Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

“Making meaning out of bodily sense” - Een onderzoek naar de documentaire films van Werner Herzog aan de hand van een fenomenologische benadering van de filmervaring

Universiteit Gent
2016
Stephanie
Van Aken
Een onderzoek naar de documentaire films van Werner Herzog aan de hand van een fenomenologische benadering van de filmervaring.
Meer lezen

Expression and study of the stability of a bacterial lytic polysaccharide monooxygenase

Universiteit Gent
2016
Matthias
Last
  • Magali
    Tanghe
Een studie rond de expressie en de stabiliteit van een LPMO. Het beoogde doel is het stabiliseren van het enzym, teneinde het gebruik in enzymmixen voor cellulose afbraak tot fermenteerbare suikereenheden. Zodanig kan cellulose gebruikt worden als hernieuwbare grondstof.
Meer lezen

Eat your best, look your best: Evolutionaire (de)motivatie voor de consumptie van milieuvriendelijke voedseltrends.

Universiteit Gent
2016
Jolien
Vandenbroele
Hoewel er tegenwoordig een ruim assortiment is aan nieuwe en duurzame alternatieven voor vleesconsumptie, blijkt dit bij de consument (nog) niet altijd aan te slaan. Deze scriptie gaat dieper in op onderliggende motieven voor het voorzichtig zijn met onbekend voedsel: food neophobia en onze drijfveer om ziektes te vermijden.
Meer lezen

Multicolumn adsorption for the vapor phase recovery of acetone-butanol-ethanol fermentation products

Vrije Universiteit Brussel
2016
Benjamin
Claessens
Het onderzoek uitgevoerd voor deze thesis omvatte de ontwikkeling van een nieuw scheidingsproces voor de zuivering van biobutanol uit een dampfase mengsel. Verschillende adsorptiekolommen werden gecombineerd in één proces. Een theoretisch wiskundig model werd ontwikkeld voor de beschrijving van deze systemen en verschillende systemen werden experimenteel getest.
Meer lezen

Computational Fluid Dynamics (CFD) of Turbulent Flows: Direct Numerical Simulation and Large Eddy Simulation

Universiteit Gent
2016
Pieter
Plehiers
In deze thesis is de stroming onderzocht in twee verschillende industriële toepassingen met als doel de efficiëntie ervan te verbeteren. In stoomkraken wordt het effect van het profiel van de buizen om de vorming van cokes onderzocht. In het gebied van gas ontwatering wordt een nieuw apparaat verder geoptimaliseerd op basis van numerieke simulaties in 2 en 3 dimensies.
Meer lezen

Beeldgebruik in de mediaberichtgeving over terreurgroep IS

Vrije Universiteit Brussel
2016
Rani
Decock
Het is een kwantitatieve inhoudsanalyse van nieuwsfoto’s in de mediaberichtgeving over terreurgroep Islamitische Staat, verschenen op de website van De Morgen en Het Laatste Nieuws gedurende 1 jaar.
Meer lezen

Democratie en het internet. De invloed van gepersonaliseerde zoekresultaten op het democratisch denken bij studenten. Case: Google

Vrije Universiteit Brussel
2016
Jana
Cornelis
Een onderzoek naar hoe de gepersonaliseerde zoekresultaten van Google, gebaseerd op je online profiel, ervoor zorgen dat mensen terecht komen in een 'filter bubble'. Ze krijgen vaker informatie te zien die aansluit bij hun huidig denkpatroon en worden steeds minder uitgedaagd kritisch te denken. Ook voor het opzoeken van politieke thema's kunnen de gepersonaliseerde zoekresultaten zorgen voor een eenzijdige informatiestroom.
Meer lezen

The aftermath of a dark past. Forensic archaeology and memorialization of the 1994 Genocide against the Tutsi.

KU Leuven
2016
Lies
Verlinden
Deze masterthesis behandelt twee aspecten van het transitionele justitie- en verzoeningsproces: enerzijds de forensische archeologie, haar technieken, toepassing en belang voor internationale strafhoven zoals het ICTY en het ICTR, en anderzijds de inspanningen om gebeurtenissen te memorialiseren, en hun impact op de gemeenschap. Beide onderdelen worden benaderd vanuit een algemeen oogpunt via een theoretisch kader dat telkens toegepast kan worden op de gekozen case study, namelijk de genocide tegen de Tutsi in Rwanda uit 1994.
Meer lezen

Study of Early Afterdepolarizations in an anatomically correct model of the human ventricles in 3D.

Universiteit Gent
2016
Enid
Van Nieuwenhuyse
  • Dr. Nele
    Vandersickel
Onderzoek naar de invloed van vroegtijdige depolarisaties op de patroonvorming van de excitatiegolf van het hart. Classificatie van meerdere patronen. Linken met ECGs van de dodelijke hartritmestoornis Torsades de pointes.
Meer lezen

Een kwalitatieve studie naar de betekenissen die wensouders construeren rond hun (toekomstige) donor

Universiteit Gent
2016
Marjoleine
De Clercq
In deze studie werden op basis van een grondige analyse van tien koppelinterviews, elf thema's gevonden die een antwoord kunnen zijn op de vraag welke betekenissen koppels geven aan hun sperma- of eiceldonor.
Meer lezen

Extrapolation of the Solar Coronal Magnetic Field by Means of an Optimization Method

KU Leuven
2016
Nicolas
Wijsen
In deze scriptie wordt een methode bestudeerd om het magnetisch veld in de atmosfeer van de zon, i.e. de corona, te bepalen. Dit magnetisch veld veroorzaakt zonne-uitbarstingen die, wanneer ze gericht zijn naar de aarde, grote schade kunnen aanrichten aan onze sattelieten en andere technologie op aarde.
Meer lezen

L’interprétation orale et gestuelle: étude comparative bakerienne de deux types d’interprétation

Universiteit Gent
2016
Annelies
Baekelandt
Deze scriptie tracht de kloof tussen gebarentolken en mondeling tolken wat te dichten aan de hand van een onderzoek volgens onderzoekster Mona Baker. Naar haar voorbeeld vergelijkt deze thesis de output van twee tolkcorpora, namelijk een corpus Frans-Nederlands en een corpus Vlaamse Gebarentaal-Nederlands. In het eigenlijke onderzoek van de scriptie worden verschillen in lexicale diversiteit enerzijds en lexicale densiteit anderzijds tussen beide Nederlandstalige variëteiten onder de loep genomen.
Meer lezen

Het effect van oude tv-programma’s op de mate van de televisiebeleving. Een experiment bij personen met een lichte vorm van dementie

KU Leuven
2016
Kristien
De Schepper
Het aantal personen met dementie zal de komende jaren exponentieel toenemen. Ongeveer 35% van hen komt in een woonzorgcentrum terecht en verblijft daar tot aan het overlijden. In woonzorgcentra worden regelmatig activiteiten georganiseerd, maar er wordt ook vaak teruggegrepen naar de tv om de bewoners bezig te houden. Er is reeds onderzoek gebeurd naar de capaciteit van personen met dementie om naar tv te kijken. Daarnaast werd meermaals aangetoond dat oude voorwerpen, oude muziek,... personen met dementie kunnen helpen met het ophalen van herinneringen en dat dit een positieve invloed kan hebben op hun levenskwaliteit. In dit onderzoek werd getracht het huidige onderzoek een andere richting in te sturen en na te gaan wat het effect is van oude tv-programma’s op de televisiebeleving van personen met een lichte vorm dementie.
Er werd een experiment uitgevoerd bij twaalf personen met een lichte vorm van dementie, verspreid over drie Leuvense woonzorgcentra. Televisiebeleving werd gemeten aan de hand van de aandacht en emoties (commentaar geven op de inhoud, lachen, glimlachen en reageren op muziek) tijdens het kijken. Er werd een vergelijking gemaakt van de aandacht en emoties tijdens een oud- en tijdens een recent tv-programma.
Personen met dementie bleken significant meer zonder afleiding te kijken naar een oud tv-programma dan naar een recent tv-programma. Bovendien werd er significant meer commentaar gegeven op de inhoud en lachten de proefpersonen significant meer tijdens een oud- dan tijdens een recent tv-programma.
De resultaten tonen aan dat oude televisiecontent een positieve invloed kan hebben op personen met dementie. Dit onderzoek was slechts een eerste stap in de goede richting. Toekomstige onderzoekers kunnen dit experiment op grotere schaal uitvoeren. Een volgende stap is dat het tonen van oude tv-programma’s geïntegreerd wordt in de dagelijkse zorg binnen woonzorgcentra.
Meer lezen

Perceptie van huisartsen over hun huidige en toekomstige rol in het beleid bij hartfalenpatiënten: Een kwalitatieve studie.

KU Leuven
2016
Sofia
Zervas
  • Hanne
    Leben
Alhoewel richtlijnen een multidisciplinaire omkadering van hartfalenpatiënten aanraden, blijft de zorg in Vlaanderen gefragmenteerd met een onduidelijke rolverdeling voor de verschillende zorgverleners. Deze masterthesis is een kwalitatief onderzoek naar de rol van de huisarts in het beleid bij chronisch hartfalen. De belangrijkste bevinding is dat huisartsen kiezen voor een holistische en flexibele zorg, waarin voor hen een centrale rol is weggelegd.
Meer lezen

Maurice Joostens en het Bokserprotocol. Marionet op het diplomatieke theater?

KU Leuven
2016
Gert
Huskens
In dit onderzoek staat centraal in welke mate en op welke manier Belgisch diplomaat Maurice Joostens een invloed uitoefende op het Belgische buitenlandse beleid tijdens de Conferentie van Peking die plaatsvond na afloop van de Bokseropstand.
Meer lezen

Over grenzen, randen en stromingen

Universiteit Hasselt
2016
Lize
Vanhoof
Water is een woord dat veel inhoud heeft. In mijn onderzoek staat water als metafoor voor macht en angst. Dit zijn twee begrippen waartussen een soort van spanningsveld heerst. De macht die water heeft om zowel je leven te stelen alsook te schenken wakkert een duister dubbel gevoel aan, een gevoel dat ik de mensen wil bij brengen in een boeiend combinatie van tekst en beeld.
Meer lezen

Sociaal Werk? - Een filosofische zoektocht naar de (on)mogelijkheid van hedendaagse hulpverlening

Hogeschool VIVES
2016
Jonas
Vanbrabant
In mijn scriptie ga ik uit van 'de mens' in de rol van hulpverlener of -vrager binnen de maatschappelijke context. Ik onderscheid drie mensbeelden; economisch, biologisch en relationeel. De dominantie van de twee eerstgenoemde op de laatste is daarbij een hindernis voor hedendaagse hulpverlening.
Meer lezen

The effect of water addition on crack formation in inorganic polymer cement from Ca-Fe-Al-silicate glass

KU Leuven
2016
Glenn
Beersaerts
Indien de activator, een alkali oplossing, wordt verandert door de water ratio te veranderen worden anorganische polymeren ontwikkeld met verschillende eigenschappen. Dit verschil in eigenschappen beïnvloed de hoeveelheid krimp en en vorming van scheuren. Hierdoor kan de drijvende kracht achter de vorming van krimp en scheuren onderzocht en verklaard worden.
Meer lezen

Kan men bloemen kweken in de hel? De Belgische kunsthandel tijdens de Eerste Wereldoorlog

KU Leuven
2016
Alexia
Coussement
Genomineerde shortlist Scriptieprijs 100 Jaar Groote Oorlog
De studie gaat na hoe de Belgische kunsthandel zich tijdens de Eerste Wereldoorlog handhaafde. De verschillende oorzaken voor de heropleving van de kunsthandel worden hierbij stelselmatig toegelicht.
Meer lezen

Humaan Leukocyten Antigeen-B27

Thomas More Hogeschool
2016
Cato
Jacobs
In de scriptie wordt een vergelijking gemaakt tussen de bepaling van HLA-B27 via een flowcytometrische en een moleculaire methode. Aan de hand van een validatie wordt nagegaan of de bepaling zijn intrede kan doen in het laboratorium.
Meer lezen

Vermaatschappelijking van de zorg binnen de integrale jeugdhulp: Effectiviteit van familienetwerkberaden

KU Leuven
2016
Jana
Tegethoff
Het familienetwerkberaad is een methodiek in de jeugdhulp die bijdraagt aan het versterken van sociale netwerken. Een familienetwerkberaad is een overleg tussen de cliënt, de familieleden, vrienden, andere belangrijke personen voor het gezin en één of meer zorgverleners, met als doel de krachtbronnen en mogelijkheden van het netwerk in kaart te brengen.
In deze scriptie wordt de effectiviteit van het familienetwerkberaad onderzocht.
Meer lezen

Europese verbeelding van kannibalisme in de Nieuwe Wereld

KU Leuven
2016
Stéphanie
Van den Eynde
Deze thesis onderzoekt de conceptualisering van de indiaan als kannibaal in prenten uit de periode 1505/1506 tot 1666. Het onderwerp is de manier waarop de indiaan steeds weer volgens West-Europese preconcepties als de 'barbaarse' en 'primitieve' Ander, de slager-kannibaal, wordt 'uitgevonden'. Het is de bedoeling een aantal paradigmashifts te onderkennen in de wijze waarop de West-Europeaan de antropofage indiaan voortdurend aan zijn eigen wereldbeeld aanpast.
Meer lezen

Gedragskarakteristieken van breekplaten bij laserablatie

KU Leuven
2016
Siebe
Van Thienen
Genomineerde longlist mtech+prijs
Verbeteren en verhogen van de efficiëntie bij de huidige breekplaat voor zoutwatertoepassingen. Uitgebreid met een statistisch model dat voorspellingen maakt op basis van data science.
Meer lezen

LSU-peptiden en hun cruciale rol als regulatorische hubs tijdens de stressrespons van Arabidopsis thaliana

KU Leuven
2016
Hanne
Claessen
  • Barbara
    De Coninck
Deze masterthesis zet verdere stappen in het onderzoek naar de functie van de LSU-peptiden in Arabidopsis thaliana. Deze genen hebben een mogelijke rol in de immuunrespons van planten of het energiemetabolisme en zouden belangrijke toepassingen kunnen bieden in de gewasverbetering.
Meer lezen

De selectieve synthese van vloeibare alkanen uit hout

KU Leuven
2016
Guillaume
Cavents
  • Aron
    Deneyer
Genomineerde longlist mtech+prijs
Onderzoek naar de synthese van nafta uit biomassa, meer specifiek hout, via een aan het COK ontwikkeld proces. Verschillende substraat eigenschappen werden hiertoe geëvalueerd en een optimale procedure voor totale hout valorisatie werd opgesteld.
Meer lezen

De architect en het bouwteam. Dringt een nieuwe rol voor de architect zich op?

Universiteit Gent
2016
Lorenzo
Van Tornhaut
De scriptie onderzoekt de noodzaak naar een nieuwe, moderne, invulling van het beroep architect in Vlaanderen, in het licht van een toenemende bedrijfseconomische en inhoudelijke druk.
Meer lezen

(Samen) Online Ziek; Een exploratief onderzoek naar de manier waarop het geconfronteerd worden met reumatische aandoeningen betekenis krijgt, gerelateerd aan sociale-media-ervaringen

Universiteit Gent
2016
Tom
Van Ransbeeck
Genomineerde shortlist Klasseprijs
Een diepgaande analyse van de processen die ertoe leiden dat mensen door online participatie in staat worden gesteld om hun eigen reumatische aandoening succesvol een plaats te geven in hun leven.
Meer lezen

Crisismanagement en de ramp in Fukushima: de invloed van het ‘Nuclear Village’

KU Leuven
2016
Kelly
Knapen
Crisis Management and the Fukushima Daiichi Nuclear disaster
The influence of the Nuclear Village
Kelly Knapen


The triple meltdown in the Fukushima daiichi nuclear power plant on the 11th of March 2011 has been coined the second worst nuclear disaster since Tsjernobyl. It created a shockwave through the world. Concerns about the safety of this energy source rose to new heights. Voices arose to completely step away from nuclear energy altogether. In Japan this became very apparent. The government experienced massive waves of criticism. Mainly on the way they handled the crisis. This dissertation looked deeper into the crisis management regarding the Fukushima Daiichi nuclear disaster and investigated whether this was effective or not. Secondly this research concentrated on the reasons behind the failures of the crisis management, mainly concentrating on the influence of the Nuclear Village and what effect this had on the crisis management itself.
To achieve this, this dissertation first looked deeper into the legal framework surrounding crisis management in Japan to investigate whether two important aspects of crisis management were covered namely those of preparation and prevention. Secondly it used the reports of the ‘Fukushima Nuclear Accident Independent Investigation Commission’ of the National Diet of Japan and ‘The Independent Investigation committee on the Fukushima Nuclear Accident’ to look deeper into the immediate crisis respons and looked whether the three important elements of communication, cooperation and leadership were present. Lastly, by using the theory of George Stigler on ‘Regulatory Capture’ and the more concrete studie on the ‘Nuclear Village’ of Kainuma (開沼) and Kingston, this dissertation formed its conclusion on the reason behind the problems regarding crisis management in Japan and its effectiveness.
Out of this research it became apparent that there were serious problems concerning the crisis management of the Fukushima nuclear accident. It became clear that nuclear safety was not ensured. The government did not learn the necessary lessons from the two severe incidents that occurred before the disaster in Fukushima, which should have served as a wake-up call. During the crisis at the Fukushima Daiichi nuclear power plant, the main players in crisis management distrusted each other, which lead to a general lack of cooperation, communication and leadership. Although this was a period of crisis, where no one acts perfectly according to plan, this research made clear that the influence of TEPCO on the different players was a major factor in the failure of the crisis management concerning the nuclear disaster at the Fukushima Daiichi nuclear power plant.
This crisis eventually led to a structural reform of crisis management in Japan. This can certainly be called a big step forward. However regarding the nature of the Nuclear Village, as a deeply-enrooted system, a reform alone may not be enough. On this part more research is definitely needed.
 
Meer lezen

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Odisee Hogeschool
2016
Karolien
Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.
Meer lezen

De comfortroom in de GGZ: de ervaringen en beleving van jongeren

Universiteit Gent
2016
Jotte
Willem
In dit masterproefonderzoek werden de ervaringen en beleving van jongeren die opgenomen zijn in een psychiatrische setting onderzocht. De comfortroom is een prettig ingerichte kamer, waar de jongeren tot rust kunnen komen voor of na een crisis.
Meer lezen