Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

The diversity of aquatic and moss-inhabiting diatom communities in the Westfjords, northern Iceland

Universiteit Antwerpen
2026
annika
coomans
De diversiteit van zoetwaterdiatomeeën in IJsland is nog onvoldoende gedocumenteerd, vooral in afgelegen regio's zoals de Westfjorden. Hierdoor blijft de biodiversiteit en ecologische structuur van diatomeeëngemeenschappen in deze regio grotendeels onbekend. In deze studie werd de zoetwaterdiatomeeënflora van de Westfjorden geïnventariseerd en werden patronen in de gemeenschapsstructuur onderzocht over verschillende aquatische en mosgebonden habitats. Tweeënzestig stalen afkomstig uit meren, poelen, rivieren, beken, watervallen en moshabitats werden geanalyseerd met behulp van lichtmicroscopie en, waar nodig, scanningelektronenmicroscopie. De diatomeeëngemeenschappen werden geïdentificeerd tot op het laagst mogelijke taxonomische niveau en geanalyseerd aan de hand van diversiteitsschattingen,
ordinatietechnieken en multivariate gemeenschapsanalyses. In totaal werden 403 taxa uit 71 genera geregistreerd, waaronder 317 taxa vastgesteld tijdens kwantitatieve tellingen en 86 aanvullende taxa die werden gedetecteerd tijdens kwalitatieve observaties. Schattingen van de soortenrijkdom suggereerden dat een aanzienlijk deel van de regionale flora nog niet werd waargenomen. Meer dan 60% van alle geregistreerde taxa kwam voor in minder dan 5% van de onderzochte stalen, wat wijst op het grote belang van zeldzame taxa binnen de diatomeeënflora van de Westfjorden. Er werden drie belangrijke diatomeeëngemeenschappen onderscheiden, die voornamelijk samenhingen met verschillen in habitattype en hydrologische omstandigheden. Daarnaast droeg het onderzoek bij aan de beschrijving en taxonomische herziening van verschillende taxa, waaronder de formele beschrijving van Planothidium islandicum als een nieuwe soort voor de wetenschap. De resultaten tonen aan dat de Westfjorden een uitzonderlijk diverse en ecologisch gedifferentieerde zoetwaterdiatomeeënflora herbergen. Deze studie levert een belangrijke basis voor toekomstig onderzoek naar biodiversiteit, biogeografie en ecologische veranderingen in IJslandse zoetwatersystemen.
Meer lezen

Wood identification and color technological research on 17th-century Flemish cabinets containing ebony (imitation)

Universiteit Antwerpen
2026
Flynn
Hermsen
In de 17de eeuw was Antwerpen een belangrijk Europees handelscentrum voor luxegoederen. Daartoe behoorden ook rijkelijk vervaardigde kabinetten, die vaak versierd waren met kostbare materialen en decoratieve technieken, zoals zilver, zijde, paneelschilderijen, ivoor, schildpad en ebbenhout. Ebbenhout is een zeldzame, dure, exotische zwarte houtsoort die werd gebruikt voor fineer en lijstwerk. Historische bronnen wijzen er echter op dat meubelmakers ook imitatietechnieken toepasten om het uitzicht van ebbenhout na te bootsen. Deze thesis onderzoekt de materialen en methodes die bij deze imitaties werden gebruikt, met als doel ambachtelijke praktijken bloot te leggen die vandaag nog grotendeels onbekend zijn. Hiervoor werd een gemengde aanpak gehanteerd, waarbij historisch onderzoek werd gecombineerd met wetenschappelijke analyse van een selectie 17de-eeuwse Vlaamse kabinetten. Dit omvatte houtidentificatie via optische microscopie en scanning-elektronenmicroscopie (SEM), en chemische karakterisering met draagbare X-ray fluorescentie (pXRF) en SEM-EDX. De analyse bevestigde een wisselende aanwezigheid van ebbenhoutimitatie op de onderzochte objecten. Visuele inspectie bleek nuttig om imitatie in fineer en lijstwerk op te sporen. In drie kabinetten werd vermoedelijk Pyrus sp. geïdentificeerd in plaats van Diospyros sp. Voor het onderzoek naar kleurtechnieken leverden XRF-metingen op de kabinetten en op testpanelen, gebaseerd op eigentijdse geschreven bronnen, een veelbelovende overlap op, maar bleven er hiaten. De studie wordt beperkt door analytische beperkingen, waardoor de resultaten slechts een gedeeltelijk beeld geven van de bredere praktijk van ebbenhoutimitatie in het 17de-eeuwse Vlaanderen. Toch is verder onderzoek nodig om de omvang en de technieken van deze vroege vorm van materiaalsubstitutie volledig te begrijpen, onder meer via uitgebreidere XRF-referentiemetingen op zowel ebbenhout als inheemse houtsoorten.
Meer lezen

Investigation of refractory-slag corrosion kinetics via in-situ high-temperature electrical conductivity measurements

Universiteit Gent
2026
Astrid
Notebaert
Tijdens deze masterproef onderzocht ik hoe de corrosie van vuurvaste materialen in metaalproductieprocessen beter kan worden opgevolgd. Deze speciale keramische materialen beschermen metaalovens tegen extreem hoge temperaturen en agressieve slakken (vloeibare metaaloxiden). Hoewel slakken essentieel zijn om onzuiverheden uit het vloeibare metaal te verwijderen en zo zuivere metalen te produceren, tasten ze de vuurvaste bekleding geleidelijk aan. Deze corrosie vormt één van de belangrijkste oorzaken van de degradatie van vuurvaste materialen en gaat gepaard met aanzienlijke economische en ecologische gevolgen.

Daarom onderzocht ik of elektrische geleidbaarheidsmetingen op hoge temperatuur kunnen worden gebruikt om dit corrosieproces in realtime op te volgen. Daarnaast bestudeerde ik hoe temperatuur, slaksamenstelling en het type vuurvast materiaal het corrosiegedrag beïnvloeden. De resultaten tonen aan dat veranderingen in de elektrische geleidbaarheid rechtstreeks verband houden met het corrosieproces. Bovendien blijkt dat corrosie niet alleen wordt bepaald door de eigenschappen van de slak of het vuurvaste materiaal zelf, maar ook door de reacties aan het grensvlak tussen beide materialen. Daarbij ontstaan reactielagen die het verdere corrosiegedrag beïnvloeden: sommige vormen een beschermende barrière die de aantasting vertraagt, terwijl andere weinig tot geen bescherming bieden.

Zo toont dit onderzoek aan dat corrosie in metaalovens in realtime gemonitord kan worden, wat op termijn kan bijdragen tot een veiligere, efficiëntere en duurzamere metaalproductie.
Meer lezen

Unlocking the protein potential of Ulva: a comparative analysis of European and Asian species and their gastrointestinal digestibility

Universiteit Gent
2026
Elias
Scheldeman
De toenemende vraag naar duurzame eiwitbronnen heeft de interesse in zeewieren als alternatieve ingrediënten
versterkt, onder meer vanwege hun lage milieu-impact en hun potentieel om tijdens gastro-intestinale vertering
bioactieve peptiden te genereren. In deze studie werden vier Ulva-soorten uit Europa en Zuid-Korea vergeleken op het
vlak van eiwitverteerbaarheid en peptidevrijstelling na gestandaardiseerde in vitro gastro-intestinale digestie
(INFOGEST 2.0), waarbij alle stalen onder identieke omstandigheden werden verwerkt om interspecifieke vergelijking
mogelijk te maken. De eiwitextracten werden geanalyseerd met biochemische assays en kwantitatieve confocale
laserscanning microscopie (CLSM). Er werden duidelijke interspecifieke verschillen vastgesteld, met een
eiwitverteerbaarheid tussen 38 en 83%, wat wijst op een sterke soortafhankelijkheid. Ulva australis (75.63% ± 8.77) en
Ulva linza (83.61% ± 4.58) vertoonden de hoogste verteerbaarheid en de meest gunstige peptidevrijstellingsprofielen,
wat duidt op een efficiëntere eiwitafbraak. Ulva fasciata daarentegen vertoonde consequent een lagere
verteerbaarheid (38.62% ± 10.09) en een meer resistente structurele organisatie na digestie, zoals bevestigd door CLSMobservaties. Deze resultaten tonen aan dat eiwitbenutting binnen Ulva sterk wordt bepaald door soortspecifieke
structurele eigenschappen. Samengevat benadrukken deze bevindingen duidelijke verschillen in digestieprestaties, die
van belang zijn voor de gerichte selectie van zeewierbiomassa voor toepassingen in functionele voeding en
eiwitvalorisatie.
Meer lezen

Productie en evaluatie van elektrogesponnen TEOS-gebaseerde nanovezelmembranen als SALDI-substraten voor fecale metabolomics via LA-REIMS

Odisee Hogeschool
2026
Elia Amnon
Bar On
Binnen een klinische en biomedische context zijn snelle en robuuste analysemethoden voor untargeted metabolomics essentieel. Laser-assisted rapid evaporative ionisation massaspectrometrie (LA-REIMS) maakt directe analyse van biofluïda mogelijk, maar de analytische prestaties worden bepaald door de intrinsieke matrixeigenschappen van het staal. Elektrogesponnen nanovezelmembranen kunnen via surface-assisted laser desorption/ionisation (SALDI) de desorptie en ionisatie verbeteren en zo de analyses versterken. Het potentieel van silicagebaseerde nanovezelmembranen als SALDI-substraten binnen LA-REIMS-gebaseerde metabolomics is echter nog onvoldoende geëvalueerd.

In deze studie wordt onderzocht in welke mate elektrogesponnen tetraethylorthosilicaat (TEOS)-gebaseerde nanovezelmembranen de prestaties van LA-REIMS-analyses voor fecale metabolomics beïnvloeden.

De productie van TEOS-membranen omvat het elektrospinnen van een sol-geloplossing, gevolgd door een thermische behandeling om een superhydrofiel membraan te verkrijgen. De morfologie en hydrofiliciteit worden gekarakteriseerd met scanning-elektronenmicroscopie, watercontacthoekmetingen en infraroodspectrometrie. De analytische prestaties worden geëvalueerd via LA-REIMS-analyse van fecale stalen en vergeleken met rechtstreekse analyse van feces en met geoptimaliseerde MetaSAMP-membranen. Data-analyse omvat principal component analysis, evaluatie van reproduceerbaarheid en vergelijking van metabolomische dekking.

LA-REIMS-analyses tonen aan dat met fecale stalen geïmpregneerde TEOS-membranen een metabolomische vingerafdruk genereren die vergelijkbaar is met die van feces as-such, met detectie van een groter aantal features. Tegelijkertijd worden, vergeleken met zowel MetaSAMP-membranen als feces as-such, beperkingen vastgesteld in reproduceerbaarheid en signaalintensiteit, met lagere signaalintensiteiten en meer variabele features (p < 0,01).

Na optimalisatie van de membraandikte en het staalvolume worden TEOS-membranen verkregen die significant hogere signaalintensiteiten opleveren dan feces as-such (p < 0,01; g > 1), met een hoger aantal gedetecteerde features (p < 0,01) en een aanvaardbare reproduceerbaarheid (> 75 % van de features met een variatiecoëfficiënt ≤ 30 %).

De resultaten tonen aan dat elektrogesponnen TEOS-gebaseerde nanovezelmembranen doeltreffend zijn als SALDI-substraat binnen LA-REIMS-gebaseerde metabolomics. Toekomstige studies kunnen zich richten op het optimaliseren van de membraanproductie, functionalisatiestappen en het verder afstemmen van de LA-REIMS-methode.
Meer lezen

Wandering through the osteocyte network of zebrafish vertebrae

Universiteit Gent
2025
Faith
Maes
Osteocyten, levende botcellen in de botmatrix, zijn de meest voorkomende botcellen bij zoogdieren. Ze reguleren botgroei, herstructurering en metabolisme via hun uitgebreid netwerk. Hoewel de zebravis een courant modelorganisme is in biomedisch onderzoek, richten de meeste studies naar zebravis botbiologie zich op botcellen die bot vormen (osteoblasten), gelegen op het botoppervlak en vroege ontwikkelingsstadia, vóór de ontwikkeling van osteocyten. Deze studie pakt het gebrek aan kennis over osteocyten in het volwassen zebravis skelet aan, specifiek hun morfologie, oriëntatie en distributie binnen de wervelkolom. We maken gebruik van continue seriële parasagittale coupes van volwassen zebravissen om de rugwervels te doorlopen. Lichtmicroscopie is gebruikt om osteocyten te meten en te beschrijven, en gepolariseerde lichtmicroscopie om de oriëntatie van het cellichaam en de cel uitlopers te identificeren ten opzichte van de oriëntatie van de vezels van de botmatrix. Osteocyt processen (of ook wel dendrieten genoemd) vormen een lacuno-canaliculair netwerk. De sterkte hiervan wordt beoordeeld door de osteocyt dichtheid te kwantificeren en de vertakking van dendrieten te evalueren. De studie focust op de osteocyt morfologie en de distributie van het lacuno-canaliculair netwerk tussen en binnen regio's van de wervels. Variaties in osteocyten grootte, vorm en distributie zowel tussen als binnen verschillende wervelregio’s werden geobserveerd. De osteocyten hebben een circulaire oriëntatie aan de uitersten van het wervellichaam (de eindplaten), maar zijn parallel met de anteroposteriore as in het midden van het wervellichaam. Dit komt overeen met de oriëntatie van de collageen vezels van de botmatrix. In de eindplaten van de wervelkolom is er een hoge abundantie van osteocyten ter hoogte van de Sharpey vezels met een dens netwerk van dendrieten die daarop loodrecht georiënteerd zijn. Het doornuitsteeksel heeft osteocyten met een verschillende morfologie. Ze zijn lang en dun met gepolariseerde lange dendritische processen die parallel georiënteerd zijn met de collageen vezels. Deze studie presenteert inzichten in osteocyten morfologie, densiteit en organisatie in wervellichamen van Danio rerio.
Meer lezen

Improving RNA interference-based pest control using cationic polymethacrylate polymers: a case study in Spodoptera frugiperda and Leptinotarsa decemlineata

Universiteit Gent
2025
Simon
Vermeulen
Biotische factoren, zoals landbouwplagen, dragen wereldwijd aanzienlijk bij aan oogst- en voedselverliezen. Momenteel worden synthetische pesticiden nog vaak ingezet om deze organismen te bestrijden. Vanwege problemen met persistente residuvorming, risico’s voor de volksgezondheid en het ontstaan van resistentie, gecombineerd met een toenemende stimulans voor geïntegreerde plaagbeheersing, is een geleidelijke vervanging door nieuwe, veilige bestrijdingsstrategieën, zoals RNAi, noodzakelijk. Om complicaties met genetische modificatie te vermijden, kan een sproei-gebaseerde aanpak worden toegepast. Echter, hierbij blijft er onwetendheid bestaan. Deze scriptie onderzocht de potentie van de polymeren PAEMA en PGUMA, in verschillende configuraties, om deze uitdagingen te helpen overwinnen aan de hand van vier functionele parameters: de stabiliteit van dsRNA in larvale darmextracten via ex vivo degradatie-assays, niet-doelwit toxiciteit via in vitro assays, en cellulaire opname alsook polyplexvrijgave middels confocale microscopie.
Meer lezen

Trapped gold, flashy dyes: Taking advantage of zeolitic imidazolate framework-8’s weakness

KU Leuven
2025
Manu
Donders
In dit werk wordt het zuurgevoelige gedrag van zeolitic imidazolate framework‑8 (ZIF‑8) onderzocht en benut voor de ontwikkeling van een nieuwe aanpak voor de zuivering, hantering en dosering van goudnanodeeltjes (AuNPs). Daartoe worden AuNPs ingekapseld in ZIF‑8, waardoor hybride AuNP@ZIF‑8‑poeders ontstaan. Deze poeders vergemakkelijken het werken met AuNPs, maken efficiënte zuivering mogelijk via centrifugatie bij lage g‑krachten, en vertonen uitstekende resuspensie na zuur‑geïnduceerde afbraak van ZIF‑8. De inkapselingsstrategie bleek zeer effectief: na drie zuiveringscycli werd meer dan 80 % van het goud behouden, terwijl dit voor niet‑ingekapselde AuNPs slechts 25 % was. Bovendien maakt de inkapseling het mogelijk om ongezuiverde colloïdale AuNP‑systemen om te zetten in robuuste, resuspendeerbare poeders die geschikt zijn voor transport en langdurige opslag.
Meer lezen

Antiproliferative properties of two legume lectins against cancer cells: effects and modes of action

Universiteit Gent
2024
Lien
Ervijn
Kanker is nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak wereldwijd. Lectinen, één van de belangrijkste groepen van suiker-bindende eiwitten, zijn veelbelovend als kankertherapie. Voortbouwend op dit potentieel werden tijdens deze thesis de effecten van het mannose-specifieke Dioclea megacarpa lectine (DmegA) en het galactose-specifieke Vatairea lundellii lectine (VLL) op verschillende kankercellen onderzocht. Vijf menselijke cellijnen werden geëxamineerd, namelijk de HeLa-, (baarmoederhalskanker), HT-1080- (fibrosarcoma), PANC-1- (pancreaskanker), MCF-7- (borstkanker) en NHDF-cellijnen (fibroblasten). Op basis van levensvatbaarheid, motiliteit en maatschappelijk belang, werden volgende cellijn-lectine combinaties gekozen: DmegA toegediend
aan PANC-1-cellen en VLL toegediend aan HT-1080-cellen.

De lectinen worden geïnternaliseerd in beide cellijnen. Deze observatie in combinatie met een verhoging in ROS-productie, caspase-9 activiteit en PUMA-expressie wijst op de activatie van de intrinsieke apoptose route. Bovendien onthulde de qPCR-analyse een verhoogde expressie van EDEM, een gen van belang in ER-stress. De cellulaire locatie van DmegA in PANC-1-cellen stemt hiermee overeen. Verder duidt het binden van de lectinen aan het celoppervlak, in combinatie met een verhoogde caspase-8 activiteit op de simultane activatie van de extrinsieke apoptose route.
Morfologische veranderingen van de cellen, namelijk vesikels aan het celoppervlak van HT-1080-cellen, en afbraak van de kern en afname van het celvolume van PANC-1-cellen, stroken verder met de activatie van deze routes. De qPCR-analyse impliceert ook de activatie van pyroptose in beide cellijnen, en mitofagie in de HT-1080-cellijn. DmegA en VLL zijn dus lectinen die apoptose en ERstress kunnen induceren in fibrosarcoma- en pancreaskankercellen.
Meer lezen

Idiopathic nodular glomerulosclerosis and diabetic nephropathy: Two distinct entities?

Universiteit Gent
2024
Kyara
Baert
Inleiding: Idiopathische nodulaire glomerulosclerose (ING) is een zeldzame glomerulaire aandoening die gediagnosticeerd wordt op basis van (typisch nodulaire) mesangiale matrix expansie op licht- en elektronenmicroscopie in afwezigheid van diabetes mellitus. Aangezien ING en DN histologisch moeilijk van elkaar onderscheiden kunnen worden, werden in deze studie ING-patiënten zowel klinisch als histologisch vergeleken met DN-patiënten. Daarnaast werden de algemene overleving, een composiet eindpunt (dialyse/transplantatie/dood/verdubbeling van serumcreatinine) en de longitudinale evolutie van de nierfunctie (eGFR) geanalyseerd om zo de progressie van deze twee entiteiten te onderzoeken.

Methodologie: Alle nierbiopten (n = 4553), die beschikbaar waren in de Vlaamse FCGG-NBVN databank tussen januari 2017 en maart 2023 en de nierbiopten die beschikbaar waren in het Universitair Ziekenhuis Gent tussen oktober 2022 en maart 2023, werden gescreend op de aanwezigheid van de primaire diagnose ING en DN, resulterend in 13 ING-patiënten en 63 DN-patiënten. Deze patiënten werden onderverdeeld in vier groepen gebaseerd op de aanwezigheid van histologische kenmerken: ING nodulair, ING diffuus, DN nodulair en DN diffuus. De klinische kenmerken werden vergeleken voor zowel de ING- en DN-groepen als voor de vier groepen gebaseerd op hun histologische kenmerken. Kaplan-meier overlevingsanalyses en longitudinale data analyses voor eGFR werden uitgevoerd om de klinische en renale progressie van de twee entiteiten te onderzoeken. Daarnaast werd elke ING-patiënt gematcht aan een DN-patiënt op basis van geslacht, leeftijd (met een range van 5 jaar) en type mesangiale expansie (diffuus of nodulair), resulterend in 11 DN-patiënten die gematcht konden worden aan 13 ING-patiënten. Voor deze subset van ING- en DN-patiënten werden histologische analyses uitgevoerd.

Resultaten: ING-patiënten waren ouder en hadden frequenter een voorgeschiedenis van roken dan DN-patiënten. Dit verschil was echter niet significant. Bij het vergelijken van de vier subgroepen gebaseerd op de histologische kenmerken (ING nodulair, ING diffuus, DN nodulair, DN diffuus), werd een significant verschil in serum albumine vastgesteld.
Er werden significant meer gecollabeerde laesies gezien in de ING-biopten dan in de DN-biopten op lichtmicroscopie. Er was een significant verschil in distributie van de aberrante vaten: 61.6% van de aberrante vaten bij de ING-patiënten werden geobserveerd aan de glomerulaire vaatpool vergeleken met 9.1% bij de DN-patiënten.
In het algemeen was er geen significant verschil in overleving in functie van tijd tot event voor het composiet eindpunt dialyse, transplantatie, dood of verdubbeling van serumcreatinine tussen ING- en DN-patiënten. Toch was de overleving van de ING-patiënten significant lager dan de overleving van DN-patiënten in de actieve rokers groep wanneer de analyse gestratificeerd werd op basis van actief roken.
De lineaire mixed model analyse toonde een significant snellere eGFR daling van -5.94 ml/min/1.73m² per jaar voor DN-patiënten vergeleken met ING-patiënten, die een eGFR daling van -3.61 ml/min/1.73m² per jaar kenden. Wanneer actieve rokers met niet-rokers over de twee groepen (DN en ING) werden vergeleken, toonden de actieve rokers een significant snellere eGFR daling dan de niet-rokers.

Discussie: Met uitzondering van het frequenter voorkomen van de aberrante vaten aan de vaatpool en de gecollabeerde laesies in de ING-groep, hebben ING en DN veel histologische gelijkenissen. Toch werd er in deze studie klinische verschillen in progressie tussen deze twee aandoeningen geobserveerd. Ondanks dat DN-patiënten een slechtere renale progressie van de eGFR over tijd hebben (met een follow-up tijd van 4 jaar), hebben ING-patiënten een slechtere algemene overleving op basis van het composiet eindpunt dialyse, transplantatie, dood en/of verdubbeling van serumcreatinine. Hierdoor stellen wij dat DN en ING twee verschillende entiteiten zijn. ING-patiënten hebben namelijk meer risicofactoren zoals hypertensie, obesitas en roken waardoor ze een verschillende klinische progressie vertonen. Daarnaast wordt in deze studie de negatieve invloed van actief roken op de progressie van beide ziekten opnieuw benadrukt.
Meer lezen

Structural studies of HTLV-1 reverse transcriptase for antiviral drug design

KU Leuven
2024
Brecht
Bollaert
  • Adéla
    Novotná
Human T-cell leukaemia virus type 1 (HTLV-1) is a major problem in highly endemic regions and is the causative agent for adult T-cell leukaemia and HTLV-1-associated myelopathy/tropical spastic paraparesis. To date, no cure is available for either of these diseases, yet prevention of HTLV-1 infection has proven to be a viable option. The HTLV-1 reverse transcriptase (RT) enzyme provides an interesting drug target due to its vital function in the viral replication. In this thesis, we aim to obtain the structure of HTLV-1 RT via single-particle cryogenic electron microscopy (cryo-EM) and gain insight into the mechanisms it employs to perform its DNA polymerase function. In the first part, an extensive analysis was conducted on phylogeny, gene ontology, and homology, where we found HTLV-1 RT to have great similarity to both human immunodeficiency virus type 1 RT and human endogenous retrovirus K RT. Following this, a physiologically relevant model of HTLV-1 RT in complex with a nucleic acid dimer was constructed and used in an antiviral compound docking study. In the second part, multiple plasmids were designed to express HTLV-1 RT in various forms and were transformed into multiple Escherichia coli (E. coli) strains for recombinant protein expression. After induction, HTLV-1 RT was isolated using nickel-histidine affinity chromatography. Here, the recombinant protein yield remained very low, which prompted us to perform an in-depth analysis of the HTLV-1 RT encoding mRNA. Via RT-qPCR, significant variation in mRNA expression levels between constructs was observed, but the presence of HTLV-1 RT encoding mRNA was confirmed. In silico RNA folding of the HTLV-1 RT mRNA suggested the occurrence of a highly stable GC-rich hairpin loop at the 5’ end of the mRNA. In conclusion, we substantiated the link between HIV-1 RT and HTLV-1 RT necessary to validate the effort in
screening anti-HIV-1 RT compounds against HTLV-1 RT. Furthermore, by docking these compounds into a physiologically relevant in silico model of HTLV-1 RT, we showed that some of those would favourably bind to HTLV-1 RT’s polymerase active site with sub-nanomolar affinity. Additionally, we successfully expressed and isolated HTLV-1 RT in low quantities. This low yield is most likely explained by the presence of a highly stable GC-rich hairpin loop at the 5’ end of the mRNA, reducing the ribosomes' binding capacity for successful translation. Although we succeeded in expressing HTLV-1 RT, higher quantities are required to perform structural studies. In the future, once sufficient protein is obtained, a high-resolution model of HTLV-1 RT can be constructed, which will allow for high-throughput drug screening and the development of HTLV-1 RT-specific drugs, for which there is a great need.
Meer lezen

Parelmoer pour toujours: Consolidatie van lacque burgauté op Pierre Gole tafel uit collectie Smidt van Gelder

Universiteit Antwerpen
2023
Vadim
Van Meenen
Genomineerde shortlist Eosprijs
Onderzoek naar consolidatieproducten voor lacque burgauté op een unieke Barokke pronktafel van Louis XIV.
Meer lezen

Ontwikkeling van polypeptide-geneesmiddelconjugaten met gerichte mitochondriale afgifte

Universiteit Gent
2023
Kato
D'Hauwe
Onderzoek naar een 'trivalent'-systeem, een polypeptide-geneesmiddelconjugaat dat gerichte afgifte aan mitochondriën mogelijk maakt voor de behandeling van aandoeningen zoals borstkanker. Het systeem bestaat uit drie componenten verbonden door een lysine, waaronder een mitochondriale gerichte groep (TPP), een polypeptidedrager (PLO), en een geneesmiddel of probe. Het onderzoek omvatte de synthese, karakterisering, en in-vitrotesten, evenals pogingen om de cellulaire toxiciteit te verminderen door de positieve ladingen te coaten met VLC3, wat potentieel veelbelovend is voor toekomstig gebruik in transfectiedoeleinden.
Meer lezen

Phenotypic characterization of induced pluripotent stem cell-derived cardiomyocytes from an arrhythmogenic cardiomyopathy patient carrying a pathogenic variant in desmoplakin

Universiteit Gent
2023
Léa
De Bleeckere
  • Laurens
    Léger
  • Jeffrey
    Aalders
Hartcellen zijn gekweekt vanuit stamcellen van patiënten met een aandoening van het hart en onderzocht via microscopie en kleuring.
Meer lezen

Deep learning voor automatische materiaalidentificatie in elektronen energieverlies spectroscopie

Universiteit Antwerpen
2023
Arno
Annys
Genomineerde longlist mtech+prijs
Elektronen energieverlies spectroscopie (EELS) is een populaire analytische techniek die zeer direct informatie levert over de chemische samenstelling van een materiaal. Deze thesis gebruikt deep learning en en eigen gesimuleerde EELS dataset om automatisch EELS data te vertalen naar chemische info. Hierbij wordt de tussenkomst van een menselijke expert overbodig.
Meer lezen

Evaluating the effect of biostimulants on Hyaloperonospora arabidopsidis-infected Arabidopsis thaliana plants

KU Leuven
2023
Hendrik
Thiels
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Pesticiden worden veelvuldig gebruikt in de landbouw, echter brengen deze veel problemen met zich mee, zoals het vergiftigen van ons leefmilieu. Een mogelijke vervanger hiervoor zijn biostimulanten: biologische substanties die allerhande effecten hebben op de besproeide plant. In deze scriptie werden 6 verschillende biostimulanten getest op pathogeen reducerende effecten gebruik makende van Arabidopsis thaliana als modelplant en Hyaloperonospora arabidopsidis als model plantpathogeen.
Meer lezen

The role of initiators in epoxide-based thin-film composite membranes

KU Leuven
2023
Irian
Baert
  • Rhea
    Verbeke
  • Daan
    Van Havere
De black-box synthese van epoxide-gebaseerde dunne film composiet membranen kon beter bergrepen worden door uitgebreide karakterisatie van membranen die werden gesynthetiseerd met strategisch uitgekozen tertiaire amine initiatoren. Zo werden belangrijke initiator eigenschappen duidelijk, alsook welke stappen in de synthese het belangrijkste zijn om zout selectieve membranen te vormen.
Meer lezen

Schwann cell membraan compositie, dynamiek en interacties met hun micro-omgeving in de ziekte van Charcot-Marie-Tooth type 1A: een patient-in-een-schaal model

Universiteit Hasselt
2022
Koen
Kuipers
  • Tim
    Vangansewinkel
  • Esther
    Wolfs
  • Jeroen
    Bogie
  • Hanne
    Jeurissen
  • Karen
    Libberecht
  • Steffie
    Hasevoets
  • Sam
    Vanherle
  • Melanie
    Loix
De ziekte van Charcot-Marie-Tooth type 1A (CMT1A) is de meest voorkomende genetische zenuwziekte van het perifere zenuwstelsel, waar tot op heden nog geen therapie voor bestaat. In deze scriptie werd er gekeken naar de ziekte-gerelateerde Schwann cellen en hun verandering in membraan- en veteigenschappen in onze humane stam cell modellen. De experimenten van deze scriptie verduidelijken een belangrijk aspect van de CMT1A pathologie.
Meer lezen

Identificatie van Ascarophis sp. in Scorpaena porcus door morfologische analyse

Hogeschool VIVES
2022
Matisse
Decaluwe
24 Scorpaena porcus stalen werden onderzocht op de aanwezigheid van nematodes, meer specifiek Ascarophis sp. De identificatie van Ascarophis sp. leidde tot de ontdekking van de aanwezigheid van Ascarophis filiformis samen met een nieuwe gastheer en locatie.
Meer lezen

The anti-inflammatory effect of mesenchymal stem cell-derived extracellular vesicles in Niemann-Pick disease type C1 pathology

Hogeschool West-Vlaanderen
2021
Jonas
Castelein
De ziekte van Niemann-Pick type C1 is een ziekte waarvoor tot op heden enkel symptomatische behandelingen beschikbaar zijn. In deze scriptie wordt een behandeling gebaseerd op mesenchymale stamcel-afgeleide extracellulaire vesikels getest.
Meer lezen

Tuning the percolation of attractive Red Blood Cells

KU Leuven
2021
Kwinten
Torfs
Bouwen met de cellen van het lichaam? Rode bloedcellen zijn in staat zich te organiseren in treintjes en zelfs om heuse percolatienetwerken te bouwen!
Meer lezen

Crossing the Line: A Tide-Shift between Epochs of Oceanic Literature in Joseph Conrad’s Lord JimCrossing the Line: A Tide-Shift between Epochs of Oceanic Literature in Joseph Conrad’s Lord Jim

KU Leuven
2019
Peter
Wisan
Deze thesis analyseert de mensheid zijn relatie met de zee in de overgangsperiode door de lens en aanwijzingen beschikbaar in Lord Jim, en extrapoleert vanwege het intersectionele moment van Conrads schrijven hoe we de zee in de moderne samenleving bekijken.
Meer lezen

Effect of ubiquitination on Parkinson’s Disease associated proteins alpha-synuclein and synphilin-1 in humanized yeast models

KU Leuven
2019
Jens
Loncke
Dit project onderzocht de rol van ubiquitinatie op de toxiciteit en het aggregeren van alfa-synucleïne en synphilin-1 in gehumaniseerde gistmodellen voor de ziekte van Parkinson.
Meer lezen

Cavity Optomechanics in a Millikelvin Environment

KU Leuven
2017
Yasmine
Sfendla
In dit werk werd de optimale methode gevonden om de beweging van een minuscuul spiegeltje op veren te meten, door er licht op af te sturen. Door met minder licht de beweging preciezer te meten, kan de beweging ook tegengewerkt worden. Als het spiegeltje bijna stilstaat, kan het in een kwantumtoestand gebracht worden: een toestand waarbij het op twee plaatsen tegelijk kan zijn.
Meer lezen

Effects of radiotherapy and concurrent VEGF-inhibition on tumor microvascular function in a mouse xenograft model

Universiteit Gent
2016
Bert
Verberckmoes
Een onderzoek naar de mogelijkheid om therapieresistente kanker te behandelen door normalisatie van de bloedvatfunctionaliteit.
Meer lezen

Atomic Force Microscopy: a tool to study zeolite growth and transformation

KU Leuven
2016
Maarten
Houlleberghs
  • Prof. Francis
    Taulelle
Inzicht in zowel het groeimechanisme van zeolieten als in de condities die dit mechanisme tot stand brengen, is essentieel om de synthese van zeolieten met een specifieke grootte, vorm en functionaliteit mogelijk te maken. In deze scriptie werden de groeimechanismen van MER-, UTL-, OKO- en IWW-type zeolieten onderzocht door de aanwezige oppervlaktestructuren te identificeren met behulp van atoomkractmicroscopie (Atomic Force Microscopy in het Engels of kortweg AFM). Bovendien werden verschillende mechanische nabehandelingen op deze materialen uitgevoerd om zo de totale beschikbare oppervlakte van de zeolietpartikels te vergroten.
Meer lezen

Vonkerosie van koolstofvezel versterkte kunststof

KU Leuven
2016
Joris
Claes
Deze masterproef gaat na of het mogelijk is om zinkvonken (EDM) toe te passen op koolstofcomposiet (CFRP). Er is over dit onderwerp weinig literatuur beschikbaar. Daarom wordt gestart met enkele experimenten. Deze tonen aan dat industrieel CFRP (???? = 0,01Ωcm) bewerkbaar is met vonkerosie. Een ruimer opgezet experimenteel onderzoek, bestudeert in tweede instantie de optredende materiaalafnamemechanismen en de invloed van het vonkproces op het materiaal. De volgende experimentele randvoorwaarden zijn daarbij van toepassing: een koperelektrode (Ø = 10mm) met negatieve polarisatie die 1mm diep vonkt. Een parameterbereik met stroom van 1 tot 65A en pulsduur van 0,8 tot 200µs. Verder wordt een machinefunctionaliteit gebruikt waardoor overige parameters automatisch optimaal worden geregeld. Het resultaat wordt onderzocht via een spaananalyse en microscopie, en SEM en EDX analyses toegepast op bewerkte doorsneden en oppervlakken. Dit laat toe om vier mogelijke optredende materiaalafnamemechanismen te verklaren. De verschillende experimenten resulteren ook in twee optimale vonktechnologieën. Met een statistische analyse wordt de relatie tussen de procesparameters en een aantal uitgangsgrootheden (MRR, Ra en randkwaliteit) onderzocht. De studie wordt afgerond met het onderzoeken van het effect van polarisatie; de invloed van een grafietelektrode; en een analyse van stroom en spanningspulsen via pulsmonitoring.
Meer lezen

The biofilm paradigm as the elucidation of otitis media with effusion

Universiteit Gent
2014
Ann-Sophie
De Paepe
  • Edward
    Lambert
De rol van biofilm in middenoorontsteking met effusie1. InleidingHet is bekend dat middenoorontstekingen vaak voorkomen bij kinderen. Middenoorontsteking met effusie (otitis media met effusie, OME) is een bijzondere vorm van middenoorontsteking die gekarakteriseerd wordt door een ophoping van vloeistof achter een gesloten trommelvlies, maar die niet gepaard gaat met koorts en pijn. OME is één van de meest voorkomende redenen voor huisartsbezoeken, gebruik van antibiotica en chirurgie tijdens de eerste kinderjaren.
Meer lezen

Het biofilmparadigma als verklaring voor otitis media met effusie

Universiteit Gent
2014
Edward
Lambert
  • Ann-Sophie
    De Paepe
De rol van biofilm in middenoorontsteking met effusie1. InleidingHet is bekend dat middenoorontstekingen vaak voorkomen bij kinderen. Middenoorontsteking met effusie (otitis media met effusie, OME) is een bijzondere vorm van middenoorontsteking die gekarakteriseerd wordt door een ophoping van vloeistof achter een gesloten trommelvlies, maar die niet gepaard gaat met koorts en pijn. OME is één van de meest voorkomende redenen voor huisartsbezoeken, gebruik van antibiotica en chirurgie tijdens de eerste kinderjaren.
Meer lezen

Design and Synthesis of Stapled Peptides for Enhanced DNA Binding and Cell Penetration

Universiteit Gent
2014
Dorien
Van Lysebetten
Een kleine stap richting gentherapie met DNA-bindende peptidenHet verstarren van peptiden, een methode waarbij de 3D-structuur van de molecule wordt vastgezet, gebruikt men al enkele jaren binnen de medicinale chemie om een betere binding aan eiwitten te verkrijgen en om het peptide te beschermen tegen enzymatische afbraak.
Meer lezen