De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.
Het opleiden van ecologische zoekhondenteams: hinderpalen en succesfactoren
Odisee Hogeschool
2019
Bente
Stockmans
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Behoud en beheer van zeldzame dier- en plantensoorten vereisen constante monitoring. Bij soorten met een discrete levenswijze is dat niet zo evident. Ecologische zoekhonden zijn, door hun uitstekend olfactorisch vermogen en leergierigheid, een snelle, betrouwbare en niet-invasieve methode voor het monitoren van deze soorten. Uit dit onderzoek blijkt dat het haalbaar is om honden op te leiden op ecologische geuren. De overstap naar de realiteit is echter niet makkelijk en vraagt een goede training en genoeg achtergrondkennis over de soort.
De ontwikkeling van een muzikaal activiteitenpakket om kinderdagverblijven te ondersteunen in de taalverwerving van anderstalige peuters en hun ouders.
Bij een traumatische bevalling, zoals een premature bevalling, komen vaak verschillende gevoelens kijken. Deze gevoelens kunnen de betrokkenheid bij de zorg en de relatie met de verpleegkundigen beïnvloeden. Voor ouders is het belangrijk dat ze gezien worden als de primaire zorgverlener voor het kind en dat ze gerespecteerd worden. Doordat de ouders al zeer vroeg gescheiden worden van de baby kan dit voor de ouders allerlei vragen oproepen in verband met de hechting tussen de ouders en het kind. Daar een premature bevalling heel wat gevoelens met zich mee brengt, ervaren ouders dit als een emotionele rollercoaster. Daarnaast ervaren moeders de opname van hun kind in de Neonatale Intensieve Zorg anders dan vaders. Dit betekent dat vaders en moeders op een verschillende manier kunnen omgaan met de vroeggeboorte van hun kind. Tenslotte is het belangrijk dat de Neonatale Intensieve Zorg en de context van de ouders, de ouders ondersteunen tijdens deze ingrijpende gebeurtenis.
Het doel van het onderzoek is om de invloed van de organisatiecultuur, meer bepaald de politiecultuur, te onderzoeken op de bereidheid om te praten over traumatogene gebeurtenissen, gecontroleerd op achtergrondvariabelen en persoonlijke kenmerken.
Het empirische onderzoek werd uitgevoerd in de Gentse politie in januari en februari 2019. Een anonieme online vragenlijst werd gestuurd naar 716 geselecteerde werknemers; 326 respondenten hebben de enquête effectief ingevuld. Het responspercentage bedroeg 45,5% met een foutenmarge van 4,01% en een betrouwbaarheidsniveau van 95%. De gegevens werden verwerkt met SPSS, waarbij de afhankelijke variabele "bereidheid tot praten" en twee onafhankelijke variabelen "persoonlijke kenmerken" en "organisatiecultuur" werden gewogen. De resultaten werden vervolgens besproken met vier experts uit het veld.
Op intensieve zorgen is er bij de patiënt altijd heel wat apparatuur aangeschakeld. Een verpleegkundige is echter wel beperkt in het gelijktijdig interpreteren van een aantal parameters. Bij bepaalde pathologieën, zoals sepsis, zijn heel wat parameters nodig om een diagnose te kunnen stellen. Sepsis heeft een zeer hoge mortaliteit. Het is van belang dat sepsis tijdig herkend en behandeld wordt. Software kan hier misschien wel in helpen om een vroegtijdige deterioratie ten gevolge van sepsis bij een intensieve zorgen patiënt te herkennen.
Er werd onderzocht wat het effect is van smartphonegebruik voor niet-werkgerelateerde doeleinden na de werkuren op psychologische ontkoppeling, en of psychologische ontkoppeling op haar beurt een invloed heeft op het daaropvolgende gerapporteerde welzijns- en prestatieniveau, met vermoeidheid als indicator voor welzijn.
Via een studie van relevante literatuur en gesprekken met zes professionals probeert dit onderzoek een stap dichter te komen bij een genuanceerde benadering van een actuele maar tegelijk onbekende en gevoelige kwestie: de terugkeer en (re-)integratie van Belgische kinderen uit het gevallen kalifaat.
Het gaat over het verband tussen het gender van de bedrijfsleider en de financiële gezondheid van een kmo in Vlaanderen. We benaderen de financiële gezondheid via de door Graydon berekende multiscore.
Een spook teistert onze contreien, een spook genaamd 'cultuurmarxisme'. Dit is een poging om het spook te vatten door een wordingsgeschiedenis van het 'cultuurmarxisme' te presenteren. De geschiedenis begint bij het judeobolsjewisme gaat over op de Duitse nationaalsocialisten, de Koude Oorlog tot en met de hedendaagse opkomst een nieuw rechtse internationale beweging.
To blockchain or not to blockchain? De opportuniteit van blockchaintechnologie voor controle over persoonsgegevens uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming
Het doel van deze scriptie is om de OESO ontwerptekst omtrent de transfer pricing aspecten van financiële transacties te analyseren vanuit een juridisch alsook economisch standpunt. De antwoorden op de onderzoeksvragen zouden treasury en taks professionals in staat moeten stellen om de transfer pricing implicaties van deze ontwerptekst op hun bedrijfsfinancieringsactiviteiten correct in te schatten.
De scriptie handelt over de optimalisatie van de nokkenas van een borstelmachine aan de hand van Matlab. Het is in feite een theoretische opdracht, waarbij het resultaat gecontroleerd wordt doormiddel van praktijktesten.
Een gezinswetenschappelijk perspectief op de regie over het eigen levenseinde van mensen met dementie. Hoe kunnen mensen met dementie zelf regie houden over hun levenseinde? Is een uitbreiding van de euthanasiewet de enige optie? Hoe kunnen we onze samenleving dementievriendelijker maken?
Een goede installatiekeuze voor de verwarming en koeling van een gebouw zal volgen uit verschillende factoren. Het energieverbruik van een gebouw speelt hierin een grote rol. Een goede inschatting krijgen in het energieverbruik zal helpen in de juiste systeemkeuze voor het gebouw.
Effect of ubiquitination on Parkinson’s Disease associated proteins alpha-synuclein and synphilin-1 in humanized yeast models
KU Leuven
2019
Jens
Loncke
Dit project onderzocht de rol van ubiquitinatie op de toxiciteit en het aggregeren van alfa-synucleïne en synphilin-1 in gehumaniseerde gistmodellen voor de ziekte van Parkinson.
Onze studie werd uitgevoerd bij patiënten met adulte spinale deformiteit. Wij hebben onderzocht of spinopelvische parameters op 2D radiografie representatief zijn voor het statisch alignement van de 3D wervelkolom en in welke mate het 3D statisch alignement de dynamische functie van de wervelzuil tijdens de gangbeweging benadert.
Ademspiertraining aan hoge intensiteit aangeboden aan patienten die moeilijk ontwenenen van beademing op intensieve zorgen met oog op verbeteren van ademhalingskarakteristieken.
Het gebuik van de Stresstool door Inloopteam Zuidrand: een kwalitatief onderzoek naar naar de bruikbaarheid van de Stresstool bij ouders met een migratieachtergrond.
Thomas More Hogeschool
2019
Emilie, Margot, Laurien, Marion, Maxime, Michelle
Diels, Longeville, Taels, Lampaert, De Weerdt, De Belser
Inloopteam Zuidrand ontwikkelde een instrument om stress te meten bij ouders met een migratieachtergrond. In dit onderzoek worden gerelateerde thema's behandeld in de literatuurstudie, en wordt aan de hand van 3 onderzoeksmethoden de betrouwbaarheid en validiteit nagegaan en wordt tevens onderzocht of het testinstrument afgestemd is op de doelgroep.
Niet alle factchecks zijn factchecks. Een onderzoek naar de kwaliteit van factchecks gepubliceerd in Vlaamse geschreven media op basis van grondigheid, transparantie, onpartijdigheid en systematiek.
Om de werkdruk voor de leerkracht te verlagen is efficiënt werken belangrijk. Grondig en correct evalueren van spreekopdrachten in het onderwijs is een tijdrovende zaak. Kunnen spreekopdrachten met de tool ForAllRubrics grondiger en minstens even betrouwbaar worden en met
minder tijd?
Sinds het oprichten van het Nationaal Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (NSKO) in 1957 kende de onderwijskoepel verschillende vernieuwingen; zo ook onze Modeopleiding. De laatste vernieuwing gebeurde in september 2016. Deze vernieuwing binnen de 3de graad BSO Moderealisatie en –verkoop is dan ook de aanleiding geweest voor mijn onderzoek.
Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KOV) ontwierp een actueel leerplan met een nieuwe visie. Deze richt zich voornamelijk op 5 overkoepelende pijlers : Projectmatig en conceptueel werken, Recycling en upcycling, Vakoverschrijdend werken, Trend en lifstyle en de centrale plaats van de leerling.
KOV verwacht van de scholen over heel Vlaanderen die de optie 3de graad BSO Moderealisatie en –verkoop aanbieden dat ze met deze visie les geven.
De leerkrachten dienen zélf didactisch materiaal te ontwerpen en dit te koppelen aan lesdoelen die gelinkt zijn aan de leerplandoelen opgesteld in het leerplan 3de graad BSO Moderealisatie en –verkoop.
Door het gemis aan universeel cursusmateriaal dient een leerkracht zelf het leerplan te interpreteren en de visie te verwerken.
Tijdens het onderzoek hebben we gemerkt dat dit moeilijker is dan het lijkt.
Het werd duidelijk dat de leerkrachten ondersteuning kunnen gebruiken bij het opstellen van didactisch materiaal.
De conclusie om een ondersteunende handleiding op te stellen was voor de hand liggend. Deze wordt met hedendaagse ideeën gekoppeld aan actuele voorbeelden uit de modewereld om zo eigen cursusmateriaal te kunnen opstellen. Er is een lijst met richtlijnen bijgevoegd waar de leerkrachten hun projecten aan kunnen toetsen.
Eerst diende ik de visie van KOV te doorgronden aan de hand van het bestuderen van zowel het oude als het nieuwe leerplan en het gesprek met Isabelle Tack (pedagogische begeleidster) ter verduidelijking en aanvulling.
Ook diende er een grondige literatuurstudie te gebeuren om de exacte inhoud van de 5 pijlers te begrijpen.
Vervolgens heb ik een gesprek met Sarah Casier gehad. Zij geeft bijscholingen aan leerkrachten met betrekking tot het cursusmateriaal en de nieuwe visie binnen het modeonderwijs.
Er is bij een 30-tal Vlaamse leerkrachten een enquête afgenomen zodat hun meningen vergeleken kunnen worden en de noden kunnen worden opgelijst.
Als laatste ben ik de voorbeeldschool Ursulinen Mechelen gaan bezoeken die de vernieuwing optimaal benut.
Al deze stukjes hebben bijgedragen tot het ontwerpen van de ondersteunende handleiding.
Information about resettlement preferences is important for voluntary resettlement programs to be a successful disaster risk reduction strategy. This study combines semi-structured interviews and structured household surveys which includes a discrete choice experiment to elicit ex-ante resettlement preferences of households that live in landslide prone areas. We use a mixed logit model and latent class model to assess resettlement preferences and to investigate differences in preferences between socioeconomic groups. We find that, in general, people are willing to resettle away from a landslide prone area to a safer area and to an area that is accessible by roads. The willingness to resettle increases when additional arable land is provided, when the extended family can come along and when monetary compensation is offered. However, the relative importance of these attributes varies among socioeconomic groups. More wealthy households show a greater willingness to resettle and attach more importance to improved road infrastructure, while poorer respondents are less willing to resettle and attach more importance to whether their family can move along. Although the majority of households are willing to resettle, previous resettlement attempts were not always successful and individual willingness is not translated into actions. This can be attributed to the fact that little unused land is available in highly populated areas which may results in border disputes at the resettlement destination. In addition, resettling is costly and the effective monetary compensation received by resettlers is often low (and not in line with the government’s promises). Finally, group dynamics also play a role: households mainly want to resettle along with their (extended) family. Hence, if there is no consensus among a large part of the community to resettle, the status quo remains.
Tuccia and her Sieve: The Nachleben of the Vestal in Art
KU Leuven
2018
Sarah
Eycken
Deze transhistorische scriptie onderzoekt het Nachleben van het motief van de Vestaalse maagd Tuccia en haar paradoxaal ondoorlaatbare zeef in de kunst. De scriptie bestaat uit drie delen. Het eerste deel gaat over Tuccia als een symbool voor het onbevlekte Rome. Het tweede behandelt het motief van Tuccia op het vlak van gender. In het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de 'Sieve Portraits' van Elizabeth I als moderne Tuccia.
Deze scriptie omschrijft de Vlaamse gunstmaatregel voor de overdracht van familiale bedrijven. Daarnaast bevat de thesis ook een korte vergelijking van verschillende technieken voor het behoud van controle van de onderneming na de overdracht.
Deze scriptie analyseert de juridische aard van de EU-Turkije Verklaring met als doel de beschikkingen van het Gerecht in perspectief te plaatsen. Het belangrijkste argument dat in deze scriptie wordt ontwikkeld is dat de EU-Turkije Verklaring moet beschouwd worden als een internationaal akkoord, gesloten tussen de Europese Raad en Turkije. Deze scriptie onderzoekt vervolgens de gevolgen van de beschikkingen van het Gerecht en formuleert een aantal bedenkingen bij deze beschikkingen.
De overdracht tijdens een dienstwissel bij verpleegkundigen gebeurde traditioneel altijd achter gesloten deuren. Echter, door de aandacht voor het reduceren van adverse events en de vraag naar meer participatieve benaderingen binnen de zorg, stijgt de belangstelling naar Bedside Shift Report, ook gekend als de overdracht aan bed. Deze scriptie doet onderzoek naar de effecten van Bedside Shift Report op volgende klinische indicatoren: opnameduur, ongeplande heropname, ziekenhuis-verworven decubitus, valincidenten, ongepland herprikken van intraveneuze infusen en pijn.
In deze bachelorproef wordt onderzocht of de dramatherapeutische methode Developmental Transformations kan bijdragen tot het tolereren van controleverlies bij stotteren. Dit gebeurt aan de hand van een literatuurstudie en een praktijkonderzoek bij kinderen die stotteren met lagere schoolleeftijd.
The current study investigates participants’ perspective on the predictive relationship between (prodromal) symptomology and mood episodes. In addition, it aims to gain insight in successful self-management strategies. To this end, we launched an online questionnaire in The Netherlands and Belgium through several patient networks for bipolar disorder. Participants with bipolar spectrum disorder (n=100) were asked to indicate the predictiveness of certain early symptoms for either depressive or (hypo)manic episodes. In addition participants were asked how helpful certain strategies were in managing specific mood episodes. The results of the current study provide important user generated information that can be implemented in future mHealth self-management tools for bipolar disorder.Specifically, the present study has generated important insights into the predictive power of prodromal symptomology that signals the occurrence of an episode of mood dysregulation and will provide a database of successful strategies that specifically target such mood-symptom correlations when they arise and thus help to prevent further exacerbation of mood instability. Availability of such strategies to people with bipolar disorder through a mHealth application will be crucial to the effectiveness of their self-management.