De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.
Hoe is de sociale mix verdeeld bij de reconversie van oude havengebieden?
AP Hogeschool Antwerpen
2019
Jozefien
Van den Bossche
/
/
Dit onderzoek beoogt het complexe stadsproject “het Eilandje” in Antwerpen te analyseren. Er zal achterhaalt worden of iedereen welkom is op Het Eilandje, of het een wijk is louter en alleen voor welvarende bewoners. Er zal onderzocht worden of de stadsontwikkeling in deze wijk geslaagd is en wat de weerslag hiervan is op maatschappelijk en sociaal vlak. Dit zal getoetst worden aan de hand van de aspecten: inkomen, leeftijd, type huishouden en etniciteit. Met andere woorden, hoe is de sociale mix verdeeld bij de reconversie van oude havengebieden?
Om geleidelijk aan tot een antwoord te komen op bovenstaande onderzoeksvraag, zal dit onderzoek verlopen in verschillende fases. Het eerste deel van dit onderzoek houdt een uitgebreide literatuurstudie in. Als eerste wordt er getracht het begrip stadsvernieuwing een kader te geven in de stad Antwerpen. Vervolgens wordt er onderzocht welke impact deze stadsvernieuwing heeft gehad op de cijfers. Aansluitend volgt het hoofdstuk waar het begrip reconversie uitgebreid omschreven wordt. Daarna wordt er geleidelijk dieper ingaan op de reconversie van oude havengebieden, om zo tot het hoofdstuk waterfrontontwikkeling te komen. Nadien wordt onderzocht welke sociale implicaties de stadsvernieuwing heeft waarbij de begrippen gentrificatie en sociale mix verder worden toegelicht.
In het tweede deel van dit eindwerk volgt de eigenlijke casestudie van het projectgebied het Eilandje. Vooreest zal de wijk gesitueerd worden in tijd en ruimte. Nadien wordt elk component van de sociale mix uitgebreid toegelicht. Daaropvolgend het hoofdstuk waarin oplossingen worden aangereikt om betaalbaar wonen in de stad mogelijk te maken. Tot slot werden experten uit het vakgebied geïnterviewd om meer kennis over het onderwerp te verwerven. Helemaal achteraan de bachelorproef kunt u de uitgeschreven interviews dan ook raadplegen.
Onderzoek naar het gebruik van virtual reality binnen het domein van de ruimtelijke planning. Wat is de huidige stand met alle voor- en nadelen en waar zitten de hiaten in het huidige wetenschappelijk onderzoek naar dit onderwerp?
Bringing the future into the classroom. Action research based on Theory U (Otto Scharmer, MIT). Impact from a student-centered competence-oriented learning environment on learning approach.
We leven in ontwrichtende tijden. Volgens de sociale innovatietheorie Theory U (Otto Scharmer, Massachussets Institute of Technology, MIT) hebben we daarom een 4.0 Onderwijs nodig, een ondernemende, co-creatieve, participatieve manier van leren die de student en zijn hoogst mogelijke potentieel centraal stelt. In dit praktijkonderzoek wordt onderzocht wat de impact van zo'n leeromgeving is op de leerapproach van leerlingen (kwantitatief onderzoek) én op de aanpak van de leerkracht (kwalitatief onderzoek). Uit het onderzoek blijkt dat de 4.0. aanpak een positieve impact heeft op de leerapproach van leerlingen én dat de leerkracht anders voor de klas staat.
Het mediahuis van morgen. Hoe het ontwerp van een mediahuis kan anticiperen op een veranderlijke toekomst, meer specifiek op de uitgesproken tendens tot uitbesteding.
KU Leuven
2019
Dorien
Moonen
Deze masterproef gaat over het mediahuis van morgen en hoe het architecturale ontwerp kan anticiperen op een veranderende toekomst met een uitgesproken neiging tot outsourcing. De ontwerpmethode was echter net zo belangrijk omdat een fascinatie voor de context - de haven van Antwerpen - en het potentieel van zijn vormen werden gebruikt om het mediahuis van de toekomst te structureren en te stimuleren, wat resulteerde in deze 'mediacluster'.
In onze snel veranderende maatschappij dient ook het onderwijs mee te evolueren. Binnen de leeromgeving speelt de docent een belangrijke rol. Het gedrag dat een docent stelt, heeft invloed op de relatie tussen student en docent enerzijds en, op onrechtstreekse wijze, op de motivatie van de student anderzijds. In het voortgezet onderwijs is er reeds veel bekend over de invloed van de docent-studentrelatie maar in het hoger onderwijs is hier nog weinig onderzoek naar gedaan. Het doel van dit praktijkonderzoek is te achterhalen welke docentgedragingen in het hoger onderwijs volgens studenten een positieve invloed hebben op de docent-studentrelatie, welke betekenis studenten hieraan toekennen en welke invloed dit heeft op hun motivatie. Vervolgens gaat dit onderzoek na welke verschillen er zijn in perceptie tussen docenten en studenten betreffende het docentgedrag.
Via twee vragenlijsten en een focusgroep werd data verzameld bij eerstejaars bachelorstudenten TEW en hun wiskundedocenten aan de Universiteit Antwerpen. Uit de antwoorden op de eerste vragenlijst bleek dat studenten voornamelijk leidend docentgedrag prefereerden gevolgd door helpend/vriendelijk en begrijpend docentgedrag. De focusgroep bevestigde deze resultaten enerzijds, maar voegde ook de meerwaarde van een meer terughoudende docent toe waardoor de student meer zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en vrijheid verkrijgt afhankelijk van de werkvorm. De tweede vragenlijst peilde naar de percepties van de docenten en studenten betreffende de waargenomen geprefereerde docentgedragingen. Beschrijvende statistiek en t-testen toonden grotendeels significante discrepanties tussen de percepties van docenten en studenten. Volgens studenten voldeden de meeste docenten in grote mate aan het geprefereerde docentgedrag maar de inschattingen van de docenten varieerden onderling sterk.
De resultaten van dit onderzoek kunnen een aanknopingspunt vormen voor een grootschalig onderzoek naar docent-studentrelaties in het Vlaams hoger onderwijs. Dit ter verbetering van de onderwijskwaliteit en in functie van de professionalisering van docenten om een bewustwording te creëren over de invloed van hun gedrag.
In dit onderzoek wordt het verband nagegaan tussen de mate dat er aan reële winststuring wordt gedaan in een onderneming en de mate dat zij cash aanhouden. Er wordt in tegenstelling tot eerdere onderzoeken een negatief verband gevonden tussen deze twee variabelen in een Europese context.
In deze kwantitatieve studie wordt de invloed van instructionele kwaliteit op twee attitudes van leerlingen in het Vlaamse lager onderwijs ten opzicht van wiskunde bestudeerd: plezier in wiskunde en academisch zelfconcept voor wiskunde. Daarvoor wordt gebruikgemaakt van de vragenlijsten voor leerlingen uit het TIMSS-onderzoek van 2015.
Om aan te tonen hoe de indivduele gegevensoverdracht verloopt tussen wetenschappers en uitvinders, gaan we door verschillende variabelen aantonen dat de sterkte van deze relatie tussen academici en uitvinders een belangrijk effect heeft op de uiteindelijke waarde van de uitvinding. We onderzoeken ook of deze relatie belangrijker is in het geval van novel research.
Deze masterproef onderzoekt en illustreert de architecturale mogelijkheden om water terug als een actief structurerend element te integreren in de stad. Het ontwerp wil meer dan een radicale verandering van bovenaf een evolutie in mentaliteit van binnenuit stimuleren, met een positieve impact op zowel ecologische als sociale duurzaamheid van een gemeenschap.
Deze scriptie bestudeert vanuit twee luiken de meervouden van zelfstandige naamwoorden in het Hasselts. Enerzijds door een literatuurstudie over de geschiedenis van de meervoudsuitgangen in het algemeen, over de verschillende meervouden in de Nederlandse dialecten, in het Standaardnederlands, in het Limburgs en in het Hasselts. Anderzijds wordt met concreet materiaal, een transcriptie van het Hasselts afkomstig van een opname op Dialectloket, die literatuurstudie vergeleken.
Het gebuik van de Stresstool door Inloopteam Zuidrand: een kwalitatief onderzoek naar naar de bruikbaarheid van de Stresstool bij ouders met een migratieachtergrond.
Thomas More Hogeschool
2019
Emilie, Margot, Laurien, Marion, Maxime, Michelle
Diels, Longeville, Taels, Lampaert, De Weerdt, De Belser
Inloopteam Zuidrand ontwikkelde een instrument om stress te meten bij ouders met een migratieachtergrond. In dit onderzoek worden gerelateerde thema's behandeld in de literatuurstudie, en wordt aan de hand van 3 onderzoeksmethoden de betrouwbaarheid en validiteit nagegaan en wordt tevens onderzocht of het testinstrument afgestemd is op de doelgroep.
Niet alle factchecks zijn factchecks. Een onderzoek naar de kwaliteit van factchecks gepubliceerd in Vlaamse geschreven media op basis van grondigheid, transparantie, onpartijdigheid en systematiek.
Het doel van deze reviewstudie is tweeërlei: enerzijds een overzicht geven welke didactische maatregelen voor cognitief sterke leerlingen onderzocht zijn binnen de reguliere klas in het lager onderwijs en anderzijds duidelijkheid geven over de impact van deze maatregelen op de cognitieve prestaties van deze leerlingen.
De studie is als volgt opgebouwd: in de introductie wordt de nood aan kennis over effectieve didactische maatregelen voor deze doelgroep in Vlaanderen aangegeven. Daarna wordt dieper ingegaan op theorieën en modellen over begaafdheid en welke kennis over maatregelen beschikbaar is vanuit wetenschappelijk onderzoek. Dan volgt de toelichting over de afbakening van het onderzoeksonderwerp van deze reviewstudie. Nadien wordt een overzicht gegeven van de manier waarop een brede set onderzoeksartikels systematisch werden gereduceerd en geanalyseerd. Deze analyse leidde tot tien high impact kwantitatieve studies waarin didactische maatregelen werden uitgetest. Als resultaat worden zes effectieve didactische maatregelen gerapporteerd en als aanbeveling voor cognitief sterke leerlingen toegelicht: verrijking van hun curriculum ter vervanging van reeds gekende leerstof, ook voor cognitief sterke leerlingen expliciete instructie van strategieën en moeilijkheden voorzien, afwisseling in homogeen en heterogeen groeperen van de leerlingen, uitdagende actieve en onderzoeksgerichte opdrachten geven, tijdens het oefenen dynamisch feedback geven en ondersteuning voorzien, waaronder hints, en tenslotte de leerlingen leren reflecteren op hun leren. Tot slot worden enkele aandachtspunten bij deze reviewstudie geëxpliciteerd, zoals het belang van training en ondersteuning van de leerkracht bij het vormgeven van deze maatregelen in de klas en de nood aan longitudinaal onderzoek waarbij er gebruik gemaakt wordt van grotere samples en verschillende onderzoeksdesigns.
Sinds het oprichten van het Nationaal Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (NSKO) in 1957 kende de onderwijskoepel verschillende vernieuwingen; zo ook onze Modeopleiding. De laatste vernieuwing gebeurde in september 2016. Deze vernieuwing binnen de 3de graad BSO Moderealisatie en –verkoop is dan ook de aanleiding geweest voor mijn onderzoek.
Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KOV) ontwierp een actueel leerplan met een nieuwe visie. Deze richt zich voornamelijk op 5 overkoepelende pijlers : Projectmatig en conceptueel werken, Recycling en upcycling, Vakoverschrijdend werken, Trend en lifstyle en de centrale plaats van de leerling.
KOV verwacht van de scholen over heel Vlaanderen die de optie 3de graad BSO Moderealisatie en –verkoop aanbieden dat ze met deze visie les geven.
De leerkrachten dienen zélf didactisch materiaal te ontwerpen en dit te koppelen aan lesdoelen die gelinkt zijn aan de leerplandoelen opgesteld in het leerplan 3de graad BSO Moderealisatie en –verkoop.
Door het gemis aan universeel cursusmateriaal dient een leerkracht zelf het leerplan te interpreteren en de visie te verwerken.
Tijdens het onderzoek hebben we gemerkt dat dit moeilijker is dan het lijkt.
Het werd duidelijk dat de leerkrachten ondersteuning kunnen gebruiken bij het opstellen van didactisch materiaal.
De conclusie om een ondersteunende handleiding op te stellen was voor de hand liggend. Deze wordt met hedendaagse ideeën gekoppeld aan actuele voorbeelden uit de modewereld om zo eigen cursusmateriaal te kunnen opstellen. Er is een lijst met richtlijnen bijgevoegd waar de leerkrachten hun projecten aan kunnen toetsen.
Eerst diende ik de visie van KOV te doorgronden aan de hand van het bestuderen van zowel het oude als het nieuwe leerplan en het gesprek met Isabelle Tack (pedagogische begeleidster) ter verduidelijking en aanvulling.
Ook diende er een grondige literatuurstudie te gebeuren om de exacte inhoud van de 5 pijlers te begrijpen.
Vervolgens heb ik een gesprek met Sarah Casier gehad. Zij geeft bijscholingen aan leerkrachten met betrekking tot het cursusmateriaal en de nieuwe visie binnen het modeonderwijs.
Er is bij een 30-tal Vlaamse leerkrachten een enquête afgenomen zodat hun meningen vergeleken kunnen worden en de noden kunnen worden opgelijst.
Als laatste ben ik de voorbeeldschool Ursulinen Mechelen gaan bezoeken die de vernieuwing optimaal benut.
Al deze stukjes hebben bijgedragen tot het ontwerpen van de ondersteunende handleiding.
De perceptie van een fietscorridor als wegwijzer voor Bicycle Oriented Development
Universiteit Antwerpen
2018
Aurélie
Ligon
Deze scriptie heeft als doel een geïntegreerde fietscorridor te ontwikkelen voor de stad Antwerpen. Het omvat een literatuuronderzoek naar de determinanten die van belang zijn om zich met de fiets te verplaatsen. Hierna volgt een casestudy-onderzoek op twee belangrijke fietsverbindingen tussen Mortsel en Antwerpen centrum. Tot slot worden concrete ontwerpvoorstellen geformuleerd op deze twee verbindingsassen.
‘Wat is de bereikbaarheid vanuit de multimodale knooppunten voor de fietsende reiziger in de stad Antwerpen?’ Is de grote onderzoeksvraag waar een analyse uit gaat volgen die gebruikt kan worden om de vragen in voorgaande alinea te beantwoorden. De analyses zullen uitgevoerd worden door een geografisch informatiesysteem te gebruiken.
Systematische literatuurstudie naar het empirisch onderzoek rond disruptieve innovatie (disruptive innovation) en een exploratief onderzoek naar de mogelijke bedrijfsreacties op disruptieve innovatie in dienstensectoren.
De Jongens van Luchtbal: gemeenschapsgevoel en identiteitsvorming bij adolescente jongens in een gestigmatiseerde wijk
KU Leuven
2018
Catharina
Gerritsen
Dit kwalitatieve onderzoek gaat over de ervaringen van jongens van veertien tot eenentwintig jaar in Luchtbal, een buitenwijk van Antwerpen, en over hoe zij hun identiteit construeren binnen de context van hun gestigmatiseerde wijk. Er wordt gekeken welke strategieën zij hiervoor inzetten, door middel van participerende observaties en semigestructureerde interviews.
De scriptie handelt over de eventuele noodzaak tot bijkomende hervorming aan de bestaande groepsinterne belangenconflictregeling. Verder wordt beoordeeld of de geplande hervormingen in het kader van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen zouden volstaan.
"If you put effort in, you'll have it." Een onderzoek naar de invloed van e-inclusieprojecten op burgerschap bij nieuwkomers in Antwerpen.
Universiteit Antwerpen
2018
Elien
Diels
Deze masterproef handelt over de invloed van e-inclusieprojecten op burgerschap bij nieuwkomers in Antwerpen. Op basis van een single-case onderzoek bestaande uit 22 interviews met zowel jongeren als volwassenen die als nieuwkomer in Antwerpen deelnamen aan e-inclusielessen, werden een aantal conclusies geformuleerd.
Bijten blaffende honden niet? De informatiepositie van de burgemeester bij de bestuurlijke aanpak van gewelddadige radicalisering en terrorisme in België en Nederland
De masterscriptie gaat na of en hoe Belgische en Nederlandse burgemeesters geïnformeerd kunnen worden opdat ze bestuurlijke maatregelen zouden kunnen treffen en motiveren. De problematiek rond de informatiepositie van de burgemeester staat daarbij centraal. De focus ligt op de problematiek van gewelddadige radicalisering en terrorisme.
QoS-EQ-Routing: QoS-aware routing using Machine Learning
Universiteit Antwerpen
2018
Thomas
Hendriks
Genomineerde longlist mtech+prijs
In deze thesis wordt een algoritme voorgesteld dat het multi-hop netwerk routing probleem in draadloze ad hoc netwerken oplost. Deze oplossing zal gebaseerd zijn op machine learning. Om dit doel te bereiken wordt eerst
een literatuurstudie van vergelijkbare machine learning algoritmes en andere alternatieven ondernomen, evenals hun toepassingen in draadloze netwerken. De focus zal liggen op multi-hop routing algoritmes voor draadloze netwerken. Als resultaat van deze studie zal er een set vereisten zijn waaraan een algoritme voor multi-hop routing voor draadloze netwerken moet voldoen om verbeteringen bij te kunnen dragen aan bestaande oplossingen. Gebaseerd op deze set vereisten zal een volgende stap eruit bestaan om een machine learning algoritme te ontwerpen dat aan die vereisten voldoet, en dat algoritme in gesimuleerde omgevingen te implementeren. Het resulterende machine
learning gebaseerde multi-hop routing algoritme zal geëvalueerd worden in zijn performantie en worden vergeleken met andere bestaande oplossingen,
zowel uit het machine learning domein als uit het traditionele domein. Een laatste stap zal er vervolgens uit bestaan om het algoritme uit te breiden met mogelijkheden nodig om de kwaliteit van de service van netwerkverkeer
te kunnen garanderen.
Op 4 mei 2018 is de Europese vennootschap North Sea Port opgericht door Havenbedrijf Gent en Zeeland Seaports. Meer en meer wordt er grensoverschrijdend samengewerkt tussen vennootschappen uit verschillende EU-lidstaten. Hierbij stelt men onmiddellijk de vraag in welke rechtsvorm dit het best gebeurt. Waarom kozen de havenbedrijven van North Sea Port voor de unieke rechtsvorm, de Europese vennootschap?
Elke student noteert op zijn eigen manier. Daar waar de ene student de klassieke methode trouw blijft en de balpennen nog steeds het papier laat strelen, zeult de ander steevast een laptop mee naar de colleges. Of een combinatie van de twee: afhankelijk van de lesinhoud en de lesgever, kiezen andere studenten er dan weer voor om van noteermedium te wisselen. Geven we toe aan de technologie en is de laptop vandaag ook effectief het meest efficiënte medium om te noteren? Of stijgen de academische prestaties net wanneer er met pen en papier genoteerd wordt?
Flow cytometric microbial monitoring for safeguarding drinking water quality
Universiteit Gent
2018
Jorien
Favere
Tot op de dag van vandaag blijft het een wereldwijde uitdaging om de microbiële drinkwaterkwaliteit te waarborgen. De huidige monitoringstechnieken schieten tekort op vlak van accuraatheid en/of snelheid. Flow cytometrie heeft deze beperkingen niet en is daarom een veelbelovende monitoringstechniek. In deze studie werd de waarde van flow cytometrie als microbiële monitoringstechniek in drinkwater geëvalueerd.
Is grondgebonden wonen nog mogelijk en kan het aanzien worden als een duurzame woonvorm om de Antwerpse stadsregio te verdichten zonder bijkomend ruimtebeslag? Deze studie analyseert de bestaande woonsituatie en verdichtingsprincipes om via concreet ontwerpend onderzoek de haalbaarheid ervan af te toetsen aan de noden van de toekomst. Tot slot geeft dit werk een aanzet tot de uitwerking van een draagkrachtige beleidsvisie.
Deze masterproef gaat na hoe de samenstelling van de Kamer van Volksvertegenwoordigers zou veranderen indien er in België onder een ander kiesstelsel gestemd werd.
Ontwikkeling en pilootproject van een wachtsysteem voor palliatieve terminale patiënten in de eerste lijn, gebruikmakend van een nieuw multidisciplinair communicatie- platform: “het IRIS-project”
Pilootproject voor warme zorg op maat van de palliatieve thuispatiënt door gebruik te maken van een palliatief wachtsysteem in combinatie met een uniek multidisciplinair communicatieplatform.