Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

THE EFFECTIVENESS OF THE TYP10 PROGRAM FOR FOURTH-GRADE CHILDREN WITH AND WITHOUT NEURODEVELOPMENTAL DISORDERS IN MAINSTREAM EDUCATION IN FLANDERS (BELGIUM)

Universiteit Gent
2026
Sara
Maes
  • Christel
    Callewaert
  • Delphine
    Bauwens
In deze longitudinale haalbaarheidsstudie volgden 35 leerlingen uit het vierde leerjaar een gestructureerd Typ10-programma. Hun typsnelheid en typnauwkeurigheid werden op vier momenten gemeten: vóór, tijdens en na de interventie, inclusief een follow-upmeting acht weken later.
De typsnelheid nam significant toe over de tijd (p < 0,001), met de grootste vooruitgang onmiddellijk na de lessen. Ook de typnauwkeurigheid verbeterde significant (p = 0,010), waarbij de vooruitgang geleidelijker verliep. Kinderen met (een vermoeden van) neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (NDD) startten met een lagere typsnelheid, maar boekten eveneens duidelijke vooruitgang. Hun toename was wel significant kleiner dan bij kinderen zonder NDD (p = 0,043). Voor typnauwkeurigheid waren er geen significante verschillen tussen beide groepen.
Er werd een zwakke maar significante samenhang gevonden tussen typsnelheid en nauwkeurigheid (p < 0,001), wat erop wijst dat beide vaardigheden zich gedeeltelijk onafhankelijk van elkaar ontwikkelen. Hand schrijfvaardigheid en totale oefentijd hingen daarentegen niet significant samen met de typresultaten.
De leerlingen rapporteerden een positieve ervaring met Typ10, met een duidelijke ervaren vooruitgang en een hoge competentiebeleving. De resultaten tonen daarmee dat gestructureerd typonderwijs kan leiden tot aanzienlijke verbeteringen in typsnelheid en geleidelijke verbeteringen in nauwkeurigheid, zowel bij kinderen met als zonder (vermoeden van) NDD. Door de kleine steekproef moet deze studie worden beschouwd als een eerste haalbaarheidsstudie en vertrekpunt voor verder onderzoek met grotere onderzoekspopulaties.
Meer lezen

Clean energy, but contaminated waters? Assessing the effects of indium and gallium emissions from offshore wind farms on Corophium volutator and Danio rerio

Universiteit Antwerpen
2026
Jens
Broeckx
Offshore windparken (OWF’s) breiden zich in hoog tempo uit als onderdeel van de wereldwijde energietransitie, maar de ecotoxicologische gevolgen van hun chemische emissies zijn nog steeds slecht begrepen. Opofferingsanodes die worden gebruikt voor kathodische bescherming in turbinefunderingen geven de voor de technologie essentiële elementen indium (In) en gallium (Ga) af aan het mariene milieu. Terwijl andere metalen afkomstig van OWF’s, waaronder aluminium, zink, koper, cadmium en lood, uitgebreid zijn onderzocht, zijn er nog steeds weinig ecotoxicologische gegevens over In en Ga beschikbaar. In deze studie werden de effecten van In en Ga op twee modelorganismen beoordeeld: de in marien sediment levende amfipode Corophium volutator, die gedurende 28 dagen werd blootgesteld aan met metalen verrijkt sediment, en de zoetwaterzebravis Danio rerio, die gedurende 120 uur na bevruchting afzonderlijk werd blootgesteld aan In en Ga in het water.

Bij geen van beide soorten werd bij de geteste concentraties een significante sterfte waargenomen. Bij C. volutator was de specifieke groeisnelheid bij de hoogste concentratie significant verhoogd, wat mogelijk wijst op hormesis. In het weefsel en het sediment van C. volutator werd een concentratieafhankelijke accumulatie van beide metalen aangetoond. Indium werd bijna volledig in de sedimentfase vastgehouden en bleef bij alle behandelingen onder de detectielimiet in het bovenliggende water. De accumulatiefactoren voor biota en sediment (BSAF’s) waren significant hoger voor In dan voor Ga, wat wijst op een onevenredig hogere biologische beschikbaarheid van In ondanks de lagere concentraties in opgeloste vorm. Bij D. rerio accumuleerden beide metalen op een concentratieafhankelijke manier. Gallium bleef overwegend opgelost (>80%) en vertoonde een duidelijke monotone dosis-respons in larvenweefsel. Indium daarentegen was grotendeels in de vorm van deeltjes (<2% opgelost), wat de blootstelling via het water beperkte. Een nieuwe bevinding was een mogelijke omgekeerde relatie tussen de blootstellingsconcentratie van In en de Ga-accumulatie bij aan In blootgestelde larven, wat wijst op remming van de Ga-opname door In, mogelijk via gedeelde ijzertransportroutes. Morfologische afwijkingen bij D. rerio kwamen zelden voor en konden niet op betrouwbare wijze worden toegeschreven aan blootstelling aan metalen.

Deze resultaten wijzen erop dat het belangrijkste ecologische risico van uit OWF’s afkomstig In en Ga in het sediment ligt, waarbij benthische organismen waarschijnlijk een groter risico op blootstelling aan deze metalen hebben dan pelagische organismen. Dit onderzoek vormt een basis voor toekomstige risicobeoordelingen en benadrukt de noodzaak om monitoring van de sedimentkwaliteit op te nemen in kaders voor milieurisicobeoordeling en -beheer met betrekking tot OWF’s.
Meer lezen

Kunstgeïntegreerde actie- en rustmomenten ontworpen voor leerlingen met ADHD en ASS: Painted Pause

Odisee Hogeschool
2026
Emma
Ghysels
  • Jolien
    Gits
Leerlingen met ADHD en ASS ervaren in de lagere school aanzienlijke moeilijkheden op het vlak van aandacht, prikkelverwerking, flexibiliteit en zelfregulatie. Zoals in het document staat: “Leerlingen met ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD en ASS ondervinden dagelijks moeilijkheden die hun leerproces en het klasgebeuren beïnvloeden.” Deze uitdagingen worden vooral zichtbaar tijdens lange instructies, drukke situaties en overgangsmomenten, waar concentratieverlies, impulsiviteit en overprikkeling vaker optreden. Zowel literatuur als praktijk tonen dat bestaande ondersteuning vaak reactief blijft en niet altijd afgestemd is op de specifieke noden van deze leerlingen (Horeweg, 2024).

Daarom bestaat het onderzoeksdoel van deze bachelorproef uit het ondersteunen van leerlingen met ADHD en/of ASS door bewegingsmomenten via kunst te integreren, met als doel hun concentratievermogen en algemeen welzijn te versterken. De centrale onderzoeksvraag luidde: Wat is het effect van structureel aangeboden bewegingsmomenten die via kunst worden geïntegreerd op de aandacht en het algemeen welzijn van lagereschoolkinderen met ADHD en/of ASS?

Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden, werd gebruikgemaakt van observaties en semi gestructureerde bevragingen bij leerkrachten, zorgleerkrachten en externe ondersteuners. Hieruit bleek dat scholen reeds hulpmiddelen inzetten zoals koptelefoons, visuele planningen en friemelmateriaal, maar dat de nood aan een proactieve, haalbare en doelgerichte aanpak groot blijft. Leerkrachten zoeken vooral korte interventies die rust of beweging bieden zonder extra werkdruk. Tegelijk wijst onderzoek erop dat kunstzinnige activiteiten bijdragen aan zelfsturing, metacognitieve vaardigheden en sociaal emotioneel functioneren. Mieras (2024) benadrukt dat kunst “leerlingengroepen daadwerkelijk helpt om kansen in het leven te grijpen”.

Vanuit deze bevindingen werd de educatieve tool Painted Pause ontwikkeld. Deze tool combineert kunstbeleving met korte actie en rustmomenten en biedt leerlingen de keuze tussen een actief of rustgevend tussendoortje. Via een digitale schilderijengalerij bekijken leerlingen kunstwerken, beantwoorden ze korte kijkvragen en voeren ze aansluitend een bewegingstussendoortje uit. De activiteiten richten zich op concentratie, samenwerking, emotieregulatie en zelfsturing. De vaste structuur en visuele ondersteuning sluiten aan bij de uiteenlopende noden van leerlingen met ADHD en ASS (Horeweg, 2025).

Tijdens twee testperiodes in verschillende leerjaren werd Painted Pause positief onthaald. Leerlingen met ADHD begonnen na een tussendoortje rustiger en meer gefocust aan het volgende werkmoment; leerlingen met ASS profiteerden vooral van de voorspelbaarheid en prikkelreductie. Ook leerlingen zonder ontwikkelingsstoornis ervaarden de tool als motiverend en prettig. De combinatie van kunstbeleving aan de hand van kijkvragen en een doelgericht bewegingstussendoortje zorgde voor een betere sfeer, verhoogde betrokkenheid en een meer gereguleerde klasgroep. De resultaten tonen dat structureel aangeboden, kunstgebaseerde bewegingsmomenten een waardevolle aanvulling vormen binnen de brede basiszorg. Ze ondersteunen leerlingen met specifieke noden zonder hen te stigmatiseren en versterken tegelijk het algemeen welzijn van de volledige klas. Hoewel verdere verfijning en langdurige evaluatie wenselijk zijn, biedt Painted Pause een veelbelovende, preventieve en inclusieve manier om aandacht en zelfregulatie te bevorderen.
Meer lezen

Van inzicht naar actie: Hoe kunnen leerkrachten doelgericht ondersteuning bieden aan leerlingen met dyslexie?

Hogeschool VIVES
2025
Amber
Vanneste
Dyslexie komt steeds vaker ter sprake in het onderwijs. Het is een leerstoornis die moeilijkheden met zich meebrengt op vlak van lees- en spellingsvaardigheden. Een leerling wordt hiermee geboren, maar dit definieert hem/haar niet. Dyslexie hangt dan ook niet vast aan het niveau van intelligentie. Door gepaste ondersteuning en begeleiding kan elke leerling, met of zonder dyslexie, zich ontplooien in het onderwijs. Zowel de leerling als leerkracht spelen hier een actieve rol in.
Meer lezen

Een analyse naar de effectiviteit van faciliteiten op leer- en werkprestaties bij dyslectische jongeren tussen de 16 en 25 jaar.

Hogeschool UCLL
2025
Sarah
Wouters
Deze bachelorproef onderzoekt de bijdrage van ondersteuningsmaatregelen aan de leer- en werkprestaties van jongeren met dyslexie tussen 16 en 25 jaar, en de manier waarop zij deze ondersteuning ervaren. Internationaal ligt het prevalentiecijfer op 4–8%. Niet alleen heeft dyslexie gevolgen voor schoolprestaties, maar ook voor de participatie aan de arbeidsmarkt.
1. Onderzoeksvragen en methodologie
Door middel van een literatuurstudie werden de behoeften en bestaande ondersteuning met betrekking tot dyslexie in kaart gebracht. Het praktijkonderzoek bestond uit: interviews met logopedisten en jongeren met dyslexie, een online enquête met 20 respondenten. Er werd onderzocht in welke mate de huidige faciliteiten aansluiten bij de noden van dyslectici, welke belemmeringen er zijn en waar verbeterpotentieel is.
2. Resultaten
De effectiviteit van ondersteuningsmaatregelen varieert per onderwijsinstelling en hangt af van het beleid en de houding van individuele leerkrachten. Jongeren zijn vaak onvoldoende geïnformeerd over beschikbare hulpmiddelen of durven deze niet te gebruiken uit angst ‘anders’ over te komen. Veel jongeren ervaren stress, een laag zelfvertrouwen en prestatiedruk. Faciliteiten zoals ‘extra tijd’ en voorleessoftware worden het meest toegepast. De ondersteuning verschilt per onderwijsniveau: na de lagere school valt de ondersteuning vaak weg.
Er is een gebrek aan psycho-educatie bij zowel leerlingen als leerkrachten. Jongeren vragen om een duidelijk en rechtlijnig beleid dat rekening houdt met hun individuele behoeften. Professionals benadrukken dat structurele aanpassingen nodig zijn om effectieve ondersteuning te bevorderen.
3. Eindproduct
Als eindproduct is het BEWUST-model ontwikkeld. Het acroniem BEWUST bevat zes kernwaarden:
- Begrip: Jongeren en leerkrachten krijgen meer inzicht in wat dyslexie inhoudt.
- Eigenheid: Erkenning dat elke jongere met dyslexie uniek is en andere noden heeft.
- Wijsheid: Vanuit wetenschappelijke kennis kan er een diepgaander beeld gevormd worden van de leerstoornis.
- Uitdagingen: Door moeilijkheden bespreekbaar te maken, ontstaat ruimte voor ondersteuning en realistische aanpassingen.
- Sterktes: Positieve eigenschappen van dyslectische jongeren worden meer erkend.
- Toekomstgericht: Dyslexie speelt levenslang een rol, daarom wordt er gekeken naar duurzame ondersteuning.

4. Conclusie
Er is nood aan een rechtlijnig beleid, meer informatie-uitwisseling en een empathische houding in het onderwijssysteem. Door de nadruk te verleggen naar sterktes, begrip en psycho-educatie, kunnen dyslectische jongeren adequaat ondersteund worden in hun ontwikkeling naar zelfstandige en succesvolle volwassenen.
Meer lezen

Wat zijn de effecten van materneel SSRI-gebruik tijdens de zwangerschap op de neonaat

Hogeschool VIVES
2025
Alyssa
Lievens
  • Eva
    Aerts
Literatuurstudie met nadien een praktijkstudie: Wat zijn de effecten van SSRI's tijdens de zwangerschap. Er werd gestart met onderzoek naar serotonine, gevolgd door onderzoek naar SSRI's en hun effect op de zwangere, de foetus en tot slot de neonaat. Om het taboe omtrent maternele depressie en de nood tot antidepressiva te doorbreken werd er besloten om een podcast te creëren die de theorie samenvat. Deze kan in de praktijk gebruikt kan worden voor (toekomstige) ouders, zowel preconceptioneel als tijdens de zwangerschap. Ook voor (toekomstige) zorgverleners betrokken bij de zwangerschap kan deze podcast een meerwaarde zijn.
Meer lezen

Discovering seasonal differences in starlings using rs-fMRI

Universiteit Antwerpen
2023
Silke
Lemmens
Genomineerde shortlist Eosprijs
Dit onderzoek ontrafelt de veranderingen in de hersenen van spreeuwen dooheen de seizoenen door middel van geavanceerde beeldvorming technieken.
Meer lezen

The impact of LUTS on well-being among primary school children and its association with neurodevelopmental disorders

Universiteit Gent
2023
Freya
Stekelorum
  • Kato
    Steuperaert
Onderzoek naar lagere urinewegsymptomen bij lagereschoolkinderen en de impact hiervan op het welbevinden.
Meer lezen

Can machine learning capture differences in EEG of infants at elevated likelihood and typical likelihood of Autism?

Universiteit Gent
2022
Sam
Boeve
Autisme is een complexe en heterogene ontwikkelingsstoornis die moeilijk te diagnosticeren is op jonge leeftijd. Kunnen we a.d.h.v. hersengolven en machine learning achterhalen welke kinderen een risico lopen op het ontwikkelen van autisme?
Meer lezen

Interaction between fam57b and cdipt in a model of 16p11.2 deletion syndrome

Vrije Universiteit Brussel
2020
Adrianna
Vandeuren
Ik bestudeerde de interactie van twee genen die van belang zijn voor het 16p11.2 deletiesyndroom in zebravissen. Door het kijken naar hun gedrag bleek dat de GABA-ergische inhibitorische neuronen een belangrijke rol spelen in het veroorzaken van symptomen.
Meer lezen

Oral health and oral health care promotion in Nepalese schoolchildren (Kerung, Nepal)

Universiteit Gent
2019
Astrid
Capoen
  • Deborah
    Depestel
Een prospectief onderzoek naar mondgezondheid bij Nepalese kinderen en de ontwikkeling van een educatief programma (6 maanden follow-up).
Meer lezen

Oral health and oral health care promotion in Nepalese schoolchildren (Kerung, Nepal)

Universiteit Gent
2019
Deborah
Depestel
  • Astrid
    Capoen
Een prospectief onderzoek naar mondgezondheid bij Nepalese kinderen en de ontwikkeling van een educatief programma (6 maanden follow-up).
Meer lezen

Schaken als brug naar het dagelijkse leven - Voor mensen met een neurobiologische ontwikkelingsstoornis

Vrije Universiteit Brussel
2018
Astrid
Barbier
  • Astrid
    Barbier
Deze masterproef gaat over de vraag of schaken (als hobby) invloed heeft op het dagelijkse leven van mensen met een neurobiologische ontwikkelingsstoornis en hoe die mensen de schaakwereld ervaren. Het onderzoek vertrekt vanuit de ervaringen van personen met een neurobiologische ontwikkelingsstoornis en gaat na of schaken al dan niet invloed heeft op hun leven en hoe deze invloeden zich eventueel manifesteren.
Meer lezen

De invloed van persoonlijkheid op de ontwikkeling van kinderen en jongeren met autismespectrumstoornis

Universiteit Gent
2016
Jitske
Clarysse
De samenhang tussen persoonlijkheid en symptomen bij kinderen en jongeren met autismespectrumstoornis werd gemeten aan de hand van vragenlijstonderzoek over een periode van drie jaar.
Meer lezen

De BMP-SMAD1/5 gemedieerde signaalweg in postnatale lymfangiogenese

Hogeschool UCLL
2015
Jeroen
Vanderlinden
SMAD1/5 zijn noodzakelijke eiwitten tijdens  de lymfevatontwikkeling na de geboorteElk dierlijk organisme ontwikkelt zich uit één cel. Vanuit deze cel ontstaan verschillende organen waaronder het lymfevatsysteem. Het lymfevatsysteem heeft, net zoals het bloedvatsysteem, een transportfunctie. Zo staat het lymfatisch systeem in voor de drainage van weefselvocht en het transport van vetten en immuuncellen. Indien het lymfevatsysteem onderontwikkeld is, kan dit leiden tot enkele aandoeningen zoals vochtopstapeling, obesitas en immuunziekten.
Meer lezen

Het geTAALenteerd kinderbrein

KU Leuven
2015
Robin
Gerrits
  • Sien
    Stroo
Voor veel wetenschappers blijft de taalontwikkeling een van de grootste mysteries van de 21e eeuw. Hoe stelt het brein kinderen in staat om in relatief korte tijd moeiteloos een complexe vaardigheid als taal te verwerven? Waarom loopt dit proces soms spaak?  Wat is het verband met de hersenontwikkeling? Met onze studie proberen wij meer inzicht te krijgen in het taalnetwerk in het brein van schoolgaande kinderen met en zonder taalontwikkelingsstoornissen.Bouwstenen van het breinHet brein kan beschouwd worden als een netwerk van zenuwcellen (figuur 1).
Meer lezen

Psychosocial interventions for reducing vocal challenging behaviour in persons with autistic disorder: A multilevel meta-analysis of single-case experiments.



KU Leuven
2013
Lien
Vanderkerken
Optimistisch over effectiviteit van psychosociale interventies voor vocaal probleemgedrag bij personen met een autistische stoornisHet masterproefonderzoek van Lien Vanderkerken, een meta-analyse van 52 geïndividualiseerde experimenten over psychosociale interventies voor vocaal probleemgedrag bij personen met een autistische stoornis, brengt optimistische conclusies. De toegepaste interventies bleken over het algemeen zeer effectief, en dit los van het geslacht en de leeftijd van de persoon in kwestie en van de locatie waar de interventie plaatsvond.
Meer lezen

Moslims in Vlaanderen over disability en "zorg"

Universiteit Gent
2012
Karima
El Boujaddayni
Hoe kijken moslims in Vlaanderen naar een handicap?Waarom moet een doof kind het gehoorapparaat uitdoen als er familiebezoek is? Waarom mag een meisje haar kousenbroek nooit uitdoen in het dagcentrum? Waarom is de opkomst van moslimouders op oudercontacten zo laag in het buitengewoon onderwijs? Hebben allochtone gezinnen een ‘andere’ aanpak nodig? Het zijn slechts enkele van de vele vragen die gesteld worden in het onderwijs en in de zorgsector.In de praktijk kunnen moslims positief, maar ook negatief tegenover een handicap staan.
Meer lezen

Psychopathie in termen van persoonlijkheid. Een onderzoek bij adolescenten

KU Leuven
2011
Lucy
Chezzi
 
Is mijn buur een psychopaat?
 
Ronald Janssen, Kim De Gelder, Hans Van Themsche, Els Clottemans, enz. Het zijn haast geen onbekende namen meer in de geschiedenis van de criminaliteit. België wordt sinds jaren geteisterd door gruwelijke verkrachtingen en moorddaden. Deze vaststelling wordt nog onrustwekkender wanneer duidelijk wordt dat de moordenaar vaak een persoon is uit de nabije omgeving, zoals buurman Janssen of beste vriendin, Els Clottemans. Het wordt al bijna vanzelfsprekend dat mensen achterdochtig worden bij een vriendelijke “goedemorgen” van de buren.
Meer lezen

Stap voor stap - Het opstellen van een beslisboom voor Developmental Coordination Disorder in een basisschool

Hogeschool VIVES
2008
Katleen
Kielbaey
 
DCD op school: diagnostiek en begeleiding
 
Wie kent ze niet: onhandige kinderen die overal tegenaan botsen, de melk naast het glas gieten of naast de bal grijpen? Bij sommige kinderen zijn dit problemen die spontaan verdwijnen. Bij een aantal anderen is er echter iets erger aan de hand: zij lijden aan DCD.
 
Wat is DCD?
DCD (Developmental Coordination Disorder) is een ontwikkelingsstoornis die coördinatieproblemen veroorzaakt.
Meer lezen