Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

FROM SPATIAL ECOLOGY TO ECOSYSTEM IMPACT: LARGE GRAZERS IN HEATH AND DUNE LANDSCAPES LINKING MOVEMENT BEHAVIOUR, HABITAT SELECTION, AND VEGETATION DYNAMICS IN THE WESTHOEK AND KALMTHOUTSE HEIDE

Universiteit Gent
2026
Jobbe
Vermandere
Het inzetten van vrij rondlopende grote herbivoren vormt een hoeksteen van het natuurbeheer in Europa. De bedoeling is om via extensieve begrazing natuurlijke processen te herstellen, zoals het tegenhouden van snelle vegetatiesuccessie en het in stand houden van de structurele diversiteit van open landschappen. Hierdoor wordt dit type beheer ook wel procesbeheer genoemd. In voedselarme ecosystemen, zoals kustduinen en laaglandheiden, heeft de wijdverspreide stikstofdepositie en het wegvallen van historische verstoringen geleid tot een snelle structurele achteruitgang. Dit uit zich voornamelijk in de vestiging van sterk competitieve grassen en kruidachtigen (vergrassing of verruiging) en de vestiging van dicht struikgewas (verstruweling),
waardoor gespecialiseerde pioniersoorten worden verdrongen en de biodiversiteit afneemt. Hoewel begrazing voor natuurbeheer op grote schaal wordt ingezet om deze bedreigingen te verminderen, blijven de precieze ruimtelijke mechanismen waarmee deze dieren habitat selecteren en interageren met fysieke infrastructuur complex en contextgebonden. Deze studie evalueerde de ruimtelijke ecologie en het vermogen tot ecosysteembeïnvloeding van grote herbivoren in twee structureel verschillende landschappen: de kustduinen van de Westhoek (begraasd door een gemengde groep paardachtigen bestaande uit Konikpaarden en Shetlandpony’s en een kudde Schotse hooglanders) en de laaglandheide van de Kalmthoutse Heide (begraasd door een kudde Galloway-runderen). Om de kloof tussen de bewegingen van individuele dieren en successieveranderingen op landschapsschaal te overbruggen, maakte dit onderzoek gebruik van een meerledig
methodologisch kader dat was onderverdeeld in drie afzonderlijke werkpakketten (WP). Ten eerste
werd Continuous-Time Movement Modelling (ctmm) toegepast op GPS-telemetriegegevens om
het gebruik van ruimte met grensbeperkingen en ruimtelijke verzadiging in kaart te brengen (WP1).
Deze benadering corrigeerde wiskundig voor inherente temporele autocorrelatie en maakte gebruik
van Degrees of Freedom (DOF)-filtering om robuuste Autocorrelated Kernel Density Estimates
(AKDE) te extraheren. Ten tweede werden geïntegreerde Resource Selection Functions (iRSF)
ingezet om de habitatkeuze op kleine schaal en de onderliggende milieubeperkingen te evalueren
(WP2). De iRSF-modellen gebruikten specifiek het AKDE-gebied van elk dier als
beschikbaarheidsbasis, waardoor de habitatkeuze strikt werd geëvalueerd ten opzichte van het
toegankelijke landschap, terwijl tegelijkertijd rekening werd gehouden met continue variabelen
zoals topografie, afstand tot water en afstand tot antropogene infrastructuur (paden en hekken).
Ten slotte werden vegetatiehoogtekaarten met hoge resolutie uit 2020 en 2025 in de Westhoek
geanalyseerd om dit ruimtelijk gedrag te koppelen aan structurele landschapsveranderingen
(WP3). Door ruimtelijke pixels te categoriseren in vegetationele overgangstoestanden (Stabiel,
Regressie of Toename), werd de cumulatieve ruimtegebruiksintensiteit van de paarden
gemodelleerd tegen abiotische stressfactoren om de werkelijke drijvende krachten achter de
vegetatiedynamiek te bepalen.
De ruimtelijke modellen (WP1) brachten fundamentele verschillen in de ruimtelijke basisecologie
aan het licht, die worden bepaald door eigenschappen op soortniveau en de dynamiek binnen de
kudde. Uit de ruimtelijke tracking bleek dat noch de paardachtigen in de Westhoek (na de corridor
opening) noch de Galloway-runderen op de Kalmthoutse Heide biologisch verzadigd zijn. Hun
leefgebieden worden dus niet volledig bepaald door de fysieke grenzen van de reservaten, wat
wijst op actieve en doelgerichte ruimtelijke keuzes. De Galloway-runderen vertoonden relatief grote
seizoensgebonden schommelingen in de omvang van het leefgebied, wat wijst op dynamische
aanpassingen aan de beschikbaarheid van voedselbronnen. Omgekeerd vertoonden de
paardachtigen in de Westhoek het hele jaar door relatief stabiele leefgebieden, wat wijst op een
biologisch verschil waarbij paardachtigen minder gevoelig zijn voor seizoensgebonden fenologie.
De paardachtigen vertoonden echter wel significante seizoensgebonden verschuivingen in hun
kerngebieden, wat bevestigt dat, hoewel hun totale gebied stabiel blijft, hun interne foerageerfocus
dynamisch verschuift. Bovendien zorgde een lage interindividuele variatie voor een vrij
samenhangende kuddedynamiek bij de runderen, terwijl een hoge interindividuele variatie onder
de paardachtigen leidde tot duidelijke divergentie tussen subkuddes. Daarnaast evalueerde WP1
de impact van het herstel van de landschapsconnectiviteit in de Westhoek via de opening van een
corridor in de winter van 2022-2023. Hoewel de opening een aanzienlijke uitbreiding van de
absolute omvang van de leefgebieden van de paardachtigen veroorzaakte, werd deze uitbreiding
niet uniform door de hele groep overgenomen, wat benadrukt dat landschapsconnectiviteit wordt
gemedieerd door lokale locatietrouwheid en interne sociale structuren.
De evaluatie van de habitatkeuze op kleinschalig niveau (WP2) bevestigde deze verschillen op
soortniveau nog eens extra. Op de Kalmthoutse Heide fungeerden de runderen als biologische
filters: ze zochten actief habitat op met een begraasbare laag (bijvoorbeeld gras- of boomopslag)
en vermeden zuivere heidegebieden zonder begraasbare laag. Deze selectie was het sterkst
tijdens de voorjaarsgroei en werd geleidelijk breder naarmate het groeiseizoen ten einde liep. In
de Westhoek kozen paardachtigen onevenredig vaak voor open, grasrijke vegetatie boven dicht
struikgewas, hoewel morfologische verschillen de kleinere Shetlandpony's waarschijnlijk in staat
stelden om ijle vegetatie (bijv. Schaarsbegroeid) en laag struikgewas (Kruipwilg_laagstruweel)
gunstiger te exploiteren. Deze divergentie geeft aan dat kleinere paardachtigen niches kunnen
exploiteren die grotere paardachtigen negeren of waarin ze niet kunnen overleven door gebruik te
maken van andere biomechanische eigenschappen en kleinere beetgroottes, waardoor de totale
ecologische impact op het landschap wordt verbreed.
Naast de categorische vegetatie werd de ruimtelijke verspreiding aanzienlijk beïnvloed door
voortdurende abiotische en antropogene beperkingen. Nabijheid van water bleek in beide
reservaten geen beperkende factor te zijn; noch de paardachtigen, noch de runderen vertoonden
een afhankelijkheid van stilstaand oppervlaktewater, maar toonden ruimtelijke neutraliteit of actieve
vermijding. Topografisch gezien kozen de runderen (in de lente), de grotere Konik-paarden (in de
zomer en herfst) en de Shetlandpony (in de herfst) actief voor vlakker terrein, waarschijnlijk om de
metabolische bewegingskosten te minimaliseren. Hoewel de Shetlandpony deze voorkeur voor
vlakker terrein in de herfst deelde, week hij in de zomer af van de Koniks door topografisch neutraal
te blijven. Deze seizoensgebonden divergentie suggereert ofwel dat de kleinere lichaamsmassa
van de pony voor meer wendbaarheid zorgt, waardoor het relatieve metabolische nadeel van
voortbeweging op steilere hellingen afneemt, ofwel dat de solitaire pony door de Konik-kuddes of
de Schotse hooglander kudde competitief wordt verdrongen naar minder gunstige, steilere
topografie. Wat de menselijke infrastructuur betreft, dwongen de modellen een heroverweging af
van de visie van algemene antropogene vermijding. Terwijl de omheiningen van het reservaat
fungeerden als een ruimtelijke barrière voor de paardachtigen (in de lente en winter, voornamelijk
gedreven door de Shetlandpony), fungeerden ze als een ruimtelijk aantrekkingspunt voor de
Galloway-runderen in de lente. Gelijkaardig werkten de interne paden als ruimtelijke
aantrekkingspunten voor zowel de Shetlandpony als de Galloway-runderen. Dit toont aan dat grote
herbivoren, in plaats van menselijke infrastructuur universeel te vermijden, padennetwerken
potentieel kunnen gebruiken als navigatiecorridors, en omheiningen als structurele
oriëntatiepunten.
Terwijl WP1 en WP2 vaststelden hoe de paardachtigen in de Westhoek navigeren en hun habitat
selecteren, evalueert WP3 de wederzijdse ecologische impact: hoe de langdurige ruimtelijke
aanwezigheid van deze herbivoren actief het successietraject van de vegetatie in het reservaat
beïnvloedt. Door veranderingen in vegetatiehoogte te modelleren tegen de achtergrond van
cumulatieve ruimtegebruiksintensiteit en abiotische beperkingen, ontstaat een ruimtelijk verhaal
over de voordelen en beperkingen van top-downcontrole door grazers. De vegetatiemodellering
toonde aan dat een hoog cumulatief ruimtegebruik door paardachtigen fungeert als een effectieve
preventieve barrière tegen de initiële vorming en verspreiding van ruige vegetatie. De gegevens
definieerden echter tegelijkertijd de grenzen van deze top-down biologische controle. Zodra
houtige of ruige vegetatie de initiële herbivoriebarrière met succes doorbreekt, volstaat intens
ruimtegebruik niet meer om de terugtrekking ervan af te dwingen. Gedreven door een
synergetische combinatie van lokale nutriëntenafzetting, mechanische bodemverstoring en
verminderde concurrentie, kan intensief ruimtegebruik door paardachtigen zelfs de verticale groei
van gevestigd hoog struikgewas bevorderen. De ontmanteling van vegetatie in een laat, volwassen
stadium wordt uitsluitend aangedreven door bottom-up abiotische stressfactoren in plaats van top
down herbivorie. De diepte van het grondwater in het voorjaar had het meest uitgesproken effect
op de vegetatiedynamiek: het bepaalde de stabiliteit van pioniersmatrices, stimuleerde de
terugtrekking van ruige vegetatie en fungeerde als de belangrijkste natuurlijke stressfactor die de
voortdurende groei of aanwezigheid van laag en hoog struikgewas voorkwam. Bovendien werd de
dynamiek van ondieper gewortelde grassen en kruiden gedicteerd door hoge omgevingsstress,
waarbij deze matrices groeiden en afnamen in gebieden die gekenmerkt worden door diep
grondwater, steilere hellingen en een hoge blootstelling aan de zon.
Voor natuurbeheer biedt deze thesis duidelijke, op gegevens gebaseerde aanbevelingen met
betrekking tot het gebruik van vrij rondlopende grote herbivoren. Uiteindelijk toont deze studie aan
dat de impact van deze grote herbivoren als ecosysteemingenieurs niet uniform of absoluut is. De
ruimtelijke dynamiek bevestigt dat ruimtegebruik een effectief, gericht instrument kan zijn om
vroege successie te stoppen, open matrices in stand te houden en gedegradeerde habitats aan te
pakken. Omdat grazers echter geen gevestigd struikgewas kunnen ontmantelen, vereist het
terugdringen van volgroeide houtige begroeiing een strategische, dubbele beheersaanpak die
biologisch ruimtegebruik koppelt aan gerichte mechanische ingrepen. Bovendien benadrukt de
ruimtelijke divergentie van de Shetlandpony de cruciale waarde van morfologische diversiteit.
Specifiek geeft deze divergentie aan dat kleinere paardachtigen, door gebruik te maken van andere
biomechanische eigenschappen en een kleinere hapgrootte, niches kunnen benutten die grotere
paardachtigen negeren of waarop ze niet kunnen overleven, waardoor de totale ecologische impact
op het landschap wordt verbreed. Ten slotte wijst de aantrekkingskracht van paden en het
verspreidingseffect van corridors op nieuwe, proactieve beheersmogelijkheden. In plaats van
menselijke infrastructuur als een verstoring te beschouwen, kunnen beheerders strategisch interne
padennetwerken en corridors ontwerpen die als biologische trechters fungeren, waardoor grazers
naar specifieke doelgebieden worden geleid en de ecologische manipulatie (engineering) in het
bredere landschap wordt gemaximaliseerd.
Meer lezen

Exploring the mechanobiology of Cancer Associated Fibroblasts

KU Leuven
2025
Giel
Vankevelaer
Fibroblasten zijn een diverse groep cellen die zorgen voor het onderhoud van de extracellulaire matrix (ECM). Ze kunnen inactief zijn (quiescente fibroblasten) of actief (myofibroblasten). De actieve myofibroblast, herkenbaar aan het eiwit α-smooth muscle actin (αSMA), speelt een belangrijke rol bij wondgenezing en fibrose. Een speciale subgroep hiervan zijn de kanker-geassocieerde fibroblasten (CAFs), die in de tumoromgeving bijdragen aan tumorgroei en uitzaaiing. Hun activatie wordt gestimuleerd door factoren zoals TGF-β en mechanische spanning vanuit de ECM, wat een terugkoppelingslus creëert: spanning activeert CAFs, en CAFs versterken op hun beurt de spanning door ECM-remodellering.
In deze studie werd de mechanobiologie van CAFs onderzocht met behulp van een FRET-gebaseerde vinculine-tensiesensor, die mechanische krachten in focale adhesies meet. Er werd vergeleken tussen onbehandelde CAFs en met TGF-β geactiveerde (myofibroblast-achtige) CAFs. De geactiveerde cellen vertoonden hogere mechanische spanning in vinculine en meer adhesiecomplexen per cel, wat wijst op grotere contractiliteit.
Daarnaast werd geprobeerd een fluorescente reporter te ontwikkelen om de differentiatie in levende cellen te volgen. De gebruikte ACTA2-promotor bleek echter onvoldoende actief, maar het concept biedt aanknopingspunten voor verdere optimalisatie.
Conclusie: TGF-β zorgt voor snelle en efficiënte differentiatie van CAFs naar een meer contractiel, myofibroblastachtig type met verhoogde mechanische spanning in vinculine. Dit benadrukt het belang van mechanotransductie bij CAF-activatie en hun interactie met de tumoromgeving.
Meer lezen

Probabilistic geotechnical calculations of dikes

Universiteit Gent
2025
Thibo
Verstrynge
Traditionele geotechnische ontwerpmethoden in België zijn in hoofdzaak gebaseerd op deterministische of semi-probabilistische benaderingen. Deze leiden vaak tot conservatieve schattingen die de inherente variabiliteit van het bodemgedrag slechts beperkt weerspiegelen. In deze thesis wordt de praktische toepassing van volledig probabilistische geotechnische berekeningen onderzocht, met specifieke aandacht voor het voorspellen van dijkzettingen.

Het onderzoek richt zich op het project voor dijkversterking te Groot Schoor (Bornem), dat deel uitmaakt van het bredere Vlaamse Sigmaplan voor waterveiligheid. Hierbij wordt uitgebreide veld- en laboratoriumdata geïntegreerd met geavanceerde probabilistische methoden.

Een omvattende methodologie wordt ontwikkeld, waarin PLAXIS 2D eindige-elementenmodellering wordt gecombineerd met Python-gebaseerde automatisering en probabilistische berekeningen. Via een sensitiviteitsanalyse worden de belangrijkste bodemparameters geïdentificeerd en gemodelleerd als stochastische variabelen, gebaseerd op kansverdelingen afgeleid uit CPT(u)-gegevens en laboratoriumproeven. Latin hypercube sampling wordt toegepast om representatieve inputsets te genereren, terwijl een response-surface model, getraind op een beperkt aantal PLAXIS-simulaties, een grootschalige probabilistische analyse mogelijk maakt. Bayesian updating, geïmplementeerd via de Markov Chain Monte Carlo-methode, verfijnt de probabilistische voorspellingen door de integratie van werkelijke zettingsmetingen uit de monitorcampagne.

De resultaten tonen aan dat probabilistische methoden niet alleen de variabiliteit en onzekerheid van zettingsgedrag accurater weergeven dan deterministische benaderingen, maar tevens waardevolle inzichten verschaffen in parametersensitiviteit en modelrobuustheid. Deze studie bevestigt de haalbaarheid en de voordelen van het structureel integreren van probabilistische technieken in geotechnisch ontwerp, wat de weg opent naar betrouwbaardere en kostenefficiëntere infrastructuurontwikkeling, evenals data-gestuurde besluitvorming.
Meer lezen

Model-based Outdoor Thermal Comfort and Urban Heat Island Assessment of an Urban Park: A Case Study of Zuidpark Antwerp

Universiteit Antwerpen
2025
Tim
Goossens
Het stedelijk hitte-eiland en thermisch ongemak vormen steeds grotere uitdagingen in Europese steden naarmate de klimaatverandering en verstedelijking toenemen. Deze thesis onderzoekt de microklimatologische en thermische comfort effecten van de omvorming van een verharde parkeerplaats tot een begroeid stadspark (Zuidpark, Antwerpen). Aan de hand van een combinatie van veldmetingen en ENVI-met-modellering werden drie scenario's vergeleken: een volledig verharde parkeerplaats (vroeger), de huidige situatie met jonge begroeiing (nu) en een toekomstscenario
met volledig ontwikkelde boomkruinen.

De resultaten tonen meetbare verkoelende effecten aan, met een gemiddelde daling van de luchttemperatuur overdag van 0,6 °C in het huidig scenario en 1,1 °C in het toekomstscenario. De gemiddelde daling tijdens piekuren gaat tot 1,2 °C. De fysiologische equivalente temperatuur (PET) daalde met gemiddeld 1,2 °C in het huidige scenario en gemiddeld 4,6 °C in het toekomstscenario, waardoor periodes van extreme hittestress werden uitgesteld en verkort.

Deze analyse benadrukt het belang van volgroeide boomkruinen en ventilatiecorridors voor het maximaliseren van de afkoeling, maar toont ook de beperkingen van het model
aan wat betreft de nauwkeurigheid van de luchttemperatuur in vergelijking met de stralingstemperatuur. Deze bevindingen bevestigen de waarde van stedelijke vergroening als een op de natuur gebaseerde oplossing voor het verminderen van het stedelijke
hitte-eilandeffect en het verbeteren van het thermisch comfort. De studie biedt inzichten voor stedenbouwkundigen, beleidsmakers en volksgezondheidsinstanties bij het ontwerpen van klimaatbestendige steden.
Meer lezen

Elimination of Priority Indoor Volatile Organic Compounds by Active Botanical Biofilters: Experimental and Modeling Approach

Universiteit Antwerpen
2025
Seppe
Vandeweghe
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Dit proefschrift onderzoekt de eliminatie van prioritaire vluchtige organische stoffen (VOS) door middel van actieve botanische biofilters via een gecombineerde experimentele en modelleringsbenadering. Het onderzoek richt zich op de verwijdering van benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen, formaldehyde en acetaaldehyde (BTEXFA)-verbindingen, die vertegenwoordigers zijn van binnenluchtverontreinigingen die een reële bedreiging vormen voor de menselijke gezondheid. De experimentele benadering gebruikte een actief botanisch biofilter (ABB) en microbiële biofilters (MB's) om de prestaties van VOC-verwijdering onder verschillende randvoorwaarden te evalueren. Eerst werd een studie naar ABB-acclimatisatie uitgevoerd. Zodra de filters volledig operationeel waren en VOS verwijderden, werd een studie naar luchtsnelheidsvariatie uitgevoerd om de verwijdering bij verschillende luchtstroomsnelheden te documenteren. Tegelijkertijd werd een nieuw 3D multiphysics-model ontwikkeld op basis van computationele vloeistofdynamica om de aerodynamica van het MB-substraat, VOC-transport, en verwijderingsfenomenen te karakteriseren.

De effecten van acclimatisatie op VOC-verwijdering varieerden afhankelijk van de specifieke VOC, met verschillende patronen zichtbaar tussen BTEX, formaldehyde en acetaaldehyde. Verder werd aangetoond dat acclimatisatie door herhaalde VOC-blootstelling de efficiëntie van BTEX-verwijdering significant verbeterde. De studie naar luchtsnelheidsvariatie onthulde een complexe mix van effecten die de prestaties van ABB beïnvloeden, met veel verschillende reacties op luchtstroomverhoging tussen VOS. Een aerodynamisch submodel werd succesvol gevalideerd met experimentele gegevens, terwijl het volledige voorlopige model ruimte voor verbetering liet.

Dit onderzoek vergroot het begrip van botanische biofiltratiemechanismen en biedt praktische inzichten voor het optimaliseren van op ABB-gebaseerde binnenluchtzuiveringssystemen, en draagt bij aan duurzame toepassingen in stedelijke biowetenschap en engineering.
Meer lezen

Hunting the internal magnetic field of the β Cep HD 192575

KU Leuven
2025
Jelle
Vandersnickt
Sterren zijn er van alle formaten: van kleine, lichte sterren zoals onze Zon tot sterren tientallen of zelfs honderdtallen keer zwaarder. Zware sterren spelen een belangrijke rol in het universum. Ze produceren namelijk alle elementen van helium tot ijzer. Na hun relatief korte levensduur van ongeveer 10 miljoen jaar sterven ze in een indrukwekkende supernova. Ze laten dan een neutronenster of zwart gat achter: mysterieuze objecten die zwaartekrachtgolven kunnen voortbrengen. Het bestuderen van zware sterren is dus relevant voor vele aspecten van de astrofysica.

Asteroseismologie bestudeert de opbouw van sterren door het meten van sterbevingen. Net zoals aardbevingen een verhaal vertellen over de binnenkant van de Aarde, geven sterbevingen informatie over de structuur van sterren. Ondanks de belangrijke rol die zware sterren spelen, zijn er nog maar enkelen in detail bestudeerd aan de hand van asteroseismologie.

Deze thesis rapporteert over de eerste gedetailleerde asteroseismische studie van een zware ster die rekening houdt met een intern magnetisch veld. De zware ster in kwestie, HD192575, vertoont een patroon in zijn sterbevingen dat nog niet volledig begrepen was. Deze thesis onderzoekt of dit afwijkend patroon een gevolg kan zijn van een intern magnetisch veld in de ster. Vertrekkende van bestaande modellen van HD192575 modelleren we de effecten van rotatie en magnetisme op de sterbevingen en zoeken we de best passende modellen.

We vonden dat het patroon in de sterbevingen best verklaard kan worden door de combinatie van rotatie en een magnetisch veld. Wat opvalt is dat de ster draait rond een andere as dan de magnetische as tussen de noord- en zuidpool van het magnetische veld. De bekomen rotatiesnelheid van de ster sluit nauw aan bij vorige resultaten en de waarden van het magnetische veld zijn in lijn met verwachtingen uit de theorie. Dit werk presenteert de eerste asteroseismische modellering ooit van een zware ster met zowel rotatie als een intern magnetisch veld. De resultaten zijn een eerste stap naar breder onderzoek over magnetische velden in zware sterren. Dit zal tot nieuwe inzichten leiden in de evolutie en rotatie van zware sterren.
Meer lezen

Modelling Glacier Thickness and Evolution with Machine Learning: Evaluating the Instructed Glacier Model (IGM) on the Batysh-Sook Glacier through Inverse and Forward Modelling

KU Leuven
2025
Robbe
Buls
De afvoer van smeltwater uit de gletsjers van het Tien Shan-gebergte in Kirgizië is van cruciaal belang voor de samenleving en economie in de stroomafwaarts gelegen vlaktes. In het droge Centraal-Azië is de landbouw sterk afhankelijk van irrigatie met dit water. De gletsjers functioneren als watertorens: ze herverdelen de schaarse neerslag over de seizoenen, wat grootschalige landbouw mogelijk maakt. Door klimaatverandering trekken de gletsjers zich echter snel terug, waardoor de inwoners van de vlaktes hun belangrijkste inkomensbron dreigen te verliezen.

Het doel van deze thesis is het evalueren van het Instructed Glacier Model (IGM). Dit
model gebruikt een neuraal netwerk als emulator om ijsstroming te beschrijven, wat computationele voordelen oplevert en het mogelijk maakt het model zowel invers (interpoleren van ijsdiktemetingen) als voorwaarts (voorspellen van gletsjerevolutie onder klimaatscenario’s) te gebruiken. De prestaties worden vergeleken met klassieke ruimtelijke interpolatiemethoden, zoals de vloeispanningsmethode, en met een hoger-ordemodel dat de gletsjerevolutie simuleert.

De evaluatie vindt plaats op de Batysh-Sook-gletsjer in de Tien Shan. De resultaten tonen dat het ge¨ınverteerde IGM consistente, nauwkeurige en gladde ijsdiktevelden genereert. Vooral in schaars bemonsterde zones presteert het model beter dan de
conventionele vloeispanningsmethode. Voor de gletsjerevolutie laten zowel IGM als het hoger-ordemodel zien dat de Batysh-Sook-gletsjer gevoeliger is voor opwarming dan veel omliggende gletsjers, waarschijnlijk door haar kleine huidige omvang. IGM volgt de trends van het hoger-ordemodel goed, al simuleert het in de historische periode iets minder smelt, waardoor het gletsjervolume groter blijft.

Deze bevindingen tonen aan dat IGM een veelbelovend instrument is voor zowel ijsdikteinterpolatie als projectie, vooral in gebieden met beperkte veldmetingen. Betere modellering van gletsjers zoals de Batysh-Sook kan leiden tot nauwkeurigere voorspellingen van toekomstige waterbeschikbaarheid, wat van groot belang is voor wetenschappelijk onderzoek en voor duurzaam waterbeheer in Centraal-Azië.
Meer lezen

Broeikasgassen en ESG: een BPM aanpak

Universiteit Hasselt
2024
Cobe
Pieters
  • Cobe
    Pieters
In de huidige bedrijfswereld wordt de integratie van milieuverantwoordelijkheid met bedrijfsresultaten steeds belangrijker. Een van de grootste uitdagingen hierbij is het gebrek
aan transparantie en kwaliteit van broeikasgasdata (BKG) in Environmental, Social, and
Governance (ESG) rapporten. Dit probleem belemmert een nauwkeurige beoordeling van
de milieu-impact van bedrijven en vermindert het vertrouwen van stakeholders. In deze
studie wordt een procesgerichte benadering voorgesteld om de kwaliteit en transparantie
van BKG-data in ESG-rapporten te verbeteren. We ontwikkelen een methode die gebruik
maakt van Business Process Model and Notation (BPMN) en proces mining technieken om
BKG-data op een gedetailleerd en gestandaardiseerd niveau te integreren en te visualiseren. Deze aanpak maakt gebruik van een BPMN-extensie om nauwkeurige en verifieerbare data te verkrijgen en te rapporteren. De bevindingen laten zien dat de integratie van
BPMN en proces mining gedetailleerde inzichten kan bieden in de emissiehotspots binnen
bedrijfsprocessen. Dit kan bedrijven in staat stellen om gerichte emissiereductie KPI’s
vast te leggen en de algehele datakwaliteit en transparantie van hun ESG-rapportering te
verbeteren. Deze studie is een fundamentele stap richting een verbeterde standaard voor
ESG-rapportering die kan leiden tot betere vergelijkbaarheid en verhoogd vertrouwen
onder belanghebbenden.
Meer lezen

Reconstructie, bescherming en valorisatie van een Franse redoute uit 1748

Hogeschool UCLL
2024
Jade
Lemoine
Genomineerde longlist Bachelorprijs
In een wereld waar klassieke grenzen vervagen en kennis eindeloos stoomt, moet het onderwijs mogelijkheden vinden om zich aan te passen en deze kennis zo efficiënt mogelijk over te dragen. STEAM is een mogelijke oplossing om creativiteit, innovatie en technologie in het onderwijs te combineren samen met de klassieke vakken. Maar er is onderzoek nodig om te komen tot nuttige of beproefde STEAM-lesmaterialen.
Mijn verdiepend praktijkonderzoek is gericht op het integreren van historische gebeurtenissen in STEAM-onderwijs, met focus op een Franse redoute uit 1748 in Hocht, Lanaken. De redoute dient dus als middel om STEAM-onderwijs te realiseren. Dit onderzoek toont aan dat het verbinden van historische context met hedendaagse vraagstukken de effectiviteit van STEAM-onderwijs kan bevorderen. Mijn onderzoek heeft niet alleen geleid tot de ontwikkeling van vakoverschrijdend lesmateriaal
voor STEAM-onderwijs, maar ook voor een brug tussen historische context en hedendaagse onderwijspraktijken. Door gebruik te maken van Franstalige archiefbronnen en historische Franse kaarten met gedetailleerde beschrijvingen, wil ik leerlingen ook proberen te betrekken bij de Franse taal en cultuur. De redoute dient niet alleen als een object van historisch belang, maar ook als een venster naar de Franse imperialistische visie en de invloed ervan op de regio. Mijn studie leidde tot de ontwikkeling van vakoverschrijdend lesmateriaal voor het secundair onderwijs, waarbij leerlingen de geometrie van historische militaire structuren verkennen met behulp van moderne meettechnieken, zoals drones en 3D-modellering via laser cutting. Het doel is om kritisch denken en probleemoplossende vaardigheden te stimuleren, en samen te
werken met erfgoedorganisaties voor educatieve initiatieven. Het lesmateriaal is uitgewerkt om in te zetten tijdens projectdagen of educatieve excursies en het wordt opgenomen in de opleiding voor officieren in de KMS in Brussel.
Meer lezen

Electrical resistivity tomography and self-potential surveys to characterize and monitor the volcanic hydrothermal system of Gunnuhver (Iceland)

Universiteit Gent
2023
Elien
Vrancken
Met behulp van de geofysische methodes elektriciteit resistiviteit tomografie en spontaan potentiaal is onderzoek uitgevoerd naar het vulkanisch hydrothermaal systeem van Gunnuhver in IJsland. Verschillende types elektriciteit resistiviteit tomografie modelleringen zijn onderzocht.
Meer lezen

Musculoskeletal modeling within the context of exoskeletal assistance

Vrije Universiteit Brussel
2023
Zarah
Van Schoor
Berekening van reactiekrachten in het schoudergewricht bij gebruikt van een exoskeleton. Deze krachten zijn berekend via een musculoskeletale modelering software, en dit voor 3 gevallen: geen assistentie, assistentie via kracht en assistentie via een koppel.
Meer lezen

Het gebruik van 3d laserscanning voor ontwerp en analyses in de architectuur en bouw

HOGENT
2023
Jeffrey
Mulier
3D scannen is de laatste jaren enorm vooruit gegaan en daarbij ook de breedte van de gebieden waar de technologie een geschikte toepassing vindt, zoals voor driedimensionale modellering en analyse in de architectuur en bouw. Ook binnen de landmeetkunde winnen laserscanners aan populariteit en wordt dit alsmaar meer als standaard apparatuur gezien. Op verschillende beurzen worden scanners in veelvoud tentoongesteld. Op dit moment zijn fabrikanten zelf zo ver dat zij zowel de functies van een traditioneel totaalstation willen combineren met de functies van een laserscanning, zoals de MS60 van het merk Leica.
Voor een landmeter kan dit echter overdonderend zijn en zelf een lichte drang veroorzaken om ook op “de trein van de toekomst” te springen. Echter komen hier veel parameters aan te pas om uiteindelijk voor het juiste toestel te kiezen. Daarnaast zijn er tal van verschillende soorten scanners met telkens hun aandachtspunten en dient de verwerking zeer precies en gedetailleerd te gebeuren.

Deze essay biedt een vergelijking van de verschillende soorten scanners en hun aandachtspunten zodat elke landmeter kan oordelen of hij al dan niet nood heeft aan een laserscanner en welk type het best bij zijn specifieke opdrachten past. Op basis van een kritische analyse van de soorten laserscanners zal getracht worden een algemeen besluit te vormen op het gebruik van 3D laserscanning voor ontwerp en analyses in de architectuur en bouw.
Meer lezen

Patiëntspecifieke dosimetrie voor Y-90 radio-embolisatie van hepatocellulair carcinoom op basis van CFD-modellering

Universiteit Gent
2023
Elien
Woestenborghs
In deze scriptie wordt de invloed van het type partikel op de dosisverdeling onderzocht via Monte Carlo simulaties voor de behandeling van leverkanker met transarteriële radio-embolisatie. Hierbij wordt rekening gehouden met de patiëntspecifieke dichtheden en de partikeldistributie verkregen via CFD-modellering.
Meer lezen

Chronotherapy in chronically ill patients

Universiteit Gent
2023
Laura
Vandecasteele
Het hoofddoel van deze masterthesis is het onderzoeken van de pathogenese van ziekten met gekende oscillatoire ritmes en het verkennen van het gebruik van chronotherapie als mogelijke behandelingsoptie voor hypertensie en reumatoïde artritis. Deze thesis heeft ook als doel om de impact van circadiaanse ritmes op de farmacokinetiek en farmacodynamiek van medicatie te onderzoeken om optimale concentraties van het geneesmiddel op de beoogde plaats van werking in het lichaam te bereiken op het correcte tijdspunt zodat het beste antwoord op de therapie bekomen wordt.
Meer lezen

Intra-annual snow cover variations as a potential explanation for eruption seasonality at Villarrica Volcano (Chile)

Universiteit Gent
2022
Julie
De Groote
Genomineerde shortlist Eosprijs
Een onderzoek gebaseerd op numerieke modellen over het seizoensgebonden uitbarstingspatroon van de Villarricavulkaan in Chili. De jaarlijkse sneeuwcyclus wordt naar voor geschoven als mogelijke oorzaak voor dit patroon. De klimaatverandering kan ervoor zorgen dat de seizoenaliteit in het eruptiepatroon met de tijd verdwijnt.
Meer lezen

Evaluation of distributed signal processing algorithms for online motor-imagery classification in wireless EEG sensor networks

KU Leuven
2022
Brent
Sterckx
Deze thesis evalueert het gebruik van gedistribueerde signaalverwerkingsalgoritmen voor de online classificatie van "motor-imagery"-data in draadloze EEG-sensornetwerken met als doel de benodigde communicatiebandbreedte te verkleinen die zulke netwerken belemmerd een realiteit te worden. Hiertoe werd eerst een gedistribueerde classificatiepijplijn ontwikkeld. Daarna werd de performance van zulke systemen geëvalueerd door zowel emulatie op basis van experimentele HD-EEG data om de accuraatheid te bepalen alsook door modellering van de energieconsumptie en latency.
Meer lezen

Welzijn tijdens de COVID-lockdown en mogelijke reddingsboeien. Een onderzoek naar de rol van emotieregulatie en de mediërende rol van zelfmotivatie op verveling, levenstevredenheid en lockdown-volharding.

Universiteit Gent
2022
Laura
Belgrado
Mijn scriptie gaat het verband na tussen emotieregulatie tijdens de eerste lockdown en de welzijnsindicatoren verveling, levenstevredenheid en lockdown-volharding tijdens de tweede lockdown. Tevens wordt er nagegaan in welke mate dit eventuele verband (deels )gemedieerd wordt door zelfmotivatie.
Meer lezen

Deep learning modellering voor de kwantitatieve FTIR-analyse van ternaire stabilisatorenmengsels

KU Leuven
2021
Laurens
Van den Meersche
In deze thesis wordt een methode voorgesteld om een chemische kwantificatie van een ternair stabilisatorenmengsel te voltrekken via deep learning en FTIR-analyse. Een menselijke interpretatie wordt bemoeilijkt door een grote hoeveelheid aan pieken die niet individueel toe te schrijven zijn aan individuele stabilisatoren. Daarom wordt deep learning gebruikt om een model op te bouwen dat zelfstandig infraroodspectra kan verwerken. Ook werd geëxperimenteerd met pre-processing om de grote hoeveelheid aan data onder controle te houden.
Meer lezen

Monitoring van saliniteit variaties tijdens getijdencycli met behulp van elektrische resistiviteit tomografie: een haalbaarheidsstudie

Universiteit Gent
2020
Lore
Vanhooren
Het monitoren van de zoutwater intrusie in de intergetijden zone met elektrische resistiviteit tomografie. De mogelijkheden en limitaties identificeren met oog op toekomstig onderzoek
Meer lezen

Interpretatie en modellering van multi instrumentele analytische data met Deep Learning

KU Leuven
2020
Marjolein
Saelens
In deze thesis werd onderzocht op welke manier kan worden omgegaan met de steeds groter wordende datasets waar bedrijven tegenwoordig mee te maken krijgen. Na een theoretische studie over verschillende technieken voor de verwerking van de beschikbare dataset, werd uiteindelijk toegelegd op de techniek Deep Learning.
Meer lezen

Interactive demo on the indoor localization, control and navigation of drones

KU Leuven
2019
Mathias
Bos
  • Rian
    Beck
Deze scriptie beschrijft het ontwerp en de implementatie van een demo-opstelling met een autonoom vliegende drone. In deze demo worden principes uit de regeltechniek geïllustreerd. De studie beschouwt de modellering, lokalisatie, controle en navigatie van drones, en ontwikkelt een structuur om deze aspecten te combineren in een robuust kader dat flexibiliteit toestaat bij de uitvoering van de demo.
Meer lezen

The influence of an interior magnetic field on gravity-mode oscillations of intermediate-mass stars

KU Leuven
2019
Jordan
Van Beeck
Mijn scriptie behandelt de inclusie van de invloed van magneetvelden in modellen van pulserende/'bevende' sterren.
Afhankelijk van de configuratie van het magneetveld en haar sterkte, worden verscheidene frequentieshifts waargenomen die diagnostisch kunnen dienen om stermodellen te verbeteren. Zo kan aan de hand van observaties het intern magneetveld worden bestudeerd, en, daaraan gekoppeld, de interne sterstructuur, die van uitermate belang is voor het bepalen van de verdere evolutie van de ster. Die evolutie is belangrijk, aangezien ze onder andere bepaalt hoe de ster, een kosmisch-chemische 'fabriek', zijn elementen verspreid over het universum.
Meer lezen

Predicting Social Unrest and Financial Market Collapse: The Effect of Conflicts recorded by the GDELT Dataset on Indian BSE30

KU Leuven
2019
Michel
Ballings
De studie bestaat uit twee grote onderzoeksvragen. Ten eerste gaan we in onze studie dieper in op de effecten van
terroristische aanslagen op de Europese aandelenmarkt. We testen dit door het rendement van de Eurostoxx50 te vergelijken met die van de MSCI met een event study. Onze resultaten laten echter zien dat de verschillen in
returns insignificant zijn.
Ten tweede onderzoekt de studie het effect van politieke conflicten op de financiële markten waar er reeds een hoge variantie geweldpleging aanwezig is. In onze studie kiezen we de land India met de bijbehorende index BSE30. We onderzoeken het marktrendement met behulp van
een aantal conflicten die zijn vastgelegd in de GDELT-dataset met GARCH-modellen als methodologie. We laten zien dat de modelleringskwaliteiten verbeterd wordt wanneer er rekening gehouden wordt met de politieke conflicten.
Meer lezen

Numerical modelling and optimization of air gap membrane distillation

KU Leuven
2019
Martijn
Bindels
  • Bart
    Medaer
Modellering van membraan destillatie om drinkwater te maken van zeewater waarbij gebruikt wordt gemaakt van hernieuwbare energie.
Meer lezen

The impact of land cover on the urban heat island and its simulation: A case study using the MOCCA network in Ghent

Universiteit Gent
2018
Sara
Top
  • Steven
    Caluwaerts
  • Rafiq
    Hamdi
Het stedelijk hitte-eiland van Gent werd bestudeerd aan de hand van geobserveerde data van het MOCCA meetnetwerk en modelleer data.
Meer lezen

Impact van de betonstop op de rivierafvoer

KU Leuven
2018
Arnoud
Vermeir
Om het ruimtegebruik in Vlaanderen te beperken naar de toekomst toe, wil de Vlaamse Regering de betonstop doorvoeren. Deze masterproef onderzocht de impact hiervan op de rivierafvoer (meer bepaald de rivieroverstromingen en droogte) via hydrologische modellering. Het bekomen landgebruik in Vlaanderen diende hiervoor als input.
Meer lezen

Detectie van voorkamerfibrillatie: een tensorgebaseerde methode

KU Leuven
2018
Simon
Geirnaert
Genomineerde longlist mtech+prijs
Deze scriptie beschrijft een nieuwe tensor-gebaseerde methode om voorkamerfibrillatie, een hartritmestoornis, te detecteren in zowel één- als meerkanaals ECG-signalen. Deze scriptie combineert technieken uit de tensoralgebra, signaalverwerking en machine learning. Een dergelijk algoritme is een noodzakelijke tool in de digitale geneeskunde, gezien de opkomst van mobiele sensoren om ECG op te meten (AppleWatch, ...).
Meer lezen

Eindige-elementenmodellering van het middenoor en de geluidslokalisatie in hagedissen

Universiteit Antwerpen
2018
Pieter
Livens
Mijn thesis onderzocht hoe hagedissen (en de niet-zoogdieren in het algemeen) geluid weten te vinden, ondanks hun unieke manier van horen. Zij gebruiken een holte in hun hoofd om de bron van een geluid te achterhalen, wat goed werd vervat in de computermodellen die werden ontwikkeld.
Meer lezen

Emergent collective motion from local interactions

Universiteit Gent
2017
Corneel
Casert
Collectieve beweging is een alomtegenwoordig en fascinerend fenomeen in de natuur en onze maatschappij. Een voorbeeld ervan is de vorming van zwermen bij vogels, waarbij groepen — in aantal soms groter dan tienduizenden — spectaculaire patronen creëren. Wat zijn nu net de noodzakelijke omstandigheden voor het ontstaan van zulke groepen?
Meer lezen

Computational design of symmetrical protein scaffolds

KU Leuven
2017
Staf
Wouters
Deze thesis beschrijft het ontwerpen, opzuiveren en karakteriseren van nieuwe stabiele, symmetrische proteïnes die nu gemodificeerd kunnen worden voor integratie in verschillende applicaties gaande van bio-farmaceutica tot groene katalyse.
Meer lezen