Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Preventie van uithuiszetting nader bekeken

Sigourney Vermeylen
Deze scriptie gaat over mogelijke hulpverleningsmethodieken die het OCMW van Leuven in de toekomst kan hanteren om uithuiszetting mogelijks te vermijden. Uit een gesprek met het OCMW van Leuven kwam naar boven dat er heel wat uithuiszettingen zijn. Daarom werd op zoek gegaan naar mogelijke manieren zodat uithuiszettingen vermeden zouden worden. Door middel van een literatuuronderzoek werd er nagegaan welke organisaties er allemaal betrokken zijn bij een gerechtelijke uithuiszetting en welke taken deze organisaties vervullen. Om tot andere hulpverleningsmethodieken te komen, werden de aanpakmethoden van verschillende andere OCMW’s verkend en vergeleken met deze van Leuven. Hiervoor werden er aantal diepte-interviews afgenomen. Daarnaast werden er ook een aantal andere hulpverleningsmethoden verkregen doormiddel van literatuurstudie. Aan het einde van dit onderzoek werd er geconcludeerd dat er heel wat verschillen in hulpverleningsmethodieken waar te nemen zijn tussen de verschillende bevraagde OCMW’s. Aan de hand van deze conclusie konden er ook een aantal aanbevelingen geformuleerd worden voor het OCMW van Leuven.

Naar een integrale armoedebestrijding dankzij de inkanteling van het OCMW in het gemeentebestuur?

Agneta Hendrickx
Deze scriptie doet onderzoek naar mogelijke synergieën binnen een lokaal bestuur, in het kader van een meer integrale armoedebestrijding.

Waarom werkgevers (niet) streven naar een hoog psychosociaal veiligheidsklimaat: Bevindingen van preventieadviseurs

Chahida Azzarouali
Burn-out, grensoverschrijdend gedrag, werkstress en andere psychosociale aspecten van het werk zijn actuele thema’s. Niet onterecht, want slechts 51% van de Vlaamse jobs verdient de naam “werkbaar werk”. Dit verkennend masterproefonderzoek bracht in kaart wat werkgevers drijft of belemmert om het psychosociale welzijn van werknemers te beschermen en bevorderen.

Kosteloos basisonderwijs? Schoolkosten afgetoetst aan het recht op onderwijs

Giele Van de Putte
Voor kansarme gezinnen is een schoolfactuur betalen niet vanzelfsprekend. Hoewel het basisonderwijs kosteloos is, is dit niet gratis. Dit onderzoek gaat na of het recht op onderwijs van kinderen die leven in een precaire economische thuissituatie niet in het gedrang komt.

Hoe ervaren vluchtelingen hun individuele arbeidsmarktintegratietraject en welke rol kan een lokale organisatie als Rising You(th) hierbij spelen?

Robbert Leysen
Het doel van het onderzoek was om te achterhalen hoe vluchtelingen hun integratietraject zelf ervaren en welke rol een lokale organisatie kan spelen in de toeleiding naar duurzame tewerkstelling.

Thuisloosheid door de ogen van (ex-)thuislozen. Een narratief onderzoek naar hulpverlening aan (ex-) dak- en thuislozen

Koen Van der Velden
Uit dit onderzoek bij achttien (ex-)dak- en thuislozen blijkt dat één groep activiteiten ondernam om te overleven en basisbehoeften te bevredigen en tweede groep de thuisloze situatie zo snel mogelijk trachtte op te lossen. Daarnaast blijkt dat helft van de bevraagden negatieve ervaringen met het OCMW rapporteert. Over het CAW, de Belgian Homeless Cup en Verenigingen waar armen het woord nemen zijn alle meningen positief.

Een verantwoord(elijk) ethisch beleid en morele zorg in woon-zorgcentra. Een verkennende studie.

Lien Van Achter
In deze masterproef worden enkele ideeën en conceptuele kaders verkend om een ethisch beleid en morele zorg in woon-zorgcentra uit te tekenen. Uitgaande van specifieke politieke ontwikkelingen en praktijkervaringen, komen fundamentele vragen naar voor. Welke ideeën kunnen goeddeels worden gedeeld? Hoe kunnen we een degelijke maar flexibele leidraad ontwikkelen binnen een seculiere ethiek, met respect voor spiritualiteit en allerlei religieuze en andere overtuigingen? Enkele aanwijzingen worden opgespoord in verschillende disciplines: zorgethiek, bio-ethiek, filosofie, psychologie, narratieve gerontologie en menswetenschappen in het algemeen. Het resultaat kan worden beschouwd als een verder te schrijven verhaal, vriendelijk verzoekend om deel te nemen.

Het boek als krachtig medium in zakformaat. De drukkersstrategieën van Joannes Grapheus, Antwerpen 1527-1569

Maite De Beukeleer
De vormgeving van boek zoals we het vandaag kennen, werd grotendeels ontwikkeld in de vroege zestiende eeuw, toen drukkers nieuwe manieren zochten om hun boeken aantrekkelijk te maken. Deze scriptie onderzoekt hoe de vormgeving in deze periode veranderde aan de hand van de casus van één drukkers: de Antwerpenaar Joannes Grapheus.

'Soms genezen, dikwijls verlichten, altijd troosten': Belgische verpleegsters tijdens de Eerste Wereldoorlog

Luc De Munck
Deze scriptie vertelt het verhaal van de Belgische verpleegsters tijdens de Eerste Wereldoorlog. Daarbij wordt aandacht besteed aan hun opleiding, hun verpleegkundige praktijken, hun professionele organisatie en de beeldvorming over de verpleegsters. De conclusie is dat zij er tijdens de oorlog in slaagden hun drievoudige missie van genezen, verlichten en troosten waar te maken.

Een nieuw(e) (t)huis voor erkende en subsidiair beschermde vluchtelingen in Vlaanderen

Sara Willems
Voor de vele vluchtelingen die in ons land terechtkomen, start na hun erkenning de zoektocht naar een eigen huis. Wat een huis tot een thuis maakt verschilt van persoon tot persoon. Vluchtelingen vragen hierbij bijzondere aandacht vanwege hun specifieke context. Dit is een context van omgaan met mogelijke traumatische ervaringen uit het herkomstland, de ervaring van een hectische tocht, chronische stress door de lage socio-economische positie waarin ze terecht komen en stress vanwege het cultuurverschil. De masterproef ‘Een nieuw(e) (t)huis voor erkende en subsidiair beschermde vluchtelingen in Vlaanderen’ onderzoekt in welke mate huisvestingsinitiatieven voor vluchtelingen in Vlaanderen afgestemd zijn op hun wensen en noden.

Visualisatie van de KNX-installatie en relightingstudie van het magazijn binnen Stagobel Electro

Dimitri De Schuyter
Relightingstudie gemaakt van het magazijn van Stagobel Electro en een KNXVision visualisatie gecreëerd van hun kantoorgebouw.

De sociaal-geografische spreiding van betaalbare woningen in Brussel

Stijn Segers
Een scriptie over het ontstaan, de werking en de toekomstperspectieven van de nieuwe huisvestingsinitiatieven in relatie tot de publieke huisvestingsmaatschappijen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De Westerse fascinatie voor vrouwelijke gewapende strijders uit Syrië: een kritische discoursanalyse naar de nieuwsberichtgeving over de vrouwen van de YPJ.

Tillia Eestermans
Dit onderzoek tracht de oorzaak van de Westerse fascinatie voor de vrouwen van de YPJ na te gaan door middel van een kritische discoursanalyse van Westerse media. Er wordt besloten dat de representatie van de vrouwen plaatsvindt binnen een heldin discours en een Oriëntalistisch discours.

Hulpsystemen die sneller en economischer varen in de koopvaardij bevorderen

Elias Deleener
Theoretisch en praktisch onderzoek naar toepassing van waterweerstandsvermindering op scheepsrompen. Dit door toepassing van haaienschubbenstructuur, ribbelstructuur en micro-luchtbubbels.

Testing of chloride penetration and carbonation of concrete with superabsorbent polymers

Laurence De Meyst
Deze scriptie handelt over zelf-helend beton door de toevoeging van superabsorberende polymeren (SAPs). Naast de zelf-heling wordt ook de invloed van de toegevoegde SAPs op de chloride-indringing en carbonatieweerstand van het beton getest.

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Karolien Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

Orate pro nostris et oravimus pro vestris. Promised prayers for an anniversary of death. The case of Elisabeth ‘sConincs’ mortuary roll (1458-1459)

Maria Mejia Sian
Deze scriptie geeft een algemeen overzicht over middeleeuwse dodenrollen, waarna de dodenrol van Elisabeth 'sConincs (1458-1459), abdis van de Benedictijner abdij te Vorst (Brussel), nader wordt bekeken wat betreft de fysieke kenmerken en commemoratieve functies. Een data-set bestaande uit 54 tituli uit de middeleeuwse provincie Vlaanderen staat toe om de gebedsuitwisseling tussen verschillende religieuze huizen in de late middeleeuwen te bestuderen. Dodenrollen worden meestal bestudeerd door historici maar verdienen de aandacht van andere disciplines.

Domeingoederen: actualia inzake openbaar en privaat domein

Thomas Poppe
Bespreking van de actuele ontwikkelingen op het vlak van de leer van het domeingoederenrecht.

Toegankelijkheid van de tandheelkunde voor OCMW-cliënten - Een bevraging vanuit ethische/deontologische hoek

Fee Verheire Prof. dr. Luc De Visschere
Deze masterproef exploreert de toegankelijkheid van de tandarts voor OCMW-cliënten. Dit omvat zowel personen met een laag inkomen, als asielzoekers en personen zonder wettig verblijf. De werking van het OCMW en de drempels ervaren door zowel de OCMW-cliënt als tandarts werden nagegaan. Verder werd voor deze kwetsbare doelgroep de toegankelijkheid van de gezondheidszorg voor arts en tandarts vergeleken.

Een vertaalslag van het nieuwe kaderdecreet en de uitvoeringsbesluiten van kinderopvang: over processen van in- en uitsluiting

Neelke Ferket
De test met de vijf B’sHoe toegankelijk is kinderopvang voor maatschappelijk kwetsbare gezinnen?Eén van de doelstellingen van het nieuwe  decreet is de opvang meer toegankelijk maken. De studie onderzoekt of de nieuwe regels niet net het omgekeerde effect hebben. De testcase is Gent.Er bestaat een toets om na te gaan hoe toegankelijk een bepaalde dienstverlening is. Het zijn vijf richtvragen die allemaal een belangrijk woord met een B bevatten.

Fraude binnen de Vlaamse Overheid

Steven Mulier
 Fraude binnen de Vlaamse Overheid1 InleidingFraude, niet meteen een begrip waarmee men als organisatie graag wenst geconfronteerd en/of geassocieerd te worden. Maar hoe kan een organisatie zich nu precies wapenen tegen het risico op fraude? Wat zet mensen ertoe aan om fraude te plegen? Wat zijn de meest voorkomende vormen van fraude? Hoe reageren organisaties op en communiceren ze over de binnen hun organisatie gedetecteerde fraudegevallen?

Maghrebijnse senioren en hun (vrije) tijd. Een kwalitatief onderzoek naar de beleving van de 'oude dag' bij de Maghrebijnse man

Fouad El-Hamdi Fouad El-Hamdi Beatrice Zeltner Siham Benmammar
Een vergeten generatie?    Maghrebijnse senioren in Gent aan het woordIn de 60er jaren kwamen de eerste Maghrebijnse migranten naar Gent. De eerste generatie is ondertussen senior geworden. Het is een stille generatie die weinig opvalt. Toch hebben ook zij zorg en aangepaste vrijetijdsbesteding nodig. De Vlaamse organisaties voor senioren zijn echter niet of onvoldoende voorbereid op hun komst.Als student ‘ Sociaal Werk’  heb ik mijn bachelorproef gemaakt over Maghrebijnse senioren en hun vrije tijd. Vrije tijd is maar een deel van iemands leven.

Bruggen bouwen voor Genkse Turkse seniorenvrouwen

Selma Yaylagul
 Hebben Turkse seniorenvrouwen andere noden en behoeften dan bijvoorbeeld Suzanne, Mia of Gertrude?Senioren en hun sociaal isolement vormen een steeds groter deel van onze maatschappij, een belangrijke uitdaging voor dienstverleners en overheden. Wie, wat, waarom en hoe zit dat met Turkse seniorenvrouwen uit Genk? Idem dito? En vooral, hoe pakken we dat aan, hoe halen we hen uit hun isolement? Studente Bachelor in het Sociaal Werk, Selma Yaylagul, onderzocht één en ander in het kader van haar bachelorproef en de conclusie?

De verplichting om een taal te kennen of bereid te zijn deze aan te leren en de sociaaleconomische grondrechten

Laura Claessens
Taalkennis: sleutel tot huurhuis, niet tot eigen woningHoe belangrijk is het om een taal te leren? Levensbelangrijk in Vlaanderen. Zonder taalkennis wordt het moeilijk om een woning te huren bij een socialehuisvestingsmaatschappij, een bouwgrond te kopen van bepaalde gemeenten en een leefloon te krijgen bij een aantal OCMW’s. Kan dat zomaar?OverlevenBeeld je in dat je familie naar een ander land verhuist. Jullie moeten helemaal van nul beginnen: zonder de taal te kennen zoeken jullie naar een huis en naar werk. Alles is ongelofelijk duur in dat land.

Hoe organiseren erkende vluchtelingen zich in Vlaanderen, gedurende de periode na hun erkenning, om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien.

Iris Fruru
“Als erkend vluchteling verwierf ik heel wat rechten. Ik kon er niets mee doen…”Mensen die in ons land officieel erkend worden als vluchteling, kunnen volgens de verblijfswetgeving rekenen op een omvattend verblijfsstatuut en een goede sociale rechtspositie. Uit een studie van Iris Fruru blijkt echter dat de meerderheid van alle erkende vluchtelingen er niet in slaagt onmiddellijk aanspraak te maken op deze rechten. Een totaal gebrek aan coördinatie en begeleiding in de overgang van materiële naar financiële steun ligt hieraan ten grondslag. De gevolgen zijn niet min.