Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Van wonderkruid tot tripthee: een eeuw ayahuasca in de Nederlandse pers, 1920-2019

Universiteit Gent
2026
Ava
Cornelis
De betekenisverandering van ayahuasca in de Nederlandse pers, 1920-2019.
Meer lezen

Cancer onset prediction by applying extreme value theory

Universiteit Gent
2026
Lisa
Slachmuylders
Colorectal cancer (CRC) is increasingly diagnosed at younger ages, with early-onset CRC (EO-CRC) rising despite declining incidence among older adults. These early diagnoses form the lower tail of the age-at-diagnosis distribution, where observations are sparse and may be difficult to predict accurately using models fitted to the full distribution. Extreme value theory (EVT) provides a framework for directly modelling this tail behaviour.

Using SEER data, a Weibull accelerated failure time (AFT) model fitted to the full distribution was compared with a generalized Pareto distribution (GPD) fitted to threshold exceedances below age 50. The Weibull systematically underestimated early-diagnosis quantiles by one to two years, whereas the GPD closely tracked empirical quantiles across the tail, supporting the use of EVT for direct modelling of the lower tail.

The GPD framework was then applied to the GECCO consortium to investigate whether genetic burden contributes to earlier diagnosis. Eleven genetic variants were forward-selected by AIC as covariates on the scale parameter, and were summarized into a genetic scale score. This score was used to compute theoretical endpoint and expected age at diagnosis across representative percentiles of its distribution. Genetic burden was associated with progressively earlier EO-CRC diagnosis: individuals in the 90th percentile of the genetic scale score had a theoretical endpoint age 8.8 years younger (95% CI: 6.6, 11.0) and an expected age 3.3 years younger (95% CI: 2.5, 4.4) than those in the 10th percentile.

Applied to an external test cohort, the model retained good calibration, and the genetic
scale score discriminated early-onset from late-onset CRC (AUC = 0.618, 95% CI: 0.549, 0.688). Separately, an interaction test confirmed that the genetic effect was specific to CRC cases rather than age in general.

These findings demonstrate that EVT offers a more accurate characterization of the lower tail of the CRC age-at-diagnosis distribution than conventional bulk models, and that genetic burden measurably alters the timing of diagnosis within the early-onset range, with potential relevance for personalized screening.
Meer lezen

Langlezend!

Hogeschool PXL
2026
Nina
Reumers
Binnen deze bachelorproef werd onderzocht hoe bibliotheken en scholen sterker kunnen
samenwerken rond leesbevordering binnen de eerste graad A-stroom. Aan de hand van
literatuuronderzoek, interviews met bibliotheken en leerkrachten, analyses van leerplannen
en methodes en overlegmomenten binnen het project Langlezend! werd nagegaan welke
noden er vandaag bestaan rond leesmotivatie en leesbevordering binnen de
onderwijspraktijk.

Uit het onderzoek bleek dat veel leerkrachten nood hebben aan overzichtelijke, betrouwbare en direct bruikbare materialen rond lezen en literatuur. Tegelijk organiseren bibliotheken al heel wat sterke initiatieven, maar vinden deze niet altijd hun weg naar de klaspraktijk, of proberen ze veel dezelfde dingen uit in hun regio en zouden ook zij graag inspiratie opdoen.

Vanuit deze vaststellingen werd in samenwerking met smartICT een databank ontwikkeld waarin leesbevorderend materiaal, bibliotheekinitiatieven en lesideeën centraal verzameld worden. Deze databank zal in september 2026 officieel gelanceerd worden.

Daarnaast werd ook gewerkt rond een samenleesapp die in de toekomst gelanceerd zal
worden. Op basis van deze app werd een interactieve lessenreeks ontwikkeld waarin leerlingen samen lezen, reageren op teksten en deelnemen aan digitale leesgroepen. De lessenreeks werd geïntegreerd binnen de databank als voorbeeld van innovatief leesbevorderend materiaal.

Deze bachelorproef toont aan hoe belangrijk de ondersteuning van leerkrachten is binnen leesbevordering en hoe scholen en bibliotheken elkaar hierin kunnen versterken.
Meer lezen

Trustworthy Deep Learning Framework for LDI Perfusion Map Emulation: Towards Accessible Burn Wound Diagnostics

Universiteit Gent
2026
Emiel
Bonnier
Wist je dat artsen de ernst en genezing van brandwonden met het blote oog in wel 40% van de gevallen verkeerd inschatten? De beste methode om de schade aan de huid vandaag objectief te beoordelen is Laser Doppler Imaging, een techniek die de doorbloeding van het weefsel meet. Deze scanners zijn heel erg duur en zwaar, waardoor ze voor een groot deel van de wereld simpelweg onbereikbaar zijn. In mijn masterproef ontwikkelde ik daarom een alternatief: een betrouwbaar deep learning-model dat hetzelfde kan op basis van een gewone digitale foto. Het algoritme transformeert een standaardafbeelding naar een virtuele doorbloedingskaart, waardoor artsen overal ter wereld snel en nauwkeurig kunnen bepalen of een brandwond vanzelf geneest of een operatie vereist.
Meer lezen

The effects of urban environments and air pollution on precipitation microphysics: an exploratory study using disdrometers in Belgium

Universiteit Gent
2026
Armani
Passtoors
Deze thesis onderzoekt hoe verstedelijking en luchtvervuiling de microfysische eigenschappen van neerslag in België beïnvloeden. Hiervoor werden meerjarige metingen van regendruppels nabij Brussel, Gent en Luik gecombineerd met meteorologische, landgebruiks- en luchtkwaliteitsgegevens. De resultaten tonen dat grootschalige weersomstandigheden de neerslagmicrofysica het sterkst bepalen. De invloed van verstedelijking is zwak en wisselend, terwijl fijnstof een duidelijker, maar regime-afhankelijk verband vertoont: hogere fijnstofconcentraties hangen samen met minder intense neerslag en kleinere druppels op dagelijkse schaal, terwijl vervuilde onweersbuien juist grotere druppels en meer kinetische energie vertonen.
Meer lezen

Generative AI-Based Design of Electric Machines — A CVAE-based Framework for the Optimisation of Interior Permanent Magnet Motors for the Automotive Market

KU Leuven
2026
Lorenz
De Maeyer
Electric traction motors for hybrid and battery vehicles are currently designed by
wrapping a finite-element key-performance-indicator (KPI) evaluator in an evolu
tionary optimisation loop, an approach that can take days of compute on a multi-core
node per customer case. This thesis addresses the same problem from the inverse
direction: given a target peak performance profile together with the electrical limits
imposed by the inverter and battery, generate a diverse set of compliant double-V
interior permanent magnet synchronous machine (IPMSM) geometries. The pro
posed framework combines three components, using a dataset of 85384 physically
valid samples obtained by latin hypercube sampling of the 17 free geometric pa
rameters: (i) a residual multilayer-perceptron surrogate that maps geometry and
electrical limits to the 80-point peak torque–speed curve through a 19-component
principal-component bottleneck, (ii) a conditional variational autoencoder (CVAE)
with a 15-dimensional latent space that learns to generate performance-compliant
geometries, given the working conditions, and (iii) a gradient-based latent space
optimisation stage that refines a sampled candidate towards minimal volume under
soft performance-compliance and structural-integrity penalties driven by the frozen
surrogate.

On the held-out test set, the surrogate reaches a mean relative L2 error of 0.62%
on the denormalised torque curve at sub-millisecond inference cost. A performance
regularised CVAE variant, which augments the evidence lower bound with a dif
ferentiable compliance penalty derived from the frozen surrogate, lifts the mean
prior-sampling compliance on eight industrial conditions from 49.1% to 75.7% while
preserving roughly 86% of the per-feature design-range coverage. The subsequent
latent-space optimisation returns a compliant candidate for every one of the eight
conditions and for both CVAE variants, converging within roughly 100 iterations and
finishing in about 45s per condition on a single CPU core. A single FEM run con
firms that the optimised torque–speed curve passes through the requested operating
points. The framework therefore compresses what is currently a days-long search
into a sub-minute generative step. Thermal, efficiency, noise-vibration-harshness,
and demagnetisation behaviour remain out of scope and are identified as the prior
ity directions for further work.
Meer lezen

Taal op maat - Frans na OKAN - Jade Deseigne en Emma Kooreman

Hogeschool VIVES
2026
Emma
Kooreman
  • Jade
    Deseigne
In onze bachelorproef ontwikkelen we lesmateriaal op maat van ex-OKAN-leerlingen die instromen in de tweede graad van het reguliere Vlaamse onderwijs en voor het eerst Frans leren. Om tegemoet te komen aan de noden van zowel leerlingen als leerkrachten, ontwikkelden we digitale leerpaden, een theoriebundel en een lerarenbundel. Het materiaal is gericht op zelfstandig leren, stapsgewijze taalverwerving en functionele communicatie.
Meer lezen

Systematic Analysis of Simulated Atrial Electrograms to Distinguish Scar from Slow Conduction

Universiteit Gent
2026
Robbe
Daelman
Inleiding: Het plannen van cardiale ablatie vereist een nauwkeurige identificatie van niet-geleidend weefsel. Huidige methoden, zoals fasekaarten en voltagekaarten, overschatten vaak de omvang van niet-geleidende gebieden en geven slechts een vereenvoudigde weergave van de onderliggende elektrogram (EGM)-signalen. Bovendien kunnen huidige markers structurele remodellering niet betrouwbaar onderscheiden van functionele trage geleiding. Deze thesis onderzoekt of bijkomende, uit EGM afgeleide kenmerken gebruikt kunnen worden om verschillen in de elektrische geleidingssnelheid doorheen hartweefsel te onderscheiden.

Methoden: Simulaties werden uitgevoerd voor vijf verschillende weefselconfiguraties met toenemende complexiteit en afnemende symmetrie. Alle simulaties werden in 2D uitgevoerd met een enkele stimulus en bevatten een centraal obstakel omringd door een raster van EGM-elektroden. Uit elk EGM-signaal werden 11 kenmerken geëxtraheerd, gebaseerd op grootheden die eerder in de literatuur beschreven zijn of vaak gebruikt worden in ECG-analyse. Vervolgens werd PCA toegepast om de lineaire combinaties van kenmerken te identificeren die de grootste variantie in de data verklaren. De belangrijkste principal components werden daarna gebruikt in gesuperviseerde machine learning-benaderingen om de geleidingssnelheid en de afstand tot aangetast weefsel te voorspellen.

Resultaten: De eerste principal component verklaarde 65–70% van de variantie over alle simulatietypes en werd gedomineerd door kenmerken gerelateerd aan signaalsterkte, waaronder de maximale amplitude en de totale signaaloppervlakte. De tweede tot en met de vierde principal components verklaarden samen ongeveer 25% van de variantie en bevatten voornamelijk kenmerken gerelateerd aan piekstructuur, timing en signaalasymmetrie. De waarden van deze principale componenten, in het bijzonder de eerste component, verschilden systematisch tussen simulaties met verschillende geleidingssnelheden. Een logistische regressie classificeerde tussen het wel of niet in aangetast weefsel liggen met een balanced accuracy van 89,3%. Een random forest regressor kon de gemiddelde geleiding voorspellen met een absolute gemiddelde fout (MAE) van 1,2%.

Conclusie: Uit EGM-afgeleide kenmerken, naast fase en maximale spanning, ontstaat onderscheidende informatie over de geleidingseigenschappen van hartweefsel. De laagdimensionale structuur geïdentificeerd door PCA generaliseert over weefselconfiguraties met toenemende complexiteit, en de resulterende kenmerkrepresentaties ondersteunen zowel de classificatie van de afstand van de elektrode tot aangetast weefsel als de voorspelling van de lokale geleidingssnelheid. Deze bevindingen suggereren dat multidimensionale EGM-kenmerkanalyse een geschikter kader biedt om littekenweefsel te onderscheiden van functionele trage-geleidingsgebieden dan geïsoleerde signaalmerkers alleen.
Meer lezen

AI detection of damage and faults in concrete slabs using an LDV and projectile excitation.

Universiteit Antwerpen
2026
Jasper
Laforce
  • Michiel
    Arnouts
Hoe kunnen we verborgen schade in beton opsporen zonder het materiaal te beschadigen? In deze studie wordt een geautomatiseerd meetsysteem gecombineerd met artificiële intelligentie om defecten, zoals holtes en delaminaties, te detecteren en te lokaliseren. Met behulp van trillingsmetingen en een neuraal netwerk werden de defecten onder gecontroleerde laboratoriumomstandigheden met een nauwkeurigheid van 97,7% geclassificeerd. De resultaten tonen hoe deze technologie kan bijdragen aan een snellere en meer geautomatiseerde inspectie van betonnen constructies, en zo de weg vrijmaakt voor gerichter onderhoud.
Meer lezen

Observational signatures of higher-curvature effects in black hole ringdown

KU Leuven
2026
Stef
Husken
Einsteins theorie van algemene relativiteit doorstaat al meer dan een eeuw elke experimentele test. Toch zijn we er steeds meer van overtuigd dat Einstein niet volledig gelijk had. Zwarte gaten zijn een uitstekend laboratorium om naar die afwijkingen te zoeken, en dat is precies wat ik heb onderzocht: hoe het luisteren naar zwarte gaten kan verraden waar Einstein mis ging, welke zwarte gaten daarvoor het meest geschikt zijn, en hoe dat zou klinken. Met toekomstige detectoren, zoals de Einstein Telescope die mogelijks naar België komt, horen we dan misschien eindelijk iets dat Einstein nooit voorspeld heeft.
Meer lezen

Mannen en vrouwen in datagedreven geneeskunde: een onderzoek naar seksevertegenwoordiging in medische machine learning-datasets

Universiteit Gent
2026
Elien
Van de Rostyne
  • Raphaël
    Boitquin
Artificiële intelligentie (AI) speelt een steeds grotere rol in de gezondheidszorg. Veel medische AI-toepassingen maken gebruik van Machine Learning (ML), waarbij de kwaliteit en samenstelling van de gebruikte data bepalend zijn voor de prestaties van het model.

In deze masterproef onderzochten we de vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in medische ML-datasets. Via een systematische literatuurstudie analyseerden we 221 studies over vier aandoeningen: Acute Kidney Injury (AKI), Traumatic Brain Injury (TBI), Out-of-Hospital Cardiac Arrest (OHCA) en Systemic Lupus Erythematosus (SLE).

Onze resultaten tonen aan dat de sekseverdeling soms niet wordt gerapporteerd en dat datasets regelmatig niet representatief zijn voor de populatie waarop de aandoening voorkomt. Bovendien besteden slechts weinig onderzoekers expliciet aandacht aan de mogelijke gevolgen van deze ongelijkheid voor verschillen in modelprestaties tussen mannen en vrouwen.

Deze bevindingen benadrukken het belang van representatieve datasets, transparante rapportering en een nauwe samenwerking tussen clinici en AI-ontwikkelaars om medische AI betrouwbaar en veilig te kunnen inzetten voor alle patiënten.
Meer lezen

Global Climate Attribution of Pluvial Floods: A deep learning framework for pluvial flood modelling

Vrije Universiteit Brussel
2026
Robbe
Buls
In deze thesis onderzoek ik wat het effect van klimaatverandering is op het voorkomen van regenoverstromingen. Dat zijn overstromingen die ontstaan doordat de neerslag té intens is voor de bodem en de riolering om alles te slikken, en dus niet omdat een rivier buiten haar oevers treedt.

De effecten van klimaatverandering op regenoverstromingen zijn nog niet eerder op wereldschaal onderzocht, omdat modellen vaak berusten op lokale bodemkarakteristieken, vegetatiekenmerken, enzovoort. Ik omzeil het probleem van zulke beschrijvende modellen door artificiële intelligentie (AI) in te zetten: in plaats van alle processen (zoals infiltratie, verdamping, enzovoort) expliciet te gaan beschrijven met formules, laat ik het model de relatie zoeken tussen omgevingskarakteristieken en geobserveerde overstromingen. Die observaties zijn gebaseerd op satelietbeelden.

Mijn model werkt oké, maar zeker nog niet perfect. Het ziet bepaalde verbanden, zoals lager gelegen plaatsen die doorgaans natter zijn en bossen die doorgaans minder overstromen, hetgeen betekent dat het model effectief iets leert. De grootste problemen zitten hem voorlopig nog in het modelleren van de omvang van de overstroming. Het model heeft de neiging om steeds een gemiddelde waarde te voorspellen, in plaats van bij zeer hevige neerslag een écht grote overstroming te voorspellen.

Toch heb ik het model alvast eens gebruikt om de impact van klimaatverandering op regenoverstromingen in te schatten. Dat doe ik door het geobserveerde klimaat van een bepaalde periode in het model in te laden en het zijn voorspellingen te laten doen. Vervolgens laadt ik een fictief klimaat in dat een wereld zonder klimaatverandering voorstelt, en laat het model opnieuw zijn voorspellingen maken. Het verschil tussen beide modelruns vertelt mij het effect van de klimaatverandering. In dit geval vind ik een toename van 0,5% terug. Dat is een waarde die een stuk lager ligt dan verwacht, wat wellicht te wijten is aan de beperkingen van het model. Wel zien we grote regionale verschillen, waarbij delen van Noord- en Midden-Amerika, Noord-Europa en Oost-Azië véél zwaarder getroffen worden dan het globale gemiddelde.
Meer lezen

Optimalisatie-Interactie: Educatieve chatbots voor leerlingen met leerstoornissen

Hogeschool PXL
2026
Josephine
Bouwens
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe AI-gestuurde educatieve chatbots kunnen worden afgestemd op de noden van leerlingen met leerstoornissen, met een focus op dyslexie en dysfasie. De stage vindt plaats binnen Eureka Expert BV, onderdeel van Eureka Leuven, een toonaangevend Belgisch expertisecentrum die personen met leerstoornissen begeleidt.
Binnen deze context wordt een prototype ontwikkeld van een AI-gedreven chatbot die optreedt als digitale studiebegeleider. Het systeem moet studeren ondersteunen door de leerling te ondervragen en gericht feedback te geven op basis van het studiemateriaal van de gebruiker. Hierbij wordt specifiek rekening gehouden met de noden van leerlingen met dyslexie en/of dysfasie.
Het systeem wordt ontwikkeld in React (TypeScript/Vite). De AI-functionaliteit wordt gerealiseerd via een Node.js/Express-backend met Google Gemini voor tekst- en spraakverwerking. Door gebruik te maken van Retrieval-Augmented Generation (RAG) via Gemini File Search worden antwoorden inhoudelijk afgestemd op het studiemateriaal.
Daarnaast wordt een literatuurstudie uitgevoerd naar informatieverwerking en effectieve leerstrategieën bij leerlingen met dyslexie en/of dysfasie. Op basis hiervan wordt onderzocht hoe een AI-chatbot deze strategieën kan ondersteunen. Daarnaast wordt onderzocht hoe system prompts geoptimaliseerd kunnen worden en wordt een promptstrategie uitgewerkt.
Tot slot wordt een evaluatie uitgevoerd met leerlingen gericht op hun gebruikservaring. Aan de hand van gerichte vragen wordt gepeild naar gebruiksvriendelijkheid, duidelijkheid, motivatie en ondersteuning. De resultaten worden verwerkt in een evaluatiematrix, die toelaat om verbeterpunten te formuleren voor zowel de chatbotinterface als de onderliggende promptstructuur.
Uit de ontwikkeling en evaluatie blijkt dat de AI-gestuurde chatbot potentieel heeft als aanvullende studieondersteuning voor leerlingen met dyslexie en/of dysfasie. De combinatie van Retrieval-Augmented Generation, aangepaste promptstrategieën, eenvoudige taal, herhaling en multimodale interactie zorgt ervoor dat de chatbot beter kan aansluiten bij de noden van deze doelgroep. Doordat de antwoorden gebaseerd worden op het studiemateriaal van de leerling, kan de ondersteuning inhoudelijk relevanter en meer contextgericht worden aangeboden.
De gebruikerstesten tonen aan dat de chatbot door leerlingen als motiverend en behulpzaam kan worden ervaren. Vooral de mogelijkheid om zelfstandig te oefenen, vragen te stellen, uitleg te krijgen en via spraak te communiceren, maakt de toepassing toegankelijker voor leerlingen die moeilijkheden ervaren met lezen, schrijven of taalverwerking. De chatbot biedt bovendien ruimte voor herhaling en directe feedback, wat kan bijdragen aan meer zelfvertrouwen en zelfstandigheid tijdens het studeren.
Tegelijkertijd moet de chatbot worden gezien als een ondersteunend hulpmiddel en niet als vervanging van een leerkracht of begeleider. De resultaten tonen aan dat AI waardevol kan zijn binnen gepersonaliseerde leerondersteuning, op voorwaarde dat de technologie zorgvuldig wordt afgestemd op de doelgroep en ingebed wordt in een veilige, pedagogisch verantwoorde leercontext. Deze bachelorproef toont daarmee aan dat een AI-gestuurde studiebegeleider een veelbelovende aanvulling kan vormen op bestaande digitale leerplatformen voor leerlingen met leerstoornissen.
Meer lezen

IMPROVING THE RELIABILITY OF GEOSPATIAL MODELS FOR TIMBER HARVEST PREDICTION BY MEANS OF CONFORMAL PREDICTION

Universiteit Gent
2026
Jitse
Deketelaere
Wereldwijde ontbossing blijft een alarmerend groot probleem, met de uitbreiding
van de landbouw en illegale houtkap als belangrijkste oorzaken. Illegaal verkregen
hout maakt 10–30 % uit van de totale wereldwijde handel in houtproducten.
Sinds juni 2023 heeft de Europese ontbossingsverordening (EUDR) de Europese
houtverordening (EUTR) vervangen, waarbij nog steeds wordt vertrouwd op een due
diligence approach. De EUDR erkent echter dat de volledige effectiviteit van deze
regelgeving fundamenteel afhangt van de beschikbaarheid van robuuste, wetenschappelijk
onderbouwde methoden waarmee de opgegeven geografische oogstlocatie
van risicovolle bosproducten (hout, soja. . . ) betrouwbaar kan worden geverifieerd.
In deze masterscriptie maken we gebruik van georefereerde datasets met
stabiele isotopen- en multi-elementgegevens van verschillende houtsoorten. We
ontwikkelen een nieuwe voorspellingsmethode op basis van conformal predictoin
(CP), met onderliggende Random Forest-modellen. Deze methodologie wordt gebruikt
om zowel landen als aaneengesloten gebieden te voorspellen. Voor de afzonderlijke
landen maken we gebruik van zowel Least Ambiguous set-valued Classifier
(LAC) CP als adaptive prediction set (APS) CP. Daarnaast vertalen we de voorspelde
aaneengesloten gebieden naar landen, waardoor een directe vergelijking tussen
de afzonderlijke en de aaneengesloten benadering mogelijk wordt. We constateren
dat het gebrek aan referentiegegevens de grootste beperking blijft bij het toewijzen
van de herkomst van hout. Onze resultaten tonen echter aan dat CP inderdaad in
staat is om voorspellingen betrouwbaarder en robuuster te maken, en om interpreteerbare
resultaten te leveren.
Meer lezen

Het besparingspotentieel van een Energie Management Systeem (EMS)

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Walter
D'Amico
‘Het besparingspotentieel van een Energie Management Systeem (EMS)’
Student: Walter D’Amico – AP Hogeschool Antwerpen
Stageplaats: VEKA – Vlaams Energie- en Klimaatagentschap
Opleiding: Professionele bachelor Energiemanagement (2024-2025)
In een energiemarkt gekenmerkt door prijsschommelingen, capaciteitsheffingen en digitalisering, worden huishoudens en KMO’s uitgedaagd om hun verbruik slimmer te beheren. Energie Management Systemen (EMS’en) vormen hierbij een sleuteltechnologie: ze sturen het verbruik automatisch op basis van realtime prijs- en netdata. Toch blijft de rendabiliteit ervan voor veel gebruikers onduidelijk. Deze bachelorproef brengt daar verandering in.
Ik ontwikkelde een interactieve rekenmodule die op basis van gebruikersinput – zoals woningtype, toestellen, gedrag en contractvorm – de Total Cost of Ownership (TCO) en de Terugverdientijd (TVT) van een EMS berekent. Via Google Sheets en Apps Script wordt automatisch een gepersonaliseerd rapport gegenereerd, inclusief scenariovergelijking, besparingsgrafieken en benchmarkanalyse.
De tool werd ontworpen met reproduceerbare logica, gevoeligheids- en correctiefactoren, en werd getest op meer dan 550 realistische scenario’s. De resultaten tonen dat voor gebruikers met meerdere regelbare toestellen en een dynamisch of een contract bij een Flexibility Service Provider of aggregator, de jaarlijkse besparing kan oplopen tot honderden euro’s, met een gemiddelde terugverdientijd van net boven de 5 jaar. Daartegenover staan profielen waar de investering minder loont – wat de nood aan maatwerk aantoont.
Het project is technisch en beleidsmatig relevant. VEKA gaat deze rekenmodule zeker verder bespreken om te integreren in de website www.maakjemeterslim.be en zal dan worden ingezet in campagnes van VEKA als extra stimulans om potentiële gebruikers te overtuigen. Daarnaast is het inzetbaar als simulatie-instrument bij energieloketten, netbeheerders of leveranciers die contractoptimalisatie en flexibiliteitsdiensten willen ondersteunen. De methodiek is uitbreidbaar naar andere technologieën (zoals warmtepompen of batterijen) en types aansluitingen (zoals AMR).
Deze bachelorproef koppelt praktijkervaring, innovatie en systeeminzicht met een breed maatschappelijk nut. Het biedt gebruikers helderheid, en beleidsmakers een onderbouwde basis om het potentieel van EMS’en gericht te stimuleren in het kader van de energietransitie.
Meer lezen

Reframing Security in the Age of CLIMATE REfugees, A Comparative Study of Syria and Bangladesh Through Security Perspectives

Universiteit Gent
2025
ilkay
kesebir
This thesis examines how climate change reshapes security and mobility by comparing two distinct pathways of climate-related displacement: rapid-onset drought and agricultural collapse in Syria, and slow-onset sea-level rise and salinization in Bangladesh. Building on Environmental Security, Human Security, and Securitization Theory, the study argues that these frameworks illuminate important mechanisms—such as climate change as a “threat multiplier” and the political construction of (in)security—but remain limited by state- and anthropocentric assumptions. To address these limits, the thesis advances a Green Theory–informed perspective that centers ecological integrity and climate justice as core security referents. Methodologically, the research employs a comparative case design with process-tracing and pattern-matching across secondary data (peer-reviewed studies, attribution science, displacement statistics, and policy reports). The Syria case links multi-year drought, rural–urban migration, and governance failures to heightened social unrest and onward displacement. The Bangladesh case shows how chronic inundation, salinity intrusion, and livelihood erosion generate primarily internal, incremental mobility with long-term human security risks. Cross-case synthesis demonstrates convergent vulnerabilities (exposure, adaptive capacity, and institutional response) alongside divergent temporal dynamics and policy needs. The thesis contributes in two ways: empirically, by integrating visual and quantitative evidence on climate impacts and mobility patterns across contrasting contexts; and normatively, by proposing elements of a sui generis protection regime for climatedisplaced persons (eligibility criteria for planned relocation, responsibility-sharing formula, and dedicated financing and monitoring). Overall, it reframes security in the Anthropocene toward ecocentric and justice-oriented protection that better aligns with the lived realities of climate-affected populations.
Meer lezen

De generatie'breuk': Een vergelijkend onderzoek naar het strategiegebruik bij het schatten van breuken op een getallenlijn in het zesde leerjaar en vijfde middelbaar

KU Leuven
2025
Ine
Meers
Breuken vormen een fundamenteel onderdeel van het curriculum in het basis- en secundair onderwijs. Toch blijkt uit onderzoek dat mensen meer moeilijkheden ervaren met het begrijpen van de numerieke grootte van breuken, in vergelijking met natuurlijke en decimale getallen. Dit heeft geleid tot verder onderzoek naar hoe leerlingen breuken begrijpen en welke strategieën zij daarbij gebruiken. Zo onderzocht Hofmans (2022) het strategiegebruik bij het schatten van breuken op een getallenlijn van leerlingen uit het zesde leerjaar met verschillende wiskundige competenties. Zij maakte daarbij gebruik van de Number Line Estimation (NLE)-taak, waarbij leerlingen verschillende breuken op een getallenlijn van 0 tot 1 moesten plaatsen. Daarnaast ontwikkelde ze een codeerschema waarmee ze het strategiegebruik systematisch kon coderen en analyseren in relatie tot item- en leerlingkenmerken. In dit driedelig codeerschema werd elke trial eerst globaal beoordeeld als ‘correct’, ‘inaccuraat’ of ‘rest’. Het schatten van de breuk werd vervolgens opgesplitst in drie stappen, namelijk ‘encoderen’, ‘positioneren’ en ‘finaliseren’.
Hoewel Hofmans (2022) aantoonde dat de strategiekeuze en adaptief strategiegebruik samenhingen met de schattingsnauwkeurigheid, beperkte haar studie zich enkel tot leerlingen uit het zesde leerjaar. Hierdoor werd niet duidelijk in hoeverre onderwijsniveau of expertise een invloed uitoefende op het strategiegebruik en de schattingsfouten.
Het huidig onderzoek vergeleek daarom leerlingen uit het zesde leerjaar en vijfde middelbaar. Er werd via een gelijkaardig onderzoeksopzet nagegaan hoe deze onderwijsniveaus verschilden in hun strategiegebruik en adaptiviteit en welk effect dit had op hun schattingsfouten. Hierbij werd er gebruikgemaakt van hetzelfde codeerschema, mits enkele aanpassingen, en de NLE-taak. De nauwkeurigheid van de schattingen van de leerlingen werd berekend door middel van de Percentage of Absolute Error (PAE).
Er werd onderzocht welke strategieën leerlingen hanteerden, hoe accuraat en hoe flexibel deze werden toegepast en in welke mate die samenhingen met leerling- of itemkenmerken. Er werd gekeken naar de algemene schattingsfout bij het positioneren van breuken op een getallenlijn en naar de verschillen in strategiegebruik en nauwkeurigheid tussen leerlingen uit verschillende onderwijsniveaus. Daarnaast werd onderzocht of er verschillen optraden in de nauwkeurigheid van de schattingen op leerling- en itemniveau. Ook de relatie tussen de strategiediversiteit van een leerling en diens onderwijsniveau werd geanalyseerd in relatie tot de schattingsnauwkeurigheid. Tot slot werd nagegaan of bepaalde itemkenmerken specifieke strategieën uitlokten en of dit leidde tot een grotere nauwkeurigheid in de schatting. Zo werd het adaptief strategiegebruik van leerlingen uit verschillende onderwijsniveaus in kaart gebracht worden.
Samenvattend toonden de resultaten aan dat zowel het onderwijsniveau als het strategiegebruik een rol spelen bij het accuraat schatten van breuken op een getallenlijn. Leerlingen uit het vijfde middelbaar schatten over het algemeen nauwkeuriger dan leerlingen uit het zesde leerjaar. Dit verschil leek eerder samen te hangen met het strategiegebruik binnen de stap ‘positioneren’ dan met ‘encoderen’ of ‘finaliseren’. Daarnaast bleek dat itemkenmerken, zoals de noemergrootte en de ligging ten opzichte van referentiepunten, het strategiegebruik en de schattingsnauwkeurigheid sterk beïnvloedden.
Meer lezen

Probabilistic geotechnical calculations of dikes

Universiteit Gent
2025
Thibo
Verstrynge
Traditionele geotechnische ontwerpmethoden in België zijn in hoofdzaak gebaseerd op deterministische of semi-probabilistische benaderingen. Deze leiden vaak tot conservatieve schattingen die de inherente variabiliteit van het bodemgedrag slechts beperkt weerspiegelen. In deze thesis wordt de praktische toepassing van volledig probabilistische geotechnische berekeningen onderzocht, met specifieke aandacht voor het voorspellen van dijkzettingen.

Het onderzoek richt zich op het project voor dijkversterking te Groot Schoor (Bornem), dat deel uitmaakt van het bredere Vlaamse Sigmaplan voor waterveiligheid. Hierbij wordt uitgebreide veld- en laboratoriumdata geïntegreerd met geavanceerde probabilistische methoden.

Een omvattende methodologie wordt ontwikkeld, waarin PLAXIS 2D eindige-elementenmodellering wordt gecombineerd met Python-gebaseerde automatisering en probabilistische berekeningen. Via een sensitiviteitsanalyse worden de belangrijkste bodemparameters geïdentificeerd en gemodelleerd als stochastische variabelen, gebaseerd op kansverdelingen afgeleid uit CPT(u)-gegevens en laboratoriumproeven. Latin hypercube sampling wordt toegepast om representatieve inputsets te genereren, terwijl een response-surface model, getraind op een beperkt aantal PLAXIS-simulaties, een grootschalige probabilistische analyse mogelijk maakt. Bayesian updating, geïmplementeerd via de Markov Chain Monte Carlo-methode, verfijnt de probabilistische voorspellingen door de integratie van werkelijke zettingsmetingen uit de monitorcampagne.

De resultaten tonen aan dat probabilistische methoden niet alleen de variabiliteit en onzekerheid van zettingsgedrag accurater weergeven dan deterministische benaderingen, maar tevens waardevolle inzichten verschaffen in parametersensitiviteit en modelrobuustheid. Deze studie bevestigt de haalbaarheid en de voordelen van het structureel integreren van probabilistische technieken in geotechnisch ontwerp, wat de weg opent naar betrouwbaardere en kostenefficiëntere infrastructuurontwikkeling, evenals data-gestuurde besluitvorming.
Meer lezen

Social acceptance of eVTOL UAM drone: characterization of background noise

Vrije Universiteit Brussel
2025
Evy
Heymans
  • Brent
    Van Ginderdeuren
De opkomst van elektrische Vertical Take-Off and Landing (eVTOL) vliegtuigen roept vragen op over hun akoestische integratie in dichtbevolkte stedelijke omgevingen. Een belangrijke uitdaging is te onderzoeken in hoeverre het karakteristieke tonale geluid van eVTOL’s wegvalt in of juist afsteekt tegen de stedelijke achtergrond. Deze masterproef behandelt deze problematiek aan de hand van de centrale onderzoeksvraag: “Hoe kan een goedkoop en autonoom akoestisch meetsysteem worden ontworpen, gebouwd en gekalibreerd om op betrouwbare wijze stedelijke achtergrondgeluiden vast te leggen en de akoestische impact van eVTOL-vliegtuigen te evalueren?

Om deze vraag te beantwoorden werd een goedkoop, autonoom meetsysteem ontwikkeld en gevalideerd voor langdurige geluidsmonitoring in stedelijke context. Het prototype combineert een MEMS-microfoon, een Raspberry Pi met data-acquisitiesysteem, 4G-connectiviteit en een op zonne-energie gebaseerde energievoorziening in een robuuste configuratie die buitenshuis kan
functioneren met minimale interventie. Kalibratie tegen een referentiemicrofoon beperkte het betrouwbare frequentiebereik tot 500–3000 Hz. Binnen dit bereik registreerde een eerste meting op de VUB-campus stedelijke geluidsdrukniveaus tussen 42 en 57 dB SPL. De metingen tonen zowel geleidelijke variaties als kortstondige pieken, vermoedelijk veroorzaakt door verkeersintensivering en sirenes van hulpdiensten. Daarnaast werden tonale componenten waargenomen, met name rond 1 kHz en 2 kHz. Dit illustreert de capaciteit van het systeem om smalbandige kenmerken in het geluidslandschap te detecteren. Een vergelijking met numerieke voorspellingen van eVTOL-rotorgeluid suggereert dat tonale pieken het stedelijke achtergrondniveau met meer dan 10 dB kunnen overstijgen direct onder het toestel, terwijl waarnemers opzij deels maskering kunnen ervaren. Deze eerste resultaten tonen aan dat het ontwikkelde systeem een veelbelovend en betaalbaar proof-of-concept vormt voor de evaluatie van de akoestische voetafdruk van eVTOL’s in stedelijke context. Verdere metingen zijn echter noodzakelijk om de betrouwbaarheid en robuustheid volledig te onderbouwen.
Meer lezen

Kepler between cosmos and calendar. A socio-historical study of Johannes Kepler (1571-1630) as prognosticator.

Universiteit Gent
2025
Heike
Bekaert
Deze thesis onderzoekt de rol van Johannes Kepler (1571-1630) als prognosticator binnen het bredere netwerk van lutheraanse astrologen, door een vergelijking met zijn tijdsgenoten Johannes Krabbe (1553-1616) en Melchior Schärer (1563-1624). Dit onderzoek wordt geconceptualiseerd als een microstudie van het netwerk van Wittenbergse astrologen beschreven in de literatuur en stelt de prognosticaties centraal binnen het onderzoek naar de vroegmoderne wetenschap van de sterren. Via een studie van de structuur, wiskundige basis en religieuze zingeving van de werken, toont deze thesis een aanzienlijke overeenkomsten tussen de drie astrologen. Elk beschouwen ze de prognosticaties op de eerste plaats als een religieus instrument, bedoeld om de mens dichter bij God te brengen. Via een kritische omgang met en uitwisseling van astrologische gegevens en theorieën proberen de astrologen elk op hun manier Gods wil, zoals die in de natuur geuit wordt, zo goed mogelijk te benaderen. Ondanks deze gedeelde basis komt Kepler naar voren als een radicale hervormer. Waar Krabbe en Schärer slechts stapsgewijze veranderingen doorvoerden, waren Keplers kritiek en structurele hervormingen veel ingrijpender. Hij bevond zich in een spreidstand tussen de verdedigers en critici van de astrologie: hij behield het religieuze kader, maar verwierp veel conventionele praktijken. Door een analyse van Kepler als prognosticator, draagt dit onderzoek bij aan een beter begrip van de wisselwerking tussen theorie en praktijk binnen wetenschappelijke netwerken.
Meer lezen

Multiaxial fatigue-based topology optimisation under non-proportional loading: application to wheel design

KU Leuven
2025
Jerôme
Vandecandelaere
Deze thesis ontwikkelt een computationeel raamwerk voor structurele topologie-optimalisatie dat expliciet rekening houdt met multiaxiale vermoeiing onder niet-proportionele belastingen. Hoewel vermoeiing een veelvoorkomend faalmechanisme is in mechanische componenten, wordt het vaak behandeld als een nabewerkingsstap in plaats van als een integraal onderdeel van het ontwerpproces. Dit werk vult die leemte op door een kritieke-vlak vermoeiingsmodel rechtstreeks in het optimalisatie-algoritme te integreren.

Het raamwerk verwerkt het op rek gebaseerde Brown–Miller vermoeiingscriterium binnen een dichtheidsgebaseerde topologie-optimalisatiebenadering, waardoor vermoeiingslevensduur kan worden voorspeld bij complexe belastingstrajecten. De implementatie omvat een volledige analytische sensitiviteitsanalyse, zowel direct als adjoint, om een nauwkeurige en efficiënte optimalisatie met gradiënt-gebaseerde oplosmethodes te garanderen.

De methodologie wordt eerst gevalideerd op een L-beugel benchmark om de prestaties te demonstreren in vergelijking met doelstellingen gebaseerd op compliance en spanning. Vervolgens wordt ze toegepast op het ontwerp van een autowiel onderworpen aan een roterende buigproef. Dit is een gestandaardiseerde, multiaxiale en niet-proportionele vermoeiingsproef die elk aftermarket wiel moet doorstaan. De vermoeidheidsgeoptimaliseerde ontwerpen tonen een verbeterde verdeling van vermoeiingsschade, verminderde spanningsconcentraties en een verlengde voorspelde levensduur in vergelijking met andere ontwerpbenaderingen.

Door de voorspelling van de vermoeiingslevensduur in de optimalisatielus op te nemen, overbrugt dit onderzoek de kloof tussen structurele efficiëntie en langdurige duurzaamheid. De voorgestelde aanpak biedt een veelbelovend pad naar robuustere ontwerpen in veeleisende technische toepassingen.

----

This thesis develops a computational framework for structural topology optimisation
that explicitly accounts for multiaxial fatigue under non-proportional loading. While
fatigue is a frequently occurring failure mechanism in mechanical components, it is
often treated as a post-processing step rather than being integrated into the design
process. This work addresses that gap by embedding a critical-plane fatigue model
directly into the optimisation algorithm.

The framework incorporates the Brown–Miller strain-based fatigue criterion within a
density-based topology optimisation approach, enabling fatigue life prediction across
complex load paths. The implementation includes a full analytical sensitivity analysis,
both direct and adjoint, to ensure accurate and efficient optimisation with
gradient-based solvers.

The methodology is first validated on a benchmark L-bracket to demonstrate its
performance relative to compliance- and stress-based objectives. It is then applied
to the design of an automotive wheel subjected to a rotating bending test. This is
a standardised, multiaxial and non-proportional fatigue test that every aftermarket
wheel must pass. The fatigue-optimised designs exhibit improved fatigue damage
distribution, reduced stress concentrations and extended predicted fatigue life compared to different design approaches.

By embedding fatigue life prediction into the optimisation loop, this research bridges
the gap between structural efficiency and long-term durability. The proposed approach offers a promising pathway toward more resilient designs in demanding engineering applications.
Meer lezen

Hunting for Exotic Features in Compact Binary Mergers with Gravitational Waves

Universiteit Gent
2025
Robin
Chan
Zwaartekrachtgolven bieden een unieke blik op ons universum en een nieuwe manier om materie te bekijken. We meten echt de dynamiek van massa's wat ons toe zou staan om op vrij natuurlijke wijze de samenstelling van compacte objecten te bepalen. Voor mijn thesis heb ik een techniek ontwikkeld die twee algemene data analyse technieken uit de zwaartekrachtgolffysica combineert om ongemodelleerde fenomenen bovenop gekende theoretische modellen toe te voegen en vervolgens te infereren. Zo'n fenomenen zouden bijvoorbeeld resonanties van neutronensterren kunnen zijn, die nauw samenhangen met de interne structuur van deze objecten, of glitches in zwaartekrachtgolfdetectoren.
Meer lezen

AI-Driven Food Monitoring for Waste Reduction and Malnutrition Prevention

Universiteit Gent
2025
Axelle
Penninger
In woonzorgcentra gaan ondervoeding en voedselverspilling vaak hand in hand. Bewoners krijgen weliswaar uitgebalanceerde maaltijden, maar eten daar vaak slechts een deel van op. Het gevolg: ouderen krijgen te weinig voedingsstoffen binnen en grote hoeveelheden eten verdwijnen in de vuilnisbak. Bestaande opvolgsystemen bieden weinig soelaas: ze zijn arbeidsintensief, houden geen rekening met restjes, of falen bij gemixte en gepureerde maaltijden.

Daarom ontwikkelde ik LeftoVision, een computersysteem dat met behulp van beeldherkenning automatisch berekent hoeveel bewoners eten én hoeveel er wordt verspild. Het systeem vergelijkt foto’s van een maaltijd vóór en na consumptie, herkent de verschillende voedselcomponenten, schat hun gewicht en koppelt dit aan een voedingsdatabank. De resultaten worden bewaard in het Obelisk Core dataplatform en overzichtelijk weergegeven in een dashboard voor zorgverleners.

In tests behaalde LeftoVision een gemiddelde foutmarge van 22 gram per maaltijdonderdeel, voldoende nauwkeurig om kleine verschillen te detecteren. Het systeem vormt zo een belangrijke stap naar datagedreven zorg in woonzorgcentra, met als doel zowel de gezondheid van bewoners te verbeteren als voedselverspilling te beperken.
Meer lezen

Metastable strings in the Early Universe: Stability & gravitational wave signal

Vrije Universiteit Brussel
2025
Maxime
Grandjean
When fundamental symmetries break during early universe phase transitions the resulting scalar field can develop non trivial space dependent configurations of non-vanishing energy density, known as defects; examples of which include domain walls, cosmic strings and monopoles. These defects form a network of extended object, which can play an active role in the dynamics of the early universe, such as generating a gravitational wave background (GWB). Remarkably, Pulsar Timing Array (PTA) experiments have recently reported the first evidence of a GWB, making the study of defects particularly timely and relevant. While the PTA excess is most likely of astrophysical origin, an exciting prospect is a GWB of cosmological origin. In this thesis, a GWB generated by cosmic strings in the early universe is studied. In particular, a model of two subsequent phase transitions is considered in which, under certain conditions, metastable cosmic strings can emerge during the second transition. Specifically, metastable strings have a probability to decay through a quantum tunneling process in which monopoles are nucleated along the strings, effectively reducing their lifetime. Within this model, we will perform a classical stability analysis on the string solutions in order to investigate whether they are long lived enough to have any impactful phenomenology. Finally, we discuss the implications of the determined stability conditions on the predicted gravitational wave spectrum, and how it affects the detectability of this scenario in GW experiments, including PTA.
Meer lezen

Onderzoek naar de neurale basis van natuurlijke spraak bij personen met afasie via voxel-wise lesion-symptom mapping

KU Leuven
2025
Sara
Dupont
  • Eline
    Biermans
Ongeveer één op de vier personen met een beroerte krijgt te maken met afasie, een taalstoornis waarbij het begrijpen en/of produceren van taal moeilijk kan verlopen. In deze masterproef zoeken we een link tussen de taalfouten die personen met afasie maken en de exacte locatie van hun hersenletsel. Dit deden we aan de hand van de innovatieve techniek 'voxel-wise lesion-symptom mapping'. Wat ons onderzoek bijzonder maakt, is dat we bij de taaltesten gebruikmaken van natuurlijke spraak. Zo krijgen we een accurater beeld van het dagelijks taalgebruik van de personen met afasie. Deze studie opent nieuwe wegen om te voorspellen welke hersenschade welke taalproblemen veroorzaakt en hoe personen met afasie zullen herstellen.
Meer lezen

AI jury-assistent voor het herkennen van rope skipping skills in videos

HOGENT
2025
Mike
De Decker
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Door de evolutie van de sport is het jureren van ropeskipping freestyles op hoog niveau moeilijk geworden. Zowel het aantal skills in de routine, alsook de snelheid waarmee ze worden uitgevoerd neemt toe. Dit is vooral te merken in Double Dutch freestyles. Daarom worden deze routines zowel live (creativiteit, variatie, muziekgebruik) als vertraagd (moeilijkheidsgraad) gejureerd.
Ondanks het feit dat freestyles op halve snelheid worden herbekeken en hierdoor jureerfouten worden vermeden, merkt men dat er nog enig verschil zit op scores toegekend door juryleden. Door de toegenomen toegankelijkheid van kunstmatige intelligentie, voornamelijk neurale netwerken, werd de vraag gesteld of een AI juryassistent ontwikkeld kan worden die helpt een betere en objectievere score zou opleveren.
Dit onderzoek verkent de mogelijkheid tot het bouwen van zo een juryassistent, de benodigde technieken en uitdagingen. De huidige vorm van de juryassistent bestaat uit drie hoofdzakelijke delen. Het eerste deel gaat over het lokaliseren van springers in de opnames. Niet alle videos zoomen in op de springer of zijn net eerder statische opname. Dit deel is noodzakelijk om computationele overhead te beperken, daar springers soms minder dan een vijfde van het beeld in beslag nemen.
De tweede groote stap is het splitsen van volledige routines in elke uitgevoerde skill. Dit wordt gedaan aangezien het onbegonnen werk zou zijn op om dit manueel te doen.
Het derde deel omvat het herkennen van de gesprongen skill. Voor Double Dutch Freestyles betekent dit een combinatie van uitvoering door draaiers en springers.
Door louter presentatieskills of moeilijk zichtbare skills te makeren als 'unknown' (e.g. wanneer een draaier tussen de springer en camera staat), wordt er verwacht dat het model aangeeft wanneer het niet zeker is.
Voor het lokaliseren slaagde YOLOv11 er in om een mAP50 te behalen tussen de 93-95\%, waarbij het succesvol publiek filterde van atleten, mits kleine foutjes. Hierdoor het Multiscale Vision Transformer model skills ingezoomde crops gebruiken om acties van elkaar te onderscheiden. Deze konden vervolgens herkend herkend worden hetzelfde MViT model of een doormiddel van een Swin Transformer. Het gemiddelde f1 macro gemiddelde van deze modellen lagen tussen de 49 en de 53 procent, door de lage representatie van minder vaak voorkomende skills. Immers lag de totale accuraatheid hoger, tussen de 89 en de 94 procent.
Dit zorgde ervoor dat juryscores door het model konden toegewezen, deze lagen -28 tot -20 procent onder de score toegekend door juryleden.
Verdere onderzoek is nodig om de accuraatheid van de architectuur te verhogen.
Meer lezen

Van inzicht naar actie: Hoe kunnen leerkrachten doelgericht ondersteuning bieden aan leerlingen met dyslexie?

Hogeschool VIVES
2025
Amber
Vanneste
Dyslexie komt steeds vaker ter sprake in het onderwijs. Het is een leerstoornis die moeilijkheden met zich meebrengt op vlak van lees- en spellingsvaardigheden. Een leerling wordt hiermee geboren, maar dit definieert hem/haar niet. Dyslexie hangt dan ook niet vast aan het niveau van intelligentie. Door gepaste ondersteuning en begeleiding kan elke leerling, met of zonder dyslexie, zich ontplooien in het onderwijs. Zowel de leerling als leerkracht spelen hier een actieve rol in.
Meer lezen

Hunting the internal magnetic field of the β Cep HD 192575

KU Leuven
2025
Jelle
Vandersnickt
Sterren zijn er van alle formaten: van kleine, lichte sterren zoals onze Zon tot sterren tientallen of zelfs honderdtallen keer zwaarder. Zware sterren spelen een belangrijke rol in het universum. Ze produceren namelijk alle elementen van helium tot ijzer. Na hun relatief korte levensduur van ongeveer 10 miljoen jaar sterven ze in een indrukwekkende supernova. Ze laten dan een neutronenster of zwart gat achter: mysterieuze objecten die zwaartekrachtgolven kunnen voortbrengen. Het bestuderen van zware sterren is dus relevant voor vele aspecten van de astrofysica.

Asteroseismologie bestudeert de opbouw van sterren door het meten van sterbevingen. Net zoals aardbevingen een verhaal vertellen over de binnenkant van de Aarde, geven sterbevingen informatie over de structuur van sterren. Ondanks de belangrijke rol die zware sterren spelen, zijn er nog maar enkelen in detail bestudeerd aan de hand van asteroseismologie.

Deze thesis rapporteert over de eerste gedetailleerde asteroseismische studie van een zware ster die rekening houdt met een intern magnetisch veld. De zware ster in kwestie, HD192575, vertoont een patroon in zijn sterbevingen dat nog niet volledig begrepen was. Deze thesis onderzoekt of dit afwijkend patroon een gevolg kan zijn van een intern magnetisch veld in de ster. Vertrekkende van bestaande modellen van HD192575 modelleren we de effecten van rotatie en magnetisme op de sterbevingen en zoeken we de best passende modellen.

We vonden dat het patroon in de sterbevingen best verklaard kan worden door de combinatie van rotatie en een magnetisch veld. Wat opvalt is dat de ster draait rond een andere as dan de magnetische as tussen de noord- en zuidpool van het magnetische veld. De bekomen rotatiesnelheid van de ster sluit nauw aan bij vorige resultaten en de waarden van het magnetische veld zijn in lijn met verwachtingen uit de theorie. Dit werk presenteert de eerste asteroseismische modellering ooit van een zware ster met zowel rotatie als een intern magnetisch veld. De resultaten zijn een eerste stap naar breder onderzoek over magnetische velden in zware sterren. Dit zal tot nieuwe inzichten leiden in de evolutie en rotatie van zware sterren.
Meer lezen

Modelling Glacier Thickness and Evolution with Machine Learning: Evaluating the Instructed Glacier Model (IGM) on the Batysh-Sook Glacier through Inverse and Forward Modelling

KU Leuven
2025
Robbe
Buls
De afvoer van smeltwater uit de gletsjers van het Tien Shan-gebergte in Kirgizië is van cruciaal belang voor de samenleving en economie in de stroomafwaarts gelegen vlaktes. In het droge Centraal-Azië is de landbouw sterk afhankelijk van irrigatie met dit water. De gletsjers functioneren als watertorens: ze herverdelen de schaarse neerslag over de seizoenen, wat grootschalige landbouw mogelijk maakt. Door klimaatverandering trekken de gletsjers zich echter snel terug, waardoor de inwoners van de vlaktes hun belangrijkste inkomensbron dreigen te verliezen.

Het doel van deze thesis is het evalueren van het Instructed Glacier Model (IGM). Dit
model gebruikt een neuraal netwerk als emulator om ijsstroming te beschrijven, wat computationele voordelen oplevert en het mogelijk maakt het model zowel invers (interpoleren van ijsdiktemetingen) als voorwaarts (voorspellen van gletsjerevolutie onder klimaatscenario’s) te gebruiken. De prestaties worden vergeleken met klassieke ruimtelijke interpolatiemethoden, zoals de vloeispanningsmethode, en met een hoger-ordemodel dat de gletsjerevolutie simuleert.

De evaluatie vindt plaats op de Batysh-Sook-gletsjer in de Tien Shan. De resultaten tonen dat het ge¨ınverteerde IGM consistente, nauwkeurige en gladde ijsdiktevelden genereert. Vooral in schaars bemonsterde zones presteert het model beter dan de
conventionele vloeispanningsmethode. Voor de gletsjerevolutie laten zowel IGM als het hoger-ordemodel zien dat de Batysh-Sook-gletsjer gevoeliger is voor opwarming dan veel omliggende gletsjers, waarschijnlijk door haar kleine huidige omvang. IGM volgt de trends van het hoger-ordemodel goed, al simuleert het in de historische periode iets minder smelt, waardoor het gletsjervolume groter blijft.

Deze bevindingen tonen aan dat IGM een veelbelovend instrument is voor zowel ijsdikteinterpolatie als projectie, vooral in gebieden met beperkte veldmetingen. Betere modellering van gletsjers zoals de Batysh-Sook kan leiden tot nauwkeurigere voorspellingen van toekomstige waterbeschikbaarheid, wat van groot belang is voor wetenschappelijk onderzoek en voor duurzaam waterbeheer in Centraal-Azië.
Meer lezen

Door de huid heen: Performancekunst en de radicale esthetiek van pijn op de Duystere Markt

KU Leuven
2025
Lies
Bogaerts
Mijn scriptie/thesis onderzoekt hoe pijn en lichaamsmodificatie binnen performancekunst, en specifiek op de Duystere Markt, bewust worden ingezet als artistiek en ritueel middel. Ik toon hoe het lichaam zo fungeert als medium voor expressie, transformatie en verbondenheid, en hoe dit ons denken over kunst en identiteit verruimt.
Meer lezen