Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Toward standardization of Gram-positive bacterial extracellular vesicles: optimizing purification from Lacticaseibacillus rhamnosus GG across growth phases

Universiteit Gent
2026
Shauni
Van Rijckeghem
Confidentieel -> thesis doorgestuurd via e-mail
Meer lezen

Gevangen in dualiteit: de vervroegde terugbetaling van commerciële kredieten en de zoektocht naar een marktconforme wederbeleggingsvergoeding

KU Leuven
2026
Efterpi
Kourtis
Deze masterproef analyseert de juridische en economische problematiek rond de wederbeleggingsvergoeding bij de vervroegde terugbetaling van commerciële kredieten. De kern van het onderzoek richt zich op de hardnekkige dualiteit in het Belgische recht, waarbij de hoogte van de verschuldigde vergoeding afhankelijk is van de kwalificatie van de overeenkomst als lening op interest dan wel als kredietopening.

In de huidige Belgische context geniet de lening op interest een dwingende bescherming via artikel 1907bis oud Burgerlijk Wetboek, dat de vergoeding plafonneert op zes maanden interest. Kredietopeningen vallen echter in beginsel buiten dit plafond, waardoor banken vaak een aanzienlijk hogere, actuariële ‘funding loss’-vergoeding vorderen ter compensatie van hun werkelijke rendementsverlies.

Hoewel de Wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen een gelijkaardig plafond heeft ingevoerd voor kredieten tot twee miljoen euro, blijft de kwalificatieproblematiek bestaan voor kredieten die dit bedrag overschrijden, evenals voor overeenkomsten die vóór de inwerkingtreding van deze wet werden gesloten. Deze situatie vormt een bron van rechtsonzekerheid. In deze masterproef wordt blootgelegd hoe zowel de rechtspraak als de rechtsleer worstelen met het criterium van de ‘opnamevrijheid’ om dit onderscheid te maken, wat resulteert in een gebrek aan voorspelbaarheid voor zowel kredietgevers als ondernemingen.

Vanuit een economisch perspectief wordt aangetoond dat het huidige forfaitaire systeem, gebaseerd op regels uit 1934, een economisch anachronisme is dat de hedendaagse bankrealiteit en de werkelijke schade bij renteschommelingen miskent. Een fundamentele modernisering van het wettelijk kader is daarom noodzakelijk, waarbij het onderscheid tussen leningen en kredietopeningen wordt opgeheven en de actuariële funding loss-methode als universele, marktconforme referentie wordt verankerd. Hierbij wordt gepleit voor een verschuiving van rigide plafonds naar een informatieparadigma, waarbij ondernemingen via een transparant optierecht vooraf met kennis van zaken kunnen kiezen tussen verschillende tarieven en uitstapvoorwaarden. Dit onderzoek biedt hiermee een essentieel inzicht in de noodzaak voor een rechtvaardiger evenwicht tussen de financiële stabiliteit van de banksector en de financieringsvrijheid van ondernemingen.
Meer lezen

PHASE CONTRAST TOMOGRAPHY OF HUMAN TISSUE WITH A LIQUID-METAL µCT X-RAY SOURCE

Universiteit Gent
2026
Christopher
Boateng
Deze scriptie toont aan dat een röntgenbron met een liquid-metaalanode in een labo 3D-beelden kan maken van menselijk weefsel in paraffineblokjes, zonder de blokjes te snijden. Daarbij speelt ook de energie, de 'kleur' van de bron, een cruciale rol.
Meer lezen

"Het is niet omdat ik het versta, dat het de beste optie is" Begrip en beleving van anglicismen bij oudere kijkers van Het journaal tijdens de coronacrisis

Vrije Universiteit Brussel
2026
To
Baetens
Deze scriptie onderzoekt hoe Engelse woorden in Het journaal tijdens het begin van de coronacrisis in België begrepen en onthaalt werden door ouderen.
Meer lezen

From Generation To Education

KU Leuven
2026
Gino
Van Cleemput
Mijn thesis zet een eerste stap naar een manier waarop leerkrachten en AI complementair kunnen samenwerken. AI helpt bij het genereren van programmeeroefeningen, terwijl de leerkracht de pedagogische keuzes en de controle behoudt. Op termijn kan zo meer differentiatie mogelijk worden en kunnen oefeningen beter aansluiten bij wat leerlingen interessant en relevant vinden.
Meer lezen

Optimal design and operations of plug & play photovoltaic-battery systems

KU Leuven
2026
Sean
Nassen
Deze masterscriptie van Sean Nassen (KU Leuven, in samenwerking met EnergyVille) onderzoekt plug & play batterijen: thuisbatterijen die je zelf in een stopcontact steekt, zonder elektricien. In België mag dat sinds april 2025. Er bestond nog weinig onderzoek naar hoe goed deze batterijen presteren en of ze zichzelf terugbetalen.
Meer lezen

Freeform Catoptric Design of Wide-Field-of-View Spectral Imagers for UV Spaceborne Observation of Mars

Vrije Universiteit Brussel
2026
Artyom
Petrosyan
Wide-field-of-view (WFOV) imaging systems are highly valued for space-based
observation. They are particularly challenging to design due to the presence of
off-axis aberrations. This thesis presents three novel wide-field-of-view (WFOV)
ultraviolet (UV) imaging architectures for the Mars Imager for Dust and Ice
clouds Monitoring (MIDIM): a 2D non-scanning multispectral imager, a 2D
scanning multispectral imager, and a 1D pushbroom multispectral imager. The UV
spectral range is intended and optimized for climate monitoring of Mars, including
atmospheric circulation and dynamics, dust cycles and storms, and water cycles,
clouds, and atmospheric chemistry.
Our research work tackles the optical design of WFOV UV imagers, exploring
different configurations and benefiting from freeform optical design. The key
challenges we faced were dealing with the off-axis aberrations due to the wide
fields, vignetting, and angle-of-incidence (AOI) reduction, while still keeping the
designs manufacturable and within the packaging requirements. Furthermore, the
UV operation range further increased the complexity and difficulty of the design as
the optical throughput needs to be increased due to low radiometric signals paired
with the small Airy disk compared to larger wavelength ranges. Finally, to ensure a
manufacturable design, a design-for-manufacturing approach was adopted, taking
system tolerances into account.
The 2D scanning multispectral imager showed the most optimal performance
despite its increased system complexity, such as the inclusion of a scan mirror,
while the 2D non-scanning multispectral imager showed the worst nominal
and radiometric performance. The 1D pushbroom multispectral imager showed
a comparable nominal performance to the 2D scanning system. However,
it lacked the tolerance robustness. The 2D scanning multispectral imager
shows an unprecedented performance featuring a WFOV of 48° × 10°, spatial
resolution of 2.50 km, F/# of 4.63, 80% of the encircled energy confined within
a radius of 2.15 µm, distortion of 7.30%, MTF ≥ 0.91 at 50 cycles/mm, volume of
170 × 150× 135 mm³, and smeared spatial resolutions between 5.96 km and
12.06 km for an SNR of 100 at 220 nm on Mars.
This work presents the full optical design methodology and results, adopting a
design for manufacturing approach, taking into account the path towards further
prototyping of the design. Consequently, with our research, we hope to pave
the way towards a novel UV space-based imaging telescope, enhancing space
exploration.
Meer lezen

Neuro-inclusie als hefboom voor verandering. Empowerende ondersteuning van leerlingen met autisme en hun context

Odisee Hogeschool
2026
Steven
Van Delsen
Leerlingen met autisme botsen in het onderwijs nog te vaak op drempels die hun welbevinden, participatie, verbondenheid en positieve identiteitsontwikkeling onder druk zetten. Deze bachelorproef onderzoekt hoe een neurodiversiteitsaffirmatieve benadering richting kan geven aan neuro-inclusieve onderwijspraktijken die leerlingen met autisme en hun context versterken, binnen de bredere Vlaamse evolutie naar Scholen voor Iedereen.

De bachelorproef vertrekt vanuit een praktijkgerichte probleemverkenning in GO! SBSO Nautica en verbindt die met recente literatuur over neurodiversiteit, leerlingenstem, psycho-educatie, zelfacceptatie, zelfcompassie, zelfbehartiging, neuro-inclusieve pedagogiek en relationele samenwerking. De analyse maakt duidelijk dat inclusie niet kan worden herleid tot toegang tot onderwijs of individuele aanpassingen. Neuro-inclusie vraagt een verschuiving van tekortdenken en normalisering naar erkenning, waardigheid, contextafstemming, gedeelde verantwoordelijkheid en positieve autistische identiteit.

Op microniveau betekent dit dat leerlingen met autisme zich veilig, erkend en verbonden moeten kunnen voelen in de klaspraktijk. Daarvoor zijn voorspelbaarheid, prikkelbewuste leeromgevingen, ruimte voor leerlingenstem, zelfinzicht, zelfacceptatie en ondersteuning bij zelfbehartiging belangrijk. Op mesoniveau vraagt neuro-inclusie een schoolcultuur waarin gedeelde taal, ouderstem, sociale veiligheid, peer support, veilige plekken en samenwerking tussen leerlingen, ouders en onderwijsprofessionals structureel worden ingebed. Op macroniveau wordt duidelijk hoe neuro-inclusieve schoolontwikkeling kan bijdragen aan de Vlaamse evolutie naar Scholen voor Iedereen, op voorwaarde dat neurodiversiteitsaffirmatieve principes vanaf het begin worden meegenomen in visie, beleid, ondersteuning en schoolcultuur.

Als veranderingsstrategie wordt het neuro-inclusief schoolkompas voorgesteld. Dit kompas ondersteunt scholen om stapsgewijs, participatief en haalbaar te groeien naar neurodiversiteitsaffirmatieve schoolpraktijken. Binnen deze aanpak worden drie deelstrategieën uitgewerkt die samen een doorlopende leerlijn vormen: LEANS als klasbrede neurodiversiteitseducatie en gedeelde schooltaal, een lessenreeks rond leerlingenstem, zelfacceptatie, zelfbehartiging en transitie, en een posterreeks die de stem van neurodivergente jongeren zichtbaar maakt in de schoolomgeving. Zo ontstaat een beweging van bewustwording naar persoonlijke betekenisgeving en vervolgens naar schoolbrede verankering.

De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de vertaling van een neurodiversiteitsaffirmatief waardekader naar concrete, haalbare en schoolbrede veranderingsstrategieën. Neuro-inclusie wordt zo geen bijkomende zorgmaatregel naast het bredere schoolbeleid, maar een hefboom om onderwijscontexten toegankelijker, veiliger en betekenisvoller te maken voor leerlingen met autisme en hun context. Tegelijk reikt deze benadering verder dan één doelgroep of één school: neurodiversiteitsaffirmatieve schoolontwikkeling kan uitgroeien van ondersteuning voor individuele leerlingen tot een richtinggevend principe voor de school van morgen.
Meer lezen

Van tweedeling naar teamwerk: De invoering van het eenheidsstatuut in België

KU Leuven
2026
Xanthe
Godts
In dit onderzoek wordt nagegaan in welke mate de Wet op het Eenheidsstatuut van 5 mei 2014 heeft bijgedragen aan de harmonisatie van de aanvullende pensioenen van arbeiders en bedienden in België, en welke structurele verschillen er nog bestaan. Na een historische schets van de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en de gefaseerde totstandkoming van het eenheidsstatuut analyseert wordt de stand van zaken voor de tweede pensioenpijler geanalyseerd. Er worden vier knelpunten naar voren geschoven die de harmonisatie vertragen: de versnippering van het paritair landschap, het ongelijke onderhandelingsniveau tussen sector- en ondernemingsplannen, de kwalitatieve kloof in pensioenopbouw en het speciaal weigeringsrecht uit artikel 16 WAP. Via een rechtsvergelijkend onderzoek met Luxemburg, Duitsland en Nederland toont het onderzoek aan dat vrijblijvendheid tot stilstand leidt, dat formele gelijkheid nog geen materiële gelijkheid betekent en dat een collectieve aanpak, zoals in Nederland, het meest veelbelovend is. Het onderzoek besluit dat de wet wel de juridische fundamenten legde, maar dat de beoogde gelijkheid nog niet bereikt is. Daarom pleit ik voor een verschuiving van een individuele naar een collectieve logica, met bindende minimumvereisten, een hervorming van het paritair landschap en een kleinere kloof tussen sectorale en ondernemingspensioenen. De deadline van 1 januari 2030 wordt niet gezien als eindpunt, maar als vertrekpunt van een structurele hervorming.
Meer lezen

VVPRbis en de liquidatiereserve in Belgische kmo-vennootschappen: een juridisch-fiscale analyse van winstuitkeringen onder invloed van recente wetswijzigingen

Hogeschool UCLL
2026
Mohammed
Al-Takriti
Deze bachelorproef onderzoekt hoe Belgische kmo-vennootschappen hun winst fiscaal voordelig kunnen uitkeren via VVPRbis en de liquidatiereserve. Op basis van wetgeving, fiscale vakliteratuur en administratieve bronnen vergelijkt de studie de voorwaarden, belastingdruk, wachttermijnen en praktische gevolgen van beide systemen. Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan de fiscale hervormingen van 2025 en 2026.
De centrale conclusie is dat geen van beide systemen voor elke onderneming de beste keuze is. Naast de belastingtarieven spelen ook de beschikbare middelen, investeringsplannen, persoonlijke geldbehoeften van aandeelhouders en een mogelijke overdracht van de onderneming een belangrijke rol. Een doordachte winstuitkering vraagt daarom om een beoordeling van de volledige financiële en strategische situatie van de vennootschap.
Meer lezen

Handschrift 476

LUCA School of Arts
2026
Auke
Dezeure
Handschrift 476
Deze publicatie brengt een middeleeuws, handgeschreven kookboekje opnieuw tot leven. Door transcriptie, historisch onderzoek en vormgeving samen te brengen, wordt dit eeuwenoude manuscript vertaald naar een hedendaagse leeservaring. Onderzoek naar de geschiedenis van het handschrift en de visuele kenmerken en systemen in middeleeuwse manuscripten vormde de basis voor het ontwerp. Zo ontstaat een publicatie die niet alleen inzicht geeft in het verleden, maar ook de schoonheid van deze unieke documenten zichtbaar maakt. Daarnaast werden vijftien recepten uit het handschrift uitgewerkt en aangepast aan hedendaagse manieren van receptschrijven, zodat ook de smaken van de middeleeuwen vandaag opnieuw beleefd kunnen worden.
Meer lezen

Mapping and understanding farmers’ responses to gully-induced problems in the Abaya-Chamo Sub-Basin, Southern Ethiopia

KU Leuven
2026
Jeanne
Vandenbrande
Gully erosion threatens the livelihoods of rural farmers by causing direct cropland loss and reducing agricultural productivity. In the Shafe catchment of southern Ethiopia, smallholder farmers facing severe food insecurity have implemented gully interventions (GIs) to counter this land degradation. Yet the spatial distribution of these GIs remains highly uneven. This study investigates which GIs have been implemented, what drives their adoption, and whether this adoption has spread as a diffusion process over time.

To investigate GI adoption, fieldwork was conducted across two rural administrative units in the Shafe catchment. GI presence was mapped for 751 gullies based on field observations and drone surveys. Additionally, a household survey of 178 farmers was conducted, providing socio-economic and perceptual data of the farmers, their plots and their gullies. Variables were tested through univariate screening and logistic regression models. Finally, spatial clustering and spatio-temporal modelling were used to investigate the adoption of GIs over time.

Results indicate that GIs in the Shafe catchment are dominated by loose rock check dams and banana plantations. Conservation and economic motivations drive farmers to combine these interventions, since they promote gully stabilisation through sediment infilling while simultaneously creating additional agricultural opportunities on the gully floor. Field observations identified at least one GI in 18% of mapped gullies, with treated gullies being larger and located closer to roads and settlements.

The household survey, capturing individual farmer decisions across multiple gullies, suggests 48% of farmer-reported gullies have been treated at some point. Farmers across the study area share a broadly similar subsistence-oriented profile. With 88% of the farmers having implemented at least one GI somewhere on their land, motivation is near-universal. The central question is therefore not who adopts, but where: farmers preferentially treat gullies that are accessible, on productive plots close to the homestead, exclusively owned, and perceived as severely impacted. Adoption likelihood is slightly higher for farmers exclusively dependent on agriculture and those with sufficient economic surplus. Predictive models based on spatial variables and socio-economic variables provide a step towards a practical targeting framework.

This study also presents one of the first attempts to diffusion analysis for gully interventions. GI adoption shows significant spatial clustering. A weak but detectable diffusion effect suggesting that farmers are more likely to adopt GI when neighbouring farmers have done so in prior years, pointing to informal knowledge spreading. However, data limitations remain substantial and further research should confirm this with more complete data.
Meer lezen

Dynamic Life Cycle Assessment of Reused Structural Timber: The Influence of Life Cycle Assumptions and Wood Species

Universiteit Gent
2026
Killian
Geenens
De bouwsector is verantwoordelijk voor ongeveer 40% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, waardoor de interesse in circulaire en biogebaseerde bouwmaterialen toeneemt. Hergebruikt constructiehout wordt beschouwd als een veelbelovend alternatief voor conventionele materialen zoals beton en staal, vanwege het potentieel om de ingebedde koolstofuitstoot te verminderen en atmosferische koolstof tijdelijk op te slaan. De klimaatimpact van hout hangt echter sterk af van de manier waarop biogene koolstof wordt gemodelleerd binnen een levenscyclusanalyse (LCA).

Deze thesis onderzoekt de klimaatimpact van hergebruikt constructiehout met behulp van een dynamische levenscyclusanalyse (DynLCA). Vijf veelgebruikte Europese houtsoorten werden onderzocht aan de hand van verschillende allocatiemethoden en twee benaderingen voor het modelleren van biogene koolstof: de groeibenadering (growth approach) en de hergroeibenadering (regrowth approach). Daarnaast werd via gevoeligheidsanalyses onderzocht welke invloed dichtheid, rotatieperiode, hergebruikscenario's en aannames over de levensduur hebben.

De resultaten tonen aan dat de keuze van allocatiemethode en de benadering voor het modelleren van biogene koolstof de grootste invloed hebben op de berekende klimaatimpact. Afhankelijk van de gekozen methode kan exact hetzelfde houten element zowel een sterk negatieve als een positieve klimaatimpact vertonen. Groeigebaseerde benaderingen leiden over het algemeen tot lagere impacts doordat de koolstofopname onmiddellijk als klimaatvoordeel wordt meegerekend, terwijl hergroeibenaderingen conservatievere resultaten opleveren. Van de onderzochte gevoeligheidsparameters hadden levensduur en rotatieperiode de grootste invloed, doordat zij bepalen wanneer koolstofstromen plaatsvinden. Dichtheid leidde tot meer proportionele veranderingen, terwijl hergebruikprocessen slechts een beperkt aandeel van de totale impact veroorzaakten.

De studie toont aan dat een dynamische levenscyclusanalyse de interpretatie van hergebruikte houtconstructies aanzienlijk verandert ten opzichte van conventionele statische benaderingen. Methodologische keuzes rond de timing en allocatie van biogene koolstof bepalen uiteindelijk of deze koolstof wordt beschouwd als een klimaatvoordeel of als een klimaatlast.
Meer lezen

Burgervertrouwen in publieke organisaties na een AI-falen

Universiteit Gent
2026
Alex
Depinois
Wanneer een overheidsalgoritme burgers onterecht benadeelt, herstelt het vertrouwen in de verantwoordelijke leidinggevende aanzienlijk beter als die zelf de schuld op zich neemt. Wie naar het systeem of de leverancier wijst, blijft met een beschadigd vertrouwen zitten. Dat blijkt uit een experiment met 93 Belgen.
Meer lezen

Margo's mini movinghead: Hoe kan ik de werking van een movinghead vertalen naar een functioneel miniatuurprototype, en welke technische beperkingen ontstaan daarbij op vlak van lichtopbrengst, beweging, behuizing en besturing?

Erasmushogeschool Brussel
2026
margo
van lancker
voor mijn bachelorproef onderzocht ik hoe je van een grote professionele movinghead, een werkend miniatuur prototype kan maken. ik onderzocht hoe de verschaling werkt van verschillende onderdelen zoals, motoren, behuizing, lichtbronnen en aansturing. mijn doel was om een zo klein mogelijk model te bouwen dat zowel horizontaal als verticaal kon bewegen, een licht had met verschillende kleuren én dit alles aanstuurbaar was met een echte professionele lichttafel.
Meer lezen

Supermarkt Herontwikkeld: Betaalbaar wonen door een verkenning van het ontwikkelingspotentieel op onderbenutte supermarktsites

Universiteit Gent
2026
Renée
Van Nevel
Vlaanderen heeft nood aan veel extra woningen, terwijl de bouwshift vraagt om geen bijkomende open ruimte meer aan te snijden. Vooral de 'missing middle' raakt moeilijk aan een betaalbare woning. Deze masterproef onderzoekt of onderbenutte supermarktparkings hiervoor een oplossing kunnen bieden. Boven de bestaande parking komt een tafelstructuur op kolommen, waarop modulaire huurwoningen worden geplaatst terwijl de supermarkt operationeel blijft. Op lange termijn kan de winkel onder die tafel worden herbouwd, zodat de volledige site kan worden herontwikkeld. Het model werd ontwerpmatig uitgewerkt voor twee Gentse sites, de Delhaize aan de Watersportbaan en de Carrefour Hypermarket in Sint-Denijs-Westrem. Daarnaast werd het financieel doorgerekend vanuit betaalbare huurprijzen.
Meer lezen

Woordenschatbevordering hand in hand met thuistalen. Didactisch materiaal voor leerkrachten

Arteveldehogeschool Gent
2026
Inte
Piette
Deze scriptie onderzoekt hoe didactisch materiaal, gebaseerd op de UDL-principes, kan bijdragen aan het bevorderen van de woordenschat bij leerlingen uit de tweede graad lager onderwijs. Hierbij is er aandacht voor de thuistalen in de klas. Vanuit dit onderzoek werd een praktische woordenschatbrochure ontwikkeld met concrete materialen en activiteiten die leerkrachten makkelijk kunnen inzetten in de klaspraktijk.
Meer lezen

Klasmanagement volgens nieuwe autoriteit

Hogeschool VIVES
2026
Alicia
Boone
Klasmanagement volgens nieuwe autoriteit
Meer lezen

Hoe haalbaar is de implementatie van een Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika (BRICS)-munt?

Karel de Grote Hogeschool
2026
Younes
Rabah
Sinds Bretton Woods vormt de Amerikaanse dollar het anker van het internationale financiële systeem. Vandaag is hij goed voor ongeveer 58 procent van de wereldwijde valutareserves, de euro voor zo'n 20 procent. De Verenigde Staten zetten de dollar steeds vaker in als geopolitiek drukmiddel, bijvoorbeeld via SWIFT-sancties tegen Rusland. Daardoor groeit bij opkomende economieën de wens om minder afhankelijk te worden van één dominante munt. Binnen die context lanceerden de BRICS-landen het idee van een gemeenschappelijke munt, gedekt door goud en een korf van grondstoffen.

Deze bachelorproef onderzoekt de haalbaarheid van zo'n munt vanuit vier invalshoeken (economisch, politiek, institutioneel en geopolitiek) . Daarvoor werden een literatuurstudie, beleidsrapporten en interviews met werkveldexperts gebruikt.
Meer lezen

Characterization of Cannabidiol-Mediated 5-HT2A Receptor Modulation Under Variable Receptor Expression Conditions

Universiteit Gent
2026
Ruben
Stiers
De 5-HT2A-receptor is het belangrijkste aangrijpingspunt van klassieke psychedelica. Een recente studie suggereerde dat cannabidiol (CBD) die receptor kan dempen als negatieve allosterische modulator. Omdat allosterische effecten vaak sterk afhangen van de proefopzet, onderzocht deze masterproef hoe robuust dat effect is. Daarvoor werden HEK293-cellen gebruikt waarin het aantal receptoren via tetracycline instelbaar was, met Ca²⁺-mobilisatie als uitlezing.
Bij hoge receptorexpressie had CBD geen effect, evenmin als zijn spiegelbeeldvorm (+)-CBD, de metabolieten 6-OH-CBD en 7-COOH-CBD en de beschreven positieve modulatoren oleamide en JPC0323. Bij lagere expressie verminderde CBD de maximale serotonine-respons met ongeveer 26%, maar alleen na een uur voorbehandeling met 10 µM. Mescaline-responsen waren gevoeliger. De effecten zijn bescheiden en sterk contextafhankelijk, dus hun fysiologische relevantie blijft onzeker. Verdere assays en controles op CBD-aggregatie zijn nodig.
Meer lezen

Onterving van een kind: van familiale solidariteit naar familiale rechtvaardigheid?

KU Leuven
2026
Victoire
Delvaux
SAMENVATTING
Met de Erfwetten van 2017 en 2018 voerde de Belgische wetgever ingrijpende hervormingen door in het erfrecht. Nederland en Frankrijk hebben, zij het op verschillende tijdstippen, eveneens ingrijpende hervormingen in het erfrecht doorgevoerd. Hoewel deze hervormingen, tot ongenoegen van meerdere auteurs, niet hebben geleid tot de afschaffing van het voorbehouden erfdeel, hebben ze wel aanzienlijke wijzigingen aangebracht. Hierdoor geniet een onterfd kind vandaag minder bescherming dan onder het oude erfrecht, wat ten goede komt aan de beschikkingsvrijheid van de erflater. De centrale vraag doorheen dit onderzoek is dan ook of deze hervormingen hebben bijgedragen aan een evenwichtigere afweging tussen de bescherming van het onterfde kind en de vrijheid van de erflater om over zijn vermogen te beschikken.

In het verklarende onderdeel van deze masterscriptie zal er gekeken worden naar de grondslagen en de oorsprong van het voorbehouden erfdeel. Het bestuderen van deze grondslagen en oorsprong beoogt een antwoord te bieden op de vraag naar de rechtvaardiging van het bestaan van het voorbehouden erfdeel.

In het beschrijvende onderdeel van deze masterscriptie zullen de fundamenten van het voorbehouden erfdeel van de kinderen in België, Nederland en Frankrijk, worden uiteengezet en vergeleken. Daarnaast wordt telkens een kritische analyse verricht van de huidige stand van zaken in de drie rechtsstelsels met betrekking tot het evenwicht tussen de rechten van het onterfde kind en de beschikkingsvrijheid van de erflater. Ook de mogelijke impact van de hervormingen op dit evenwicht wordt in de analyse betrokken. Het evaluatieve onderdeel bouwt dus voort op het beschrijvende onderdeel.

Ter afsluiting van deze masterscriptie wordt in het normatieve onderdeel onderzocht welke regeling het meest passend is voor de verhouding tussen de bescherming van het onterfde kind en de beschikkingsvrijheid van de erflater. Als inspiratie voor het vinden van een passend evenwicht zal de hedendaagse visie op het bestaan van het voorbehouden erfdeel worden geanalyseerd.
Meer lezen

De mogelijkheden van pure mycelium materialen

AP Hogeschool Antwerpen
2026
Xam
Dewaele
Deze scriptie onderzoekt de mogelijkheden van pure myceliummaterialen als duurzaam alternatief binnen de circulaire economie. Concreet richt het onderzoek zich op de productie en eigenschappen van mycoleer, waarbij zowel zuivere schimmelculturen als co-cultivaties met genetisch gemodificeerde bacteriën worden geëvalueerd.
Meer lezen

Lokale en cloud-AI in webontwikkeling: Ecologische impact, kosten en een beslissingskader voor duurzame integratie

HOGENT
2026
Alexandru-George
Poenaru
Drie taalmodellen werden zowel lokaal als in de cloud getest. Op basis van 6.241 aanvragen werden energieverbruik, geschatte CO₂-uitstoot, snelheid, kosten en inhoudelijke juistheid vergeleken. Een correctie op de cloudschattingen bracht ook het energieverbruik voor het lezen van lange documenten in rekening. Voor de onderzochte toepassing bleek de cloud naar schatting gemiddeld vijf keer energiezuiniger en bij het verwachte bedrijfsvolume financieel aantrekkelijker. Tegelijk toonden de tests dat correct gevormde antwoorden inhoudelijke fouten kunnen bevatten.

De resultaten zijn vertaald naar een praktische beslissingsboom die bedrijven helpt kiezen op basis van onder meer privacy, beschikbare apparatuur, gebruiksvolume, stroommix en antwoordkwaliteit.
Meer lezen

De wilde bij als sleutel tot duurzaamheidseducatie

Odisee Hogeschool
2026
Soeze
Windey
  • Ilinka
    Devillé
Biodiversiteit vormt de basis van goed functionerende ecosystemen en is onmisbaar voor het leven op aarde. Toch staat deze biodiversiteit wereldwijd onder druk. In Vlaanderen nemen steeds meer planten- en diersoorten af of verdwijnen ze volledig. Een van de groepen die bijzonder kwetsbaar is, zijn de wilde bijen. Hoewel ze vaak minder bekend zijn dan honingbijen, spelen wilde bijen een cruciale rol in de bestuiving van planten en gewassen. Hierdoor dragen ze niet alleen bij aan het behoud van
biodiversiteit, maar ook aan onze voedselproductie en de kwaliteit van onze leefomgeving.
De achteruitgang van wilde bijen wordt veroorzaakt door verschillende factoren, waaronder het verlies van geschikte leefgebieden, een afname van bloemenrijke omgevingen, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de gevolgen van klimaatverandering. Ondanks het grote belang van deze bestuivers merken we dat hun rol en betekenis binnen het onderwijs vaak beperkt aan bod komen.
Nochtans biedt dit thema tal van kansen om leerlingen bewust te maken van de samenhang tussen mens, natuur en milieu.
Vanuit deze vaststelling groeide onze interesse voor dit onderwerp. Natuur, biodiversiteit en duurzaamheid zijn thema’s die ons persoonlijk sterk aanspreken. Daarnaast geloven wij dat het onderwijs een belangrijke rol speelt in het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en attitudes die bijdragen aan een duurzame samenleving. Door leerlingen inzicht te geven in het belang van wilde bijen en biodiversiteit, kunnen zij bewustere keuzes maken en een groter verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelen ten aanzien van hun omgeving. Binnen deze bachelorproef staat daarom de volgende onderzoeksvraag centraal: "Op welke manier kan duurzaamheidseducatie rond de wilde bij worden geïntegreerd in een betekenisvol en onderzoekend lessenpakket voor de derde graad van het lager onderwijs?"
Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden, werd eerst een theoretisch kader uitgewerkt rond duurzaamheidseducatie, biodiversiteit, bestuiving, bestuivers en de wilde bij. Daarnaast werd onderzocht welke kenmerken van betekenisvol en onderzoekend leren aansluiten bij leerlingen uit de derde graad van het lager onderwijs. Op basis van deze inzichten werd een lessenpakket ontwikkeld dat bestaat uit zes lessen van telkens 100 minuten. Aan de hand van onderzoekende activiteiten,
observaties, samenwerking, reflectie en praktijkgerichte opdrachten ontdekken leerlingen stap voor stap het belang van wilde bijen binnen ecosystemen en biodiversiteit. Tegelijk worden zij gestimuleerd om kritisch na te denken over de impact van menselijk handelen op de natuur en over hun eigen rol binnen een duurzame samenleving.
Met deze bachelorproef willen we niet alleen een bruikbaar en onderbouwd lessenpakket aanbieden voor leerkrachten, maar ook bijdragen aan de ontwikkeling van ecologische bewustwording en handelingsbekwaamheid bij leerlingen. We willen hen laten ervaren dat zij, ondanks hun jonge leeftijd, een verschil kunnen maken voor biodiversiteit en bestuivers in hun eigen omgeving. Op die manier hopen we een bijdrage te leveren aan duurzaamheidseducatie en aan de vorming van betrokken burgers die zorg dragen voor natuur, milieu en toekomstige generaties.
Meer lezen

Ontwikkeling van een computationele ontwerppipeline die de ergonomische vormgeving van een parametrische 3D-geprinte bureaustoel automatiseert

Universiteit Gent
2026
Tom
De Deyn
De masterproef onderzoekt hoe computationeel en parametrisch ontwerpen kunnen worden ingezet om gepersonaliseerde ergonomische bureaustoelen automatisch te ontwerpen. Hiervoor werden bestaande methoden voor 3D-scanning, pose estimation en parametrische geometriegeneratie onderzocht en geëvalueerd. Op basis hiervan werd een computationele ontwerppipeline ontwikkeld die lichaamsgegevens vertaalt naar ergonomische ontwerpparameters en vervolgens automatisch een gepersonaliseerde stoel genereert.
Daarnaast werd een multivariaat regressiemodel ontwikkeld om de vorm van de rugleuning af te stemmen op de individuele lichaamshouding. De ontwikkelde methode werd gevalideerd aan de hand van verschillende lichaamsscans en rugleuningvarianten en beoordeeld op vlak van ergonomie, efficiëntie, betrouwbaarheid, stevigheid, gebruiksvriendelijkheid reproduceerbaarheid en maakbaarheid. Tot slot werd een volledig gepersonaliseerde bureaustoel op ware grootte geproduceerd met 3D-printtechnologie en fysiek geëvalueerd.
Meer lezen

De (on)zin van het 'tussenjaar': een kwalitatieve studie naar de betekenis van het 'tussenjaar' in een zinzoekende samenleving

Universiteit Gent
2026
Oona-Lisa
DeSmet
In Vlaanderen kiezen steeds meer jongeren voor een ‘tussenjaar’, een jaar na het secundair onderwijs waarin zij noch verder studeren, noch toetreden tot de arbeidsmarkt. Deze keuze situeert zich binnen een maatschappelijke context waarin jongeren geacht worden hun levensloop zelfstandig vorm te geven en verantwoordelijkheid te nemen voor hun keuzes. Zingeving wordt daarbij steeds vaker voorgesteld als een individuele opdracht. Tegen deze
achtergrond wordt het tussenjaar in de literatuur beschreven als een betekenisvolle overgangsperiode die jongeren ondersteunt in hun zoektocht naar richting en zingeving. Dit staat in contrast met tegenstemmen die benadrukken dat deze betekenis niet los kan worden gezien van bredere maatschappelijke verwachtingen. Daarom wil dit onderzoek exploreren
welke betekenis jongeren zelf geven aan hun tussenjaar in het kader van hun zoektocht naar zingeving en hoe deze betekenis zich verhoudt tot maatschappelijke verwachtingen en verdere studiekeuzes. Aan de hand van vijftien semigestructureerde interviews werden de perspectieven bevraagd van jongeren die gedurende de afgelopen vijf jaar een tussenjaar hebben genomen. De thematische analyse belicht de betekenis van een tussenjaar in de vorm van zes spanningsvelden en toont hoe autonomie een centrale rol speelt in de ervaring van het tussenjaar. Concluderend benadrukt dit onderzoek dat, hoewel jongeren het tussenjaar benaderen vanuit een individuele focus, de betekenis ervan zich in essentie ontwikkelt in relatie tot anderen. Het tussenjaar maakt zo zichtbaar hoe zingeving verschuift van een individuele verantwoordelijkheid naar een relationele ervaring.
Meer lezen

Ileus na abdominale chirurgie: herkennen en interventies.

Thomas More Hogeschool
2026
Mahmoud
Alsaid
Deze bachelorproef onderzoekt hoe verpleegkundigen postoperatieve ileus (POI) na abdominale chirurgie tijdig kunnen herkennen en met gerichte interventies kunnen bijdragen aan preventie en behandeling. POI is een tijdelijke verstoring van de darmbewegingen die gepaard kan gaan met een opgezette buik, misselijkheid, braken, verminderde voedingstolerantie en het uitblijven van windjes of stoelgang. Deze complicatie kan het herstel vertragen en de ziekenhuisopname verlengen.

Via een literatuurstudie van tien wetenschappelijke publicaties werden klinische signalen, verpleegkundige interventies en de rol van Enhanced Recovery After Surgery (ERAS) onderzocht. De bevindingen benadrukken het belang van systematische observatie en het gezamenlijk beoordelen van symptomen en hun verloop. Daarnaast staan vroege mobilisatie, aangepaste voedingsopbouw, opvolging van de vochtbalans en goede pijnzorg met beperking van opioïden waar mogelijk centraal. Kauwgom kan als aanvullende maatregel worden overwogen.

ERAS verbindt deze aandachtspunten in een samenhangend zorgtraject met duidelijke hersteldoelen en evaluatiemomenten. Verpleegkundigen spelen hierin een belangrijke rol door patiënten te begeleiden, uitleg te geven, veranderingen op te merken en tijdig te overleggen met het behandelteam.

Om de literatuur naar de praktijk te vertalen, werd een digitale verpleegkundige screeningshulp ontwikkeld. Dit prototype bundelt informatie over de operatie, klinische signalen en herstel volgens ERAS. Het geeft een signaalniveau met suggesties voor verdere opvolging. De tool ondersteunt het verpleegkundig oordeel, maar stelt geen diagnose en is nog niet klinisch gevalideerd. Een implementatieplan beschrijft hoe een pilootfase kan worden voorbereid, uitgevoerd en geëvalueerd.

De bachelorproef benadrukt dat samenhangende verpleegkundige zorg binnen ERAS kan bijdragen aan tijdige herkenning van POI en ondersteuning van het postoperatieve herstel.
Meer lezen

DEATH LITERACY VANUIT HET HEDENDAAGSE JONGERENPERSPECTIEF Een kwalitatief onderzoek naar hoe religieuze en levensbeschouwelijke invloeden bijdragen aan de perceptie en omgang met sterfelijkheid bij jongvolwassenen in Vlaanderen en Brussel

Vrije Universiteit Brussel
2026
Mahdia
Bourouina
Deze masterproef onderzoekt hoe jongvolwassenen (18-30 jaar) hun Death Literacy ervaren en welke rol religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, of de afwezigheid daarvan, hierin spelen. Er werden tien semigestructureerde interviews afgenomen met jongvolwassenen in Vlaanderen en Brussel, met een diverse levensbeschouwelijke achtergrond: praktiserende moslims, een praktiserende katholiek, een praktiserende boeddhist, niet-praktiserende moslims, atheïsten en agnosten.
Uit de resultaten blijkt dat persoonlijke verlieservaringen een centrale rol spelen in de ontwikkeling van Death literacy: wie een naaste verloor, beschikt over een uitgewerkter kader dan wie geen verlies meemaakte. Zowel moslim, katholieke als boeddhistische respondenten ervaren hun geloof als een krachtig houvast: het hiernamaals (islam en katholicisme) of wedergeboorte (boeddhisme), gebed of meditatie, en gemeenschappelijke rituelen bieden troost en structuur. Atheïstische en agnostische respondenten beschrijven zowel vrijheid als kwetsbaarheid; zij missen soms de gemeenschap en rituelen die religieuze jongeren als vanzelfsprekend ervaren.
De bevindingen benadrukken het belang van een levensbeschouwelijk sensitieve benadering in rouwbegeleiding. Voor de agogische praktijk betekent dit dat professionals oog moeten hebben voor diversiteit aan overtuigingen, én voor de betekenis van het ontbreken daarvan.
Meer lezen

Manifest voor autismevriendelijke schoolarchitectuur - ASPECTSS als methodiek voor een inclusieve brede school

Universiteit Hasselt
2026
Anouck
Cautaert
Genk is een zeer diverse en cultureel
rijke stad, waar ook sociaal-economische
ongelijkheden aanwezig zijn. Aan de hand
van deze scriptie probeer ik bij te dragen aan
de inclusie in de stad door in te zetten op
onder andere autismevriendelijk maken van
de schoolinfrastructuur van Zwartberg-Zuid.
De principes die later worden toegepast
voor de schoolsite De Appelboom en De
Wissel kunnen veralgemeend worden naar
de andere twee scholenclusters in Zwartberg.

Het eerste luik van de scriptie omvat dan
ook het onderzoek naar onder andere de
noden van mensen met autisme en het
algemeen gebrek - volgens Mostafa - aan
autismevriendelijke infrastructuur.
Hierna wordt er een link gemaakt naar
de projectlocatie, namelijk Zwartberg,
waarbij er een groeiende nood is aan
autismevriendelijke ondersteuning
binnen bestaande organisaties en
gebouwen, alsmede naar onderwijs- en
ontwikkelingskansen voor kinderen en
jongeren, te concluderen uit het interview met
de wijkmanager van Zwartberg. Momenteel
wordt er binnen deze infrastructuur minimaal
ingezet op autismeondersteunende
infrastructuur, waarbij datgene dat aanwezig
is niet kwalitatief is.
Ook wordt er een link gemaakt naar
Zwartberg door de relatie tussen autisme en
migratieachtergrond verder te onderzoeken,
onder andere blijkens het interview met
directeur Frank Bartholomé. Binnen deze
autismevriendelijke aanpak wordt er verder
ingegaan op de ASPECTSS-richtlijnen,
waarbij deze richtlijnen als ondersteunend
middel worden gezien.

Als tweede luik wordt er ingegaan op
het brede school-principe, waarbij in dit
beleidsidee wordt ingezet op onder andere
de maximale ontwikkelingskansen en de
brede leer- en leefomgeving van kinderen en
jongeren. Hierbij wordt er dieper ingegaan
op de organisatorische en ruimtelijke
organisatie van de brede school.
Als derde en tevens laatste luik wordt
voorgaande verzamelde info ruimtelijk
vertaald aan de hand van een case study
van twee projecten, die inzetten op
autismevriendelijke architectuur en het brede
school-principe.

De onderzoeksvraag van de scriptie is als
volgt: “Hoe kan architectuur bijdragen
om scholen, als ondersteunende
ontmoetingsplek, inclusiever te maken voor
kinderen en jongeren met autisme?”. Dit
wordt onder andere onderzocht aan de hand
van de theoretische ASPECTSS-richtlijnen
en het principe van de brede school. Echter
is het belangrijk om te benadrukken dat
de ASPECTSS-richtlijnen en het principe
van de brede school als hulpmiddel
dienen om de bestaande site in Zwartberg
autismevriendelijk te maken en in te zetten
op de sociale noden - in tegenstelling tot het
utopische beeld dat momenteel rond deze
principes hangt. Bijkomend dient vermeld
dat dit een persoonlijke interpretatie zal zijn
van hoe deze twee theoretische modellen
kunnen worden toegepast binnen een
nieuwbouw en herbestemming.

Dit onderzoek wordt aan de hand van
literatuuronderzoek, interviews en case
onderzoek gevoerd, om op deze manier
meer inzicht te krijgen in onder andere de
noden van deze doelgroep.
Meer lezen

Buurtwarmte Brugge

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Ilse
Maes
In de historische binnenstad van Brugge zijn grootschalige warmtenetten vaak onhaalbaar, terwijl individuele warmtepompen botsen op ruimtegebrek, geluidsoverlast en strikte erfgoedregels. Deze bachelorproef onderzoekt hoe 'micro-warmtenetten' op privaat terrein (voor clusters van 3 tot 10 woningen) een realistische, fossielvrije oplossing kunnen bieden voor deze complexe "warmte-eilanden".
Uit de analyse blijkt dat een collectieve lucht-waterwarmtepomp op middentemperatuur technisch de meest haalbare bron is voor de historische context. De grootste drempels zijn echter niet technisch, maar organisatorisch en juridisch, zoals de onderlinge samenwerking en de angst voor overlast. Om deze barrières weg te nemen, ontwikkelde de auteur twee complementaire draaiboeken. Het bewonersdraaiboek ontzorgt burgers stapsgewijs met checklists en modelcontracten, terwijl het draaiboek voor Stad Brugge een sturingskader biedt waarin een centrale rol is weggelegd voor de lokale 'Renovatiecoach'. Na toetsing aan drie Brugse casussen concludeert de scriptie dat micro-warmtenetten op privaat terrein de cruciale missing link vormen om de warmtetransitie in historische stadskernen te versnellen.
Meer lezen