Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Secundaire traumatisering

Karel de Grote Hogeschool
2016
Elise
Lybaert
Secundaire traumatisering is een nog eerder ongekend beroepsrisico in de hulpverleningswereld. Desondanks worden er jaarlijks verschillende hulpverleners slachtoffer van secundaire traumatisering en voelen ze zich vaak onbegrepen omdat er nog maar weinig informatie over bestaat. In mijn eindwerk ging ik op zoek naar mogelijke preventieve maatregelen die ziekenhuizen kunnen treffen om secundaire traumatisering te voorkomen.
Meer lezen

Artikel 2279 Burgerlijk Wetboek en de nieuwe Pandwet

KU Leuven
2016
Julie
De Meester
De masterscriptie onderzoekt wat de invloed is van de nieuwe Pandwet op de traditionele werking van artikel 2279 Burgerlijk Wetboek.
Meer lezen

Beeldgebruik in de mediaberichtgeving over terreurgroep IS

Vrije Universiteit Brussel
2016
Rani
Decock
Het is een kwantitatieve inhoudsanalyse van nieuwsfoto’s in de mediaberichtgeving over terreurgroep Islamitische Staat, verschenen op de website van De Morgen en Het Laatste Nieuws gedurende 1 jaar.
Meer lezen

The aftermath of a dark past. Forensic archaeology and memorialization of the 1994 Genocide against the Tutsi.

KU Leuven
2016
Lies
Verlinden
Deze masterthesis behandelt twee aspecten van het transitionele justitie- en verzoeningsproces: enerzijds de forensische archeologie, haar technieken, toepassing en belang voor internationale strafhoven zoals het ICTY en het ICTR, en anderzijds de inspanningen om gebeurtenissen te memorialiseren, en hun impact op de gemeenschap. Beide onderdelen worden benaderd vanuit een algemeen oogpunt via een theoretisch kader dat telkens toegepast kan worden op de gekozen case study, namelijk de genocide tegen de Tutsi in Rwanda uit 1994.
Meer lezen

Van Voervynsteren tot Vleeshuys - Open en gesloten deuren voor vrouwen in de laatmiddeleeuwse Leuvense ambachtenwereld

KU Leuven
2016
Nena
Vandeweerdt
Mijn scriptie handelt over de posities die vrouwen in de Leuvense ambachtenwereld konden innemen doorheen de vijftiende eeuw.
Meer lezen

Tussen Erfharungsraum & Erwartungshorizont

KU Leuven
2016
Eva
Neefs
Het medium van film en het medium ‘architectuur’ zijn nauwer verwant dan aanvankelijk wordt gedacht. In dit werk beschrijf ik de spanningsopbouw in het werk van David Lynch in verband met de architectuur die eraan gelinkt is. Aan de hand van een terminologie die ik opbouw in het witte, theoretische boek, pas ik die toe in het zwarte, beeldende boek. Ik beschrijf het Huiselijk Theater voor het Huiselijk Drama aan de hand van het Déjà-vu, het Melodramatisch Object en het Portaal. De spanningsopbouw van een verhaal wordt mijn inspiratie voor de spanningsopbouw in mijn eigen architecturaal ontwerp. De aanzet van dat architecturaal ontwerp is te zien in het zwarte boek.
Meer lezen

Study of Early Afterdepolarizations in an anatomically correct model of the human ventricles in 3D.

Universiteit Gent
2016
Enid
Van Nieuwenhuyse
  • Dr. Nele
    Vandersickel
Onderzoek naar de invloed van vroegtijdige depolarisaties op de patroonvorming van de excitatiegolf van het hart. Classificatie van meerdere patronen. Linken met ECGs van de dodelijke hartritmestoornis Torsades de pointes.
Meer lezen

Doorbreek de cirkel: de rol van de hulpverlening bij intrafamiliaal geweld in Gent

HOGENT
2016
Yelien
Parewyck
In mijn scriptie ga ik op zoek naar een definitie voor intrafamiliaal geweld, de tendensen en wat de rol van de hulpverlening is bij deze complexe problematiek. Ik bekijk daarin specifiek de rol van de hulpverlening in Gent.
Meer lezen

De invloed van de Ice Bucket Challenge op de steun aan ALS-patiënten bij jongvolwassenen: een toepassing van het Prototype Willingness Model.

Universiteit Antwerpen
2016
Charlotte
Van Ballart
De ALS Ice Bucket Challenge was een succesvolle campagne die een impact heeft gehad op het maatschappelijke bewustzijn en de steun aan ALS-patiënten. Deze studie paste het Prototype Willingness Model toe om te kunnen onderzoeken hoe en wanneer de blootstelling aan online video’s van de ALS Ice Bucket Challenge een invloed heeft gehad op de bereidheid om ALS-patiënten te steunen bij jongvolwassenen.
Meer lezen

Sociale media tijdens selectieprocedure.s Informatiebronnen versus verificatiebronnen en de invloed van kwaliteit en hoeveelheid gepresenteerde informatie.

KU Leuven
2016
Stephanie
Schellens
In deze masterproef werd de invloed van sociale media tijdens selectieprocedures nagegaan. Uit de verschillende analyses bleek dat het beschikken over een uitgebreid LinkedIn-profiel voor positieve resultaten kan zorgen tijdens het sollicitatieproces. Daarnaast zou ook het bestuderen van de sociale media voor het jobinterview een positievere invloed hebben op het proces dan wanneer dit na het jobinterview zou plaatsvinden.
Meer lezen

Een kwalitatieve studie naar de betekenissen die wensouders construeren rond hun (toekomstige) donor

Universiteit Gent
2016
Marjoleine
De Clercq
In deze studie werden op basis van een grondige analyse van tien koppelinterviews, elf thema's gevonden die een antwoord kunnen zijn op de vraag welke betekenissen koppels geven aan hun sperma- of eiceldonor.
Meer lezen

Seksueel geweld tegen vrouwen in gewapende conflicten: een onderzoek naar de oorzaken van straffeloosheid

KU Leuven
2016
Làzarie
Eeckeloo
Seksueel geweld in oorlogstijd komt op grote schaal voor. Toch worden daders daarvoor zelden gestraft. Hoe komt dat? Zijn vrouwen wettelijk voldoende beschermd tegen seksueel geweld? En kan die bescherming voldoende afgedwongen worden?
Meer lezen

Extrapolation of the Solar Coronal Magnetic Field by Means of an Optimization Method

KU Leuven
2016
Nicolas
Wijsen
In deze scriptie wordt een methode bestudeerd om het magnetisch veld in de atmosfeer van de zon, i.e. de corona, te bepalen. Dit magnetisch veld veroorzaakt zonne-uitbarstingen die, wanneer ze gericht zijn naar de aarde, grote schade kunnen aanrichten aan onze sattelieten en andere technologie op aarde.
Meer lezen

N-Acetyltaurine: a novel urinary alcoholmarker

Universiteit Gent
2016
Sofie
Rutjens
Ontwikkeling van een analytische methode voor het opsporen van N-acetyltaurine in een urine, een merker die de inname van alcohol aantoont.
Meer lezen

Van Opstandeling tot Stadsmagistraat. Verenigingen en de socio-politieke rol van haar leden: een vergelijkende studie tussen de Romeinse collegia en de 14de eeuwse ambachten in Ieper, Gent en Brugge

Universiteit Gent
2016
Fons
Verheyde
Een vergelijkende studie die de politieke rol van verenigingen onderzoekt in de leefwereld van Rome (1ste eeuw v.C. - 3de eeuw n.C.) en Vlaanderen (14de eeuw).
Meer lezen

Het pythagorasgetal van enkele commutatieve ringen

Universiteit Antwerpen
2016
Nicolas
Daans
Geeft uitgaande van een basiskennis algebra een overzicht van de bekendste resultaten over het pythagorasgetal van commutatieve ringen die geen lichamen zijn, vertrekkend van de vierkwadratenstelling van Lagrange en eindigend bij enkele stellingen van de laatste jaren. Tussendoor worden veel voorbeelden en tegenvoorbeelden gegeven.
Meer lezen

"Cultuurhuizen voor de moderne grootstad?" Kaaitheater, Kunstenfestivaldesarts en de allochtone 'meerderheid' in Brussel.

Universiteit Gent
2016
Trijn
Blondé
In mijn scriptie onderzocht ik de diversiteit binnen het publiek in de cultuursector. Ik focuste me voornamelijk op nieuwkomers van Arabische en Afrikaanse origine. Hiervoor heb ik als casussen volgende cultuurhuizen van naderbij bestudeerd: het Kaaitheater en het Kunstenfestivaldesarts.
Meer lezen

Maurice Joostens en het Bokserprotocol. Marionet op het diplomatieke theater?

KU Leuven
2016
Gert
Huskens
In dit onderzoek staat centraal in welke mate en op welke manier Belgisch diplomaat Maurice Joostens een invloed uitoefende op het Belgische buitenlandse beleid tijdens de Conferentie van Peking die plaatsvond na afloop van de Bokseropstand.
Meer lezen

Le témoin du témoin : Armand Lanoux face à Roland Dorgelès. Analyse d’Adieu la vie, adieu l’amour d’Armand Lanoux

Universiteit Antwerpen
2016
Anne
Scheijnen
Adieu la vie, adieu l'amour van Armand Lanoux heeft een bijzonder hoofdpersonage: collega-schrijver Roland Dorgelès. Gebaseerd op de (toen nog onuitgegeven) oorlogscorrespondentie van deze laatste baseert Lanoux een werk dat zich op het kruispunt van verschillende genres bevindt. Lanoux tast de grenzen van feit en fictie af.
Meer lezen

De invloed van persoonlijkheid op de ontwikkeling van kinderen en jongeren met autismespectrumstoornis

Universiteit Gent
2016
Jitske
Clarysse
De samenhang tussen persoonlijkheid en symptomen bij kinderen en jongeren met autismespectrumstoornis werd gemeten aan de hand van vragenlijstonderzoek over een periode van drie jaar.
Meer lezen

Ouderparticipatie op de afdeling Neonataal Intensieve Zorgen: Ontwikkeling van een mobiele applicatie voor het UZ Gent

Odisee Hogeschool
2016
Emillie
Holvoet
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Ouders van wie hun kind is opgenomen op de neonataal intensieve zorgen afdeling zijn vaak onzeker en trekken zich hierdoor soms terug in de zorg over hun kind. Voldoende informatie en begeleiding stimuleert hen om te participeren in de zorg. Op basis van deze bevinding werd een prototype van een applicatie ontwikkeld die informatie weergeeft, specifiek voor de situatie van de ouder en hun kind.
Meer lezen

Humaan Leukocyten Antigeen-B27

Thomas More Hogeschool
2016
Cato
Jacobs
In de scriptie wordt een vergelijking gemaakt tussen de bepaling van HLA-B27 via een flowcytometrische en een moleculaire methode. Aan de hand van een validatie wordt nagegaan of de bepaling zijn intrede kan doen in het laboratorium.
Meer lezen

Transgender and gender-nonconforming persons and sexual risk: a critical review of 10 years of literature from a feminist intersectional perspective

Universiteit Gent
2016
Judith
Van Schuylenbergh
Seksueel risicogedrag en de prevalentie van HIV en andere SOA blijken zeer hoog te zijn onder transgender en gender-nonconforme personen. Een feministisch perspectief dat focust op intersectionaliteit (kruispuntdenken) wordt gehanteerd om de huidige literatuur rond dit onderwerp kritisch door te lichten. Centraal hierin staan discriminatie en stigmatisering van transpersonen.
Meer lezen

Vermaatschappelijking van de zorg binnen de integrale jeugdhulp: Effectiviteit van familienetwerkberaden

KU Leuven
2016
Jana
Tegethoff
Het familienetwerkberaad is een methodiek in de jeugdhulp die bijdraagt aan het versterken van sociale netwerken. Een familienetwerkberaad is een overleg tussen de cliënt, de familieleden, vrienden, andere belangrijke personen voor het gezin en één of meer zorgverleners, met als doel de krachtbronnen en mogelijkheden van het netwerk in kaart te brengen.
In deze scriptie wordt de effectiviteit van het familienetwerkberaad onderzocht.
Meer lezen

Europese verbeelding van kannibalisme in de Nieuwe Wereld

KU Leuven
2016
Stéphanie
Van den Eynde
Deze thesis onderzoekt de conceptualisering van de indiaan als kannibaal in prenten uit de periode 1505/1506 tot 1666. Het onderwerp is de manier waarop de indiaan steeds weer volgens West-Europese preconcepties als de 'barbaarse' en 'primitieve' Ander, de slager-kannibaal, wordt 'uitgevonden'. Het is de bedoeling een aantal paradigmashifts te onderkennen in de wijze waarop de West-Europeaan de antropofage indiaan voortdurend aan zijn eigen wereldbeeld aanpast.
Meer lezen

Gedragskarakteristieken van breekplaten bij laserablatie

KU Leuven
2016
Siebe
Van Thienen
Genomineerde longlist mtech+prijs
Verbeteren en verhogen van de efficiëntie bij de huidige breekplaat voor zoutwatertoepassingen. Uitgebreid met een statistisch model dat voorspellingen maakt op basis van data science.
Meer lezen

Het welbevinden van de jongste kleuters tijdens de middagpauze in het kleuteronderwijs

Universiteit Gent
2016
Imke
Kint
Genomineerde shortlist Klasseprijs
Hoewel de laatste jaren veel aandacht uitgaat naar de kwaliteit van voorzieningen voor jonge kinderen, is de middagpauze in het kleuteronderwijs een onderwerp dat vaak onderbelicht blijft. De scriptie ging na hoe het met de jongste kleuters (2,5 – 3 jaar) gaat tijdens de middagpauze. Niet voor elke kleuter verloopt de overgang om op school te blijven eten altijd even vlot.
Meer lezen

Crisismanagement en de ramp in Fukushima: de invloed van het ‘Nuclear Village’

KU Leuven
2016
Kelly
Knapen
Crisis Management and the Fukushima Daiichi Nuclear disaster
The influence of the Nuclear Village
Kelly Knapen


The triple meltdown in the Fukushima daiichi nuclear power plant on the 11th of March 2011 has been coined the second worst nuclear disaster since Tsjernobyl. It created a shockwave through the world. Concerns about the safety of this energy source rose to new heights. Voices arose to completely step away from nuclear energy altogether. In Japan this became very apparent. The government experienced massive waves of criticism. Mainly on the way they handled the crisis. This dissertation looked deeper into the crisis management regarding the Fukushima Daiichi nuclear disaster and investigated whether this was effective or not. Secondly this research concentrated on the reasons behind the failures of the crisis management, mainly concentrating on the influence of the Nuclear Village and what effect this had on the crisis management itself.
To achieve this, this dissertation first looked deeper into the legal framework surrounding crisis management in Japan to investigate whether two important aspects of crisis management were covered namely those of preparation and prevention. Secondly it used the reports of the ‘Fukushima Nuclear Accident Independent Investigation Commission’ of the National Diet of Japan and ‘The Independent Investigation committee on the Fukushima Nuclear Accident’ to look deeper into the immediate crisis respons and looked whether the three important elements of communication, cooperation and leadership were present. Lastly, by using the theory of George Stigler on ‘Regulatory Capture’ and the more concrete studie on the ‘Nuclear Village’ of Kainuma (開沼) and Kingston, this dissertation formed its conclusion on the reason behind the problems regarding crisis management in Japan and its effectiveness.
Out of this research it became apparent that there were serious problems concerning the crisis management of the Fukushima nuclear accident. It became clear that nuclear safety was not ensured. The government did not learn the necessary lessons from the two severe incidents that occurred before the disaster in Fukushima, which should have served as a wake-up call. During the crisis at the Fukushima Daiichi nuclear power plant, the main players in crisis management distrusted each other, which lead to a general lack of cooperation, communication and leadership. Although this was a period of crisis, where no one acts perfectly according to plan, this research made clear that the influence of TEPCO on the different players was a major factor in the failure of the crisis management concerning the nuclear disaster at the Fukushima Daiichi nuclear power plant.
This crisis eventually led to a structural reform of crisis management in Japan. This can certainly be called a big step forward. However regarding the nature of the Nuclear Village, as a deeply-enrooted system, a reform alone may not be enough. On this part more research is definitely needed.
 
Meer lezen

De onderconsumptie van groenten in kaart gebracht - Uitvoering van een interventie bij zwangere vrouwen

Odisee Hogeschool
2016
Jessica
Berden
  • Odile
    Debeck
Hoe groot is de kloof tussen de aanbeveling van groenten en de werkelijke inname? Wat bepaalt hoeveel groenten iemand eet en hoe kan dit beïnvloed worden? We voerden een campagne uit bij zwangere vrouwen om de aanbeveling en werkelijkheid dichter bij elkaar te brengen.
Meer lezen

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Odisee Hogeschool
2016
Karolien
Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.
Meer lezen