Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

DE RECHTSVORDERING VAN RECHTSPERSONEN TER VERDEDIGING VAN ALGEMENE BELANGEN Aan poten en hoeven gebonden? De rechtsvordering van verenigingen ter verdediging van dierenwelzijn: een kritische toetsing

Vrije Universiteit Brussel
2025
Astrid
Pepermans
De mogelijkheid voor verenigingen om in rechte op te treden ter verdediging van algemene belangen – dat wil zeggen belangen die verband houden met hun statutair doel – vormt al jarenlang een bron van juridische en maatschappelijke discussie. Het vraagstuk werd recent opnieuw op scherp gesteld door het arrest van het Belgische Hof van Cassatie van 11 juni 2024, waarin de burgerlijke partijstelling van vzw Animal Rights onontvankelijk werd verklaard wegens een gebrek aan eigen belang in de zin van artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek. De vzw had zich, naar aanleiding van ernstige schendingen van dierenwelzijnswetgeving, burgerlijke partij gesteld in een strafprocedure tegen een slachthuis en diens zaakvoerder. Hoewel het Gentse Hof van beroep het jaar voordien nog had geoordeeld dat de vzw een eigen belang kon aantonen op basis van haar statutair doel, kwam het Hof van Cassatie tot een tegengestelde conclusie.

De vraag of, en onder welke voorwaarden, dergelijke rechtspersonen een rechtsvordering kunnen uitoefenen, raakt aan fundamentele beginselen van het procesrecht en aan de klassieke tweedeling tussen het private en publieke domein waarop het Belgisch recht steunt. Deze indeling onderscheidt enerzijds private belangen, die via de burgerlijke procedure worden verdedigd door titularissen van subjectieve rechten of hun gemachtigden, en anderzijds het publieke belang, waarvoor doorgaans het openbaar ministerie optreedt, meestal binnen het strafrecht.

Deze bijdrage beoogt een diepgaande analyse van de ontvankelijkheidsvoorwaarden die de Belgische rechtsorde hanteert voor rechtspersonen die algemene belangen in rechte willen verdedigen, met bijzondere aandacht voor dierenwelzijnsverenigingen. De uiteenzetting vertrekt dan ook vanuit de centrale onderzoeksvraag: Hoe verhoudt de invulling van het belang, de hoedanigheid en de (potentieel) geleden schade als ontvankelijkheidsvoorwaarden voor de rechtsvordering van rechtspersonen ter verdediging van de algemene belangen zich tot de behartiging van dierenwelzijn?

Al in de jaren 60 wees de koninklijk commissaris bij het ontwerp van het gerechtelijk wetboek op het ontbreken van een uitgewerkte theorie rond de rechtsvordering, met inbegrip van vorderingen ingesteld door rechtspersonen. Een eenduidige, coherente en systematische wettelijke regeling kwam er tot op heden niet. Een wisselvallige rechtsleer én rechtspraak is het gevolg.

Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden, vat dit artikel aan met een verkenning van het juridisch en rechtsdogmatisch kader waarin de rechtsvordering, het belang, de hoedanigheid en de schade wordt geconceptualiseerd en geïnterpreteerd. Ook een overzicht van de historische en actuele positie van de rechtsvordering van rechtspersonen ter verdediging van algemene belangen is onontbeerlijk. Door de juridische en politieke premissen te onderzoeken waarop uiteenlopend invulling is gegeven aan de toepassingsvoorwaarden ervan, en door na te gaan hoe deze verschillende benaderingen zich tot op vandaag in de praktijk manifesteren, brengt dit artikel bestaande lacunes en begripsverwarring in kaart.

De focus wordt vervolgens, aan de hand van een veldstudie, toegespitst op de mogelijkheid voor verenigingen die milieubescherming en dierenwelzijn nastreven om als burgerlijke partij op te treden in strafzaken. Deze veldstudie, ingegeven door het arrest van 11 juni 2024, toont aan dat zelfs na de hervorming van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek – waarmee de initiatiefnemers beoogden de juridische mist rond de rechtsvordering weg te nemen – nog steeds geen sluitende interpretatie bestaat over de ontvankelijkheidsvoorwaarden van de rechtsvordering van rechtspersonen.

Dit is niet alleen problematisch in de burgerlijke rechtspraak. Zoals de analyse in deze bijdrage aantoont, treden verenigingen ook in strafzaken op om dierenleed onder de aandacht van de rechter te brengen, met inconsistente rechtspraak als resultaat. Gezien de maatschappelijke urgentie en het toenemende draagvlak voor handhaving van dierenwelzijnswetgeving, is de nood aan een eenduidig wettelijk kader en aan rechtszekerheid des te groter. In dat opzicht overstijgt deze bijdrage de technisch-processuele discussie over ontvankelijkheid, en raakt ze ook aan fundamentelere vragen over wie er het best geplaatst is om dierenwelzijn te verdedigen in het gerecht, op welke manier dierenleed kan worden gesignaleerd, erkend en gecompenseerd, en welke belangen – vooral wanneer ze niet worden gestut door eigen subjectieve rechten – al dan niet een juridische stem verdienen.

Daarbij wordt ook stilgestaan bij de mogelijkheid van verdere wetgevende actie. Twee wetsvoorstellen van 16 september 2024 en van 11 oktober 2024 trachtten het hiaat in de toegang van dierenwelzijnsverenigingen tot de rechter op te vullen door in artikel 17 Gerechtelijk Wetboek een uitdrukkelijke rechtsvordering toe te kennen aan deze verenigingen. Dit roept de vraag op of het wenselijk is om opnieuw een bijzonder wettelijk regime in te voeren, dan wel of het tijd is om de conventionele, binaire fundamenten van de rechtsvordering in België te herzien, in het licht van belangen die vandaag nog te vaak noodgedwongen zonder juridisch klankbord blijven.
Meer lezen

Naar een territoriaal verankerde landbouw: De rol van slachthuisinfrastructuur als gedeelde en strategische voorziening

Universiteit Gent
2025
Basiel
Van Rillaer
Deze masterproef onderzoekt de rol van slachthuisinfrastructuur in de territoriale verankering van landbouw. Slachthuizen worden doorgaans gezien als technische voorzieningen, maar in werkelijkheid bepalen ze in hoge mate hoe voedselproductie georganiseerd wordt, wie toegang heeft tot verwerking en hoe producenten en consumenten met elkaar verbonden blijven. De centrale onderzoeksvraag luidt: hoe hebben slachthuisinfrastructuren bijgedragen aan de verankering van landbouw in haar territorium, welke transformaties hebben geleid tot hun ontkoppeling, en onder welke voorwaarden kan herterritorialisering plaatsvinden?
De relevantie van dit onderzoek ligt in de hedendaagse context. Terwijl de vraag naar korte ketens, dierenwelzijn en duurzame voedselvoorziening groeit, verdwijnen kleinschalige slachthuizen of worden ze opgeschaald tot industriële complexen. Dit creëert knelpunten voor boeren die niet in dat grootschalige model passen en ondermijnt de veerkracht van lokale voedselnetwerken. Slachthuizen vormen zo een vaak vergeten, maar cruciale schakel in de transitie naar duurzamere landbouwsystemen.
Methodologisch steunt de studie op vijf casestudy’s die verschillende vormen van slachthuisinfrastructuur in beeld brengen: de thuisslachter Erik De Vogelaere, Slagerij Vande Walle, het private slachthuis Matanza, de coöperatie WAPICOWP en de mobiele slachtunit voor pluimvee. Via interviews, historische analyse en beleidskaders worden deze praktijken onderzocht. De vergelijking resulteert in een typologie met vier hoofdtypes: geïntegreerd ambachtelijke infrastructuur, private slachthuizen met gedeeld gebruik, mobiele slachtunits en coöperatieve modellen. Deze typologie toont dat slachthuisinfrastructuren zich bewegen in een spanningsveld tussen schaalvergroting en lokale verankering, privaat ondernemerschap en collectieve organisatie, formele regelgeving en informele praktijken.
De cases laten zien dat kleinschalige infrastructuur kan overleven wanneer bepaalde randvoorwaarden aanwezig zijn, zoals familiale opvolging, ondernemerschap, sterke lokale netwerken of gedeeld eigenaarschap. Tegelijkertijd blijkt dat deze voorwaarden uitzonderlijk zijn en niet vanzelfsprekend reproduceerbaar. Beleidsmatig betekent dit dat de toekomst van kleinschalige infrastructuur niet enkel kan afhangen van toeval of familiale continuïteit, maar dat actieve ondersteuning noodzakelijk is. Herterritorialisering vraagt om randvoorwaarden zoals regelgeving op maat, institutionele steun en maatschappelijke herwaardering van voedselproductie.
Het besluit van deze masterproef is dat slachthuisinfrastructuur méér is dan een technische schakel: ze is een strategische en gedeelde voorziening die bepaalt hoe landbouw lokaal verankerd kan blijven. Herterritorialisering is daarbij geen terugkeer naar het verleden, maar een hedendaagse strategie om landbouwsystemen veerkrachtiger, duurzamer en sociaal rechtvaardiger te maken.
Meer lezen

Bieden A-merken gezondere vleesvervangers van de 3de en 4de generatie aan dan huismerken in België?

Erasmushogeschool Brussel
2025
Annaelle
Santana Palma
Bekijken of er een verschil is in nutritionele samenstelling tussen goedkopere huismerken en duurdere A-merk vleesvervangers in België. Bevatten A-merk vleesvervangers een betere samenstelling of niet?
Meer lezen

Trends in opnames en overlevingskansen bij raamslachtoffers in Opvangcentrum vogels en wilde dieren Oostende

Hogeschool VIVES
2025
Angel
Molendijk
De druk op vogelpopulaties neemt wereldwijd toe door een breed scala aan menselijke invloeden, variërend van grootschalig verlies van leefgebied tot directe sterfte door factoren als vervuiling en infrastructuur. Deze gecombineerde stressfactoren leiden op grote schaal tot de afname van vogelpopulaties. De impact hiervan mag niet onderschat worden aangezien vogels zowel ecologisch als economisch een cruciale rol spelen voor mens en milieu.

Raamcollisies zijn wereldwijd een belangrijke, maar vaak onderschatte oorzaak van vogelsterfte. Ondanks toenemende wetenschappelijke aandacht blijft Europese data schaars, waardoor het moeilijk is om de impact volledig in te schatten. Deze studie wil daaraan bijdragen door trends in aantallen en overlevingskansen van raamslachtoffers te analyseren op basis van een unieke langetermijndataset (1984–2024) uit het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren Oostende.

In totaal werden 3.804 gevallen van raamimpact bij inheemse vogelsoorten onderzocht. De resultaten laten een duidelijke toename zien in het aantal jaarlijkse opnames. Die stijgende trend kan slechts deels verklaard worden door factoren zoals een hogere meldingsbereidheid en de grotere bekendheid van het VOC. Ook het aandeel raamslachtoffers binnen het totaal aantal opnames nam toe, wat wijst op een structureel groeiend probleem.

Raamimpact bleek sterk seizoensgebonden: de meeste opnames vonden plaats in de herfst, gevolgd door zomer en lente. Vooral trekvogels, en dan met name nachtelijke trekkers, waren oververtegenwoordigd. De houtsnip (Scolopax rusticola), goudhaan (Regulus regulus) en zanglijster (Turdus philomelos) kwamen opvallend vaak voor. De houtsnip was met 651 opnames (17%) de meest getroffen soort, veel meer dan verwacht op basis van haar aandeel in de Belgische vogelpopulatie. Door gedrags- en lichaamskenmerken, zoals lage vlucht en beperkt binoculair zicht, is de soort bijzonder kwetsbaar voor botsingen.

Slechts de helft van de opgenomen slachtoffers kon opnieuw worden vrijgelaten. Overlevingskansen varieerden per soort en seizoen, en waren het hoogst in de herfst. Tegelijkertijd viel op dat soorten zoals de huismus (Passer domesticus) en groene specht (Picus viridis) veel lagere overlevingskansen hadden.

De studie bevestigt dat raamimpact geen selectieve doodsoorzaak is aangezien zowel algemene als bedreigde soorten worden getroffen. Zo behoorde 17% van de slachtoffers tot Rode Lijst-soorten. Bovendien tonen de opvangcijfers slechts een deel van het werkelijke beeld. Veel vogels sterven ter plaatse of blijven onopgemerkt, waardoor het totale sterftecijfer aanzienlijk hoger ligt.

Hoewel raamimpact zelden als klassiek dierenwelzijnsprobleem wordt erkend, veroorzaakt het vaak ernstig trauma en onzichtbare verwondingen. Vanuit zowel ecologisch als ethisch oogpunt is preventie daarom noodzakelijk. Deze studie laat zien dat systematische analyse van opvangdata waardevolle inzichten biedt voor risico-inschatting en beleid. Vogelvriendelijke architectuur, aangepaste verlichting en standaardisering van registratie bij opvang zijn cruciale pijlers voor een geïntegreerde aanpak van deze onderschatte vorm van dierenleed en biodiversiteitsverlies.
Meer lezen

Onderschatten we de zeekreeft (Homarus gammarus)

Odisee Hogeschool
2025
Amber
Vroonen
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Kreeften worden in culinaire contexten nog steeds vaak levend gekookt. Ze ondergaan lange,
stressvolle transporten, worden op zeer lage temperaturen gehouden, uitgehongerd, en blijven één
van de weinige consumptiedieren die levend verkocht en bereid worden. Deze praktijken krijgen
steeds meer kritiek naarmate het wetenschappelijk bewijs voor bewustzijn en lijdensvermogen van
schaaldieren groeit. Toch zijn kreeften in veel landen nog steeds uitgesloten van
dierenwelzijnswetgeving. Deze studie behandelt de wetenschappelijke en ethische urgentie rond de
behandeling van kreeften via een drieledig onderzoek: een literatuurstudie, een bevraging van de
publieke perceptie en een gedragsmatige trainingsproef.
We onderzochten hoe het publiek kijkt naar het welzijn van kreeften en in hoeverre dit overeenkomt
met de huidige praktijken. Daarnaast testten we of Europese kreeften (Homarus gammarus) kunnen
leren via operante conditionering, associaties kunnen vormen tussen prikkels en voedselbeloningen,
en hoe consistent ze aangeleerde gedragingen uitvoeren.
De literatuurstudie bespreekt biologie, cognitie, natuurlijk gedrag, leefomgeving, pijnperceptie en
ethische implicaties van het gebruik van kreeften in voedselsystemen. De bevindingen dagen
bestaande aannames over ongewervelden uit en roepen vragen op over de huidige omgangsvormen.
De publieksenquête (n = 334) bracht aan het licht dat, hoewel de meeste respondenten kreeft ooit
hadden geproefd, regelmatige consumptie zeldzaam was. Prijs, ethische bezwaren en gebrek aan
gelegenheid werden vaak genoemd, terwijl er sterke steun was voor betere bescherming en
humanere slachtmethoden.
Tot slot werd een gedragsmatige trainingsproef uitgevoerd met één Europese kreeft, Orion. Met
geurprikkels en een targetobject (een Kong-speeltje) vertoonde hij gedragingen die consistent zijn
met operante conditionering, zoals objectmanipulatie, probleemoplossend gedrag en doelgericht
zoeken, wat wijst op cognitieve flexibiliteit en leervermogen.
Deze bevindingen tonen een kloof tussen publieke houding, wetenschappelijk bewijs en
commerciële praktijken. Hoog-stressvolle dodingsmethoden, zoals levend koken, lijken steeds
moeilijker te rechtvaardigen. Deze studie benadrukt de nood aan wetgevende hervormingen, grotere
publieke bewustwording en verder onderzoek naar diervriendelijkere omgang met schaaldieren.
Meer lezen

De relatie tussen mens en dier in het antieke epicurisme

KU Leuven
2024
Ruul
Hellemans
Deze paper onderzoekt de epicuristische visie op de relatie tussen mens en dier, de invloed van de presocraat Democritus hierop en de vraag in hoeverre deze visie wenslijk geacht moet worden. Het onderzoek behandelt twee thema’s die betrekking hebben op deze relatie. Ten eerste komt (in hoofdstuk 1) de vraag hoe de epicuristen dachten over rechtvaardigheid in relatie tot dieren aan bod. Deze vraag wordt in twee sub-vragen opgesplitst: (1) de vraag of dieren volgens de epicuristen (1) subject van moraliteit en/of (2) object van moraliteit zijn. Die laatste vraag (2) wordt nog verder in twee sub-vragen onderverdeeld: (a) de vraag of men de negatieve plicht heeft om af te zien van bepaalde onrechtvaardige handelingen tegenover dieren en (b) de vraag of men ook de positieve plicht heeft om bepaalde handelingen te stellen opdat dieren zouden kunnen deelhebben aan rechtvaardigheid. Het epicuristische antwoord op zowel vraag (1) als vraag (2) is negatief. Het belangrijkste epicuristische argument hiervoor is dat dieren niet voldoen aan de noodzakelijke voorwaarde voor rechtvaardigheid: het (kunnen) sluiten van een contract met het oog op nut en een verbod op wederzijdse schade. Enkel Lucretius en Epicurus staan een uitzondering toe voor gedomesticeerde dieren, die wel degelijk in staat zijn tot een impliciet contract met de mens en daarom zowel (1) subject als (2) object van moraliteit zijn. Beide antwoorden verschillen van de visie van Democritus, die zowel vraag (1) als vraag (2b) positief beantwoordde, maar van wie geen antwoord op vraag (2a) is overgeleverd. Toch heeft het epicuristische antwoord wellicht wortels bij de presocraat. Een tweede thema dat aan bod komt in (hoofdstuk 2 van) deze paper is de vraag in hoeverre de epicuristen er bepaalde levensvoorschriften op nahielden in relatie tot dieren. Concreet gaat het om de vraag of de epicuristen vegetariërs waren. Binnen het epicurisme bestaan twee grondhoudingen ten opzichte van vleesconsumptie: de houding van Epicurus en die van Hermarchus. Epicurus matigde zijn vleesconsumptie of onthield zich zelfs volledig van vlees als onderdeel van een ascetisch dieet. Hermarchus zag vleesconsumptie dan weer als een noodzakelijke vorm van populatiecontrole van gedomesticeerde dieren. Enkel die eerste visie lijkt wortels bij Democritus te hebben. In een laatste hoofdstuk evalueren we de plausibiliteit van de epicuristische opvattingen. Wat betreft het tweede thema van deze paper opperen we dat Epicurus’ matiging of onthouding van vleesconsumptie te verkiezen is, maar dat beide epicuristen teleurstellen in het feit dat zij nalaten hun beoordeling van de wenselijkheid van vleeseten te funderen in een bekommernis om dierenwelzijn. Wat betreft het eerste thema miskenden de epicuristen het onderscheid tussen (1) subjecten en (2) objecten van moraliteit door ten onrechte te claimen dat beide groepen aan elkaar gelijk zijn. De epicuristen Epicurus en Lucretius hadden wellicht minstens ten dele gelijk in hun claim dat gedomesticeerde dieren tot op zekere hoogte subject van moraliteit zijn. Maar de groep van objecten van moraliteit is veel groter en kan naar mijn mening adequaat worden afgebakend aan de hand van Plutarchus’ criterium dat stelt dat alle wezens met waarnemingsvermogen object van moraliteit zijn. Dat criterium impliceert dat alle dieren, alsook planten object van moraliteit zijn – hoewel Plutarchus ten onrechte niet geloofde dat planten over waarnemingsvermogen beschikken.
Meer lezen

HUISVESTING VAN HOBBYPLUIMVEE: EEN PRAKTIJKSURVEY

Universiteit Gent
2024
Jasper
Van Doren
Hobbykippen vallen buiten de wetgeving voor huisvesting en zijn slechts onderhevig aan richtlijnen. Deze studie onderzoekt de naleving van deze richtlijnen bij houders van hobbypluimvee, met behulp van een praktijksurvey. Er werden 50 houders van hobbypluimvee bezocht en bevraagd, waarna de resultaten vergeleken werden met vooropgestelde richtlijnen voor deze pluimveecategorie. De resultaten tonen aan dat veel hobbyhouders de richtlijnen onvoldoende naleven, met name wat betreft de afmetingen en inrichting van het binnenhok, inrichting van de buitenbeloop, bescherming tegen extreme weersomstandigheden, evenals de bioveiligheid en hygiëne. Deze tekortkomingen kunnen leiden tot gezondheids- en welzijnsproblemen bij de kippen. Bovendien blijkt uit deze studie een gebrek aan kennis over de bestaande richtlijnen en het belang van een goede huisvesting voor hobbykippen. Deze bevindingen benadrukken de noodzaak van betere sensibilisering en betere toegang tot informatiebronnen over huisvesting, evenals het promoten van huisvestingsrichtlijnen voor hobbykippen bij aanschaf van kippen.
Meer lezen

Unraveling the genetic background of porcine congenital splay leg syndrome in piglets

KU Leuven
2024
Jaro
De Kort
Porcine congenital splay leg syndrome (PCS), ook wel bekend als ‘zwemmers’, is de
nummer één oorzaak van kreupelheid in pasgeboren biggen. Getroffen dieren kunnen zich amper voortbewegen en sterven vaak op een tragische manier. Ondanks de aanzienlijke impact van deze aandoening op de varkenshouderij, blijven de precieze oorzaken nog grotendeels onbekend. Maar er is hoop! Door middel van genome-wide association studies (GWAS) kon een veelbelovend gen worden geïdentificeerd dat mogelijks de sleutel kan zijn tot het begrijpen van zwemmers. Deze kennis biedt mogelijkheden voor genetische selectie en kan op jaarlijkse basis het welzijn van tienduizenden varkens verbeteren!
Meer lezen

Een onderzoek naar de handelsmethoden op Facebookgroepen, community ’s en Marketplace in België

Hogeschool VIVES
2024
Esther
Platini
Deze bachelor proef onderzoekt de digitale handelsmethode van reptielen op Facebookgroepen, community ‘s en Marketplace in België. De opkomst van sociale media als handelsplatform voor exotische dieren heeft geleid tot zorgen over dierenwelzijn en illegale handel. Dit onderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de wijze waarop reptielen via deze platforms worden verkocht, betrokken reptielsoorten en de mate van illegale activiteiten op deze platforms.

Om dit doel te bereiken, is er een uitgebreide literatuurstudie uitgevoerd, gevolgd door een systematische dataverzameling van advertenties op Facebook. Er zijn gegevens verzameld over de soorten reptielen die worden aangeboden, taal van de advertentie, de herkomst van de verkopers, type verkoper, reden van verkoop en de prijzen van de dieren. Daarnaast is de wetgeving over reptielen in België in de literatuurstudie opgenomen om de legaliteit van deze handel te beoordelen.

De resultaten tonen aan dat er veel verschillende reptielsoorten worden aangeboden, met baardagamen, koningspythons, korenslangen, wimpergekko's en luipaardgekko's als de meest geadverteerde. Een aantal advertenties bleken in strijd met de wetgeving, waarbij reptielsoorten werden aangeboden die verboden zijn in België of in specifieke regio's. De analyse wijst op een gebrek aan toezicht en handhaving van de regels op dit platform.

Regionale verschillen tonen aan dat Henegouwen het hoogste aantal verkopers had. Taalverschillen blijken ook de vermeldingen te beïnvloeden, waarbij Franstalige advertenties vaker de Latijnse soortnaam gebruikten. Het onderzoek concludeert dat de reptielenhandel op Facebook voornamelijk door hobbyisten wordt gedreven, met een aanzienlijke deelname aan particuliere kwekers. Prijzen en verkoopredenen worden zelden genoemd in advertenties en verschilden sterk.
Meer lezen

Vleermuizen als insectenbestrijders in varkensstallen: duurzame oplossing of volgende pandemie?

Universiteit Gent
2023
Britt
Nijs
Beperkt onderzoek aangevuld met literatuurstudie rond pathogenen aanwezig bij een specifieke kolonie vleermuizen, met doel hen in te zetten als insectenbestrijders in varkensstallen met buitenbeloop.
Meer lezen

PlantAARDIGopgroeien een gift... op weg naar een betere wereld met de eiwitshift

Arteveldehogeschool Gent
2023
marijke
Goeman
Een praktijkgericht onderzoek naar een duurzame implementatie van de eiwitshift in kinderdagverblijven waarbij pedagogische en gedragsveranderende factoren worden verkent.
Meer lezen

Representatie van dierenleed in Vlaamse nieuwsmedia: een Critical Discourse Analysis van Vlaamse geschreven pers

Universiteit Gent
2023
Eden
Reuven
Een Critical Discourse Analysis van 47 artikels uit Vlaamse geschreven pers, geselecteerd in het jaar 2022 die analyseert hoe het discours rond dieren in slachthuizen vorm krijgt in de Vlaamse nieuwsmedia, vijf jaar na de undercoverreportage van Animal Rights in het slachthuis van Tielt.
Meer lezen

Lessen over dieren? Een onderzoek naar socialisatie op school

Universiteit Gent
2022
Daniel
Guerrero
Onderzoek naar socialisatie rond dieren op school. Wat leren de Vlaamse leerlingen over dierenwelzijn op school? Weinig tot niets, zo blijkt.
Meer lezen

Ratten trainen als detectiedier Detecteren van Mycobacterium avium subsp. paratuberculosis in geitenbiest

Odisee Hogeschool
2022
Manon
De Meester
Winnaar Bachelorprijs
Genomineerde shortlist Eosprijs
Het trainen van tamme ratten om MAP bacteriën - de veroorzaker van paratuberculose bij herkauwers - op te sporen in geitenbiest en de ratten dus aan te leren om positieve stalen van negatieve stalen te discrimineren.
Meer lezen

"Liever in het slachthuis, dan in de badkuip thuis" Botsende waardenkaders rond de islamitische slacht in Antwerpen 1974-1998

Universiteit Antwerpen
2021
Hanane
Llouh
Een historisch onderzoek naar de inbedding van de islamitische rituele slacht in Antwerpen tussen 1974 en 1998. Tot welke spanningen, maar ook vormen van mediatie heeft dit geleid? Is er aan het einde van de twintigste eeuw een nieuwe status-quo bereikt met betrekking tot deze religieuze praktijk in de publieke ruimte?
Meer lezen

Transitie naar een gezonder en duurzamer dieet: impact van empathie naar dieren toe op de bereidheid

Universiteit Gent
2021
Sarah
Dauw
Er is een duidelijke opmars bezig naar een gezonder en duurzamer dieet. Daarnaast raken we er ook meer van overtuigd dat er in de toekomst vaker plantaardig gegeten gaat worden. Deze transitie moet echter verder gestimuleerd worden, want er zijn meerdere voordelen verbonden aan een lagere vleesconsumptie. In deze masterproef wordt onderzocht of empathie naar dieren toe een positieve impact heeft op deze verandering, en dus een stimulans kan vormen.
Meer lezen

Gemeentelijk zwerfkattenbeleid - Kennis over de (zwerf)kat bij Vlaamse steden en gemeenten

Odisee Hogeschool
2020
Sara
Vergaelen
Bij het uitwerken van deze bachelorproef werd er op zoek gegaan naar de kennis van de medewerkers van het zwerfkattenbeleid in Vlaanderen. De kennis werd zowel voor als na de organisatie van enkele provinciale studienamiddagen getest om het effect hiervan te bestuderen.
Meer lezen

Een vlees- en zuivelrijk eetpatroon in tijden van klimaatcrisis, een ethische analyse

Universiteit Gent
2020
Channa
Cattoir
Kunnen we ons vlees- en zuivelrijk dieet vandaag nog rechtvaardigen? In tijden van klimaatverandering, overbevolking en massa-extinctie dringen ethische vragen zich op.
Meer lezen

Sustainable control of gastrointestinal parasite infections in ruminants

Universiteit Gent
2018
Laurens
Zwanenburg
Om de ontwikkeling van anthelmintica-resistentie bij runderparasieten tegen te gaan onderzoekt deze masterthesis het anti-parasitair effect van biologisch actieve voeders als alternatief op de reguliere behandeling.
Meer lezen

Mapping of the issues concerning the illegal trade in wildlife, including the internet trade and suggestions for a better approach.

Universiteit Gent
2017
Demy
Geldhof
Problematiek rond de illegale handel in bedreigde dier- en plantensoorten uitgelegd. Bestaande internationale regelgeving en initiatieven opgesomd, alsook suggesties voor een betere aanpak in de toekomst.
Meer lezen

De farmacokinetiek van opiaten na toediening van maanzaad bij duiven

Karel de Grote Hogeschool
2017
Silke
Raats
De uitdaging was om een onderscheid te maken tussen toevallige contaminatie via het voedsel of bewuste toediening van de zuivere morfinemedicatie om vals-positieve analyseresultaten te vermijden.
Meer lezen

Dierenwelzijn in dierenverblijven met naturalistisch versus niet naturalistisch design

Odisee Hogeschool
2017
Sara
D'haen
Een bezoekersperceptie en gedragsobservatie om na te gaan of de natuurlijkheid van een verblijf of object een rol speelt bij de voorkeur van zowel mens als dier.
Meer lezen

Op maat gemaakt voedingsadvies aangeboden door een supermarktketen. Ontwikkeling van een e-service voor gezond en duurzaam consumptiegedrag

Vrije Universiteit Brussel
2016
Jonas
Vangindertael
Door klanten op maat gemaakt voedingsadvies mee te geven, wordt de duurzaamheids- en gezondheidsproblematiek m.b.t. de voedingsconsumptie gecounterd.
Meer lezen

Het effect van roostervloeren op het welzijn van de hond

Odisee Hogeschool
2016
Isabelle
Van Impe
De evaluatie van kennelvloeren voor honden is nodig om de potentiële impact op hun gedrag, welzijn en gezondheid te kunnen inschatten. Daarom is in een praktijkonderzoek het gedrag van de honden geobserveerd die zich afwisselend in een kennel met een betonnen of roostervloer bevonden.
Meer lezen

Esthetiek versus welzijn: impact van fokpraktijken op het welzijn van de Duitse Herder

HOGENT
2016
Aurélie
Palandri
In deze scriptie probeert men het impact van de fokpraktijken, de rasstandaarden en de gesloten stamboeken op het welzijn van de rashonden aan te tonen. Er worden zes belangrijke aandoeningen bij de Duitse herder besproken die het welzijn van dit ras serieus kan aantasten.
Meer lezen

Attitudes ten opzichte van welzijnsaspecten bij slachten. Een onderzoek in Vlaanderen over de conventionele en rituele slachting.

Odisee Hogeschool
2016
Kim
Pieters
In dit werk wordt de houding van de mens tegenover het slachten van dieren uiteengezet. Twee enquêtes werden uitgevoerd, om de attitude van consumenten te scoren en om DMO’s te bevragen over het welzijn van dieren in slachthuizen. Een ontwerp voor soortspecifieke welzijnschecklists in slachthuizen zijn opgesteld om stress en angstsignalen beter te herkennen.
Meer lezen

Aanbevelingen aan Transitie UGent ter versterking van het draagvlak voor een duurzame vleesconsumptie. Een literatuurstudie en empirisch onderzoek bij studenten.

Universiteit Gent
2015
Benjamin
De Groeve
  • Benjamin
    De Groeve
Onze vleesconsumptie is niet duurzaamEen hoge vleesconsumptie zit ingebakken in onze westerse eetcultuur. Velen beschouwen het als een belangrijke bron van culinair genot en een vanzelfsprekend onderdeel van de maaltijd. Steeds meer mensen zijn zich echter bewust van de talrijke duurzaamheidsproblemen die vlees met zich meebrengt. Benjamin De Groeve, masterstudent in de Milieusanering en het Milieubeheer aan de Universiteit Gent, stelde in zijn masterproef de vanzelfsprekendheid van vlees in vraag.Een felbegeerd goedDe centrale positie van vlees in ons westerse dieet is vrij recent.
Meer lezen

Het Welfare Quality protocol: het welzijn van melkvee op traditionele versus moderne melkveebedrijven

Odisee Hogeschool
2011
Erlijn
Deolet
Het welzijn van melkvee: bindstal versus loopstalTijdens de intensivering in de landbouw is er heel wat veranderd voor de landbouwer en zijn dieren. Om te overleven was het noodzakelijk een groter aantal dieren te huisvesten, de productie op te drijven, neven-activiteiten te laten vallen en een ander staltype te bouwen. Aan de hand van het Welfare Quality® protocol tracht Erlijn Deolet een antwoord te vinden op de centrale onderzoeksvraag of er een verschil is in het welzijn van melkvee op traditionele versus moderne melkveebedrijven.
Meer lezen

Japan and the IWC: Investigating Japan's Whaling Policy Objectives

KU Leuven
2009
Judith
Wouters
 
Tijdens de piek van de walvisjachtindustrie (ongeveer tussen 1930 en 1965) werd een gemiddelde van 30.000 walvissen per jaar gedood voor gevarieerde doeleinden. Als gevolg van deze exploitatie werden verschillende walvissoorten met uitsterven bedreigd.
Maatschappelijke aandacht voor bedreigde walvissenpopulaties is nooit groter geweest dan in de jaren '70 van de vorige eeuw. 'Save the Whales' is een slogan die rond deze tijd ontstaan is, en non-gouvernementele organisaties (NGO's) zoals Greenpeace en WWF verworven hierdoor hun bekendheid.
Meer lezen

Preferentietest rond densiteitsvoorkeur bij vleeskuikens

Odisee Hogeschool
2008
Mieke
Kennis
De keuze van de kip



Stel je voor dat je met tienduizend mensen wordt samengepropt op een kleine ruimte. Hoe zou jij je dan voelen? Niet zo prettig neem ik aan. Niet alleen mensen, maar ook dieren zijn gevoelig voor dichtheid. De laatste decennia worden nochtans tienduizenden kippen in de huidige intensieve kippenkweek zo dicht mogelijk op elkaar gezet, om economisch voordeel te halen uit energie en management. Maar hoe komen we te weten wat een kip ervaart bij het leven in zulke omstandigheden?
Meer lezen