Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

De-escalatietrainingen in het omgaan met agressie in de verpleegkunde

Hogeschool UCLL
2026
Yara
VERLEY
Agressie is de dag van vandaag een alomtegenwoordig probleem binnen de maatschappij, eveneens binnen de zorgsetting. Hierbij lijkt de kwaliteit van een veilige zorgomgeving en humane hulpverlening onder druk te staan. Zorgverleners, waaronder verpleegkundigen, ervaren steeds vaker oplopende spanningen en onvoorspelbaar gedrag. Daarnaast worden de verpleegkundigen vaker blootgesteld aan de zware gevolgen van agressie-incidenten, ondanks het bestaan van trainingen en protocollen. Een belangrijke oorzaak hiervan is het gebrek aan voldoende kennis, maar eveneens het gebrek aan vertrouwen in het correct handelen bij opkomende spanning en agressie. Er lijkt dus een groeiende nood te zijn aan effectieve de-escalatietraining in het omgaan met agressie.

De doelstelling van deze scriptie ligt in het onderzoeken van de effectiviteit van de-escalatietrainingen en bijgevolg ook uit te kunnen maken welke vorm van training het meest effectief is in het reduceren van agressie-incidenten.
Om dit mogelijk te maken werd in deze paper geopteerd voor een literatuurstudie uitgevoerd waarbij wetenschappelijke bronnen en systematische reviews werden geanalyseerd. De analyse focuste op drie kwaliteitscriteria: efficiëntie, doeltreffendheid en duurzaamheid.

Uit de resultaten blijkt dat de-escalatietrainingen effectief zijn in het verbeteren van de houding, competenties en het zelfvertrouwen van verpleegkundigen, maar dat er onvoldoende evidentie is dat trainingen als losstaande interventie voldoende zijn om het aantal agressie-incidenten te verminderen. Hiervoor is verder gespecificeerd onderzoek nodig.
Om de-escalerend te kunnen werken in het voorkomen van agressie-incidenten is een bredere multimodale aanpak nodig die zowel het individueel niveau omvat als het organisatorisch en structureel niveau.

Dit onderzoek toont aan dat investeren in de-escalatie loont. Desondanks zijn training alleen als interventie onvoldoende. Ze moeten ingebed worden in een duurzame, multimodale aanpak die zowel het individueel niveau van verpleegkundigen als het organisatieniveau aanpakt. Dit heeft als gevolg het creëren van een zorgomgeving waarin veiligheid, professionaliteit en menselijkheid centraal kunnen blijven staan.
Meer lezen

Ontwerpgerichte methodiek voor herbestemmingen van religieus erfgoed.

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Fleur
Sanchez
Overal ter wereld staan religieuze erfgoedsites onder druk. Door de secularisering van de maatschappij verliezen kerken en andere religieuze gebouwen hun oorspronkelijke functie en komen ze leeg te staan. Een nieuwe functie kan een gebouw een toekomst geven, maar een herbestemming is meer dan het simpelweg invullen van een nieuwe functie. Het is een complex proces waarin erfgoedwaarden, ontwerp, regelgeving, gebruikers en verschillende actoren voortdurend op elkaar inspelen.

Daarom onderzocht ik hoe een methodiek ontwikkeld kan worden die ontwerpers houvast biedt bij herbestemmingsprojecten van religieus erfgoed. Via literatuuronderzoek, analyse van bestaande procesmodellen, interviews en praktijkgerichte validatie bracht ik de verschillende aspecten, actoren en knelpunten van het proces in kaart. Ik onderzocht onder meer het Godshuis De Lichtervelde en het Begijnhof in Hasselt. Vervolgens toetste ik de ontwikkelde methodiek aan de Abdij van Herkenrode als testcase.

Uit het onderzoek bleek dat herbestemming geen strikt lineair proces is. Beslissingen veranderen voortdurend door nieuwe inzichten, randvoorwaarden en input van verschillende actoren. Daarom ontwikkelde ik een methodologisch model dat het proces opdeelt in vijf fases: vooronderzoek, haalbaarheidsstudie, ontwerp, uitvoering en ingebruikname. Terugkoppelingen verbinden deze fases met elkaar en maken zichtbaar wanneer eerdere keuzes opnieuw moeten worden onderzocht.

Daarnaast vormen ontwerpmethodieken en ruimtelijke ontwerpstrategieën een belangrijke schakel tussen analyse en ontwerp. Ze helpen ontwerpers om erfgoedwaarden, randvoorwaarden, het programma en ruimtelijke kwaliteit te vertalen naar concrete ontwerpkeuzes. Het model wordt aangevuld met digitale informatiefiches die per fase extra uitleg en praktische handvatten bieden.

Het eindresultaat is geen vast stappenplan dat voor elke kerk hetzelfde antwoord geeft. Het biedt ontwerpers een flexibel houvast om het complexe herbestemmingsproces te structureren, keuzes te onderbouwen en het ontwerp voortdurend af te toetsen. Zo bundelt de methodiek versnipperde kennis in één praktisch hulpmiddel voor toekomstige herbestemmingsprojecten van religieus erfgoed.
Meer lezen

¿Ofensivo o no? La detección automática de misoginia en Twitter mediante un modelo neuronal multilingüe

Universiteit Gent
2026
Jirky
Dumon
Deze scriptie onderzoekt in hoeverre een meertalig AI-systeem haatspraak tegen vrouwen automatisch kan opsporen op X - het voormalige Twitter - in het Nederlands, Engels en Spaans. De focust lag daarbij niet alleen op expliciet haatdragend taalgebruik, maar ook op impliciet vrouwonvriendelijke berichten. Een meertalig AI-systeem kreeg 4 320 tweets voorgeschoteld en moest vervolgens voorspellen of ze haatspraak bevatten of niet. Uit de resultaten is gebleken dat het systeem heel goed kan omgaan met expliciet haatdragende berichten, maar veel minder goed met impliciete gevallen (vooral in het Nederlands). De conclusie? Gezien hun snelheid is het erg nuttig om AI-tools in te zetten, maar het is essentieel dat hun werk een aanvulling is op en geen vervanging van menselijke moderatoren. De handen in elkaar slaan is de boodschap!
Meer lezen

Werk-Woorden-Ruimte

LUCA School of Arts
2026
Nick
Proot
Voor mijn educatieve masterscriptie onderzocht ik hoe studenten in het deeltijds kunstonderwijs zelf richting kunnen geven aan hun artistieke proces wanneer ze vastlopen. Daarvoor ontwikkelde ik Werk-Woorden-Ruimte: een doos met werkwoordkaarten, focuskaarten, een lexicon en een handleiding. Studenten combineren woorden, interpreteren ze vanuit hun eigen onderzoek en formuleren instructies voor zichzelf.

Gedurende vijf weken volgde ik het gebruik in twee groepen van het Projectatelier, bij volwassenen in de vierde graad Beeld. Via hun procesboeken onderzocht ik hoe de kaarten het experimenteren, reflecteren en benoemen van keuzes ondersteunden. Verschillende studenten vonden na een blokkade zelf een nieuwe werkrichting. Het onderzoek verkent zo hoe een open structuur houvast kan bieden en tegelijk ruimte laat voor autonomie en een eigen artistieke stem.
Meer lezen

Familie, migratie en de vele gezichten van verbondenheid. Sense of beloning binnen het Belgisch-Vlaams landbouwmigrantengezin Walraet in Frankrijk (1920-1967).

Universiteit Antwerpen
2026
Kaat
Vanderstukken
Deze masterproef onderzoekt hoe gevoelens van verbondenheid vorm kregen binnen het Belgisch-Vlaamse landbouwersgezin Walraet, dat zich in 1920 vanuit Vlaanderen in Frankrijk vestigde. Vertrekkend vanuit de vraag met welke gemeenschappen de gezinsleden zich verbonden voelden, analyseert dit onderzoek hoe sense of belonging werd gevormd, beleefd en onderhandeld tussen 1920 en 1967. De studie situeert zich binnen de migratiegeschiedenis van Belgische migranten in Frankrijk en kiest voor een microhistorische en cultureel-historische benadering waarin de subjectieve beleving van migratie centraal staat.
Het onderzoek vertrekt vanuit de eigen familiegeschiedenis als casus, wat toegang biedt tot moeilijk traceerbare ervaringen en aansluit bij “history from within”. De familie Walraet fungeert zo als venster op bredere processen van migratie en identiteitsvorming.
Theoretisch steunt het onderzoek op het concept place-belongingness van Marco Antonsich, waarin verbondenheid wordt begrepen als een dynamisch en relationeel proces. Methodologisch wordt orale geschiedenis gecombineerd met familiale bronnen en archiefmateriaal, waaronder interviews, postkaarten en naturalisatiedossiers.
De analyse toont dat verbondenheid geen homogeen of lineair proces was, maar het resultaat van een complexe wisselwerking tussen familiale, culturele, economische en persoonlijke factoren. De gezinsleden ontwikkelden uiteenlopende en soms contra-intuïtieve vormen van verbondenheid met België, Frankrijk en lokale gemeenschappen. Onderwijs, huwelijk en nationaliteitskeuzes speelden hierin een belangrijke rol. De studie benadrukt dat verbondenheid niet samenvalt met taal, nationaliteit of geboorteplaats, maar voortdurend wordt heronderhandeld in dagelijkse praktijken en familiale relaties.
Meer lezen

In welke mate worden grote klimaatprotesten in België (2018–2025) vertaald in parlementaire agendering van energie- en klimaatgerelateerde thema’s?

KU Leuven
2026
Nore
Deconinck
Deze masterproef onderzoekt de mate waarin grootschalige klimaatprotesten in België tussen 2018 en 2025 de parlementaire agenda rond klimaat en energie beïnvloeden. Via een mixed-methods opzet, een kwantitatieve trendanalyse en een kwalitatieve inhoudsanalyse van 103 parlementaire vragen en 153 krantenartikels, wordt de doorwerking van protest naar het federale parlement in kaart gebracht.
De resultaten tonen aan dat protesten de parlementaire agenda wel degelijk beïnvloeden, maar dat dit traag en veelal verborgen verloopt via mediaberichtgeving. Ten eerste blijkt de Belgische particratie een rigide institutionele filter. Hierdoor reageerden politici in de kalmere pre-crisisjaren niet sneller of directer dan tijdens de latere crisisjaren. Ten tweede veroorzaakte de energiecrisis vanaf 2022 een duidelijke verschuiving in het parlement. De nadruk verschoof van de klimaaturgentie naar crisismanagement, met een sterke focus op betaalbaarheid en bevoorrading. Tot slot is de politieke reactie vaak louter symbolisch, al verschilt dit sterk per ideologie. Rechtse partijen stellen vooral symbolische vragen, bijvoorbeeld over ordehandhaving, terwijl linkse partijen het instrument vaker inzetten voor inhoudelijke beleidsdruk.
Kortom, massamobilisatie is onvoldoende voor snelle beleidsverandering in een consensusdemocratie. Klimaatbewegingen passen in crisistijd best hun framing aan en richten zich strategisch tot linkse oppositiepartijen om impact te maken.
Meer lezen

Companionbits

Hogeschool UCLL
2026
Maya
Martens
Dit bachelorproject beschrijft de ontwikkeling van CompanionBits, een Belgisch softwareplatform dat gebruiksvriendelijke productiviteitstools ontwikkelt voor bouwprofessionals. Het project ontstond vanuit de vaststelling dat veel dagelijkse handelingen binnen AutoCAD nog steeds tijdrovend en omslachtig verlopen. CompanionBits wil deze bestaande werkomgeving verbeteren zonder AutoCAD te vervangen, met eenvoudige en gerichte tools die de efficiëntie verhogen.

Binnen het project werd een volledig softwareplatform ontwikkeld. Dit omvat een commerciële website, gebruikers- en abonnementsbeheer, een beveiligd licentiesysteem, online betalingen via Stripe en een reeks AutoCAD-plugins. Daarnaast werd BasinCalc ontwikkeld als een zelfstandige rekentool voor infiltratie- en bufferbekkens. De AutoCAD-tools werden ontwikkeld met C# en .NET 8, terwijl de website gebruikmaakt van Next.js, React en TypeScript. De backend werd gebouwd met Django en PostgreSQL, aangevuld met Redis en verschillende externe diensten.

Tijdens het project werd uitgebreid aandacht besteed aan softwarearchitectuur, beveiliging, gebruiksvriendelijkheid, schaalbaarheid en onderhoudbaarheid. Het systeem maakt onder andere gebruik van machinegebonden licenties, versleutelde lokale licentiegegevens, server-side validatie en een offline-periode van maximaal 30 dagen. Betalingsgegevens worden niet door CompanionBits opgeslagen, maar rechtstreeks door Stripe verwerkt.

De software werd gevalideerd via manuele functionele tests, API-tests, geautomatiseerde unit- en integratietests en een CI-pijplijn met GitHub Actions. De belangrijkste requirements werden gekoppeld aan concrete acceptatietestcases. Hierdoor werd niet alleen de functionaliteit, maar ook de betrouwbaarheid en beveiliging van het platform gecontroleerd.

Een belangrijk onderdeel van het project was de technologiekeuze. Een eerder ontwikkelde Java/Spring Boot-backend werd tijdens het project vervangen door Django, omdat Django beter aansloot bij de ontwikkelsnelheid en vereisten van een solo-ontwikkelaar. Ook PostgreSQL en Next.js werden bewust gekozen vanwege hun betrouwbaarheid, integratiemogelijkheden en SEO-ondersteuning.

Het eindresultaat is een volledig werkend en commercieel inzetbaar softwareplatform. Het project toont aan dat een complexe oplossing zelfstandig over verschillende technologieën heen kan worden ontworpen, ontwikkeld, getest en gedeployed. Naast technische kennis leverde het project ook ervaring op in security, softwarearchitectuur, productontwikkeling en ondernemerschap. Toekomstige uitbreidingen zijn onder andere meer geautomatiseerde frontendtests, monitoring, 2FA, verdere uitbreiding van de toolsuite, publicatie via de Autodesk App Store en internationale groei.
Meer lezen

artificiële intelligentie in de oncologische diëtetiek: digitale tool en promptgids voor diëtisten

Odisee Hogeschool
2026
Jonathan
Hoes
  • Emma
    Vico
Deze bachelorproef onderzoekt de mogelijkheden van artificiële intelligentie (AI) binnen de oncologische diëtetiek om de werkdruk van oncologische diëtisten te verlagen. Probleemstelling: De aanleiding voor dit onderzoek is de toenemende zorgvraag binnen de oncologie, gecombineerd met een hoge administratieve belasting en beperkte tijd voor individuele begeleiding. Hoewel AI theoretisch veel mogelijkheden biedt binnen de gezondheidszorg, blijkt de implementatie in de praktijk momenteel nog beperkt.
Methode: In deze bachelorproef werd onderzocht hoe Large Language Models via gestructureerde prompt engineering op een betrouwbare manier kunnen worden ingezet binnen de oncologische voedingszorg. Hiervoor werd eerst een bevraging afgenomen bij oncologische diëtisten om huidige noden, werkdruk, AI-gebruik en bezorgdheden rond AI in kaart te brengen. Daarnaast werd een literatuuronderzoek uitgevoerd naar recente prompttechnieken zoals role prompting, few-shot prompting, Chain-of-Thought prompting en Retrieval Augmented Generation. Vervolgens werden verschillende prompts en AI-modellen met elkaar vergeleken op basis van zowel kwantitatieve als kwalitatieve evaluatiecriteria. Met al deze bekomen informatie werd een praktische promptgids ontwikkeld en een prototype gebouwd waarmee gepersonaliseerde voedingsschema’s gegenereerd kunnen worden op basis van patiëntengegevens en nutritionele richtlijnen.
Resultaten: Uit de resultaten bleek dat oncologische diëtisten een hoge werkdruk ervaren en momenteel slechts beperkt gebruikmaken van AI, voornamelijk door bezorgdheden rond betrouwbaarheid, privacy en transparantie. De vergelijking tussen verschillende prompttechnieken toonde aan dat gestructureerde prompts die gebruik maken van gerichte prompttechnieken duidelijk betere resultaten opleverden dan eenvoudige prompts. De aangepaste prompts genereerden accuratere en consistenter voedingsschema’s die beter aansloten bij de ESPEN-richtlijnen en de klinische context van de patiënt. Daarnaast werden verschillen vastgesteld tussen de onderzochte AI-modellen. Sommige modellen slaagden er beter in om richtlijnen, symptomen en voedingsvereisten correct te integreren, terwijl andere modellen meer inconsistenties en afwijkingen vertoonden.
Besluit: Deze bachelorproef toont aan dat artificiële intelligentie een waardevolle ondersteunende rol kan spelen binnen de oncologische diëtetiek. Gestructureerde prompt engineering kan bijdragen aan meer consistente en klinisch relevante output.

Meer lezen

Oostende: een onverwachte wereldhaven en veeleisende meesteres: Een onderzoek naar scheepsongevallen in en rond de haven van Oostende tussen 1770 en 1792.

KU Leuven
2026
Arne
Hanson
Deze masterscriptie doet onderzoek naar scheepsongevallen in de haven van Oostende op het einde van de achttiende eeuw. Dat doet ze via de onderzoeksvraag: Welke soorten scheepsongevallen; welke oorzaken en welke evoluties kenmerkten die scheepsongevallen in en rond de haven van Oostende in de periode 1770 tot 1792 en wat was het gevolg voor deze schepen? Het onderzoek maakte gebruik van vier bronnen: de ‘Gazette van Gend’ een krant waarin scheepsongevallen vermeldt staan; de ‘Nauwkeurige beschryving der Oude en Beroemde Zee-Stad Oostende gelegen in Oostenrycksch Vlaenderen’ van Jacobus Bowens, een kroniek die contemporaine context verschaft; een rapport van Thomas de Grysperre dat een aantal oorzaken aangaf voor de scheepsongevallen die in voorkwamen in Oostende en tenslotte zeeprotesten uit het notariaat van Caillie. De zeeprotesten zijn aktes waarin kapiteins hun verslag deden over een ongeval en probeerden de schuld van zich af te schuiven door ze op de zee te leggen, vandaar de naam zeeprotest.
De meeste scheepsongevallen die in Oostende gebeurden waren strandingen. Andere ongevallen waren zinkende schepen, schepen met lekkages en schepen met averij. Er zijn vier mogelijke oorzaken voor deze ongevallen: het weer, strandingen, de verzanding van de haven en tenslotte onkunde. Bij slecht weer gebeurden er ongevallen omdat schepen afhankelijk waren van het weer en omdat Oostende onbeschut lag. Strandingen waren soms zodanig hard dat schepen aan stukken sloegen. Daardoor zijn zij zowel een soort als een oorzaak. Door verzanding was de haven ondiep waardoor zij verraderlijk was en soms voor ongevallen zorgde. Daarnaast was Oostende ook moeilijk te bereiken waardoor veel ervaring nodig was. Onkunde speelde dus ook een rol. Meestal gebeurde een ongeval door een combinatie van deze factoren.
Vervolgens werd de evolutie van het aantal scheepsongevallen bestudeerd. Een Pearson-Correlatiecoëfficiënt toont aan dat er een zwakke, positieve samenhang was tussen het aantal scheepsongevallen en het aantal inkomende schepen. Daarnaast was de correlatie statistisch niet significant. De evolutie van het aantal scheepsongevallen fluctueerde daarvoor te veel. De fluctuaties werden veroorzaakt door geïsoleerde gebeurtenissen en door de verbetering van de haveninfrastructuur in Oostende.
Het laatste aspect van dit onderzoek zijn de gevolgen voor de schepen na een ongeval. De schepen zelf konden meestal de haven van Oostende toch bereiken, waar ze gerepareerd werden. Als ze te beschadigd waren werden ze gerecycleerd, materiaal dat nog in goede staat was werd verkocht en het schip zelf werd tot brandhout gehakt. Wrakken bleven op de bodem liggen, waar ze op hun beurt ongevallen konden veroorzaken. Als de kapitein aan land kwam tekende hij een zeeprotest waardoor hij gevrijwaard was van schadeclaims op het schip of de lading. De bemanning speelde daarbij een belangrijke rol want zij moesten de onschuld van de kapitein bevestigen. Soms werd de schuld ook op de loods gelegd als hij in fout was. Tot slot konden handelaars hun goederen ophalen, maar konden geen schadeclaims opleggen door het zeeprotest. Dat was dus een zeer handig document om op zak te hebben.
Meer lezen

Bewustwording en preventie van betonrot

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Gianni
Verschraeghen
Betonrot ontstaat vaak geleidelijk door vocht, vorst-dooicycli en chloriden die de wapening in beton aantasten. Kleine signalen zoals roestsporen, scheuren en afbrokkelend beton worden echter vaak pas opgemerkt wanneer herstel dringend en duur is.

Deze bachelorproef onderzocht hoe communicatie eigenaars, syndici en gebouwbeheerders kan aanzetten tot vroegtijdige inspectie en preventief onderhoud. Het resultaat is een toegankelijke campagne die technische kennis vertaalt naar herkenbare signalen, concrete actiepunten en duidelijke informatie over tijdig ingrijpen. Zo wil de campagne bijdragen aan veiligere gebouwen, een langere levensduur van betonconstructies en lagere herstelkosten.
Meer lezen

Behaviour of the invasive lionfish Pterois miles in the Aegean Sea

HOGENT
2026
Wout
Vandenberghe
Onderzoek van het gedrag en de activiteit van de invasieve Indische koraalduivel Pterois miles in de Egeïsche Zee, meer specifiek rond het Griekse eiland Samos.
Meer lezen

Water Dichter, een metabool ontwerp voor een zwembare Roosterbeek

Universiteit Hasselt
2026
Jilles
van der Linde
Deze masterscriptie onderzoekt de grens tussen lichaam en water, door een kleine waterloop als zwembaar te benaderen. Waterlopen werden in Vlaanderen lang beschouwd als infrastructuur, hygiënisch risico of juridische last, waardoor de directe lichamelijke ervaring van water uit het dagelijks leven verdween. De laatste jaren ontstaat een voorzichtige kentering die buitenzwemmen opnieuw op de politieke agenda heeft gezet. Binnen die context onderzoekt deze scriptie onder welke ruimtelijke, ecologische en lichamelijke voorwaarden een kleine, waterloop opnieuw zwembaar kan worden, en hoe een ontwerp deze voorwaarden in één samenhangend systeem kan brengen.

De Roosterbeek in Midden-Limburg dient als case. Het onderzoek combineert een lichamelijke verkenning van de beek, gesprekken met experts uit waterbeheer en ecologie, een literatuurstudie naar zwembeleid en de fenomenologische omgang met water, en ontwerpend onderzoek waarin de bevindingen ruimtelijk worden getoetst. De analyse brengt verschillende obstakels voor zwembaarheid naar voren. De beek is op meerdere plekken ingebuisd, snijdt zich steeds dieper in door versnelde afvoer, en wordt bij regen vervuild door een riooloverstort. Deze problemen zijn niet apart oplosbaar; ze vragen om een aanpak die ecologie, infrastructuur en lichamelijke beleving samenbrengt.

Het ontwerp Water Dichter vertaalt deze inzichten in een sequentie van ingrepen waarin elk obstakel niet wordt weggewerkt maar omgekeerd. Rioolslib wordt warmte, buizen worden constructies, vervuild water wordt gezuiverd en gevierd. Het ontwerp positioneert zwembaarheid als ontwerpcriterium en zorg, die uit lichamelijk contact ontstaat, als ontwerpvoorwaarde. Daarmee biedt het een aanpak voor de herdenking van vergelijkbare kleine waterlopen in Vlaanderen.
Meer lezen

Een 'unieke' historicus van een 'unieke' natie? Een historiografische studie van het "framework" van Lode Wils (1929-2024) over de Vlaamse beweging in de negentiende eeuw

KU Leuven
2026
Pieterjan
Douchy
Deze masterproef onderzoekt de historiografische standpunten van historicus Lode Wils (1929-2024) over professionaliteit en de geschiedenis van de Vlaamse beweging in de negentiende eeuw. Hoewel Wils voornamelijk getypeerd wordt als een ‘unieke verwetenschappelijker’ van de geschiedschrijving van de Vlaamse beweging, is er tot nu toe weinig bekend over de uitgangspunten die achter die invloed schuilen. Daarom is zijn rol in de klassieke voorstelling van een lineaire groei binnen die geschiedschrijving slechts weinig geproblematiseerd. De masterproef benadrukt het belang van zijn naoorlogse opleiding aan de Leuvense universiteit en van vroege contacten met Maurits De Vroede en Pieter Geyl. Onder andere door zijn discours over professionaliteit en studie van de eigen ‘unieke’ natie, kan Wils getypeerd worden als een ‘klassieke’ naoorlogse historicus van de West-Europese natie. De masterproef wijst er daarenboven op dat engagement en de zoektocht naar ‘objectiviteit’ elkaar in zijn vroege teksten niet uitsloten, maar juist veronderstelden. Ze toont tot slot aan dat Wils de ‘tijdgeest’ centraal stelde in de studie van het verleden, eerder dan contingentie. Centraal staan de debatten die hij voerde, in lijn met het “internal realism” van Chris Lorenz, met een nadruk op de jaren 1950 tot en met 1970. Zowel Wils’ boeken, artikels als recensies komen aan bod in de inhoudsanalyse. Zo vormt de thesis een aanzet tot de historiografische studie van naoorlogs België, waarover voorlopig slechts weinig onderzoek is verricht.
Meer lezen

Heide onder druk

LUCA School of Arts
2026
Sophia
van Sloun
Klimaatverandering is geen abstract begrip meer: bos- en heidebranden,
overstromingen en andere rampen maken het zintuiglijk
tastbaar. Toch blijft de noodzaak tot een paradigmashift (waar
een nieuwe manier van denken op de voorgrond komt en oude
structuren doorbroken worden) vaak te ver van ons dagelijkse leven.
Door deze feiten subtiel te vertalen in objecten, kan distantie
doorbroken en bewustwording gestimuleerd worden om zo
onze vanzelfsprekende kijk op het heidelandschap, sterker nog
de klimaatverandering te herdenken. Om dit te realiseren richt
ik mijn onderzoek op een scala aan perspectieven met inbegrip
van de heide zelf om bestaande fricties transparant te duiden.
Mijn doel is de vaak verborgen ecologische en symbolische betekenissen
te vertalen naar een tastbaar, discursief ontwerp (een
ontwerpmethode die uitnodigt tot reflectie en dialoog).
Meer lezen

Zintuiglijke beleving in WZC Wilgendries te Voorde

HOGENT
2026
Jan
Desmet
  • Stephanie
    De Vreese
  • Hannah
    Libbrecht
  • Kim
    Robrecht
Deze bachelorproef onderzoekt hoe laagdrempelige zintuiglijke prikkeling dwaalgedrag bij mensen met (jong)dementie kan ombuigen naar rust en geborgenheid. Aan de basis ligt een cruciale paradigmaverschuiving: afstappen van een medisch tekortmodel dat dwaalgedrag ziet als ‘probleemgedrag’, naar een sociaal-relationele benadering waarin dwaalgedrag wordt erkend als een betekenisvolle, menselijke zoektocht naar veiligheid en identiteit.

In woonzorgcentrum Wilgendries te Voorde werd een ingetogen gang van 140 meter getransformeerd op basis van onderzoeksmethodes, de levensverhalen en zintuiglijke voorkeuren van de bewoners. Interventies zoals houten voelboxen met een schapenvacht, een vogelhuisje op bewegingssensor en snuistermandjes tonen aan dat eenvoudige, herkenbare voorwerpen effectiever en duurzamer kunnen zijn dan dure technologie. Ook werd een praktijkgids ontwikkeld met onderbouwde gebruikerstips en toekomstige ideeën, voor een duurzame verankering.
Meer lezen

Een robot die leert luisteren

Universiteit Gent
2026
Gaëlle
Snoeckx
Eenzaamheid bij ouderen is een groeiend gezondheidsprobleem, en sociale robots kunnen een aanvulling zijn op menselijk contact. Robots met een taalmodel praten vlot, maar luisteren slecht. Deze scriptie laat een tweede taalmodel meeluisteren dat de robot in realtime bijstuurt. In een test met zestien deelnemers en de robot Pepper werd de robot proactiever en reageerde hij in stressvolle gesprekken beter op emoties.
Meer lezen

Protocol Identificatie Tweetalige TOS/OD (PITTO): de invloed van kind-interne en kind-externe factoren en afkapwaarden

KU Leuven
2026
Stien
Vankriekelsvenne
  • Emma
    Delbaere
Talige diversiteit is een realiteit in Vlaanderen en Brussel. Tijdens de taaldiagnostiek bij een tweetalig kind is het essentieel een onderscheid te maken tussen een typische tweetalige taalontwikkeling en een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Vandaag staan logopedisten zonder concrete handvaten voor deze uitdaging, wat leidt tot over- en onderdiagnose van TOS bij tweetalige kinderen. Bovendien compliceert de diversiteit binnen de tweetalige taalontwikkeling deze uitdaging. Verschillende factoren spelen hierin een rol: de leeftijd van het kind, de leeftijd waarop het kind voor het eerst met het Nederlands in contact komt, de hoeveelheid Nederlands het dagelijks hoort en spreekt, en de socio-economische context. Een holistisch beeld is dus noodzakelijk om een eventuele TOS correct te diagnosticeren. Deze masterproef biedt drempelwaarden voor een eerder ontwikkelde testcombinatie (PITTO) die het identificeren van TOS bij tweetalige kinderen mogelijk maakt. De drempelwaarden nemen de diversiteit binnen de tweetalige taalontwikkeling in acht en maken de implementatie van deze testcombinatie in de praktijk mogelijk. Dit is een grote en belangrijke stap richting een eerlijke taaldiagnostiek die het unieke taalverhaal van elk kind erkent.
Meer lezen

Voorbij dysforie: betekenisgeving aan de vulva bij transmasculiene personen die geen genitale chirurgie ondergaan

Universiteit Gent
2026
Sem
Decraene
Bestaande literatuur focust hoofdzakelijk op lichaamsontevredenheid binnen de transgendergemeenschap en op de rol van chirurgie in het verhogen van lichaamsacceptatie. Hoewel genderdysforie vaak gepaard gaat met ongemak over de genitaliën, kiest een aanzienlijk aantal trans mannen er niet voor om phalloplastie te ondergaan. Eerder onderzoek wijst op zorgen over complicaties en ontevredenheid met de huidige mogelijkheden als belangrijke motiverende factoren voor de beslissing tegen chirurgie, maar besteedt nauwelijks aandacht aan de mogelijkheid dat sommige transmasculiene personen hun vulva als betekenisvol, neutraal of zelfs positief ervaren. Positieve lichaamsbeleving blijft daardoor grotendeels onderbelicht. Dit artikel onderzoekt daarom hoe transmasculiene personen die bewust geen phalloplastie ondergaan betekenis geven aan hun vulva, en doet dat aan de hand van dertien semi-gestructureerde diepte-interviews die werden geanalyseerd via een reflexieve thematische analyse.
Meer lezen

De bijdrage van groene infrastructuur aan koolstofopslag op campus Schoonmeersen

HOGENT
2026
Tristan
Kerger
Deze bachelorproef onderzoekt de koolstofopslag in de bodem van campus Schoonmeersen (HOGENT), en de wijze waarop bodemkoolstof meegenomen kan worden in het klimaatbeleid.
Meer lezen

Pulled in the Wrong Direction! Rethinking Response Control in Computational Models of Conflict Tasks

KU Leuven
2026
Stien
Mommen
In daily life, we constantly make decisions that require us to navigate multiple sources of information. For example, when deciding whether to push or pull to open a door, the design of the door handle may trigger the automatic response tendency to pull, while a “push” sign indicates the opposite response. This mismatch illustrates how various informational cues can signal different response options that compete for activation, thereby placing demands on our ability to control responses. Such situations have sparked a large body of research to study how well individuals can flexibly control their responses during cognitive conflict.

The central problem identified and addressed in this Master Thesis is that current conceptualizations of response control lack the specificity to provide a complete picture of this control ability. Traditionally, researchers have relied on summary statistics that only provide a coarse description of response control. The move toward computational modeling, with the Diffusion Model for Conflict tasks (DMC), allows response control to be studied in terms of latent processes that give rise to behavior. Despite these advances, I argue that a critical oversight remains: current model-based measures of response control neglect the full state of the decision-maker. Specifically, distractor strength, as quantified by the model’s “peak amplitude” parameter, is used as a proxy for response control. In other words, the notion of response control is often approached in a narrow and isolated manner. To address this oversight, the present thesis aims to refine the conceptualization of response control by taking the broader decision context into account. The first part therefore investigates how peak amplitude interacts with other DMC parameters, using a simulation-based approach. Based on these findings, alternative measures of response control are developed and systematically evaluated against comparative criteria. In the final part of the present work, the most robust measure is applied on empirical data in relation to the existence of a common response control mechanism underlying performance in different conflict tasks.

Through theoretical simulations, the results show that peak amplitude should not be considered in isolation to study response control. Rather, the effect of distractor strength (peak amplitude) on behavior depends on the amount of evidence one accumulates (decision boundary) and efficiency of evidence accumulation (drift rate). This has important implications: two individuals with the same peak amplitude may nevertheless differ greatly in how cognitive conflict impacts their decision formation. Therefore, I provide a novel conceptualization of response control that accounts for the dynamic interplay between automatic and controlled activation. Specifically, Triple R emerges as the most robust model-based measure of response control among the set of candidates outlined in this thesis. Furthermore, when applied to empirical data, the significant positive correlation of Triple R between different conflict tasks provides evidence for a common response control mechanism across contexts. This finding speaks directly to the long-standing debate on the domain-generality of response control and demonstrates the value of Triple R as a context-sensitive measure of response control.
Meer lezen

BREWSTER ANGLE PTYCHOGRAPHIC MICROSCOPE 3D Topographic Metrology for μm-resolution inspection

Vrije Universiteit Brussel
2026
Âlim
Liman
Alternatieve microscoop voor topografische beeldvorming. Ptychographie: een lenzenloze techniek waarbij optische lenzen worden vervangen door een iteratief computeralgoritme. Door opeenvolgende, overlappende diffractiepatronen van een monster te registreren en te verwerken, kan de techniek niet alleen de traditionele lichtintensiteit (amplitude) berekenen, maar ook de fase-informatie. Hierdoor is het mogelijk om naast een 2D-beeld ook nauwkeurige 3D-hoogtekaarten en topografische informatie van het proefstuk te genereren, zonder fysieke beperkingen van traditionele lenzen.
Meer lezen

ERVARINGEN VAN OUDERS VAN JONGE KINDEREN (3 T.E.M. 6 JAAR) MET EEN AANGEBOREN IMMUUNSTOORNIS: EEN KWALITATIEVE EXPLORATIEVE STUDIE

Universiteit Gent
2026
Lobke
Bonte
Achtergrond: Een aangeboren immuunstoornis (inborn error of immunity, IEI) beïnvloedt niet alleen de gezondheid van het kind, maar ook het dagelijks functioneren van ouders en de gezinsdynamiek. Over de ervaringen van ouders van jonge kinderen met IEI is nog weinig bekend.

Doel: inzicht verwerven in hoe ouders het leven ervaren met een kind van 2 tot 6 jaar oud met IEI.

Methode: In een tertiair universitair centrum in Vlaanderen werd een kwalitatief exploratief onderzoek uitgevoerd. Zeven moeders namen deel aan semigestructureerde diepte-interviews. De gegevens werden primair inductief geanalyseerd met reflexieve thematische analyse, met aandacht voor expliciete en onderliggende betekenissen.

Resultaten: De analyse resulteerde in vijf onderling verbonden thema’s. ‘Voortdurende waakzaamheid’ beschrijft hoe moeders alert blijven op ziektesignalen en ervaringskennis opdoen. ‘De onzichtbare prijs van voortdurende waakzaamheid’ omvat de lichamelijke, mentale, professionele, financiële en sociale gevolgen van de zorg. ‘Een moeizaam traject naar erkenning en ondersteuning’ toont de zoektocht naar een diagnose, erkenning en passende ondersteuning. ‘Het gezin en de omgeving in beweging’ beschrijft verschuivingen in partnerrelaties, aandacht voor broers en zussen, gezinskeuzes en het familienetwerk. ‘Verlies en groei naast elkaar’ laat zien hoe verlies, trots, veerkracht en betekenisgeving samen kunnen komen.

Conclusie: Leven met een jong kind met IEI werd door zeven moeders van kinderen van 3 tot 6 jaar ervaren als een aanhoudende mentale waakzaamheid die verschillende levensdomeinen en het gezin beïnvloedt. De bevindingen onderstrepen het belang van gezinsgerichte zorg die naast medische noden ook aandacht heeft voor de vaak onzichtbare cognitieve en emotionele belasting van ouders.
Meer lezen

Hydrogels for space radiation shielding applications

Universiteit Gent
2026
Sara
Declerck
Mijn masterthesis onderzoekt innovatieve hydrogels als stralingsbescherming voor toekomstige ruimtemissies. Daarnaast werd een menselijk driedimensionaal huidmodel ontwikkeld om de biologische effecten van ruimtestraling te bestuderen en in de toekomst de beschermende werking van deze hydrogels te evalueren.
Meer lezen

RFID implementatie in het materiaalbeheerproces: Case Study StandPlus

Hogeschool VIVES
2026
Lennert
Camps
Mijn bachelorproef onderzoekt hoe RFID-technologie het materiaalbeheer bij StandPlus kan verbeteren. StandPlus is een standenbouwer uit Roeselare en werkt met meer dan 3.000 herbruikbare aluminium BeMatrix-kaders. Die worden vandaag voor vertrek manueel door twee medewerkers geteld, en bij retour gebeurt er geen systematische controle. Dat kost tijd, leidt tot fouten en zorgt voor een onbetrouwbare voorraadregistratie.

Het onderzoek combineert literatuurstudie met praktijkonderzoek. Eerst werd het huidige proces in kaart gebracht en werden de manuele controles met een stopwatch gemeten. Daarna werd samen met Geartracking een RFID-pilot opgezet, met 100 getagde kaders. Omdat metaal RFID-signalen verstoort, werden verschillende labels en tagposities getest. Een on-metal sticker net onder de klittenband aan de buitenkant van het kader gaf een betrouwbare detectie.

RFID-scanning bleek de controletijd met meer dan 85 procent te verminderen, en de controle kan door één persoon gebeuren in plaats van twee. In nagebootste scenario's werden ontbrekende, extra en vermengde items meteen gedetecteerd. Uit de kosten-batenanalyse blijkt een investering van ongeveer €12.677, tegenover een jaarlijkse besparing van €1.280 aan arbeidskosten. De grootste meerwaarde ligt echter in betere controle, foutreductie en voorraadnauwkeurigheid. Aanbevolen wordt om RFID gefaseerd in te voeren: eerst de kaders, daarna andere materialen.
Meer lezen

AI-ondersteunde vergelijkende analyse van internationale evoluties in de officina-apotheekpraktijk en hun relevantie voor de Belgische praktijk

Universiteit Antwerpen
2026
Cassandra
Krols
Deze masterproef onderzoekt hoe apothekers internationaal een ruimere rol opnemen in de zorg en wat België daarvan kan leren. Ik vergeleek twaalf landen aan de hand van veertien thema’s, waaronder bevoegdheden, opleiding, financiering en samenwerking met andere zorgverleners. Artificiële intelligentie ondersteunde het verzamelen en ordenen van informatie. De broncontrole en interpretatie voerde ik zelf uit. De vergelijking toont dat extra zorgtaken ook voldoende tijd, passende vergoeding, opleiding en toegang tot medische gegevens vragen. De bevindingen werden gebundeld in een interactief landenoverzicht.
Meer lezen

Phrygia in Graeco-Roman History: An Overview of the Region and Its People

KU Leuven
2026
Oggi
Peeters
Deze thesis levert een historisch overzicht van de antieke regio Phrygië in hedendaags Turkije. Het focust op zowel grootschalige politieke ontwikkelingen als lokale maatschappelijke veranderingen. Daarvoor doet het beroep op de geschiedwerken van Grieken en Romeinen, verschillende opschriften en recente ontwikkelingen binnen de archeologie en taalkunde.
Meer lezen

Kies de toekomst: van gesloten kloosters en abdijen tot bruisend buurthuis of stille studeerplaats. Een stem voor buurt en clerici

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Matti
De Gryze
Deze bachelorproef gaat over hoe abdijen en kloosters op een duurzame en respectvolle manier worden herbestemd, een nevenfunctie krijgen of gevaloriseerd worden in een tijd van religieuze transitie. Aan de hand van literatuurstudie, onderzoek naar geselecteerde cases en interviews heb ik een digitale participatietool ontworpen die bouwheer, (oud)bewoners, omwonenden en architect met elkaar verbindt. Het is een platform waar iedereen zijn bezorgdheden, meningen, bedenkingen en ideeën voor de site op een plaats brengt en ze bundelt voor de architect om de typologisch meest geschikte aan te duiden. Op deze manier ontstaat een voorstel voor een nieuwe functie voor de site die niet enkel voldoet aan de noden van de directe samenleving maar ook aanvaardbaar is voor de bewoners die het gebouw hun thuis noemen.
Meer lezen

Cultivating seaweed at home: benefits and limitations

Universiteit Antwerpen
2026
Lani
Vints
De voedingsindustrie legt een grote druk op de natuur en haar hulpbronnen. Vooral de druk die de
vleesproductie uitoefent, kan niet worden genegeerd. Er is behoefte aan plantaardige alternatieve
eiwitbronnen om deze druk te verminderen. Zeewier zou een van deze alternatieven kunnen zijn,
aangezien het een goede eiwitbron vormt en bovendien andere voordelen biedt. De grootschalige
teelt van zowel marien als op het land gekweekt zeewier kent echter haar eigen beperkingen. De
mariene teelt is gevoelig voor omgevingsfactoren en grootschalige teelt op het land vereist een hoog
energieverbruik. Thuis gekweekt zeewier zou een oplossing kunnen bieden, omdat het minder
gevoelig is voor omgevingsfactoren en minder energie vereist door de opstelling aan te passen aan
wat strikt noodzakelijk is. Dit proefschrift richt zich op de kansen, beperkingen en haalbaarheid van
het thuis kweken van zeewier door de economische aspecten, de milieu-impact en de
maatschappelijke vereisten te onderzoeken. Antwoorden worden gevormd door informatie te
verzamelen uit literatuuronderzoek, interviews en een casestudy, ondersteund door een lijst met
indicatoren om een duurzame aanpak te waarborgen. Geconcludeerd kan worden dat het technisch
haalbaar is om zeewier te kweken, maar dat er nog steeds beperkingen zijn. Verontreiniging is een van
de belangrijkste beperkingen van het kweken van zeewier thuis, wat resulteert in bezorgdheden
omtrent voedselveiligheid. Afhankelijk van het gebruikte materiaal kunnen ook de kosten en
verminderde opbrengst een barrière vormen. Het blijkt vooral belangrijk om de zeewiersoort
zorgvuldig te kiezen en omgevingsomstandigheden aan te passen. Kweek heeft vooral mogelijkheden
voor educatie en bewust zijn en kan gezien worden als hobby.
Meer lezen

Deux Fantaisies pour la Guitare - Francesco Molino: A comparative study between a 19th-century and 21st-century guitar in a modern performance setting

LUCA School of Arts
2026
Nele
Vanmunster
De 19e-eeuwse of romantische gitaar verschijnt steeds vaker op het concertpodium, maar wordt vandaag anders gebruikt dan in haar oorspronkelijke context. Dit onderzoek onderzoekt hoe de romantische gitaar binnen een hedendaagse uitvoeringspraktijk kan worden ingezet zonder historische speelwijzen strikt na te bootsen. Hiervoor werden de 'Deux Fantaisies pour la Guitare', gecomponeerd door Francesco Molino (1768-1847), bestudeerd. Hoewel Molino in de eerste helft van de 19e eeuw een van de meest gekende gitaarleerkrachten en -componisten in Parijs was, worden zijn werken tegenwoordig zelden uitgevoerd.

Door de werken op zowel een romantische als een moderne klassieke gitaar uit te voeren, werd een directe vergelijking tussen beide instrumenten mogelijk. Daarnaast werden gitaarmethodes van Molino, Carulli en Sor geanalyseerd om inzicht te krijgen in de speel- en compositiepraktijk van de periode. Een logboek documenteerde het onderzoeks- en beslissingsproces.

Het onderzoek toont aan dat de romantische gitaar unieke klankkleuren en expressieve mogelijkheden biedt, vooral in 19e-eeuws repertoire. Dit is het gevolg van de meer cantabile- en legato-achtige speelstijl die op de romantische gitaar mogelijk wordt gemaakt. Dit vraagt echter enige aanpassing van de performer, aangezien men zowel de zich eigengemaakte techniek, houding en klankvorming opnieuw dient te herzien ten opzichte van onze gewoontes op de klassieke gitaar. Daarnaast zullen ook enkele bewuste keuzes gemaakt moeten worden door de performer rond het gebruik van nagels, type snaren en de gebruikte stemming op de gitaar.

Dit onderzoek toont eens te meer aan dat zowel de klassieke als de romantische gitaar tijdens performances naast elkaar gebruikt kunnen worden om het publiek op een unieke manier aan te spreken, zonder dat de ene als inferieur aan de andere dient te worden beschouwd. De romantische gitaar wordt hierbij best aanzien als een op zichzelf staand instrument met unieke eigenschappen dat de interpretatie van het 19e-eeuwse repertoire kan verrijken, zeker binnen een hedendaagse uitvoeringscontext.
Meer lezen

Polair gefunctionaliseerde polyolefinen vertrekkende van NBR

KU Leuven
2026
Luka
Wouters
Jaarlijks wordt meer dan 230 miljoen ton polyolefinen geproduceerd, waarmee ze de meest geproduceerde kunststoffen wereldwijd zijn. Hun populariteit is voornamelijk te danken aan hun lage kost, lichtgewicht, slijtvastheid en goede verwerkbaarheid. Niettemin vertonen polyolefinen belangrijke beperkingen op het vlak van ontwerpvrijheid en compatibiliteit met polaire materialen. Door hun apolaire structuur hebben ze beperkte bedrukbaarheid, adhesie en mechanische performantie. Daardoor worden polyolefinen vaak gecombineerd met potentieel schadelijke additieven of verwerkt in complexe polymeermengsels en multilayerstructuren, wat hun recycleerbaarheid drastisch vermindert. Hierdoor eindigen intrinsiek recycleerbare materialen zoals polyolefinen vaak alsnog in verbrandingsinstallaties of stortplaatsen.
Polair-gefunctionaliseerde polyolefinen vormen een veelbelovend alternatief dat deze beperkingen kan aanpakken zonder de nood aan schadelijke additieven of complexe polymeermengsels. Zelfs een lage functionalisatiegraad kan leiden tot aanzienlijke verbeteringen in compatibiliteit met polaire materialen, adhesie, bedrukbaarheid en taaiheid, terwijl de intrinsiek gunstige eigenschappen van conventionele polyolefinen zoals slijtvastheid en verwerkbaarheid behouden blijven. Huidige synthesestrategieën vereisen echter vaak dure monomeren, extreme reactieomstandigheden, en bieden daarenboven weinig controle over het gehalte aan ingebouwde functionele groepen.
Om deze tekortkomingen aan te pakken, ontwikkelden we een nieuwe driestapsmethode voor de synthese van polair-gefunctionaliseerde polyolefinen met nauwkeurige controle over het gehalte aan polaire groepen, zonder gebruik te maken van extreme reactieomstandigheden of dure reagentia. Het commercieel beschikbare poly(acrylonitril-co-butadieen) (NBR) werd gekozen als startmateriaal en werd succesvol omgezet in een reeks polair-gefunctionaliseerde polyolefinen. In tegenstelling tot bestaande methoden vertrekt deze synthese van een polymeer dat reeds een hoog gehalte aan functionele groepen (nitrillen) bevat. In een retro-hydrocyanatiestap wordt vervolgens selectief een gecontroleerde fractie nitrilgroepen geëlimineerd tot dubbele bindingen, wat een precieze afstemming van het gehalte aan functionele groepen mogelijk maakt. Een daaropvolgende ruthenium-gekatalyseerde hydrogenering leidt tot de vorming van een amino-gefunctionaliseerde polyolefine. In een derde stap worden de aminogroepen van dit intermediaire polymeer verder gefunctionaliseerd tot diverse stikstofgefunctionaliseerde polyolefinen. In deze studie ligt de focus op de acylatie en ftalimidevorming, hoewel de methode kan worden uitgebreid naar andere functionalisaties.
Samenvattend biedt deze nieuwe methode een flexibele syntheseroute naar stikstofgefunctionaliseerde polyolefinen, die een veelbelovend alternatief vormen voor toepassingen waarin verbeterde eigenschappen zoals taaiheid, bedrukbaarheid, adhesie en compatibiliteit met polaire materialen vereist zijn. Toekomstig onderzoek zal zich richten op een diepgaande karakterisatie van de mechanische eigenschappen en het identificeren van potentiële toepassingen van deze polymeren.
Meer lezen