Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

How do physical features affect the online credibility of Instagram influencers?

Lotte Remue
Waarom lijken bedrijven altijd voor knappe modellen en influencers te gaan, en is dat wel de slimste optie?
In deze scriptie wordt het begrip 'aantrekkelijkheid' onder loep genomen, en wordt gekeken hoe uiterlijke kenmerken onze geloofwaardigheid beïnvloeden.

Petyr Baelish at work: Machiavellisme vanuit een VFM compound perspectief en de relatie met werkuitkomsten

Valerie Vandamme
Een multidimensioneel vijffactoren model perspectief op Machiavellisme. Het multidimensionele perspectief bekijkt de relatie tussen de drie dimensies van Machiavellisme (antagonisme, agency en planmatigheid) met verschillende werkuitkomsten (CWB, carrière ambitie, objectief- en subjectief carrière succes).

De beleving van transgender gevoelens bij volwassenen met ASS

Ayla Christiaens
Deze scriptie ging op zoek naar de ervaringen van volwassen, transgender of genderdiverse personen op het autisme spectrum.

Clownen in de ouderenzorg. Wat maakt clownen therapeutisch bij personen met dementie?

Emily Ghekiere
Clowns doen hun interede in de dementiezorg en hebben effect op de levenskwaliteit. De onderzoeksvraag is: "Wat maakt clownen therapeutisch bij personen met dementie?".

Prestatiedruk op de werkvloer bij 18- tot 30-jarigen in HR-functies

Ianne Verbeke Julie Allemeersch Rebecca Demunter Charlotte Verckens
Prestatiedruk, het is iets waar bijna iedereen last van heeft. Hier lees je meer over de oorzaken, gevolgen en mogelijke oplossingen.

Digitale Deconnectie: Zwart, wit én alles wat er tussen zit

Lore Geldof
Kwalitatief onderzoek naar digitale deconnectie bij werknemers. Specifiek is onderzocht wat de 'hoe', 'wanneer' en 'waarom' van digitale deconnectie zijn binnen het werkveld. Er is een model opgesteld om de veelheid aan informatie uit de gesprekken visueel weer te geven, genaamd 'Het Metroplan van de Deconnectie'.

De kwalitatieve omgevingsvergunningverlening in Vlaanderen. Van ‘complex’ naar ‘harmonieus’ proces.

Annelies Maes
Het proces van de omgevingsvergunningverlening staat vandaag de dag erg onder druk.

Omgevingsambtenaren die de vergunningsaanvraag bestuderen en een advies voor het politieke beslissingsorgaan voorbereiden, krijgen steeds meer taken en verantwoordelijkheden op hun bord, en blijken stilaan ‘onvindbaar’ te zijn. Politici die in het kader van het ‘politiek dienstbetoon’ hun nuttigheid willen bewijzen als ‘veredelde maatschappelijk werker’ doorkruisen het besluitvormingsproces, wat een aanzienlijke impact heeft op de werking van de dienst Omgeving. En dan is er nog de burger die vindt dat alles té traag gaat… en verontwaardigt reageert wanneer zijn droomproject uiteindelijk niet wordt vergund.

In mijn masterproef ging ik op zoek naar de beslissende factoren die het ‘complex’ proces van de omgevingsvergunningverlening verklaren…. om finaal enkele aanbevelingen te formuleren die moeten toelaten om het ‘complex’ proces om te buigen tot een ‘harmonieus’ proces, waarbij onderlinge spanningen, frustraties en teleurstellingen in hoofde van ambtenaren, politici en derden voortaan tot een ver verleden behoren.

Attitudes tegenover seksuele delinquenten: een kwantitatief onderzoek binnen de opleiding Criminologische Wetenschappen naar de invloed van de Big Five persoonlijkheidskenmerken

Margaux Hebbrecht
De rol van persoonlijkheid in de ontwikkeling van attitudes tegenover seksuele delinquenten bij studenten Criminologische wetenschappen.

Rechtspersoonlijkheid voor robots: een rechtsfilosofische afweging vanuit Belgisch juridisch perspectief

Victor Schollaert
Robots zijn in ons recht vandaag niets meer dan voorwerpen. Het wordt tijd om te overwegen of ze de status van personen verdienen in ons recht. Door middel van een rechtsfilosofische afweging wordt in dit onderzoek een voorzichtig positieve balans opgemaakt.

ONDERHANDE(LE)N: Een mixed methods onderzoek naar consent in een BDSM-context

Dries Slootmans
In deze thesis werd onderzocht hoe consent door homoseksuele mannen wordt beleefd, in een BDSM-
context. Er wordt geprobeerd om een antwoord te bieden op de onderzoeksvraag: “Wat is de betekenis
van consent en hoe beleven homoseksuele mannen met een voorkeur voor BDSM consent in een
BDSM-context?” die werd bekomen aan de hand van een literatuurstudie waaruit blijkt dat consent een
centrale plaats heeft binnen BDSM.

Het eerste deel van het onderzoek bestaat uit een literatuurstudie, waarin de literatuur rond BDSM en
consent in kaart wordt gebracht. In het tweede deel van het onderzoek wordt de methodologie
behandeld waarin het opzet van een mixed methods onderzoek wordt beschreven.

Het derde deel van het onderzoek geeft de resultaten weer die werden bekomen aan de hand van een
vragenlijst en een interview. De vragenlijst werd ingevuld door 142 participanten en is opgebouwd uit
zes secties: demografische kenmerken (1), persoonlijkheidskenmerken (2), seksuele geschiedenis en
activiteit (3), BDSM (4), relationele en seksuele tevredenheid (5) en consent (6). Het interview werd
afgenomen bij 9 participanten en is opgebouwd uit drie secties: BDSM (1), consent (2) en seksueel
grensoverschrijdend gedrag (3). Deze thema’s worden uitvoerig beschreven in het resultatenhoofdstuk.

In het vierde deel van het onderzoek worden de resultaten gelinkt aan de literatuur en worden de
beperkingen van het onderzoek geformuleerd. In het vijfde deel van het onderzoek wordt er een
antwoord geformuleerd op de onderzoeksvraag. In het zesde deel van het onderzoek worden
aanbevelingen voor toekomstig onderzoek geformuleerd.

De participanten hechten aanzienlijk veel waarde aan consent. Ze proberen steeds expliciet te
communiceren over grenzen om tot harde spelregels te komen waaraan iedereen verwacht wordt zich
te houden. Met deze regels wordt toegestemd, en vanaf dat moment wordt er een relationeel contract
ondertekend tussen twee of meerdere personen. Enkel een stopwoord kan op ieder moment het
contract beëindigen. Echter, met behulp van verbale en non-verbale communicatie wordt het contract
volgens het principe van trial en error voortdurend bijgeschaafd.

Verbinding in tijden van afzondering: de coronacrisis als initiator in werkelijke verbondenheid

Rosanne Buyle
Ik onderzocht op welke manieren je de (ervaring van) verbinding kan versterken in het algemeen en
specifiek tijdens een feitelijke afzondering zoals quarantaine of lockdown vanuit een psychologische, biologische en levensbeschouwelijke invalshoek.

Achter iedere prothesedrager schuilt een “sterke persoonlijkheid”

Lisa Ronse
Probleemstelling: Multi-articulaire prothesehanden maken een snelle ontwikkeling door. Door deze
snelle vooruitgang in de technologie is het waarschijnlijk dat de vraag naar de toepassing van multi-
articulaire handen, die een kopie zullen zijn van de menselijke hand, verder toeneemt.
Maar slechts een klein aantal personen, die in zeer gespecialiseerde eenheden werken, bezitten een
diepgaande kennis van dit gebied binnen de geneeskunde.
Onderzoeksvraag: Hoe beïnvloedt een innovatieve multi-articulaire hand de functionele outcome en
levenskwaliteit van een persoon met een transradiale amputatie die opnieuw actief is in het dagelijkse
leven?

De samenvloeiing van mythologie en allegorie in het oeuvre van Anthony Van Dyck

Rebecca Gheyssens
We leven in een beeldende cultuur die voortdurend evolueert en verandert. Mythologie en allegorie maken sinds de klassieke oudheid deel uit van deze wereld. Deze masterproef heeft als doel de materie rond mythologie en allegorie te verduidelijken en een antwoord te bieden op de vraag of er een samenvloeiing van deze elementen is in de barok van de Zuidelijke Nederlanden. Om vervolgens te achterhalen hoe dit tot uiting kwam in het werk van Anthony Van Dyck.

sociaal werker als brug tussen de oudere en het woonzorgcentrum

Greet Leemans
Ouder worden heeft een enorme impact op het leven. Verhuizen naar een woonzorgcentrum is een ingrijpende beslissing waarbij verschillende factoren een effect hebben. Thuiszorgdiensten, sociaal werkers en onthaalmedewerkers van een woonzorgcentrum zijn een eerste aanspreekpersoon bij de beslissing en hebben dan ook een belangrijke functie in de begeleiding naar de nieuwe leefomgeving. Voor dit onderzoek werd door middel van enquêtes aan sociaal werkers van ziekenhuizen en opnameverantwoordelijken van woonzorgcentra gevraagd hoe een opname naar een woonzorgcentrum verloopt en hoe men de ouderen bij een opname ondersteunt. Daarnaast werd ook de tuiszorgdiensten bevraagd om de ervaringen van deze dienst mee te nemen in de conclusies. De thuiswonende ouderen werd door middel van een enquête gevraagd naar de beeldvorming van woonzorgcentra en wat men belangrijk vindt. Daarnaast werd via interviews nagevraagd aan bewoners hoe men de opname heeft ervaren. Vanuit het literatuur- en praktijkonderzoek zijn er goede zaken naar boven gekomen maar vooral ook zeer veel tekortkomingen in de ondersteuning van ouderen bij de beslissing naar een woonzorgcentrum te verhuizen. Iedere dienst wil zich inzetten om ouderen de juiste ondersteuning te bieden om het welzijn te verbeteren maar krijgen vooral door beleidsmatige druk en veel administratief werk, veelal in functie van de financiering van de organisaties vanuit de overheid, hiervoor te weinig mogelijkheden. Om als sociaal werker de oudere zorgvrager beter te kunnen ondersteunen in het opnameproces door middel van psychosociale en praktische begeleiding is het belangrijk dat er een andere beeldvorming ontstaat over woonzorgcentra en deze beter aansluiten bij de leefwereld en zorgvragen van de ouderen. Daarnaast is het ook belangrijk dat deze betaalbaar worden en er meer werkmiddelen zijn in organisaties om tijd te kunnen vrij maken voor het welzijn van de ouderen. Hierdoor kan er op zoek gegaan worden naar mogelijkheden om de oudere zorgvrager beter te ondersteunen van thuis uit of vanuit het ziekenhuis en revalidatiecentrum naar het woonzorgcentrum. De sociaal werker wordt daardoor de vertrouwenspersoon van de oudere die beslissingsrecht heeft over zijn eigen leven.

Welbevinden van cognitief sterke leerlingen in het basisonderwijs. Bevindingen in gespecialiseerd lager onderwijs tegenover traditioneel onderwijs

Kathleen Vander Cruyssen
Er werd een online cross-sectioneel onderzoek uitgevoerd naar het welbevinden bij 187 leerlingen in het Vlaamse basisonderwijs met een vermoeden of diagnose van hoogbegaafdheid en hun ouders.
Onderzoeksvraag: “Is het welbevinden van cognitief sterke leerlingen die naar een gespecialiseerde lagere school (GS) gaan hoger dan dat van vergelijkbare leerlingen in traditionele scholen?” Aanvullend werd het verschil onderzocht in een gewone school: zonder extra ondersteuning (GO), individueel aangepast moeilijker leeraanbod (IA), deeltijds les met ontwikkelingsgelijken (‘peer grouping’) (PG) en individueel leeraanbod met ook ‘peer grouping’ (IP). Ten slotte werden leerlingen die één of meer leerjaren overgeslagen hebben vergeleken met niet-versnelde leerlingen.
Deze studie toont d.m.v. ANOVA en contrasten grote en positieve effecten aan van ondersteuningsmaatregelen (GS+IA+PG+IP) aan cognitief sterke leerlingen (versus GO) op algemeen welbevinden (d=2.369), tevredenheid algemeen (d=2.819), dingen die je hebt (d=1.825), waar je goed in wil zijn (d=2.616), die je dagelijks doet (d=1.42), relaties (d=1.589)) en schools welbevinden (welbevinden (d=2.977), tevredenheid (d=2.72), betrokkenheid (d=2.472), sociale relaties (d=1.823), pedagogisch klimaat (d=2.906)) en prestaties op rekenen (d=2.638). Volgens de ouders gaat meer aandacht naar kennis verwerven (d=1.623), sociaal emotioneel welzijn (d=3.187), differentiatie en persoonlijke aanpak (d=5.369) en creativiteit (d=2.179) dan in andere scholen.
Wanneer cognitief sterke leerlingen in een gespecialiseerde school (GS) les volgen, zijn er bijkomende positieve en grote effecten tegenover ondersteuning in gewone school (IA+PG+IP) op totaal schools welbevinden (d=.983), schoolse tevredenheid (d=.98), betrokkenheid (d=.994), sociale relaties (d=2.177) en pedagogisch klimaat (d=.98). Op academisch zelfconcept, prestaties voor rekenen (d=-1.354) en begrijpend lezen (d=-1.048) is er een negatief effect (referentiegroep verschilt). Er gaat meer aandacht naar kennis verwerven (d=3.402), sociaal emotioneel welzijn (d=3.916), differentiatie en persoonlijke aanpak (d=3.464) en creativiteit (d=2.820).
Er werden geen significante verschillen aangetoond tussen leerlingen in een gewone school met beide maatregelen versus één maatregel (IP vs IA+PG) en tussen versnelde leerlingen versus niet-versnelde leerlingen.

Brengt de ideologie van de existentiële band tussen ouders en kinderen de jeugdhulp en jeugdbescherming in moeilijkheden?

Laetitia De Bruyn
De wet bepaalt dat een plaatsing van een kind alleen als laatste redmiddel en met het oog op gezinshereniging mag plaatsvinden, om de grondrechten van zowel ouders als kinderen te eerbiedigen. Het onderhouden van familiebanden is een gevestigde norm in de Belgische jeugdhulp en ligt aan de basis van ons jeugdbescherming systeem. Maar zou het hoofddoel van het werk van de jeugdbeschermers niet eerder moeten gesteld worden in functie van wat het kind in staat stelt zich goed te ontwikkelen, verre van pure ideologische verklaringen rond het belang van de familieband?

Les enjeux émotionnels de l'interprétation dans les services publics: l'impact sur l'interprète et les moyens d'y faire face

Eline De Keyzer
Sociaal tolken zijn in onze multiculturele samenleving onmisbaar. Vaak wordt echter vergeten dat ze ook met emotioneel zeer belastende situaties geconfronteerd worden. Hoe gaan sociaal tolken om met de emotionele uitdagingen van hun beroep? En vooral: welke impact hebben die uitdagingen op hen?

Vormt psychologische contractbreuk een mediator tussen persoonlijkheid en burn-out bij Vlaamse werknemers?

Inge Truijen
Het verband tussen de drie variabelen persoonlijkheid, psychologische contractbreuk en burn-out wordt nagegaan in een longitudinaal onderzoek bij 240 Vlaamse werknemers via online vragenlijsten. We veronderstelden dat psychologische contractbreuk een mediator vormt bij het verband tussen de vijf persoonlijkheidseigenschappen van de 'big five' en burn-out.

Werkstress bij telewerkers

Thomas Geleyn
De balans tussen risico- en beschermende factoren inzake stress bij telewerkers wordt bestudeerd. Dit aan de hand van het Job Demands- Resources model.

EEN EXPLORATIEF ONDERZOEK NAAR DE BELEVING VAN BRUSSEN VAN KINDEREN/JONGEREN MET EEN PSYCHISCHE KWETSBAARHEID

Emily Ceenaeme
Een groeiende aandacht voor de omgeving van personen met een psychische kwetsbaarheid resulteert in onderzoek dat zich toespitst op wat het in een gezin teweeg brengt. Onderzoek naar brussen in het bijzonder focust voornamelijk op de negatieve impact van de psychische kwetsbaarheid op het emotioneel en/of psychische welbevinden. Hierbij wordt veelvuldig over de brussen gesproken, maar hun beleving komt amper aan bod. Deze masterproef tracht de perspectieven van brussen in beeld te brengen met betrekking tot hun brussenrelatie, hun zelfbeeld en de manier waarop ze zich het best ondersteund voelen.

Hoe beïnvloeden Instagram Influencers het koopgedrag van Generatie Z?

Jalean Wansi
Generatie Z: hoe worden de consumenten van vandaag en morgen beïnvloedt door de opkomst van Instagram Influencers.

STRAFDOELEN IN DE UITVOERING VAN DE GEVANGENISSTRAF: een kwalitatief onderzoek bij penitentiair personeel en externe diensten

Amber Zahr
In de literatuur bestaat er heel wat kritiek over de effectiviteit van de gevangenisstraf. Er wordt zelfs gesteld dat de straf zinloos zou zijn. Deze masterproef stelde de proef op de som. Meer specifiek poogde dit onderzoek na te gaan in hoeverre er aan de vooropgestelde strafdoelen wordt voldaan tijdens de uitvoering van de gevangenisstraf. Bovendien werd ook het aanbod van diensten om deze strafdoelen te ondersteunen onderzocht. Om dit te onderzoeken werden er interviews afgenomen bij het penitentiair personeel en externe diensten van Brussel en Leuven.

Differential interpretations of confidentiality when working with minors.

Roman Trenson
Een onderzoek naar de verschillen tussen de verwachtingen van het algemene publiek en professionele hulpverleners rond het beschermen van de geheimhoudingsplicht. Zal de algemene bevolking sneller ouders informeren wanneer het gaat over minderjarigen die zichzelf verwonden of niet?

Love the Way You Lie

Amber Peeters
Via een kwalitatieve en kwantitatieve survey gaan we na waarom volwassenen tussen de 20 en 30 jaar liegen tegen hun partner. We onderzoeken welke factoren met oneerlijk gedrag samenhangen.

Commoning Infrastructures. Changing Places through Organizational Action in Vilvoorde.

Jonathan De Mey
Deze scriptie stelt dat de stedelijke commons een proces zijn van enerzijds het infrastructureren van de commons en het vergemeenschappelijken van infrastructuren. Wie aan het langste eind trekt en de endemische regels van de structuren volgt, krijgt toegang tot de waardevolle goederen en diensten die er circuleren.