Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Zelfontdekking door naar Perzische tapijten te kijken

KU Leuven
2026
Kimia
Rabieh Mahmareh
Deze masterproefnota is vanuit een persoonlijke anekdote vertrokken. Toen ik van Perzië naar België verhuisde, voelde het als een reis van zelfontdekking. Ik worstelde constant met mijn eigenwaarde en mijn rol in de wereld. Het was alsof ik gevangen zat tussen twee onderscheidende identiteiten, en ik was vastbesloten om evenwicht en perfecte afstemming tussen hen te bereiken. Tijdens mijn onderzoek naar verhuizingen en het soort voorwerpen dat mensen meenemen om een nieuwe plek als thuis te laten voelen, ontdekte ik een veelgebruikt antwoord: 'Textiel'. Dit besef bracht me ertoe de overeenkomsten op te merken tussen mijn inheemse cultuur en de betekenis van textiel in de Perzische samenleving. De traditie van Perzische tapijten omvat duizenden jaren, met deze ingewikkeld vervaardigde meesterwerken die volledig met de hand zijn gemaakt door nauwgezette weef- en knooptechnieken. Met name Iran is bekend geworden als de bewaarder van deze oude kunstvorm, zowel bekend als Perzische tapijten als magische tapijten. Elk facet van deze tapijten is gemaakt met veel aandacht voor detail, waarbij elk element doordrenkt is met een verborgen betekenis die, eenmaal ontcijferd, een duidelijk verhaal onthult. Daarom vond ik het Perzisch tapijt als een boeiende metafoor om uit te drukken wie ik ben en daarmee het verhaal van mijn leven te vertellen. Naargelang mijn onderzoek vorderde, merkte ik dat ik buiten de muren van huizen werd getrokken. Tapijt weven en architectuur hebben in Iran een lange en diepe relatie met elkaar. Deze relatie wordt weerspiegeld in de traditionele ontwerpen, motieven en symbolen die in beide gebieden worden gebruikt. Ik raakte gefascineerd door de binnentuinen van traditionele huizen en de levendige flora van stadstuinen. De term "Hayat" vertaalt zich naar "ommuurde tuin", en de binnenplaats is typisch een vierkante of rechthoekige open ruimte, begrensd door kamers en gangen. Met kamers die aan een of meer zijden zijn gebouwd, ontstaat er een enorme ruimte zonder dak, die wordt beschouwd als het hart en het centrum van het huis. Hoewel het Hayat-gebied niet noodzakelijkerwijs in het geometrische middelpunt van een huis ligt, is het een cruciale ruimte voor het uitvoeren van verschillende activiteiten en het verbinden van verschillende delen van het huis. Hierna wordt het verder uitgezoomd en naar de stadstuinen gekeken. Het Iraanse tapijt is als een luchtfoto van een tuin, waardoor de kijker een transcendentale visie ervaart die goddelijk inzicht biedt. Het streven van de mens naar een aards paradijs wordt belichaamd door deze tuinen. Zij bevatten drie essentiële elementen: ingang, water en paviljoen. Nadat ik me had laten inspireren door het culturele en ruimtelijke belang van tuinen en tapijten, verdiepte ik me in gedegen onderzoek. Het resultaat was een gepersonaliseerde ruimtelijke installatie die mijn levensverhaal vertelde. Mijn ontwerp heeft drie verschillende interpretaties. De eerste is geworteld in de tapijten die ik heb gebruikt en roept gevoelens op van comfort en stabiliteit die ik in mijn reis zocht. De tweede is verbonden met de stadstuinen die in het ontwerp zijn opgenomen en die de dynamische en altijd veranderende aard van het leven vertegenwoordigen. De derde en laatste interpretatie is dat de hele installatie wordt gezien als een eindeloos lang symbolisch huis, waarin ik mentaal aanwezig ben.
Meer lezen

Het besparingspotentieel van een Energie Management Systeem (EMS)

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Walter
D'Amico
‘Het besparingspotentieel van een Energie Management Systeem (EMS)’
Student: Walter D’Amico – AP Hogeschool Antwerpen
Stageplaats: VEKA – Vlaams Energie- en Klimaatagentschap
Opleiding: Professionele bachelor Energiemanagement (2024-2025)
In een energiemarkt gekenmerkt door prijsschommelingen, capaciteitsheffingen en digitalisering, worden huishoudens en KMO’s uitgedaagd om hun verbruik slimmer te beheren. Energie Management Systemen (EMS’en) vormen hierbij een sleuteltechnologie: ze sturen het verbruik automatisch op basis van realtime prijs- en netdata. Toch blijft de rendabiliteit ervan voor veel gebruikers onduidelijk. Deze bachelorproef brengt daar verandering in.
Ik ontwikkelde een interactieve rekenmodule die op basis van gebruikersinput – zoals woningtype, toestellen, gedrag en contractvorm – de Total Cost of Ownership (TCO) en de Terugverdientijd (TVT) van een EMS berekent. Via Google Sheets en Apps Script wordt automatisch een gepersonaliseerd rapport gegenereerd, inclusief scenariovergelijking, besparingsgrafieken en benchmarkanalyse.
De tool werd ontworpen met reproduceerbare logica, gevoeligheids- en correctiefactoren, en werd getest op meer dan 550 realistische scenario’s. De resultaten tonen dat voor gebruikers met meerdere regelbare toestellen en een dynamisch of een contract bij een Flexibility Service Provider of aggregator, de jaarlijkse besparing kan oplopen tot honderden euro’s, met een gemiddelde terugverdientijd van net boven de 5 jaar. Daartegenover staan profielen waar de investering minder loont – wat de nood aan maatwerk aantoont.
Het project is technisch en beleidsmatig relevant. VEKA gaat deze rekenmodule zeker verder bespreken om te integreren in de website www.maakjemeterslim.be en zal dan worden ingezet in campagnes van VEKA als extra stimulans om potentiële gebruikers te overtuigen. Daarnaast is het inzetbaar als simulatie-instrument bij energieloketten, netbeheerders of leveranciers die contractoptimalisatie en flexibiliteitsdiensten willen ondersteunen. De methodiek is uitbreidbaar naar andere technologieën (zoals warmtepompen of batterijen) en types aansluitingen (zoals AMR).
Deze bachelorproef koppelt praktijkervaring, innovatie en systeeminzicht met een breed maatschappelijk nut. Het biedt gebruikers helderheid, en beleidsmakers een onderbouwde basis om het potentieel van EMS’en gericht te stimuleren in het kader van de energietransitie.
Meer lezen

Een goed leven binnen planetaire grenzen in genk: focus op Warm Waterschei

Universiteit Hasselt
2025
Jade
Daems
Hoe kan het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte specifiek worden toegepast in Waterschei, vertrekkende vanuit een milieu- en mensbewuste visie? Vanuit deze centrale vraagstelling vertrekt dit onderzoek.
De gedachtegang van Daniel Christian Wahl, waarbij het stellen van de juiste vragen vóór het handelen centraal staat, vormt de rode draad doorheen dit onderzoek. Volgens deze filosofie wijzen vragen, meer nog dan antwoorden, de weg naar collectieve wijsheid. Daarom worden vraagstellingen van verschillende auteurs gebruikt om elk hoofdstuk in te leiden en fungeren ze als leidraad bij het zoeken naar antwoorden.
Het bewuste gebruik van deze vragen heeft geleid tot diepere reflectie over ontwerpbeslissingen en tot een grondiger onderbouwd onderzoek.
Deze masterthesis is opgedeeld in drie grote delen. Het eerste deel begint met een korte situering om de lezer wegwijs te maken. Hierin worden de probleemstelling, onderzoeksvraag, gehanteerde methodologie, de geschiedenis van de locatie, het station van Waterschei en de relevantie binnen het masterplan toegelicht.

Het tweede deel is de ruggengraat van dit onderzoek en wordt gevormd door de literatuurstudie. Deze bestaat uit een theoretisch en een praktisch denkkader. Het theoretisch denkkader bundelt diverse boeken en wetenschappelijke artikels die het onderzoek onderbouwen. De literatuur wordt besproken in een logische volgorde van een brede visie naar een steeds specifiekere focus. Vertrekkende vanuit het boek The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World van Roman Krznaric, wordt een eerste denkkader geschetst rond langetermijndenken en intergenerationele
verantwoordelijkheid. Vervolgens wordt de filosofie van Bruno Latour besproken aan de hand van Waar kunnen we landen. Latour toont aan dat er vandaag een gemeenschappelijke visie ontbreekt en dat menselijke en niet-menselijke actoren onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hierna wordt dieper ingezoomd op regeneratief denken via Designing Regenerative Cultures van Daniel Christian Wahl. Dit
boek nodigt uit om verder te denken dan duurzaamheid en moedigt aan om de juiste vragen te stellen in plaats van vluchtige antwoorden te zoeken. Het theoretisch denkkader sluit af met het boek Postcapitalist Countrysides – From Commoning to Community Wealth Building dat bestaat uit een verzameling van essays. Hierbinnen wordt de essay Unpacking the energy commons geschreven door Thomas Bauwens and Robert Wade (pagina 327 tot 351) bestudeerd. Deze essay beschrijft specifiek hoe energie als gemeengoed kan beschouwd worden.

Het praktisch denkkader vertrekt vanuit het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte. Deze worden toegelicht waarna er kenmerken voor coöperatieve en collectieve wijkwarmte worden gedefinieerd. Vervolgens worden verschillende relevante referentieprojecten onderzocht. Deze zijn onderverdeeld in twee categorieën: enerzijds warmtenetten, waarbij warmte netwerken als model worden bekeken, en
anderzijds energiestations, waarbij specifiek naar gebouwen wordt gekeken die functioneren als opslagen distributiesysteem. Beide categorieën worden geanalyseerd op basis van de eerder gedefinieerde kenmerken van coöperatieve wijkwarmte.
Het derde deel omvat de ontwerpstudie, deze vertrekt eveneens vanuit het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte. Op stedelijke schaal wordt eerst de situatie in Genk onderzocht, waarna de focus verschuift naar de wijk Waterschei. In waterschei wordt een coöperatief en collectief warmtenet ontworpen dat werkt op basis van mijnwater. Het uitgangspunt is de herbestemming van het voormalige station tot
een energiestation met bijhorende botanische tuin. Beide functies worden inhoudelijk onderzocht en er wordt toegelicht hoe ze relevant kunnen zijn voor de gemeenschap.
Vanuit de hoofdfunctie van een energiestation wordt de technische werking uiteengezet, gevolgd door enkele basisberekeningen die nodig zijn om de dimensionering te bepalen, zoals de grootte van het warmteopslagtanks. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een overzicht van de noodzakelijke installaties. Voor de bijhorende botanische tuin wordt de typologie van botanische tuinarchitectuur onderzocht. Daarnaast bevat dit onderdeel een analyse van plantensoorten die bijdragen aan het binnenklimaat en de beleving van de ruimte versterken. Het architecturale ontwerp vertrekt vanuit het idee dat technische elementen integraal deel uitmaken van de beleefde ruimte. Aangezien het programma van een energiestation uitbreiding vraagt wordt het bestaande stationsgebouw als uitgangspunt genomen voor het verdere ontwerp. De herbestemming en uitbreiding van het gebouw worden benaderd vanuit een duurzaam perspectief. Het ontwerp baseert zich op drie samenhangende strategieën: ‘Trias Energetica’, ‘Trias Materia’ en ‘Trias
Aquatica’. Elk van deze strategieën wordt toegelicht wat betreft de betekenis en de doelstelling, waarna wordt verduidelijkt hoe ze concreet zijn toegepast in het ontwerp.

De conclusie bundelt de resultaten van het onderzoek en formuleert een mogelijke oplossing voor de oorspronkelijke onderzoeksvraag.
Meer lezen

Grenzen In beeld

HOGENT
2025
Clara-Emmie
Crop
  • Joke
    Drieghe
  • Sien
    Pas
  • Fée
    Van Hout
Vier studenten Orthopedagogie aan HOGENT ontwikkelden in samenwerking met Nektari vzw een digitale, visuele tool over grensoverschrijdend gedrag voor volwassenen met een verstandelijke beperking. Het oorspronkelijke draaiboek werd omgevormd tot een interactieve leeromgeving in Genially, die cliënten helpt praten over gevoelens, grenzen en gewenst gedrag. De tool ontstond via co-creatie met cliënten, ouders en begeleiders en maakt complexe thema's begrijpelijk met verhalen, pictogrammen en oefeningen. Ze bevordert open communicatie, preventie en begrip - een hulpmiddel dat luisteren en verbinding centraal stelt.
Meer lezen

The Role of Coffee Cooperatives in the Socio-Economic Transition of Rebel Returnees in Sulu, Southern Philippines

Universiteit Gent
2025
Moh. Shanizee
Sarabi
Reintegrating former rebels into civilian life remains a major challenge in post-conflict societies, where sustainable livelihoods and social cohesion are essential for long-term peace. The Philippines is one of the most conflict-affected countries in the world, sharing the 29th spot with Afghanistan and ranks second in ASEAN after Myanmar. The Bangsamoro Autonomous Region in Muslim Mindanao (BARMM) in the southern Philippines has been particularly affected by decades of armed conflict and
institutional weaknesses, notably in provinces such as Sulu. In response, the Philippine government is promoting the integration of returnees into coffee cooperatives as part of its peace and reintegration strategy. Despite persistent volatility, the BARMM, particularly Sulu province, has emerged as one of the country’s leading coffee-producing regions contributing over a quarter of national production and providing a strategic pathway to economic recovery. It is therefore crucial to understand how these cooperatives contribute to both livelihoods and social reintegration. This study examines how membership in a coffee cooperative is associated to the socio-economic transition of rebel returnees in Sulu. Based on the Disarmament, Demobilization, and Reintegration (DDR) framework and social capital theory, a comparative cross-sectional design with survey data from 101 returnees was used. Through regression analysis and structural equation modelling, we show that membership in a cooperative is associated with higher productivity, financial stability, and stronger social capital, even if infrastructural challenges, conflict vulnerabilities, governance, and market difficulties persist. The study demonstrates how locally rooted cooperatives can transform conflict legacies into peace dividends that foster economic gains, social cohesion, and inclusive development. These findings highlight the potential of cooperatives as a pathway for durable socio-economic transitions in fragile contexts. Moreover, the study underscores the importance of targeted support, capacity building, and improved market access to enable returnee cooperatives to fully realize their role in promoting sustainable livelihoods, facilitating social reintegration, and contributing to lasting peace.
Meer lezen

De impact van digitalisering op zeevarend personeel

Antwerp Maritime Academy
2025
Wannes
De Witte
Deze masterscriptie onderzoekt hoe digitalisering de jobinhoud, het functioneren en het

welzijn van zeevarenden be ̈ınvloedt, met bijzondere aandacht voor fysieke, mentale, pro-
fessionele en sociale aspecten.

Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden, werd een mixed-methodsbenadering

toegepast: acht semigestructureerde diepte-interviews met negen respondenten uit ver-
schillende sectoren, aangevuld met een enquˆete (n = 78) onder voornamelijk Belgische

respondenten in brugfuncties. Alle interviews zijn getranscribeerd en thematisch gea-
nalyseerd met deductieve en inductieve codering. Triangulatie werd nadien toegepast

tussen de kwalitatieve inzichten en de kwantitatieve resultaten. Dit leverde 34 empirische
bevindingen op die systematisch werden verbonden met de literatuur.

De resultaten tonen aan dat digitalisering in de maritieme sector de effici ̈entie en veilig-
heid verhoogt, maar ook werkdruk en mentale belasting veroorzaakt. Meer schermtijd

correleert met lichamelijke klachten en slaapverstoring. De taakfocus verschuift naar
systeemtoezicht, met risico op verminderd situationeel bewustzijn en achteruitgang van
vakmanschap.
Dit vraagt om een ge ̈ıntegreerde aanpak die digitale competenties versterkt, werkdruk
bewaakt en vakmanschap waarborgt. Aandacht voor ergonomie, gezond schermgebruik
en digitale meldingen moet structureel ingebed worden via gerichte training, duidelijke
afspraken tussen wal en schip en een gedeelde cyberveiligheidscultuur. Deze scriptie werkt
dit uit in aanbevelingen voor toekomstig onderzoek.
Meer lezen

AI in het wiskundeonderwijs.

HOGENT
2025
Annelore
Liekens
  • Milan
    De Smet
AI in het wiskundeonderwijs.
Hoe kan leermateriaal binnen het wiskundeonderwijs met AI ontwikkeld
worden.
Meer lezen

Baas in eigen hoofd

Vrije Universiteit Brussel
2025
Julie
Cuyx
Dit onderzoek verkent hoe vrouwen in Vlaanderen het abortusstigma ervaren en welke impact dit heeft op hun leven. Hoewel abortus in België sinds 1990 wettelijk toegestaan is onder bepaalde voorwaarden, blijft maatschappelijke stigmatisering bestaan. Deze vindt haar oorsprong in sociale, religieuze en morele overtuigingen, en beïnvloedt onder andere het psychologisch welzijn en sociale relaties van vrouwen. Het primaire doel van deze masterproef is om de uitingsvormen en impact van abortusstigma in kaart te brengen in een context waar tot heden vooral wettelijke aspecten aandacht kregen. Daarnaast wil het bijdragen aan een breder maatschappelijk bewustzijn en uiteindelijk aan het verminderen van stigma rond abortus. Aan de hand van diepte-interviews deelden tien vrouwen die een abortus ondergingen, hun ervaring met het stigma. Respondenten werden gerekruteerd via verschillende kanalen, waaronder vrouwenorganisaties, zorg- en begeleidingsnetwerken en sociale mediaplatformen. De resultaten tonen aan dat stigmatisering zich uit via oordelende reacties en subtielere vormen van sociale afwijzing. De psychologische impact komt naar voren in tijdelijke, maar soms intense gevoelens van schuld en schaamte, zelfs bij vrouwen die overtuigd waren van hun beslissing. Op sociaal vlak kan stigma relaties beschadigen of zelfs volledig verbreken. Als copingstrategieën kozen vrouwen voor geheimhouding, openheid of conflictvermijding. Deze studie toont aan dat abortusstigma in Vlaanderen zich uit in zowel expliciete als subtiele vormen, met aanzienlijke psychologische en sociale gevolgen voor vrouwen, ondanks de wettelijke acceptatie van abortus.
Meer lezen

EVALUATING DISINFECTION STRATEGIES FOR SUSTAINABLE REUSE OF MEDICAL DRUG ADMINISTRATION CUPS: A LIFE CYCLE ASSESSMENT

Universiteit Gent
2025
Camille
Masselis
Deze thesis vergelijkt de milieu-impact van drie alternatieve systemen die de dienst van geneesmiddelentoediening met een niet-kritisch medisch hulpmiddel leveren, met name een plastic geneesmiddelentoedieningsbekertje. Het doel is om de hypothese te toetsen of het vervangen van het huidige wegwerpsysteem in het Universitair Ziekenhuis Gent door een hergebruikssysteem via desinfectie van het bekertje leidt tot een lagere milieu-impact. Voor het herbruikbare systeem worden twee types desinfectie geëvalueerd en vergeleken met het wegwerpsysteem aan de hand van een attributionele milieugerichte Levenscyclusanalyse (LCA). De eerste vorm van desinfectie gebeurt met een gebruiksklare desinfecterende polyesterdoek van Clinell®. De tweede methode betreft geautomatiseerd wassen en desinfecteren in een thermodesinfector van Miele®. Primaire data zijn verzameld in nauwe samenwerking met het Universitair Ziekenhuis Gent en aangevuld met secundaire data, zoals uit de ecoinvent-database. De impacten zijn beoordeeld met behulp van de software SimaPro 9.5.0.1 en de ReCiPe2016 v1.07-methode. In het basisscenario (gemiddeld 270 keer hergebruikt) vertoont het systeem met het herbruikbare bekertje dat wordt gedesinfecteerd in de thermodesinfector de laagste netto-impact op vier van de zeven hotspot-middenindicatoren en op alle drie de eindpuntindicatoren. Daarentegen blijkt het herbruikbare systeem met natte doekjes minder gunstig, voornamelijk omdat het gebruik van wegwerpdoekjes voor herbruikbare bekertjes de milieulast verschuift van het ene product naar het andere. Bovendien worden de doekjes geproduceerd in China, wat extra impact veroorzaakt door transport. Wel kunnen gewijzigde aannames over de productie en de afvalverwerking van de thermodesinfector, evenals het aantal keren hergebruik de voorkeur voor dit systeem verminderen.
Meer lezen

Duurzaamheid in de leveranciersketen: een strategisch model voor het monitoren en verbeteren van duurzame prestaties van non-paintleveranciers bij BOSS paints in lijn met de CSRD-wetgeving

HOGENT
2025
Xander
Vansteenkiste
Korte inhoud – Bachelorproef “Duurzaamheid in de leveranciersketen: een strategisch model voor het monitoren en verbeteren van duurzame prestaties van non-paintleveranciers bij BOSS paints”

Deze bachelorproef werd uitgevoerd binnen de opleiding KMO-management aan HOGENT in samenwerking met BOSS paints. Het onderzoek ontwikkelt, implementeert en evalueert een CSRD-conform leveranciersscoremodel dat de duurzaamheidsprestaties van non-paintleveranciers op systematische wijze in kaart brengt.

De centrale onderzoeksvraag luidt:
“Hoe kan BOSS paints een systematische leveranciersranking ontwikkelen en implementeren voor non-paintproducten die voldoet aan de eisen van de CSRD en bijdraagt aan haar duurzame doelstellingen?”

Na een literatuurstudie over duurzaam supply-chain- en ESG-beheer werd een digitale vragenlijst ontworpen op basis van internationale standaarden zoals EcoVadis en de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). De vragenlijst omvatte thema’s als bedrijfsgegevens, milieu, ethiek en duurzaam aankopen, en werd in vier talen verspreid naar 124 non-paintleveranciers.

De resultaten werden verwerkt in een Excel-geautomatiseerd scoremodel met gewichten en correcties op basis van bedrijfsgrootte. De empirische analyse (respons van 48 leveranciers, goed voor 70% van het aankoopvolume) toonde duidelijke verschillen in duurzaamheidsprestaties tussen grote ondernemingen en kleinere KMO’s. Structurele tekortkomingen werden vastgesteld op het vlak van CO₂-meting, transportelektrificatie en ketentransparantie.

Daarnaast werd een CO₂-nulmeting uitgevoerd van het inkomend transport van non-paintgoederen. In 2024 bedroeg de uitstoot 819.795 kg CO₂, een stijging van 11,84% tegenover 2022, waarbij drie leveranciers meer dan 54% van de emissies veroorzaakten. Gemiddeld werd 8,61 kg CO₂ per €1.000 aankoopwaarde uitgestoten.

Het model werd in mei 2025 gepresenteerd aan het Supply Chain Team van BOSS paints en formeel geïntegreerd in het aankoopbeleid. De aanbevelingen omvatten verdere benchmarking, de formalisering van een leveranciersgedragscode, en de uitbouw van ketentransparantie en transportoptimalisatie.

Deze bachelorproef bewijst dat datagedreven leveranciersbeheer binnen een KMO niet alleen haalbaar is, maar ook een hefboom vormt voor structurele verduurzaming in lijn met de CSRD-wetgeving.
Meer lezen

Nieuw kapitalisme: Juridische middelen om kapitaal te sturen naar ESG bedrijven

Vrije Universiteit Brussel
2025
Sara
Faes
Genomineerde shortlist NBN Sustainability Award
Mijn masterproef omvat een onderzoek naar welke ESG criteria reeds zijn opgenomen in de Belgische Corporate Governance Code en hoe deze laatste kan worden verbeterd opdat ESG de nieuwe bedrijfsfilosofie wordt.
Meer lezen

Meer-Dan-Menselijk Ontwerp: zes exploraties van groenblauw ontwerpend onderzoek in Zwartberg, Genk

Universiteit Hasselt
2025
Merel
Dessent
  • Estée
    Scavone
  • Ruth
    Ubachs
  • Dilara
    Ayvaz
  • Lore
    Gijsenberg
  • Jitte
    Jansen
Deze masterscriptie verkent hoe architecturaal ontwerp zich kan
verhouden tot een ‘more-than-human’-perspectief, waarbij niet alleen de mens,
maar ook andere levende en niet-levende entiteiten zoals dieren, planten, water,
bodem en energie als actoren in het ontwerp worden beschouwd. Vanuit een
kritische reflectie op het antropoceen en de ecologische crisis, onderzoeken we hoe
ontwerppraktijken kunnen bijdragen aan een wederkerige relatie tussen mens en de
meer-dan-menselijke wereld. Deze benadering wordt theoretisch onderbouwd aan
de hand van posthumanistische en ecologisch-filosofische kaders, zoals Haraway
en Latour, en vertaald naar ruimtelijke praktijken in de context van Zwartberg,
Genk. Door middel van zes ontwerpend-onderzoekende exploraties brengen we
verschillende manieren in kaart waarop verbondenheid met natuur, water, dieren
en energie ruimtelijk versterkt kan worden. De scriptie pleit voor een relationele en
zorgzame ontwerppraktijk, waarin menselijke en niet-menselijke noden in samenhang
worden benaderd. Zo beoogt deze scriptie bij te dragen aan een ecologisch en ethisch
bewustzijn binnen de ruimtelijke disciplines en aan nieuwe vormen van samenleven
in een gedeeld leefmilieu.
Meer lezen

Van literatuur naar audiodescriptie: een verkennend onderzoek naar de toepassing van embodied cognition-theorieën in AD

Universiteit Antwerpen
2025
Steven
Baars
  • Ajshe
    Gashi
Audiodescriptie (AD) maakt audiovisuele content toegankelijk voor blinden en slechtzienden middels een aanvullend audiospoor dat visuele stimuli verbaliseert. Daarbij staat het tweeledige doel van begrip en beleving centraal. Binnen het domein van AD voeren theoretici echter een discussie of dit doel het beste kan worden bereikt met een objectieve AD enerzijds of een subjectieve AD anderzijds. Het theoretisch kader hieromtrent wees uit dat er hierop geen eenduidig antwoord bestaat en dat er veel terminologische discrepantie en inconsistentie heerst. Het debat markeerde ook de opkomst van alternatieve AD-benaderingen, waarbij AD wordt gezien als een continuüm of functionele benadering. In een poging dit debat meer richting te geven, voorziet deze scriptie eveneens een theoretisch kader voor diverse embodied cognition-theorieën waarbij filmkijken, lezen en luisteren worden beschouwd als lichamelijke activiteiten. Aan de hand van deze theorieën probeert deze scriptie een antwoord te bieden op de centrale onderzoeksvraag: “Kunnen de theorieën van embodied spectatorship, embodied cognition, embodied reading en embodied listening in theorie de keuze motiveren voor een objectieve AD enerzijds of een subjectieve AD anderzijds opdat het AD-doelpubliek een immersievere beleving heeft?”. Uit de literatuur blijkt dat AD als vorm van literatuur gebruik kan maken van embodied writing-strategieën zoals actie- en emotiewoorden, impliciete beschrijvingen van emoties aan de hand van interne en externe fysiologische reacties, zintuiglijke metaforen, embodied metaphors gebaseerd op tactiele en olfactorische eigenschappen, bijwoorden van wijze, troponiemen en het ik-vertelperspectief. Een casestudy van AD-fragmenten uit drie Vlaamse fictie- en dramaseries, Tabula Rasa (Netflix), Arcadia (Earcatch) en Knokke Off (VRTmax) toonde ten eerste aan dat bijna de helft van de AD-fragmenten visueel-semantisch zijn. Ten tweede wees het onderzoek uit dat de AD-fragmenten vooral actiewoorden, bijwoorden van wijze en verwijzingen naar het lichaam bevatten als embodied writing-strategieën. Ten derde werd er geen significante correlatie gevonden tussen de AD-stijlen en het aantal gebruikte embodied writing-strategieën. De scriptie stelt daarom voor om de dichotomische kijk op AD los te laten en AD-strategieën te ontwikkelen op basis van het gewenste AD-doel.
Meer lezen

Hip Hop zet jongeren in hun kracht: Over de inzet van Hip Hop als instrument voor empowerment bij Vlaamse jongeren

Universiteit Antwerpen
2025
Ilaria
D'Ippolito
Deze masterproef onderzoekt hoe en waarom Hip Hop binnen Vlaamse sociaal-culturele initiatieven wordt ingezet om (kwetsbare) jongeren te versterken. Hip Hop ontstond in de jaren zeventig in de Bronx als expressievorm van gemarginaliseerde gemeenschappen en groeide uit tot een wereldwijd middel voor identiteit, verbinding en sociale verandering. Via acht diepte-interviews met sociale professionals werd nagegaan hoe Hip Hoppraktijken in Vlaanderen vorm krijgen en welke betekenis ze hebben voor jongeren. De resultaten tonen dat Hip Hop bijdraagt aan zelfvertrouwen, expressie en eigenaarschap, en dat methodieken zoals studiowerking, workshops en peer learning zowel persoonlijke als collectieve groei stimuleren. Hoewel de term empowerment zelden expliciet wordt gebruikt, vormt ze de kern van deze praktijken. De Vlaamse context toont een verbreding van het begrip empowerment: niet vertrekken vanuit problemen, maar vanuit kracht, creativiteit en ontmoeting. Hip Hop blijkt zo een betekenisvolle strategie voor jongerenemancipatie en een inspiratiebron voor het sociaal werk.
Meer lezen

Welke sensibiliseringsmethoden zijn het meest effectief in het verbeteren van de pijnbeoordeling bij zorgverleners van ouderen met vergevorderde dementie?

HOGENT
2025
Milena
De Mesmaeker
  • Anouk
    Basslé
  • Camille
    Vanderstraeten
Ouderen met vergevorderde dementie ervaren vaak pijn die onopgemerkt blijft. Via onze bachelorproef onderzochten we hoe sensibiliseringsmethoden, zoals posters, e-learning en casusbesprekingen, zorgverleners helpen om pijnsignalen beter en sneller te herkennen.
Meer lezen

Challenging standards: Analyzing the alternative audio description of the dance video Isomo

Universiteit Antwerpen
2025
Afifa
Kharchi
Deze thesis onderzoekt de evoluerende praktijken van audiobeschrijving in dans aan de hand van de dansvideo Isomo als casestudy, een hedendaagse dansvideo gemaakt door choreografe Iris Bouche voor het KMSKA. Traditioneel wordt audiobeschrijving beschouwd als een objectief hulpmiddel voor toegankelijkheid, maar recentelijk zijn alternatieve benaderingen die subjectiviteit en creativiteit omarmen in opkomst (Fryer & Cavallo, 2022). Het doel van dit onderzoek is om de strategieën die in de audiobeschrijving van de dansvideo Isomo worden gebruikt te identificeren en te onderzoeken in hoeverre deze afwijken van de traditionele richtlijnen. Het onderzoek combineert een vertaalanalyse met vijf semigestructureerde interviews met experts. De bevindingen geven aan dat de audiobeschrijving niet strikt kan worden gecategoriseerd als traditioneel of alternatief, maar eerder ergens tussen beide in ligt, aangezien deze elementen van beide bevat. Enerzijds maakt het gebruik van creatieve strategieën, waaronder eerste- en tweepersoonsvertellingen die door de dansers zelf worden ingesproken. Anderzijds bevat het elementen van traditionele AD, zoals het vasthouden aan een traditionele workflow.
Meer lezen

Claiming Responsibility, Narrating Solidarity: Discursive Legitimation of Turkey's Involvement in the Nagorno-Karabakh Conflict (1988–2020)

Universiteit Gent
2025
Görkem
Yavuz
Deze masterproef onderzoekt hoe Turkije tussen 1988 en 2020 zijn betrokkenheid bij het Nagorno-Karabachconflict discursief heeft geconstrueerd en gelegitimeerd. Het centrale uitgangspunt is dat politieke taal niet louter een communicatiemiddel is, maar een krachtig instrument dat legitimiteit creëert en internationale normen beïnvloedt. Het onderzoek hanteert een driedelig analytisch kader: (i) hoe Turkije zijn eigen discours opbouwde, (ii) hoe internationale actoren dit discours ontvingen en betwistten, en (iii) welke impact dit had op mondiale normen rond interventie. De bevindingen tonen een evolutie van voorzichtige diplomatieke steun naar een assertieve en veiligheidsgedreven retoriek. Deze verschuiving benadrukt hoe discursieve strategieën niet alleen de perceptie van legitimiteit vormgeven, maar ook bredere implicaties hebben voor internationale conflictoplossing en normontwikkeling.
Meer lezen

Erfgoediseren van digitale cultuur: door musea en andere erfgoedinstellingen

KU Leuven
2025
Floor
Arnauts
Digitale cultuur ontwikkelt zich in een ongekend tempo en wordt gekenmerkt door zowel overvloed als kwetsbaarheid. De vluchtigheid van digitale creaties, van interactieve installaties tot websites, sociale mediaplatformen en andere databestanden, stelt musea en erfgoedinstellingen voor fundamentele vragen. Hoe kan born-digital erfgoed worden geïdentificeerd als cultureel waardevol, duurzaam worden vastgelegd en vervolgens toegankelijk en betekenisvol worden gepresenteerd? Dit onderzoek benadert deze uitdaging vanuit het proces van erfgoedisering, waarbij de vier kernfuncties waarderen, verzamelen, bewaren en presenteren centraal staan. In de digitale context blijken deze functies niet los van elkaar te opereren, maar voortdurend op elkaar in te grijpen. Door middel van beleidsanalyse, theoretische kaders en casestudies van Vlaamse erfgoedinstellingen, waaronder Design Museum Gent, Amsab, de Hendrik Conscience Bibliotheek en KADOC, wordt zichtbaar hoe technische, juridische en beleidsmatige drempels een structurele inbedding van born-digital erfgoed bemoeilijken. Tegelijkertijd tonen innovatieve praktijken aan dat interdisciplinariteit, het gebruik van open standaarden en samenwerking met makers en publiek effectieve strategieën kunnen opleveren. De bevindingen wijzen erop dat een geïntegreerde en structureel verankerde aanpak onontbeerlijk is om digitale cultuur niet alleen te bewaren, maar ook haar betekenis te behouden voor toekomstige generaties.
Meer lezen

Een onderzoek naar de meerwaarde van een nieuw zelfontworpen dentaal hulpmiddel voor zorgverleners in woonzorgcentra

Arteveldehogeschool Gent
2025
Laurence
Bonamie
  • Tania
    Cautaerts
Wat als er een dentaal hulpmiddel beschikbaar zou zijn dat het tandenpoetsen bij kwetsbare zorgafhankelijke ouderen toegankelijker, eenvoudiger en comfortabeler maakt?
Het doel van dit onderzoek is om de meerwaarde van een nieuw zelfontworpen dentaal hulpmiddel – VisaBite – na te gaan bij zorgverleners die instaan voor de mondzorg van hun bewoners.
Meer lezen

Min of Meer Chambres d'Amis

Universiteit Gent
2025
Luca-Ray
Rogiers
  • Beth
    Lason
  • Angela
    De Roover
Een tentoonstelling is per definitie tijdelijk: kunstwerken worden
in een specifieke ruimte en gedurende een afgebakende periode
samengebracht. Na afloop blijven slechts sporen over - documentatie,
herinneringen, fysieke restanten - maar niet de tentoonstelling zelf als
geheel. Eenmaal voorbij, wordt het daarom vrijwel onmogelijk om haar
te herhalen. Toch zijn tentoonstellingen regelmatig het onderwerp van
retrospectie. Vaak wordt bij het terugblikken zo dicht mogelijk bij het
origineel gebleven, een poging om de oorspronkelijke ervaring opnieuw
vast te leggen. Dit roept onvermijdelijk een spanning op: tussen het
origineel en de reconstructie, tussen objectief feit en subjectieve
herinnering. Maar is het mogelijk om een tentoonstelling opnieuw te
vatten?

Deze masterproef onderzoekt de uitdagingen van de retrospectieve
aan de hand van Chambres d’Amis. Deze tentoonstelling bracht in
1986 kunst buiten de muren van het museum. 51 Kunstenaars werden
door Jan Hoet uitgenodigd om hun werk te tonen op 57 locaties in
Gent, voornamelijk privéwoningen. Drie maanden lang openden
bewoners hun deuren en veranderden hun leefruimtes tijdelijk in
tentoonstellingsruimtes. De kunst ging zo een directe dialoog aan met
de alledaagsheid van de architectuur. In 2026 viert Chambres d’Amis
haar veertigste verjaardag, waarbij sprake is van een retrospectieve. Het
concept van de oorspronkelijke tentoonstelling maakt het herinneren
echter heel lastig: veel werken zijn verdwenen, sommige huizen zijn
grondig verbouwd en meerdere bewoners zijn verhuisd. Bovendien
waren veel van de werken onlosmakelijk verbonden met de architectuur
waarin ze ontstonden.

Deze masterproef vertrekt vanuit het besef dat een retrospectieve
altijd gepaard gaat met een gevoel van verlies. Een exacte herhaling is
onmogelijk en resulteert onvermijdelijk in een vereenvoudiging. Het is
net in de erkenning van die complexiteit dat aan betekenis kan worden
gewonnen. Verlies hoeft niet noodzakelijk als verlies te worden ervaren;
wat ontbreekt is in zijn afwezigheid veelzeggend.

Vanuit die gedachte onderzoekt deze masterproef de mogelijkheden
voor een retrospectieve voor Chambres d’Amis. Om tot
tentoonstellingsvoorstellen te komen worden er drie posities ingenomen:
de onderzoeker, de ontwerper en de tentoonstellingsmaker. Deze
posities verwijzen respectievelijk naar de figuur die het archiefmateriaal
verzamelt, de figuur die de ruimtelijke drager vormgeeft, en de figuur
die daarmee de uiteindelijke tentoonstelling maakt. Dit resulteert in
drie voorstellen voor een retrospectieve, elk met een eigen positie ten
opzichte van het origineel. De tentoonstellingen werken verkennend, en
zijn elk op hun eigen manier Min of Meer Chambres d’Amis.
Meer lezen

GenAI, MT en de vertaler van morgen

Vrije Universiteit Brussel
2025
Davina
Ferraris
De opkomst van generatieve artificiële intelligentie (GenAI) en machinevertaling (MT) verandert het beroep van vertaler drastisch, wat leidt tot toenemende onzekerheid over de toekomst van het beroep. Tegelijkertijd staan derdejaarsstudenten Toegepaste Taalkunde aan Vlaamse universiteiten voor belangrijke studie- en carrièrekeuzes, waaronder de keuze om vertaler te worden. Deze masterproef onderzoekt hoe zij het beroep van vertaler percipiëren in tijden van GenAI en MT en in hoeverre deze percepties hun keuze om vertaler te worden beïnvloeden.
Meer lezen

MORE DRAMA, MORE HAPPINESS? EEN KWALITATIEF ONDERZOEK NAAR HET VERBAND TUSSEN DRAMALESSEN EN HET MENTAAL WELBEVINDEN VAN 2E-GRAADS DOORSTROOM-STUDENTEN

Universiteit Gent
2025
Matthew
Wright
Deze studie werd uitgevoerd om te bepalen hoe 2e-graads doorstroomstudenten het verband tussen dramalessen en hun mentaal welbevinden ervaren. Het zes dimensionaal mentaal welbevinden model, ontwikkeld door Ryff (1989), toont deels overlap met de in de literatuur gevonden effecten van drama en werd daarom als theoretische basis gebruikt in dit onderzoek. De onderzoeksgroep bestaat uit 6 jongeren die een 2e-graads doorstroomrichting volgen en die gedurende 40 weken 24 keer één uur per week dramales kregen als keuzevak. De studie werd uitgevoerd aan de hand van semigestructureerde diepte-interviews die aan het einde van het schooljaar bij de leerlingen werden afgenomen. Om de gegevens te verwerken en analyseren werd een thematische analyse volgens Braun & Clarke (2006) toegepast. Als resultaat van het onderzoek werd er een duidelijke, positieve invloed vastgesteld op de persoonlijke groei, positieve relaties met anderen en zelfacceptatie dimensies. De invloed op de autonomie is matig en op de omgevingsbeheersing is de invloed gering. Er ontbreken gegevens om een besluit te maken over de doelgerichtheid dimensie, maar de verwachting is dat deze laag is. Het algemeen mentaal welbevinden van de participanten lijkt te zijn toegenomen na het volgen van dramalessen. Uit het onderzoek blijkt dat de invloed groter is bij jongeren wiens mentaal welbevinden laag is dan bij jongeren met een matig tot hoog mentaal welbevinden, al dient verder onderzoek dit verder te staven. De belangrijkste, niet eerder gevonden resultaten zijn dat participanten aangeven zich minder aan te trekken van de mening van anderen, makkelijker hun mening te kunnen uiten, meer te durven, meer open te staan voor nieuwe ervaringen en meer onbekenden durven aan te spreken. Vele andere resultaten bevestigen wat eerdere literatuur al bewees. Het onderzoek sluit af met een pleidooi om educatief drama een standaardonderdeel te maken van het curriculum van de middelbare school of het ten miste als potentieel keuzevak aan te bieden.
Meer lezen

De invloed van de menstruatiecyclus op sportprestaties

Universiteit Gent
2025
Emma
De Naeyer
Deze masterproef onderzoekt de invloed van de menstruatiecyclus op sportprestaties bij Belgische eliteatletes. Hoewel internationale aandacht voor dit thema toeneemt, bleef het onderwerp in België tot nu toe grotendeels onontgonnen terrein.

Aan de hand van een online vragenlijst bij 81 vrouwelijke Belgische topsporters uit verschillende sporten werd nagegaan hoe zij hun menstruatiecyclus ervaren, welke klachten ze ondervinden en hoe open erover gecommuniceerd wordt binnen de sportcontext.

De resultaten tonen aan dat meer dan 90% van de atletes fysieke en mentale klachten ervaart voor of tijdens de menstruatie, en dat de helft regelmatig pijnstillers gebruikt om te kunnen presteren. Daarnaast werd een hoge prevalentie van menstruatiestoornissen vastgesteld. Opvallend is dat slechts één op drie atletes met haar coach over dit onderwerp spreekt; vooral in teamsporten blijft de drempel groot.

Het onderzoek benadrukt de nood aan meer open communicatie, educatie voor coaches en medische staf en begeleiding op maat, waarbij de menstruatiecyclus structureel wordt meegenomen in trainings- en wedstrijdplanning.

Deze bevindingen leveren waardevolle inzichten voor een meer genderbewuste benadering van topsport en dragen bij tot het doorbreken van een hardnekkig taboe binnen de sportwereld.
Meer lezen

Communicatie tussen scholen en anderstalige ouders: een kwalitatief onderzoek naar de nood aan sociaal tolken in het onderwijs

KU Leuven
2025
Sofie
Knockaert
Ouderbetrokkenheid beïnvloedt de schoolprestaties en het welbevinden van leerlingen (Bakker et al., 2013; Fantuzzo et al., 2004; Menheere & Hooge, 2010; Quezada, 2024). Een beperkte kennis van de schooltaal vormt voor anderstalige ouders een barrière in de communicatie met de school (Baxter & Kilderry, 2024; Beks & Natris, 2008; Benoit et al., 2009; Lawal, 2021; Stassen et al., 2005).
Het recentste Vlaamse regeerakkoord voorziet niet langer een financiële tegemoetkoming voor de inzet van sociaal tolken op school. Het beleid wil inzetten op de kennis van het Nederlands van de ouders en legt het vereiste niveau voor inburgeraars op B1, wat heel ambitieus is. Dit masterproefonderzoek schetst een beeld van de praktijk in Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen: hoe verloopt de communicatie tussen anderstalige ouders en scholen nu? Worden er nog sociaal tolken ingezet en zo ja, hoe worden ze betaald?
152 respondenten van 69 verschillende scholen uit het Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen beantwoordden hierover een vragenlijst. Deze antwoorden werden getrianguleerd met 15 semigestructureerde diepte-interviews. Om een zicht te krijgen op de financiering is er tijdens de interviews navraag gedaan bij de geïnterviewde directieteamleden, bij lokale besturen en betrokken instanties zoals het OVSG (Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten).
Het onderzoek toont dat de taalbarrière een optimale communicatie in de weg staat. Ouders beheersen het Nederlands vaak niet of onvoldoende. Volgens de ondervraagde leerkrachten zijn ze daardoor vaker afwezig op contactmomenten en komen ze als minder betrokken over. Scholen zoeken daarom naar oplossingen.
Als er geen tolk is, gebruiken leerkrachten een lingua franca (Engels of Frans), (child) language brokering en vertaalapps. Dat maakt direct contact met de ouders mogelijk, maar de kwaliteit van de communicatie wordt door de respondenten als niet goed beoordeeld. Er is bij leerkrachten onzekerheid of de boodschap is begrepen én frustratie over het verlies aan nuance.
Communicatie met een tolk wordt vooral positief beoordeeld: er is meer vertrouwen dat de boodschap correct wordt overgebracht én begrepen. Tolken maken complexe en diepgaande gesprekken mogelijk en voor leerkrachten is dit bevredigend: de communicatie verloopt in twee richtingen én in het Nederlands.
De grootste belemmering voor het inschakelen van tolken door de scholen zijn de hoge kosten. Omdat de overheid niet meer tussenkomt, springen lokale besturen blijkbaar in. Gegevens van meer dan twintig Vlaamse steden en gemeenten geven blijk van een grote verschillen hierin en suggereren bijgevolg een ongelijke toegang tot tolkdiensten voor de Vlaamse scholen, wat de facto het gelijkekansenbeleid in het onderwijs aantast: voor meer dan één op vier leerlingen in het Vlaams onderwijs is Nederlands niet de thuistaal (Statistiek Vlaanderen, 2025).
Meer lezen

Hope for basic hygiene in Uganda: Developing a participatory hygiene education package for vulnerable children in Uganda

Hogeschool UCLL
2025
Lieselotte
Ingels
Deze bachelorscriptie onderzoekt hoe goedkope, participatieve en visuele hygiënevoorlichting de basishygiënepraktijken onder kwetsbare kinderen in Oeganda kan verbeteren. Het onderzoek werd uitgevoerd tijdens een stage van zes maanden bij Uganda Hands for Hope (UHfH) in de sloppenwijk Namuwongo in Kampala, en door middel van vergelijkend veldwerk in het landelijke district Kamuli. De centrale onderzoeksvraag was: “Hoe kunnen goedkope, participatieve en educatieve hygiëne-interventies de hygiënepraktijken onder kwetsbare kinderen en adolescenten in Oeganda verbeteren?” Met behulp van kwalitatieve methoden zoals participerende observatie, diepte-interviews en focusgroepen, bracht het onderzoek belangrijke hiaten in het hygiënebewustzijn en de hygiënepraktijken aan het licht, ondanks de beschikbaarheid van waterinfrastructuur. Er werd een kindvriendelijk hygiënevoorlichtingspakket ontwikkeld en getest, met visuele hulpmiddelen zoals stickers, posters en boekjes met pictogrammen. Uit de resultaten bleek dat interactief, visueel materiaal de betrokkenheid van kinderen aanzienlijk vergrootte en hun hygiëneroutines verbeterde. Leraren en verzorgers meldden ook positieve gedragsveranderingen bij kinderen. De studie concludeert dat effectieve hygiënevoorlichting moet worden geïntegreerd in het dagelijks leven en zo moet worden ontworpen dat deze toegankelijk, betaalbaar en lokaal relevant is. Visuele en participatieve methoden bieden een krachtige manier om hygiënearmoede in informele nederzettingen en plattelandsgemeenschappen aan te pakken.
Meer lezen

Van Uniformiteit naar Veelzijdigheid: Een Ruimtelijk Renovatiekader voor de Adaptieve Transformatie van Kantoorgebouwen

KU Leuven
2025
Nathan
Verstappen
Stedelijke kantoorgebouwen uit de vorige eeuw bereiken massaal het einde van hun levenscyclus. Slopen lijkt vanzelfsprekend, maar is dat wel zo slim? Een samengestelde strategie die renovatie-ontwerp en kwantificatie van milieu-impact combineert, toont dat behoud niet alleen beter is voor onze klimaatdoelstellingen, maar ook een kans biedt om woningen, publieke ruimte en levendigheid terug te brengen in de stad.
Meer lezen

Prototyping novel length measurement instruments

Universiteit Hasselt
2025
Stig
Konings
Genomineerde longlist mtech+prijs
Mijn scriptie draagt de titel Prototyping Novel Length Measurement Instruments. Het doel van dit onderzoek was het ontwikkelen van een meetinstrument dat meer gericht is op de mens en gebruiksvriendelijker is, in deze scriptie is StoryStick++ ontstaan.
Meer lezen

Political connections, corruption and road traffic safety: a Russian case study

Universiteit Gent
2025
Seppe
Van Den Berge
Een onzichtbaar sociaal mechanisme kwam aan het licht. Dat was geen evidente opdracht, want de gegevens om nepotisme of vriendjespolitiek aan te tonen zijn schaars, van wisselende kwaliteit en bovendien gevoelig. Toch leveren grote, ongefilterde datasets onverwachte schatten op. In mijn datagedreven thesis gebruik ik Russische cijfers om nepotistische effecten op te sporen in een nieuw domein: het verkeer. Een terrein dat tot nu toe grotendeels buiten het onderzoek naar nepotisme bleef, dat zich vooral op de arbeidsmarkt richtte.
Meer lezen

The prevalence of Salmonella Dublin in Alberta’s dairy herds: A comparison between 2022 and 2024

Universiteit Gent
2025
Jessie
van Heumen
  • Waseem
    Shaukat
Zowel in 2022 als 2024 zijn er 454 boerderijen getest op Salmonella Dublin, in Alberta, Canada. De boerderijen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën, waaronder Hutteriet en niet-Hutteriet. Hieruit bleek dat Hutteriet boerderijen eerder een daling van het voorkomen van de bacterie vertoonde in 2024 ten opzichte van 2022. Niet-Hutteriet boerderijen een stijging en een frequente verandering van status. De manier waarop een boerderij georganiseerd is speelt mee in hoe een bacterie zich verspreid.
Meer lezen

Public Awareness of Media Accessibility: A Study on Knowledge and Perception

Universiteit Antwerpen
2025
Jara
Van Den Berge
In mijn scriptie onderzocht ik hoe bewust de Belgische bevolking is van mediatoegankelijkheid, zoals ondertiteling of audiodescriptie, die ervoor zorgen dat iedereen media kan begrijpen en beleven. Aan de hand van een enquête met 140 deelnemers analyseerde ik vier vormen van bewustzijn: algemeen, cognitief, perceptueel en cultureel.

De resultaten tonen dat veel mensen de term wel kennen, maar niet goed weten wat het inhoudt. Slechts weinigen beseffen dat functies zoals ondertiteling ook onder mediatoegankelijkheid vallen. De meeste koppelen het vooral aan mensen met een beperking.

Met mijn onderzoek wil ik de kloof tussen beleid en publieke kennis verkleinen en aantonen dat mediatoegankelijkheid een fundamenteel mensenrecht is.
Meer lezen