleinere hapgrootte, niches kunnen benutten die grotere
paardachtigen negeren of waarop ze niet kunnen overleven, waardoor de totale ecologische impact
op het landschap wordt verbreed. Ten slotte wijst de aantrekkingskracht van paden en het
verspreidingseffect van corridors op nieuwe, proactieve beheersmogelijkheden. In plaats van
menselijke infrastructuur als een verstoring te beschouwen, kunnen beheerders strategisch interne
padennetwerken en corridors ontwerpen die als biologische trechters fungeren, waardoor grazers
naar specifieke doelgebieden worden geleid en de ecologische manipulatie (engineering) in het
bredere landschap wordt gemaximaliseerd.
Meer lezen

Geautomatiseerde Analyse van Waargenomen Objecten en Kijkduur met behulp van Hoofd Gemonteerde Eyetracking in Zorgsimulaties.

HOGENT
2025
Ilian
Bronchart
Observatievaardigheden zijn van belang voor zorgverleners, zowel voor accurate diagnoses als voor empathische patiëntondersteuning.
De huidige evaluatie van deze vaardigheden in gesimuleerde omgevingen steunt vaak op subjectieve methoden zoals zelfrapportage en directe observatie door docenten.
Hoewel de Tobii eyetracking-brillen in het Zorglab van HOGENT objectieve blikdata leveren,
ontbreekt er tot op heden geschikte software om automatisch te analyseren welke objecten studenten waarnemen en voor hoe lang.
Deze bachelorproef beantwoordt hoe computervisiemodellen geïntegreerd kunnen worden met eyetrackingdata van Tobii Glasses om de observatieprestaties van studenten automatisch te analyseren.
De analyses dienen de feedback door docenten in het Zorglab te versterken.

Deze doelstelling werd uitgewerkt door middel van van een proof-of-concept (PoC) softwareapplicatie.
Dit proces startte met een literatuurstudie naar eyetracking-analyse en relevante computervisiemodellen (o.a. YOLO, SAM, DINOv2).
Vervolgens werd een prototype applicatie ontworpen en geïmplementeerd (Python, FastAPI, HTMX), inclusief een semi-automatische labeling-tool die gebruik maakt van SAM2 voor objectsegmentatie en -tracking.
Om de PoC te valideren, werd een gecontroleerd experiment uitgevoerd in het Zorglab.
Hier genereerden studenten aan de hand van Tobii Pro Glasses 3, eyetrackingopnames tijdens gesimuleerde observatietaken.
Deze opnames, samen met twee specifieke kalibratieopnames, werden gelabeld met de ontwikkelde tool om een grondwaarheidsdataset te creëren.
Een analysepijplijn werd ontworpen en geëvalueerd. In deze analyse werd de trackingfunctionaliteit van FastSAM gecombineerd met blikgestuurde filtering en classificatie van objectsegmenten, middels een getraind YOLOv11-objectdetectiemodel.
De prestaties werden geëvalueerd aan de hand van precisie, recall en F1-score, na optimalisatie via een grid search van hyperparameters.

Uit de resultaten bleek dat de combinatie van FastSAM-tracking met een YOLOv11-objectdetector (getraind op 1000 samples per klasse) de beste prestaties opleverde, met een F1-score van 0.80, een precisie van 0.94 en een recall van 0.70.
De hoge precisie toont aan dat het systeem met grote zekerheid de correcte objecten identificeert, hoewel een significant deel van de fout-positieven in de werkelijkheid correct gedetecteerde objecten bleken te zijn, die niet in de grondwaarheid waren opgenomen.
De lagere recall wijst erop dat niet alle bekeken objecten consistent werden gedetecteerd, voornamelijk door problemen met kleine, transparante objecten en door inconsistenties tussen de FastSAM-segmentaties en de grondwaarheid.
De FastSAM-tracking bleek de meest beperkende factor in de pijplijn.

Deze bachelorproef levert een werkend PoC en een methodologie op die de haalbaarheid van geautomatiseerde analyse van observatievaardigheden aantoont.
Het biedt een objectieve, datagestuurde basis om de feedback aan studenten te verbeteren en de effectiviteit van simulatietraining in de zorg te verhogen.
Op deze manier legt het een fundament voor verder onderzoek naar robuustere analysemethoden.
Meer lezen

Bescherming of beperking? De invloed van child trackingtechnologie op privacy, autonomie en ouder-kindrelaties bij gezinnen met adolescenten van 15 tot 22 jaar

Universiteit Antwerpen
2025
Manon
Timmerman
Child trackingtechnologie wordt vaak gebruikt in het gezinsleven om de veiligheid te vergroten en gemoedsrust te bieden. Het roept echter ook ethische vragen op over privacy, autonomie en vertrouwen. Hoewel veel onderzoek zich heeft gericht op kinderen en jongere adolescenten, is er een gebrek aan diepgaande kennis over hoe dergelijke technologieën gezinnen met oudere adolescenten beïnvloeden - die zich in een cruciale fase bevinden waarin ze onafhankelijkheid en privacybewustzijn ontwikkelen. Deze studie vult die leemte door de volgende onderzoeksvraag te onderzoeken: Hoe beïnvloedt het gebruik van child trackingtechnologie de ouder-kindrelatie en privacyonderhandelingen in gezinnen met adolescenten van 15 tot 22 jaar?

Op basis van de Communication Privacy Management Theory van Petronio onderzoekt deze studie hoe volgpraktijken worden geïmplementeerd, onderhandeld en ervaren binnen gezinnen. Met behulp van een kwalitatieve methodologie werden diepte-interviews gehouden met 23 deelnemers (11 adolescenten en 12 ouders) uit zes Vlaamse gezinnen.

Uit de bevindingen blijkt dat tracking vaak wordt geïntroduceerd op belangrijke momenten van toenemende onafhankelijkheid en over het algemeen wordt geaccepteerd door adolescenten, hoewel vaak zonder uitdrukkelijke toestemming. Ouders behouden de primaire controle over beslissingen omtrent tracking, terwijl adolescenten beperkte zeggenschap hebben over het gebruik ervan. Tracking kan leiden tot privacyturbulentie wanneer grenzen worden overschreden, wat conflicten of vermijdingsstrategieën kan veroorzaken.

Deze studie benadrukt het belang van een open dialoog en onderhandelde grenzen om spanningen te verminderen en wederzijds begrip te bevorderen. Ze draagt bij tot een beter begrip van de gezinsdynamiek die wordt gevormd door surveillancetechnologieën en moedigt een reflectieve benadering van digitaal ouderschap aan, waarbij de opkomende behoefte van adolescenten aan autonomie en privacy wordt gerespecteerd.
Meer lezen

Exhibited Space

LUCA School of Arts
2025
Houda
Ben Azzouz
Deze studie onderzoekt hoe de structurele en ruimtelijke inrichting van tentoonstellingen de interpretatie en bezoekerservaring van een museumnarratief beïnvloedt. De galerij Kunst uit de Islamitische Wereld in de KMKG in Brussel diende als case study om te onderzoeken hoe ruimtelijk en zintuiglijk informatieontwerp bijdraagt aan de leesbaarheid, toegankelijkheid en helderheid van het tentoonstellingsverhaal.

Door de analyse van ruimte, bezoekersstromen en informatie-structuur brengt dit onderzoek zowel knelpunten als kansen voor narratieve verbetering in kaart. Op basis daarvan wordt een ontwerpmethode ontwikkeld die de samenwerking tussen curatoren, architecten, grafisch ontwerpers en publieksbemiddelaars stimuleert, met als doel tentoonstellingen van meet af aan coherenter en toegankelijker (zowel ruimtelijk als zintuiglijk) vorm te geven. Zo positioneert deze studie informatieontwerp als een analytisch én conceptueel instrument voor het creëren van toegankelijke museumervaringen.
Meer lezen

Met oog voor de toekomst: een vignettenonderzoek naar de bereidheid van leerkrachten om eye-tracking in te zetten bij begrijpend lezen

Universiteit Antwerpen
2025
Jolijn
Verbergt
Het leesniveau van leerlingen is al jaren een groeiende bekommernis binnen het Vlaamse onderwijs. Begrijpend lezen is immers een vaardigheid die bepalend is voor schoolsucces én voor een volwaardige integratie in de samenleving. Tegelijk ervaren leerkrachten moeilijkheden om zicht te krijgen op het leesproces van hun leerlingen, wat effectieve begeleiding bemoeilijkt. Innovatieve technologieën, zoals eye-tracking en artificiële intelligentie (AI), bieden nieuwe mogelijkheden om dit leesproces zichtbaar te maken en ondersteuning op maat te bieden. Hoewel deze technologie beschikbaar is, wordt ze vandaag nog niet toegepast in het Vlaamse onderwijs.

Deze masterproef speelt in op die leemte door te onderzoeken in welke mate leerkrachten in het lager en secundair onderwijs bereid zijn om AI-technologie die gebruikmaakt van eye-tracking toe te passen bij begrijpend lezen. Daarbij wordt gekeken naar drie aspecten: de factoren die bereidheid beïnvloeden, de kennis die leerkrachten hierbij noodzakelijk achten en het type samenwerking tussen mens en technologie dat zij verkiezen.

Via een kwalitatieve vignettenstudie werden twintig leerkrachten geïnterviewd over deze bereidheid. Leerkrachten zien vooral meerwaarde in technologie die hun didactische rol ondersteunt, maar niet overneemt. De bruikbaarheid van deze technologie werd vooral gekoppeld aan het zichtbaar maken van het leesproces, de mogelijkheden tot differentiatie en zelfreflectie. Gebruiksgemak hing af van een eenvoudig dashboard, makkelijk gebruik in de klas en snel te leren technologie. Daarnaast geven leerkrachten aan nood te hebben aan technologische, didactisch-technologische, technologisch-vakinhoudelijke en ethische kennis. Vertrouwen in AI en transparantie over de werking en besluitvorming zijn essentieel voor leerkrachten om de technologie te aanvaarden. Tot slot benoemden respondenten aandachtspunten zoals verminderde sociale interactie, bezorgdheden rond schermlezen en het belang van menselijke betrokkenheid in het leerproces.

Deze bevindingen tonen aan hoe belangrijk het is om eye-tracking en op eye-tracking gebaseerde AI-technologie in het onderwijs op een manier te gebruiken die de leerkracht ondersteunt en niet vervangt. De technologie moet gebruiksvriendelijk en transparant zijn, maar vooral de professionele autonomie en didactische rol van de leerkracht versterken.
Meer lezen

Using Digital Trace Data to Generate Representative Estimates of Disease Prevalence [COVID-19 Infections] in Belgian Municipalities

KU Leuven
2023
Dishani
Sen
Is it possible to predict the area-level prevalence of COVID-19 infections in Belgium by
analyzing self-reported symptoms on Twitter? This research project is about generating
estimates of the incidence of COVID-19 infections, at the municipality level, by using
Multilevel Regression Post-Stratification (MrP) to account for sampling biases in the social
media sample. At first, tweets are obtained from users based on keywords derived from
previous research, e.g., tweets mentioning fever, cough, loss of taste, fatigue, etc. Then, key
demographic and geographical features of interest are extracted using the M3 deep learning
pipeline, as well as simple self-reported characteristics, effectively transforming the
unstructured twitter sample into a survey-like object. Finally, based on these demographic
features and census characteristics, a mixed effects logistic regression model with
post-stratification according to the Belgian census is proposed to forecast the number of
infected individuals on a particular day. This study intends to contribute to the proof of
concept of a complete end to end pipeline to perform real time predictions of disease
prevalence at a granular level in a population using social media data.
Meer lezen

Detectie van exoplaneten met spectrale waarnemingen van SPHERE/IFS. Een analyse en uitbreiding van directe en differentiële Beeldvormingstechnieken

KU Leuven
2023
David
Petit
Detectie van exoplaneten door middel van 1.) uitbreiding van Principal Component Analysis in Angular en Spectral Differential Imaging technieken en 2.) vooronderzoek naar de mitigatie van een onderdrukkend signaalartefact.
Meer lezen

The effect of the Dyslexie, Arial and Times New Roman font on reading speed, text comprehension and reader preference. A randomised within-subject experiment with dyslectic and nondyslectic readers.

Universiteit Gent
2021
Maya
Roels
In 2008, Christian Boer developed a font named “Dyslexie” which was designed to facilitate the reading process of people with dyslexia. The little amount of research that has been done on the impact of this font remains inconclusive. This investigation intends to gain a broader view on its impact by studying three factors of the reading process: reading speed, reading comprehension and reader preference. The Dyslexie font was compared with Times New Roman and Arial. The experiment was performed with 180 participants, both dyslectic and non-dyslectic. The results show that Dyslexie enhances the reading speed for all participants, however not significantly. Times New Roman showed the best reading comprehension while Arial was the most preferred font. The contradictory findings show that further interdisciplinary and detailed investigation on the influence of dyslexia is needed.
Meer lezen

Riglo - Improving Neuromuscular Monitoring

Vrije Universiteit Brussel
2020
Hugo
Carvalho
  • Michael
    Verdonck
  • Patrice
    Forget
  • Johan
    Berghmans
  • Lieselot
    Geerts
  • Wilfried
    Cools
De scriptie gaat over Neuromusculaire monitoring binnenin de anesthesie domein. Hiervoor werd een specifieke smartphone app ontwikkeld die de anesthesisten helpen om de spierslapte van patienten te meten tijdens een operatie. De scriptie houdt simultaan een meta-analyse (met analyse van confidence in network meta-analysis) van de effect van neuromusculaire monitoring in post-operatieve residuele paralyse, alsook een published enquete van de confidence van anesthesisten in mobile applications en peripherals voor anesthesie gebruik.
Meer lezen

Indoor Navigation by Centralized Tracking

Vrije Universiteit Brussel
2019
Maxim
Van de Wynckel
De thesis toont het concept van omgekeerde beacons voor navigatie binnenin een complex gebouw. Zowel het achterliggende protocol, configuratie en manier van navigatie worden in de thesis besproken.
Meer lezen

Impliciet of expliciet? Een oogbewegingsonderzoek naar de invloed van impliciete televisieadvertenties op visuele aandacht, attitude, recall en advertising avoidance

KU Leuven
2019
Daphné
Vermeiren
Deze masterproef doet onderzoek naar de invloed van impliciete en expliciete televisieadvertenties op visuele aandacht, attitude, recall en advertising avoidance. Door middel van een eyetrackingbril en een survey konden tegenstrijdige, maar ook bevestigende resultaten in lijn met voorgaand onderzoek gevonden worden.
Meer lezen

Ontwikkeling en pilootproject van een wachtsysteem voor palliatieve terminale patiënten in de eerste lijn, gebruikmakend van een nieuw multidisciplinair communicatie- platform: “het IRIS-project”

KU Leuven
2018
Sophie
Van Steenbergen
Pilootproject voor warme zorg op maat van de palliatieve thuispatiënt door gebruik te maken van een palliatief wachtsysteem in combinatie met een uniek multidisciplinair communicatieplatform.
Meer lezen

Karakterisering van een hogesnelheids-X-stralen beeldvormingsopstelling voor gebruik in tomografie

Universiteit Antwerpen
2018
Joaquim
Sanctorum
Een nieuwe opstelling om aan hoge snelheden X-stralen computertomografie te doen, wordt gekarakteriseerd. De ruimtelijke resolutie van het systeem en de geometrie worden afgeschat. Met behulp van laser doppler vibrometrie en marker tracking wordt de stabiliteit van het nieuw ontworpen draaiplatform getest. Aan de hand van simulaties worden fouten in de gereconstrueerde beelden opgespoord.
Meer lezen

ONTWERP EN BOUW VAN EEN ZONNECEL TESTOPSTELLING

Vrije Universiteit Brussel
2017
Tim
Spit
  • Niels
    Vedekens
Om beter inzicht te krijgen in de werking en de opbrengst van een klein zonnepaneel - of zelfs een zonnecel (de kleinste bouwsteen van een zonnepaneel) - is het vrij eenvoudig om een compacte testopstelling te bouwen. Het doel van zo een testopstelling is om de reeds bestaande bevindingen en studies over zonnecellen op een didactische wijze te visualiseren.
Meer lezen

Multitasking on the go: an observation study on the Brussels public transport

Vrije Universiteit Brussel
2016
Tan Dat
Ton
Nowadays, performing multitasking activities on the move has become more and more popular. Such propensity has increasingly attracted lots of attentions from scholars. In this streamline, the thesis is to explore how multitasking activities are performed in different modes of public transport (PT) in Brussels city, and whether they are affected by the demographics, distance and level of crowdedness factors. In addition, it looks into the way and how PT passengers interact with their information and communication technology (ICT) devices. Structured observation is used to conduct the survey of 1216 PT passengers (on bus, tram and metro) in May 2016. The result shows, on the one hand, that the length of the journey and demographics have significant impact on passengers’ decision to multitask. On the other hand, it proves that the frequency of using ICTs not only being influenced by demographics, but its relationship with the transport types is also moderated by crowdedness level. On top of that, a comparison with a previous study which adopted a different methodology but in the same context is conducted both to confirm the reliability and validity of this paper and to give an insight about Brussels public transport and its users’ multitasking tendency.
Meer lezen

An optical tracking system for the integration of input devices into head-mounted virtual reality environments using commodity hardware

Universiteit Hasselt
2016
Glenn
Bergmans
Het doel van deze thesis is het leveren van een trackingsysteem dat de gebruiker toelaat zijn invoerapparaat te tracken terwijl deze een head-mounted virtual reality display gebruikt.
De meeste huidige trackingsystemen maken gebruik van dure hardware, zijn beperkt tot één specifiek apparaat of kunnen de hoge framerate vereist voor virtual reality niet bijhouden.
Het trackingsysteem ontwikkeld in deze thesis tracht dit op te lossen met een infrarood stereo trackingsysteem gebruik makend van consumentenhardware, waarmee de gebruikers hun invoerapparaat terug kunnen vinden zonder de immersie te breken.
Meer lezen

Balancing Body and Mind: Importance of a balanced body and mind in eating behaviour

KU Leuven
2016
Herlinde
Aerts
Onderzoek naar de relatie tussen body-mind practice, intuïtief eetgedrag, body awareness en body responsiveness.
Meer lezen

Assessment of parental bonding in single- versus two-parent mouse pups

KU Leuven
2016
Yang
Yang
A secure attachment relationship in childhood is closely related to the development of an individual. Attachment to the father especially predicts children’s exploratory behavior. It is of importance to gain more insight into the role of father’s attachment in the cognitive development of the offspring. Experimental studies with laboratory mice are theoretically and practically feasible alternatives to study the attachment relationship and its outcomes in a more controlled manner. In this study, we aimed to investigate the social preference and exploratory tendency of C57BL/6 laboratory mice, and the effects of cohabitant father, mother sensitivity and age on social preference and exploratory tendency.
Three main research questions were formulated: (1) Do pups show a preference to the mother or the father in case they have a cohabitant father? (2) Do pups show a preference to the mother or to the outside cohabitant father in case they are tested with an outside cohabitant father? (3) Do pups show a preference to their own father or the outside cohabitant father in case they have a non-cohabitant father? In the meantime, the research questions also incorporated the effect of father cohabitation, mother sensitivity and age of the pups on the social preference and exploratory tendency of the pups. Three testing conditions were designed: mother vs. father, mother vs. other father and father vs. other father, to cover all planned comparisons. The social preference data was collected with the assistance of ANY-maze video tracking system.
The statistical results showed that pups preferred mother to father and outside cohabitant father, and pups in general showed equal preference to the father and the comparison father. However, pups with own non-cohabitant father preferred the outside cohabitant father to their own father. Father cohabitation effect was found to be significant in affecting the social preference and the exploratory tendency of the pups in all three conditions. Age was found significant in predicting the exploratory tendency of the pups in all three conditions, and sensitivity was found significantly predicting the exploratory tendency in mother vs. father condition and social preference significant in mother vs. other father condition.
Our results suggest that father cohabitation has a positive effect on the social preference of the pups to the father and the exploratory tendency of the pups. The study can be used as a prototype to study father attachment in laboratory mice.
Meer lezen

Een duurzaam wervingsmiddel van alle tijden, is dat mogelijk?

Arteveldehogeschool Gent
2016
Jana
Bostoen
Het ATS-systeem en zijn alternatieven kritisch bekeken in een zoektocht naar een duurzaam wervingsmiddel. Toegepast op stageplaats euro engineering.
Meer lezen

Actuated Ball Sports

Universiteit Hasselt
2015
Ben
Clerix
Bestuurbare ballen: een nieuwe evolutie in de sport?Stel je voor dat je aan het basketballen bent en je de bal net niet door de ring krijgt. Ongetwijfeld heb je dan wel eens gedacht dat je best wat extra hulp kon gebruiken om te scoren wanneer je tegenspeler veel groter is dan jezelf en dus gemakkelijker kan scoren. Een beetje hulp zou ervoor zorgen dat het spel vlotter verloopt. Dit is één van de mogelijkheden die we hebben onderzocht.ConceptWe hebben onderzocht of het mogelijk is om bestuurbare ballen te maken die het spel kunnen beïnvloeden.
Meer lezen

A comparison of two clinical correlation models for dynamic tumor tracking with a focus on geometrical accuracy

Vrije Universiteit Brussel
2014
Jennifer
Dhont


P { margin-bottom: 0.08in; }
Laat even je verbeelding de vrije loop. Vandaag ben jij radiotherapeut. Je weet dat je met behulp van ioniserende straling weefsel kan laten afsterven. Gezien zowel een kwaadaardige tumor als gezond weefsel kan aangetast worden, is het noodzakelijk dat de therapie met een hoge precisie wordt uitgevoerd. De locatie van de tumor moet perfect gekend zijn en de straling moet exact op die locatie invallen, nergens anders. Je zit aan je bureau in het ziekenhuis waar je te werk gesteld bent en een nieuwe patiënt komt binnen. Diagnose?
Meer lezen

Een C++-applicatie voor visualisatie en analyse van drumperformances

HOGENT
2013
Vincent
Baeten
Muziekschool 2.0Een muziekinstrument leren bespelen is een proces dat veel tijd en inspanning vraagt van de (aspirant)-muzikant. Door veel te oefenen zal de muzikant na verloop van tijd vlotter worden in het bespelen van het muziekinstrument. Vlotter betekent echter niet noodzakelijk beter. Om meester te worden over het instrument heeft de muzikant er nood aan om gewezen te worden op zijn fouten, maar ook op de zaken die hij goed doet (dit geldt immers voor alle leerprocessen in het leven).
Meer lezen

De Relatie tussen Appreciative Inquiry en Bevlogenheid Verklaard vanuit de Psychologische Basisbehoeften

Andere
2013
Bert
Verleysen
Verbinden en waarderen op de werkvloer als hefboom voor meer bevlogenheid. Binnen de hedendaagse economische situatie is het belangrijk dat bedrijven het verschil kunnen maken. Bedrijven moeten excelleren en floreren! Met de regelmaat van de klok worden hiertoe nieuwe methodes ontwikkeld. Appreciative Inquiry (AI) is een methodiek die opgang maakt en overigens succesvol blijkt. Maar, wat maakt dat AI erin slaagt om organisaties te laten floreren?
Meer lezen

De visuele impact en de inpasbaarheid van windturbines in het Oost-Vlaamse landschap, gebruik makend van eye tracking

Universiteit Gent
2013
Fanny
Van den Haute
De visuele impact van windturbinesWindturbines zijn vaak van heinde en ver zichtbaar. Door de recente stijging van de energieprijzen en de vraag naar alternatieve energiebronnen in de strijd tegen de klimaatsveranderingen komt het gebruik van windenergie in Vlaanderen in een stroomversnelling. Volgens beleidsdocumenten is het noodzakelijk om windturbines ‘zorgvuldig in te passen in het landschap’. Meestal weet men echter niet hoe dit geïnterpreteerd moet worden.
Meer lezen

Eye-tracking in communicatie-onderzoek: het effect van gaze cueing in presentaties

Thomas More Hogeschool
2013
Katia
Kishchenko
Zegt een blik echt meer dan woorden?Op elk moment van de dag overladen ontelbare zintuiglijke prikkels ons brein: beelden, geluiden, geuren. Om niet te verdrinken in deze vloedgolf aan informatie interpreteren onze hersenen bepaalde elementen uit de omgeving als aanwijzingen of ‘cues’, die aangeven waarop we onze aandacht moeten vestigen en wat we kunnen negeren. In haar scriptie onderzoekt Masterstudente meertalige communicatie Katia Kishchenko of en hoe een spreker tijdens een presentatie dergelijke cues doelbewust kan gebruiken om de aandacht van het publiek te beïnvloeden.
Meer lezen

Understanding of actions with an inferable functional outcome level in young typically developing children: an eyetracking study

KU Leuven
2012
Lise
Van Schuerbeeck
  • Goele
    Kuipers
Door de ogen van een kind…De omgang met anderen is voor de meeste mensen eenvoudig. Zonder veel nadenken reageer je op wat iemand anders doet. Wanneer je bijvoorbeeld jouw vriend zijn jas ziet aandoen, veronderstel je dat hij weg gaat. Je voorspelt dat hij zal verdwijnen en daardoor kan je op tijd ‘dag’ zeggen. Kortom, doordat je de handelingen van anderen herkent en begrijpt ben je in staat je te gedragen als een sociaal wezen. Volwassenen begrijpen en voorspellen wat anderen doen doordat ze putten uit hun eigen rijke ervaring.
Meer lezen

Moderne Navigatie. De beste stuurlui staan aan wal. Fictie of realiteit?

Antwerp Maritime Academy
2008
Rob
Follon
Moderne Navigatie
De beste stuurlui staan aan wal. Fictie of Realiteit?
 
Iedereen kent wel de uitdrukking ‘de beste stuurlui staan aan wal’. Maar in deze verhandeling gaat het niet zozeer om de figuurlijke, dan wel om de letterlijke betekenis van het spreekwoord.
In een tijd waarin talloze werkprocessen computergestuurd worden en zowat alles van op afstand bediend kan worden, kan men zich inderdaad afvragen hoever we nog verwijderd zijn van het ogenblik dat ook zeeschepen van aan wal zullen bestuurd worden.
Meer lezen

Dynamic Event Positioning using Wireless Sensor Networks

AP Hogeschool Antwerpen
2008
Man Hung
Wong
 
Dynamic Event Positioning using Wireless Sensor Networks
Website: http://www.kennywong.co.cc/

 

 
Titel: Hoe bereik ik mijn locatie zonder hulp van GPS?
 
 
 
Inleiding
 
Technologieën maken ons dagelijkse leven comfortabeler dan ooit. Niet zo lang geleden kwamen de wetenschappers op het idee om een draadloze communicatie te ontwerpen. Denk aan de GSM(Global System for Mobile communications) die ons meer vrijheid geeft dan de vaste telefoon. We kunnen onze vrienden en familie contacteren waar we willen en wanneer we willen.
Meer lezen