Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Samenwerking tussen onderwijs en welzijn in de evolutie naar inclusieve scholen

Universiteit Antwerpen
2026
Lotte
Janssens
De onderwijsnoden van leerlingen worden steeds complexer, waardoor de draagkracht van leraren en scholen
vaker onder druk komt te staan en het bieden van passend, kwaliteitsvol onderwijs een uitdaging vormt. In
Vlaanderen groeit het besef dat structurele partnerschappen tussen onderwijs en welzijn een belangrijke
hefboom zijn om deze uitdagingen aan te pakken en een inclusiever onderwijssysteem te realiseren. Deze
masterproef onderzoekt een praktijkgericht samenwerkingsinitiatief tussen een multifunctioneel centrum (MFC)
en reguliere kleuterscholen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van een kwalitatief onderzoeksdesign, gebaseerd op
semigestructureerde interviews met leraren en zorgcoördinatoren. Op die manier wordt inzicht verkregen in
zowel de werking als de effecten van deze samenwerking.

De resultaten tonen aan dat effectieve samenwerking wordt gekenmerkt door zes bevorderende factoren:
gemeenschappelijke doelen, afstemming en taakafbakening, communicatie, wederzijds respect en vertrouwen,
relatie en betrokken actoren. Deze factoren versterken elkaar en dragen bij tot een gedeelde
verantwoordelijkheid en een sterk ‘wij-gevoel’ tussen onderwijs- en welzijnsprofessionals. Op het niveau van de
leraar en zorgcoördinator blijkt de samenwerking een positief effect te hebben op hun zelfeffectiviteit. Zij voelen
zich competenter in het interpreteren van gedrag en het afstemmen van hun pedagogisch-didactisch handelen.
Op leerlingniveau worden positieve effecten vastgesteld op sociale en academische participatie, al blijft deze
participatie sterk afhankelijk van de individuele verschillen tussen leerlingen en haalbare aanpassingen. Tegelijk
worden ook belangrijke uitdagingen zichtbaar, waaronder schoolbrede implementatie en de grenzen van inclusie
in de klaspraktijk. De masterproef concludeert dat samenwerking tussen onderwijs en welzijn een belangrijke
hefboom vormt voor inclusie, maar dat duurzame verankering en structurele partnerschappen noodzakelijk zijn
om deze meerwaarde op lange termijn te realiseren.

Kernwoorden: inclusief onderwijs, effectieve samenwerking, zelfeffectiviteit, sociale participatie en academische participatie
Meer lezen

Vrije bezoekuren op intensieve zorg: een analyse van effecten op patiënt, familie en zorgverleners met aanbevelingen voor de klinische praktijk.

Hogeschool UCLL
2026
Carmen
García Soler
Vanuit mijn stage op intensieve zorgen groeide mijn interesse in de impact van bezoekuren op patiënten, hun naasten en verpleegkundigen. Met dit onderzoek wilde ik verder gaan dan het in kaart brengen van de effecten van een flexibel bezoekbeleid en nagaan hoe wetenschappelijke evidentie daadwerkelijk kan worden vertaald naar de klinische praktijk. De combinatie van wetenschappelijke onderbouwing, praktijkgerichte aanbevelingen en een concreet implementatieplan maakt dat het onderzoek niet alleen relevant is voor de betrokken patiënt en familie, maar ook handvatten biedt aan verpleegkundigen en zorginstellingen die hun bezoekbeleid verder willen ontwikkelen. Ik hoop hiermee bij te dragen aan een zorgpraktijk waarin niet alleen de patiënt centraal staat, maar waarin ook naasten en zorgverleners een volwaardige plaats krijgen en verandering op een onderbouwde en duurzame manier wordt gerealiseerd.
Meer lezen

Exploring the Role of Macrophages in Pregnancy-associated Islet Adaptations

Vrije Universiteit Brussel
2026
Bo
Petroons
Deze scriptie onderzoekt de rol van macrofagen bij de tijdelijke uitbreiding van de insulineproducerende bètacelmassa tijdens de zwangerschap. Bij muizen werd onderzocht hoe bètaceldeling en bètacelmassa veranderen tijdens de zwangerschap en wat het effect is van het genetisch verwijderen van macrofagen. Hoewel de afwezigheid van macrofagen geen effect had op de bètaceldeling of glucosehuishouding, was de uitbreiding van de bètacelmassa verminderd. Deze resultaten wijzen erop dat macrofagen mogelijk betrokken zijn bij de regulatie van de bètacelmassa tijdens de zwangerschap.
Meer lezen

Grondig gewaardeerd: Voedselsoevereiniteit op en naast het veld

Universiteit Gent
2026
Hannah
De Clercq
Deze masterproef vertrekt vanuit de waardering voor een praktijk van voedselsoevereiniteit, namelijk de praktijk die Plukboerderij Grondig uitoefent. De plukboerderij bevindt zich grofweg op de snijlijn van Gentbrugge, Melle-Merelbeke en
Heusden. Het plukveld, de serre, het boerenerf en andere weides liggen verspreid
in het gebied opgespannen door de dorpskern van Heusden en het beschermd
natuurgebied van de Schelde. Grondig is een CSA, een “community supported
agriculture”, wat betekent dat een gemeenschap van leden financieel mee draagt
in teeltrisico’s. Beleid en ruimtelijke planning voorzien geen of weinig ruimte voor
praktijken van voedselsoevereiniteit. (Jonge) Boeren die voor een gemeenschap
voedsel produceren, krijgen moeilijk toegang tot grond en infrastructuur. Onderzoek
naar voedselsoevereiniteit richt zich voornamelijk op praktijken in het Globale
Zuiden, of is heel theoretisch van aard. Er bestaat nog maar weinig onderzoek naar
praktijken die in Vlaamse context sociale en ecologische doelstellingen met elkaar
verbinden, en naar hoe omgevingen eruit zien die deze praktijken bemoeilijken of
bevorderen. Aan de hand van veldwerk (participatieve observatie), semi-gestructureerde interviews met boeren als betrokkenen tot Grondig en gesprekken
met boeren en andere stagiairs, dient er zich steeds meer kennis en verdieping
aan over de praktijk van Grondig. Verder helpt literatuur me taal te voorzien om
beter te benoemen wat er zich op als naast het veld afspeelt. Grondig boert in
een onaangepaste omgeving, maar creëert overlevingsstrategieën. Ze maakt een
netwerk, waaronder de gemeenschap, waarin zowel kennis als grondstoffen worden
uitgewisseld die het mogelijk maken om op een relatief autonome manier voedsel te
produceren voor die lokaal verankerde gemeenschap.
Meer lezen

Innovatieve verpleegkundige oplossingen voor wachttijden in de eerstelijnszorg

Hogeschool UCLL
2026
Hannelore
Pasques
Lange wachttijden in de eerstelijnszorg vormen een groeiend probleem in België. Ze treffen alle patiënten, maar hebben vaak een extra grote impact op kwetsbare groepen, zoals mensen met chronische aandoeningen, een migratieachtergrond of een beperkte financiële draagkracht.
In deze bachelorproef onderzocht ik welke innovatieve verpleegkundige interventies kunnen bijdragen aan een snellere en toegankelijkere zorgverlening. Hiervoor combineerde ik een systematische literatuurstudie met semigestructureerde interviews met verpleegkundigen uit het wijkgezondheidscentrum De Ridderbuurt, gezondheidseconoom Jonas Steel en professor gezondheidsrecht Tom Goffin.
De resultaten tonen aan dat er verschillende interventies mogelijk zijn om wachttijden in de eerstelijnszorg te verminderen. Vooral de inzet van verpleegkundig specialisten springt daarbij in het oog. Uit de literatuur blijkt dat zij bepaalde taken van artsen veilig kunnen overnemen, met behoud van zorgkwaliteit en een hoge patiëntentevredenheid. Daarnaast bieden verpleegkundige triage, het Advanced Access-model, inclusieve eHealth-toepassingen en artificiële intelligentie kansen om de toegankelijkheid en efficiëntie van de zorg te verbeteren. De implementatie van deze innovaties wordt echter nog vaak afgeremd door juridische, financiële en organisatorische uitdagingen.
De toekomst van de zorg wacht op de moed om verpleegkundigen eindelijk de autonomie te geven die ze verdienen. Want een gezondheidssysteem dat niemand in de wachtzaal laat zitten, begint met het vertrouwen in de expertise die vandaag al aanwezig is.
Meer lezen

Regimeoptimalisatie van bestaande koelinstallatie doormiddel van technische en economische analyse van een labo toepassing

Thomas More Hogeschool
2026
Rani
Op de Beeck
Dit eindwerk gaat over de inefficiënte luchthuishouding en een mogelijke regimeaanpassing van de koelinstallatie in het labo van Telenet in Mechelen. In het labo worden alle mogelijke servers en toestellen getest die worden gebruikt in server rooms, bij particulieren thuis en in de verschillende kasten op straat. Er is geen duidelijke luchthuishouding aanwezig in het labo waardoor er geen zicht is op mogelijke hotspot
vorming. Daarnaast zijn de klimaatkasten in het labo verouderd. De verschillende servers in het labo blazen niet in dezelfde richting uit waardoor lokaal sommige toestellen warme uitblaaslucht gebruiken om hun elektronica te kunnen afkoelen. Dit zorgt voor een exponentiële groei van de warmtelast.

Om de mogelijke problemen en beperkingen van de huidige opstelling in kaart te brengen zijn er verschillende luchttemperatuur-, water temperatuur- en water debiet metingen uitgevoerd. Daarnaast is er ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera om mogelijke hotspots op te sporen.

Om aan energiebesparing te doen zou er op termijn overgeschakeld worden op een hoger koelregime. Aangezien huidige klimaatkasten verouderd zijn, gaan ze bij dit hoger regime niet genoeg vermogen kunnen leveren. Om te bepalen of de mogelijke investering interessant is, wordt er een terugverdientijd berekening toegepast aan de hand van de mogelijke energiebesparing.
Meer lezen

Responses to rosemary-based olfactory enrichment A behavioural analysis of captive chimpanzees (Pan troglodytes) at Fundació MONA

Odisee Hogeschool
2026
Ann
Ieven
Een chimpansee in een opvangcentrum heeft alles wat hij nodig heeft, behalve een oerwoud. Om zijn dagen toch boeiend te houden krijgt hij klimtouwen, hangmatten en puzzels met lekkers erin verstopt. Dat werkt, zolang hij meedoet. Maar in elk opvangcentrum of asiel zit een dier dat nergens meer op ingaat. Geur zou dat dier wél bereiken: die hangt er gewoon, en een neus staat altijd open.

Het experiment voor mijn bachelorproef duurde vier weken en vond plaats in de buitenverblijven van tien geredde chimpansees, verdeeld over twee groepen, in Fundació MONA nabij Girona in Spanje. Op vier dagen lagen er geurende sokken in hun verblijf, geweekt in rozemarijnthee en gevuld met gedroogde rozemarijn. Op vier andere dagen lagen er identieke sokken zónder geur, en op nog eens vier dagen lagen er helemaal geen sokken. Op de rozemarijndagen vertoonden de dieren minder stressgedrag en foerageerden ze meer — het rustige zoeken naar eten waar wilde chimpansees hun dag mee vullen. Het verrassendste: dat zoeken nam niet enkel toe bij de apen die met de sok speelden, maar bij de hele groep. De geur hing in de lucht en bereikte ook de dieren die de sokken nauwelijks aanraakten.
Meer lezen

De invloed van een vaste mentor voor studenten en starters binnen het OK op retentie en duurzame inzetbaarheid.

Hogeschool UCLL
2026
Sander
Ghysen
De retentie van verpleegkundigen is een aanzienlijk maatschappelijk probleem.
Gezien de grote tekorten in de zorg en het verloop van medewerkers is er nood aan
duurzame verandering. Het is cruciaal dat iedere student die aan een zorgopleiding
begint én iedere starter die ervoor kiest om in de zorgsector te beginnen, ook in de
zorgsector blijft.

Deze literatuurstudie vond zijn oorsprong in de perioperatieve setting. Men onderzocht
concreet of het toewijzen van een vaste mentor aan studenten en starters in het
operatiekwartier de retentie en duurzame inzetbaarheid bevordert. Deze
onderzoeksvraag werd vervolgens in breder persepectief geplaatst.

De algemene focus lag op het identificeren van manieren om optimale begeleiding
voor studenten en starters te faciliteren in eender welke werkcontext. Er werd gezocht
naar de meest kwaliteitsvolle bronnen in de database Cinahl, in de rapporten en policy
briefs van de EFN, in de publicaties van Zorgnet Icuro en door middel van Chat gpt. Na
selectie werden 6 bronnen weerhouden.

De literatuur geeft aan dat programma’s van mentorschap die voortdurende
ondersteuning en gestructureerde begeleiding bieden, de retentie verhogen en het
verloop verlagen. Er wordt aangeraden een dedicated mentor te voorzien die de
student op lange termijn begeleidt op basis van een vertrouwensrelatie. Daarnaast
wordt de student tijdens de werkuren (op korte termijn) best begeleid door
preceptoren.

Echter, een integrale aanpak is onontbeerlijk. Er is nood aan adequate
preceptortraining, een vermindering van de werkbelasting en monitoring van de
kwaliteit van mentorschap.

Optimale begeleiding is een verantwoordelijkheid van alle niveaus in de zorg, waarbij
iedere verantwoordelijke voldoende ondersteuning dient te krijgen. Ook is er vraag
naar investeringen vanuit de overheid. Voor de overheid zou het dan weer voordelig zijn
om langdurig zieke medewerkers terug naar de werkvloer te leiden door hun kennis en
ervaring slim in te zetten voor de begeleiding van studenten en starters.

Er werd tevens een bevraging gedaan in het werkveld (het operatiekwartier) om de
resultaten van de literatuurstudie beter te kunnen kaderen binnen de specifieke
setting. Naast antwoorden die de literatuur bevestigden, bracht dit ook nieuwe
inzichten naar voren. Zo is er volgens de personen uit de bevraging een verschil in
manier van begeleiden voor studenten of starters. In de literatuur werd dit nog niet
aangehaald. Hier zou dus meer onderzoek naar gedaan kunnen worden, met een meer
duidelijk onderscheid tussen beiden.

Aanbevelingen werden geformuleerd en gebundeld in de vorm van positieve punten en
verbeterpunten. Deze werden dan weer geconcretiseerd in het implementatieplan in bijlage.

Het besproken onderwerp blijkt een duidelijk relevant maatschappelijk probleem, waar de
literatuur zich uitgebreid over uitspreekt.
Meer lezen

The impact of contract duration in capacity markets on the long-term capacity mix

KU Leuven
2026
Arent
De Wit
De masterthesis "The impact of contract duration in capacity markets on the long-term capacity mix" onderzoekt hoe ongelijke contractduur in capaciteitsmarkten de langetermijncapaciteitsmix beïnvloedt, met als focus de ongelijke behandeling van vraagsturing tegenover gascentrales en batterijopslag. Via een evenwichtsmodel van de capaciteitsmarktveiling, gevoed door onzekerheidsscenario's uit een apart dispatchmodel, vergelijkt de thesis drie contractstructuren in een op België geïnspireerde case study: enkel eenjarige contracten, de huidige gedeeltelijk gedifferentieerde structuur, en een volledig gelijkgeschakelde structuur met vijftienjarige contracten voor iedereen.
Meer lezen

Influence of AI on strategic decision-making. Delegation versus deliberation: the impact of access architecture on managerial teams.

KU Leuven
2026
Robbe
Degroote
  • Thomas
    Devoldere
  • Lukas
    De Ryck
Organisaties staan onder druk om AI te integreren, maar de vraag hoe dat het best kan gebeuren blijft vaak onbeantwoord. Deze thesis onderzoekt experimenteel of de architectuur van AI-toegang de kwaliteit van managementbeslissingen kan beïnvloeden. Dit werd gedaan via een simulatie waarin negen teams van masterstudenten en recent afgestudeerden een strategisch vraagstuk moesten oplossen. De resultaten tonen aan dat meer AI-toegang of gebruik niet leidt tot betere maar meer ongelijke resultaten. Gedeelde toegang presteerde consistent solide, terwijl onbeperkte individuele toegang zowel de beste als de zwakste resultaten opleverde. Daarnaast bleek dat meer AI-gebruik samenging met minder vertrouwen in de genomen beslissingen.
Meer lezen

Geïntegreerde zorg als normatief kompas: Beleidslogica’s en spanningen in België

KU Leuven
2026
Maartje
Reyniers
Geïntegreerde zorg is een belangrijk begrip in de Belgische gezondheidszorg en welzijnssector. Het verwijst naar een betere samenwerking tussen zorgverleners en organisaties, zodat mensen meer samenhang ervaren in hun zorg en ondersteuning. Het gaat daarbij niet alleen om medische zorg, maar ook om hulp in het dagelijks leven, zoals ondersteuning vanuit sociale en welzijnsdiensten. Hoewel er brede overeenstemming bestaat over het belang hiervan, vullen mensen die betrokken zijn bij het beleid dit begrip in de praktijk verschillend in. Deze studie onderzoekt hoe zij geïntegreerde zorg begrijpen, welke doelen zij belangrijk vinden en hoe zij omgaan met spanningen tussen die doelen.
Hiervoor werd eerst gekeken naar belangrijke beleidsdocumenten over geïntegreerde zorg, gevolgd door gesprekken met beleidsactoren op Vlaams en federaal niveau. Op basis daarvan werd onderzocht welke accenten zij leggen en hoe zij hun keuzes toelichten.
De resultaten tonen dat vaak dezelfde doelen terugkomen, zoals zorgkwaliteit, betaalbaarheid, gelijke toegang tot zorg en ziektepreventie. Toch verschillen betrokkenen in welke doelstellingen ze het belangrijkst vinden en hoe ze die interpreteren. Sommigen leggen meer nadruk op efficiënt gebruik van middelen, terwijl anderen vooral focussen op toegankelijkheid of de wensen van de patiënt. Deze verschillen brengen spanningen met zich mee. Zo kan efficiëntie botsen met persoonlijke zorg, en kan centrale aansturing moeilijk samengaan met lokale flexibiliteit. In de praktijk worden deze spanningen niet opgelost, maar wordt gezocht naar manieren om verschillende benaderingen te combineren.
Deze manier van werken hangt samen met hoe geïntegreerde zorg in deze studie wordt begrepen, namelijk niet als één vast model met duidelijke regels, maar als een soort “kompas”. Dat kompas geeft geen vaste antwoorden en schrijft ook niet voor hoe keuzes moeten worden gemaakt. In plaats daarvan helpt het beleidsactoren om hun eigen ideeën, prioriteiten en manier van kijken op geïntegreerde zorg expliciet te maken en in verhouding tot elkaar te plaatsen.
Door deze verschillen zichtbaar te maken, wordt het eenvoudiger om ze te bespreken en beter te begrijpen hoe ze zich tot elkaar verhouden. In sommige gevallen kunnen verschillende visies elkaar versterken of aanvullen. In andere situaties is het nodig om een evenwicht te zoeken tussen uiteenlopende accenten. Het kompas helpt zo vooral om dit gesprek te structureren en om tot een meer gedeelde, maar niet noodzakelijk uniforme invulling van geïntegreerde zorg te komen. Op die manier biedt deze studie nieuwe inzichten in de uitdagingen en mogelijkheden van geïntegreerde zorg in België en in hoe samenwerking tussen zorg en ondersteuning in de praktijk vorm krijgt.
Meer lezen

Verpleegkundige aandachtspunten bij gebruik van antipsychotica tijdens een zwangerschap

Thomas More Hogeschool
2026
Ramona
Westerveld
Deze bachelorproef onderzoekt welke verpleegkundige aandachtspunten belangrijk zijn bij de begeleiding van zwangere zorgvragers die antipsychotica gebruiken. Een zwangerschap in combinatie met een psychiatrische aandoening brengt een complex zorgvraagstuk met zich mee: zorgverleners moeten de mogelijke risico’s van medicatie afwegen tegen de risico’s van onbehandelde psychiatrische problematiek voor ouder en kind.

Aan de hand van een literatuurstudie werd onderzocht welke effecten antipsychotica tijdens de zwangerschap kunnen hebben en welke rol verpleegkundigen kunnen opnemen in de begeleiding. Uit de huidige wetenschappelijke literatuur blijkt geen duidelijk verhoogd risico op ernstige aangeboren afwijkingen. Wel worden verbanden beschreven met onder andere vroeggeboorte, een lager geboortegewicht en tijdelijke aanpassingsproblemen bij pasgeborenen. Tegelijk is het moeilijk om deze effecten rechtstreeks toe te schrijven aan de medicatie, omdat ook de onderliggende psychiatrische aandoening en andere factoren een belangrijke rol spelen.

De resultaten benadrukken het belang van een individuele en multidisciplinaire aanpak. Verpleegkundigen spelen daarbij een belangrijke rol in monitoring, educatie, ondersteuning en zorgcoördinatie. Zowel bij het verderzetten als bij het afbouwen of stopzetten van antipsychotica is een zorgvuldige opvolging van het psychische en lichamelijke welzijn van de zwangere zorgvrager essentieel.
Meer lezen

Identifying Next-Generation RAS Pathway Inhibitors for the Treatment of High Hyperdiploid B-cell Acute Lymphoblastic Leukemia

KU Leuven
2026
Lander
Aelbrecht
Acute lymfatische leukemie (ALL) is de meest voorkomende kanker bij kinderen. Binnen deze groep is het hoog-hyperdiploïde subtype (HeH B-ALL) het meest voorkomende. Deze patiënten hebben een uniek biologisch kenmerk: hun kankercellen bevatten veel meer chromosomen dan de normale 46, doorgaans tussen 51 en 67. Hoewel 95% van deze kinderen aanvankelijk geneest, zijn zij toch verantwoordelijk voor het hoogste absolute aantal hervalgevallen van alle vormen van kinderkanker, omdat het om zo’n grote patiëntengroep gaat.

Naast de extra chromosomen werd recent ontdekt dat vrijwel elke patiënt met deze vorm van leukemie ook mutaties in RAS-eiwitten draagt. In een gezonde cel fungeren deze eiwitten als binaire aan-uit-schakelaars die de cel vertellen wanneer ze moet groeien en delen. In deze leukemiecellen zit de schakelaar echter permanent vast in de ‘aan’-stand. Een belangrijke theorie stelt dat de kankercellen dit constante groeisignaal nodig hebben om de interne stress te overleven die wordt veroorzaakt door hun extra chromosomen.

In dit onderzoek gingen we na of een nieuwe generatie geavanceerde geneesmiddelen deze vastgelopen RAS-schakelaars kan uitschakelen. Met behulp van een gespecialiseerd laboratoriummodel van B-cellen testten we verschillende geneesmiddelen die ontworpen zijn om verschillende onderdelen van de RAS-groeisignaalroute te blokkeren. Het doel was om behandelingen te vinden die de kanker doeltreffend kunnen stoppen en die patiënten in de toekomst hopelijk kunnen behoeden voor de zware bijwerkingen van standaard chemotherapie met meerdere geneesmiddelen.

De resultaten zijn veelbelovend. Geneesmiddelen zoals Daraxonrasib en Trametinib bleken bijzonder krachtig en stopten de proliferatie van de cellen al bij zeer lage concentraties. Sommige geneesmiddelen werken als specifieke sleutels voor specifieke sloten. Sotorasib was alleen werkzaam tegen één specifieke mutatie (G12C), terwijl BI-2865 de celgroei bij KRAS-mutaties kon blokkeren. Een nieuwe verbinding, ABD957, bleek werkzaam tegen een specifieke NRAS-variant die vaak bij deze patiënten voorkomt. Het belangrijkste is dat deze doelgerichte geneesmiddelen in onze tests geen schade toebrachten aan gezonde menselijke cellen, in tegenstelling tot traditionele chemotherapie.

Dit onderzoek legt de basis voor een meer gepersonaliseerde aanpak van de behandeling van kinderleukemie. Door het geneesmiddel af te stemmen op de specifieke genetische afwijking in de tumor van een kind, zouden artsen mogelijk doeltreffendere behandelingen met minder complicaties op lange termijn kunnen aanbieden. De volgende stap voor de best presterende geneesmiddelen is het testen ervan in geavanceerde modellen die de menselijke ziekte nog beter nabootsen. Zo komen we opnieuw een stap dichter bij toepassing in de kliniek.
Meer lezen

Bouw multifunctioneel sportcomplex Benin (Cotonou)

Hogeschool VIVES
2026
Fenna
Vanhoutte
Mijn eindproef onderzoekt de haalbaarheid en ontwikkeling van een multifunctioneel sportcomplex in Cotonou, Benin, op vraag van de Port Autonome de Cotonou. Het project vertrekt vanuit de vaststelling dat er nood is aan kwalitatieve en toegankelijke sportinfrastructuur die aansluit bij de lokale context en behoeften.

De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan de ontwikkeling van een multifunctioneel sportcomplex in Cotonou bijdragen aan sportparticipatie en talentontwikkeling en bovendien maatschappelijke meerwaarde creëren binnen een financieel haalbaar en duurzaam exploitatiemodel?

Om deze vraag te beantwoorden, bracht ik de lokale sportcontext, bestaande infrastructuur, behoeften van verschillende doelgroepen en relevante stakeholders in kaart. Op basis van dit onderzoek deed ik aanbevelingen voor de mogelijke realisatie van het sportcomplex. Daarbij werd niet alleen gekeken naar de ruimtelijke en sportieve invulling, maar ook naar de manier waarop het complex op lange termijn kan functioneren.

De eindproef resulteert in een totaalconcept voor een sportsite waarin verschillende sporten en gebruikers samenkomen. Naast het ruimtelijke voorstel omvat de studie ook een businessplan, financieel plan, risicoanalyse en een faseringsplan. Zo biedt de eindproef een onderbouwd kader voor de mogelijke verdere ontwikkeling van een sportcomplex dat sportieve, maatschappelijke en economische doelstellingen met elkaar verbindt.
Meer lezen

Dragers van zorg

HOGENT
2026
Zoa
Engelen
Een herwaardering van het lichaam binnen het bestaande zorgsysteem. Dragers van zorg biedt een alternatief zorgidee aan waarin vier stemmen aan bod komen: een reactie op het binaire, medische zorgidee.
Meer lezen

Wat nog gebaard moet worden

Hogeschool PXL
2026
Anne-Lise
Krekels
Vertrekkend vanuit een persoonlijke ervaring met chronische gynaecologische klachten en diagnoses waar weinig wetenschappelijke kennis over bestaat, ontwikkelt dit onderzoek zich als een autobiografische zoektocht waarin feministische theorie, mythologie en mijn eigen artistieke praktijk met elkaar vervlochten werden.
De centrale vraag binnen deze paper is hoe kan ik opnieuw vat krijgen een soort taal zodat ik de lichamelijke ervaring kan benoemen, die zich niet laat vatten binnen de taal van bestaande medische of patriarchale structuren. In deze zoektocht is de verhouding tussen lichaam, materie, geheugen en taal erg belangrijk. Door middel van een artistiek onderzoek met zelfontgonnen klei uit de Rupelstreek wordt onderzocht of materie kennis kan dragen, oproepen en transformeren.
Theoretisch vertrekt de paper vanuit denkers zoals Simone de Beauvoir, Hélène Cixous, Luce Irigaray, Julia Kristeva, Maurice Merleau-Ponty en Lauren Fournier. Concepten die worden aangehaald zijn: écriture féminine, het semiotische, embodied knowlegde en autotheory. Daarnaast zijn er een aantal mythologische figuren die onvermijdelijk een plekje opeiste in deze paper: Hecate, Ishtar en Diana; als symbolische personificatie.
Deze paper pretendeert geen sluitende definitie van vrouwelijkheid te formuleren, maar creëert een interne denkruimte wat zelfreflectie mogelijk maakt.
Meer lezen

Tweedehands kopen bij De Kringwinkel West: motivaties en barrières. Een verkennende survey naar motivaties, barrières en gedragsverschillen.

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Sébastien
Vandenberghe
Deze bachelorproef onderzoekt welke motivaties en barrières samenhangen met het koopgedrag rond tweedehands goederen bij huidige en potentiële klanten van De Kringwinkel West. Het onderzoek combineert een literatuurstudie met een online hoofdbevraging bij 262 volwassenen en een afzonderlijk gerapporteerde aanvullende survey bij 52 respondenten.

Geld besparen, unieke of vintage vondsten en winkelplezier komen naar voren als de sterkste motivaties. Niet vinden wat men zoekt en onzekerheid over garantie, kwaliteit en hygiëne vormen de relatief sterkste gemeten drempels. Schaamte speelt binnen deze respondentengroep een kleinere rol.

Voor De Kringwinkel West wijzen de bevindingen op kansen om bekendheid en winkelbezoek beter te vertalen naar aankoop en herhaalbezoek. De aanbevelingen richten zich op een beter vindbaar assortiment, zichtbare kwaliteits- en netheidscommunicatie en een heldere prijs- en waardecommunicatie. Zo biedt de studie concrete aanknopingspunten voor de praktijk van een sociale circulaire onderneming. Door de niet-representatieve steekproef en de verschillen tussen beide bevragingen zijn de resultaten verkennend; de effecten van de voorgestelde verbeteringen werden niet getest.
Meer lezen

Fysische modellering en validatie van een krachtgeactiveerd afdaalsysteem

KU Leuven
2026
Wannes
Tijskens
Vrijwel elk zeker- en afdaaltoestel leidt het touw langs een vast pad in bochten om, waarbij de energie wordt omgezet in wrijvingswarmte in het contact tussen touw en toestel. Het touw is daardoor tegelijk draagelement en remelement. De Slow-Fall vertrekt van een ander uitgangspunt: de spanning in het touw wordt via de wigwerking van een V-vormige groef omgezet in een axiale kracht op een afzonderlijke wrijvingsrem, waar de energie wordt gedissipeerd. Het toestel werd iteratief ontwikkeld en werkt in de praktijk, maar waarom het werkt was niet gekend. Daardoor kon geen enkele ontwerpvraag beantwoord worden zonder opnieuw te bouwen en te beproeven, wat de verdere ontwikkeling uiteindelijk stillegde.

Deze masterproef bouwt daarom een experimenteel getoetst fysisch model van het toestel. Het mechanisme werd eerst ontleed tot zijn afzonderlijke krachtoverdrachts- en dissipatie-mechanismen, die vervolgens elk op een zelfontworpen testopstelling gekarakteriseerd werden. Het dynamisch gedrag van het klimtouw werd bepaald uit vrije-valproeven, waarbij uit de dempingsenveloppe en de ogenblikkelijke frequentie van het gemeten signaal een nieuw equivalent model werd afgeleid: het KVC-KV-model, waarin een Coulomb-demper als schakelend element de topologie van het touw laat afhangen van de systeemtoestand. Het geeft als enige zowel de tweeledige dempingsenveloppe als de stijgende oscillatiefrequentie tijdens het uitdempen weer. Daarnaast werden de wrijving tussen touw en cilinder, de belastingsafhankelijke capstanwerking van het gripwiel en het V-wiel, en het remkoppel tussen remschijf en remwiel gemeten en in wiskundige vorm gegoten; voor het gewikkelde touwcontact bleek een machtswetmodel nodig in plaats van de wet van Amontons-Coulomb.

De deelmodellen werden samengebracht in een dynamisch model van het volledige toestel, opgesteld met de methode van Lagrange, uitgebreid met een Rayleigh-dissipatiefunctie en met de droge wrijving als niet-conservatieve gegeneraliseerde krachten. Vier gegeneraliseerde coördinaten volstaan; de overgangen tussen de wrijvingsregimes werden als gebeurtenisgestuurde schakelingen geformuleerd en numeriek geïmplementeerd in Matlab. Om het model te toetsen met touw, wikkelingen, rem en last gelijktijdig actief, werd een hoofdtestopstelling ontworpen en gebouwd. Daarin legt een servoaandrijving op het zekeruiteinde een reproduceerbaar verplaatsingsprofiel op, terwijl de krachten over de volledige krachtweg gemeten worden: zekerkracht, lastkracht, axiale kracht op de remschijf en reactiekracht op het geleidingswiel.

De vergelijking met de metingen legde drie afwijkingen bloot, die elk aan een fysisch mechanisme werden toegewezen en met gerichte correcties opgevangen. Daaruit volgt een beschrijving van de werking: de Slow-Fall is een tweetraps krachtversterker. De wikkelingen rond het gripwiel slippen permanent, waardoor de eerste trap een vaste versterking van de zekerkracht levert; de tweede trap ligt niet vast, omdat de lastspanning volgt uit de beweging van de last zelf. Beide bepalen samen de axiale kracht op de rem, waardoor het toestel een teruggekoppeld systeem is: met de zekerkracht verschuift de gebruiker het werkpunt van die terugkoppeling. Het merendeel van de energie wordt effectief in de rem gedissipeerd, wat het uitgangspunt van het ontwerp bevestigt. Ten slotte rangschikt het model de ontwerp-parameters, waardoor ontwerpkeuzes voortaan eerst doorgerekend en pas daarna beproefd kunnen worden.
Meer lezen

De zorgvolmachtclausule in de huwelijkovereenkomst: een juridisch en praktijkgericht onderzoek naar de bescherming van echtgenoten bij wilsonbekwaamheid

Universiteit Hasselt
2026
Lisa
Winthaegen
Deze masterscriptie onderzoekt of de opname van een zorgvolmachtclausule in een huwelijksovereenkomst een meerwaarde kan bieden voor de bescherming van echtgenoten in geval van wilsonbekwaamheid, in het licht van artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH). Het uitgangspunt van het onderzoek is de vaststelling dat het Belgische recht geen automatische vertegenwoordigingsbevoegdheid toekent aan echtgenoten wanneer één van hen wilsonbekwaam wordt. Hoewel het huwelijk rechten en plichten met zich meebrengt, biedt het huidige recht geen sluitende regeling voor situaties waarin één van de partners zijn of haar belangen niet langer zelfstandig kan behartigen. Het onderzoek heeft een interdisciplinair karakter en combineert een rechtsdogmatische analyse met een empirisch onderzoek. In het juridisch luik worden de begrippen wilsonbekwaamheid, handelingsonbekwaamheid, bewindvoering en huwelijksovereenkomst verduidelijkt. Daarnaast wordt het normatieve kader van artikel 12 IVRPH onderzocht, waarin autonomie, zelfbeschikking en gelijkheid voor de wet centraal staan. Vervolgens worden de bestaande beschermingsmechanismen binnen het Belgische recht geanalyseerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen buitengerechtelijke bescherming via de zorgvolmacht en gerechtelijke bescherming via bewindvoering. Ook verschillende huwelijksvermogensrechtelijke instrumenten, zoals de rechterlijke machtiging en de overdracht van bestuursbevoegdheden, worden besproken.
Uit deze analyse blijkt dat geen van de bestaande instrumenten een alomvattende oplossing biedt voor situaties van wilsonbekwaamheid binnen het huwelijk. Bewindvoering is een ingrijpende en formele maatregel, terwijl de zorgvolmacht afhankelijk blijft van een voorafgaand initiatief van de betrokken persoon. De huwelijksvermogensrechtelijke instrumenten zijn bovendien beperkt in hun toepassingsgebied en vereisen doorgaans rechterlijke tussenkomst. Tegen deze achtergrond wordt in deze masterscriptie voorgesteld om een regeling van zorgvolmacht te integreren in de huwelijksovereenkomst. Daarbij gaat het niet noodzakelijk om één afzonderlijke clausule, maar eerder om een geheel van samenhangende bepalingen die echtgenoten vooraf toelaten elkaar aan te duiden als vertegenwoordiger in geval van toekomstige wilsonbekwaamheid.
De voorgestelde regeling wordt vervolgens getoetst aan artikel 12 IVRPH. Uit deze toetsing blijkt dat een dergelijke regeling in belangrijke mate aansluit bij de beginselen van autonomie en ondersteunende besluitvorming die in het verdrag centraal staan. De zorgvolmacht vertrekt immers van een voorafgaande wilsuiting van de betrokkene en laat toe dat deze zelf bepaalt wie hem of haar zal vertegenwoordigen en onder welke voorwaarden. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat voldoende waarborgen noodzakelijk zijn om misbruik te voorkomen en om het evenwicht tussen bescherming en zelfbeschikking te bewaren.
Het empirisch onderzoek bestaat uit tien diepte-interviews met notarissen uit de provincie Limburg. De interviews tonen aan dat de zorgvolmacht in de praktijk steeds belangrijker wordt als instrument van toekomstige bescherming. De notarissen erkennen de voordelen van een geïntegreerde regeling binnen de huwelijksovereenkomst, onder meer op het vlak van rechtszekerheid, efficiëntie en autonomie. Tegelijk wijzen zij op het belang van maatwerk, duidelijke formuleringen en aandacht voor veranderende familiale omstandigheden.
De masterscriptie besluit dat de integratie van een zorgvolmachtclausule in de huwelijksovereenkomst een waardevolle aanvulling kan vormen binnen het Belgische recht. Zij kan bijdragen tot een meer autonomiegerichte en efficiënte bescherming van echtgenoten bij wilsonbekwaamheid en sluit aan bij de doelstellingen van artikel 12 IVRPH. Deze meerwaarde is echter niet absoluut en vereist een zorgvuldige juridische uitwerking met voldoende waarborgen tegen misbruik.
Meer lezen

Preserving Urban Identity

KU Leuven
2026
Madeline
Smid
Deze thesis onderzoekt hoe ruimtelijke herinneringen richting kunnen geven aan de transformatie van zowel institutioneel als beleefd erfgoed binnen de naoorlogse stedelijke wederopbouw. De focus ligt voornamelijk op Podil, een district in de Oekraïense hoofdstad Kyiv, waar de deelnemers vandaan komen. De thesis vertrekt vanuit de vaststelling dat binnen de naoorlogse wederopbouw van Oekraïne vaak de nadruk ligt op officieel erkend erfgoed, terwijl de alledaagse ruimtelijke herinneringen en levenservaringen van de inwoners het risico lopen over het hoofd te worden gezien.

De onderzoeksvraag luidt: Hoe kan ruimtelijke herinnering richting geven aan de transformatie van zowel institutioneel als beleefd erfgoed binnen de stedelijke wederopbouw na een conflict? Om deze vraag te beantwoorden, werd een participatieve aanpak ontwikkeld waarbij rechtstreeks werd samengewerkt met Oekraïense deelnemers uit hetzelfde stedelijke gebied in Kyiv. Aan de hand van een stapsgewijs proces van gesprekken en co-creatieve sessies combineerde het onderzoek memory talks, mentale kaarten, representatieve kaarten, tekeningen, maquettes en desktoponderzoek. Op deze manier werden de geleefde ervaringen en herinneringen van de deelnemers geleidelijk vertaald naar ruimtelijke representaties. Elke fase bouwde voort op de vorige en bracht nieuwe en meer gedetailleerde inzichten aan het licht. Gedurende het proces werd een dagboek bijgehouden waarin de ontwikkeling van de methodologie stap voor stap werd gedocumenteerd.

De bevindingen tonen aan dat stedelijke identiteit niet alleen wordt gedragen door monumenten, maar ook door alledaagse ruimtelijke structuren en zintuiglijke ervaringen. Op basis van de verschillende fasen van de methodologie werd een identiteitsgericht kader ontwikkeld dat bestaat uit vijf elementen: dagelijkse routine, groen ademen, connectiviteit, historische continuïteit en zintuiglijke rijkdom. Samen kunnen deze elementen de naoorlogse wederopbouw ondersteunen en bijdragen aan het behoud van de stedelijke identiteit.

Het kader werd toegepast op een geselecteerd gebied rond Hostynyi Dvir en de omliggende publieke ruimtes. De toepassing toonde aan hoe het identiteitsgerichte kader kan worden vertaald naar een ontwerp. In plaats van een vastomlijnd ontwerpvoorstel te formuleren, biedt de thesis een kwalitatieve methode om te herkennen welke ruimtelijke kwaliteiten bijdragen aan een gevoel van verbondenheid, collectief geheugen en stedelijke continuïteit. Hoewel het kader werd toegepast op een specifieke locatie, is het overdraagbaar en kan het op verschillende schaalniveaus en in uiteenlopende contexten worden gebruikt, van één gebouw tot een volledig district of een hele stad.

Deze thesis stelt dat naoorlogs herstel verder moet gaan dan het beschermen van officieel erkend erfgoed en dat participatieve benaderingen moeten worden ingezet om te ontdekken welke alledaagse ruimtelijke kwaliteiten eveneens het bewaren waard zijn. Ruimtelijke herinnering vormt daarbij de belangrijkste basis voor een wederopbouw die niet alleen gebouwen herstelt, maar ook de voorwaarden creëert voor het voortzetten van het stedelijke leven. Op die manier kan toekomstige wederopbouw evolueren naar een meer bottom-up praktijk, geworteld in de herinneringen, ervaringen en dagelijkse realiteit van de mensen die de stad bewonen.
Meer lezen

Recurite: Duurzaam afvalbeheer op intensieve zorgen

Universiteit Antwerpen
2026
Quinten
Hensbergen
Op de afdeling intensieve zorgen belandt gemiddeld 46% van het afval in de verkeerde container. Niet door onwil of onwetendheid, maar omdat de fysieke omgeving zorgverleners daar op het drukste moment van hun werkdag onbewust toe dwingt. Deze thesis onderzoekt de menskundige, technische en contextuele factoren die foutieve afvaltriage op intensieve zorgafdelingen beïnvloeden, en vertaalt die inzichten naar een ontwerpgedreven oplossing.

Recurite is een modulaire verzorgingskar die correcte afvalsortering structureel integreert in de bestaande workflow van de zorgverlener. Door PMD, karton en niet-risicohoudend medisch afval op te vangen op de exacte plaats en het exacte moment waarop die stromen ontstaan tijdens de zorghandeling, wordt correct sorteren een vanzelfsprekend onderdeel van de zorgroutine in plaats van een bewuste extra stap.

Het project werd initieel aangevraagd door ZAS Middelheim en is inmiddels opgenomen binnen het Ontzorg-project van het ReuseLab van de Universiteit Antwerpen. Recurite is het eerste product dat afvaltriage aan de bron faciliteert en tegelijkertijd een fysieke inzameloplossing biedt voor circulaire initiatieven rechtstreeks op de ziekenhuisvloer.
Meer lezen

Houding, de ruggengraat van ergonomie: De rol van (student)verpleegkundigen in de preventie van werkgerelateerde musculoskeletale aandoeningen in ziekenhuizen

Thomas More Hogeschool
2026
Lotte
Willio
Deze bachelorproef onderzoekt hoe (student)verpleegkundigen kunnen bijdragen aan de preventie van werkgerelateerde musculoskeletale aandoeningen (WMSD) door ergonomisch te handelen binnen de ziekenhuiscontext.

WMSD zijn lichamelijke klachten aan spieren, gewrichten en pezen die ontstaan door het werk, zoals rug-, nek- en schouderpijn. Ze komen opvallend vaak voor bij verpleegkundigen en zelfs al bij studenten, door een combinatie van fysieke belasting, psychosociale druk en organisatorische knelpunten.

Verpleegkundigen staan dicht bij de zorgvrager en voeren veel fysieke handelingen uit, maar ervaren daarbij vaak twijfel, tijdsdruk of een gebrek aan ondersteuning om ergonomisch te werken.

Deze bachelorproef brengt in kaart welke kennis, vaardigheden en hulpmiddelen zij nodig hebben om die belasting te verminderen. Uit de literatuur blijkt dat effectieve preventie steunt op educatie, ergonomische hulpmiddelen en een gedragen ergonomiecultuur op de werkvloer.

Op basis van deze inzichten werd een praktisch prototype ontwikkeld dat verpleegkundigen duidelijke handvatten biedt om ergonomie haalbaar en toepasbaar te maken. Het onderzoek toont dat vroege sensibilisering tijdens de opleiding en structurele ondersteuning essentieel zijn om zorgprofessionals duurzaam te beschermen.
Meer lezen

Real-Time Remote AI Segmentation over 4G/5G Networks for Assistive Navigation on Custom Trails for Visually Impaired Persons (VIPS)

Vrije Universiteit Brussel
2026
Maarten
Dequanter
De scriptie onderzoekt of artificiële intelligentie en publieke 4G/5G-netwerken kunnen worden ingezet om blinde en slechtziende personen in real time te ondersteunen bij het volgen van wandelpaden. Een camera maakt beelden van de omgeving, waarna een AI-model het begaanbare pad herkent en omzet in eenvoudige richtingsinformatie, zoals links, rechts of rechtdoor. Daarbij wordt onderzocht of die beeldanalyse best lokaal op een klein toestel gebeurt of op een krachtige computer op afstand.

Uit de experimenten blijkt dat een energiezuinig toestel zoals een Raspberry Pi 5 onvoldoende snel is voor lokale real-time beeldsegmentatie, terwijl verwerking op een externe GPU via een publiek 5G-netwerk wel voldoende snel kan reageren. Tijdens veldmetingen werd een gemiddelde 5G-latency van ongeveer 24 ms gemeten en bleef de totale reactietijd bij geschikte instellingen onder ongeveer 200 ms, wat bruikbaar is voor begeleiding aan wandelsnelheid.

De scriptie ontwikkelt daarnaast een veilige en reproduceerbare testmethode met een digitaal park in Unreal Engine en vormde de technische basis voor de smartphone-app Stay On Trails en het vervolgproject BlindNavParks, dat steun kreeg van de Koning Boudewijnstichting.

Kort samengevat: de scriptie toont aan dat cloudondersteunde AI via bestaande 5G-netwerken technisch haalbaar is als basis voor betaalbare assistieve navigatie voor mensen met een visuele beperking.
Meer lezen

Conflicthantering op de speelplaats - Een praktijkonderzoek naar ondersteuning bij conflicthantering

HOGENT
2026
Ada
Zaman
Deze bachelorproef onderzoekt hoe leerkrachten en toezichters van Freinetschool De Spiegel beter ondersteund kunnen worden bij conflicthantering op de speelplaats. Via observaties, interviews en literatuuronderzoek werden de noden in kaart gebracht. Op basis daarvan werd een praktisch en herstelgericht adviesrapport ontwikkeld.
Meer lezen

The instant messaging use of secondary school teachers and its implications for teacher well-being

Universiteit Gent
2026
Kyra
De Keyser
Instant messaging wordt steeds vaker gebruikt op de werkvloer. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat werkgerelateerd gebruik van instant messaging zowel positieve als negatieve implicaties met zich meebrengt. Omdat werkcontexten sterk kunnen verschillen, focust deze studie specifiek op het secundair onderwijs. Aan de hand van diepte-interviews met 15 Vlaamse leerkrachten secundair onderwijs wordt hun gebruik van instant messaging met collega's en/of leerlingen in kaart gebracht. Daarnaast wordt nagegaan in welke mate leerkrachten op de hoogte zijn van het socialemediabeleid van hun school en hoe ze dit beleid ervaren. De resultaten tonen aan dat instant messaging vooral onder collega's voorkomt en in mindere mate met leerlingen. Participanten ervaren voordelen (snelheid en versterken van onderlinge banden), nadelen (gebrek aan overzicht, informatie-overload, storende meldingen en verstoorde werk-privébalans) en ambivalente implicaties (informaliteit en grotere toegankelijkheid). Ongeveer de helft van de bevraagde leerkrachten is niet op de hoogte van de richtlijnen rond werkgerelateerde communicatie (deconnectie en (on)gewenste kanalen). Op basis daarvan worden enkele aanbevelingen geformuleerd voor het socialemediabeleid van scholen.
Meer lezen

Linking genotype to behaviour: the genetic and regulatory basis of predator-induced plasticity in Daphnia magna

KU Leuven
2026
Anton
de Jong
Deze thesis onderzoekt hoe de watervlo Daphnia magna haar gedrag aanpast als reactie op de aanwezigheid van vis-predatoren, en welke genen daaraan ten grondslag liggen. Met een gedragsassay werd bij 101 klonen uit 20 Vlaamse vijvers gemeten hoe blootstelling aan chemische vis-signalen (kairomonen) de verticale positie in de waterkolom en de zwemsnelheid beïnvloedt. Klonen uit vijvers zonder historische vis-predatie vertoonden geen (of een omgekeerde) ontwijkingsrespons, wat wijst op verlies van plasticiteit bij afwezigheid van predatiedruk.

Een genoombrede associatiestudie (GWAS) koppelde de basale verticale positie aan een opsine-achtig gen, en plasticiteit in zwemsnelheid aan genen die lijken op Rotund-eiwitten, mogelijk betrokken bij geurwaarneming. Transcriptoomanalyse toonde daarnaast brede metabole en neurologische veranderingen na kairomoonblootstelling, en door dit te combineren met ATAC-seq-data werd een voorlopig genregulatorisch netwerk opgebouwd rond twee centrale transcriptiefactoren. Samen leveren deze resultaten nieuwe inzichten op in de moleculaire basis van gedragsplasticiteit bij predatiegevaar.
Meer lezen

Van blauwe plek tot rode vlag

Thomas More Hogeschool
2026
Fran
De Block
Kindermishandeling herkennen is niet altijd eenvoudig. Signalen kunnen lichamelijk, gedragsmatig of emotioneel zijn en zijn zelden op zichzelf doorslaggevend. Verpleegkundigen op spoed- en pediatrische afdelingen staan dicht bij kinderen en kunnen daardoor belangrijke signalen opmerken, maar botsen in de praktijk vaak op twijfel: wat betekent wat ik zie, hoe bespreek ik mijn bezorgdheid en welke stappen mag of moet ik zetten?

Deze bachelorproef brengt in kaart welke kennis en ondersteuning verpleegkundigen nodig hebben om die onzekerheid beter te hanteren. Daarbij gaat het niet alleen om het herkennen van signalen, maar ook om objectief observeren en rapporteren, communiceren met kind en ouders, samenwerken binnen het team en inzicht krijgen in het juridisch kader en de meldstructuur.

Vanuit die bevindingen werd een interactieve bijscholing uitgewerkt, samen met een praktisch document waarin de belangrijkste informatie overzichtelijk wordt gebundeld. Zo krijgen verpleegkundigen concrete houvast op momenten waarop iets niet klopt, zonder te verwachten dat zij meteen zekerheid hebben.

De kern van deze bachelorproef is dan ook eenvoudig: twijfel hoeft niet te verdwijnen, maar ze mag ook niet betekenen dat een belangrijk signaal verloren gaat.
Meer lezen

Evaluatie en optimalisatie van DLC-scanmethode voor de bepaling van de radiochemische zuiverheid van technetium-99m-radiofarmaca: vergelijking met de “knip-en meetmethode”

Erasmushogeschool Brussel
2026
Fleur
Patteaux
In de nucleaire geneeskunde is de bepaling van de RCP essentieel voor de patuëntveiligheid en beeldkwaliteit. Deze studie evalueert of een geautomatiseerde TLC-scanner een betrouwbaar en efficiënt alternatief vormt voor de arbeidsintensieve "knip-en-meetmethode".

De studie beoogt de bruikbaarheid van een TLC-scanner als alternatief voor de conventionele methode te beoordelen en te onderzoeken of het optimaliseren van chromatografische condities meerwaarde biedt ten opzichte van de standaard SKP-richtlijnen voor zes specifieke Tc-99m-radiofarmaca (HDP,DMSA, MAG3, Pulmocis, Nanoscint en Myoview).

RCP-waarden werden parallel bepaald met de TLC-scanner en de knip-en meetmethode. Er werden experimenten uitgevoerd met geoptimaliseerde condities om de piekscheiding te verbeteren. Statistische analyse werd uitgevoerd met t-testen en een Bland-Altman-analyse om de bias en de grenzen van overeenstemming te bepalen.

De resultaten tonen aan dat de TLC-scanner betrouwbare RCP-waarden levert onder zowel SKP- als geoptimaliseerde condities, waarbij consistent aan de acceptatiecriteria wordt voldaan. Er werd geen statistisch significant verschil (p > 0,05) gevonden tussen de SKP- en de geoptimaliseerde methoden. Hoewel de RCP vergelijkbaar bleef, leidde optimalisatie tot scherpere pieken en een minder subjectieve interpretatie van de chromatogrammen. De Bland-Altman-analyse bevestigde een sterke correlatie met de knip-en-meetmethode met een verwaarloosbare bias.

De TLC-scanner is een valide, reproduceerbaar alternatief dat de efficiëntie, standaardisatie en stralingsbescherming in de routinepraktijk verhoogt. Hoewel de huidige protocollen robuust zijn, bieden geoptimaliseerde methoden duidelijke voordelen voor de dagelijkse interpretatie van de kwaliteitscontrole.
Meer lezen

Tussen Twee Stoelen: Een geschiedenis van lesbische netwerken, organisaties en ruimtes in Antwerpen (1970-1990).

Universiteit Gent
2026
Lotte
Dötsch
Deze masterproef onderzoekt lesbische ruimtes, organisaties en netwerken in Antwerpen tijdens de jaren 1970 en 1980, met af en toe een uitwijking naar de bredere tweede helft van de 20ste eeuw. Aan de hand van literatuuronderzoek, archiefonderzoek en oral history-interviews analyseert de studie hoe lesbische vrouwen zich organiseerden binnen een context van dubbele uitsluiting: binnen de door mannen gedomineerde homobeweging en binnen de heteroseksuele vrouwenbeweging. De thesis belicht de rol van autonome organisaties zoals Atthis en Chatterbox, de betekenis van fysieke ontmoetingsplaatsen en de werking van formele en informele netwerken. Daarnaast wordt onderzocht hoe feminisme, radicale politiek en het idee van lesbianisme als politieke keuze bijdroegen aan de ontwikkeling van een eigen lesbische cultuur en gemeenschap. Door historische bronnen te combineren met persoonlijke getuigenissen brengt deze studie de leefwerelden van lesbische vrouwen in Antwerpen in kaart en draagt ze bij aan de beperkte historiografie rond lesbische geschiedenis in België.
Meer lezen

WIENS STEM TELT IN HET DEBAT? Een onderzoek naar brondiversiteit en publieksbekendheid over dwingende controle in de Vlaamse pers

Vrije Universiteit Brussel
2026
Bruna
Rodrigues Bastos
Dwingende controle is een vorm van partnergeweld waarbij iemand stap voor stap de vrijheid van zijn of haar partner overneemt, via dreiging, isolatie en voortdurende controle. Fysiek geweld hoeft daar niet bij te horen. Toch geldt het als een van de belangrijkste voorspellers van femicide.

Daarom onderzoekt deze masterproef of dat begrip zichtbaar is in de Vlaamse pers, en of nieuwsgebruikers het kennen. Dat gebeurde op twee manieren. Een kwantitatieve inhoudsanalyse bracht de berichtgeving over partnergeweld in Het Laatste Nieuws en Het Nieuwsblad in kaart, met een vergelijking tussen 2022 en 2025, dus voor en na de femicidewet. Daarnaast peilde een online bevraging bij 150 respondenten hun kennis en hun beoordeling van de berichtgeving.

Uit de analyse blijkt dat de term dwingende controle in 2025 in amper 0,1 tot 0,2 procent van de artikelen expliciet voorkomt, terwijl het bijbehorende gedrag wel volop wordt beschreven. De berichtgeving leunt sterk op politie en gerecht, en verwijst zelden naar hulplijn 1712. Aan de ontvangstzijde voelt 84 procent van de bevraagden zich onvoldoende geïnformeerd om de signalen te herkennen.

Samen legt het onderzoek een duidelijke informatiekloof bloot tussen de journalistieke praktijk en wat nieuwsgebruikers nodig hebben, en formuleert het concrete aanbevelingen voor redacties.
Meer lezen