Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Teddy’s Little Helper. Three Years of (Moderately) Controlled Chaos

Hogeschool PXL
2026
Ekaterina
Chistyakova
Deze scriptie onderzoekt hoe neurodivergentie en artistieke praktijk elkaar kunnen beïnvloeden aan de hand van een samenwerking tussen twee kunstenaars met verschillende manieren van denken, communiceren en werken. Het onderzoek resulteerde in twee met elkaar verbonden graphic novels. De eerste, Ted: 36 years on the move, brengt de 36-jarige artistieke praktijk van sieraadkunstenaar Ted Noten in beeld aan de hand van verhalen, anekdotes, archiefmateriaal en tekeningen. De tweede, Teddy’s Little Helper. Three Years of (Moderately) Controlled Chaos, reflecteert op het proces achter dit boek en onderzoekt hoe taal, tekenen, communicatie en verschillende manieren van informatie verwerken het artistieke samenwerkingsproces beïnvloeden. Tekenen wordt hierbij niet enkel als illustratiemiddel ingezet, maar als een manier van denken, onderzoeken, structureren en communiceren.
Meer lezen

Mondeling advies over de huisvesting van konijnen (Oryctolagus cuniculus) in Vlaamse dierenspeciaalzaken

Hogeschool VIVES
2026
Yasmine
Degroot
Dit onderzoek analyseert het mondelinge advies dat medewerkers van Vlaamse dierenspeciaalzaken geven over de huisvesting van gezelschapskonijnen (Oryctolagus cuniculus) en in welke mate dit overeenkomt met de richtlijnen van Dierenwelzijn Vlaanderen. Correcte huisvesting is essentieel voor konijnenwelzijn, maar eigenaars zijn sterk afhankelijk van het advies dat zij in winkels ontvangen.
In totaal werden 25 medewerkers uit vijf verschillende winkelketens geïnterviewd via een gestructureerde vragenlijst. De vragen bevroegen de achtergrond van medewerkers, advies over hokformaat, sociale huisvesting en kennis van de Vlaamse dierenwelzijnsrichtlijnen. Slechts 6 van de 25 medewerkers hebben een diergerelateerde opleiding; de overige baseren hun advies op interne opleiding of
ervaring, wat leidt tot grote variatie in gegeven advies.
Advies over hokgrootte is zeer uitlopend, 14 medewerkers noemen enkel een minimale lengte, waarvan acht medewerkers 1,20 m aanhalen. Anderen geven het aan in oppervlakte, zoals 1 of 4 m² of benadrukken dat een hok “zo groot mogelijk” moet zijn. Slechts vier medewerkers adviseren spontaan een ren, hoewel literatuur
het belang hiervan duidelijk aantoont. Het winkelassortiment beïnvloedt het advies bij 16 medewerkers. Zij geven aan dat het beschikbare aanbod hun aanbevelingen stuurt, waarbij traliekooien het vaakst worden verkocht.
Wat verrijking betreft, bevelen 15 medewerkers knaagmateriaal, speelgoed of schuilplaatsen aan, maar ondanks bekende gezondheidsrisico’s verwijzen twee nog naar knaagstenen. Advies over sociale huisvesting is eveneens inconsistent. Hoewel 11 medewerkers aangeven dat konijnen niet alleen gehouden mogen worden, vinden 16 medewerkers dat andere diersoorten zoals cavia’s geschikt gezelschap zijn. Dit is tegenstrijdig met de soortspecifieke behoeften en de Vlaamse dierenwelzijnsrichtlijnen. De bekendheid met de richtlijnen van Dierenwelzijn Vlaanderen is bijzonder laag.
Achttien medewerkers kennen ze niet en geen enkele kan minimale afmetingen benoemen. Hierdoor ontvangen eigenaars vaak onvolledige of foutieve informatie.
De resultaten tonen een duidelijke kloof tussen wetenschappelijke aanbevelingen en het verstrekte advies. Beperkte opleiding, variatie in ervaring, commerciële assortimentskeuzes en onbekendheid met richtlijnen leiden tot inconsistente en soms incorrecte aanbevelingen. Het onderzoek benadrukt de nood aan gerichte opleidingen, een welzijnsgericht assortiment en betere opvolging van de Vlaamse richtlijnen, om het welzijn van gezelschapskonijnen systematisch te kunnen verbeteren.
Meer lezen

FROM SPATIAL ECOLOGY TO ECOSYSTEM IMPACT: LARGE GRAZERS IN HEATH AND DUNE LANDSCAPES LINKING MOVEMENT BEHAVIOUR, HABITAT SELECTION, AND VEGETATION DYNAMICS IN THE WESTHOEK AND KALMTHOUTSE HEIDE

Universiteit Gent
2026
Jobbe
Vermandere
Het inzetten van vrij rondlopende grote herbivoren vormt een hoeksteen van het natuurbeheer in Europa. De bedoeling is om via extensieve begrazing natuurlijke processen te herstellen, zoals het tegenhouden van snelle vegetatiesuccessie en het in stand houden van de structurele diversiteit van open landschappen. Hierdoor wordt dit type beheer ook wel procesbeheer genoemd. In voedselarme ecosystemen, zoals kustduinen en laaglandheiden, heeft de wijdverspreide stikstofdepositie en het wegvallen van historische verstoringen geleid tot een snelle structurele achteruitgang. Dit uit zich voornamelijk in de vestiging van sterk competitieve grassen en kruidachtigen (vergrassing of verruiging) en de vestiging van dicht struikgewas (verstruweling),
waardoor gespecialiseerde pioniersoorten worden verdrongen en de biodiversiteit afneemt. Hoewel begrazing voor natuurbeheer op grote schaal wordt ingezet om deze bedreigingen te verminderen, blijven de precieze ruimtelijke mechanismen waarmee deze dieren habitat selecteren en interageren met fysieke infrastructuur complex en contextgebonden. Deze studie evalueerde de ruimtelijke ecologie en het vermogen tot ecosysteembeïnvloeding van grote herbivoren in twee structureel verschillende landschappen: de kustduinen van de Westhoek (begraasd door een gemengde groep paardachtigen bestaande uit Konikpaarden en Shetlandpony’s en een kudde Schotse hooglanders) en de laaglandheide van de Kalmthoutse Heide (begraasd door een kudde Galloway-runderen). Om de kloof tussen de bewegingen van individuele dieren en successieveranderingen op landschapsschaal te overbruggen, maakte dit onderzoek gebruik van een meerledig
methodologisch kader dat was onderverdeeld in drie afzonderlijke werkpakketten (WP). Ten eerste
werd Continuous-Time Movement Modelling (ctmm) toegepast op GPS-telemetriegegevens om
het gebruik van ruimte met grensbeperkingen en ruimtelijke verzadiging in kaart te brengen (WP1).
Deze benadering corrigeerde wiskundig voor inherente temporele autocorrelatie en maakte gebruik
van Degrees of Freedom (DOF)-filtering om robuuste Autocorrelated Kernel Density Estimates
(AKDE) te extraheren. Ten tweede werden geïntegreerde Resource Selection Functions (iRSF)
ingezet om de habitatkeuze op kleine schaal en de onderliggende milieubeperkingen te evalueren
(WP2). De iRSF-modellen gebruikten specifiek het AKDE-gebied van elk dier als
beschikbaarheidsbasis, waardoor de habitatkeuze strikt werd geëvalueerd ten opzichte van het
toegankelijke landschap, terwijl tegelijkertijd rekening werd gehouden met continue variabelen
zoals topografie, afstand tot water en afstand tot antropogene infrastructuur (paden en hekken).
Ten slotte werden vegetatiehoogtekaarten met hoge resolutie uit 2020 en 2025 in de Westhoek
geanalyseerd om dit ruimtelijk gedrag te koppelen aan structurele landschapsveranderingen
(WP3). Door ruimtelijke pixels te categoriseren in vegetationele overgangstoestanden (Stabiel,
Regressie of Toename), werd de cumulatieve ruimtegebruiksintensiteit van de paarden
gemodelleerd tegen abiotische stressfactoren om de werkelijke drijvende krachten achter de
vegetatiedynamiek te bepalen.
De ruimtelijke modellen (WP1) brachten fundamentele verschillen in de ruimtelijke basisecologie
aan het licht, die worden bepaald door eigenschappen op soortniveau en de dynamiek binnen de
kudde. Uit de ruimtelijke tracking bleek dat noch de paardachtigen in de Westhoek (na de corridor
opening) noch de Galloway-runderen op de Kalmthoutse Heide biologisch verzadigd zijn. Hun
leefgebieden worden dus niet volledig bepaald door de fysieke grenzen van de reservaten, wat
wijst op actieve en doelgerichte ruimtelijke keuzes. De Galloway-runderen vertoonden relatief grote
seizoensgebonden schommelingen in de omvang van het leefgebied, wat wijst op dynamische
aanpassingen aan de beschikbaarheid van voedselbronnen. Omgekeerd vertoonden de
paardachtigen in de Westhoek het hele jaar door relatief stabiele leefgebieden, wat wijst op een
biologisch verschil waarbij paardachtigen minder gevoelig zijn voor seizoensgebonden fenologie.
De paardachtigen vertoonden echter wel significante seizoensgebonden verschuivingen in hun
kerngebieden, wat bevestigt dat, hoewel hun totale gebied stabiel blijft, hun interne foerageerfocus
dynamisch verschuift. Bovendien zorgde een lage interindividuele variatie voor een vrij
samenhangende kuddedynamiek bij de runderen, terwijl een hoge interindividuele variatie onder
de paardachtigen leidde tot duidelijke divergentie tussen subkuddes. Daarnaast evalueerde WP1
de impact van het herstel van de landschapsconnectiviteit in de Westhoek via de opening van een
corridor in de winter van 2022-2023. Hoewel de opening een aanzienlijke uitbreiding van de
absolute omvang van de leefgebieden van de paardachtigen veroorzaakte, werd deze uitbreiding
niet uniform door de hele groep overgenomen, wat benadrukt dat landschapsconnectiviteit wordt
gemedieerd door lokale locatietrouwheid en interne sociale structuren.
De evaluatie van de habitatkeuze op kleinschalig niveau (WP2) bevestigde deze verschillen op
soortniveau nog eens extra. Op de Kalmthoutse Heide fungeerden de runderen als biologische
filters: ze zochten actief habitat op met een begraasbare laag (bijvoorbeeld gras- of boomopslag)
en vermeden zuivere heidegebieden zonder begraasbare laag. Deze selectie was het sterkst
tijdens de voorjaarsgroei en werd geleidelijk breder naarmate het groeiseizoen ten einde liep. In
de Westhoek kozen paardachtigen onevenredig vaak voor open, grasrijke vegetatie boven dicht
struikgewas, hoewel morfologische verschillen de kleinere Shetlandpony's waarschijnlijk in staat
stelden om ijle vegetatie (bijv. Schaarsbegroeid) en laag struikgewas (Kruipwilg_laagstruweel)
gunstiger te exploiteren. Deze divergentie geeft aan dat kleinere paardachtigen niches kunnen
exploiteren die grotere paardachtigen negeren of waarin ze niet kunnen overleven door gebruik te
maken van andere biomechanische eigenschappen en kleinere beetgroottes, waardoor de totale
ecologische impact op het landschap wordt verbreed.
Naast de categorische vegetatie werd de ruimtelijke verspreiding aanzienlijk beïnvloed door
voortdurende abiotische en antropogene beperkingen. Nabijheid van water bleek in beide
reservaten geen beperkende factor te zijn; noch de paardachtigen, noch de runderen vertoonden
een afhankelijkheid van stilstaand oppervlaktewater, maar toonden ruimtelijke neutraliteit of actieve
vermijding. Topografisch gezien kozen de runderen (in de lente), de grotere Konik-paarden (in de
zomer en herfst) en de Shetlandpony (in de herfst) actief voor vlakker terrein, waarschijnlijk om de
metabolische bewegingskosten te minimaliseren. Hoewel de Shetlandpony deze voorkeur voor
vlakker terrein in de herfst deelde, week hij in de zomer af van de Koniks door topografisch neutraal
te blijven. Deze seizoensgebonden divergentie suggereert ofwel dat de kleinere lichaamsmassa
van de pony voor meer wendbaarheid zorgt, waardoor het relatieve metabolische nadeel van
voortbeweging op steilere hellingen afneemt, ofwel dat de solitaire pony door de Konik-kuddes of
de Schotse hooglander kudde competitief wordt verdrongen naar minder gunstige, steilere
topografie. Wat de menselijke infrastructuur betreft, dwongen de modellen een heroverweging af
van de visie van algemene antropogene vermijding. Terwijl de omheiningen van het reservaat
fungeerden als een ruimtelijke barrière voor de paardachtigen (in de lente en winter, voornamelijk
gedreven door de Shetlandpony), fungeerden ze als een ruimtelijk aantrekkingspunt voor de
Galloway-runderen in de lente. Gelijkaardig werkten de interne paden als ruimtelijke
aantrekkingspunten voor zowel de Shetlandpony als de Galloway-runderen. Dit toont aan dat grote
herbivoren, in plaats van menselijke infrastructuur universeel te vermijden, padennetwerken
potentieel kunnen gebruiken als navigatiecorridors, en omheiningen als structurele
oriëntatiepunten.
Terwijl WP1 en WP2 vaststelden hoe de paardachtigen in de Westhoek navigeren en hun habitat
selecteren, evalueert WP3 de wederzijdse ecologische impact: hoe de langdurige ruimtelijke
aanwezigheid van deze herbivoren actief het successietraject van de vegetatie in het reservaat
beïnvloedt. Door veranderingen in vegetatiehoogte te modelleren tegen de achtergrond van
cumulatieve ruimtegebruiksintensiteit en abiotische beperkingen, ontstaat een ruimtelijk verhaal
over de voordelen en beperkingen van top-downcontrole door grazers. De vegetatiemodellering
toonde aan dat een hoog cumulatief ruimtegebruik door paardachtigen fungeert als een effectieve
preventieve barrière tegen de initiële vorming en verspreiding van ruige vegetatie. De gegevens
definieerden echter tegelijkertijd de grenzen van deze top-down biologische controle. Zodra
houtige of ruige vegetatie de initiële herbivoriebarrière met succes doorbreekt, volstaat intens
ruimtegebruik niet meer om de terugtrekking ervan af te dwingen. Gedreven door een
synergetische combinatie van lokale nutriëntenafzetting, mechanische bodemverstoring en
verminderde concurrentie, kan intensief ruimtegebruik door paardachtigen zelfs de verticale groei
van gevestigd hoog struikgewas bevorderen. De ontmanteling van vegetatie in een laat, volwassen
stadium wordt uitsluitend aangedreven door bottom-up abiotische stressfactoren in plaats van top
down herbivorie. De diepte van het grondwater in het voorjaar had het meest uitgesproken effect
op de vegetatiedynamiek: het bepaalde de stabiliteit van pioniersmatrices, stimuleerde de
terugtrekking van ruige vegetatie en fungeerde als de belangrijkste natuurlijke stressfactor die de
voortdurende groei of aanwezigheid van laag en hoog struikgewas voorkwam. Bovendien werd de
dynamiek van ondieper gewortelde grassen en kruiden gedicteerd door hoge omgevingsstress,
waarbij deze matrices groeiden en afnamen in gebieden die gekenmerkt worden door diep
grondwater, steilere hellingen en een hoge blootstelling aan de zon.
Voor natuurbeheer biedt deze thesis duidelijke, op gegevens gebaseerde aanbevelingen met
betrekking tot het gebruik van vrij rondlopende grote herbivoren. Uiteindelijk toont deze studie aan
dat de impact van deze grote herbivoren als ecosysteemingenieurs niet uniform of absoluut is. De
ruimtelijke dynamiek bevestigt dat ruimtegebruik een effectief, gericht instrument kan zijn om
vroege successie te stoppen, open matrices in stand te houden en gedegradeerde habitats aan te
pakken. Omdat grazers echter geen gevestigd struikgewas kunnen ontmantelen, vereist het
terugdringen van volgroeide houtige begroeiing een strategische, dubbele beheersaanpak die
biologisch ruimtegebruik koppelt aan gerichte mechanische ingrepen. Bovendien benadrukt de
ruimtelijke divergentie van de Shetlandpony de cruciale waarde van morfologische diversiteit.
Specifiek geeft deze divergentie aan dat kleinere paardachtigen, door gebruik te maken van andere
biomechanische eigenschappen en een kleinere hapgrootte, niches kunnen benutten die grotere
paardachtigen negeren of waarop ze niet kunnen overleven, waardoor de totale ecologische impact
op het landschap wordt verbreed. Ten slotte wijst de aantrekkingskracht van paden en het
verspreidingseffect van corridors op nieuwe, proactieve beheersmogelijkheden. In plaats van
menselijke infrastructuur als een verstoring te beschouwen, kunnen beheerders strategisch interne
padennetwerken en corridors ontwerpen die als biologische trechters fungeren, waardoor grazers
naar specifieke doelgebieden worden geleid en de ecologische manipulatie (engineering) in het
bredere landschap wordt gemaximaliseerd.
Meer lezen

MEVROUW KONIJN, MENEER KONIJN OF GEWOON KONIJN? EEN ONDERZOEK NAAR GENDER EN GENDERSTEREOTYPERING BIJ DIERLIJKE PERSONAGES IN KINDERBOEKEN

Universiteit Gent
2025
Linde
Wille
In dit onderzoek wordt een corpus van 54 oorspronkelijk Nederlandstalige kinderboeken met uitsluitend dierlijke personages geanalyseerd. In een eerste fase wordt nagegaan wat de verhoudingen tussen verschillende genderidentiteiten zijn , welke talige en visuele strategieën worden ingezet om personages als vrouwelijk of mannelijk voor te stellen en welke strategieën worden aangewend om personages neutraal voor te stellen. In het tweede deel wordt onderzocht in hoeverre er een correlatie bestaat tussen het grammaticale geslacht van het dier en het gender dat aan het dierlijke personage wordt toegekend in het verhaal. Daarnaast wordt nagegaan welke genderstereotypen voorkomen in zowel de tekstuele als visuele componenten van de boeken en of er ook voorbeelden zijn die deze stereotypen doorbreken. Ten slotte wordt onderzocht of het gender van de auteur een invloed uitoefent op het gender van het hoofdpersonage en de personages in het algemeen. Uit de analyse blijkt dat mannelijke personages duidelijk domineren binnen het corpus en dat expliciet non-binaire identiteiten volledig afwezig zijn. Gender wordt voornamelijk via talige middelen geconstrueerd, met illustraties als ondersteunende factor. Neutrale personages blijven doorgaans neutraal door het vermijden van voornaamwoorden en genderspecifieke namen. Er is een gedeeltelijke correlatie tussen het grammaticale geslacht van het dier en het toegewezen gender, al is deze correlatie niet absoluut. Genderstereotypen blijken ook in boeken met uitsluitend dierlijke personages aanwezig, zij het in beperktere mate. Het gender van de auteur lijkt voornamelijk invloed te hebben bij mannelijke auteurs: zij schrijven vaker over mannelijke hoofdpersonages. Bij vrouwelijke auteurs blijft een mannelijke dominantie aanwezig, ondanks hun eigen genderidentiteit. Het doel van dit onderzoek is om leerkrachten, ouders, onderwijsprofessionals, auteurs, illustratoren en uitgeverijen bewust te maken van deze bevindingen zodat zij deze kunnen meenemen in toekomstige keuzes en representaties binnen de kinderliteratuur.
Meer lezen

Onderschatten we de zeekreeft (Homarus gammarus)

Odisee Hogeschool
2025
Amber
Vroonen
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Kreeften worden in culinaire contexten nog steeds vaak levend gekookt. Ze ondergaan lange,
stressvolle transporten, worden op zeer lage temperaturen gehouden, uitgehongerd, en blijven één
van de weinige consumptiedieren die levend verkocht en bereid worden. Deze praktijken krijgen
steeds meer kritiek naarmate het wetenschappelijk bewijs voor bewustzijn en lijdensvermogen van
schaaldieren groeit. Toch zijn kreeften in veel landen nog steeds uitgesloten van
dierenwelzijnswetgeving. Deze studie behandelt de wetenschappelijke en ethische urgentie rond de
behandeling van kreeften via een drieledig onderzoek: een literatuurstudie, een bevraging van de
publieke perceptie en een gedragsmatige trainingsproef.
We onderzochten hoe het publiek kijkt naar het welzijn van kreeften en in hoeverre dit overeenkomt
met de huidige praktijken. Daarnaast testten we of Europese kreeften (Homarus gammarus) kunnen
leren via operante conditionering, associaties kunnen vormen tussen prikkels en voedselbeloningen,
en hoe consistent ze aangeleerde gedragingen uitvoeren.
De literatuurstudie bespreekt biologie, cognitie, natuurlijk gedrag, leefomgeving, pijnperceptie en
ethische implicaties van het gebruik van kreeften in voedselsystemen. De bevindingen dagen
bestaande aannames over ongewervelden uit en roepen vragen op over de huidige omgangsvormen.
De publieksenquête (n = 334) bracht aan het licht dat, hoewel de meeste respondenten kreeft ooit
hadden geproefd, regelmatige consumptie zeldzaam was. Prijs, ethische bezwaren en gebrek aan
gelegenheid werden vaak genoemd, terwijl er sterke steun was voor betere bescherming en
humanere slachtmethoden.
Tot slot werd een gedragsmatige trainingsproef uitgevoerd met één Europese kreeft, Orion. Met
geurprikkels en een targetobject (een Kong-speeltje) vertoonde hij gedragingen die consistent zijn
met operante conditionering, zoals objectmanipulatie, probleemoplossend gedrag en doelgericht
zoeken, wat wijst op cognitieve flexibiliteit en leervermogen.
Deze bevindingen tonen een kloof tussen publieke houding, wetenschappelijk bewijs en
commerciële praktijken. Hoog-stressvolle dodingsmethoden, zoals levend koken, lijken steeds
moeilijker te rechtvaardigen. Deze studie benadrukt de nood aan wetgevende hervormingen, grotere
publieke bewustwording en verder onderzoek naar diervriendelijkere omgang met schaaldieren.
Meer lezen

Help! My character is non-binary: A English-Dutch translation informed by a survey of young Flemish readers’ comprehension of and preferences for the Dutch non-binary pronouns die/diens, hen/hun and die/hun

KU Leuven
2024
Lisa
Van Poucke
Deze masterproef is ontworpen als een hulpmiddel voor vertalers Engels-Nederlands bij het beslissen hoe non-binaire voornaamwoorden te vertalen. Een deel bestaat uit een reader-response vragenlijst van een cohort van zestien- tot negentien-jarigen waarvan gevraagd werd om een door mij vertaald fragment uit een verhaal met een non-binair personage te begrijpen en hun voorkeuren daaromtrent te uiten. De resultaten werden dan gebruikt om een geïnformeerde beslissing te maken voor de uiteindelijke vertaling, wat het tweede, praktische deel van de thesis inhield. Er zijn in het Nederlands tot op heden geen officiële richtlijnen omtrent non-binaire voornaamwoorden en vertalers worden zo geregeld geconfronteerd met onduidelijkheid rond het vertalen van een tekst met non-binaire voornaamwoorden. Dit onderzoek is aanvullend onderzoek bij het werk van Vos en Nutters (2022), maar verschilt in dat het zich focust op Nederlandstalige jongeren in België. Door middel van de reader-response vragenlijst werd onderzocht hoe de respondenten scoorden op vlak van ‘narrative engagement’ en ‘mental imagery’ tijdens het lezen van mijn vertaling van het eerste hoofdstuk uit de novelle The Empress of Salt and Fortune van Nghi Vo (2020).

In de kritische literatuurstudie wordt een overzicht gegeven van strategieën en inzichten uit andere talen of uit de strijd voor inclusief taalgebruik, onder andere uit het werk van Blaubergs (1980), Gustafsson Sendén et al. (2015), Waszink (2022) en Wehle (2020). Daarnaast werd er ook gekeken hoe literatuur een hulpmiddel kan zijn bij het verbeteren van real-life houdingen tegenover non-binaire en genderqueer mensen door het ‘mere exposure’ effect (Zajonc, 1968) en de transportation theorie (Green & Brock; 2000).

De enquête was gebaseerd op de vragenlijst gebruikt door Vos en Nutters (2022) en bevatte de narrative engagement-schaal ontwikkeld en getest door Buselle en Bilandzic (2009) en een onderdeel rond mental imagery van Kuijpers et al. (2014). De enquête werd verstuurd naar scholen in Vlaanderen en 100 volledig ingevulde enquêtes werden teruggestuurd en geanalyseerd. De deelnemers werden gevraagd het eerste hoofdstuk van The Empress of Salt and Fortune te lezen en beantwoordden daarna de vragen gebaseerd op hun leeservaring. Om het verschil in begrip te onderzoeken, werden drie identieke teksten waar enkel de voornaamwoorden verschilden willekeurig onder de respondenten verspreid. De non-binaire voornaamwoorden die gebruikt werden voor dit onderzoek waren die/hen/hun, die/die/diens en hen/hen/hun. De voornaamwoorden die het hoogst scoorden op reading engagement en mental imagery werden gebruikt in de uiteindelijke vertaling aangezien ervan uit gegaan wordt dat deze het meest kans maken om door een Nederlandstalig leespubliek geaccepteerd te worden. Verschillende subgroepen gebaseerd op bepaalde demografische gegevens, zoals provincie, werden ook onderzocht om de impact van deze factoren op het begrip van non-binaire voornaamwoorden te bestuderen.

De resultaten wijzen uit dat er slechts minieme verschillen in begrip waren tussen de drie verschillende groepen non-binaire voornaamwoorden. Alle teksten scoorden slecht op vlak van transportation, maar het begrip lag met die/die/diens voornaamwoorden algemeen iets hoger. Bijgevolg werd de volledige vertaling van de eerste vijf hoofdstukken van de novelle vertaald met die/die/diens voornaamwoorden.
Meer lezen

"Abeilles, poissons, gibier et animaux sauvages": de verhouding tussen dier, habitat en mens in Brabant tijdens de negentiende eeuw op basis van de Dictionnaire Géographique van Vandermaelen

Universiteit Gent
2023
Paulien
Daelman
Volgende scriptie onderzoekt of het mogelijk is om nieuwe referentiepunten te construeren betreffende de biodiversiteit van wilde dieren in Brabant tijdens de negentiende eeuw door een grotendeels onbekend bronnencorpus in de spotlights te zetten: de voorbereidende werken voor de Dictionnaire Géographique de Brabant van Vandermaelen en Meisser. Meer specifiek tracht ze de distributie, hoeveelheden, migratie en leefpatronen van wilde dieren in deze regio in interrelatie met de habitat en antropogene factoren te onderzoeken. Het doel is om vanuit deze nieuwe bron te vertrekken om te ontdekken wat hij kan bieden aan informatie over de fauna van Brabant.
Meer lezen

Small Spatial Greening Projects Influencing Gentrification Drivers

KU Leuven
2023
Bas
van der Putten
Studie rond het verschil tussen top-down en bottom-up approaches in vergroeningsprocessen. Inclusie van burgers in het proces blijken helpvol te zijn in de preventie van 'verkeerde' landschapsveranderingen, sociale veranderingen ten nadele van lange termijn bewoners, en eventuele misplaatsing van lage inkomstgezinnen.
Meer lezen

Paardenstaartjes en plooirokjes: een attitudeonderzoek naar de infantilisering van vrouwen op TikTok

KU Leuven
2023
Loes
Rupus
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Hoe beoordeelt de Vlaamse kijker TikTok-video's waarin volwassen vrouwen op infantiele wijze afgebeeld worden? Een attitudeonderzoek toont aan dat enerzijds mannen meer dan vrouwen en anderzijds jongvolwassenen meer dan 35-plussers positiever en toleranter staan tegenover dit online fenomeen.
Meer lezen

Lang leve neologismen! Wat bepaalt de levensduur van neologismen? Een corpusonderzoek.

KU Leuven
2022
Ella
Van Lint
Niet alle neologismen (nieuwe woorden) blijven in onze woordenschat. Deze scriptie onderzoekt welke kenmerken zorgen voor een langere levensduur bij nieuwe woorden.
Meer lezen

VERLIES IN DE THERAPIEKAMER. Betekenisreconstructie, post-traumatische groei en de therapeut als ervaringsprofessional.

Vrije Universiteit Brussel
2021
Daisy
Gijbels
Gecombineerd kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar hoe therapeuten omgaan met eigen verlies en verlies van cliënten.
Meer lezen

Design thinking in start-ups

Hogeschool UCLL
2020
Ellen
Struyf
In dit onderzoek stel ik mezelf de vraag of design thinking kan geïmplementeerd worden in een start-up. Ik bepaal eerst wat design thinking juist is en dan ga ik zelf een observatie houden en interviews afnemen. Dit alles samen creëert dan een toolkit met methodes om design thinking te kunnen toepassen.
Meer lezen

Plagen en om liefde vragen

KU Leuven
2019
Stiene
Prinsen
Deze masterscriptie biedt een analyse van het thema ‘godsdienst’ in de debuutroman De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld. De roman vertelt het verhaal van een gereformeerd boerengezin dat uiteenvalt na het overlijden van de oudste zoon. Het hoofdpersonage Jas laat zich leiden door een religieuze schuldneurose waarbij ze sterke twijfels uit omtrent het bestaan van God. Ze heeft het gevoel dat Hij niet aanwezig is. Hoewel het lijkt dat ze zich steeds meer distantieert van de Almachtige Vader, komt ze toch steeds dichter bij Hem te staan. De ijzigheid van de godsdienst en het verlangen naar liefde en affectie vormen de rode draad doorheen het verhaal. Om het thema ‘godsdienst’ te bespreken, zal er eerst een algemeen kader worden geschetst dat de roman situeert in een bevindelijk gereformeerd milieu. Daarna zoomt de inhoudelijke analyse in op de religieuze ruimte, de personages en hun Bijbelse overeenkomsten, het Exodusverhaal en het verband tussen de psychoanalyse en godsdienst. Deze scriptie hoopt, naast een inhoudelijke analyse van de roman, ook een beeld te schetsen van de bevindelijk gereformeerde samenleving.
Meer lezen

Changing Culture, Changing World: A Gramscian Approach to Ontologies in Radical Environmental Movements

Universiteit Gent
2019
Anton
Vandevoorde
Combining Antonio Gramsci’s cultural and counter-hegemonic theory with the ontological turn in anthropology, this thesis explores how the ontologies at radical environmental protest camps challenge the hegemonic ontology based on the division of nature and culture. The Mi’kmaq ontology at a blockade against an underground gas storage in Nova Scotia is juxtaposed with the ontology at a non-Indigenous protest camp against fracking in the United Kingdom. Although both counter-hegemonies challenge the dominant structure and superstructure through their practices, arguments and ideas, they retain distinctions. Both emphasise the entanglement of humans, other critters and commons like water, but seeing water as a self or the world as alive is less established in the English context. Yet the love for spirit water in the Mi’kmaq context is also based on a deep caring for future generations and the own world. Because of the important role stories play in the making of ontologies, both camps are introduced with a story from the site.
Meer lezen

King Leopold's Soliloquy and its Dutch translation: on translation delay and history

KU Leuven
2018
Marnik
Sarens
Mark Twain schreef in 1905 het pamflet King Leopold’s Soliloquy als protest tegen het gruwelijke Congobeleid van koning Leopold II. Het werk verscheen in Nederlandse vertaling pas tientallen jaren later, in 1961, bij de communistische Nederlandse uitgeverij Pegasus. Deze uitzonderlijke vorm van plotse, vertraagde vertaling vertelt veel meer over de mogelijke geheimen die onze samenlevingen kunnen dragen dan op het eerste gezicht misschien lijkt.
Meer lezen

Is je hond meenemen naar de therapeut een goed idee?

Thomas More Hogeschool
2017
Sigrid
Van Goethem
Een literatuurstudie omtrent de effecten van animal assisted therapy bij psychiatrische patiënten met specificatie omtrent honden. Daarbij aansluitend worden ook tips en aandachtspunten geformuleerd voor therapeuten die geïnteresseerd zijn om dit toe te passen in hun eigen praktijk.
Meer lezen

The effect of hypoxia on epithelial-to-mesenchymal transition and microbiome composition in the invertebrate model organism Daphnia magna

KU Leuven
2017
Emile
Clappaert
Het uitzaaien van kankercellen in het lichaam van de patiënt gaat nog steeds gepaard met een lage levensverwachting. Eén van de eerste stappen is het loskomen van de cellen uit de tumor (de epitheliale-naar-mesenchymale transitie) en wordt vaak geactiveerd door het gebrek aan zuurstof (hypoxie). Omdat een goed modelorganisme om deze transitie te bestuderen ontbreekt, introduceren we hier Daphnia magna, een invertebrate kreeftachtige, als nieuw model in kankeronderzoek.
Meer lezen

Variatie in het Nederlandse genus: een multimethodologisch perspectief

KU Leuven
2016
Evelien
Van den Branden
Afwijkend gedrag in het gebruik van de Nederlandse lidwoorden wordt als één van de typische kenmerken van etnolecten als Citétaal en Marokkaans Nederlands beschouwd. Waarom verkiezen jongeren van allochtone afkomst het lidwoord 'de' op plaatsen waar 'het' is vereist?
Meer lezen

Het gebruik van honden in Animal-Assisted Interventions

Odisee Hogeschool
2016
Bauke
Verbruggen
Animal-Assisted Interventions (AAI) worden steeds meer toegepast in de gezondheidszorg en diverse andere settings, waarbij vooral gebruik gemaakt wordt van honden. Deze scriptie kijkt naar de effecten van AAI op het welzijn van de betrokken honden en hoe deze reageren op de nieuwe omgevingen waarin zij hierbij terecht komen. Een overzichtstabel geeft criteria weer waaraan AAI zou moeten voldoen opdat het ook aan het welzijn van de hond tegemoet zou komen.
Meer lezen

Attitudes ten opzichte van welzijnsaspecten bij slachten. Een onderzoek in Vlaanderen over de conventionele en rituele slachting.

Odisee Hogeschool
2016
Kim
Pieters
In dit werk wordt de houding van de mens tegenover het slachten van dieren uiteengezet. Twee enquêtes werden uitgevoerd, om de attitude van consumenten te scoren en om DMO’s te bevragen over het welzijn van dieren in slachthuizen. Een ontwerp voor soortspecifieke welzijnschecklists in slachthuizen zijn opgesteld om stress en angstsignalen beter te herkennen.
Meer lezen

Is it About a Novel? Metafiction in At Swim-Two-Birds and The Third Policeman by Flann O'Brien

Vrije Universiteit Brussel
2015
Carolien
Van Nerom
Metafictie: breinvoer voor iedereenMetafictie in Flann O’Briens At Swim-Two-Birds en The Third Policeman Wie aan Ierse literatuur denkt, roept meteen een mentaal beeld op van James Joyce of misschien zelfs Samuel Beckett. Een gedachte die meteen daarop volgt is: hermetische schrijfsels. Zonder afbreuk te willen doen aan voornoemde giganten van de literaire canon schuift dit artikel een vergeten auteur naar voren.
Meer lezen

To Me or not to Me, that is the question”: het effect van bonussen op de mondaan-mond rekrutering van Generation Me

Universiteit Gent
2015
Michiel
Rupus
To Me or not To Me, that is the question.Opgelet: onderstaande statement kan als schokkend overkomen...Wist u dat werkloosheid één van de grootste organisationele problemen is op dit moment? U fronst uw wenkbrauwen. Uiteraard. We worden immers dagelijks geconfronteerd met de media die het ene faillissement na het andere aankondigt. Bedrijven die sluiten, ontslagen die vallen,… en toch is structurele werkloosheid nog een groot probleem.
Meer lezen

Het potentieel van morfologische en fysiologische informatie voor het classificeren van chemische stoffen in het zebravisembryo

Universiteit Antwerpen
2013
Evelyn
Stinckens
Vissen naar een nieuw proefkonijn: het zebravisembryoWereldwijd worden er duizenden chemische stoffen geproduceerd. Pesticiden, geneesmiddelen, plastics, parfums en nog veel andere chemicaliën komen in de omgeving terecht en kunnen ernstige gevolgen hebben voor het milieu en de menselijke gezondheid. Daarom is het belangrijk om de gevaren van deze chemische stoffen goed te kunnen inschatten. Met de huidige testmethoden zullen 2,6 miljoen proefdieren het leven moeten geven, willen we voldoende informatie verzamelen over de effecten van de vandaag gekende chemicaliën.
Meer lezen

Procédures de révision à deux étapes chez l'apprenant-traducteur : étude empirique

Universiteit Antwerpen
2013
Nirina
Rafidison
  • Isabelle
    Robert
Studenten als proefkonijnen voor revisie-onderzoekDeze scriptie met als titel “Procédures de révision à deux étapes chez l’apprenant-traducteur : etude empirique” wil achterhalen welke revisiemethodes of ook wel verbeterend nalezen, het beste werkt bij studenten. Deze Franstalige scriptie werd uitgevoerd aan Artesis Hogeschool Antwerpen Departement voor Vertalers en Tolken. De studie werd uitgevoerd binnen het kader van het jarenlange onderzoek naar revisie in vertalingen van Isabelle Robert, een docente Frans aan het Departement voor Vertalers en Tolken.
Meer lezen

Representatie van globalisering in de contemporaine literatuur in Vlaanderen en Nederland: vier casestudies

Universiteit Antwerpen
2013
Alisa
Coessens
Individuele onzekerheid en fake gezelschap troef anno 2012 !?Anno 2012 zijn wij, moderne mensen, altijd ‘in touch’ en liefst met de hele internationale wereld – via Facebook, Skype, Twitter enzovoort. Toch huist eenzaamheid in ieder van ons. Volgens de filosoof-socioloog Zygmunt Bauman is die eenzaamheid net het gevolg van een wereld waarin de grenzen zijn weggevallen, en waarin iedereen met alles en iedereen in verbinding staat.
Meer lezen

Aanzet tot een geïntegreerd ICT-beleid in de lagere school

HOGENT
2008
Tineke
Hemmeryckx
  • Bram
    Bagué
 
Aanzet tot een geïntegreerd ICT-beleid in de lagere school
Tineke Hemmeryckx en Bram Bagué
Eindwerk ingediend tot het bekomen van het diploma Bachelor in het onderwijs, lager onderwijs.
 
Naar aanleiding van de nieuwe eindtermen voor ICT, die ingevoerd werden op 1 september 2007, kwam er vanuit Stedelijke Freinetschool De Spiegel uit Gent de vraag aan Hogeschool Gent om hen te helpen bij het uitstippelen van een bruikbaar ICT-beleid.
Meer lezen

An assessment of the economic and legal impact of a EU prohibition on livestock cloning.

KU Leuven
2007
Walter
Reynders
Kloonvlees: binnenkort ook op uw bord?
 
Het klonen van dieren wordt stilaan een alledaags fenomeen. Wetenschappers zijn er in geslaagd om katten, herten, geiten, paarden, muizen, ezels, varkens, schapen en konijnen te klonen. Verwacht wordt dat het klonen van dieren een belangrijke rol zal spelen in de landbouw, de farmacie, het opnieuw tot leven wekken van uitgestorven diersoorten en in sporten zoals de jacht en het paardenrennen. Verder wordt er gewerkt aan gekloonde geiten met vetarme melk, kippen zonder veren en milieuvriendelijke varkens die minder CO2 uitstoten.
Meer lezen

Het verband tussen internetgebruik en depressie

KU Leuven
2007
Eef
Vervecken


Depressief door internet?
Meer lezen

Análisis del cuento Carta a una señorita en París de Julio Cortázar

Universiteit Antwerpen
2007
Tim
Michielsen
Waarom wordt een Argentijn zo aangetrokken tot Parijs en Frankrijk in het algemeen?

Dit is een vraag die we helaas niet meer kunnen stellen aan de inmiddels overleden schrijver Julio Cortázar (1914-1984). Wel kunnen we aan de hand van zijn kortverhaaltjes zijn levensverhaal en zijn visie op de wereld onder de schijnwerpers plaatsen. Een kortverhaal dat zijn leven en visie goed samenvat, is ‘Brief aan een meisje in Parijs’ (oftewel ‘Carta a una señorita en París’).
Meer lezen

De strijd tegen veroudering. Een bio-ethische analyse.

Universiteit Gent
2005
Adelheid
De Witte

 
___________________________________________________
 
Wie de laatste tijd de media in het algemeen en de vakliteratuur in het bijzonder opvolgt, zal de toenemende belangstelling voor de verlenging van de menselijke levensduur opmerken. De almaar intensiever wordende zoektocht naar de bron der eeuwige jeugd roept evenwel vragen op. Mag men anti-verouderingsgeneeskunde wel tot stand brengen? Onderzoek naar het ‘hoe en waarom van verouderen’ is niet alleen complex, het is bovendien controversieel.
 


Pogingen om het verouderingsmysterie op te lossen zijn niet nieuw.
Meer lezen