Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

AURALISATIE ALS TOOL VOOR INCLUSIEF ONTWERPEN: EEN VERKENNEND ONDERZOEK MET DRIE ERVARINGSDESKUNDIGEN

KU Leuven
2026
Dany
Ye
Traditioneel is het architectonisch ontwerpproces sterk visueel georiënteerd, waarbij de auditieve dimensie van ruimtes vaak pas laat door gespecialiseerde akoestici wordt geanalyseerd. Hoewel de auditieve mogelijkheden in het ontwerp de laatste jaren zijn toegenomen door diverse softwarepakketten, wordt geluid tijdens het creatieve proces nog onvoldoende als ontwerpparameter ingezet. Deze benadering schiet tekort in het waarborgen van auditieve toegankelijkheid voor diverse gebruikersgroepen.

Auralisatie, het auditieve equivalent van visualisatie, biedt een manier om de akoestische beleving van een ruimte al tijdens het ontwerpproces hoorbaar te maken. In dit onderzoek wordt auralisatie benaderd als een verkennende, communicatieve en participatieve ontwerptool die de uitwisseling tussen technische akoestische parameters en subjectieve ruimtelijke ervaring kan ondersteunen binnen inclusieve ontwerppraktijken.

De centrale onderzoeksvraag luidt: "Hoe kan auralisatie, met aandacht voor auditieve diversiteit, worden ingezet als een tool tijdens het ontwerpproces om tot meer inclusieve ruimtelijke ontwerpen te komen?" Een grondige literatuurstudie legt de theoretische basis en identificeert auditieve diversiteit bij mensen met een zintuiglijke beperking of mensen die neurodivergent zijn: mensen met een visuele beperking hebben baat bij enige nagalm voor ruimtelijke oriëntatie, mensen met een auditieve beperking vereisen een korte nagalmtijd voor spraakverstaanbaarheid, en mensen op het autismespectrum hebben vaak behoefte aan een korte nagalm en een laag geluidsniveau om sensorische overbelasting te voorkomen.

Door middel van een kwalitatieve casestudy binnen het kader van het herbestemmingsproject voor het Stadhuis van Leuven, waarbij drie ervaringsdeskundigen werden betrokken, werd onderzocht hoe auralisatie in een concrete ontwerpcontext kan functioneren. De sessies leverden niet alleen ontwerp-gerelateerde inzichten op, maar maakten ook zichtbaar hoe uiteenlopende auditieve ervaringen elkaar kunnen aanvullen of in spanning kunnen staan. Dit benadrukt dat inclusieve akoestiek niet kan worden herleid tot uniforme richtlijnen, maar eerder een proces is van afwegen en contextualiseren.

De bijdrage van dit onderzoek ligt in het verkennen van auralisatie als een communicatieve en participatieve ontwerptool die het begrip van akoestische ruimte-ervaring kan ondersteunen. De resultaten suggereren dat auralisatie kan bijdragen aan het expliciteren van impliciete kennis over geluid en ruimte, en het faciliteren van dialoog tussen architecten en ervaringsdeskundigen. Binnen de beperkingen van dit verkennend onderzoek wordt auralisatie hierbij beschouwd als een hulpmiddel voor participatieve reflectie, eerder dan als een zelfstandige ontwerpoplossing.
Meer lezen

Geïntegreerde zorg als normatief kompas: Beleidslogica’s en spanningen in België

KU Leuven
2026
Maartje
Reyniers
Geïntegreerde zorg is een belangrijk begrip in de Belgische gezondheidszorg en welzijnssector. Het verwijst naar een betere samenwerking tussen zorgverleners en organisaties, zodat mensen meer samenhang ervaren in hun zorg en ondersteuning. Het gaat daarbij niet alleen om medische zorg, maar ook om hulp in het dagelijks leven, zoals ondersteuning vanuit sociale en welzijnsdiensten. Hoewel er brede overeenstemming bestaat over het belang hiervan, vullen mensen die betrokken zijn bij het beleid dit begrip in de praktijk verschillend in. Deze studie onderzoekt hoe zij geïntegreerde zorg begrijpen, welke doelen zij belangrijk vinden en hoe zij omgaan met spanningen tussen die doelen.
Hiervoor werd eerst gekeken naar belangrijke beleidsdocumenten over geïntegreerde zorg, gevolgd door gesprekken met beleidsactoren op Vlaams en federaal niveau. Op basis daarvan werd onderzocht welke accenten zij leggen en hoe zij hun keuzes toelichten.
De resultaten tonen dat vaak dezelfde doelen terugkomen, zoals zorgkwaliteit, betaalbaarheid, gelijke toegang tot zorg en ziektepreventie. Toch verschillen betrokkenen in welke doelstellingen ze het belangrijkst vinden en hoe ze die interpreteren. Sommigen leggen meer nadruk op efficiënt gebruik van middelen, terwijl anderen vooral focussen op toegankelijkheid of de wensen van de patiënt. Deze verschillen brengen spanningen met zich mee. Zo kan efficiëntie botsen met persoonlijke zorg, en kan centrale aansturing moeilijk samengaan met lokale flexibiliteit. In de praktijk worden deze spanningen niet opgelost, maar wordt gezocht naar manieren om verschillende benaderingen te combineren.
Deze manier van werken hangt samen met hoe geïntegreerde zorg in deze studie wordt begrepen, namelijk niet als één vast model met duidelijke regels, maar als een soort “kompas”. Dat kompas geeft geen vaste antwoorden en schrijft ook niet voor hoe keuzes moeten worden gemaakt. In plaats daarvan helpt het beleidsactoren om hun eigen ideeën, prioriteiten en manier van kijken op geïntegreerde zorg expliciet te maken en in verhouding tot elkaar te plaatsen.
Door deze verschillen zichtbaar te maken, wordt het eenvoudiger om ze te bespreken en beter te begrijpen hoe ze zich tot elkaar verhouden. In sommige gevallen kunnen verschillende visies elkaar versterken of aanvullen. In andere situaties is het nodig om een evenwicht te zoeken tussen uiteenlopende accenten. Het kompas helpt zo vooral om dit gesprek te structureren en om tot een meer gedeelde, maar niet noodzakelijk uniforme invulling van geïntegreerde zorg te komen. Op die manier biedt deze studie nieuwe inzichten in de uitdagingen en mogelijkheden van geïntegreerde zorg in België en in hoe samenwerking tussen zorg en ondersteuning in de praktijk vorm krijgt.
Meer lezen

Verpleegkundige aandachtspunten bij gebruik van antipsychotica tijdens een zwangerschap

Thomas More Hogeschool
2026
Ramona
Westerveld
Deze bachelorproef onderzoekt welke verpleegkundige aandachtspunten belangrijk zijn bij de begeleiding van zwangere zorgvragers die antipsychotica gebruiken. Een zwangerschap in combinatie met een psychiatrische aandoening brengt een complex zorgvraagstuk met zich mee: zorgverleners moeten de mogelijke risico’s van medicatie afwegen tegen de risico’s van onbehandelde psychiatrische problematiek voor ouder en kind.

Aan de hand van een literatuurstudie werd onderzocht welke effecten antipsychotica tijdens de zwangerschap kunnen hebben en welke rol verpleegkundigen kunnen opnemen in de begeleiding. Uit de huidige wetenschappelijke literatuur blijkt geen duidelijk verhoogd risico op ernstige aangeboren afwijkingen. Wel worden verbanden beschreven met onder andere vroeggeboorte, een lager geboortegewicht en tijdelijke aanpassingsproblemen bij pasgeborenen. Tegelijk is het moeilijk om deze effecten rechtstreeks toe te schrijven aan de medicatie, omdat ook de onderliggende psychiatrische aandoening en andere factoren een belangrijke rol spelen.

De resultaten benadrukken het belang van een individuele en multidisciplinaire aanpak. Verpleegkundigen spelen daarbij een belangrijke rol in monitoring, educatie, ondersteuning en zorgcoördinatie. Zowel bij het verderzetten als bij het afbouwen of stopzetten van antipsychotica is een zorgvuldige opvolging van het psychische en lichamelijke welzijn van de zwangere zorgvrager essentieel.
Meer lezen

Hergebruik van geprefabriceerde betonnen welfsels, een technisch-economische analyse op basis van het Europese hergebruiklandschap

Universiteit Gent
2026
Gilles
Vandenbussche
Hoewel de roep om circulair bouwen in de academische wereld steeds luider klinkt, blijft de praktische uitvoering vaak beperkt tot de herwaardering van niet-structurele materialen. Waarom laten we de grootste kansen op verduurzaming onbenut? Gezien de enorme milieu-impact van beton en de aanhoudende vroegtijdige sloop van
gebouwen, is het essentieel om de stap naar het hergebruiken van structurele elementen te zetten. Deze masterproef richt zich specifiek op het hergebruikpotentieel van geprefabriceerde betonnen holle welfsels, die door hun groot aandeel in de structurele massa van Belgische gebouwen een cruciaal aandachtspunt vormen
binnen de circulaire economie.

Het onderzoek brengt eerst de huidige stand van zaken van betonelementhergebruik in Europa in kaart. Op basis
van deze analyse en inbreng door instanties in de constructiesector is een praktisch stappenplan ontwikkeld om de technische en economische haalbaarheid van het oogsten en hergebruiken van holle welfsels aan te tonen. Het resultaat is een beslissingsdiagram dat niet alleen toepasbaar is op welfsels, maar ook ontwerpprincipes aanreikt voor andere betonelementen. Verschillende hergebruiktrajecten resulteren in een lagere kostprijs per eenheid, waardoor het hergebruiken van betonelementen in deze scenario’s economisch competitief wordt. Om de cirkel volledig te sluiten, besluit het onderzoek met concrete voorstellen voor demontabele bouwdetaillering, waardoor de geoogste elementen ook in de toekomst eenvoudig opnieuw inzetbaar blijven.
Meer lezen

Optimalisatie-Interactie: Educatieve chatbots voor leerlingen met leerstoornissen

Hogeschool PXL
2026
Josephine
Bouwens
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe AI-gestuurde educatieve chatbots kunnen worden afgestemd op de noden van leerlingen met leerstoornissen, met een focus op dyslexie en dysfasie. De stage vindt plaats binnen Eureka Expert BV, onderdeel van Eureka Leuven, een toonaangevend Belgisch expertisecentrum die personen met leerstoornissen begeleidt.
Binnen deze context wordt een prototype ontwikkeld van een AI-gedreven chatbot die optreedt als digitale studiebegeleider. Het systeem moet studeren ondersteunen door de leerling te ondervragen en gericht feedback te geven op basis van het studiemateriaal van de gebruiker. Hierbij wordt specifiek rekening gehouden met de noden van leerlingen met dyslexie en/of dysfasie.
Het systeem wordt ontwikkeld in React (TypeScript/Vite). De AI-functionaliteit wordt gerealiseerd via een Node.js/Express-backend met Google Gemini voor tekst- en spraakverwerking. Door gebruik te maken van Retrieval-Augmented Generation (RAG) via Gemini File Search worden antwoorden inhoudelijk afgestemd op het studiemateriaal.
Daarnaast wordt een literatuurstudie uitgevoerd naar informatieverwerking en effectieve leerstrategieën bij leerlingen met dyslexie en/of dysfasie. Op basis hiervan wordt onderzocht hoe een AI-chatbot deze strategieën kan ondersteunen. Daarnaast wordt onderzocht hoe system prompts geoptimaliseerd kunnen worden en wordt een promptstrategie uitgewerkt.
Tot slot wordt een evaluatie uitgevoerd met leerlingen gericht op hun gebruikservaring. Aan de hand van gerichte vragen wordt gepeild naar gebruiksvriendelijkheid, duidelijkheid, motivatie en ondersteuning. De resultaten worden verwerkt in een evaluatiematrix, die toelaat om verbeterpunten te formuleren voor zowel de chatbotinterface als de onderliggende promptstructuur.
Uit de ontwikkeling en evaluatie blijkt dat de AI-gestuurde chatbot potentieel heeft als aanvullende studieondersteuning voor leerlingen met dyslexie en/of dysfasie. De combinatie van Retrieval-Augmented Generation, aangepaste promptstrategieën, eenvoudige taal, herhaling en multimodale interactie zorgt ervoor dat de chatbot beter kan aansluiten bij de noden van deze doelgroep. Doordat de antwoorden gebaseerd worden op het studiemateriaal van de leerling, kan de ondersteuning inhoudelijk relevanter en meer contextgericht worden aangeboden.
De gebruikerstesten tonen aan dat de chatbot door leerlingen als motiverend en behulpzaam kan worden ervaren. Vooral de mogelijkheid om zelfstandig te oefenen, vragen te stellen, uitleg te krijgen en via spraak te communiceren, maakt de toepassing toegankelijker voor leerlingen die moeilijkheden ervaren met lezen, schrijven of taalverwerking. De chatbot biedt bovendien ruimte voor herhaling en directe feedback, wat kan bijdragen aan meer zelfvertrouwen en zelfstandigheid tijdens het studeren.
Tegelijkertijd moet de chatbot worden gezien als een ondersteunend hulpmiddel en niet als vervanging van een leerkracht of begeleider. De resultaten tonen aan dat AI waardevol kan zijn binnen gepersonaliseerde leerondersteuning, op voorwaarde dat de technologie zorgvuldig wordt afgestemd op de doelgroep en ingebed wordt in een veilige, pedagogisch verantwoorde leercontext. Deze bachelorproef toont daarmee aan dat een AI-gestuurde studiebegeleider een veelbelovende aanvulling kan vormen op bestaande digitale leerplatformen voor leerlingen met leerstoornissen.
Meer lezen

welke rol speelt de verpleegkundige in de vroege herkenning van hemispatiaal neglect bij patiënten na een cerebrovasculair accident (CVA)?

Hogeschool VIVES
2026
steffie
dumortier
Deze bachelorproef onderzoekt de rol van de verpleegkundige in de vroege herkenning van hemispatiaal neglect bij patiënten na een cerebrovasculair accident (CVA). Hemispatiaal neglect kan een grote invloed hebben op de veiligheid, zelfstandigheid en revalidatie van de patiënt, maar wordt in de dagelijkse zorg niet altijd tijdig herkend.

Aan de hand van een literatuurstudie werd onderzocht welke signalen verpleegkundigen kunnen observeren, welke screeningsmethoden en hulpmiddelen beschikbaar zijn en hoe multidisciplinaire samenwerking kan bijdragen aan een vroegere herkenning en betere begeleiding.

Op basis van de bevindingen werd de Neglectbox ontwikkeld: een praktijkgericht hulpmiddel met onder andere een verpleegkundig zakkaartje, Neglect Compass, kamerindelingskaart, patiëntenwerkboek, familiekaart en verschillende hulpmiddelen voor de patiënt. De box heeft als doel verpleegkundigen en andere zorgverleners te ondersteunen, de patiënt actief te betrekken bij de revalidatie en ook familie handvatten te geven.

De Neglectbox zal binnen AZ Delta in de praktijk worden ingezet, waarbij onder andere de ontwikkelde kamerindelingskaart effectief gebruikt zal worden.
Meer lezen

Een gevoelige buik op school

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Guuske
Creël
Mijn bachelorproef gaat over hoe leerkrachten leerlingen met een gevoelige buik beter kunnen begrijpen en ondersteunen op school. Buikklachten hebben namelijk niet alleen een lichamelijke impact, maar kunnen ook zorgen voor stress, schaamte, angst en concentratieproblemen. Via literatuuronderzoek, gesprekken met leerlingen en leerkrachten en observaties onderzocht ik waar leerlingen in de klaspraktijk tegenaan lopen en wat leerkrachten kunnen doen om hen beter te ondersteunen. Vanuit dit onderzoek ontwikkelde ik een praktische infobundel voor leerkrachten en een laagdrempelig pijninstrument waarmee leerlingen hun pijn kunnen aangeven zonder dit klassikaal te moeten vertellen.
Meer lezen

Tweedehands kopen bij De Kringwinkel West: motivaties en barrières. Een verkennende survey naar motivaties, barrières en gedragsverschillen.

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Sébastien
Vandenberghe
Deze bachelorproef onderzoekt welke motivaties en barrières samenhangen met het koopgedrag rond tweedehands goederen bij huidige en potentiële klanten van De Kringwinkel West. Het onderzoek combineert een literatuurstudie met een online hoofdbevraging bij 262 volwassenen en een afzonderlijk gerapporteerde aanvullende survey bij 52 respondenten.

Geld besparen, unieke of vintage vondsten en winkelplezier komen naar voren als de sterkste motivaties. Niet vinden wat men zoekt en onzekerheid over garantie, kwaliteit en hygiëne vormen de relatief sterkste gemeten drempels. Schaamte speelt binnen deze respondentengroep een kleinere rol.

Voor De Kringwinkel West wijzen de bevindingen op kansen om bekendheid en winkelbezoek beter te vertalen naar aankoop en herhaalbezoek. De aanbevelingen richten zich op een beter vindbaar assortiment, zichtbare kwaliteits- en netheidscommunicatie en een heldere prijs- en waardecommunicatie. Zo biedt de studie concrete aanknopingspunten voor de praktijk van een sociale circulaire onderneming. Door de niet-representatieve steekproef en de verschillen tussen beide bevragingen zijn de resultaten verkennend; de effecten van de voorgestelde verbeteringen werden niet getest.
Meer lezen

Preserving Urban Identity

KU Leuven
2026
Madeline
Smid
Deze thesis onderzoekt hoe ruimtelijke herinneringen richting kunnen geven aan de transformatie van zowel institutioneel als beleefd erfgoed binnen de naoorlogse stedelijke wederopbouw. De focus ligt voornamelijk op Podil, een district in de Oekraïense hoofdstad Kyiv, waar de deelnemers vandaan komen. De thesis vertrekt vanuit de vaststelling dat binnen de naoorlogse wederopbouw van Oekraïne vaak de nadruk ligt op officieel erkend erfgoed, terwijl de alledaagse ruimtelijke herinneringen en levenservaringen van de inwoners het risico lopen over het hoofd te worden gezien.

De onderzoeksvraag luidt: Hoe kan ruimtelijke herinnering richting geven aan de transformatie van zowel institutioneel als beleefd erfgoed binnen de stedelijke wederopbouw na een conflict? Om deze vraag te beantwoorden, werd een participatieve aanpak ontwikkeld waarbij rechtstreeks werd samengewerkt met Oekraïense deelnemers uit hetzelfde stedelijke gebied in Kyiv. Aan de hand van een stapsgewijs proces van gesprekken en co-creatieve sessies combineerde het onderzoek memory talks, mentale kaarten, representatieve kaarten, tekeningen, maquettes en desktoponderzoek. Op deze manier werden de geleefde ervaringen en herinneringen van de deelnemers geleidelijk vertaald naar ruimtelijke representaties. Elke fase bouwde voort op de vorige en bracht nieuwe en meer gedetailleerde inzichten aan het licht. Gedurende het proces werd een dagboek bijgehouden waarin de ontwikkeling van de methodologie stap voor stap werd gedocumenteerd.

De bevindingen tonen aan dat stedelijke identiteit niet alleen wordt gedragen door monumenten, maar ook door alledaagse ruimtelijke structuren en zintuiglijke ervaringen. Op basis van de verschillende fasen van de methodologie werd een identiteitsgericht kader ontwikkeld dat bestaat uit vijf elementen: dagelijkse routine, groen ademen, connectiviteit, historische continuïteit en zintuiglijke rijkdom. Samen kunnen deze elementen de naoorlogse wederopbouw ondersteunen en bijdragen aan het behoud van de stedelijke identiteit.

Het kader werd toegepast op een geselecteerd gebied rond Hostynyi Dvir en de omliggende publieke ruimtes. De toepassing toonde aan hoe het identiteitsgerichte kader kan worden vertaald naar een ontwerp. In plaats van een vastomlijnd ontwerpvoorstel te formuleren, biedt de thesis een kwalitatieve methode om te herkennen welke ruimtelijke kwaliteiten bijdragen aan een gevoel van verbondenheid, collectief geheugen en stedelijke continuïteit. Hoewel het kader werd toegepast op een specifieke locatie, is het overdraagbaar en kan het op verschillende schaalniveaus en in uiteenlopende contexten worden gebruikt, van één gebouw tot een volledig district of een hele stad.

Deze thesis stelt dat naoorlogs herstel verder moet gaan dan het beschermen van officieel erkend erfgoed en dat participatieve benaderingen moeten worden ingezet om te ontdekken welke alledaagse ruimtelijke kwaliteiten eveneens het bewaren waard zijn. Ruimtelijke herinnering vormt daarbij de belangrijkste basis voor een wederopbouw die niet alleen gebouwen herstelt, maar ook de voorwaarden creëert voor het voortzetten van het stedelijke leven. Op die manier kan toekomstige wederopbouw evolueren naar een meer bottom-up praktijk, geworteld in de herinneringen, ervaringen en dagelijkse realiteit van de mensen die de stad bewonen.
Meer lezen

Voorbij het monsterbeeld: de haai als slachtoffer

HOGENT
2026
Marlies
Hemelinckx
Shark species are declining and anthropogenic pressures are on the rise.
This study investigates the occurrence and characteristics of anthropogenic injuries in bull sharks and oceanic blacktip sharks at Aliwal Shoal, Umkomaas, South Africa. The aim is to assess injury frequency, origin, type, anatomical distribution and seasonal variation, as well as the influence of photographic coverage on injury detection.
A total of 383 sharks were analysed, consisting of 53 bull sharks and 330 oceanic blacktip sharks. For bull sharks, 3,975 photographs were systematically reviewed, while 25,354 photographs were analysed for oceanic blacktip sharks. Data was collected using photographic records and classified according to injury presence, number, origin, type and body location. Seasonal patterns were derived from the month of observation and grouped into seasonal categories.
Anthropogenic injuries were recorded in both species, with a substantial proportion of individuals affected. Fishing-related injuries were the most frequent in both bull sharks and oceanic blacktip sharks, followed by vessel-related injuries. Most sharks exhibited a single injury, although multiple injuries per individual were also observed, particularly in oceanic blacktip sharks. Retained fishing gear and associated wounds were the most common injury type, while fins were the most frequently affected body region in both species.
Seasonal variation in newly observed injuries indicated differences in distribution across seasons, with relatively higher frequencies during warmer periods. Photographic analysis showed that a considerable proportion of sharks did not have full-body coverage, suggesting that some injuries may not have been detected and that reported values likely underestimate true occurrence.
Overall, the results demonstrate widespread anthropogenic interaction with sharks at Aliwal Shoal and highlight the importance of fisheries as the main source of injury, as well as the need for improved monitoring methods to better assess impacts on shark populations.
Meer lezen

Real-Time Remote AI Segmentation over 4G/5G Networks for Assistive Navigation on Custom Trails for Visually Impaired Persons (VIPS)

Vrije Universiteit Brussel
2026
Maarten
Dequanter
De scriptie onderzoekt of artificiële intelligentie en publieke 4G/5G-netwerken kunnen worden ingezet om blinde en slechtziende personen in real time te ondersteunen bij het volgen van wandelpaden. Een camera maakt beelden van de omgeving, waarna een AI-model het begaanbare pad herkent en omzet in eenvoudige richtingsinformatie, zoals links, rechts of rechtdoor. Daarbij wordt onderzocht of die beeldanalyse best lokaal op een klein toestel gebeurt of op een krachtige computer op afstand.

Uit de experimenten blijkt dat een energiezuinig toestel zoals een Raspberry Pi 5 onvoldoende snel is voor lokale real-time beeldsegmentatie, terwijl verwerking op een externe GPU via een publiek 5G-netwerk wel voldoende snel kan reageren. Tijdens veldmetingen werd een gemiddelde 5G-latency van ongeveer 24 ms gemeten en bleef de totale reactietijd bij geschikte instellingen onder ongeveer 200 ms, wat bruikbaar is voor begeleiding aan wandelsnelheid.

De scriptie ontwikkelt daarnaast een veilige en reproduceerbare testmethode met een digitaal park in Unreal Engine en vormde de technische basis voor de smartphone-app Stay On Trails en het vervolgproject BlindNavParks, dat steun kreeg van de Koning Boudewijnstichting.

Kort samengevat: de scriptie toont aan dat cloudondersteunde AI via bestaande 5G-netwerken technisch haalbaar is als basis voor betaalbare assistieve navigatie voor mensen met een visuele beperking.
Meer lezen

The instant messaging use of secondary school teachers and its implications for teacher well-being

Universiteit Gent
2026
Kyra
De Keyser
Instant messaging wordt steeds vaker gebruikt op de werkvloer. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat werkgerelateerd gebruik van instant messaging zowel positieve als negatieve implicaties met zich meebrengt. Omdat werkcontexten sterk kunnen verschillen, focust deze studie specifiek op het secundair onderwijs. Aan de hand van diepte-interviews met 15 Vlaamse leerkrachten secundair onderwijs wordt hun gebruik van instant messaging met collega's en/of leerlingen in kaart gebracht. Daarnaast wordt nagegaan in welke mate leerkrachten op de hoogte zijn van het socialemediabeleid van hun school en hoe ze dit beleid ervaren. De resultaten tonen aan dat instant messaging vooral onder collega's voorkomt en in mindere mate met leerlingen. Participanten ervaren voordelen (snelheid en versterken van onderlinge banden), nadelen (gebrek aan overzicht, informatie-overload, storende meldingen en verstoorde werk-privébalans) en ambivalente implicaties (informaliteit en grotere toegankelijkheid). Ongeveer de helft van de bevraagde leerkrachten is niet op de hoogte van de richtlijnen rond werkgerelateerde communicatie (deconnectie en (on)gewenste kanalen). Op basis daarvan worden enkele aanbevelingen geformuleerd voor het socialemediabeleid van scholen.
Meer lezen

Linking genotype to behaviour: the genetic and regulatory basis of predator-induced plasticity in Daphnia magna

KU Leuven
2026
Anton
de Jong
Deze thesis onderzoekt hoe de watervlo Daphnia magna haar gedrag aanpast als reactie op de aanwezigheid van vis-predatoren, en welke genen daaraan ten grondslag liggen. Met een gedragsassay werd bij 101 klonen uit 20 Vlaamse vijvers gemeten hoe blootstelling aan chemische vis-signalen (kairomonen) de verticale positie in de waterkolom en de zwemsnelheid beïnvloedt. Klonen uit vijvers zonder historische vis-predatie vertoonden geen (of een omgekeerde) ontwijkingsrespons, wat wijst op verlies van plasticiteit bij afwezigheid van predatiedruk.

Een genoombrede associatiestudie (GWAS) koppelde de basale verticale positie aan een opsine-achtig gen, en plasticiteit in zwemsnelheid aan genen die lijken op Rotund-eiwitten, mogelijk betrokken bij geurwaarneming. Transcriptoomanalyse toonde daarnaast brede metabole en neurologische veranderingen na kairomoonblootstelling, en door dit te combineren met ATAC-seq-data werd een voorlopig genregulatorisch netwerk opgebouwd rond twee centrale transcriptiefactoren. Samen leveren deze resultaten nieuwe inzichten op in de moleculaire basis van gedragsplasticiteit bij predatiegevaar.
Meer lezen

Kinderwens, fertiliteit en ouderschap voorbij de norm. Een belevingsonderzoek bij trans en non-binaire koppels binnen een cisgender heteronormatieve context.

Universiteit Gent
2026
Maximo
Meerschaut
Deze masterproef onderzocht de beleving van genderdiverse koppels aangaande hun kinderwens, fertiliteitstraject en ouderschap binnen een cisgender heteronormatieve context, afgestemd op beleidsprotocollen van fertiliteitscentra. Een fertiliteitsproblematiek is een koppelprobleem, echter blijft het koppelperspectief onderbelicht. Bijgevolg is het belangrijk om hun beleving te exploreren en te kaderen teneinde genderinclusieve en sensitieve (fertiliteits)zorg te kunnen verlenen en negatieve ervaringen vermeden worden. Dit onderzoek betreft kwalitatieve, semigestructureerde interviews met 18 genderdiverse en cisgender participanten. Via thematische analyse werden vier thema’s geïdentificeerd: kinderwens, het fertiliteitstraject, ouderschap en invloed van een cisgender heteronormatieve context. Bevindingen tonen aan dat een kinderwens vaak al vroeg ontstaat en dat beslissingen hierover onder (leef)tijdsdruk genomen moeten worden, waardoor het traject als intens en complex wordt ervaren. Communicatie binnen het koppel en met zorgverleners blijkt fundamenteel, maar genderinclusieve zorg is nog onvoldoende aanwezig. Beleid en juridische kaders sluiten onvoldoende aan bij de realiteit van genderdiverse koppels. De resultaten benadrukken de nood aan inclusieve, flexibele en psychosociale ondersteuning in fertiliteitszorg.
Meer lezen

Van blauwe plek tot rode vlag

Thomas More Hogeschool
2026
Fran
De Block
Kindermishandeling herkennen is niet altijd eenvoudig. Signalen kunnen lichamelijk, gedragsmatig of emotioneel zijn en zijn zelden op zichzelf doorslaggevend. Verpleegkundigen op spoed- en pediatrische afdelingen staan dicht bij kinderen en kunnen daardoor belangrijke signalen opmerken, maar botsen in de praktijk vaak op twijfel: wat betekent wat ik zie, hoe bespreek ik mijn bezorgdheid en welke stappen mag of moet ik zetten?

Deze bachelorproef brengt in kaart welke kennis en ondersteuning verpleegkundigen nodig hebben om die onzekerheid beter te hanteren. Daarbij gaat het niet alleen om het herkennen van signalen, maar ook om objectief observeren en rapporteren, communiceren met kind en ouders, samenwerken binnen het team en inzicht krijgen in het juridisch kader en de meldstructuur.

Vanuit die bevindingen werd een interactieve bijscholing uitgewerkt, samen met een praktisch document waarin de belangrijkste informatie overzichtelijk wordt gebundeld. Zo krijgen verpleegkundigen concrete houvast op momenten waarop iets niet klopt, zonder te verwachten dat zij meteen zekerheid hebben.

De kern van deze bachelorproef is dan ook eenvoudig: twijfel hoeft niet te verdwijnen, maar ze mag ook niet betekenen dat een belangrijk signaal verloren gaat.
Meer lezen

Innovatieve Thermische Responstesten voor Geothermische Boorvelden

KU Leuven
2026
Bart
Vandenhout
Geothermische warmtepompen kunnen gebouwen efficiënt en duurzaam verwarmen en koelen, maar de hoge kost van boringen blijft een belangrijke drempel. Om een boorveld correct te dimensioneren, wordt daarom vaak een thermische responstest uitgevoerd. Zo’n test meet hoe goed de bodem warmte kan opnemen en afgeven, maar duurt doorgaans meerdere dagen.

In deze thesis onderzocht ik hoe deze testen sneller en efficiënter kunnen. Daarvoor ontwierp en bouwde ik zelf een nieuw meettoestel dat twee verschillende soorten thermische responstesten kan uitvoeren. Met dit toestel voerde ik praktijktesten uit op een boorveld en vergeleek ik beide methodes rechtstreeks onder dezelfde omstandigheden. De klassieke methode met constant vermogen bleek daarbij het meest robuust en praktisch inzetbaar.

Daarnaast ontwikkelde ik een nauwkeuriger thermisch model waarmee ook de eerste uren van een meting kunnen worden benut. Hierdoor kon de benodigde testduur gemiddeld met tot 24% worden verkort. Snellere en betrouwbare metingen kunnen de kosten van geothermische projecten verlagen en zo bijdragen aan een bredere toepassing van duurzame verwarming en koeling.
Meer lezen

Effectieve verpleegkundige hulpmiddelen en communicatiestrategieën bij medicatie-educatie voor anderstalige patiënten

Hogeschool UCLL
2026
Sushma
Paudel
Deze bachelorproef onderzoekt welke verpleegkundige hulpmiddelen en communicatiestrategieën kunnen bijdragen aan veilige en begrijpelijke medicatie-educatie voor anderstalige patiënten. Taalbarrières kunnen leiden tot misverstanden, foutief medicatiegebruik en verminderde therapietrouw, waardoor ook de patiëntveiligheid in het gedrang kan komen.

Aan de hand van een systematische literatuurstudie werden zes recente wetenschappelijke artikelen geselecteerd en kritisch beoordeeld. De resultaten tonen aan dat een gecombineerde en patiëntgerichte aanpak het meest aangewezen is. Medicatie-informatie in de voorkeurstaal van de patiënt, vereenvoudigde instructies, pictogrammen en de teach-backmethode kunnen het begrip ondersteunen. Digitale vertaalhulpmiddelen kunnen een aanvullende rol spelen, maar zijn bij complexe medische informatie geen volwaardige vervanging voor professionele tolken of menselijke communicatie.

Op basis van de bevindingen werden praktische aanbevelingen en hulpmiddelen uitgewerkt voor de verpleegkundige praktijk, waaronder medicatiekaarten met pictogrammen, een beslisboom voor het omgaan met taalbarrières en een implementatieplan. Hiermee wil deze bachelorproef bijdragen aan toegankelijke, patiëntgerichte en veilige medicatiezorg voor anderstalige patiënten.
Meer lezen

Van Kunst naar Kunstmatigheid. Het gebruik van literaire werken uit schaduwbibliotheken bij de training van generatieve AI-modellen in het licht van het Europese auteursrecht

KU Leuven
2026
Eva
Van Remoortel
De opkomst van grote taalmodellen, zoals OpenAI’s ChatGPT, zet het Europese auteursrecht onder druk door de grootschalige verwerking van beschermde literaire werken als trainingsdata. Uit recente Amerikaanse procedures tegen Meta en Anthropic bleek dat dergelijke trainingsdata miljoenen illegaal verspreide boekkopieën omvatten. Deze masterproef onderzoekt de juridische toelaatbaarheid van het gebruik van auteursrechtelijk beschermde literaire werken uit digitale schaduwbibliotheken, zoals Library Genesis, voor de training van commerciële generatieve AI-modellen binnen het huidige Europese auteursrechtelijke kader en of dit kader toereikend is.

Het onderzoek vertrekt vanuit een analyse van het Unierechtelijk normatieve kader, met bijzondere aandacht voor het reproductierecht, het gesloten systeem van wettelijke uitzonderingen en de commerciële TDM‑uitzondering van artikel 4 DSM‑richtlijn. Centraal staat de interpretatie van ‘rechtmatig toegankelijke werken’, een constitutief vereiste voor de toepasbaarheid van de TDM‑uitzondering. Tegen deze normatieve achtergrond kwalificeert het onderzoek schaduwbibliotheken als structureel inbreukmakende bronnen. Commerciële AI‑aanbieders die dergelijke bronnen gebruiken, kunnen zich bijgevolg niet beroepen op de commerciële TDM‑uitzondering. Zelfs indien AI‑training onder het begrip TDM zou vallen, blijft deze bronvereiste een absolute drempel.

Een rechtsvergelijkende analyse met de Amerikaanse fair use-doctrine toont een structureel verschil met het continentaal Europese gesloten systeem van uitzonderingen, maar ook een opvallende convergentie in uitkomst. De Amerikaanse schikking in Bartz v. Anthropic illustreert dat AI-aanbieders een enorm juridisch risico lopen bij het gebruik van trainingsdata uit schaduwbibliotheken.

De thesis onderzoekt vervolgens de effectiviteit van het Europese handhavingskader. Verschillende obstakels die de praktische afdwingbaarheid ondermijnen, komen aan bod. Hoewel de AI‑verordening aanvullende verplichtingen inzake transparantie en naleving auteursrecht introduceert, blijven deze voorlopig onvoldoende uitgewerkt om effectieve private handhaving te waarborgen.

De masterproef concludeert dat het gebruik van werken uit digitale schaduwbibliotheken voor AI‑training onverenigbaar is met het Europese auteursrecht. Hoewel het normatieve kader juridisch duidelijk is, schiet de praktische handhaving tekort. Een norm die niet afdwingbaar is, verliest onvermijdelijk haar regulerende kracht in een digitale economie die grenzen moeiteloos overschrijdt.
Meer lezen

Tussen Twee Stoelen: Een geschiedenis van lesbische netwerken, organisaties en ruimtes in Antwerpen (1970-1990).

Universiteit Gent
2026
Lotte
Dötsch
Deze masterproef onderzoekt lesbische ruimtes, organisaties en netwerken in Antwerpen tijdens de jaren 1970 en 1980, met af en toe een uitwijking naar de bredere tweede helft van de 20ste eeuw. Aan de hand van literatuuronderzoek, archiefonderzoek en oral history-interviews analyseert de studie hoe lesbische vrouwen zich organiseerden binnen een context van dubbele uitsluiting: binnen de door mannen gedomineerde homobeweging en binnen de heteroseksuele vrouwenbeweging. De thesis belicht de rol van autonome organisaties zoals Atthis en Chatterbox, de betekenis van fysieke ontmoetingsplaatsen en de werking van formele en informele netwerken. Daarnaast wordt onderzocht hoe feminisme, radicale politiek en het idee van lesbianisme als politieke keuze bijdroegen aan de ontwikkeling van een eigen lesbische cultuur en gemeenschap. Door historische bronnen te combineren met persoonlijke getuigenissen brengt deze studie de leefwerelden van lesbische vrouwen in Antwerpen in kaart en draagt ze bij aan de beperkte historiografie rond lesbische geschiedenis in België.
Meer lezen

WIENS STEM TELT IN HET DEBAT? Een onderzoek naar brondiversiteit en publieksbekendheid over dwingende controle in de Vlaamse pers

Vrije Universiteit Brussel
2026
Bruna
Rodrigues Bastos
Dwingende controle is een vorm van partnergeweld waarbij iemand stap voor stap de vrijheid van zijn of haar partner overneemt, via dreiging, isolatie en voortdurende controle. Fysiek geweld hoeft daar niet bij te horen. Toch geldt het als een van de belangrijkste voorspellers van femicide.

Daarom onderzoekt deze masterproef of dat begrip zichtbaar is in de Vlaamse pers, en of nieuwsgebruikers het kennen. Dat gebeurde op twee manieren. Een kwantitatieve inhoudsanalyse bracht de berichtgeving over partnergeweld in Het Laatste Nieuws en Het Nieuwsblad in kaart, met een vergelijking tussen 2022 en 2025, dus voor en na de femicidewet. Daarnaast peilde een online bevraging bij 150 respondenten hun kennis en hun beoordeling van de berichtgeving.

Uit de analyse blijkt dat de term dwingende controle in 2025 in amper 0,1 tot 0,2 procent van de artikelen expliciet voorkomt, terwijl het bijbehorende gedrag wel volop wordt beschreven. De berichtgeving leunt sterk op politie en gerecht, en verwijst zelden naar hulplijn 1712. Aan de ontvangstzijde voelt 84 procent van de bevraagden zich onvoldoende geïnformeerd om de signalen te herkennen.

Samen legt het onderzoek een duidelijke informatiekloof bloot tussen de journalistieke praktijk en wat nieuwsgebruikers nodig hebben, en formuleert het concrete aanbevelingen voor redacties.
Meer lezen

Het onzichtbare gemis in spoedzorg

Thomas More Hogeschool
2026
Lauren
Claes
  • Caress
    Bruyndonckx
Deze bachelorproef onderzoekt welke factoren de patiënttevredenheid op de spoedgevallendienst beïnvloeden, met bijzondere aandacht voor wachttijden, overbevolking en communicatie. Daarnaast wordt nagegaan welke interventies de tevredenheid van patiënten kunnen verbeteren.

Uit de literatuur blijkt dat overbevolking op spoeddiensten wereldwijd een toenemend probleem vormt. Lange wachttijden leiden niet alleen tot frustratie en stress bij patiënten, maar verhogen ook de kans dat patiënten vertrekken zonder gezien te worden. Daarnaast zorgen personeelstekorten, beperkte beddencapaciteit en een hoge instroom van niet-dringende patiënten voor extra druk op de spoedgevallendienst.

De studie toont aan dat patiënttevredenheid niet uitsluitend afhangt van de objectieve wachttijd, maar vooral van de manier waarop patiënten deze wachttijd ervaren. Onvoldoende communicatie over wachttijden, triage en zorgprocessen zorgt voor onzekerheid, wantrouwen en een negatieve zorgervaring. Daartegenover staan duidelijke uitleg, empathische communicatie en persoonsgerichte zorg, die de tevredenheid aanzienlijk kunnen verhogen, zelfs wanneer de wachttijd zelf niet korter wordt. Verpleegkundigen spelen hierin een cruciale rol door patiënten te begeleiden, verwachtingen te managen en ondersteuning te bieden tijdens het wachten.

Binnen de bachelorproef werden verschillende interventies onderzocht. Effectieve maatregelen zijn onder andere duidelijke wachtrijsystemen, visuele informatie over wachttijden, informatieve video’s, verbeterde wachtomgevingen en extra aanspreekpunten voor patiënten. Ook technologische toepassingen, zoals zelfmeetkiosken en digitale dashboards, kunnen bijdragen aan een betere doorstroming en meer transparantie. Daarnaast benadrukt de studie het belang van een sterkere eerstelijnszorg om de druk op spoeddiensten te verminderen.

Op basis van de onderzoeksresultaten ontwikkelden wij het prototype “MyTurn”, een digitale applicatie voor patiënten op de spoedgevallendienst. Via deze app krijgen patiënten realtime informatie over wachttijden, uitleg over triage en inzicht in de actuele drukte op de dienst. De applicatie bevat daarnaast een digitale vragenlijst volgens de AMPLE-structuur om relevante gezondheidsinformatie vooraf te verzamelen. Het doel van MyTurn is niet om wachttijden effectief te verkorten, maar wel om frustratie, onzekerheid en stress te verminderen door transparante communicatie en betere betrokkenheid van de patiënt.

De conclusie van de bachelorproef is dat patiënttevredenheid op de spoedgevallendienst vooral bepaald wordt door de beleving van de patiënt. Heldere communicatie, empathische begeleiding en een persoonsgerichte aanpak blijken essentieel om de negatieve impact van wachttijden en drukte te beperken. Verpleegkundigen vormen hierbij een centrale schakel binnen kwaliteitsvolle en patiëntgerichte spoedzorg.
Meer lezen

Van inzicht naar actie.

Thomas More Hogeschool
2026
Luci
Mioc
  • Stien
    Ceulemans
Therapieontrouw bij medicatie komt vaak voor, maar de onderliggende oorzaken blijven in de dagelijkse zorgpraktijk dikwijls onopgemerkt. Deze bachelorproef onderzoekt hoe zorgverleners therapieontrouw beter kunnen herkennen, de oorzaak ervan kunnen achterhalen en gerichte interventies kunnen inzetten.

Op basis van wetenschappelijke literatuur werden praktische hulpmiddelen ontwikkeld die zorgverleners ondersteunen in dit proces. De oplossing bestaat uit een digitale applicatie, de Therapietrouw Assistent Tool (TAT), aangevuld met praktische steekkaarten . Deze hulpmiddelen helpen zorgverleners om signalen van therapieontrouw systematisch te analyseren en evidence-based interventies toe te passen.

Met deze bachelorproef wordt de brug geslagen tussen wetenschappelijke inzichten en de dagelijkse praktijk. Het doel is de therapietrouw, de kwaliteit van zorg en leven en de patiëntgerichte begeleiding te verbeteren. Want therapieontrouw is geen falen van de patiënt of bewoner, maar een signaal naar de zorgverleners om beter te ondersteunen!
Meer lezen

SENSORISCHE OVERPRIKKELING, HOOGSENSITIVITEIT EN PERSOONLIJKHEID: SURVEY-ONDERZOEK NAAR INDIVIDUELE VERSCHILLEN IN EEN PRIKKELRIJKE WERKOMGEVING

Universiteit Gent
2026
Maaike
Grootaert
In mijn masterproef onderzocht ik waarom sommige werknemers sneller sensorisch overprikkeld raken op het werk dan anderen. Daarbij richtte ik mij op de rol van hoogsensitiviteit en angstgevoeligheid.

Via een online vragenlijst bij werknemers uit verschillende sectoren onderzocht ik de relatie tussen hoogsensitiviteit, angstgevoeligheid en sensorische overprikkeling. De uiteindelijke analyses werden uitgevoerd bij 580 respondenten. De resultaten tonen aan dat hoogsensitieve werknemers gemiddeld meer overprikkeling ervaren. Zij scoren ook vaker hoger op angstgevoeligheid, wat een deel van het verband tussen hoogsensitiviteit en overprikkeling verklaart. Hoogsensitiviteit blijft echter ook rechtstreeks samenhangen met overprikkeling.
Meer lezen

Experimental and design evaluation of SrTiO3 as a nonlinear RF material for a quantum limited amplifier

KU Leuven
2026
Elien
Van Clemen
De inhoud van de scriptie moet confidentieel blijven.

Het uitlezen van qubits vindt plaats in het enkel-fotonregime. Daarom is versterking bij cryogene temperaturen noodzakelijk om de kwantuminformatie uit te lezen. Parametrische versterking vormt een veelbelovende methode, omdat het signaalversterking realiseert via gecontroleerde energieoverdracht in een niet-lineair medium met minimale toevoeging van ruis. Recent is aangetoond dat een dunne laag van het perovskiet SrTiO3 bij cryogene temperaturen een sterke tweede-orde niet-lineariteit vertoont in het optische domein. Vergelijkbaar niet-lineair gedrag wordt daarom verwacht in het RF-domein, wat SrTiO3 een geschikte kandidaat maakt voor parametrische versterking. Dit concept zou een alternatief kunnen vormen voor bestaande versterkers, zoals Josephson-parametrische versterkers (JPV) en kinetische inductie-parametrische versterkers (KIPV), die beperkingen kennen op het gebied van dynamisch bereik en gevoeligheid voor externe magnetische velden.

Dit project onderzoekt de haalbaarheid van een SrTiO3 parametrische versterker. Daartoe zijn de tweede- en derde-orde niet-lineaire susceptibiliteiten χ^(2) en χ^(3) gekarakteriseerd bij millikelvintemperaturen in het RF-domein. Het gevonden resultaat voor χ^(2) sluit goed aan bij een schatting op basis van de elektro-optische bijdrage. De waargenomen afhankelijkheid van de DC-spanning wordt toegeschreven aan de vorming van polarisatiedomeinen, die ontstaan door een voorkeursrichting van het centrale titaniumatoom in het SrTiO3-rooster.

Op basis van de gekwantificeerde niet-lineariteiten is een versterker ontworpen en geoptimaliseerd, en is de prestatie ervan theoretisch gemodelleerd. Dit voorspelt een sterke versterking met bandbreedtes met grootteordes van tientallen MHz, vergelijkbaar met JPV's en KIPV's. Dit type versterker is veelbelovend, aangezien het dynamisch bereik naar verwachting vergelijkbaar zal zijn met dat van KIPV's en zelfs groter dan dat van JPV's. Dit zou de voorgestelde versterker tot een competitief, ruisarm en cryogeen alternatief kunnen maken voor huidige technologieën. Experimentele bevestiging van deze voorspelde resultaten is echter nog noodzakelijk.
Meer lezen

Hoe kunnen evidence-informed didactische principes uit de twaalf wijze lessen toegankelijk gemaakt worden voor ervaren leerkrachten via een praktische toolkit?

Arteveldehogeschool Gent
2026
Amke
Deduytsche
Hoe kunnen wetenschappelijk onderbouwde inzichten over effectief lesgeven toegankelijk gemaakt worden voor ervaren leerkrachten? Vanuit die vraag onderzocht deze bachelorproef hoe de Twaalf Wijze Lessen van Tim Surma vertaald kunnen worden naar een praktisch hulpmiddel voor de klaspraktijk. Uit een literatuurstudie, een digitale bevraging en gesprekken met leerkrachten uit een West-Vlaamse basisschool bleek dat veel leerkrachten de didactische principes al onbewust toepassen, maar weinig vertrouwd zijn met het theoretische kader. Daarnaast gaven zij aan nood te hebben aan een overzichtelijk en onmiddellijk bruikbaar hulpmiddel.

Op basis van deze bevindingen werd een praktijkgerichte toolkit ontwikkeld rond zes geselecteerde Wijze Lessen. Per bouwsteen bevat de toolkit een beknopte theoretische toelichting, concrete klasvoorbeelden, mogelijke valkuilen, een mini-checklist en een QR-code naar extra verdieping. De toolkit slaat een brug tussen wetenschappelijk onderzoek en de dagelijkse klaspraktijk en ondersteunt leerkrachten om evidence-informed didactische keuzes bewust, efficiënt en zonder extra werkdruk toe te passen.
Meer lezen

Comparison of Smartphone-Based 3D Body Measurements with Traditional Anthropometry and 4D Stereophotogrammetry: Reliability, Validity, and Accuracy in Healthy Adults

Universiteit Antwerpen
2026
Femke
Van Orden
  • Emma
    Van den Hoek
Deze scriptie onderzoekt de betrouwbaarheid, validiteit en nauwkeurigheid van smartphonegebaseerde 3D-scantoepassingen voor lichaamsmetingen in vergelijking met traditionele antropometrische metingen en 4D-stereofotogrammetrie. In een cross-sectionele studie werden 35 gezonde volwassenen gemeten met twee smartphone-apps (3D Measure Me en MeThreeSixty), een 4D-stereofotogrammetriesysteem en conventionele meetinstrumenten. De resultaten tonen aan dat 4D-stereofotogrammetrie en de app 3D Measure Me over het algemeen goede tot uitstekende overeenstemming vertonen met traditionele metingen, terwijl MeThreeSixty minder nauwkeurige en consistente resultaten oplevert. Vooral metingen van de ledematen bleken betrouwbaar, terwijl rompmetingen meer variatie vertoonden. De bevindingen suggereren dat smartphonegebaseerde 3D-scans, en in het bijzonder 3D Measure Me, een veelbelovend en toegankelijk alternatief kunnen vormen voor antropometrische metingen in de klinische praktijk, mits de beperkingen van bepaalde lichaamsregio's in acht worden genomen.
Meer lezen

Stilt voedselhulp alle honger?

Hogeschool VIVES
2026
Tessa
Pijlijser
“Je bent wat je eet”, maar wat betekent dat wanneer toegang tot voeding niet vanzelfsprekend is?
Deze bachelorproef onderzoekt hoe klanten van sociale kruidenier De Antenne in Oostende de werking beleven en hoe dit raakt aan hun levenskwaliteit. De groeiende structurele rol van voedselhulp in Vlaanderen en het beperkte centraal stellen van de stem van gebruikers vormen de aanleiding voor dit kwalitatief en participatief onderzoek. Hoewel sociale kruideniers inzetten op keuzevrijheid, participatie en menswaardigheid, blijft vaak onduidelijk hoe klanten dit aanbod ervaren en welke betekenis zij eraan geven.
Het onderzoek vertrekt vanuit een brede interpretatie van de werking, waarbij naast voedselhulp ook toegankelijkheid, begeleiding, ontmoeting en sociale contacten centraal staan. De centrale onderzoeksvraag luidt: “Welke betekenis geven klanten aan het aanbod van De Antenne, en hoe raken hun ervaringen aan verschillende aspecten van hun levenskwaliteit?” Daarbij werd aandacht besteed aan ervaringen, drempels, de afstemming van de werking op de leefwereld van klanten en het gebruik van praatkaarten als participatieve gespreksmethodiek.
Het literatuuroverzicht situeert voedselhulp binnen een historisch, maatschappelijk, beleidsmatig en mensenrechtelijk kader, waarin toegang tot voeding beschouwd wordt als een fundamenteel recht. De resultatenanalyse steunt op het WHOQOL-kader van de Wereldgezondheidsorganisatie en de capability approach van Amartya Sen en Martha Nussbaum.
Methodologisch werd gekozen voor semigestructureerde interviews. Tijdens de gesprekken werd vertrokken vanuit een open startvraag, waarna praatkaarten in de vorm van beeld- en emotiekaarten werden ingezet om gevoelens en ervaringen toegankelijker bespreekbaar te maken. De interviews werden opgenomen, getranscribeerd en aangevuld met observaties. Om de kwaliteitszorg van het onderzoek te bewaken werd gewerkt met een vast draaiboek, gestandaardiseerde kaartensets en een voorafgaande testfase.
De resultaten tonen dat De Antenne voor veel klanten meer betekent dan enkel een plaats waar betaalbare voeding aangeboden wordt. Respondenten beschrijven de werking als een plek van rust, ontmoeting en sociale verbondenheid. De warme sfeer, het respectvolle contact met medewerkers en vrijwilligers en de mogelijkheid om zelf keuzes te maken worden sterk gewaardeerd. Tegelijkertijd kwamen ook drempels naar voren, zoals schaamte, taalbarrières en gevoelens van afhankelijkheid. Kleine elementen zoals een warme ontvangst, duidelijke communicatie en een rustige sfeer blijken een belangrijke invloed te hebben op hoe klanten de werking beleven.
Daarnaast kwamen aanbevelingen naar voren rond toegankelijkheid, taaldiversiteit, ontmoeting en participatie. Ook de praatkaarten werden positief geëvalueerd omdat ze hielpen om gesprekken op gang te brengen en ervaringen bespreekbaar te maken. Tegelijk bleek dat hun meerwaarde sterk afhangt van de manier waarop ze door de interviewer worden ingezet en door respondenten worden geïnterpreteerd.
Deze bachelorproef besluit dat voedselhulp een complexe en persoonlijke invloed heeft op levenskwaliteit. Levenskwaliteit hangt niet enkel samen met toegang tot voeding, maar ook met waardigheid, keuzevrijheid, sociale relaties en de manier waarop hulp ervaren wordt. Daarom bepleit dit onderzoek het belang van écht luisteren naar klanten en hen actief te betrekken binnen voedselinitiatieven.
Meer lezen

Application of Optical Genome Mapping for the detection of structural variants in sarcomas

Universiteit Gent
2026
Jason
Legein
Sarcomen zijn zeldzame kankers die ontstaan in bindweefsel zoals bot, spier en vet. Door hun grote genetische diversiteit is een correcte diagnose vaak complex en vereist ze meerdere aparte moleculaire testen (FISH, copy number-analyse, RNA-sequencing), die elk maar een deel van het genetische plaatje tonen.
Deze masterthesis onderzocht of Optical Genome Mapping (OGM), een nieuwe techniek die het DNA rechtstreeks visualiseert in plaats van het uit te lezen, dit diagnostische traject kan vereenvoudigen. OGM werd toegepast op rhabdomyosarcoom-cellijnen en op patiënt-afgeleide tumoroïden, en de resultaten werden vergeleken met de klassieke cytogenetische technieken. Daarnaast werd het protocol voor het isoleren van ultra-hoogmoleculair DNA uit primair tumorweefsel geoptimaliseerd, aangezien dit de belangrijkste praktische hindernis bleek voor een betrouwbare toepassing van de techniek.
De resultaten tonen dat OGM klinisch relevante afwijkingen kan detecteren in één enkele test, waaronder de kenmerkende PAX3::FOXO1-fusie bij rhabdomyosarcoom en complexe genomische herschikkingen bij een maligne perifere zenuwschedetumor (MPNST), met volledige overeenstemming met de standaardtechnieken. Tegelijk bleek de kwaliteit van het DNA sterk af te hangen van weefseltype, staalgrootte en de tijd tussen operatie en invriezing, factoren die nu voor het eerst systematisch in kaart werden gebracht.
Deze thesis toont aan dat OGM een waardevolle aanvulling kan zijn op de bestaande diagnostische aanpak bij sarcomen, en legt de basis voor verdere optimalisatie richting klinische implementatie.
Meer lezen

Unravelling endothelial cell-based anti-tumor immunity

Universiteit Gent
2026
Rafal
Hanc
Deze masterthesis onderzoekt hoe endotheelcellen, die van nature niet gespecialiseerd zijn in antigeenpresentatie, toch een actieve rol kunnen spelen in de opwekking van anti-tumor T-celrespons. Wanneer kankercellen sterven via immunogene celdood (ICD), stoten ze specifieke signalen (DAMPs) uit die het omliggende weefsel activeren. Het onderzoek toont expliciet aan dat endotheelcellen, ondanks dat ze geen professionele antigeenpresenterende cellen (APC's) zijn zoals dendritische cellen, door deze ICD-signalen "opgeleid" kunnen worden om toch antigenen van tumorcellen op te nemen en te presenteren via MHC-moleculen. Zo fungeren ze als niet-professionele APC's die bijdragen aan de anti-tumor immuunrespons.
Met behulp van co-cultuursystemen (MS1 en HUVEC endotheelcellen), CRISPR-Cas9 knockouts (CD74, CD80, H2-D1) en in vivo vaccinatiemodellen werd onderzocht in welke mate deze niet-professionele antigeenpresentatie door endotheelcellen bijdraagt aan het activeren van T-cellen tegen tumoren. Dit werk draagt bij aan het begrijpen van de tumor micro-omgeving en biedt mogelijk nieuwe aanknopingspunten voor kankerimmuuntherapie.
Meer lezen

Gehoorverlies in het kinderdagverblijf

Arteveldehogeschool Gent
2026
Julie
Wauman
In kinderdagverblijven is de kennis over de begeleiding van jonge kinderen met gehoorverlies vaak beperkt. Hierdoor hebben begeleiders weinig houvast in de dagelijkse praktijk. Deze bachelorproef brengt de kennis en noden van deze kinderverzorg(st)ers in kaart en werkt een mogelijke ondersteuning uit. Drie kinderdagverblijven werden bevraagd aan de hand van een gestructureerde vragenlijst. De resultaten tonen aan dat de kennis over gehoorverlies, hoorhulpmiddelen en luisteromstandigheden vaak beperkt en wisselend is. Begeleiders geven aan dat ze nood hebben aan praktische en eenvoudig toepasbare informatie. Op basis van deze bevindingen en een literatuurstudie werd een informatiebrochure ontwikkeld. De brochure bevat basisinformatie en concrete tips voor in de praktijk. Ze sluit aan bij de noden uit het werkveld. De brochure ondersteunt, maar vervangt geen externe begeleiding of samenwerking met externe partners zoals revalidatiecentra.
Meer lezen