Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

De toetsingsintensiteit van de Raad van State bij beperkingen op fundamentele rechten en vrijheden

Universiteit Gent
2025
Tristan
Deleersnyder
Deze masterscriptie onderzoekt de mate van toetsingsintensiteit van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak wanneer beperkingen van fundamentele rechten en vrijheden aan de orde zijn. De centrale onderzoeksvraag werd opgesplitst in drie deelvragen: (i) wat is de variërende toetsingsintensiteit van de Raad van State (ii) welke factoren verklaren een terughoudende toets, en (iii) welke omstandigheden leiden tot een meer indringende toetsing. Er werden 109 arresten geanalyseerd die in de voorbije tien jaar zijn uitgesproken. Daarbij werd zowel de structurele als de epistemologische toetsingsintensiteit onderzocht, met andere woorden: enerzijds welke
voorwaarden worden gesteld aan beperkingen van fundamentele rechten en vrijheden, en anderzijds in welke mate de Raad deze voorwaarden inhoudelijk toetst.
Uit de analyse blijkt dat de Raad van State zich ook in zaken omtrent fundamentele rechten en vrijheden doorgaans terughoudend opstelt. De proportionaliteitstoets wordt meestal ingevuld via het gebruikelijke redelijkheidsbeginsel. In tien arresten paste de Raad enkel de ‘kennelijk-niet onevenredigheidscontrole’ toe, al werd in uitzonderlijke gevallen ook een striktere toets gehanteerd.
Meer lezen

Hoe beïnvloedt de opvangcrisis sinds 2021 de uitvoering van het rechtsstaatsbeginsel in België?

HOGENT
2025
Sari
Demil
Deze scriptie onderzoekt hoe de opvangcrisis sinds 2021 de uitvoering van het rechtsstaatsbeginsel in België aantast. Er wordt aangetoond dat het wettelijk recht op opvang vaak geschonden wordt, vooral voor alleenstaande mannelijke asielzoekers. Door literatuur, rechtspraak en observaties wordt geanalyseerd hoe structurele tekorten, politieke keuzes en administratieve praktijken leiden tot systematische inbreuken op fundamentele rechten. Individuele en collectieve procedures bevestigen dat de Belgische overheid haar verplichtingen niet naleeft en rechterlijke uitspraken negeert. Dit ondermijnt de rechtszekerheid en wijst op een zorgwekkende uitholling van de rechtsstaat.
Als laatste wordt er ook een blik geworpen op het Federaal regeerakkoord van 2025, meer bepaald de maatregelen daarin betreffende opvang.
Meer lezen

Het prijsgeven van de identiteit van daders en slachtoffers van misdrijven door de journalist

Universiteit Antwerpen
2025
Nathalie
Voss
Het idee van mijn onderzoek is ontstaan door de recente ontwikkelingen in de samenleving. De burger is verontwaardigd wanneer de identiteit van verdachten en daders op een niet consistente wijze wordt vermeld in de media. Wegens onwetendheid en frustratie laat de samenleving zich dan ook horen, met alle gevolgen vandien. Hoewel ik zelf eerst onbegrip toonde voor de niet-standvastigheid van de media inzake het prijsgeven van de identiteit, heeft dit mij aan het denken gezet: zijn er dan geen regels waaraan journalisten zich moeten houden?
Wegens deze bedenking viel mijn oog op de Code van de Raad voor de Journalistiek. Deze Code geldt als leidraad voor journalisten en bevat verschillende onderwerpen die worden uitgewerkt in artikels en richtlijnen. De belangrijkste richtlijnen voor dit onderzoek zijn te vinden in artikel 23 van de Code en omvatten: identificatie in gerechtelijke context, identificatie van slachtoffers en respect voor het privéleven van publieke figuren. Omdat een onderzoek naar de volledige Code ons te ver zou leiden, heb ik gekozen om mijn onderzoek af te bakenen tot dit artikel 23 (mits bepaalde kanttekeningen). Hiernaast wordt het onderzoek gevoerd vanuit de situatie van dader en slachtoffer. De focus ligt dus niet op de verdachte.
Zo heb ik de Code op zichzelf onderzocht en ging ik na wat de grenzen zijn aan het prijsgeven van identiteit van daders en slachtoffers van misdrijven door de journalist. Hierdoor is de vraag ontstaan hoe buurlanden dit invullen. Vooraleer ik dus een oordeel vel over onze Code, acht ik het noodzakelijk om te kijken hoe Nederland hiermee omgaat. Ik heb dan ook gekozen om een vergelijking te maken tussen de code in Nederland, namelijk de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek, en onze Code.
Uit deze vergelijking blijkt dat beide codes belang hechten aan een zorgvuldige afweging tussen het recht op privacy en het belang van het publiek om toegang te krijgen tot informatie. De Code is enorm gestructureerd met verwijzingen naar verschillende artikels en richtlijnen die per onderwerp uiteenzetten hoe de journalist moet handelen in een bepaalde situatie. Toch blijft de praktische toepassing afhankelijk van de journalist/redactie. Redacties beslissen binnen de marges van de Code zelf hoe zij identificeren, al geldt de Code wel als een minimumregel. De Raad treedt pas op wanneer een klacht wordt ingediend. Zij zal kijken of de Code effectief gevolgd werd of niet.
In België bestaat geen vaste praktijk zoals de Nederlandse initialenregel (voornaam, gevolgd door initiaal van de familienaam), hierdoor is er meer ruimte voor volledige identificatie, wat leidt tot inconsistentie. De Leidraad is op haar beurt minder gestructureerd en veel kleiner van omvang dan de Code. Ondanks dat de initialenregel niet bindend is, zorgt dit voor een brede toepassing in de praktijk door journalisten. Toch verwijst de Leidraad ook naar uitzonderingen waardoor er opnieuw ruimte is voor interpretatie. Dit leidt soms tot absurde situaties waarbij eerst de volledige naam wordt gegeven (bij een arrestatie) om nadien de initialenregel te gebruiken. Mijns inziens is het kwaad dan al geschied. Concluderend kan worden gesteld dat in Nederland de praktijk terughoudender is, terwijl België meer formele richtlijnen geeft maar minder terughoudend is in de uitvoering ervan.
Voor slachtoffers biedt de Code een expliciete richtlijn die de berichtgeving van hun identiteit streng reguleert. In de Leidraad staat dit ook, al wordt hier minder diep op ingegaan en is er geen aparte sectie voorzien. Hoewel de Leidraad minder structuur biedt, wordt impliciet een bredere invulling gegeven aan het begrip ‘identiteit’ door te verwijzen naar onder meer etniciteit of religie. Al leidt dit wel tot vragen over de volledigheid van de opsomming.
Nadat ik bovenstaande codes met elkaar heb vergeleken, dook een nieuwe vraag op: is onze Code van de Raad in overeenstemming met de grond- en mensenrechten van het EVRM, en hoe verhoudt de Code zich tot de rechtspraak van het EHRM? Om hier een antwoord op te kunnen bieden heb ik artikel 10 EVRM afgewogen tegen verschillende (grond)rechten, zoals recht op privacy, recht op afbeelding, recht op vergetelheid, recht op eer en goede naam, recht op antwoord en het vermoeden van onschuld als onderdeel van het recht op een eerlijk proces.
De hoofdonderzoeksvraag luidt dan ook als volgt: “In hoeverre is de deontologische code voor journalistiek met betrekking tot het prijsgeven van identiteit van daders en slachtoffers, in overeenstemming met de grondrechten en mensenrechten van het EHRM?”
De rechten en rechtspraak van het EHRM werden eerst apart besproken om vervolgens de Code hieraan te kunnen toetsen. Zo kon worden geconcludeerd dat de Code voor zowel het vrijgeven van de identiteit van daders als slachtoffers, in grote lijnen in overeenstemming is met de rechtspraak van het Hof. Er wordt nadruk gelegd op de afweging van het recht op privéleven en het recht op informatie. Hoewel de Code de mogelijkheid biedt tot beperkte of volledige identificatie, maakt het Hof dit onderscheid niet. Het Hof blijkt systematisch zijn eigen zes criteria af te toetsen voor de afweging tussen artikel 10 en 8 EVRM. Deze criteria worden niet expliciet opgesomd door de Code maar vallen hier impliciet grotendeels mee samen. Vooral wat betreft de richtlijn bij de identificatie van slachtoffers, sluit de Code nauw aan bij het Hof. Hier gelden strengere regels en minder bewegingsruimte voor de journalist. Het recht op afbeelding wordt, als onderdeel van artikel 8 EVRM, niet expliciet besproken in de Code. Wel wordt verwezen naar een hogere mate van voorzichtigheid bij het publiceren van herkenbaar beeldmateriaal. De terughoudendheid bij bekendmaking van beelden van slachtoffers wordt ook effectief bevolen door het Hof. Over het algemeen kan bij slachtoffers worden gesteld dat de Code de lijn volgt die wordt getrokken door het EHRM.
Vanuit het daderperspectief kon een bespreking van het recht op vergetelheid niet ontbreken. Artikel 23 verwijst naar de afweging van het belang van berichtgeving tegenover de reclassering en herintegratie van de veroordeelde. Toch mist de Code belangrijke aanvullingen die wel worden aangehaald in de criteria van het Hof: de verstreken tijd en toegankelijkheid van de publicatie. Ik ben dan ook van mening dat de Raad zou kunnen overwegen om deze factoren te benoemen in de Code. De toetsing aan het recht op eer en goede naam kon tevens niet ontbreken. Ook hier valt de Code te verzoenen met de rechtspraak van het Hof.
Wat betreft het recht van antwoord, in de zin van artikel 10 EVRM, voorziet de Code in een alternatieve bepaling inzake wederwoord. Opmerkelijk is dat het Hof ook verwijst naar deze mogelijkheid tot correctie als beslissend criterium. Zoals andere auteurs stel ik deze tendens tot inmenging in de redactionele vrijheid in vraag. Ook bij het vermoeden van onschuld wordt aan de alarmbel getrokken. De Code vereist een hoge mate van zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid waardoor dit mogelijks de waakhondfunctie van de pers beperkt. Ik ben echter van mening dat voorzichtigheid mag worden verwacht van journalisten. Bij vrijheid hoort nu eenmaal verantwoordelijkheid.
Over het algemeen kan dus worden gesteld dat de Code in overeenstemming is met de besproken rechten en rechtspraak van het EHRM, mits gemaakte kanttekeningen en nuanceringen.
Omdat theorie niet alomvattend is, sloot ik mijn onderzoek af met een interview met een deskundige. Haar praktische kijk bracht nuance en bood een waardevolle reflectie op bepaalde delen van mijn onderzoek.
Meer lezen

BETEKENISVOLLE TRANSPARANTIE BIJ DE TOEPASSING VAN AI-SYSTEMEN EEN ANALYSE VAN DE TRANSPARANTIEVERPLICHTINGEN IN DE ALGEMENE VERORDENING GEGEVENSBESCHERMING EN HET VOORSTEL VOOR EEN VERORDENING BETREFFENDE ARTIFICIËLE INTELLIGENTIE

Universiteit Gent
2023
Annelore
Mattart
Deze masterproef analyseert de mate waarin de transparantieverplichtingen in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en het Voorstel voor een Verordening betreffende Artificiële Intelligentie (Voorstel) samen betekenisvolle transparantie bieden ten aanzien van de aan het AI-systeem onderworpen personen bij de toepassing van artificiële intelligentie (AI). Deze analyse gebeurt aan de hand van een zelf ontwikkeld transparantiekader, gebaseerd op (en in lijn met) de reeds bestaande academische literatuur hieromtrent. Dit kader wordt op beide wetgevende instrumenten toegepast, op grond waarvan de juridische uitdagingen in de AVG en het Voorstel met betrekking tot het bereiken van betekenisvolle transparantie visueel kunnen worden waargenomen. Uit de integratie van beide transparantiekaders, wordt de mate waarin de AVG en het Voorstel betekenisvolle transparantie bieden ten aanzien van de aan het AI-systeem onderworpen personen, visueel geïllustreerd.
Meer lezen

de compatibiliteit van de coronamaatregelen met het algemeen geldend strafrecht

Universiteit Gent
2022
Amber
Eggermont
Waren de coronamaatregelen rechtsgeldig? De legaliteit, legitimiteit, proportionaliteit, en gelijkheid van de coronamaatregelen onder de loep.
Meer lezen

Hoe kunnen we mensen in kwetsbare situaties menswaardig en als participant empoweren richting e-inclusiviteit?

Odisee Hogeschool
2021
Zozan
Kilic
Met dit onderzoek wil Zozan Kilic nagaan hoe de digitale ongelijkheid verkleind kan worden door gebruik
te maken van grondrechten, om professionals en organisaties tools te kunnen meegeven
voor een empowerende ondersteuning waarbij vertrouwen centraal staat.
Meer lezen

Brengt de ideologie van de existentiële band tussen ouders en kinderen de jeugdhulp en jeugdbescherming in moeilijkheden?

Erasmushogeschool Brussel
2021
Laetitia
De Bruyn
De wet bepaalt dat een plaatsing van een kind alleen als laatste redmiddel en met het oog op gezinshereniging mag plaatsvinden, om de grondrechten van zowel ouders als kinderen te eerbiedigen. Het onderhouden van familiebanden is een gevestigde norm in de Belgische jeugdhulp en ligt aan de basis van ons jeugdbescherming systeem. Maar zou het hoofddoel van het werk van de jeugdbeschermers niet eerder moeten gesteld worden in functie van wat het kind in staat stelt zich goed te ontwikkelen, verre van pure ideologische verklaringen rond het belang van de familieband?
Meer lezen

Een last en een leerkans? De rollen van adolescente vluchtelingen in het gezin

Universiteit Gent
2021
Emily
Debaes
Een kwalitatief onderzoek omtrent de rollen die adolescente vluchtelingen opnemen in het gezin en hoe ze deze beleven.
Meer lezen

The Role of the CJEU in Ensuring that the Principles of Mutual Trust and Recognition Enshrined in the FDEAW Stay in Line with the CFR

Universiteit Gent
2020
Rodrigo
Belle Gubbins
Een analyse van de ontwikkeling van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot het mechanisme van het Europees arrestatiebevel om te bepalen of de justitiële samenwerking tussen de lidstaten voorrang krijgt boven de bescherming van de grondrechten of omgekeerd.
Meer lezen

Op de man af: onderzoek naar de online kwetsbaarheid van bekende vrouwen in Vlaanderen

Universiteit Gent
2020
Gaëlle
Mortier
De afgelopen jaren brachten een toenemende ongerustheid over cybergeweld tegen vrouwen met zich. Vooral vrouwen die in de publieke belangstelling staan, zouden kwetsbaarder zijn voor deze praktijk. Toch is de online kwetsbaarheid van vrouwelijke bekendheden in Vlaanderen zelden in kaart gebracht. Het doel van dit onderzoek is vanuit een intersectionele invalshoek een inzicht te verwerven in hun ervaringen en de offline repercussies, mogelijke verklaringen en copingmechanismen. Twaalf diepte-interviews spitsten zich toe op de online kwetsbaarheid van vrouwen uit verscheidene publieke domeinen. Uit de onderzoeksresultaten kwam naar voor dat online intimidatie tegen vrouwen zich zelden richt op inhoudelijke aspecten, maar veeleer teruggaat naar een eeuwenoude focus op lichamelijkheid. Vrouwen met meerdere kwetsbare identiteitskenmerken ervaren een meerlagig slachtofferschap. Hoewel de respondenten overwegend oorzaken met een maatschappelijke grondslag aanduiden, vallen zij voornamelijk terug op individuele copingstrategieën. De masterproef concludeert dat vooral maatschappelijke handvaten nodig zijn om online geweld tegen vrouwen te bestrijden.
Meer lezen

Digitale Controle op Migratie vs. het Recht op Privacy en Gegevensbescherming in België: De toegang tot smartphones en sociale mediaprofielen in Belgische verzoekprocedures om internationale bescherming

Universiteit Gent
2020
Lore
Roels
Deze masterscriptie bewandelt, zoals de titel doet vermoeden, de grens tussen het asielrecht en het privacy- en gegevensbeschermingsrecht. De scriptie gaat meer bepaald op zoek naar het evenwicht tussen het belang van een overheid, bij het bestrijden van misbruik in procedures om internationale bescherming, en het belang van verzoekers om internationale bescherming, bij de uitoefening van hun recht op privacy en gegevensbescherming. Er wordt hierbij gefocust op de recente wetswijziging van de Belgische Vreemdelingenwet (21 november 2017), die het (onder andere) mogelijk maakt voor het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen om zich toegang te verschaffen tot smartphones en sociale mediaprofielen van verzoekers, ter beoordeling van hun verzoek om internationale bescherming.
Meer lezen

The right to cultural identity of indigenous peoples in Europe

KU Leuven
2019
Merel
Vrancken
Deze scriptie onderzoekt de bescherming van het recht op culturele identiteit van inheemse volken op het grondgebied van de Raad van Europa. Hierin wordt ook de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hieromtrent besproken.
Meer lezen

To blockchain or not to blockchain? De opportuniteit van blockchaintechnologie voor controle over persoonsgegevens uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming

KU Leuven
2019
Dylan
Verhulst
De scriptie onderzoekt de opportuniteit van blockchaintechnologie voor de controle door de betrokkene over diens persoonsgegevens in de GDPR.
Meer lezen

Privacy Shield v GDPR, Schrems revisited?

Universiteit Gent
2019
Simon
Gunst
In de scriptie wordt het EU-privacyrecht uit de doeken gedaan door 1) de grondrechten van de EU (+ bijbehorende rechtspraak) en 2) de AVG (GDPR) te analyseren. Daarna wordt het versturen van persoonlijke gegevens van de EU naar de USA onder het Privacy Shield getoetst aan dit kader.
Meer lezen

Schikken en schuldig pleiten als belastingplichtige. Rechtsbescherming uit art. 6 EVRM bij het afsluiten van een minnelijke schikking of het erkennen van schuld bij het openbaar ministerie

KU Leuven
2018
Eva
Nackaerts
Deze masterscriptie onderzoekt of er voldoende rechtsbescherming aanwezig is voor de belastingplichtige verdachte die een minnelijke schikking afsluit of zijn schuld erkent bij het parket. Hierbij wordt er getoetst aan de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Meer lezen

The EU-U.S. Privacy Shield: ensuring the continuation of data flows instead of rebuilding trust? Europe tangled up in its own data protection requirements?

Universiteit Gent
2017
Judith
Vermeulen
De scriptie omvat een analyse van het EU-V.S. Privacyschild in het licht van de Europese privacystandaarden (in het bijzonder deze aangaande de legaliteit van 'mass surveillance'). Die analyse wordt vervolgens in perspectief geplaatst door andere EU instrumenten (zoals de PNR akkoorden, de PNR Richtlijn, het TFTP akkoord, (standard) contractual clauses en binding corporate rules), in de mate dat die zich daartoe lenen, aan dezelfde test te onderwerpen.
Meer lezen

Strafwaardigheid van cyberpesten

KU Leuven
2015
Lara
schupp
Cyberpesten en het strafrechtOp 13 december 2012 staat er een artikel in Het Laatste Nieuws over een meisje van 16 jaar uit Florida, Jessica Laney, dat zelfmoord pleegde nadat ze verschillende haatberichten via de website ask.fm kreeg toegestuurd.Dit is slechts één voorbeeld van een geval van cyberpesten. Het is een fenomeen dat zich over heel de wereld voordoet.
Meer lezen

Rechtsbescherming in de context van het Europees Stabiliteitsmechanisme

KU Leuven
2015
Max
Wouters
De Europese Unie heeft de voorbije jaren te kampen met enkele bijzondere opeenvolgende crisissen. De interne markt en de gemeenschappelijke munt stonden onder aanzienlijke druk op het moment dat de financiële crisis in enkele Europese lidstaten een overheidsschuldencrisis veroorzaakte. Deze crisis legde enkele structurele en institutionele zwaktes die inherent zijn aan de economische en monetaire unie bloot. De manier waarop de Europese Unie omgaat met deze crisissituaties staan toe een inzicht te verkrijgen over de toekomst van de Unie als een geheel, een organisatie en als een ideaal.
Meer lezen

De verplichting om een taal te kennen of bereid te zijn deze aan te leren en de sociaaleconomische grondrechten

Universiteit Antwerpen
2013
Laura
Claessens
Taalkennis: sleutel tot huurhuis, niet tot eigen woningHoe belangrijk is het om een taal te leren? Levensbelangrijk in Vlaanderen. Zonder taalkennis wordt het moeilijk om een woning te huren bij een socialehuisvestingsmaatschappij, een bouwgrond te kopen van bepaalde gemeenten en een leefloon te krijgen bij een aantal OCMW’s. Kan dat zomaar?OverlevenBeeld je in dat je familie naar een ander land verhuist. Jullie moeten helemaal van nul beginnen: zonder de taal te kennen zoeken jullie naar een huis en naar werk. Alles is ongelofelijk duur in dat land.
Meer lezen

Hoe kan een lokale investering in toegankelijkheid een investering zijn in de toekomst?

KU Leuven
2011
Mark
Van Assche
Hoe kan een lokale investering in toegankelijkheid een investering zijn in de toekomst?Dat het aantal mensen met een beperking in de komende jaren, mede als gevolg van de vergrijzing van bevolking en de vooruitgang van de wetenschap, zal wel niemand verbazen. Neem daarnaast noch een persoon met een gebroken been  die het moeilijk heeft om het openbaar vervoer te gebruiken of een leverancier met een zware last moet doos per doos binnenbrengen omdat zijn wagentje de vijf treden naar de ingang niet kan nemen dan komt men tot een zeer grote groep van mensen die met een ‘toegankelijkheidsprobleem’
Meer lezen

Het recht op godsdienstvrijheid en de neutraliteit van de staat

KU Leuven
2007
Willem
Coppenolle
Een (hoofd)doekje voor het bloeden

Het recente verbod op het dragen van religieuze symbolen voor ambtenaren, zorgde in de voorbije jaren voor behoorlijk wat controverse. Vooral moslims, die zich door de maatregel geviseerd voelden, protesteerden tegen de nieuwe bepaling. De overheid drukte echter zijn visie door, met steun van een meerderheid van de publieke opinie, en stelde dat de neutraliteit van de overheid dergelijke maatregel vereiste.
Meer lezen