Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

FROM SPATIAL ECOLOGY TO ECOSYSTEM IMPACT: LARGE GRAZERS IN HEATH AND DUNE LANDSCAPES LINKING MOVEMENT BEHAVIOUR, HABITAT SELECTION, AND VEGETATION DYNAMICS IN THE WESTHOEK AND KALMTHOUTSE HEIDE

Universiteit Gent
2026
Jobbe
Vermandere
Het inzetten van vrij rondlopende grote herbivoren vormt een hoeksteen van het natuurbeheer in Europa. De bedoeling is om via extensieve begrazing natuurlijke processen te herstellen, zoals het tegenhouden van snelle vegetatiesuccessie en het in stand houden van de structurele diversiteit van open landschappen. Hierdoor wordt dit type beheer ook wel procesbeheer genoemd. In voedselarme ecosystemen, zoals kustduinen en laaglandheiden, heeft de wijdverspreide stikstofdepositie en het wegvallen van historische verstoringen geleid tot een snelle structurele achteruitgang. Dit uit zich voornamelijk in de vestiging van sterk competitieve grassen en kruidachtigen (vergrassing of verruiging) en de vestiging van dicht struikgewas (verstruweling),
waardoor gespecialiseerde pioniersoorten worden verdrongen en de biodiversiteit afneemt. Hoewel begrazing voor natuurbeheer op grote schaal wordt ingezet om deze bedreigingen te verminderen, blijven de precieze ruimtelijke mechanismen waarmee deze dieren habitat selecteren en interageren met fysieke infrastructuur complex en contextgebonden. Deze studie evalueerde de ruimtelijke ecologie en het vermogen tot ecosysteembeïnvloeding van grote herbivoren in twee structureel verschillende landschappen: de kustduinen van de Westhoek (begraasd door een gemengde groep paardachtigen bestaande uit Konikpaarden en Shetlandpony’s en een kudde Schotse hooglanders) en de laaglandheide van de Kalmthoutse Heide (begraasd door een kudde Galloway-runderen). Om de kloof tussen de bewegingen van individuele dieren en successieveranderingen op landschapsschaal te overbruggen, maakte dit onderzoek gebruik van een meerledig
methodologisch kader dat was onderverdeeld in drie afzonderlijke werkpakketten (WP). Ten eerste
werd Continuous-Time Movement Modelling (ctmm) toegepast op GPS-telemetriegegevens om
het gebruik van ruimte met grensbeperkingen en ruimtelijke verzadiging in kaart te brengen (WP1).
Deze benadering corrigeerde wiskundig voor inherente temporele autocorrelatie en maakte gebruik
van Degrees of Freedom (DOF)-filtering om robuuste Autocorrelated Kernel Density Estimates
(AKDE) te extraheren. Ten tweede werden geïntegreerde Resource Selection Functions (iRSF)
ingezet om de habitatkeuze op kleine schaal en de onderliggende milieubeperkingen te evalueren
(WP2). De iRSF-modellen gebruikten specifiek het AKDE-gebied van elk dier als
beschikbaarheidsbasis, waardoor de habitatkeuze strikt werd geëvalueerd ten opzichte van het
toegankelijke landschap, terwijl tegelijkertijd rekening werd gehouden met continue variabelen
zoals topografie, afstand tot water en afstand tot antropogene infrastructuur (paden en hekken).
Ten slotte werden vegetatiehoogtekaarten met hoge resolutie uit 2020 en 2025 in de Westhoek
geanalyseerd om dit ruimtelijk gedrag te koppelen aan structurele landschapsveranderingen
(WP3). Door ruimtelijke pixels te categoriseren in vegetationele overgangstoestanden (Stabiel,
Regressie of Toename), werd de cumulatieve ruimtegebruiksintensiteit van de paarden
gemodelleerd tegen abiotische stressfactoren om de werkelijke drijvende krachten achter de
vegetatiedynamiek te bepalen.
De ruimtelijke modellen (WP1) brachten fundamentele verschillen in de ruimtelijke basisecologie
aan het licht, die worden bepaald door eigenschappen op soortniveau en de dynamiek binnen de
kudde. Uit de ruimtelijke tracking bleek dat noch de paardachtigen in de Westhoek (na de corridor
opening) noch de Galloway-runderen op de Kalmthoutse Heide biologisch verzadigd zijn. Hun
leefgebieden worden dus niet volledig bepaald door de fysieke grenzen van de reservaten, wat
wijst op actieve en doelgerichte ruimtelijke keuzes. De Galloway-runderen vertoonden relatief grote
seizoensgebonden schommelingen in de omvang van het leefgebied, wat wijst op dynamische
aanpassingen aan de beschikbaarheid van voedselbronnen. Omgekeerd vertoonden de
paardachtigen in de Westhoek het hele jaar door relatief stabiele leefgebieden, wat wijst op een
biologisch verschil waarbij paardachtigen minder gevoelig zijn voor seizoensgebonden fenologie.
De paardachtigen vertoonden echter wel significante seizoensgebonden verschuivingen in hun
kerngebieden, wat bevestigt dat, hoewel hun totale gebied stabiel blijft, hun interne foerageerfocus
dynamisch verschuift. Bovendien zorgde een lage interindividuele variatie voor een vrij
samenhangende kuddedynamiek bij de runderen, terwijl een hoge interindividuele variatie onder
de paardachtigen leidde tot duidelijke divergentie tussen subkuddes. Daarnaast evalueerde WP1
de impact van het herstel van de landschapsconnectiviteit in de Westhoek via de opening van een
corridor in de winter van 2022-2023. Hoewel de opening een aanzienlijke uitbreiding van de
absolute omvang van de leefgebieden van de paardachtigen veroorzaakte, werd deze uitbreiding
niet uniform door de hele groep overgenomen, wat benadrukt dat landschapsconnectiviteit wordt
gemedieerd door lokale locatietrouwheid en interne sociale structuren.
De evaluatie van de habitatkeuze op kleinschalig niveau (WP2) bevestigde deze verschillen op
soortniveau nog eens extra. Op de Kalmthoutse Heide fungeerden de runderen als biologische
filters: ze zochten actief habitat op met een begraasbare laag (bijvoorbeeld gras- of boomopslag)
en vermeden zuivere heidegebieden zonder begraasbare laag. Deze selectie was het sterkst
tijdens de voorjaarsgroei en werd geleidelijk breder naarmate het groeiseizoen ten einde liep. In
de Westhoek kozen paardachtigen onevenredig vaak voor open, grasrijke vegetatie boven dicht
struikgewas, hoewel morfologische verschillen de kleinere Shetlandpony's waarschijnlijk in staat
stelden om ijle vegetatie (bijv. Schaarsbegroeid) en laag struikgewas (Kruipwilg_laagstruweel)
gunstiger te exploiteren. Deze divergentie geeft aan dat kleinere paardachtigen niches kunnen
exploiteren die grotere paardachtigen negeren of waarin ze niet kunnen overleven door gebruik te
maken van andere biomechanische eigenschappen en kleinere beetgroottes, waardoor de totale
ecologische impact op het landschap wordt verbreed.
Naast de categorische vegetatie werd de ruimtelijke verspreiding aanzienlijk beïnvloed door
voortdurende abiotische en antropogene beperkingen. Nabijheid van water bleek in beide
reservaten geen beperkende factor te zijn; noch de paardachtigen, noch de runderen vertoonden
een afhankelijkheid van stilstaand oppervlaktewater, maar toonden ruimtelijke neutraliteit of actieve
vermijding. Topografisch gezien kozen de runderen (in de lente), de grotere Konik-paarden (in de
zomer en herfst) en de Shetlandpony (in de herfst) actief voor vlakker terrein, waarschijnlijk om de
metabolische bewegingskosten te minimaliseren. Hoewel de Shetlandpony deze voorkeur voor
vlakker terrein in de herfst deelde, week hij in de zomer af van de Koniks door topografisch neutraal
te blijven. Deze seizoensgebonden divergentie suggereert ofwel dat de kleinere lichaamsmassa
van de pony voor meer wendbaarheid zorgt, waardoor het relatieve metabolische nadeel van
voortbeweging op steilere hellingen afneemt, ofwel dat de solitaire pony door de Konik-kuddes of
de Schotse hooglander kudde competitief wordt verdrongen naar minder gunstige, steilere
topografie. Wat de menselijke infrastructuur betreft, dwongen de modellen een heroverweging af
van de visie van algemene antropogene vermijding. Terwijl de omheiningen van het reservaat
fungeerden als een ruimtelijke barrière voor de paardachtigen (in de lente en winter, voornamelijk
gedreven door de Shetlandpony), fungeerden ze als een ruimtelijk aantrekkingspunt voor de
Galloway-runderen in de lente. Gelijkaardig werkten de interne paden als ruimtelijke
aantrekkingspunten voor zowel de Shetlandpony als de Galloway-runderen. Dit toont aan dat grote
herbivoren, in plaats van menselijke infrastructuur universeel te vermijden, padennetwerken
potentieel kunnen gebruiken als navigatiecorridors, en omheiningen als structurele
oriëntatiepunten.
Terwijl WP1 en WP2 vaststelden hoe de paardachtigen in de Westhoek navigeren en hun habitat
selecteren, evalueert WP3 de wederzijdse ecologische impact: hoe de langdurige ruimtelijke
aanwezigheid van deze herbivoren actief het successietraject van de vegetatie in het reservaat
beïnvloedt. Door veranderingen in vegetatiehoogte te modelleren tegen de achtergrond van
cumulatieve ruimtegebruiksintensiteit en abiotische beperkingen, ontstaat een ruimtelijk verhaal
over de voordelen en beperkingen van top-downcontrole door grazers. De vegetatiemodellering
toonde aan dat een hoog cumulatief ruimtegebruik door paardachtigen fungeert als een effectieve
preventieve barrière tegen de initiële vorming en verspreiding van ruige vegetatie. De gegevens
definieerden echter tegelijkertijd de grenzen van deze top-down biologische controle. Zodra
houtige of ruige vegetatie de initiële herbivoriebarrière met succes doorbreekt, volstaat intens
ruimtegebruik niet meer om de terugtrekking ervan af te dwingen. Gedreven door een
synergetische combinatie van lokale nutriëntenafzetting, mechanische bodemverstoring en
verminderde concurrentie, kan intensief ruimtegebruik door paardachtigen zelfs de verticale groei
van gevestigd hoog struikgewas bevorderen. De ontmanteling van vegetatie in een laat, volwassen
stadium wordt uitsluitend aangedreven door bottom-up abiotische stressfactoren in plaats van top
down herbivorie. De diepte van het grondwater in het voorjaar had het meest uitgesproken effect
op de vegetatiedynamiek: het bepaalde de stabiliteit van pioniersmatrices, stimuleerde de
terugtrekking van ruige vegetatie en fungeerde als de belangrijkste natuurlijke stressfactor die de
voortdurende groei of aanwezigheid van laag en hoog struikgewas voorkwam. Bovendien werd de
dynamiek van ondieper gewortelde grassen en kruiden gedicteerd door hoge omgevingsstress,
waarbij deze matrices groeiden en afnamen in gebieden die gekenmerkt worden door diep
grondwater, steilere hellingen en een hoge blootstelling aan de zon.
Voor natuurbeheer biedt deze thesis duidelijke, op gegevens gebaseerde aanbevelingen met
betrekking tot het gebruik van vrij rondlopende grote herbivoren. Uiteindelijk toont deze studie aan
dat de impact van deze grote herbivoren als ecosysteemingenieurs niet uniform of absoluut is. De
ruimtelijke dynamiek bevestigt dat ruimtegebruik een effectief, gericht instrument kan zijn om
vroege successie te stoppen, open matrices in stand te houden en gedegradeerde habitats aan te
pakken. Omdat grazers echter geen gevestigd struikgewas kunnen ontmantelen, vereist het
terugdringen van volgroeide houtige begroeiing een strategische, dubbele beheersaanpak die
biologisch ruimtegebruik koppelt aan gerichte mechanische ingrepen. Bovendien benadrukt de
ruimtelijke divergentie van de Shetlandpony de cruciale waarde van morfologische diversiteit.
Specifiek geeft deze divergentie aan dat kleinere paardachtigen, door gebruik te maken van andere
biomechanische eigenschappen en een kleinere hapgrootte, niches kunnen benutten die grotere
paardachtigen negeren of waarop ze niet kunnen overleven, waardoor de totale ecologische impact
op het landschap wordt verbreed. Ten slotte wijst de aantrekkingskracht van paden en het
verspreidingseffect van corridors op nieuwe, proactieve beheersmogelijkheden. In plaats van
menselijke infrastructuur als een verstoring te beschouwen, kunnen beheerders strategisch interne
padennetwerken en corridors ontwerpen die als biologische trechters fungeren, waardoor grazers
naar specifieke doelgebieden worden geleid en de ecologische manipulatie (engineering) in het
bredere landschap wordt gemaximaliseerd.
Meer lezen

Twaalf punten om overtraining te spotten bij het volwassen sportpaard.

HOGENT
2026
Isaura
Deceuninck
Overtraining bij sportpaarden is een multifactorieel probleem dat ontstaat door een langdurige disbalans tussen trainingsbelasting en herstelcapaciteit. Aangezien training bij paarden in de praktijk nog vaak intuïtief wordt gestuurd, onderzocht deze bachelorproef hoe subjectieve parameters in combinatie met objectieve meetwaarden ingezet kunnen worden om overtraining vroegtijdig te detecteren. Dit gebeurde aan de hand van een literatuurstudie, alsook praktijkgericht onderzoek. Op basis van de literatuur werden gedragsmatige, welzijnsgerelateerde en fysiologische parameters geselecteerd en verwerkt in een afvinklijst met 10 vragen voor mogelijke overtraining. Deze lijst werd toegepast bij 15 sportpaarden die zich aanboden voor een inspanningstest in Dierenkliniek de Bosdreef. Aanvullend werd de afvinklijst geëvalueerd via retrospectieve casussen.
Dit resulteerde in een totale dataset van 150 antwoorden, 10 per individueel paard. Er was een sterke aanwezigheid van negatieve scores: er werd 137 keer ‘nee’ geantwoord (91,3%) versus 13 keer ‘ja’ (8,7%). Dit wijst erop dat de symptomen van overbelasting binnen de testpopulatie relatief schaars waren. De resultaten tonen wel aan dat de ontwikkelde afvinklijst een betrouwbaar model is voor signalering van mogelijke overtraining.
Paarden met een score van ≥4/10 vertoonden afwijkingen zoals een verlaagd pieklactaat, een langdurig verhoogde rusthartslag en rustademhaling, snellere vermoeidheid en/of prikkelbaarheid, exponentieel gewichtsverlies en verhoogde spierstijfheid. Er werd bij één paard binnen de testpopulatie een patroon van overtraining vastgesteld met een score van 7/10. Dit kon naast de afvinklijst geïllustreerd worden met een sterk verlaagd maximaal lactaatgehalte van slechts 4,4 mmol/L in contrast met het groepsgemiddelde van gezonde paarden van 13,6 mmol/L. Ook bevestigden de retrospectieve casussen dit beeld van de lactaattest curve.
Verdere validatie van de voorgestelde drempelscore en standaardisatie van detectiemethoden voor overtraining binnen grotere populaties blijft noodzakelijk.
Het sportpaard thuis monitoren met behulp van het opgemaakte model is essentieel om het welzijn en de prestaties van sportpaarden te waarborgen.
Meer lezen

Radiografisch protocol bij de aan- en verkoop van paarden

Odisee Hogeschool
2025
Fien
Ditvoorts
Radiografische keuringen zijn een essentieel onderdeel bij de aankoop en verkoop van paarden, omdat ze helpen om orthopedische aandoeningen zoals osteochondrose, artrose en botcysten tijdig op te sporen. In België bestaat echter geen uniform radiografisch protocol, waardoor dierenartsen elk hun eigen aanpak hanteren. Dit leidt tot verschillen in beeldvorming, interpretatie en tot mogelijke misverstanden tussen koper en verkoper. Deze bachelorproef stelt een gestandaardiseerd radiografisch protocol voor dat gebaseerd is op literatuurstudie, buitenlandse richtlijnen (Nederland en Duitsland) en een bevraging van Belgische dierenartsen over hun werkwijze. Het protocol is bedoeld om meer uniformiteit, transparantie en betrouwbaarheid in veterinaire keuringen te waarborgen, met aandacht voor zowel diagnostische kwaliteit als stralingsveiligheid.
Meer lezen

De toepassing en de toegevoegde waarde van dual-energy computer tomografie bij de diagnose van distale lidmaat pathologie bij het paard.

Universiteit Gent
2025
Bamsi
van Diemen
Deze masterproef onderzoekt de toepasbaarheid van dual-energy computer tomografie (DECT) voor het detecteren van beenmergoedeem en weke delen letsels in de distale ledematen van paarden, in vergelijking met magnetische resonantiebeeldvorming (MRI) en conventionele CT. DECT maakt gebruik van twee fotonenergieën en laat via virtual non-calcium (VNCa)-beelden vochtaccumulatie in botstructuren zien. Daarnaast biedt het met collageen mapping (cMap) potentieel inzicht in bindweefselletsels.
Vijf voeten en twee kogelgewrichten van zes geëuthanaseerde paarden werden onderzocht met zowel MRI als DECT. MRI identificeerde bij drie gevallen beenmergoedeem; DECT bevestigde dit in twee van deze drie gevallen, en detecteerde bijkomende letsels die niet op MRI zichtbaar waren. De VNCa-techniek toonde zich in staat tot het visualiseren van beenmergoedeem, echter wel met beperkingen qua sensitiviteit.
In twee van de zeven gevallen werd er een weke delen defect geobserveerd op de referentiemodaliteiten (MRI en weke delen CT); deze werden niet gedetecteerd op de DECT cMap. In alle gevallen was de beeldkwaliteit van de DECT cMap ontoereikend om weke delen betrouwbaar te beoordelen.
Hoewel DECT potentie toont voor het opsporen van beenmergoedeem bij paarden, is de techniek voor het detecteren van weke delen letsels via cMap momenteel onvoldoende betrouwbaar. Optimalisatie van scaninstellingen en validatie met histologie zijn aanbevolen. Deze studie benadrukt de meerwaarde van DECT als aanvullende beeldvormingstechniek bij paarden, maar onderstreept ook de noodzaak van verdere ontwikkeling voordat klinische implementatie plaats vindt.
Meer lezen

The Sound of the City: Object Recognition of Sound Sources on Historical Photographs

Universiteit Antwerpen
2025
Vastert
Cuykens
This thesis explores how machine learning can be used to detect sound sources in historical photographs, with the aim of developing a model that can be used for historical soundscape reconstruction. While machine learning, and more specifically object detection, is increasingly being used in heritage studies, its application on historical photographs is largely unexplored.
The research is divided into four stages. First, three object detection models, YOLOv8, Faster R-CNN, and RetinaNet, were benchmarked on both modern and historical datasets to assess their baseline performance, without any training. Although all models performed significantly worse on historical photographs, YOLOv8 showed the smallest drop in accuracy. In the second and third parts, YOLOv8 was fine-tuned on two classes of sound-producing objects: an existing COCO class, “train”, and a newly added class, “carriage”. In total, over 1600 photographs were annotated for the various datasets. While the modest dataset size and limited computational resources influenced the performance of the custom models, the research nevertheless offers some interesting insights into the potential and limitations of applying object detection to historical photographs. In the last stage, a custom CycleGAN model was trained to transform modern images into a historical style and vice versa, helping to generate training data and reduce the need for manual annotation. The thesis demonstrates the feasibility of using object detection on historical photographs for historical soundscape research and highlights promising directions for future work on machine learning and heritage studies.
Meer lezen

Een tactiele kijk op grotkunst – Onderzoek naar de rol van tastzin in het maak-, creatie- en belevingsproces van laatpaleolithische grotkunst in Europa

Vrije Universiteit Brussel
2024
Sarah
Deleersnyder
In de studie rond de creatie en beleving van grotkunst wordt er grotendeels aandacht besteed aan de visuele factoren. Andere zintuigen worden daarentegen nauwelijks mee betrokken, het onderzoek naar de creatie of van grotkunst in het algemeen kan hierdoor voornamelijk een eenduidige kijk verkrijgen. Het doel van deze masterproef is om aan te tonen dat er meer is dan alleen het visuele en dat de rol van de tastzin een eventuele cruciale rol speelt in het maak-, creatie- en belevingsproces van grotkunst. Waardoor de hoofdvraag van deze thesis luidt: “Wat is de mogelijke rol van tastzin in het maak-, creatie- en belevingsproces van grotkunst in het Europees laatpaleolithicum?”. Het heeft als doel om te onderzoeken hoe de tastzin op verschillende manieren iets meer kan vertellen over het cultureel gedrag van tijdens het laatpaleolithicum.

Om een antwoord te kunnen bieden op deze hoofdvraag ging het onderzoek van start met een grondige literatuurstudie. Hierbij wordt er eerst gekeken naar de tijd en ruimte waar de grotkunst van dit onderzoek betrekking op heeft. Alsook werd er beargumenteerd waarom deze thesis zich focust op de regio Europa, waarbij vast te stellen is dat de grotkunst meer divers onderzoeksmateriaal opleverde. Daarna werd er toegespitst op de tastzin zelf, om zo meer betekenis en aanvulling te kunnen geven waarom het van belang kan zijn om tastzin mee te incorporeren in onderzoek. Het is namelijk ons eerste primitieve zintuig dat zowel bewust als onbewust zijn invloed uitoefent doorheen het dagelijkse leven. De belangrijke en invloedrijke achtergrond van tastzin en zijn betrekking tot de kunst kan al een aanduiding geven waarom tast een rol kan gespeeld hebben bij grotkunst. Toeschouwers hebben namelijk de drang om kunstwerken aan te raken en van dichterbij te bestuderen, waarbij het vastnemen van objecten de standaard norm was in de 17e en 18e in musea, in tegenstelling tot vandaag de dag.

De literatuurstudie spitst zich hierna voornamelijk toe op de voorgaande vaststellingen en eigen verworven interpretaties. Waarbij verschillende aspecten van de grotkunst worden belicht. Gaande van de gebruikte technieken, de gewaarwording van de omgevingsfactoren en hypothesen rond de drijfveer voor de totstandkoming van de creaties en hoe tast hier een bijkomende invloed op kan gehad hebben. Hierbij werd er bijvoorbeeld gekeken naar hoe de omgeving al een betrekking had tot de tastzin, zoals het feit dat er nood was aan speciale fotografie om afgewerkte beschilderingen te bekomen, die voordien als onafgewerkt werden beschouwd. Waarbij het bestuderen en mee betrekken van de structuur van de wand als noodzaak wordt gevonden bij onderzoeken rond beschilderingen. Deze beschilderingen waren namelijk niet vast te stellen met het blote oog aangezien deze voortvloeide in het reliëf, waardoor de rol van de tastzin en dus het voelen van de wand hier eventueel mee een betrekking had op de creatie. Het is hierdoor dus van belang om onze moderne manier van denken en hulpmiddelen in deze onderzoeken op de juiste manier in te schakelen.

Het is bijkomend van belang om te ervaren hoe het was om zich toen in de grotten te begeven, waarbij dit kan gedaan worden door gebruik te maken van de lichtbronnen van toen zoals fakkels, haarden en vetlampen. Het heeft namelijk als doel om bepaalde aspecten van het cultureel gedrag naar de voorgrond te brengen. Het helpt ons zo ook om dichter te staan bij de verschillende denkprocessen van toen. In dit onderzoek is nagegaan hoe de tast dus eventueel een rol kan gespeeld hebben op grotkunst door gebruik te maken van onderzoekers hun vaststellingen tot de creatie van grotkunst en hun bijhorende methodes. De verschillende toebehorende technieken van creatie bevatten elk een vorm van tast die onbewust of bewust een invloed zullen gehad hebben op de verschillende processen die in deze thesis worden onderzocht. Zoals het feit dat het reliëf van de wand in relatie staat tot de creatie, doordat op wanden die verschillende structuren bevatten meer grotkunst te vinden is in tegenstelling tot vlakke ondergronden. Echter kan het construeren van graveringen, beschilderingen en het bewerken van de wand al gezien worden als een vorm van tast. Waarbij deze toepassingen van tastzin een rol kan gespeeld hebben in het creatief denken en de toebehorende beleving. Doorheen de literatuurstudie werden verschillende inzichten bekomen die resulteerden in het opstellen van verschillende bijhorende onderzoeksvragen. Deze vragen en hypotheses kunnen voor bijhorende diepgang zorgen, waardoor er een grondiger antwoord kan geleverd worden op de hoofdvraag.
Om de inzichten en de bijhorende onderzoeksvragen te beantwoorden die voortvloeiden uit de literatuurstudie werd er aan eigen empirisch onderzoek gedaan waarbij er via diepte-interviews resultaten uit verworven konden worden. Hierbij werden individuele interviews uitgevoerd met personen die zeer dicht staan tot hun kennis en gebruik van tastzin. Deze personen waren namelijk geboren of op latere leeftijd met blind- of slechtziendheid geconfronteerd. Hierbij was het van belang om vanuit hun eigen interpretatie en expertise te vertrekken rond de rol van tastzin. De resultaten die voortvloeiden uit dit kwalitatief onderzoek tonen aan dat de rol van tastzin niet mag vergeten worden in het verkrijgen van nieuwe inzichten met betrekking tot de grotkunst. Het is een zintuig dat van cruciaal belang is en waar eventueel in het laatpaleolithicum meer op werd gefocust. Het betreden van een grot is al een tastervaring op zich waardoor het niet onvermijdelijk is dat de tastzin een invloed heeft gehad.

De conclusie van deze thesis is dus opgesteld aan de hand van de literatuurstudie en de resultaten verworven vanuit eigen empirisch onderzoek. Waarbij er geconcludeerd kan worden dat het bestuderen van de tastzin en het mee incorporeren in onderzoek een breder scala aan inzichten kan geven met betrekking tot het maak-, creatie- en belevingsproces van grotkunst uit het laatpaleolithicum.
Meer lezen

Win-Win Winkelen

Universiteit Gent
2024
Arne
Van der Stockt
Vandaag de dag kampen kinderen steeds vaker met overgewicht. Gezonde voeding is een belangrijk onderdeel in de preventie van dit probleem en vormt daarom het onderwerp van deze studie (WHO, 2023). Alhoewel ouders het beste voor hebben met hun kinderen, speelt de korte termijn voldoening van een aantrekkelijk verpakte koek vaak een grotere rol dan de beloning op lange termijn van een gezonder alternatief, zoals bijvoorbeeld een appel. Via deskresearch werd gezocht naar mogelijke interventies om de consumptie van gezonde voeding te stimuleren in een supermarktomgeving. Een waardevolle interventie hierbij is het implementeren van verzamelacties. De impact van deze verzamelacties op de aankoop van gezonde voeding werd onderzocht aan de hand van een empirisch onderzoek. Het onderzoek bestond uit een online-experiment bij ouders met kinderen tussen de drie en tien jaar oud. Er werd gebruik gemaakt van een 2x2 between-subjects experimental design met een controlegroep. Hieruit blijkt dat het gebruik van onbekende verzamelitems in vergelijking met bekende items leidt tot een significant hogere consumptie van gezonde voeding. Er was daarentegen geen significant verschil in deze consumptie tussen congruente en incongruente verzamelobjecten. Dit onderzoek vult bestaande studies aan doordat het effecten van verzamelacties aantoont op de consumptie van groenten en fruit bij ouders in een supermarkt.Vandaag de dag kampen kinderen steeds vaker met overgewicht. Gezonde voeding is een belangrijk onderdeel in de preventie van dit probleem en vormt daarom het onderwerp van deze studie (WHO, 2023). Alhoewel ouders het beste voor hebben met hun kinderen, speelt de korte termijn voldoening van een aantrekkelijk verpakte koek vaak een grotere rol dan de beloning op lange termijn van een gezonder alternatief, zoals bijvoorbeeld een appel. Via deskresearch werd gezocht naar mogelijke interventies om de consumptie van gezonde voeding te stimuleren in een supermarktomgeving. Een waardevolle interventie hierbij is het implementeren van verzamelacties. De impact van deze verzamelacties op de aankoop van gezonde voeding werd onderzocht aan de hand van een empirisch onderzoek. Het onderzoek bestond uit een online-experiment bij ouders met kinderen tussen de drie en tien jaar oud. Er werd gebruik gemaakt van een 2x2 between-subjects experimental design met een controlegroep. Hieruit blijkt dat het gebruik van onbekende verzamelitems in vergelijking met bekende items leidt tot een significant hogere consumptie van gezonde voeding. Er was daarentegen geen significant verschil in deze consumptie tussen congruente en incongruente verzamelobjecten. Dit onderzoek vult bestaande studies aan doordat het effecten van verzamelacties aantoont op de consumptie van groenten en fruit bij ouders in een supermarkt.
Meer lezen

Fantastic beasts and their value in youth work: The magic of animals on the resilience of vulnerable adolescents

AP Hogeschool Antwerpen
2023
Hanne
Van Hoylandt
In haar bachelorproef Fantastic beasts and their value in youth work – The magic of animals on the resilience of vulnerable adolescents breekt Hanne Van Hoylandt een lans voor de implementatie van dieren als co-coaches of -therapeuten in het zorgtraject van kwetsbare jongeren, zowel in het onderwijs als in een begeleidingscontext.
Meer lezen

Het gebruik van Equine-Assisted Therapy (EAT) bij kinderen met een leerstoornis

Universiteit Gent
2023
Aliki
Melistas
In dit onderzoek werd voor het eerst Equine-Assisted Therapy (EAT) onderzocht als behandeling voor kinderen met leerstoornissen, aangezien de therapievorm in de praktijk al aangeboden en aangeraden wordt zonder enige wetenschappelijke onderzoek naar de effectiviteit ervan bij deze kinderen. Resultaten suggereren gemengde invloed op zelfregulatie en sociaal-emotioneel functioneren, maar geen significante verbeteringen in zelfconcept en executief functioneren. Het benadrukt het belang van meer rigoureus effectiviteitsonderzoek en voorzichtigheid bij het aanbevelen van EAT als behandeling voor leerstoornissen bij kinderen.
Meer lezen

The interaction between LEDGF and MeCP2-The role in LINE-1 retrotransposition

KU Leuven
2023
Lena
Kwaspen
Basisonderzoek naar de rol van LEDGF en MeCP2 in kader van LINE-1 retrotranspositie. De productie en validatie van LEDGF en MeCP2 knock-out cellijnen. In vivo productie van lokale LEDGF knock-out in neuronen en het effect op MeCP2.
Meer lezen

Effortful control als modererende factor tussen reactieve temperamentsfactoren en psychopathologie bij psychogeriatrische patiënten

Vrije Universiteit Brussel
2022
Camille
Testaferrata
De duale procestheorie stelt dat psychopathologie voortkomt uit een onevenwicht tussen het regulatieve (Effortful Control; EC) en reactieve (Behavioral Inhibition System; BIS en Behavioral Activation System; BAS) temperament, waarin EC een doorslaggevende rol speelt in het al dan niet ontwikkelen van psychopathologie. De duale procestheorie wordt nagegaan en bevestigd bij psychogeriatrische patiënten.
Meer lezen

Het Belgisch bosbeleid in Koloniaal Congo : de bescherming van bossen in het Nationaal Albert Park (Virunga Nationaal Park) in de jaren 1930

Universiteit Gent
2022
Seppe
Dewulf
In mijn masterproef heb ik me verdiept in het koloniaal natuurbeleid dat in Belgisch Congo werd gevoerd. Specifiek kijk ik naar de motieven voor en de werking van het bosbeschermingsbeleid dat in de jaren 1930 in het Nationaal Albert Park (Virunga Nationaal Park) werd gevoerd. Speciale aandacht gaat naar de sociale - en waar mogelijk ecologische - implicaties van dit beleid.
Meer lezen

Beestenbos? Landschapsarcheologie en Animal Agency in het Zoniënwoud

Vrije Universiteit Brussel
2022
Pieter
Rodts
In deze scriptie wordt onderzocht hoe het samenleven tussen mensen en dieren vormgegeven heeft aan het landschap in het Zoniënwoud tijdens het late Ancien Régime. Dit gebeurt door middel van een landschapsarcheologische analyse van nog in het woud zichtbare landschapsrelicten.
Meer lezen

Internet of Animals: Foaling detection based on accelerometer data

Universiteit Gent
2020
Timo
De Waele
Dit onderzoek maakt gebruik van accelerometer data om een veulendetectie algoritme te ontwikkelen. De voorgestelde methode bestond uit een op een autencoder gebaseerd anomalie detectie algoritme om gedragingen die de start van de bevalling aangaven te detecteren.
Verschillende configuraties en parameters werden geëvalueerd om de performantie van het algoritme te verbeteren.
Meer lezen

De Hongaarse Vizsla: een prevalentiestudie binnen de Europese, Noord-Amerikaanse en Oceanische hondenpopulaties

HOGENT
2020
Amber
Braekman
Onderzoek naar de geschiedenis en de meest voorkomende aandoeningen bij de Hongaarse Vizsla en de mogelijke invloeden op deze aandoeningen. Met de kennis zouden fokkers deze aandoeningen beter moeten kunnen terugdringen.
Meer lezen

De reis van Karel V doorheen Frankrijk (1539-1540)

Universiteit Gent
2020
Maxim
Hoffman
In de winter van 1539-1540 onderneemt Karel V een reis door het land van zijn vroegere rivaal Frans I om het rebelse Gent te gaan onderdrukken. De ontvangst van Karel in Frankrijk was zonder meer bijzonder. Twee vorsten die elkaar niet op het slagveld konden verslaan, trachtten elkaar nu in deugden te overtreffen. De ontmoeting tussen Karel V en Frans I moest niet zozeer bijdragen aan hun vriendschappelijke relaties, maar wel hun eigen beeldvorming alsook de monarchale en mystieke legende rond hun figuur versterken.
Meer lezen

Digitale Controle op Migratie vs. het Recht op Privacy en Gegevensbescherming in België: De toegang tot smartphones en sociale mediaprofielen in Belgische verzoekprocedures om internationale bescherming

Universiteit Gent
2020
Lore
Roels
Deze masterscriptie bewandelt, zoals de titel doet vermoeden, de grens tussen het asielrecht en het privacy- en gegevensbeschermingsrecht. De scriptie gaat meer bepaald op zoek naar het evenwicht tussen het belang van een overheid, bij het bestrijden van misbruik in procedures om internationale bescherming, en het belang van verzoekers om internationale bescherming, bij de uitoefening van hun recht op privacy en gegevensbescherming. Er wordt hierbij gefocust op de recente wetswijziging van de Belgische Vreemdelingenwet (21 november 2017), die het (onder andere) mogelijk maakt voor het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen om zich toegang te verschaffen tot smartphones en sociale mediaprofielen van verzoekers, ter beoordeling van hun verzoek om internationale bescherming.
Meer lezen

Gastropod-borne trematode communities of man-made reservoirs in Zimbabwe, with a special focus on Fasciola and Schistosoma helminth parasites

KU Leuven
2019
Ruben
Schols
Artificiële reservoirs creëren een verstoorde omgeving die invasieve soorten helpt verspreiden en die op hun beurt kunnen leiden tot een invasional cascade. Daarom bestudeerden we slakken en trematoden in vijf artificiële reservoirs in Zimbabwe met behulp van shedding experimenten en moleculaire analyses. In het kader van de One Health benadering, identificeerden we de volledige levenscyclus van drie verschillende parasieten van het nijlpaard. Deze studie toont het belang van invasieve slakken in ziekte overdracht in artificiële reservoirs en zal hopelijk bijdragen tot een verdere bescherming van het nijlpaard in Zimbabwe.
Meer lezen

Automatische detectie van abnormaal gedrag van paarden.

Universiteit Gent
2019
Anniek
Eerdekens
Genomineerde longlist mtech+prijs
Kolieken bij paarden zijn één van de belangrijkste doodsoorzaken. In deze masterthesis werd een algoritme ontwikkeld die koliek symptomen bij paarden automatisch kan detecteren op basis van accelerometer data. Hiervoor werd "machine learning" gebruikt, een onderdeel van artificiële intelligentie.
Meer lezen

Verkennend onderzoek op reekadavers in bos en heide

Hogeschool PXL
2019
Raven
Onzea
Genomineerde shortlist Bachelorprijs
Verkennend onderzoek de afbraak van reekadavers in bos en heide en de aanwezige aaskeverpopulaties.
Meer lezen

A Genotype-by-Sequencing (GBS) Approach to Uncover Gene Flow Patterns and Hybridisation Signals in a Small Cichlid Genus from Lake Tanganyika

Universiteit Gent
2018
Jonas
Lescroart
Genotype-by-sequencing (GBS) als methode om patronen van genetische uitwisseling en signalen van hybridisatie bloot te leggen in een Ophthalmotilapia, een klein geslacht van cichliden uit het Tanganyikameer.
Meer lezen

Social behavior and welfare in horses (Equus caballus)

Odisee Hogeschool
2018
Thaana
Van Dessel
Bachelorproef over sociaal gedrag bij paarden, met een specifieke nadruk op dominantie, agressie, vriendschappen (affiliaties) en ruimtelijke posities binnen de groep. Alsook onderzoek naar de effecten van het gebrek aan sociaal contact in de vorm van sociale isolatie.
Meer lezen

Sociale verhalen voor kinderen met autismespectrumstoornis op daguitstap naar enkele toeristische trekpleisters in Vlaanderen

KU Leuven
2018
Sien
Depoortere
Mensen met autisme hebben veel nood aan structuur en voorspelbaarheid. Op daguitstap valt dit echter volledig weg. In deze masterproefstudie worden visuele stappenplannen ontwikkeld en getest die de toeristische ervaring van deze doelgroep aanzienlijk kunnen verbeteren.
Meer lezen

Vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing bij sportclubs: onderzoek naar staatssteun

KU Leuven
2017
Dimitri
Thijskens
Voetbal-, volleybal en basketbalclubs genieten in België sinds 1 januari 2008 van een belangrijk fiscaal voordeel met de vrijstelling van doorstorting van tachtig procent van de
bedrijfsvoorheffing ingehouden op de lonen van hun sporters-werknemers. Uit het onderzoek in deze masterscriptie blijkt dat deze steunmaatregel moet beschouwd worden als staatssteun. Gevolg is dat de Europese Commissie de steun aan de verschillende sportclubs ab initio moet terugvorderen als er een klacht zou ingediend worden, wat de Belgische voetbalclubs meer dan vierhonderd miljoen euro zou kosten.
Meer lezen

Van stoom naar stroom - Een historisch onderzoek naar standpunten van vakbonden en personeel ten opzichte van de afschaffing van de stoomtractie bij de NMBS.

KU Leuven
2017
Jasper
Schouterden
Wat gebeurde er met de vele machinisten en stokers wanneer de stoomlocomotief gedurende de jaren vijftig en zestig naar de schroothoop werd verwezen?
Meer lezen

A comparison of the physicochemical variables and zooplankton community of two Ethiopian Rift Valley Lakes: Chamo and Abaya

KU Leuven
2013
Arne
Deriemaecker
Verontrustende bevindingen betreffende twee grote Ethiopische Riftvallei MerenDe Ethiopische Riftvallei meren Chamo en Abaya zijn zeer grote en economisch belangrijke meren met een hoge biodiversiteit ten opzichte van andere Ethiopische Rift meren. Abaya kan bij de grote meren van de wereld (>500km2) gerekend worden, en beide meren zijn economisch belangrijk qua visvangst en toerisme. Het bekken dat ze samen en met hun rivieren vormen bezit het hoogst aantal vissoorten van alle Ethiopische Riftvallei bekkens.
Meer lezen

Wagenrennen als moderne sport avant la lettre? Een structurele en functionele vergelijking tussen het wagenrennen en de Formule1

Universiteit Gent
2013
Thijs
Smet
De zoektocht naar fascinatie drijft mensen naar Romeinse steden waar ze zich kunnen vergapen aan de cultuurvormen uit het verleden. Fascinatie verlokt historici om de erfenis van de Oudheid te bestuderen in domeinen als architectuur en sport. We voelen aan hoe historische cultuur afstraalt op de eigentijdse leefwereld, maar het wordt pas echt interessant als we aspecten van beide beschavingen in een vergelijkend perspectief plaatsen.Een duidelijke invloed van de Romeinse oudheid is te zien in de hedendaagse sportwereld.
Meer lezen

Een studie van de nodige voorwaarden voor het bereiken van een kwaliteitsvolle therapeutische ervaring door alle belanghebbenden

HOGENT
2013
Cloë
Leheuwe
Bachelorproef“Een verkennende studie van de nodige voorwaarden voor het bereiken van een kwaliteitsvolle therapeutische rijervaring of rijproces door alle belanghebbenden, zijnde: cliënt, ouders, coach en paard.”De wisselwerking tussen coach, cliënt, paard en ouders in Equine Assisted Interventions binnen, Festina Lente Foundation, IerlandVan jongs af aan zit ik tussen de pony’s en paarden. Ik ben er net niet op geboren. Toen ik in het zesde middelbaar zat besloot ik om op Hogeschool een sociale richting te volgen. Het werd Orthopedagogie.
Meer lezen

Vrijwilligerswerk op school - draaiboek voor leerkrachten

Hogeschool UCLL
2012
Eva
Colasse
  • Lise
    Van Weddingen
  • Charlotte
    Snauwaert
 Kijk verder dan jezelfToepassen, ervaren, leven!‘De geur blijft in de hand van degene die de roos geeft.’ K. RenfrumGodsdienstlessen worden vaak als praatuurtje gezien, een uurtje niets doen. Jezus en de kerk worden steeds vaker van de tafel geveegd en de theoretische lessen spreken de leerlingen alsmaar minder aan. Thema’s komen een aantal jaren op rij terug maar echt tastbaar zijn ze niet. Naastenliefde, je inzetten voor een ander en voorbeelden als Pater Damiaan en Jeanne Devos lijken ver van hun bed.
Meer lezen

Zelfleiderschap. Oplossingsgerichte methodiek door visuele confrontatie met bewustwording

Hogeschool VIVES
2011
Desmet
Steffi
Equicoaching is een vorm van ervaringsgericht leren met behulp van oefeningen naast het paard en vraagstelling. Het is een manier om mensen te begeleiden naar gedragsverandering.Equicoaching stelt vast dat men binnen de hulpverlening vaak botst op enkele moeilijkheden zoals de kern van de hulpvraag niet kunnen achterhalen, een weerstand opmerken wanneer de cliënt over zichzelf moet praten, een sterke focus op het probleem, op het negatieve en op het verleden. Als oplossing hiervoor past Equicoaching een innoverende en efficiënte methodiek toe.
Meer lezen