Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Ondersteunende fichebox: 'Schrijven met vaart!'

Arteveldehogeschool Gent
2016
Laura
Elegeert
  • Hanne
    Dewaele
Iedere leraar een taalleraar: een leuze die iedereen bekend in de oren klinkt. In deze scriptie gingen wij een kijkje nemen naar de schrijfvaardigheid in de praktijk. Aan de hand van onze bevindingen, ontwikkelden we het hulpmiddel 'Schrijven met vaart!'
Meer lezen

Perceptie van huisartsen over hun huidige en toekomstige rol in het beleid bij hartfalenpatiënten: Een kwalitatieve studie.

KU Leuven
2016
Sofia
Zervas
  • Hanne
    Leben
Alhoewel richtlijnen een multidisciplinaire omkadering van hartfalenpatiënten aanraden, blijft de zorg in Vlaanderen gefragmenteerd met een onduidelijke rolverdeling voor de verschillende zorgverleners. Deze masterthesis is een kwalitatief onderzoek naar de rol van de huisarts in het beleid bij chronisch hartfalen. De belangrijkste bevinding is dat huisartsen kiezen voor een holistische en flexibele zorg, waarin voor hen een centrale rol is weggelegd.
Meer lezen

Analyse van de verbindingswoorden in de tolknotities en hun invloed op de vertolking

KU Leuven
2016
Laura
Theys
Onderzoek naar het verband tussen de manier waarop verbindingswoorden in de tolknotities genoteerd worden en de manier waarop de verbindingen uit de brontekst getolkt worden. Verkennend onderzoek de invloed van het mogelijk voorgaand verband op de coherentie van de vertolking. Onderzoek naar het verband tussen de notitietechniek en de kwaliteit van een vertolking.
Meer lezen

Crisismanagement en de ramp in Fukushima: de invloed van het ‘Nuclear Village’

KU Leuven
2016
Kelly
Knapen
Crisis Management and the Fukushima Daiichi Nuclear disaster
The influence of the Nuclear Village
Kelly Knapen


The triple meltdown in the Fukushima daiichi nuclear power plant on the 11th of March 2011 has been coined the second worst nuclear disaster since Tsjernobyl. It created a shockwave through the world. Concerns about the safety of this energy source rose to new heights. Voices arose to completely step away from nuclear energy altogether. In Japan this became very apparent. The government experienced massive waves of criticism. Mainly on the way they handled the crisis. This dissertation looked deeper into the crisis management regarding the Fukushima Daiichi nuclear disaster and investigated whether this was effective or not. Secondly this research concentrated on the reasons behind the failures of the crisis management, mainly concentrating on the influence of the Nuclear Village and what effect this had on the crisis management itself.
To achieve this, this dissertation first looked deeper into the legal framework surrounding crisis management in Japan to investigate whether two important aspects of crisis management were covered namely those of preparation and prevention. Secondly it used the reports of the ‘Fukushima Nuclear Accident Independent Investigation Commission’ of the National Diet of Japan and ‘The Independent Investigation committee on the Fukushima Nuclear Accident’ to look deeper into the immediate crisis respons and looked whether the three important elements of communication, cooperation and leadership were present. Lastly, by using the theory of George Stigler on ‘Regulatory Capture’ and the more concrete studie on the ‘Nuclear Village’ of Kainuma (開沼) and Kingston, this dissertation formed its conclusion on the reason behind the problems regarding crisis management in Japan and its effectiveness.
Out of this research it became apparent that there were serious problems concerning the crisis management of the Fukushima nuclear accident. It became clear that nuclear safety was not ensured. The government did not learn the necessary lessons from the two severe incidents that occurred before the disaster in Fukushima, which should have served as a wake-up call. During the crisis at the Fukushima Daiichi nuclear power plant, the main players in crisis management distrusted each other, which lead to a general lack of cooperation, communication and leadership. Although this was a period of crisis, where no one acts perfectly according to plan, this research made clear that the influence of TEPCO on the different players was a major factor in the failure of the crisis management concerning the nuclear disaster at the Fukushima Daiichi nuclear power plant.
This crisis eventually led to a structural reform of crisis management in Japan. This can certainly be called a big step forward. However regarding the nature of the Nuclear Village, as a deeply-enrooted system, a reform alone may not be enough. On this part more research is definitely needed.
 
Meer lezen

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Odisee Hogeschool
2016
Karolien
Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.
Meer lezen

Het gebruik van honden in Animal-Assisted Interventions

Odisee Hogeschool
2016
Bauke
Verbruggen
Animal-Assisted Interventions (AAI) worden steeds meer toegepast in de gezondheidszorg en diverse andere settings, waarbij vooral gebruik gemaakt wordt van honden. Deze scriptie kijkt naar de effecten van AAI op het welzijn van de betrokken honden en hoe deze reageren op de nieuwe omgevingen waarin zij hierbij terecht komen. Een overzichtstabel geeft criteria weer waaraan AAI zou moeten voldoen opdat het ook aan het welzijn van de hond tegemoet zou komen.
Meer lezen

Analyse van de probitfunctie voor de effecten van overdruk op de mens - Het Vlaamse 40 mbar overdrukcriterium

KU Leuven
2016
Jeroen
Debroey
In Vlaanderen wordt de kans op overlijden ten gevolge van de overdruk afkomstig van een explosie uitgedrukt door middel van een probitfunctie. In deze scriptie wordt de herkomst van de Vlaamse probitfunctie doorgelicht en vergeleken met alternatieve opvattingen en technieken. Uit dit onderzoek besluit de auteur dat de huidige Vlaamse probitfunctie anno 2016 te conservatief is. Hij ontwikkelt daarom een geactualiseerde probitfunctie, ten einde de Vlaamse probitfunctie opnieuw af te lijnen met moderne bouwfysische omstandigheden.
Meer lezen

Geluk: Een explorerend onderzoek naar methodieken over geluk in de basisschool

Hogeschool VIVES
2016
Lisa
Pareyn
Meer en meer leerlingen uiten signalen dat ze ongelukkig zijn. Dit zette ons ertoe aan om methodieken over geluk te verzamelen. Eén onderzoeksvraag staat centraal: “Welke methodieken kunnen een goede basis vormen, voor het ontwikkelen van lessen rond geluk voor kleuters en lagere schoolkinderen?”. Ons finaal doel is het formuleren van adviezen met betrekking tot de implementatie van methodieken rond geluk.
Meer lezen

Klein en weerbarstig: waarom België, Luxemburg en Oostenrijk de automatische uitwisseling van informatie tussen belastingdiensten aanvankelijk weigerden

Universiteit Gent
2016
Bram
Vanhevel
België, Luxemburg en Oostenrijk hebben lange tijd geweigerd deel te nemen aan Europese initiatieven tot onderlinge uitwisseling van bankgegevens voor belastingdoeleinden. Bestaande theorie probeert dit te verklaren door te wijzen op het feit dat kleine landen geen baat hebben bij fiscale coöperatie. Deze scriptie probeert aan de hand van een Qualitative Comparative Analysis te verduidelijken waarom enkel deze kleine EU-lidstaten zich verzet hebben terwijl alle anderen wel hun fiat gaven.
Meer lezen

De collectieve vordering: een nuttig instrument voor de slachtoffers van onrechtmatige bedingen?

Universiteit Gent
2016
Céline
van Aalst
De scriptie bespreekt de collectieve vordering (class action) die werd ingevoerd in het Wetboek Economisch Recht en dit specifiek in de context van de onrechtmatige bedingen in hetzelfde wetboek. Er worden concrete gevallen behandeld en ten slotte worden er criteria ontwikkeld aan de hand waarvan het nut van de collectieve vordering ten opzichte van de klassieke proceduremogelijkheden concreet per situatie kan worden geëvalueerd.
Meer lezen

Is prevention better than cure? An anthropological rethinking of prevention in the context of the Ghanaian health care discourse and the daily lives of its patients

KU Leuven
2016
Axelle
Meyermans
Een antropologische blik op preventie en sensibilisering in de Ghanese gezondheidszorg. Waarom werken biomedische preventiecampagnes vaak niet goed, en wat zijn de lokale Ghanese manieren om aan ziektepreventie te doen?
Meer lezen

Aansprakelijkheid van de bouwpartners in Belgische context: positie en verzekeringsplicht van de architect

Universiteit Gent
2016
Astrid
Annaert
Deze masterproef is een verkennend onderzoek naar hoe de relaties tussen verschillende bouwpartners in België is ontstaan, hoe ze momenteel worden ervaren en toegepast en hoe dit, in functie van wijzigende inzichten en reglementeringen in de toekomst zou kunnen evolueren. Enkele rechtszaken en wetsvoorstellen tonen immers aan dat de huidige situatie in België in dit verband op een aantal vlakken mank loopt.
Meer lezen

Klein en weerbarstig: waarom België, Luxemburg en Oostenrijk de automatische uitwisseling van informatie tussen belastingdiensten aanvankelijk weigerden

Universiteit Gent
2016
Bram
Vanhevel
Mijn scriptie verklaart waarom België, Luxemburg en Oostenrijk zich jarenlang verzet hebben tegen de uitwisseling van bankgegevens onder Europese lidstaten
Meer lezen

Peripheral glasses: Around-the-eyes display to enhance peripheral information transfer

Universiteit Hasselt
2016
Sven
Coppers
We gebruiken ons perifere gezichtsveld vaak (onbewust) in het dagelijkse leven, bijvoorbeeld als we auto rijden. In deze thesis wordt onderzocht hoe informatie weergeven moet worden
om herkend te worden met ons perifere zicht. Daarnaast wordt onderzocht in welke mate interactie mogelijk is, zonder dat we onze ogen focussen.
Meer lezen

Effectiviteit en veiligheid van cardiopulmonaire resuscitatie: een vergelijking van manuele compressies versus mechanische compressies door middel van LUCAS en AutoPulse

AP Hogeschool Antwerpen
2014
Eline
Balemans
Zuurstof is levensnoodzakelijk. Via het bloed levert het lichaam zuurstof aan alleorganen. Als het hart stopt met pompen, valt de bloedcirculatie stil. Hierdoor ontstaatbijgevolg in vitale organen een tekort aan zuurstof. De hersenen zijn gevoelig voor eenzuurstoftekort.
Meer lezen

Dynamiek of dynamiet? Veranderingen in onderwijsbeleid en de impact ervan op arbeidskwaliteit: casestudie Arteveldehogeschool Gent

Arteveldehogeschool Gent
2015
Dries
Hooghe
In deze bachelorproef ging ik na wie de belangrijkste actoren zijn in onderwijsbeleid, welke beslissingen zij de laatste jaren gemaakt hebben en wat de impact van die beslissingen was op vlak van arbeidskwaliteit bij de docenten van de Vlaamse hogescholen. Vanwege het vele kwantitatieve materiaal dat hieromtrent bestaat, leek het mij interessant ook kwalitatief te onderzoeken hoe deze gevolgen beleefd worden, in het bijzonder op de Arteveldehogeschool.Wat bij de decreten en verklaringen opviel, was dat het er veel zijn.
Meer lezen

Eerste hulp bij zelfverwonding in het digitale tijdperk

Thomas More Hogeschool
2015
Ann
Neefs
Het internet en zelfverwonding: surfen tussen trigger en taboe 21 000 hits binnen één seconde21 000 hits om in te verdwalenVan 21 000 naar 21 00121 000 hits waar nog geen onderzoek naar werd gedaanHet internet onder de loep, graag ook in Vlaanderen! 21 000 hits binnen één secondeAnno 2015 levert een gewone zoekopdracht naar zelfverwonding via Google binnen één seconde 21 000 resultaten op. Je vindt met één klik onder andere artikels uit populaire tijdschriften en kranten, filmpjes, foto’s, informatiewebsites, discussieforums… Het aanbod is enorm.
Meer lezen

Intra-articular Pressure Measurement of the Tibiofemoral Knee Joint

Universiteit Gent
2015
Stijn
Herregodts
Intra-articulaire Drukmeting van het Tibiofemorale KniegewrichtHet aantal operaties waarbij een totale knieprothese wordt geplaatst, stijgt jaarlijks. Ondanks het feit dat deze chirurgische ingreep de levenskwaliteit van de meeste patiënten verbetert, blijft een significant aantal patiënten toch ontevreden. Oorzaken voor deze ontevredenheid zijn onder andere blijvende kniepijn en een slechte stabiliteit van het kniegewricht. De positionering van de prothese wordt aanzien als de sleutelfactor om de volledige kniefunctie te herstellen en patiënttevredenheid op lange termijn te garanderen. 1.
Meer lezen

De rol van de tolk Vlaamse Gebarentaal in 3D

KU Leuven
2015
Lien
Soetemans
Tolken in 3D: kan het?Wie zijn ze? Wat doen ze? Wat drijft hen?Reeds in 1945 was hun aanwezigheid tijdens de Neurenberg-processen van onschatbare waarde en ook in de geglobaliseerde wereld van vandaag zijn ze een onmisbare schakel: tolken zijn de bruggenbouwers tussen mensen die elkaars taal en cultuur niet kennen.Een Europese top, een vakbondsvergadering of een consultatie bij de huisarts? Een tolk is van vele markten thuis.
Meer lezen

DE SCHOOL HERDACHT: Onderzoek naar ontwerpparameters

Universiteit Hasselt
2015
Laura
Wagemans
Schoolarchitectuur: meer dan een ruimte om te leren.Leren is orde en samenhang scheppen in je hoofd, structuren vormen waar eerder geen organisatie heerste. Ruimte maken is eveneens structuur aanbrengen waar eerst leegte of chaos heerste. Leren is dan een vorm van ruimte scheppen in je hoofd; ruimte voor andere aspecten, opvattingen, relaties, interpretaties en associaties. Leren is zo dan misschien wel de mooist denkbare benadering van het begrip ruimte’ (Hertzberger, 2008, p.
Meer lezen

Verplichtingen van het bestuur bij nakende insolvabiliteit: Welke grenzen aan de betalingsvrijheid in de schemerzone?

KU Leuven
2015
Alexander
Suykens
  • Alexander
    Suykens
De 10 geboden van een bestuurderomtrent handelingen in een onderneming in moeilijkhedenDoor het toepassen van enkele toepassingsvoorwaarden van de pauliaanse figuur en een grondige analyse van de rechtspraak, zijn er eindelijk duidelijke richtlijnen voor vennootschaps-bestuurders omtrent handelingen in een onderneming in financiële moeilijkheden.Bestuurders staan als hoofdrolspelers op de bühne vermits zij het beleid van een vennootschap uitstippelen.
Meer lezen

Moed: tussen deugd en passie

KU Leuven
2015
Vester
Bergmans
Vluchtelingen: moedige mensen of lafaards?Hoe kunnen we zoveel vluchtelingen opvangen? Wat betekent de toestroom aan vreemde culturen en religies voor onze Westerse, Europese of nationale identiteit? Kunnen we het financieel wel aan? En wie heeft nu welke verantwoordelijkheid? Allerlei al dan niet verborgen aannames spelen een meestal impliciete rol in het beantwoorden van deze vragen en de discussie die ze oproepen; veronderstellingen die vanuit filosofisch oogpunt bekeken ons wel eens meer zouden kunnen vertellen dan de letterlijke uitlatingen van zogenaamde voor- en tegenstanders.
Meer lezen

Een Vlaams model van kwalitatief hoogstaande postnatale zorg. Ontwikkelen van kwaliteitsindicatoren vanaf ontslag uit het ziekenhuis

Universiteit Gent
2015
Katrien Helsloot
& Mieke Walraevens
  • Mieke
    Walraevens
 Sneller naar huis na de bevalling: reden tot bezorgdheid? Wereldwijd worden moeders na hun bevalling steeds vroeger naar huis gestuurd. Ook in België neemt de ligduur sterk af van 5,3 dagen in 2000 naar 4,1 dagen in 2015. Hierdoor ontstond enige onrust op het terrein. Vroedvrouwen in het ziekenhuis vrezen dat de werkdruk zal toenemen. Ziekenhuizen denken actief na over de meerwaarde van het lange verblijf op de kraamafdeling en stellen zich de vraag of het anders beter kan.
Meer lezen

Cytostatica in een ambulante setting

Thomas More Hogeschool
2015
Geert
Schuurmans
  • Matthias
    Hasendonckx
Chemo thuis, een gevaar voor iedereen?Op dit moment staat de zorg voor patiënten met kanker op een kantelpunt. Nieuwe methoden en producten maken het mogelijk dat patiënten een chemobehandeling thuis toegediend kunnen krijgen. Maar is dit wel allemaal zo veilig?In het buitenland gebeurt het al langer en stilaan is deze verschuiving in België ook zichtbaar. Steeds vaker wordt er gekozen om een chemobehandeling niet langer geheel in het ziekenhuis uit te laten voeren, in plaats daarvan kiest men ervoor om deze bij de patiënt thuis door te laten gaan.
Meer lezen

Integratie van muziek in het buitengewoon basisonderwijs aan leerlingen met ASS

AP Hogeschool Antwerpen
2015
Annelies
Smits
Leerlingen met ASS in de muzieklesMuziekles aan leerlingen met autisme, kan dat? Vele mensen hebben een typisch beeld over autisme of autismespectrumstoornissen (ASS). Is het voor leerlingen met autisme te moeilijk om in groep te musiceren? Zijn zij te gevoelig voor het lawaai en de chaos in muziekles? Is het wel verantwoord om hen xylofoonstokken in handen te geven? Misschien zullen zij elkaar daarmee slaan in plaats van muziek te maken! Zij willen alles steeds op dezelfde manier en in dezelfde volgorde doen… Hoe kun je dan veranderingen doorvoeren en nieuwe dingen aanleren?
Meer lezen

Kleine fouten met grote gevolgen. Op zoek naar maatregelen ter preventie en reductie van medicatiefouten op neonatologie

Thomas More Hogeschool
2015
Sofie
Brosens
Medicatietoediening op de prematurenafdeling: kleine fouten met grote gevolgenArthur wordt drie maanden te vroeg geboren en komt terecht op de afdeling voor prematuren. Een verpleegkundige dient door een rekenfout per ongeluk een tienvoudige dosis Paracetamol® toe, een medicijn tegen pijn en koorts. De baby loopt risico op schade aan zijn organen en het antigifcentrum wordt ingeschakeld…   Dit is slechts één voorbeeld uit de praktijk. Nochtans leeft onder verpleegkundigen een belangrijke misvatting dat er op de afdeling neonatologie weinig of geen medicatiefouten worden gemaakt.
Meer lezen

Gebruik van de aanbevelingen voor medische beeldvorming in België: multicentrische follow-up studie, 3 jaar na actieve campagne voor efficiënter gebruik van medische beeldvorming.

Universiteit Gent
2015
Nele
Stichelbaut
Lage rugpijn: bestralen en betalen we nog steeds te veel?Ongeveer 70% van de Belgen krijgt minstens eenmaal in zijn leven te maken met acute lage rugpijn, een geblokkeerd gevoel en eventueel uitstralende pijn naar één of beide (boven)benen (1). Deze ziekte, gekend als ‘lumbago’, kan de huisarts of specialist gemakkelijk herkennen door de patiënt enkele gerichte vragen te stellen in combinatie met een goed klinisch onderzoek. Desondanks vragen veel patiënten om een bijkomend ‘scanner’ onderzoek.
Meer lezen

Navelstrengstomp verzorging bij de à terme neonaat anno 2015: evidence-based richtlijnen voor de klinische praktijk

Hogeschool VIVES
2015
Dimka
Holvoet
  • Dimka
    Holvoet
  • Anneleen
    Jongbloet
Er heerst een grote onduidelijkheid bij de professionele hulpverleners omtrent de meest optimale navelstrengsstompverzorging bij de à terme neonaat. Niet alleen over de methode zelf, ook over het aantal keren behandelen van de navelstrengstomp, bestaat er discussie. Deze  onzekerheden bij de professionele hulpverleners omtrent de meest evidence-based richtlijnen  worden ook  op  de  ouders geprojecteerd.De gemiddelde separatietijd van de navelstrengstomp is vijf tot vijftien dagen.
Meer lezen

Coördinatie-ontwikkelingsstoornis en lichamelijke opvoeding: een uitdaging?

Hogeschool UCLL
2015
Evelien
Verluyten
Coördinatie-ontwikkelingsstoornis & lichamelijke opvoeding: een uitdaging?Welke aanpassingen kunnen begeleiders integreren bij het voorbereiden van sportactiviteiten voor lagere schoolkinderen met een coördinatie-ontwikkelingsstoornis?Kinderen en jongeren brengen de meeste tijd door op school, maar daarnaast hebben ze ook tijd nodig om te ontspannen. Voor lagere schoolkinderen met een coördinatie-ontwikkelingsstoornis kan het moeilijk zijn om een vorm van ontspanning te vinden, doordat zij problemen ondervinden met zowel fijne als grove motoriek.
Meer lezen

Voedingsrichtlijnen voor professionele dansers

AP Hogeschool Antwerpen
2015
Vicky
Janssens
Korte Termijn Effect van Koolhydraatinname Vóór, Tijdens en Na de Voorstelling Op de Glycemie, Recuperatie en Op het Zelf-Gerapporteerde Gezondheidsgevoel bij Professionele DansersJanssens Vicky11AP Hogeschool AntwerpenAbstract.Doel.Deze studie gaat na of het aanpassen van de koolhydraatinname voor, tijdens en na de voorstelling effect heeft op de recuperatie en op het zelf-gerapporteerde gevoel van gezondheid en dan voornamelijk op het gezondheidsaspect vitaliteit.Procedé.Deelnemers. Tien professionele dansers, waarvan 4 vrouwen en 6 mannen, tussen 21 en 37 jaar namen deel aan dit onderzoek.
Meer lezen