Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Tuccia and her Sieve: The Nachleben of the Vestal in Art

Sarah Eycken
Deze transhistorische scriptie onderzoekt het Nachleben van het motief van de Vestaalse maagd Tuccia en haar paradoxaal ondoorlaatbare zeef in de kunst. De scriptie bestaat uit drie delen. Het eerste deel gaat over Tuccia als een symbool voor het onbevlekte Rome. Het tweede behandelt het motief van Tuccia op het vlak van gender. In het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de 'Sieve Portraits' van Elizabeth I als moderne Tuccia.

The impact of land cover on the urban heat island and its simulation: A case study using the MOCCA network in Ghent

Sara Top Steven Caluwaerts Rafiq Hamdi
Het stedelijk hitte-eiland van Gent werd bestudeerd aan de hand van geobserveerde data van het MOCCA meetnetwerk en modelleer data.

Bringing Humanitarianism to the Grassroots: Volunteering at the Grande-Synthe Jungle and ‘Doing the Right Thing’ under the Tensions of Proximity'

Nina De Cloet
Deze antropologische master thesis bestudeert de ervaringen van de vrijwilligers actief in een Noord-Franse vluchtelingen Jungle. Door een focus op moraliteit, ethische dilemma's en betrokkenheid brengt het werk de spanningen in kaart die komen kijken bij horizontale grassroots werkingen. Ondanks de groeiende aanwezigheid van zulke organisaties in het Noorden van Frankrijk, werd nog maar weinig diepgaand onderzoek verricht naar de complexe leefwereld van de vrijwilligers.

De strijd tegen vermoeidheid

Annelore Peeters
Op de meest ongunstige momenten in slaap vallen, door je benen zakken wanneer je moet lachen en levensecht hallucineren: het is dagelijkse kost voor mensen met narcolepsie, een zeldzame slaapziekte die de levens van haar patiënten grondig op hun kop zet. De onwetendheid van vele mensen leidt tot heel wat onbegrip voor de aandoening, en dat brengt problemen met zich mee.

Surveyonderzoek naar prodromen, strategieën en stemming en hun onderlinge correlatie in het kader van bipolaire-stemmingsstoornissen

Sarah Hershko
The current study investigates participants’ perspective on the predictive relationship between (prodromal) symptomology and mood episodes. In addition, it aims to gain insight in successful self-management strategies. To this end, we launched an online questionnaire in The Netherlands and Belgium through several patient networks for bipolar disorder. Participants with bipolar spectrum disorder (n=100) were asked to indicate the predictiveness of certain early symptoms for either depressive or (hypo)manic episodes. In addition participants were asked how helpful certain strategies were in managing specific mood episodes. The results of the current study provide important user generated information that can be implemented in future mHealth self-management tools for bipolar disorder.Specifically, the present study has generated important insights into the predictive power of prodromal symptomology that signals the occurrence of an episode of mood dysregulation and will provide a database of successful strategies that specifically target such mood-symptom correlations when they arise and thus help to prevent further exacerbation of mood instability. Availability of such strategies to people with bipolar disorder through a mHealth application will be crucial to the effectiveness of their self-management.

De quality of life bij chronische pijnpatiënten verhogen door middel van ergotherapeutische slaapbegeleiding De ergotherapeut als slaapcoach

Amelia Dehouck
In deze scriptie wordt onderzocht wat de rol van een ergotherapeut is in de steeds talrijkere slaapproblemen in onze samenleving. In de studie werd een slaapbegeleiding georganiseerd voor chronische pijnpatiënten.

DEPRESSIE BIJ STUDENTEN: VOORKOMEN, ACADEMISCHE IMPACT EN ZORGGEBRUIK

D'hulst Albert
Depressie bij studenten: VOORKOMEN, ACADEMISCHE IMPACT EN ZORGGEBRUIK
Onderzocht bij een Belgische populatie

Het belang van huid-op-huidcontact kort na de partus

Laura De Maere
Het doel van deze bachelorproef is om de belangen en vele voordelen dat huid-op-huidcontact biedt uit te lichten. Vaak wordt dit aanzien als relatief onbelangrijke postpartum handeling, terwijl het tegendeel alsmaar meer bewezen wordt. Om deze reden werden de meest voornamelijke voordelen van huid-op-huidcontact onderzocht. Alsook werden de bevindingen van huid-op-huidcontact ten opzichte van een preterme neonaat of de prevalentie van post-partumdepressies weergegeven. Doorheen het werk komt meermaals de verwijzing naar de tweede onderzoeksvraag aan bod, de participatie van de vader of partner.

Faille of fagots? Een analyse van de achttiende-eeuwse materiële cultuur in Mechelen op basis van burgerlijke staat

Gaya Vermeylen
In deze verhandeling werd onderzocht of gehuwde mannen, gehuwde vrouwen, single mannen, single vrouwen, weduwnaars en weduwes andere bezittingen hadden op basis van hun burgerlijke staat en geslacht in achttiende-eeuws Mechelen.

Mag ik nu wat rust aub?

Chloé De Borger
Kraamvrouwen hebben de eerste dagen na de bevalling nood aan rust. In deze bachelorproef wordt onderzocht wat het belang is van rust op materniteit, hoe ouders dit ervaren en welke aanpassingen er kunnen gedaan worden om de rust te doen terugkeren.

Bloot in het straatbeeld: De relatie tussen pornografische filmposters en censuur in België in de periode 1970-1980.

Leon Janssens
Deze scriptie onderzoekt de censuur in pornografische filmposters in de periode 1970-1980. Op die manier wordt het effect van de tweede seksuele revolutie op de omgang met seksueel expliciet materiaal in de publieke ruimte onderzocht.

The Distributional Impact of ECB Unconventional Monetary Policy: a First Assessment

David Van Dijcke Maxim Horion
Deze scriptie bestudeert de impact van het onconventioneel monetair beleid van de Europese Centrale Bank op inkomensongelijkheid in Nederland tussen 2014 en 2016.

Een diermodel voor transvasculaire optogenetica

Maaike De Wilde
In deze scriptie werd de mogelijkheid tot het gebruik van transvasculaire optogenetica onderzocht om neuronen te moduleren die opsines tot expressie brengen in de cortex van de rat met licht afkomstig uit een cerebraal bloedvat. Er werd ook nagegaan of deze techniek kan gebruikt worden om verhoogde corticale activiteit te inhiberen.

Het verband tussen seksfrequentie, relatieduur, leeftijd, geslacht en etniciteit. Resultaten van de SEXPERT-STUDIE.

Sarah Schramme
Voor het eerst werd onderzocht hoe vaak een Vlaming in een relatie seks heeft. Onder seks wordt verstaan: “allerlei manieren van vrijen waarbij er genitaal contact is”. Laat je fantasie dus gerust de vrije loop. Daarnaast werd er gekeken of seksfrequentie samenhangt met leeftijd, relatieduur en geslacht. Een aantal clichés werden onder de loep genomen in de grootste studie ooit (1832 Vlamingen!) naar onze seksuele gezondheid: de SEXPERT-studie. De gegevens werden verzameld in 2013 en recent geanalyseerd. En de resultaten? Die zijn exact wat je zou verwachten. Een jong persoon heeft meer seks dan een oud persoon. En in een prille relatie duikt men meer onder de lakens, dan in een relatie van pakweg vijftien jaar. Studies uit de V.S, Finland, Frankrijk en Nederland toonden hetzelfde resultaat aan. En toch moeten er een paar kanttekeningen bij gemaakt worden.

De predictieve waarde van de Neuropsychiatric Inventory Questionnaire (NPI-Q) in het conversieproces van Mild Cognitive Impairment naar dementie: een retrospectieve dossierstudie.

Samantha Dequanter
Mild Cognitive Impairment (MCI) is reeds veelvuldig in verband gebracht met evolutie naar dementie. Naast een veranderende cognitieve en functionele status kunnen ook neuropsychiatrische symptomen (NPS) vroege
signalen zijn van een dergelijk evoluerend proces. Deze studie trachtte na te gaan wat de predictieve waarde is van NPS, gemeten met de Neuropsychiatric Inventory Questionnaire (NPI-Q), in het evolutieproces van MCI naar dementie.

Door de ogen van risico-zwangeren. Wat is de perceptie van zwangeren met risico op hypertensieve problemen omtrent telemonitoring?

Paulien Pijpops Loubna Lamkharrat
Telemonitoring is een middel waarbij zorgverleners vitale parameters van patiënten op afstand volgen. Door een literatuurstudie en gesprekken met vijftien gebruikers hebben we de perceptie van zwangeren, die telemonitoring toepassen omwille van bloeddrukproblemen, in kaart gebracht. Aanbevelingen om de telemonitoring aangenamer te maken worden besproken.

Welk prenataal beleid kan de vroedvrouw toepassen bij tocofobie?

Naomi Loisen Elles Plees Stefanie Put Joyce Vanacker
Deze scriptie gaat over tocofobie (angst om te bevallen). Er wordt dieper ingegaan op de betekenis van het begrip en zijn oorzaken en symptomen. De complicaties van angst om te bevallen worden in beeld gebracht, alsook hoe hiermee zou moeten omgegaan worden. De vroedvrouw speelt hierbij een belangrijke rol, en deze rol wordt verduidelijkt in de studie.

Development of a solvometallurgical process for the separation of trivalent yttrium and europium (Ontwikkeling van een solvometallurgisch proces voor de scheiding van driewaardig yttrium en europium)

Brecht Dewulf
Door water te vervangen door ethyleenglycol als een van de vloeistoffasen bij solventextractie, kan een efficiëntere scheiding van zeldzame aarden verkregen worden. Het scheiden van yttrium en europium, twee zeldzame aarden die terug te vinden zijn in lampfosforen, is het doel van het beoogde extractieproces.

Doodnormaal

Anouk Beselaere
Naar aanleiding van een persoonlijke ervaring is een architecturale kritiek ontstaan op de huidige palliatieve ziekenhuiskamer.

“Hoe kan het interieur in de palliatieve zorg eraan bijdragen dat de situatie voor de patiënt, de familie (en het zorgteam), draaglijk kan worden?”

Draaglijker in de zin van, de situatie verlichtend maken voor de betrokken partijen. De mentale pijn die op zo’n moment aanwezig is verzachten.

HOE KAN JE JONGEREN EN JONGE OUDERS MET BEHULP VAN EEN 360° ANIMATIEVIDEO SENSIBILISEREN OM OP EEN VERSTANDIGE MANIER OM TE GAAN MET DE GEVAREN IN EEN STERK EVOLUERENDE DIGITALE WERELD?

Tom Franck
In deze scriptie werd onderzocht hoe je jongeren met behulp van een 360° animatievideo kan sensibiliseren over de gevaren in een digitale wereld, specifiek cyberpesten.

Fedasil bouwt! Onderzoek naar de non-architectuur van Fedasil zoals ontstaan in periodes van vluchtelingencrisis

Ella Vanden Houte
Deze thesis voert onderzoek naar de non-architectuur van Fedasil bij het omvormen van leegstaande institutionele gebouwen naar opvangcentra voor asielzoekers. Een eerste deel biedt een historisch en theoretisch kader, waarna een tweede deel aan de hand van twee concrete casestudies het argument verder onderbouwt.

Collective Patchwork, Patchwork of Collectivity

Aaron Swartjes
Collective Patchwork, Patchwork of Collectivity is een architecturale strategie om een gemeenschap te activeren om aan zelfbeheerde regeneratie van hun wijk in verval te doen: El Cerro, Havana. Dit project stelt een manier voor waarop de gemeenschap positief gebruik kan maken van de huidige dynamiek en het complexe socio-culturele en politieke klimaat in Cuba. Hoe kan architectuur bijdragen om de energie, vindingrijkheid en ondernemersgeest van de Cubanen te benutten als kracht om evolutie en levendigheid in hun buurt op te wekken?

Over de interactie tussen mechanisch en optisch gestimuleerde luminescentie in BaSi_2O_2N_2:Eu^2+

Robin Petit
Persistent luminescente materialen zijn materialen die in staat zijn licht te geven gedurende periodes van enkele seconden, uren tot zelfs dagen.
Ondanks dat deze materialen reeds het onderwerp zijn geweest van vele studies is het onderliggende mechanisme nog niet volledig begrepen.
Het is echter algemeen aanvaard dat defecten in het materiaal een belangrijke rol spelen in het verkrijgen van het uitgesteld gedrag van de luminescentie.
De bezetting van deze defecten kan op verschillende manieren worden beïnvloed: warmte, een verandering in druk of bestraling met infraroodlicht.
De huidige masterproef behandelt de interactie tussen deze stimulaties, meer specifiek de verandering in druk en de infraroodbestraling.

Het verband tussen het gebruik van digitale media en welzijn: een verkennend onderzoek bij kinderen van 9 tot 12 jaar

Helena Bruggeman
In deze masterproef bestudeerden we de relatie tussen schermgebruik, sociale relaties en subjectief welbevinden bij kinderen tussen 9 en 12 jaar. We vonden een belangrijke samenhang tussen zowel de kwaliteit als de kwantiteit van hun sociaal netwerk met hun subjectief welbevinden. We vonden geen betekenisvolle relatie tussen schermgebruik en subjectief welbevinden enerzijds en sociaal netwerk anderzijds.

Wenbeleid in de occasionele kinderopvang: Praktische en haalbare handvatten voor een wetenschappelijk onderbouw wenbeleid

Nancy Goossens
Op initiatief van en ondersteund door stad Antwerpen startte in 2003 de “Occasionele Kinderopvang Is DroomOpvang”(OKiDO). Deze opvang is ontstaan als buurt- en nabijheidsdienst project naast de andere opvangvormen door onthaalouders, kinderdagverblijven en buitenschoolse kinderopvang. De doelgroep van OKiDO zijn kwetsbare gezinnen. Buiten de functie van occasionele kinderopvang is OKiDO ook een tewerkstellingsproject voor doelgroepmedewerkers in opleiding. Zo combineren deze doelgroepmedewerkers hun opleiding Kinderzorg met hun werk bij OKiDO. Elke OKiDO zet heel erg in op ouderparticipatie en buurtparticipatie. Dat zijn de pijlers van hun lokale dienst buurtgerichte kinderopvang.

De occasionele opvang speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de kinderen. Door kennis over de verschillende ontwikkelingsfasen van een kind en over bijzondere aandachtspunten voor kwetsbare gezinnen werkt de opvang preventief en ondersteunend. Dat draagt bij tot een kwaliteitsvolle opvang. Volgens het referentiekader van Kind en Gezin maakt wennen deel uit van een kwaliteitsvolle opvang en is het een recht van de ouders en de kinderen. Het starten in de kinderopvang is een ingrijpende gebeurtenis voor kinderen en ouders. Ingrijpende gebeurtenissen brengen angst en stress met zich mee en hebben een invloed op de ontwikkeling van het kind. Dit kan voor een, meestal tijdelijke, terugval in de ontwikkeling zorgen. In het bijzonder voor kwetsbare kinderen (bv. uit migratiegezinnen, in een armoedesituatie) vormt dat een risico. Het is belangrijk daarmee rekening te houden in de opvang.

Wennen kan niet losgekoppeld worden van ouderparticipatie. Ouderparticipatie is belangrijk voor het kind, de ouders en de begeleiders. Voor de medewerkers in de kinderopvang is er een belangrijke rol weggelegd bij het wennen en bij de ouderparticipatie. Indien er een goede samenwerking is tussen de verschillende actoren, verloopt de overgang van thuis naar opvang ook vlotter. Een vlotte samenwerking is een belangrijke basis voor een kwaliteitsvolle kinderopvang. Kwaliteitsvolle kinderopvang kan zo voor een verbindende werking zorgen.

In de occasionele opvang OKiDO zagen we dat de ondersteunende mogelijkheden om te wennen niet altijd in de praktijk worden omgezet. Deze eindproef heeft mij toegelaten om het belang van wennen theoretisch te onderbouwen en om OKiDO een aantal mogelijkheden aan te reiken die hun wenbeleid versterken.

Bij mijn veranderingsvoorstellen heb ik gekozen om te vertrekken vanuit het aanzetten tot empowerment van ouders en kinderbegeleiders. Deze vertalen zich in praktische handvatten zoals:

• Een vast afscheidsritueel aan een familieboom, die dienst doet als ankerpunt voor kind en ouders en zorgt voor vertrouwen, verbondenheid en actieve betrokkenheid van de ouders.
• Een stappenplan dat zorgt voor een visuele overdracht van informatie tussen opvangverantwoordelijke en kinderbegeleiders.
• Het aanstellen van een wenbegeleider en deze actief laten participeren tijdens het intakegesprek en bij de wenmomenten, zorgt voor meer zin tot verantwoordelijkheid bij de betreffende kinderbegeleider en het schept vertrouwen bij ouders en kind. Bovendien zijn alle praktische voorbereidingen getroffen voor de opstart in de opvang waardoor ouders en kind zich welkom voelen.

De voorstellen zijn implementeerbaar in alle kinderdagverblijven, mits het creëren van bewustwording rond het belang van wennen binnen de organisaties en bij de opvangverantwoordelijken. Om hiertoe te komen is er nood aan een professional binnen de organisatie die het thema wennen opneemt, uitdraagt en opvolgt. Wennen is immers geen ‘eenmalig’ aandachtspunt, maar maakt deel uit van het pedagogische raamwerk van de kinderopvang, één van de vergunningsvoorwaarden voor alle organisatoren van kinderopvang. Het is een cruciaal onderdeel om het welbevinden van het kind in de opvang te bevorderen.