Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Research on a noninvasive biomarker for responders to vagus nerve stimulation in patients with refractory epilepsy

Universiteit Gent
2017
Charlotte
Bouckaert
In deze scriptie werd onderzoek gedaan naar een biomerker om de respons op nervus vagus stimulatie te voorspellen bij epilepsiepatiënten. Op basis van de noradrenaline-hypothese werden hiervoor de pupildiameter en de P300 gemeten in patiënten behandeld met nervus vagus stimulatie. Veranderingen in deze twee parameters werden vergeleken tussen responders en non-responders op elektrische hersenstimulatie.
Meer lezen

De kracht van binnenklasdifferentiatie? Een kwantitatief onderzoek naar de relatie met het welbevinden van leerlingen in sociaal-etnisch gesegregeerde basisscholen

Universiteit Gent
2017
Elena
Van den Broeck
De centrale onderzoeksvraag van deze studie richt zich op het verband tussen de binnenklasdifferentiatie door de leerkracht en het welbevinden van de leerlingen in het vierde leerjaar in sociaal-etnisch gesegregeerde basisscholen.

Scholen met een hoge proportie sociaal-etnische minderheden verdienen extra aandacht aangezien zij als risicoscholen worden beschouwd. Daar waar in het verleden de meerderheid van onderzoek binnen deze context zich op de cognitieve uitkomsten bij leerlingen richtte, richt dit onderzoek zich op een non-cognitieve uitkomst, namelijk het welbevinden van deze leerlingen. Aangezien weinig geweten is over hoe het welbevinden van de leerlingen ondersteund en bevorderd kan worden is het belangrijk om in kaart te brengen welke factoren kunnen bijdragen aan het vergroten van het welbevinden van de leerlingen en welke rol de leerkracht via binnenklasdifferentiatie kan innemen.
Meer lezen

The Newari Vernacular Revi[v/s]ed: Seismic building cultures in a context of transition in Bungamati & Khokana, Kathmandu Valley, Nepal

KU Leuven
2017
Evelien
Roelands
  • Katrien
    Valcke
  • Yanne
    Gillekens
  • Sophie
    Van Hulle
Op 25 april 2015 werd Nepal getroffen door een hevige aardbeving met duizenden dodelijke slachtoffers tot gevolg. Een groot deel van de gebouwde omgeving stortte in en twee jaar later bevindt de wederopbouw zich nog steeds pas in de beginfase. Door authentieke tradities te combineren met nieuwe bouwmethoden probeert deze thesis bij te dragen aan de wederopbouw in aardbevingsgevoelige gebieden.
Meer lezen

CYBERPESTEN TUSSEN MINDERJARIGE LEERLINGEN IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS. FENOMEENANALYSE, JURIDISCHE KWALIFICATIE EN DE PREVENTIEVE WERKING VAN MAATREGELEN OP HET NIVEAU VAN HET JEUGDPARKET. EEN CASESTUDIE BIJ HET PARKET HALLE-VILVOORDE

Vrije Universiteit Brussel
2017
David
Hublé
Een studie van vijftig dossiers over cyberpesten toont aan dat de online-verwensingen bijzonder ver gaan tot het bevel tot zelfdoding toe. Het federaal parket steunt onze vraag om dat laatste strafbaar te stellen. De jeugdparketten dienen meer in te zetten op herstelbemiddeling, het versturen van waarschuwingsbrieven en het uitnodigen van minderjarige daders om hen te herinneren aan de wetgeving die op hun gedrag van toepassing is.
Meer lezen

Wenbeleid in de occasionele kinderopvang: Praktische en haalbare handvatten voor een wetenschappelijk onderbouw wenbeleid

Odisee Hogeschool
2017
Nancy
Goossens
Op initiatief van en ondersteund door stad Antwerpen startte in 2003 de “Occasionele Kinderopvang Is DroomOpvang”(OKiDO). Deze opvang is ontstaan als buurt- en nabijheidsdienst project naast de andere opvangvormen door onthaalouders, kinderdagverblijven en buitenschoolse kinderopvang. De doelgroep van OKiDO zijn kwetsbare gezinnen. Buiten de functie van occasionele kinderopvang is OKiDO ook een tewerkstellingsproject voor doelgroepmedewerkers in opleiding. Zo combineren deze doelgroepmedewerkers hun opleiding Kinderzorg met hun werk bij OKiDO. Elke OKiDO zet heel erg in op ouderparticipatie en buurtparticipatie. Dat zijn de pijlers van hun lokale dienst buurtgerichte kinderopvang.

De occasionele opvang speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de kinderen. Door kennis over de verschillende ontwikkelingsfasen van een kind en over bijzondere aandachtspunten voor kwetsbare gezinnen werkt de opvang preventief en ondersteunend. Dat draagt bij tot een kwaliteitsvolle opvang. Volgens het referentiekader van Kind en Gezin maakt wennen deel uit van een kwaliteitsvolle opvang en is het een recht van de ouders en de kinderen. Het starten in de kinderopvang is een ingrijpende gebeurtenis voor kinderen en ouders. Ingrijpende gebeurtenissen brengen angst en stress met zich mee en hebben een invloed op de ontwikkeling van het kind. Dit kan voor een, meestal tijdelijke, terugval in de ontwikkeling zorgen. In het bijzonder voor kwetsbare kinderen (bv. uit migratiegezinnen, in een armoedesituatie) vormt dat een risico. Het is belangrijk daarmee rekening te houden in de opvang.

Wennen kan niet losgekoppeld worden van ouderparticipatie. Ouderparticipatie is belangrijk voor het kind, de ouders en de begeleiders. Voor de medewerkers in de kinderopvang is er een belangrijke rol weggelegd bij het wennen en bij de ouderparticipatie. Indien er een goede samenwerking is tussen de verschillende actoren, verloopt de overgang van thuis naar opvang ook vlotter. Een vlotte samenwerking is een belangrijke basis voor een kwaliteitsvolle kinderopvang. Kwaliteitsvolle kinderopvang kan zo voor een verbindende werking zorgen.

In de occasionele opvang OKiDO zagen we dat de ondersteunende mogelijkheden om te wennen niet altijd in de praktijk worden omgezet. Deze eindproef heeft mij toegelaten om het belang van wennen theoretisch te onderbouwen en om OKiDO een aantal mogelijkheden aan te reiken die hun wenbeleid versterken.

Bij mijn veranderingsvoorstellen heb ik gekozen om te vertrekken vanuit het aanzetten tot empowerment van ouders en kinderbegeleiders. Deze vertalen zich in praktische handvatten zoals:

• Een vast afscheidsritueel aan een familieboom, die dienst doet als ankerpunt voor kind en ouders en zorgt voor vertrouwen, verbondenheid en actieve betrokkenheid van de ouders.
• Een stappenplan dat zorgt voor een visuele overdracht van informatie tussen opvangverantwoordelijke en kinderbegeleiders.
• Het aanstellen van een wenbegeleider en deze actief laten participeren tijdens het intakegesprek en bij de wenmomenten, zorgt voor meer zin tot verantwoordelijkheid bij de betreffende kinderbegeleider en het schept vertrouwen bij ouders en kind. Bovendien zijn alle praktische voorbereidingen getroffen voor de opstart in de opvang waardoor ouders en kind zich welkom voelen.

De voorstellen zijn implementeerbaar in alle kinderdagverblijven, mits het creëren van bewustwording rond het belang van wennen binnen de organisaties en bij de opvangverantwoordelijken. Om hiertoe te komen is er nood aan een professional binnen de organisatie die het thema wennen opneemt, uitdraagt en opvolgt. Wennen is immers geen ‘eenmalig’ aandachtspunt, maar maakt deel uit van het pedagogische raamwerk van de kinderopvang, één van de vergunningsvoorwaarden voor alle organisatoren van kinderopvang. Het is een cruciaal onderdeel om het welbevinden van het kind in de opvang te bevorderen.
Meer lezen

Problemen inzake de behandeling van eczeem bij kinderen: het perspectief van het apotheekteam

Universiteit Gent
2017
Sarah
Galle
Deze scriptie gaat over de problemen die een apotheekteam ervaart bij de behandeling van eczeem bij kinderen. Deze masterproef vormt de basis om een interventie te gaan ontwikkelen voor apothekers en apotheekassistenten, met als einddoel de farmaceutische zorg voor kinderen met eczeem te optimaliseren.
Meer lezen

Implementing Scientific Experiments in the Content and Language Integrated Learning (CLIL) Methodology

Thomas More Hogeschool
2017
Flor
Maes
CLIL is een innovatieve onderwijsmethodologie die een vreemde taal gebruikt om inhoud aan te leren, maar ook de inhoud om taalvaardigheid te verbeteren. Desondanks de het potentieel is de transitie naar de praktijk niet altijd gemakkelijk door het gebrek aan aangepast didactisch materiaal en voldoende 'know how' om CLIL succesvol te implementeren. Deze scriptie biedt een referentiekader waarop wetenschapsleerkrachten zich kunnen baseren bij het ontwerpen van CLIL-lessen.
Meer lezen

Vanakkam girls, let's talk about our body

Hogeschool West-Vlaanderen
2017
Prisca
Nanda
Er werden sensibiliseringscampagnes gegeven aan adolescente meisjes uit Trichy, zowel op middelbare scholen als in dorpen opdat ze bewust zouden worden van het belang van vrouwenhygiëne.
Meer lezen

Genotypering van het Hepatitis C Virus met betrekking tot de 2k/1b recombinant.

Universiteit Gent
2017
Wim
Schuermans
  • Hans
    Orlent
  • Isabelle
    Desombere
  • Patrick
    Descheemaeker
  • Hans
    Van Vlierberghe
  • Anja
    Geerts
  • Xavier
    Verhelst
  • Marijke
    Reynders
  • Elizaveta
    Padalko
Aangezien verschillende HCV genotypes een verschillende respons kunnen hebben op de eventueel ingestelde therapie, is een correcte typering van belang. Afhankelijk van de gebruikte methodologie bestaat er een risico op misclassificatie. Dit is van toepassing bij de beruchte virale centaur CRF 2k/1b.
Meer lezen

Optimalisatie van een detectiemethode voor hepatitis E in varkenslever

Odisee Hogeschool
Sjarlotte
Willems
Het hepatitis E virus (HEV) veroorzaakt leverontsteking, net als de andere vijf hepatitis virussen (A, B, C, D en G). Het verschil zit vooral in de besmettingsroute, de klachten en de ernst van de ziekte.

De opzet van dit onderzoek is het optimaliseren van een detectiemethode voor HEV op basis van qPCR naar aanleiding van groeiende bezorgdheid over de overdracht van HEV via besmette levensmiddelen en in het bijzondere varkenslever.
Meer lezen

Hoe kan ik als omstaander omgaan met Parkinsonpatiënten tijdens hun off moment?

Hogeschool UCLL
Jolien
Wevers
  • Linde
    Peters
  • Laura
    Davids
  • Luk
    De la Haye
  • Alice
    Ingabire
Parkinsonpatiënten en hun omgeving hebben het vaak moeilijk met dat zij niet altijd even goed kunnen functioneren. Het is van belang hen te duiden dat dit niet abnoraal is in het ziekteproces.
Meer lezen

Op maat gemaakt voedingsadvies aangeboden door een supermarktketen. Ontwikkeling van een e-service voor gezond en duurzaam consumptiegedrag

Vrije Universiteit Brussel
2016
Jonas
Vangindertael
Door klanten op maat gemaakt voedingsadvies mee te geven, wordt de duurzaamheids- en gezondheidsproblematiek m.b.t. de voedingsconsumptie gecounterd.
Meer lezen

Regionalisering van het huurrecht

Universiteit Gent
2016
Sarah
Willems
Vlaanderen is sinds 2014 bevoegd voor het woninghuurrecht. De kans om het woninghuurrecht te moderniseren. Zal Vlaanderen zijn ambities terzake waarmaken?
Meer lezen

Brein-computer interfaces met machinaal leren: dataselectie voor overdracht van informatie in ingebeelde beweging

Universiteit Gent
2016
Bjorn
Vuylsteker
Een brein-computer interface (BCI) is een input-output systeem dat ervoor zorgt dat de gebruiker
een bepaald computersysteem kan aansturen via zijn hersenen. Dit systeem is echter heel
persoonsgebonden, waardoor de gebruiker een lange kalibratietijd moet doorgaan van 20 tot 30
minuten. Daar dit veel concentratie en tijd van de gebruiker vergt, is dit niet gewenst. In deze thesis wordt een methode voorgesteld om deze langdurige kalibratietijd te verminderen met behoud van een hoge accuraatheid.
Meer lezen

De erkenning in België van buitenlandse akten/vonnissen in verband met de zorg aan kinderen door middel van de kafala

Universiteit Gent
2016
Yasmine
Haelemeersch
Deze masterproef handelt over de erkenning en de kwalificatie van een Maghrebijnse kafala-akte in de Belgische rechtsorde en de (on)mogelijkheid tot omzetting ervan in een Belgische adoptie.
Meer lezen

De Belgische federale en regionale fiscaliteit na de zesde staatshervorming: et maintenant, on va où?

KU Leuven
2016
Servaas
Pylyser
De Zesde Staatshervorming is op financieel en fiscaal vlak een onafgewerkt product. Welke Belgische en Europese regels dient men na te leven bij een toekomstige optimalisatie? Hoe kan een nieuwe staatshervorming de fiscale autonomie van de gewesten verder uitgebreiden?
Meer lezen

“Mooie dagen maken”: Een belevingsstudie naar de noden en behoeften van de familie van een dader van een levensdelict.

Universiteit Gent
2016
Annelies
Reniers
In België worden we af en toe geconfronteerd met levensdelicten. Hierbij gaat onze aandacht steeds uit naar de nabestaanden van het slachtoffer. Maar wat met de familie van de dader?
Meer lezen

Optimizing the efficiency of endophytic bacteria-enhanced phytoremediation of DDE-contaminated soils with Cu-NPs

Universiteit Hasselt
2016
Katrien
Witters
DDT is een wereldwijd gebruikte pesticide verboden in de jaren zeventig omwille van zijn schadelijke effecten op mens en milieu. DDT en zijn voornaamste afbraakproduct DDE zijn persistent in het milieu. Fytoremediatie, een technologie waarbij planten gebruikt worden om schadelijke stoffen uit bodems of water te verwijderen wordt als alternatief naar voren geschoven om bodems te saneren. In deze scriptie wordt onderzocht of de efficiëntie van fytoremediatie van DDE door de courgetteplant nog bijkomend kan verbeterd worden wanneer koper nanopartikels en specifieke bacteriën gecombineerd worden.
Meer lezen

De karakterisatie van geïnduceerde pluripotente stamcellen-afgeleide motorneuronen afkomstig van ALS patiënten met een mutatie in FUS

KU Leuven
2016
Joni
Vanneste
Amyotrofe laterale sclerose (ALS) is een dodelijke neurodegeneratieve ziekte waarbij de motorneuronen afsterven. De patiënten ondervinden progressief krachtsverlies en worden geleidelijk aan verlamd. Tot op vandaag is er geen geneesmiddel beschikbaar die deze ziekte kan stoppen. In deze thesis werd met behulp van geïnduceerde pluripotente stamcel-afgeleide motorneuronen afkomstig van ALS-patiënten onderzoek gedaan naar het onderliggende ziektemechanisme.
Meer lezen

Numerical Parametric Study of Fast Biomass Pyrolysis in a Gas Solid Vortex Reactor

Universiteit Gent
2016
Stijn
Vangaever
Het optimaliseren van een reactorontwerp voor de pyrolyse van biomassa. Een alternatief reactorontwerp wordt aan de hand van CFD (computational fluid dynamics) berekeningen gedimensioneerd met als doelstelling de warmteoverdracht tussen de verschillende fasen te verbeteren en de selectiviteit op te drijven.
Meer lezen

Onderzoek naar de invloed van leeftijd, opleidingsniveau en dieetgeschiedenis op de kennis van verpleegkundigen omtrent verscheidene topics rond voeding

Hogeschool VIVES
2016
Ines
Verhaeghe
  • Ellen
    Vandamme
  • Jan
    Baudonck
Deze scriptie is een weergave van de kennis over voeding en voedinsgewoonten bij verpleegkundigen in de Vlaamse zorgsetting. Onderzoek de kennis bij Vlaamse verpleegkundigen is nodig door de steeds groter wordende rol van voeding in de zorgsector.
Meer lezen

Artikel 2279 Burgerlijk Wetboek en de nieuwe Pandwet

KU Leuven
2016
Julie
De Meester
De masterscriptie onderzoekt wat de invloed is van de nieuwe Pandwet op de traditionele werking van artikel 2279 Burgerlijk Wetboek.
Meer lezen

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Odisee Hogeschool
2016
Karolien
Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.
Meer lezen

Dringend hulp nodig? Vraag raad aan een toegankelijke en betrouwbare collega!

Universiteit Antwerpen
2016
Hanne
Verbraeken
Literatuur omtrent het leren van werknemers, biedt meer en meer bevestiging voor het feit dat hulpzoekgedrag een positieve invloed kan hebben op de prestaties van werknemers én dat het een sociaal proces is. Verschillende onderzoekers stellen echter dat nog te weinig geweten is over de relationele kenmerken die hulpzoekgedrag faciliteren. Met deze studie dragen we bij tot dit tekort. We onderzoeken immers het effect van een aantal relationele kenmerken op het hulpzoekgedrag van werknemers in hun netwerk. Uit voorgaand onderzoek blijkt dat ‘zicht hebben op kennis van’, ‘vertrouwen hebben in’ en ‘toegang hebben tot’ een mogelijke hulpbieder een positieve invloed hebben op de frequentie van het hulpzoekgedrag. Daarnaast zou het hiërarchische verschil tussen hulpzoeker en –bieder een effect hebben op de hoeveelheid hulpzoekgedrag. Daarenboven suggereert de literatuur om naast de frequentie ook de kwaliteit van de geboden hulp te monitoren. Ook op dit vraagstuk bieden we met deze studie een antwoord. We gaan na of er een positief effect is van de relationele kenmerken op de kwaliteit van de geboden hulp. De methodologie die we hierbij hanteren, is gebaseerd op de principes van de sociale netwerk analyse. We verzamelden sociale netwerk data via vragenlijsten bij 85 zorgverleners van één woonzorgcentrum. We testten de beide modellen vijf keer, op organisatie- en afdelingsniveau. Resultaten tonen aan dat collega’s inderdaad veel hulp vragen aan elkaar, maar niet zomaar bij de eerste de beste. Uit de studie blijkt immers dat de perceptie van de respondenten op ‘vertrouwen hebben in’ en ‘toegang hebben tot’ een mogelijke hulpbieder zowel de frequentie als ook de kwaliteit van het hulpzoekgedrag bevorderen. Hulp van iemand waarvan de respondent ‘weet wat hij weet’ en van iemand in een ‘hogere positie’ levert daarnaast ook meer kwaliteit op. Als werkgever investeren in werkrelaties tussen collega’s blijkt dus de moeite waard.
Meer lezen

Georges Lorand (1860-1918): Een transnationale progressieve liberaal.

Vrije Universiteit Brussel
2016
Nathan
Lauwers
Deze 'intellectuele biografie' bestudeert het leven van Georges Lorand, een figuur die iets of wat in de vergetelheid is geraakt. Deze scriptie bestudeert het liberaal progressieve netwerk van Georges Lorand alsook de transnationale netwerken op het einde van de 19de eeuw.
Meer lezen

Reanimatie in breedbeeld

Thomas More Hogeschool
Bram
Dispa
  • Seffi
    Vleugels
  • Sofie
    Van Houdt
  • Farah
    Stroobants
Deze literatuurstudie, in kader van het behalen van de bijzondere beroepstitel (BBT) Intensieve Zorgen en Spoedgevallenzorg, focust op een aantal verschillende deelaspecten in de brede kijk rond reanimatie: vroege detectie, bijscholingsbeleid, materiaal- en ruimtegebruik, communicatie tussen hulpverleners, opvang van familie en opvang van verpleegkundigen.Early warning score (EWS) werd ontwikkeld ter preventie van een reanimatie. Door gebruik te maken van een EWS kan een deteriorerende patiënt tijdig gedetecteerd en doorverwezen worden.
Meer lezen

Ontwikkelingsstrategieën voor thermofiele nitrificatie ter behandeling van warm afvalwater

Universiteit Gent
2015
Delphine
Prat
Waterzuiverende biotechnologie: Some like it hotEen ideale zomerdag heeft voor vele mensen een temperatuur van 25 tot 30 °C. In de microbiële wereld zijn er echter gemeenschappen die houden van 45 °C en meer. Deze micro-organismen worden onder meer gevonden in natuurlijke warmwaterbronnen of composthopen. Door gelijkaardige processen in deze natuurlijke omgevingen en in waterzuiveringsinstallaties, kunnen deze thermofiele micro-organismen ook voor de laatstgenoemde toepassing gebruikt worden.
Meer lezen

Een Vlaams model van kwalitatief hoogstaande postnatale zorg. Ontwikkelen van kwaliteitsindicatoren vanaf ontslag uit het ziekenhuis

Universiteit Gent
2015
Katrien Helsloot
& Mieke Walraevens
  • Mieke
    Walraevens
 Sneller naar huis na de bevalling: reden tot bezorgdheid? Wereldwijd worden moeders na hun bevalling steeds vroeger naar huis gestuurd. Ook in België neemt de ligduur sterk af van 5,3 dagen in 2000 naar 4,1 dagen in 2015. Hierdoor ontstond enige onrust op het terrein. Vroedvrouwen in het ziekenhuis vrezen dat de werkdruk zal toenemen. Ziekenhuizen denken actief na over de meerwaarde van het lange verblijf op de kraamafdeling en stellen zich de vraag of het anders beter kan.
Meer lezen

Feesten in verschillende culturen

Odisee Hogeschool
2015
Shauni
Perdaens
Elke dag feest dankzij de vele verschillende culturen in ons huidig onderwijs!Stel je voor… Je wandelt op paaszondag door te winkelstraten en wordt aangesproken door een islamitische vrouw die je een ‘vrolijk Pasen’ wenst. Jij, op jouw beurt, geeft je buurman ieder jaar opnieuw een wenskaart met daarop ‘fijn offerfeest’. Een joodse jongen uit het vijfde leerjaar, mag van zijn juf een echt joods Loofhuttenfeest organiseren in de klas. Plots wordt het citaat van Dhr.
Meer lezen

Solvent Extraction of Indium with the Ionic Liquid Trihexyl(tetradecyl)phosphonium Chloride

KU Leuven
2015
Michiel
Van de Voorde
Jouw oude smartphone als grondstof voor jouw nieuwe“Jouw oude smartphone is geld waard!” wordt dikwijls gezegd. Dit geldt niet alleen voor jouw smartphone, maar ook voor tal van andere elektronica. Ze bevatten namelijk een groot aantal kritieke metalen. Al deze metalen kunnen hergebruikt worden in nieuwe toepassingen. Eén van deze metalen is indium.Indium? Nog nooit van gehoord!Indium is een belangrijke grondstof voor tal van hoogtechnologische toepassingen, vooral in de elektronische industrie.
Meer lezen