Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

De invulling van voorbedachtheid in rechtsleer en rechtspraak. Een evolutie vanaf 1867 tot 2024.

Universiteit Gent
2025
Charlotte
Van der veken
De voorbedachtheid is een strafverzwarende omstandigheid bij verscheidene misdrijven, waaronder doodslag. Door de aanname van voorbedachtheid treden verschillende gevolgen in werking. Zo verhoogt de maximum gevangenisstraf van dertig jaar voor doodslag naar levenslang voor moord. Ook de verjaringstermijn is verschillend. De voorbedachtheid is dus een begrip dat belangrijk is voor zowel actoren in de strafrechtsketen als de persoon die wordt beschuldigd van doodslag met voorbedachten rade of moord, een van de zwaarste misdrijven. Ondanks het grote
belang ervan, bevat het huidige Strafwetboek echter geen definitie of duidelijke omlijning, waardoor de term riskeert op subjectieve en willekeurige wijze te worden ingevuld.

Tijdens de parlementaire discussies voor het Strafwetboek van 1867 werden evenwel enkele handvaten aangereikt omtrent de invulling van het begrip, waaruit een basisstelling is gevloeid: voorbedachtheid bestaat uit het weloverwogen besluit, genomen voorafgaand aan de daad. Deze basisstelling is doorheen de jaren uitgebreid met verschillende voorwaarden.

Door middel van een uitgebreid literatuuronderzoek, rechtspraakanalyse van arresten van het hof van assisen en een rechtsvergelijkend luik, poogde deze masterthesis een antwoord te bieden op de volgende vragen: is de basisstelling verder aangevuld en geëxpliciteerd in de rechtsleer en rechtspraak? Zo ja, hoe ver reiken deze aanvullingen en welke bijkomende voorwaarden werden toegevoegd? Vervolgens werd een synthese opgemaakt, opdat uiteindelijk een omvattende invulling aan de voorbedachtheid kon worden gegeven die rekening hield met zowel doctrinale
vereisten als de praktijk.

Ook het ruimere kader werd geschetst. De voorbedachtheid werd benaderd vanuit een
psychologische invalshoek, gezien de raakpunten met de menselijke psyche. Ten slotte werd eveneens een blik geworpen op de invulling ervan in Nederland en de Verenigde Staten.

Het nieuwe Strafwetboek, dat in werking zal treden in april 2026, bevat opnieuw een definitie van de voorbedachtheid. Deze werd vergeleken met de invulling die voortkwam uit dit onderzoek, waarbij enkele opmerkingen naar voren kwamen. Ter conclusie kan gesteld worden dat de definitie uit het nieuwe Strafwetboek op sommige punten verschilt. De voorwaarde van planmatigheid is een twistpunt en zal ongetwijfeld een interessante tendens op gang trekken de jaren na inwerkingtreding.
Meer lezen

De Hersteltrajectkamer: Een procesevaluatie

Universiteit Gent
2025
Victor
Buyl
Deze masterproef evalueert de werking van de Hersteltrajectkamer - een nieuwe soort rechtbank in het Belgisch strafrechtsysteem. Hoewel hersteltrajecten pas tegen 2028 verplicht zijn in het volledige land, ging de Gentse rechtbank al van start. Deze scriptie toont aan dat het model breed gedragen wordt door de betrokkenen, maar dat een duurzame implementatie nog verdere inspanning vereist.
Meer lezen

De rol van schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen in het kader van de verslaggeving van de psychosociale dienst van de gevangenis

Universiteit Antwerpen
2025
Claudie
Van Opstal
In deze meesterproef zal aan de hand van een combinatie van klassiek juridisch en empirisch onderzoek onderzocht worden welke rol schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen in de verslaggeving van de psychosociale dienst (PSD) van de gevangenis spelen.

Beslissingnemers inzake de straftenuitvoerlegging zoals de strafuitvoeringsrechter (SUR), de strafuitvoeringsrechtbank (SURB) en de (vertegenwoordiger van de) minister van Justitie, in het bijzonder de centrale gevangenisadministratie sectie externe rechtspositie van de Directie Detentiebeheer (DDB) hebben grote vrijheid bij het nemen van beslissingen over de toekenning van strafuitvoeringsmodaliteiten.

Aan de veroordeelde kunnen verschillende strafuitvoeringsmodaliteiten worden toegekend voor zover er in hoofde van deze veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan waaraan niet tegemoet kan worden gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden. Deze tegenaanwijzingen hebben onder andere betrekking op het gevaar dat de veroordeelde het slachtoffer zou lastigvallen, een manifest risico voor de fysieke integriteit van derden, het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten, de houding van de veroordeelde ten aanzien van de slachtoffers, enzovoort.

Bij de inschatting van deze tegenindicaties kan de ingesteldheid van de veroordeelde tegenover de feiten en het slachtoffer en meer specifiek de aan- of afwezigheid van schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen in hoofde van de veroordeelde een relevante factor zijn.

Om te kunnen beoordelen of deze tegenaanwijzingen al dan niet aanwezig zijn, dienen de beslissingnemers aldus een goed beeld te hebben over de persoon van de veroordeelde. Daarom voorziet de Wet externe rechtspositie (WER) een verplicht advies van de gevangenisdirecteur met betrekking tot de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit. Voor de opmaak van zijn advies zal de gevangenisdirecteur zich laten inspireren door het verslag van de PSD, een orgaan dat deel uitmaakt van het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (DGEPI) en een lokale vestiging heeft in iedere strafinrichting.

De kerntaak van de PSD bestaat er immers in advies te verlenen over de toekenning van een bepaalde strafuitvoeringsmodaliteit in het kader van de uitvoering van een vrijheidsberovende straf. In het PSD-verslag wordt daarom aan de hand van de criminogene domeinen of een formele risicotaxatie een inschatting van de mogelijke risico’s gemaakt. Deze inschatting dient om vervolgens de tegenindicaties te kunnen beoordelen en een advies over de toekenning van de gevorderde modaliteit te kunnen opstellen.

De verslagen van de PSD blijken in de praktijk een belangrijke rol te hebben bij de besluitvorming over de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit. Ondanks het grote belang van de PSD-verslagen is er nauwelijks informatie over het PSD-verslag beschikbaar. Het is immers onduidelijk of de PSD met schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen rekening houdt, hoe zij deze begrippen invult, hoe zij de aanwezigheid en oprechtheid ervan beoordeelt, waar deze begrippen in het PSD-verslag aan bod kunnen komen alsook welke impact schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen op het uiteindelijke advies hebben. Het doel van het onderzoek is dan ook om hierover meer inzicht te vergaren.
Meer lezen

Medisch beroepsgeheim onder druk: tussen willen spreken en mogen spreken in verband met vaststellingen/ vermoedens van kindermishandeling

Hogeschool UCLL
2025
Caithlyn
Reyns
Wat een arts niet mag doen in verband met zijn beroepsgeheim is duidelijk bepaald in de Strafwet. Het is echter een andere situatie wanneer het gaat om de gevallen waarbij een arts zijn beroepsgeheim kan doorbreken en welke voorwaarden dienen vervuld te zijn vooraleer dit kan gebeuren. Zo kan het beroepsgeheim, buiten de gevallen bij wet bepaald, doorbroken worden wanneer de arts hiervoor de toestemming van de patiënt heeft, of wanneer hij zich beroept op het principe van de noodtoestand, vermits voldaan is aan de voorwaarden.

De situatie is echter veel complexer wanneer het over een minderjarige patiënt gaat. In dat geval is de persoon in kwestie handelingsonbekwaam en kan deze onmogelijk zijn patiëntenrechten zelf uitoefenen. Bijgevolg kan de arts ook geen geldige toestemming van een handelingsonbekwame, minderjarige patiënt verkrijgen en moet hij de wettelijke vertegenwoordiger hiervoor aanspreken. Bij deze concrete casussen moet er een bijzondere aandacht gevestigd worden op het ontbreken van een wettelijke grondslag die voorziet in een procedure betreffende de melding van vermoedens van kindermishandeling. Hetgeen wel bij wet bepaald is, zorgt ervoor dat een arts de misdrijven waarvan hij kennis heeft genomen, kan meedelen aan de Procureur des Konings en dit dus geen wettelijke verplichting inhoudt. Later zal blijken dat dit slechts gebeurt bij de meest ernstige situaties. De ziekenhuizen trachten eerst de interne procedure te volgen die minder verregaande plichten oplegt.

Wat sterk benadrukt wordt in deze procedures is de samenwerking zowel intern als extern in verschillende fases en situaties van de vermoedens en vaststellingen van kindermishandeling. Aan de hand van een stappenplan, gebaseerd op begeleidende vragen, zal de geheimhouder een begeleidde beslissing kunnen maken in verband met het al dan niet raadplegen van hulp.

Wanneer een geheimhouder zijn beroepsgeheim schendt, zonder dat de voorwaarden van artikel 458 Sw. en 458bis Sw. vervuld zijn, kan hij op enkele verschillende manieren aansprakelijk gesteld worden. De eerste vorm van aansprakelijkheid betreft de strafrechtelijke aansprakelijkheid, vermits de schending van het beroepsgeheim een misdrijf uitmaakt. Dit misdrijf kan bestraft worden met een gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en een geldboete van honderd euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen. Daarnaast is er ook de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, die opgedeeld wordt in buitencontractuele en contractuele aansprakelijkheid. De contractuele aansprakelijkheid primeert steeds op de buitencontractuele aansprakelijkheid, tenzij de fout een misdrijf uitmaakt, of geen onderdeel is van een contract. Wanneer het gaat om een medische fout, is er sprake van buitencontractuele aansprakelijkheid. Een interne vorm van aansprakelijkheid is de tuchtrechtelijke aansprakelijkheid, waarbij de dader tuchtrechtelijk aangesproken kan worden voor het schenden van de interne plichtenleer van zijn bepaalde groep waarbinnen de belangen van die groep verdedigd worden.

Aan de hand van dit onderzoek is duidelijk geworden dat er veel onzekerheden zijn bij hulpverleners in het kader van het medisch beroepsgeheim en de grenzen die ze hierin moeten trekken en/of verleggen. De nood aan een duidelijk wettelijk kader is bijgevolg groot.
Meer lezen

Herstel boven straf: de Leuvense drugsopvolgingskamer en de nood aan uniforme wettelijke verankering

Hogeschool UCLL
2025
Sofie
Serré
Deze scriptie onderzoekt de juridische basis en structurele werking van de drugsopvolgingskamer (DOK) te Leuven, een relatief recent initiatief binnen het Belgische strafrechtsysteem dat herstelgerichte rechtspraak wil realiseren voor meerderjarige beklaagden met een ernstige verslavingsproblematiek. De DOK biedt een alternatief voor de klassieke strafvervolging waarbij gedragsverandering, maatschappelijke re-integratie en multidisciplinaire begeleiding centraal staan. De centrale onderzoeksvraag luidt: in welke mate is de huidige juridische basis van de DOK te Leuven voldoende, en is een expliciete wettelijke verankering wenselijk om de werking op een uniforme en transparante manier te garanderen?

De aanleiding voor dit onderzoek ligt in de vaststelling dat druggerelateerde criminaliteit vaak samenhangt met onderliggende problematieken zoals verslaving, sociale uitsluiting en psychische kwetsbaarheid. Klassieke bestraffingsmechanismen blijken in deze context vaak ontoereikend om recidive te voorkomen. De DOK tracht deze lacune te vullen door beklaagden de kans te bieden om, onder gerechtelijke opvolging en in samenwerking met justitieassistenten en zorgverleners, te werken aan hun herstel alvorens een definitieve veroordeling volgt.

Om de onderzoeksvraag te beantwoorden werd een kwalitatieve, multidisciplinaire methode toegepast. Het onderzoek combineert een diepgaande juridische analyse van relevante wetgeving en beleidsdocumenten met field research. Dat field research bestond uit observaties van zittingen van de Leuvense DOK en semigestructureerde interviews met rechters en parketmagistraten die betrokken zijn bij de werking van de DOK. Daarnaast werd een vergelijkende analyse gemaakt met de Gentse drugsbehandelingskamer, die al sinds 2008 operationeel is.

De onderzoeksresultaten tonen aan dat de DOK te Leuven momenteel opereert binnen een hybride juridisch kader. De wettelijke basis ligt hoofdzakelijk in artikel 190sexies van het Wetboek van Strafvordering, dat hersteltrajecten mogelijk maakt binnen het strafprocesrecht. Deze bepaling wordt in Leuven aangevuld met lokale samenwerkingsprotocollen tussen het parket, de rechtbank en hulpverleningsinstanties. Hierdoor blijft de concrete invulling grotendeels afhankelijk van lokale actoren, met als gevolg een aanzienlijke variabiliteit in aanpak, doelgroepselectie en opvolgingsstructuur tussen verschillende gerechtelijke arrondissementen.

Deze situatie creëert juridische knelpunten op het vlak van rechtszekerheid, transparantie en gelijke behandeling. De afwezigheid van een uniforme wettelijke regeling maakt de toepassing van de DOK afhankelijk van toevallige geografische factoren en de betrokkenheid van individuele actoren. De vergelijking met het model in Gent toont aan dat structurele elementen zoals vaste actoren, regelmatige zittingen en een geïntegreerde multidisciplinaire samenwerking essentieel zijn voor een effectieve werking. In Leuven belemmert het ontbreken van deze elementen de impact van het model.

Op basis van deze analyse concludeert de scriptie dat een expliciete wettelijke verankering van de DOK noodzakelijk is. Deze verankering zou moeten voorzien in duidelijke minimumnormen inzake organisatie, rechten en plichten van beklaagden, rolverdeling tussen actoren en samenwerking met de zorgsector.Tegelijkertijd moet er voldoende ruimte blijven voor lokale autonomie en contextspecifieke toepassing. Een hybride wettelijk model, ingebed in het Wetboek van Strafvordering, biedt hiervoor de meeste garanties. Enkel binnen een dergelijk rechtsstatelijk en transparant kader kan de DOK uitgroeien tot een duurzaam en gelijkwaardig alternatief binnen het Belgische strafrecht.
Meer lezen

PERSMISDRIJVEN VOOR DE JURY: GRONDWETTELIJKE WAARBORG OF GERECHTELIJK FOSSIEL?

Universiteit Gent
2024
Milan
Maertens
De Belgische grondwetgever heeft de persvrijheid in 1830-1831 vastgelegd met speciale waarborgen. Eén van deze grondwettelijke garanties is de bevoegdheid van het hof van assisen om te oordelen over zogenaamde 'persmisdrijven' (huidig artikel 150 Grondwet).
Hoewel het evident moet lijken dat er recente assisenzaken zijn geweest waarin de jury zich over een persmisdrijf heeft moeten uitspreken, zijn er in de naoorlogse periode - met uitzondering van drie gevallen - vrijwel geen voorbeelden te vinden. Dat persmisdrijven decennialang nauwelijks vervolgd zijn voor het hof van assisen houdt verband met uiteenlopende inhoudelijke, beleidsmatige en organisatorische redenen.
Door middel van een analyse van wetgeving, rechtspraak en literatuur ging deze rechtshistorische studie op zoek naar een antwoord op de vraag waarom er vandaag geen persprocessen meer voor de jury komen. Het onderzoek steunde hierbij deels op archiefonderzoek, waarbij drie niet eerder geanalyseerde archiefdossiers van het Oost-Vlaamse hof van assisen zijn bestudeerd.
Meer lezen

Gevangen in de tijd: een systematische review over de repercussies van langdurig gevangenschap op de gedetineerde

Universiteit Gent
2024
Laura
Vandevelde
De thesis gaat over de methoden die gedetineerden in langdurig gevangenschap hanteren om met hun tijd binnen detentie om te gaan of nog om hiermee te 'copen'. Zowel mannelijke als vrouwelijke gedetineerden komen in deze scriptie aan bod. Op deze manier worden verschillen tussen beide partijen blootgelegd en kan hulpverlening een rehabilitatiesysteem op maat aanbieden.
Meer lezen

Verleden verhandeld, toekomst gevonden: Het desistance verhaal van voormalige drugshandelaren

Universiteit Gent
2023
Evelien
Lootens-Stael
Deze scriptie bestudeerde hoe persoonlijke, sociale en structurele factoren het veranderingsproces van het ontstaan naar het beëindigen van een criminele carrière in de handel van drugs beïnvloeden.
Meer lezen

Recidiveonderzoek over de bemiddeling in strafzaken ten opzichte van rechtbankvonnissen bij eigendomsdelicten.

Universiteit Gent
2023
Anne
Van der Vreken
Deze masterproef is een vergelijkend onderzoek naar de effectiviteit naar de bemiddeling in strafzaken bij eigendomsdelicten. Dit is een alternatieve maatregel waarbij er gestreefd word naar het verminderen van recidive.
Meer lezen

Stories from within: the revolving door between prison and shelter in New York City

KU Leuven
2023
Annelise
Verrydt
Deze thesis vertelt de levensverhalen van vijf protagonisten uit New York: Gregory, Alex, Tony, Douglass en Ibrahim geven inzicht in het gevangenschaps- en daklozensysteem, en de correlatie van beide, zoals zij het van binnenuit hebben ervaren. Hierbij ligt de focus op de gebouwde omgeving van gevangenissen en daklozenopvangcentra, ook wel shelters genoemd, en hoe die de vijf protagonisten hebben beïnvloed tijdens hun verblijf.
Meer lezen

De Euthanasiewet: een lange lijdensweg naar levensnoodzakelijke onderscheiden strafmaten

Universiteit Gent
2023
Claudia
Vermeirsch
De oorspronkelijke Euthanasiewet is door het Grondwettelijk Hof ongrondwettig bevonden. Ook uit de zaak Tine Nys voor het Hof van Assisen bleek dat er tekortkomingen waren aan de Euthanasiewet. Deze Masterproef geeft een voorstel tot wetswijziging.
Meer lezen

Een beroep op het zwijgrecht: fundamenteel recht van verdediging of mes in eigen rug?

Universiteit Antwerpen
2022
Camille
De Ridder
Aan de hand van een literatuuronderzoek en een empirisch onderzoek werd onderzocht of rechters het zwijgen door verdachten (mogen) meenemen in de straftoemeting. Enerzijds werd nagegaan in hoeverre zwijgen juridisch gezien consequenties mag hebben in de fase van de straftoemeting (law in the books). Of anders gesteld: zijn er juridische beperkingen aan het zwijgrecht? Anderzijds werd onderzocht of rechters zich in de praktijk kunnen houden aan deze beperkingen en of zij niet verder gaan dan juridisch voorzien (law in action).
Meer lezen

De zin en onzin van ecocide

Universiteit Gent
2020
Wannes
Lybaert
Het criminaliseren van ecocide is een rechtsinstrument ter bescherming van ecosystemen. Ecocide kan als misdaad ingeschreven worden in het Verdrag van Rome en zo krijgt het Internationaal Strafhof de rechtsbevoegdheid om dit te vervolgen.
Meer lezen

STRAFDOELEN IN DE UITVOERING VAN DE GEVANGENISSTRAF: een kwalitatief onderzoek bij penitentiair personeel en externe diensten

KU Leuven
2020
Amber
Zahr
In de literatuur bestaat er heel wat kritiek over de effectiviteit van de gevangenisstraf. Er wordt zelfs gesteld dat de straf zinloos zou zijn. Deze masterproef stelde de proef op de som. Meer specifiek poogde dit onderzoek na te gaan in hoeverre er aan de vooropgestelde strafdoelen wordt voldaan tijdens de uitvoering van de gevangenisstraf. Bovendien werd ook het aanbod van diensten om deze strafdoelen te ondersteunen onderzocht. Om dit te onderzoeken werden er interviews afgenomen bij het penitentiair personeel en externe diensten van Brussel en Leuven.
Meer lezen

Het Pilootproject Transitiehuizen in de praktijk: Een kwalitatief onderzoek naar de samenwerking tussen gevangenis en transitiehuis in Mechelen

KU Leuven
2020
Anton
Hunink
Het onderzoek betrof een verkennende studie naar de samenwerking tussen het transitiehuis van Mechelen en de gevangenis van Mechelen. Het doel van dit onderzoek was om deze samenwerking op een diepgaande manier te beschrijven en na te gaan hoe het juridisch kader zich vertaalt in de praktijk.
Meer lezen

Gevaar voor openbare orde en nationale veiligheid als weigeringsgronden voor verblijf in de Vreemdelingenwet

Universiteit Antwerpen
2019
Ellen
Vandennieuwenhuysen
Naar aanleiding van twee ophefmakende wetswijzigingen aan de Vreemdelingenwet werd onderzocht in welke mate deze nog in overeenstemming is met enkele fundamentele mensenrechten en algemene rechtsbeginselen. Meer concreet werd dieper ingegaan op de verwijderingsbeslissingen om redenen van openbare orde en nationale veiligheid.
Meer lezen

Validatie van een kwantitatieve screeningsmethode voor 7 beta-blokkers in bloed met behulp van LC-MS/MS

KU Leuven
2019
Flo
Elsen
Screening is de eerste stap in het toxicologische proces. Het wordt gebruikt om de componenten te identificeren die aanwezig zijn in het staal. Screening is een kwalitatieve methode, bijgevolg kan het slechts een indicatie geven over welke stoffen aanwezig of afwezig zijn in het staal, en moet het bevestigd worden door een bevestigingstest. Een nadeel van deze bevestigingstesten is dat ze tijdrovend zijn. Ook zijn deze bevestigingstesten arbeidsintensief en duur.
In dit onderzoek, wordt een kwantitatieve screeningsmethode voor zeven β - blokkers in bloed met gebruik van LC - MS/MS gevalideerd. Een kalibratiecurve met matrix-matchende stalen werd geconstrueerd voor elke β - blokker. Deze kalibratiecurve omvat het hele therapeutische bereik en lage toxische bereik. Accuraatheid en precisie resultaten voldeden aan de voorgestelde criteria, behalve voor nebivololol en propranolol. Bij het gebruik van de methode in de praktijk moet er rekening mee worden gehouden dat er voor deze twee analyten een bepaalde foutmarge op het resultaat bestaat. Matrixeffecten waren binnen een bereik van 105%-143% en opbrengsten binnen een bereik van 6%-15%. Stabiliteitstesten concludeerden dat de β - blokkers stabiel blijven gedurende het hele analytische proces, wat belangrijk is voor de kwantificering. Na validatie werden vijf zaken, met indicatie van β-blokkers, getest om de concentratie van de β-blokker te bepalen en om na te gaan of de concentratie binnen het therapeutisch bereik of bij een toxische of dodelijke concentratie lag.
Meer lezen

Een kwantitatief onderzoek naar het slachtofferschap van wraakporno

KU Leuven
2019
Silke
Van den Eynde
Het kwantitatief onderzoek naar het slachtofferschap van wraakporno exploreert vier zaken:
1. De prevalentie van wraakporno
2. Het profiel van slachtoffers van wraakporno
3. De gevolgen die samenhangen met het slachtofferschap van wraakporno
4. De aangiftebereidheid van slachtoffers van wraakporno
Meer lezen

Het rijverbod als autonome straf

Universiteit Gent
2019
Charlotte
Persiau
Vandaag bestaat het rijverbod enkel voor verkeersgerelateerde overtredingen, met als enige uitzondering het misdrijf familieverlating. Deze thesis beoogt te bekijken of het ook een effectieve straf kan zijn voor overtredingen die op zich niets te maken hebben met het verkeer, bijvoorbeeld: u pleegt een diefstal en krijgt een rijverbod opgelegd.
Meer lezen

You’re Not Standing Alone: Eenpersoonsprotest in Rusland

Universiteit Gent
2018
Marie
Dewaegenaere
Door de restrictieve wetgeving en het gewelddadige politieoptreden tegen (on)aangekondigde demonstraties, wordt de protestruimte van Russische opposanten steeds verder ingeperkt. De opstandig stemming die de repressie wist te overleven, vond steeds meer verklanking in kleine, symbolische eenpersoonsacties. In het onderzoek gaan we op zoek hoe het eenmansprotest in de voorbije tien jaar de tactiek bij uitstek werd van vreedzaam, anti-regime protest.
Meer lezen

GOTCHA WITH A CAPTCHA! Basic anchoring effects and willingness to pay in an e-commerce setting

Vrije Universiteit Brussel
2018
Sebastiaan
Michiels
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Sluwe verkopers kunnen met behulp van anchoring effecten de betalingsbereidheid van potentiële klanten beïnvloeden. Deze scriptie toont aan dat ze hiervoor niet alleen relevante getallen, maar ook irrelevante getallen kunnen gebruiken.
Met een experiment wordt onder andere gedemonstreerd dat het mogelijk is om de betalingsbereidheid voor een smartphone met maar liefst €135 (38%) te verhogen door hoge getallen te verstoppen in captcha's.
Meer lezen

Mapping of the issues concerning the illegal trade in wildlife, including the internet trade and suggestions for a better approach.

Universiteit Gent
2017
Demy
Geldhof
Problematiek rond de illegale handel in bedreigde dier- en plantensoorten uitgelegd. Bestaande internationale regelgeving en initiatieven opgesomd, alsook suggesties voor een betere aanpak in de toekomst.
Meer lezen

Extrafamiliaal pedoseksueel misbruik: een kwalitatief onderzoek naar de stigmatisering van en impact op (ex-)partners

Universiteit Gent
2017
Dominique
Scappini
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze thesis onderzoekt de stigmatisering van (ex-)partners van extrafamiliale pedoseksuelen, namelijk diegenen die kinderen misbruiken buiten het gezin.
Meer lezen

Plea bargaining in het Belgisch strafprocesrecht

Universiteit Hasselt
2016
Wouter
Maes
Toelichting van de nieuwe procedure tot voorafgaande erkenning tot schuld (VES) in België en in verhouding tot plea bargaining in het common law, meer bepaald in Engeland en Wales.
Meer lezen

De Kunstkamer (1961-1965): Historiek en betekenis van een vroege avant-garde galerie in Antwerpen

KU Leuven
2016
Hanne Elise
Dewinter
Een exploratieve studie naar de historiek en betekenis van 'De Kunstkamer' in Antwerpen: de kunstgalerie van mijn overgrootvader die zich tussen 1961 en 1965 eerst in de Lange Nieuwstraat en vervolgens in de Wolstraat bevond en die onderdak bood aan heel wat voorlopers van de Antwerpse avant-garde.
Meer lezen

Terror-ex. Een casestudy naar het re-integratieproces van voormalig terroristen

Universiteit Gent
2016
Sigrid
Raets
Het kernconcept re-integratie bij terroristen werd ontrafeld aan de hand van een theoretisch model, uitgesplitst naar het verloop van dit proces en de bijhorende katalyserende en remmende factoren. Dit theoretisch model werd verder uitgediept aan de hand van een casestudy naar een uitgetreden neonazi, uitgevoerd door middel van een inhoudsanalyse. Op basis van beide delen, theoretisch en empirisch, konden een aantal beleidsmatige conclusies getrokken worden.
Meer lezen

Oncologische voetzorg: Een onderzoek naar de noden binnen het onderwijs- en werkveld van schoonheids- en voetverzorgers

Arteveldehogeschool Gent
2016
Karolien
Bellekens
  • Laura
    Vandeputte
  • Joyce
    Drieghe
  • Ellen
    De Troyer
Wij hebben onderzocht wat kanker is en welke invloeden een kankerbehandeling op het lichaam, huid en nagels kan hebben. De wetgeving omtrent oncologische voetzorgverlening en waar wordt de basis meegegeven. Onze scriptie bestaat uit een onderzoek en hieruit hebben wij een pocketboek gemaakt.
Meer lezen

De Drugbehandelingskamer 2.0: het "Brugge Model"

Hogeschool VIVES
2016
Lenny
De Vos
Een bespreking van drugbehandelingskamers als alternatieve correctionale afhandeling van drugsgerelateerde misdrijven. Een vergelijking van de situatie in Gent en Brugge.
Meer lezen

Vrouwen veroordeeld door assisen: een belevingsonderzoek naar proces en straf

Universiteit Gent
2015
Lisa
Lievens
“Ge hebt geen leven meer. Ge wordt geleefd. Dat is echt het woord van een gevangenis: ge wordt geleefd, en ge moet overleven. Er is niets aan te doen.”Probleemstelling en onderzoeksvraagOp dit moment bevinden zich volgens recente cijfers ongeveer 11 769 gedetineerden in de Belgische gevangenissen, waarvan 502 vrouwen. Zij vormen een unieke categorie. In de literatuur valt het dan ook op dat er weinig belangstelling is voor deze groep.
Meer lezen

Een vergelijkende studie tussen georganiseerde misdaad en terroristische groeperingen op vlak van organisatie en financiering

Universiteit Gent
2015
Nicolas
Gosselin
Een vergelijkende studie tussen georganiseerde misdaad en terroristische groeperingen op vlak van organisatie en financieringWe leven in een dynamische geglobaliseerde wereld waarin criminaliteit, al dan niet grensoverschrijdend, deel van uitmaakt. Twee grensoverschrijdende criminaliteitsvormen, namelijk georganiseerde misdaad en terrorisme, bestaan al sinds mensenheugenis en komen hierbij dagelijks in beeld. In deze masterproef bekijken we georganiseerde criminaliteit en terrorisme en vergelijken we ze om te zien waar de twee overeenstemmen en juist verschillen.
Meer lezen