Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Ostium-specific equine pulmonary vein myocardial sleeve gross anatomy and structural evidence of interatrial myocardial continuity with potential implications for ablation strategies

Universiteit Gent
2026
Inne
Van Hooydonk
Anatomische variatie van de pulmonaire venen bij het paard als referentie voor toekomste ablatieprocedures.
Meer lezen

Neuro-inclusie als hefboom voor verandering. Empowerende ondersteuning van leerlingen met autisme en hun context

Odisee Hogeschool
2026
Steven
Van Delsen
Leerlingen met autisme botsen in het onderwijs nog te vaak op drempels die hun welbevinden, participatie, verbondenheid en positieve identiteitsontwikkeling onder druk zetten. Deze bachelorproef onderzoekt hoe een neurodiversiteitsaffirmatieve benadering richting kan geven aan neuro-inclusieve onderwijspraktijken die leerlingen met autisme en hun context versterken, binnen de bredere Vlaamse evolutie naar Scholen voor Iedereen.

De bachelorproef vertrekt vanuit een praktijkgerichte probleemverkenning in GO! SBSO Nautica en verbindt die met recente literatuur over neurodiversiteit, leerlingenstem, psycho-educatie, zelfacceptatie, zelfcompassie, zelfbehartiging, neuro-inclusieve pedagogiek en relationele samenwerking. De analyse maakt duidelijk dat inclusie niet kan worden herleid tot toegang tot onderwijs of individuele aanpassingen. Neuro-inclusie vraagt een verschuiving van tekortdenken en normalisering naar erkenning, waardigheid, contextafstemming, gedeelde verantwoordelijkheid en positieve autistische identiteit.

Op microniveau betekent dit dat leerlingen met autisme zich veilig, erkend en verbonden moeten kunnen voelen in de klaspraktijk. Daarvoor zijn voorspelbaarheid, prikkelbewuste leeromgevingen, ruimte voor leerlingenstem, zelfinzicht, zelfacceptatie en ondersteuning bij zelfbehartiging belangrijk. Op mesoniveau vraagt neuro-inclusie een schoolcultuur waarin gedeelde taal, ouderstem, sociale veiligheid, peer support, veilige plekken en samenwerking tussen leerlingen, ouders en onderwijsprofessionals structureel worden ingebed. Op macroniveau wordt duidelijk hoe neuro-inclusieve schoolontwikkeling kan bijdragen aan de Vlaamse evolutie naar Scholen voor Iedereen, op voorwaarde dat neurodiversiteitsaffirmatieve principes vanaf het begin worden meegenomen in visie, beleid, ondersteuning en schoolcultuur.

Als veranderingsstrategie wordt het neuro-inclusief schoolkompas voorgesteld. Dit kompas ondersteunt scholen om stapsgewijs, participatief en haalbaar te groeien naar neurodiversiteitsaffirmatieve schoolpraktijken. Binnen deze aanpak worden drie deelstrategieën uitgewerkt die samen een doorlopende leerlijn vormen: LEANS als klasbrede neurodiversiteitseducatie en gedeelde schooltaal, een lessenreeks rond leerlingenstem, zelfacceptatie, zelfbehartiging en transitie, en een posterreeks die de stem van neurodivergente jongeren zichtbaar maakt in de schoolomgeving. Zo ontstaat een beweging van bewustwording naar persoonlijke betekenisgeving en vervolgens naar schoolbrede verankering.

De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de vertaling van een neurodiversiteitsaffirmatief waardekader naar concrete, haalbare en schoolbrede veranderingsstrategieën. Neuro-inclusie wordt zo geen bijkomende zorgmaatregel naast het bredere schoolbeleid, maar een hefboom om onderwijscontexten toegankelijker, veiliger en betekenisvoller te maken voor leerlingen met autisme en hun context. Tegelijk reikt deze benadering verder dan één doelgroep of één school: neurodiversiteitsaffirmatieve schoolontwikkeling kan uitgroeien van ondersteuning voor individuele leerlingen tot een richtinggevend principe voor de school van morgen.
Meer lezen

Van tweedeling naar teamwerk: De invoering van het eenheidsstatuut in België

KU Leuven
2026
Xanthe
Godts
In dit onderzoek wordt nagegaan in welke mate de Wet op het Eenheidsstatuut van 5 mei 2014 heeft bijgedragen aan de harmonisatie van de aanvullende pensioenen van arbeiders en bedienden in België, en welke structurele verschillen er nog bestaan. Na een historische schets van de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en de gefaseerde totstandkoming van het eenheidsstatuut analyseert wordt de stand van zaken voor de tweede pensioenpijler geanalyseerd. Er worden vier knelpunten naar voren geschoven die de harmonisatie vertragen: de versnippering van het paritair landschap, het ongelijke onderhandelingsniveau tussen sector- en ondernemingsplannen, de kwalitatieve kloof in pensioenopbouw en het speciaal weigeringsrecht uit artikel 16 WAP. Via een rechtsvergelijkend onderzoek met Luxemburg, Duitsland en Nederland toont het onderzoek aan dat vrijblijvendheid tot stilstand leidt, dat formele gelijkheid nog geen materiële gelijkheid betekent en dat een collectieve aanpak, zoals in Nederland, het meest veelbelovend is. Het onderzoek besluit dat de wet wel de juridische fundamenten legde, maar dat de beoogde gelijkheid nog niet bereikt is. Daarom pleit ik voor een verschuiving van een individuele naar een collectieve logica, met bindende minimumvereisten, een hervorming van het paritair landschap en een kleinere kloof tussen sectorale en ondernemingspensioenen. De deadline van 1 januari 2030 wordt niet gezien als eindpunt, maar als vertrekpunt van een structurele hervorming.
Meer lezen

Burgervertrouwen in publieke organisaties na een AI-falen

Universiteit Gent
2026
Alex
Depinois
Wanneer een overheidsalgoritme burgers onterecht benadeelt, herstelt het vertrouwen in de verantwoordelijke leidinggevende aanzienlijk beter als die zelf de schuld op zich neemt. Wie naar het systeem of de leverancier wijst, blijft met een beschadigd vertrouwen zitten. Dat blijkt uit een experiment met 93 Belgen.
Meer lezen

GENDER DIVERSITY MEETS BDSM-SUBCULTURE: Experiencing and sharing kinks online: a FetLife reception study

Universiteit Gent
2026
Marie-Anne
Craenen
Leden uit subculturele BDSM-gemeenschappen groeperen zich in digitale ruimtes als de FetLife-website. De toenemende interesse in kink en BDSM is weerspiegeld in het aantal academische studies die het onderwerp vanuit verschillende invalshoeken benaderen, maar The Next Generation (TNG), namelijk jongere leden tussen 18 en 35 jaar, blijft onderbelicht. Het doel van deze studie was om de lived experiences van TNG binnen de online community te bestuderen via walkthroughs en semigestructureerde interviews, gecodeerd door middel van close reading en thematische analyse. Onderzoeksvragen betroffen gebruik van het platform, doel van gebruik, ervaringen rond veiligheid en betekenisgeving van intimiteit. De resultaten tonen aan dat FetLife fungeert als hybride omgeving waarin gebruikerservaringen vorm krijgen doormiddel van interactie tussen platformarchitectuur, waarden van de gemeenschap en bredere sociale structuren. Ervaringen verschillen volgens genderidentiteit, ervaringsniveau en positionering binnen de community. Doelstellingen convergeren rond informatieverwerving en betrokkenheid tot de gemeenschap, maar verschillen in bewustzijn over risico’s, waarbij vrouwen en non-binaire gebruikers namelijk voorzichtiger omgaan met het platform en beschermende strategieën hanteren. Tenslotte wordt intimiteit ervaren als gelaagd concept dat verder reikt dan louter seksualiteit.
Meer lezen

Effects of altered magnetic field environments on the growth and development of plants and fungi

KU Leuven
2026
Robbert
Meeus
Ik onderzocht wat de effecten waren van veranderingen in magnetische velden op de groei en ontwikkeling van planten en schimmels. Ik gebruikte verschillende lijnen van Arabidopsis thaliana en de schimmel Ganoderma lucidum in combinatie met permanente magneten en Helmholtz spoelen om het magnetische veld te wijzigen. De resultaten laten zien dat de algemene groei en ontwikkeling grotendeels ongewijzigd blijven, maar dat er opvallende observaties waren die verder onderzoek waard zijn. Deze observaties, zoals de afwezigheid van statolietstructuren in de wortels van de planten, veranderende wortelgroei, en veranderingen in groeisnelheid en -patronen in de schimmel wijzen op mogelijke subtielere invloeden van magnetische velden.
Meer lezen

Buurtwarmte Brugge

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Ilse
Maes
In de historische binnenstad van Brugge zijn grootschalige warmtenetten vaak onhaalbaar, terwijl individuele warmtepompen botsen op ruimtegebrek, geluidsoverlast en strikte erfgoedregels. Deze bachelorproef onderzoekt hoe 'micro-warmtenetten' op privaat terrein (voor clusters van 3 tot 10 woningen) een realistische, fossielvrije oplossing kunnen bieden voor deze complexe "warmte-eilanden".
Uit de analyse blijkt dat een collectieve lucht-waterwarmtepomp op middentemperatuur technisch de meest haalbare bron is voor de historische context. De grootste drempels zijn echter niet technisch, maar organisatorisch en juridisch, zoals de onderlinge samenwerking en de angst voor overlast. Om deze barrières weg te nemen, ontwikkelde de auteur twee complementaire draaiboeken. Het bewonersdraaiboek ontzorgt burgers stapsgewijs met checklists en modelcontracten, terwijl het draaiboek voor Stad Brugge een sturingskader biedt waarin een centrale rol is weggelegd voor de lokale 'Renovatiecoach'. Na toetsing aan drie Brugse casussen concludeert de scriptie dat micro-warmtenetten op privaat terrein de cruciale missing link vormen om de warmtetransitie in historische stadskernen te versnellen.
Meer lezen

THE EFFECTIVENESS OF THE TYP10 PROGRAM FOR FOURTH-GRADE CHILDREN WITH AND WITHOUT NEURODEVELOPMENTAL DISORDERS IN MAINSTREAM EDUCATION IN FLANDERS (BELGIUM)

Universiteit Gent
2026
Sara
Maes
  • Christel
    Callewaert
  • Delphine
    Bauwens
In deze longitudinale haalbaarheidsstudie volgden 35 leerlingen uit het vierde leerjaar een gestructureerd Typ10-programma. Hun typsnelheid en typnauwkeurigheid werden op vier momenten gemeten: vóór, tijdens en na de interventie, inclusief een follow-upmeting acht weken later.
De typsnelheid nam significant toe over de tijd (p < 0,001), met de grootste vooruitgang onmiddellijk na de lessen. Ook de typnauwkeurigheid verbeterde significant (p = 0,010), waarbij de vooruitgang geleidelijker verliep. Kinderen met (een vermoeden van) neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (NDD) startten met een lagere typsnelheid, maar boekten eveneens duidelijke vooruitgang. Hun toename was wel significant kleiner dan bij kinderen zonder NDD (p = 0,043). Voor typnauwkeurigheid waren er geen significante verschillen tussen beide groepen.
Er werd een zwakke maar significante samenhang gevonden tussen typsnelheid en nauwkeurigheid (p < 0,001), wat erop wijst dat beide vaardigheden zich gedeeltelijk onafhankelijk van elkaar ontwikkelen. Hand schrijfvaardigheid en totale oefentijd hingen daarentegen niet significant samen met de typresultaten.
De leerlingen rapporteerden een positieve ervaring met Typ10, met een duidelijke ervaren vooruitgang en een hoge competentiebeleving. De resultaten tonen daarmee dat gestructureerd typonderwijs kan leiden tot aanzienlijke verbeteringen in typsnelheid en geleidelijke verbeteringen in nauwkeurigheid, zowel bij kinderen met als zonder (vermoeden van) NDD. Door de kleine steekproef moet deze studie worden beschouwd als een eerste haalbaarheidsstudie en vertrekpunt voor verder onderzoek met grotere onderzoekspopulaties.
Meer lezen

Butyrate as a Potential Therapeutic Intervention for Chemotherapy-Induced Cognitive and Behavioural Impairments in a Hyper-CVAD Mouse Model

KU Leuven
2026
Amber
Gordts
Kanker is een veelvoorkomende en ingrijpende ziekte waarvan de prevalentie blijft toenemen. Tegelijkertijd hebben vooruitgang in de behandeling en vroegtijdige opsporing geleid tot een groeiende groep mensen die kanker overleven. Chemotherapie blijft een belangrijke pijler binnen de behandeling van veel kankers, maar de effecten ervan beperken zich niet tot kankercellen. Omdat chemotherapeutische middelen ook gezonde cellen kunnen aantasten, ervaren veel patiënten tijdens en na de behandeling ongewenste bijwerkingen. Een klinisch relevante klacht is chemotherapie-geïnduceerde cognitieve achteruitgang (chemotherapy-induced cognitive impairment; CICI), die zich kan uiten in moeilijkheden op het vlak van aandacht, concentratie, leren, geheugen, visueel-ruimtelijke vaardigheden en executief functioneren. Klachten gerelateerd aan chemotherapie beperken zich echter niet tot cognitieve functies, maar omvatten ook bredere lichamelijke, psychologische en sensorische veranderingen. Samen kunnen deze klachten het dagelijks functioneren en de levenskwaliteit negatief beïnvloeden.

Daarom onderzocht deze studie in welke mate het Hyper-CVAD-polychemotherapieregime cognitieve, gedragsmatige en sensorische veranderingen veroorzaakt in een preklinisch muismodel, en in welke mate gelijktijdige orale toediening van butyraat deze veranderingen kan verminderen. In tegenstelling tot veel preklinische studies die zich richten op afzonderlijke chemotherapeutische middelen of eenvoudige combinaties, werd in deze studie gebruikgemaakt van het klinisch relevante, uit meerdere middelen bestaande Hyper-CVAD-regime, wat de vertaalbaarheid naar de klinische praktijk vergroot. Butyraat, een korteketenvetzuur, werd onderzocht omdat eerder onderzoek wijst op gunstige effecten ervan op zowel het functioneren van de darmen als de hersenen, evenals op cognitieve, gedragsmatige en motorische beperkingen in andere preklinische modellen van neurodegeneratieve aandoeningen. Om de onderzoeksvragen te beantwoorden, werden 72 volwassen vrouwelijke C57BL/6J-muizen verdeeld over vier groepen: saline met controle-interventie, saline met butyraat, chemotherapie met controle-interventie en chemotherapie met butyraat. Na drie weken waarin enkel de interventie werd toegediend en vier weken waarin de interventie gelijktijdig met de behandeling werd toegediend, ondergingen de muizen een reeks gedragstesten. Deze brachten locomotorische activiteit (24-Hour Activity, Open Field), exploratief en angstgerelateerd gedrag (Open Field, Elevated Plus Maze), leren en geheugen (T-Maze, Passive Avoidance) en thermische pijngevoeligheid (Tail Flick) in kaart.

De resultaten ondersteunden de hypothesen gedeeltelijk. Het Hyper-CVAD-regime veroorzaakte gewichtsverlies en veranderde de spontane locomotorische activiteit in de 24-Hour Activity-test, evenals de locomotorische activiteit, exploratie en het angstgerelateerde gedrag in de Open Field-test en de thermische pijngevoeligheid in de Tail Flick-test. Butyraat verminderde deze veranderingen het duidelijkst in de Open Field- en Tail Flick-testen, terwijl de effecten op het lichaamsgewicht en de 24-Hour Activity-test minder consistent waren. Er werd geen duidelijk bewijs gevonden dat Hyper-CVAD of butyraat het angstgerelateerde gedrag in de Elevated Plus Maze, het ruimtelijk werkgeheugen in de T-Maze of het associatief leren en geheugen in de Passive Avoidance-test beïnvloedde.

Concluderend veroorzaakte het Hyper-CVAD-regime veranderingen in verschillende, maar niet alle, onderzochte cognitieve, gedragsmatige en sensorische uitkomsten, terwijl butyraat een gedeeltelijk potentieel vertoonde om deze veranderingen tegen te gaan. Butyraat biedt daarom perspectief voor verder onderzoek naar chemotherapie-geïnduceerde cognitieve, gedragsmatige en sensorische klachten.
Meer lezen

When prediction is not enough: multimodal causal discovery from ICU vasospasm data

Universiteit Gent
2026
Maico
Bruyneel
Cerebraal vasospasme na een aneurysmatische subarachnoïdale bloeding (aSAH) is moeilijk te bestuderen in routinematige intensievezorggegevens omdat het niet als één consistente variabele wordt geregistreerd. Bewijs kan voorkomen in diagnosecodes, ontslagbrieven, radiologieverslagen, behandelingsgegevens of monitoringpatronen, en deze bronnen beschrijven niet altijd hetzelfde klinische beeld. Deze thesis onderzoekt of zulke heterogene informatie kan worden gecombineerd tot een representatie op opnameniveau voor exploratieve causale ontdekking rond vasospasme.

Met behulp van MIMIC-IV werd een cohort van waarschijnlijke aSAH-opnames samengesteld door gestructureerde selectie van kandidaatopnames, gevolgd door extractie met een groot taalmodel uit ontslagbrieven en radiologieverslagen. Het uiteindelijke cohort bevatte 470 opnames. Gestructureerde EHR-variabelen werden gecombineerd met informatie die uit klinische verslagen was afgeleid over bewijs voor vasospasme, de ernst van de bloeding, hydrocefalie, behandeling van het aneurysma, de aanwezigheid van een externe ventrikeldrain en fysiologische toestanden. Een vergelijking tussen verschillende modaliteiten toonde aan dat vasospasme bij 13,8% van de opnames gecodeerd was, terwijl ontslagbrieven en radiologieverslagen aanwijzingen voor vasospasme gaven bij respectievelijk 48,3% en 52,6% van de beoordeelde opnames. Dit suggereert dat op LLM gebaseerde extractie uit klinische tekst bewijs voor vasospasme vollediger kon vastleggen dan ICD-codering alleen, terwijl de bronspecifieke verschillen tussen ontslagbrieven en radiologieverslagen behouden bleven.

Vervolgens werd causale ontdekking toegepast met PC-stable, FGES en FCIT over verschillende hyperparameterinstellingen en stabiliteitsanalyses. De meest terugkerende structuur verbond de hoeveelheid bloedstolsel, hydrocefalie, EVD, leukocytose, hyperglykemie en vasospasme. Opvallend was dat de hoeveelheid bloedstolsel niet naar voren kwam als een stabiele directe buur van vasospasme, ondanks het feit dat dit een van de sterkst bekende klinische risicofactoren is. In plaats daarvan verscheen het vooral als een stroomopwaarts signaal van ernst dat verbonden was met hydrocefalie, intensievere zorgtrajecten en latere inflammatoir-metabole ontregeling. Hyperglykemie was de meest consistente systemische buur van vasospasme binnen FGES en FCIT, terwijl leukocytose vaker via hyperglykemie verbonden was dan als een stabiele directe buur. Deze bevindingen suggereren een biologisch plausibele hypothese waarin leukocytose en hyperglykemie mogelijk directer verband houden met vasospasme, mogelijk als weerspiegeling van inflammatoire en metabole stress die de kwetsbaarheid van bloedvaten zou kunnen vergroten.

Over het geheel genomen suggereren de resultaten dat multimodale causale ontdekking administratieve, tekstuele, fysiologische en zorgprocesgerelateerde signalen rond vasospasme explicieter kan maken en nuttige hypotheses kan opleveren voor gerichte vervolgstudies.
Meer lezen

POEMBAKterie: A characterisation of the household kitchen sink microbiome

Universiteit Antwerpen
2026
Jozefien
Mellebeek
The environmental microbiome plays a well-established role in influencing human health. While bacterial communities associated with hospital sinks have been extensively documented due to their relevance in infection control, the microbiome of sinks in non-clinical, domestic settings remains comparatively underexplored.
Therefore, the ongoing POEMBAKterie project in our research group aims to characterise the microbial composition of household kitchen sinks in Antwerp. In this thesis, a citizen science approach was employed to collect household kitchen sink samples and associated household metadata as part of the POEMBAKterie project.
Full-length 16S rRNA gene sequencing was performed to characterise bacterial community composition at high taxonomic resolution. In addition, cultivation-based methods using selective media were applied to detect viable opportunistic bacteria, with a focus on the detection of Escherichia coli. Sequencing data were analysed to assess
bacterial community composition, alpha and beta diversity and differences between sample types and households.
Sequencing revealed diverse microbial communities dominated by the phyla Pseudomonadota, Actinomycetota, Bacillota and Bacteroidota, consistent with previously described built-environment microbiomes. At the genus level, taxa such as Microbacterium, Acinetobacter, Paracoccus, Pseudomonas, Moraxella and Stenotrophomonas were most abundant, many of which have previously been associated with water systems, food-related environments, and human microbiota. Significant differences in bacterial community composition were observed between sample types, although substantial overlap and within-group variability were present. In contrast, variation between household locations was limited, likely due to the small sample size. Potential opportunistic bacterial taxa, including E. coli, were detected through both sequencing and cultivation-based approaches. However, overlap between the two methods was only partial, highlighting methodological differences related to viability assessment and methodological sensitivity. Importantly, the presence of these taxa alone is insufficient to infer pathogenicity or infection risk.
Overall, these findings indicate that kitchen sinks represent complex microbial ecosystems shaped by multiple environmental and human inputs and demonstrate the value of combining sequencing and cultivation to characterise both microbial diversity and viability.
Meer lezen

Bijen op school

Odisee Hogeschool
2026
Mehdi
Brik
Deze bachelorproef onderzoekt hoe een schoolproject rond solitaire bijen kan bijdragen aan biodiversiteitseducatie in het lager onderwijs. Via ontwerpgericht onderzoek werd een schoolbrede werking uitgewerkt waarin drie elementen samenkomen: een educatieve leerlijn, de ecologische inrichting van de schoolomgeving en betrokkenheid van ouders en buurt. Leerlingen krijgen per graad een eigen rol als creatieve, planten- of nestelambassadeur. Ze observeren, planten, ontwerpen en bouwen onder meer aan een bijenburcht. Zo wordt de schoolomgeving ingezet als levende leeromgeving. De evaluatie toont vooral de meerwaarde van de koppeling tussen leren en handelen. Hoewel de leerwinst en ecologische impact niet kwantitatief werden gemeten, biedt het ontwerp een bruikbaar en haalbaar kader voor scholen die biodiversiteitseducatie concreet en betekenisvol willen maken.
Meer lezen

Late Antique Little Ice Age in North America: Insights from the oldest trees in the world

Universiteit Gent
2026
Janne
De Vreese
De Late Antieke Kleine Ijstijd (LALIA; 536-660 n.Chr.) is een periode van vulkanisch veroorzaakte klimaatafkoeling die goed gedocumenteerd is in Eurazië, maar onvoldoende gekarakteriseerd in West-Noord-Amerika. Deze studie onderzoekt de expressie van de LALIA in de White Mountains van Californië aan de hand van maximale laathoutdichtheid (MXD), verkregen via X-ray micro-computed tomography, en Raman-spectroscopische analyses van laathoutcellen in bristlecone pine (Pinus longaeva). De doelstellingen zijn het reconstrueren van regionale klimaatvariabiliteit, evalueren van het vermogen van Raman-spectroscopie om lignificatie-anomalieën geassocieerd met blue-ringvorming (BR) te detecteren, onderzoeken van de combinatie van MXD en Raman-gebaseerde proxies, en analyseren van hun respons op vulkanisch veroorzaakte afkoeling.
De MXD-reconstructie toont kortdurende afkoeling na de uitbarstingen van 536, 540 en 547 n.Chr., maar het LALIA-interval wordt gekenmerkt door uitgesproken interjaarlijkse variabiliteit en een relatief hoge gemiddelde temperatuur, eerder dan door langdurige aanhoudende afkoeling, in contrast met aanhoudende afkoeling gerapporteerd voor Euraziatische delen. Door de meest uitgebreide Raman-gebaseerde dendrochronologische dataset te construeren, toont deze studie dat Raman-spectroscopie lignificatie-anomalieën geassocieerd met BR-vorming detecteert, waarbij lignine-celluloseverhoudingen en lignine-celluloseverschillen de hoogste gevoeligheid vertonen en aanvullende onafhankelijke informatie bevatten ten opzichte van traditionele jaarringproxies. Zowel MXD als Raman-afgeleide lignificatiekenmerken vertonen consistent vertraagde responsen na grote uitbarstingen, wat suggereert dat combineren van proxies complementaire aspecten van fysiologische responsen op abrupte afkoeling vastlegt.
Deze resultaten ondersteunen een regionaal heterogene LALIA-expressie en tonen het potentieel aan van Raman-spectroscopie als dendroklimatologisch instrument. Instrumentele validatie, uitgebreide replicatie en grotere temporele dekking zijn noodzakelijke volgende stappen om Raman-afgeleide lignificatiekenmerken te vestigen als betrouwbare indicatoren van abrupte afkoeling.
Meer lezen

Autogenic Pressure Carbonisation of Mixed Non-Recyclable Plastic Waste for Carbon Capture Applications

KU Leuven
2026
Wout
Deconninck
Deze masterproef onderzoekt of moeilijk recycleerbaar plasticafval, zoals PET-afval en sigarettenfilters, kan worden omgezet in poreuze actieve kool voor CO₂-capture. Hiervoor werd autogene drukcarbonisatie (APC) gecombineerd met KOH-activatie. Vooral PET-afval leverde veelbelovende resultaten op: het specifieke oppervlak steeg tot 1205 m²/g en er ontstond een sterk microporeuze structuur die geschikt is voor CO₂-adsorptie. Sigarettenfilters konden eveneens worden omgezet in koolstofrijk materiaal, terwijl een mengsel van beide afvalstromen geen positieve synergie vertoonde. De CO₂-opnametesten toonden hoge, maar nog verkennende waarden. Het onderzoek toont zo het potentieel om moeilijk recycleerbaar afval te valoriseren tot een materiaal met een mogelijke toepassing in CO₂-afvang.
Meer lezen

Gepersonaliseerde cognitieve controletraining ter preventie van depressieherval: een single-case experimentele studie

Universiteit Gent
2026
Caro
Bruynen
Herval na een depressieve episode vormt nog steeds een belangrijk klinisch knelpunt,
hoewel behandelingen in de acute fase doorgaans doeltreffend zijn. Een mogelijke interventie om dit te voorkomen is cognitieve controletraining (CCT), gericht op onderliggende cognitieve kwetsbaarheden. Binnen dit domein wordt de adaptieve Paced Auditory Serial Addition Task (aPASAT) beschouwd als een van de meest veelbelovende en veelbestudeerde varianten. Deze studie onderzocht hoe depressieve symptomen zich doorheen de tijd ontwikkelen bij personen met depressie in remissie, en welke rol aPASAT hierin kan spelen. Zes participanten werden opgevolgd via een single-case experimenteel design met een multiple-baseline-opzet, waarbij de
duur van de baselinefase (twee, drie of vier weken) varieerde tussen groepen om toeval en tijdseffecten uit te sluiten. Gedurende drie fasen (baseline, interventie, monitoring) werden symptomen dagelijks gemeten via een visuele analoge schaal (VAS) 0-100. De resultaten tonen een heterogeen en overwegend bescheiden responspatroon. Slechts bij een deel van de participanten werd een significante symptoomdaling vastgesteld, terwijl bij anderen geen effect of zelfs een tijdelijke toename optrad. Bij een deel van de participanten trad de symptoomverbetering pas op tijdens de monitoringfase, wat wijst op een mogelijk vertraagde werkzaamheid van CCT. Symptomen daalden niet geleidelijk, maar bleven eerder stabiel binnen elke fase. De ernst van de klachten bij aanvang leek modererend. Participanten met hogere beginscores vertoonden eerder een merkbaar effect. Toekomstig onderzoek met grotere, meer diverse steekproeven is nodig om na te gaan hoe individuele kenmerken het effect van CCT modereren, hoe de behandeling hierop afgestemd kan worden, en wanneer en hoe lang behandeleffecten optreden. Daarnaast verdient de verkenning van aanvullende of alternatieve interventies verdere aandacht om herval bij depressie effectiever te voorkomen.
Meer lezen

De-escalatietrainingen in het omgaan met agressie in de verpleegkunde

Hogeschool UCLL
2026
Yara
VERLEY
Agressie is de dag van vandaag een alomtegenwoordig probleem binnen de maatschappij, eveneens binnen de zorgsetting. Hierbij lijkt de kwaliteit van een veilige zorgomgeving en humane hulpverlening onder druk te staan. Zorgverleners, waaronder verpleegkundigen, ervaren steeds vaker oplopende spanningen en onvoorspelbaar gedrag. Daarnaast worden de verpleegkundigen vaker blootgesteld aan de zware gevolgen van agressie-incidenten, ondanks het bestaan van trainingen en protocollen. Een belangrijke oorzaak hiervan is het gebrek aan voldoende kennis, maar eveneens het gebrek aan vertrouwen in het correct handelen bij opkomende spanning en agressie. Er lijkt dus een groeiende nood te zijn aan effectieve de-escalatietraining in het omgaan met agressie.

De doelstelling van deze scriptie ligt in het onderzoeken van de effectiviteit van de-escalatietrainingen en bijgevolg ook uit te kunnen maken welke vorm van training het meest effectief is in het reduceren van agressie-incidenten.
Om dit mogelijk te maken werd in deze paper geopteerd voor een literatuurstudie uitgevoerd waarbij wetenschappelijke bronnen en systematische reviews werden geanalyseerd. De analyse focuste op drie kwaliteitscriteria: efficiëntie, doeltreffendheid en duurzaamheid.

Uit de resultaten blijkt dat de-escalatietrainingen effectief zijn in het verbeteren van de houding, competenties en het zelfvertrouwen van verpleegkundigen, maar dat er onvoldoende evidentie is dat trainingen als losstaande interventie voldoende zijn om het aantal agressie-incidenten te verminderen. Hiervoor is verder gespecificeerd onderzoek nodig.
Om de-escalerend te kunnen werken in het voorkomen van agressie-incidenten is een bredere multimodale aanpak nodig die zowel het individueel niveau omvat als het organisatorisch en structureel niveau.

Dit onderzoek toont aan dat investeren in de-escalatie loont. Desondanks zijn training alleen als interventie onvoldoende. Ze moeten ingebed worden in een duurzame, multimodale aanpak die zowel het individueel niveau van verpleegkundigen als het organisatieniveau aanpakt. Dit heeft als gevolg het creëren van een zorgomgeving waarin veiligheid, professionaliteit en menselijkheid centraal kunnen blijven staan.
Meer lezen

De bijdrage van groene infrastructuur aan koolstofopslag op campus Schoonmeersen

HOGENT
2026
Tristan
Kerger
Deze bachelorproef onderzoekt de koolstofopslag in de bodem van campus Schoonmeersen (HOGENT), en de wijze waarop bodemkoolstof meegenomen kan worden in het klimaatbeleid.
Meer lezen

AI-ondersteunde vergelijkende analyse van internationale evoluties in de officina-apotheekpraktijk en hun relevantie voor de Belgische praktijk

Universiteit Antwerpen
2026
Cassandra
Krols
Deze masterproef onderzoekt hoe apothekers internationaal een ruimere rol opnemen in de zorg en wat België daarvan kan leren. Ik vergeleek twaalf landen aan de hand van veertien thema’s, waaronder bevoegdheden, opleiding, financiering en samenwerking met andere zorgverleners. Artificiële intelligentie ondersteunde het verzamelen en ordenen van informatie. De broncontrole en interpretatie voerde ik zelf uit. De vergelijking toont dat extra zorgtaken ook voldoende tijd, passende vergoeding, opleiding en toegang tot medische gegevens vragen. De bevindingen werden gebundeld in een interactief landenoverzicht.
Meer lezen

Phrygia in Graeco-Roman History: An Overview of the Region and Its People

KU Leuven
2026
Oggi
Peeters
Deze thesis levert een historisch overzicht van de antieke regio Phrygië in hedendaags Turkije. Het focust op zowel grootschalige politieke ontwikkelingen als lokale maatschappelijke veranderingen. Daarvoor doet het beroep op de geschiedwerken van Grieken en Romeinen, verschillende opschriften en recente ontwikkelingen binnen de archeologie en taalkunde.
Meer lezen

Whose Data Is It Anyway? Designing a User-Centric and Sovereign Architecture for Media Consumption in the European Digital Space

Odisee Hogeschool
2026
Michiel
Van de Velde
Streamingdiensten en videoplatformen bouwen op basis van kijk- en luistergedrag profielen van gebruikers op. Die profielen kunnen nuttig zijn voor personalisatie, maar gebruikers hebben vaak weinig zicht op welke gegevens worden verzameld en welke conclusies daaruit worden getrokken. In deze bachelorproef onderzoek ik hoe gebruikers meer controle kunnen krijgen over hun mediagegevens en de inzichten die daaruit ontstaan. Ik ontwierp een systeemarchitectuur en ontwikkelde een werkend prototype waarin gegevens van onder meer Spotify, YouTube en SoundCloud worden samengebracht in een persoonlijke digitale datakluis. De gebruiker kan zelf bepalen wie toegang krijgt tot welke gegevens en kan afgeleide inzichten bevestigen, corrigeren of tegenspreken. Daarnaast onderzocht ik hoe open standaarden en lokale AI-inferentie kunnen bijdragen aan interoperabiliteit en privacy. Het resultaat toont hoe personalisatie mogelijk blijft zonder dat de gebruiker de controle over zijn digitale profiel volledig uit handen hoeft te geven.
Meer lezen

When does environmental destruction fall under Article II (c) of the Genocide Convention?

KU Leuven
2026
Matteo
Marsala
Mijn scriptie onderzoekt wanneer milieuvernietiging onder artikel II(c) van het Genocideverdrag kan vallen. Die bepaling omvat niet alleen rechtstreekse moord, maar ook het doelbewust opleggen van levensomstandigheden die een beschermde groep fysiek kunnen vernietigen. Aan de hand van verdragsinterpretatie en rechtspraak van het Rwanda- en Joegoslaviëtribunaal, het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof analyseer ik wanneer de vernietiging van water, voedselbronnen, landbouwgrond of bewoonbaar gebied zo’n indirecte vernietigingsmethode vormt. Hierbij ontwikkel ik een stapsgewijs juridisch toetsingskader om te beoordelen wanneer milieuschade zo’n indirecte vorm van genocide kan uitmaken. De scriptie concludeert dat milieuvernietiging als genocide kan worden beschouwd wanneer zij het fysieke voortbestaan van een beschermde groep bedreigt én gepaard gaat met de specifieke bedoeling die groep geheel of gedeeltelijk te vernietigen. Daarnaast verduidelijkt het onderzoek het onderscheid met ecocide en past het deze voorwaarden op een neutrale wijze toe op de situatie in Gaza.
Meer lezen

Van 'hey matekes' tot 'beste burgers': een vergelijkende analyse naar de communicatie van jonge en oudere politici

Universiteit Antwerpen
2026
Max
Mooring
Jongeren zijn structureel ondervertegenwoordigd in Westerse parlementen, en de aanwezigheid van jonge politici wordt vaak naar voren geschoven als een brug tussen jongeren en politiek. Of die aanwezigheid zich ook reflecteert in andere communicatie blijft onderbelicht, zeker in een gemediatiseerde omgeving zoals sociale media. Vertrekkend vanuit theorieën over descriptieve en substantieve representatie worden vijf dimensies van politieke communicatie geanalyseerd: tijdsoriëntatie, representatieclaims gericht op jongeren, privatisering, emotioneel taalgebruik en informaliteit. Een grote dataset aan Facebookberichten (N = 239.525) werd geclassificeerd met behulp van large language models en geanalyseerd aan de hand van logistische regressie. Daarnaast werd een loopbaananalyse uitgevoerd om communicatieveranderingen doorheen politieke loopbanen in kaart te brengen. De bevindingen bieden slechts beperkte steun voor leeftijdsgebonden verschillen in politieke communicatie. Van de vijf dimensies wordt er slechts één consistent bevestigd: jonge politici communiceren informeler dan oudere politici. In de meeste modellen blijken de partij en tijd sterkere voorspellers dan de leeftijd. Bovendien communiceren politici van alle leeftijden na verloop van tijd steeds toekomstgerichter, jongerengerichter, meer over hun privéleven, positiever en informeler. De resultaten suggereren dat de descriptieve aanwezigheid van jonge politici zich niet automatisch vertaalt in inhoudelijk andere communicatie. In de Vlaamse context lijken partij- en mediatiseringsdynamieken zwaarder door te wegen dan de meeste leeftijdsgebonden verschillen, waarbij informaliteit een uitzondering vormt.
Meer lezen

MEROO Ondersteuning bij verslaglegging tijdens de zorgronde

Universiteit Antwerpen
2026
Eva
Visser
Gebruik hiervoor een korte, zakelijke samenvatting. Bijvoorbeeld:
Korte inhoud van je scriptie
Mijn scriptie onderzoekt hoe zorgverleners in de ouderenzorg ondersteund kunnen worden bij het vastleggen van observaties tijdens of direct na een zorgmoment. Uit interviews, een enquête en workflowanalyse bleek dat rapportage vaak pas later gebeurt, waardoor zorgverleners veel informatie moeten onthouden tijdens een drukke zorgronde. Dit vergroot de mentale belasting en kan ervoor zorgen dat details verloren gaan.
Als antwoord hierop ontwikkelde ik MEROO: een product-service-systeem met een borstgedragen wearable, NFC-tags, een laadstation en een digitale inbox. Zorgverleners kunnen korte observaties inspreken op het moment dat ze ontstaan. De opnames worden later verwerkt tot conceptnotities, die de zorgverlener controleert voordat ze in het cliëntendossier worden overgenomen.
Met een proof of concept testte ik de technische haalbaarheid van opnemen, transcriberen en controleren. MEROO wil administratieve druk verminderen, zonder de zorgverlener te vervangen. Het systeem brengt rapportage dichter bij het zorgmoment en creëert meer ruimte voor directe, menselijke zorg.
Meer lezen

Aangepaste Mindfulness-Based Cognitive Therapy voor ouderen met levensmoeheid in een woonzorgcentrum

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Yoran
Vansteelandt
Probleemstelling met onderzoeksvraag: Levensmoeheid en een verminderd psychisch welbevinden komen regelmatig voor bij ouderen in woonzorgcentra. Mindfulness wordt steeds vaker ingezet om mensen te helpen beter om te gaan met moeilijke gedachten, gevoelens en stress. In deze bachelorproef werd een bestaand Mindfulness-Based Cognitive Therapy (MBCT)-programma aangepast aan de noden van ouderen met levensmoeheid in WZC Ter Linden. Het onderzoek ging na in welke mate deelname aan dit achtweekse programma een invloed had op het ervaren welbevinden en de kwaliteit van leven van de deelnemers.
Meer lezen

Medieval Borderlands and the Making of Identity: Law, Religion, and Community in Wales and Transylvania (13th – early-16th centuries)

Universiteit Gent
2026
Elisabeth
Goemaere
Zowel maatschappelijke als academische debatten over middeleeuwse grensgebieden schommelen vaak tussen statische nationale narratieven en vereenvoudigde modellen van vreedzame co-existentie. Grensgebieden waren in feite dynamische contactzones waar sociale grenzen voortdurend werden vormgegeven en onderhandeld. Met de focus op recht en religie als primaire infrastructuren voor het reguleren van diversiteit, biedt dit proefschrift een vernieuwende, contrastgerichte vergelijking van twee laatmiddeleeuwse grensregio's: Wales onder Engels bewind (ca. 1284–1534) en Transsylvanië binnen het Koninkrijk Hongarije (ca. 1000/1200–1524). Gericht op juridisch ondergeschikte inheemse populaties, met name de Welshmen en de Vlachen, betoogt deze studie dat grensidentiteiten ontstonden door de wisselwerking tussen juridische classificatie en religieuze praktijken. Door het concept van rechtspluralisme te combineren met ‘social boundary theory’ en ethnosymbolisme, contrasteert de thesis het versnipperde politieke landschap van Wales met de geïnstitutionaliseerde universitas in Transsylvanië. Het onderzoekt zo hoe collectief onderscheid werd geformaliseerd in gewoonterecht, gelegitimeerd via kerkelijk patronaat, op de proef gesteld tijdens opstanden, en geuit via heiligenverering en pelgrimsnetwerken. Door West- en Oost-Europese grensgebieden in een gestructureerd dialoog te plaatsen, overstijgt de thesis regionaal geïsoleerde historiografieën en toetst het heersende grensstereotypen. Hierdoor kunnen bijhorende analytische beperkingen blootgelegd worden, en ontwikkelt zich een nieuw vergelijkend kader voor toekomstige studies naar premoderne gemeenschapsvormen en ‘entangled histories.’
Meer lezen

ORVAL: DETERMINISTIC, FAULT-TOLERANT TELEMETRY VISUALIZATION FOR SPACE TESTING & OPERATIONAL ENVIRONMENTS

Thomas More Hogeschool
2026
Jelle
Smet
Satellieten sturen tijdens hun contact met een grondstation grote hoeveelheden telemetrie naar de aarde. Ingenieurs gebruiken deze gegevens om de toestand van een satelliet te monitoren, maar een visualisatiesysteem moet niet alleen betrouwbaar zijn: het moet ook overzichtelijk, flexibel en snel genoeg zijn om verschillende soorten telemetrie efficiënt te kunnen analyseren.

Deze scriptie onderzoekt hoe een deterministisch en fouttolerant telemetrievisualisatiesysteem kan worden ontworpen en geïmplementeerd. Hiervoor werd ORVAL (Orchestrator for Remote Visualization and Analysis of Logged Telemetry) ontwikkeld in samenwerking met Redwire. ORVAL biedt een aanpasbare dashboardomgeving waarin ingenieurs grafieken, layouts en andere visualisaties naar hun behoeften kunnen configureren, gecombineerd met een architectuur die gericht is op snelle en betrouwbare toegang tot telemetriegegevens.

Het systeem ondersteunt redundante backendcomponenten, automatische foutdetectie, deterministische failover en gecoördineerd herstel. Tijdens gecontroleerde tests werd een automatische omschakeling naar een redundante backend aangetoond, waarbij een gemeten failover 12,3 seconden duurde en geen manuele interventie vereiste. Zo combineert ORVAL gebruiksvriendelijke en flexibele visualisatie met fouttolerantie en betrouwbare toegang tot satelliettelemetrie.
Meer lezen

Tussen drukte en afstand: Sociale Micro Scenario's als medium in een gefragmenteerde samenleving

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Daphné
De Waele
Deze thesis onderzoekt hoe tijdelijke, zintuiglijke interventies in de publieke ruimte spontane ontmoeting en sociale verbondenheid kunnen stimuleren. Aan de hand van de Hoedhaar wijk te Lokeren werden verschillende ‘Sociale Micro Scenario’s’ ontworpen en getest. Hoe kunnen kleine ingrepen rond geur, beeld, aanraking en beweging mensen uitnodigen om te vertragen, te blijven en contact te maken met anderen, zonder dat ontmoeting wordt opgelegd.
Meer lezen

Socio-sexual behaviour and the vaginal microbiome in female bonobos: effects of age, hormonal contraception and behaviour-microbiome interactions

Universiteit Antwerpen
2026
Zoë
Fodderie
Bonobo’s (Pan paniscus) staan bekend om hun frequente socioseksuele interacties, die een belangrijke rol spelen in sociale binding en spanningsregulatie. Toch is weinig bekend over hoe leeftijd en hormonale anticonceptie het socioseksuele gedrag en vaginale microbioom beïnvloeden, en hoe beide met elkaar samenhangen.
Deze studie onderzocht deze relaties bij 71 vrouwelijke bonobo’s uit acht Europese zoölogische instellingen. Socioseksueel gedrag werd gekwantificeerd aan de hand van gedragsobservaties en vaginale microbioomstalen werden geanalyseerd met shotgun metagenomische sequencing.
Leeftijd had geen duidelijk effect op socioseksueel gedrag, terwijl hormonale anticonceptie hier wel mee samenhing. Vrouwtjes die een pil met enkel progestageen (POP) kregen, vertoonden minder socioseksuele interacties en een trend naar minder seksuele partners dan vrouwtjes die een gecombineerde orale anticonceptiepil (COC) of geen hormonale anticonceptie gebruikten.
Leeftijd hing daarnaast samen met variatie in de samenstelling van het vaginale microbioom. POP-gebruik werd geassocieerd met een meer gelijkmatige verdeling van bacteriële taxa, terwijl dit patroon niet werd waargenomen bij COC-gebruikers. Vrouwtjes met meer seksuele partners en frequentere socioseksuele interacties hadden bovendien minder gelijkmatige microbiële gemeenschappen. Socioseksuele interactiefrequenties verklaarden echter geen microbiële gelijkenis tussen vrouwtjesparen.
Deze bevindingen tonen aan dat leeftijd en hormonale anticonceptie samenhangen met variatie in het socioseksuele gedrag en vaginale microbioom van vrouwelijke bonobo’s, en wijzen daarnaast op een verband tussen beide.
Meer lezen

Verbetering van Betrokkenheid van Sociale Robots door het Genereren van Real-Time Backchannels

Universiteit Gent
2026
Stef
Laurent
Eén op de tien ouderen voelt zich eenzaam (WHO, 2025). Dat raakt niet alleen het welzijn, maar verhoogt ook het risico op onder meer hart- en vaatziekten en depressie. Sociale robots kunnen een aanvullende rol spelen in woonzorgcentra. Niet om het menselijk contact te vervangen, maar om het te versterken.

Een robot die écht een gesprek kan voeren, is echter minder evident dan het lijkt. Dankzij taalmodellen kunnen robots tegenwoordig inhoudelijk een zinvol antwoord geven, maar het gesprek voelt vaak onnatuurlijk aan. De robot heeft moeite met het einde van een zin te bepalen, een bepaald dialect te kunnen verstaan of te kunnen aangeven dat die actief aan het luisteren is. Dat laatste laten we voortdurend merken, met korte signalen zoals "mhm", "ja" of "oh wow", of met een knik. In de literatuur heten die signalen: "backchannels".

Naar aanleiding van deze masterproef werd een module ontwikkeld die Pepper, een sociale robot, laat bepalen wanneer die best een backchannel teruggeeft en welk type (een eerder neutrale "mhm" of een inhoudelijke reactie zoals "wow"). Daarbij werden twee methodes getest om dat moment te voorspellen, een regelgebaseerde en een machine-learningaanpak. Hieruit bleek dat de machine-learningaanpak voor een verhoogde betrokkenheid zorgt met de robot. Zo voelt de robot niet enkel meer natuurlijk aan, maar zorgt dit er ook voor dat mensen langer met de robot in interactie gaan.
Meer lezen

Observational signatures of higher-curvature effects in black hole ringdown

KU Leuven
2026
Stef
Husken
Einsteins theorie van algemene relativiteit doorstaat al meer dan een eeuw elke experimentele test. Toch zijn we er steeds meer van overtuigd dat Einstein niet volledig gelijk had. Zwarte gaten zijn een uitstekend laboratorium om naar die afwijkingen te zoeken, en dat is precies wat ik heb onderzocht: hoe het luisteren naar zwarte gaten kan verraden waar Einstein mis ging, welke zwarte gaten daarvoor het meest geschikt zijn, en hoe dat zou klinken. Met toekomstige detectoren, zoals de Einstein Telescope die mogelijks naar België komt, horen we dan misschien eindelijk iets dat Einstein nooit voorspeld heeft.
Meer lezen