Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

ARCHEOLOGIE VAN DE LAATMIDDELEEUWSE ‘HETEROSEKSUALITEIT’ Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

Lisa Fenucci
Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

Autopsie bij mors in utero: de vroedvrouw als begeleidende kracht

Johanna Dhondt
Na een doodgeboorte moeten de ouders tal van beslissingen nemen, zo ook over een eventuele autopsie. Hoe verloopt dit keuzeproces en welke rol speelt de vroedvrouw hierin?

Draw-a-scientist-test bij Vlaamse lagereschoolkinderen

Lise Reniers
Aan de hand van de draw-a-scientist-test wordt er nagegaan welk beeld Vlaamse lagereschoolkinderen hebben over wetenschap(pers).

Investigation and in vivo validation of the anti-Candida activity of probiotic metabolites in the vaginal niche

Silke Baldewijns
Deze scriptie gaat over het effect van probiotische metabolieten op vaginale Candida infecties. Het effect van de gist Saccharomyces cerevisiae als probioticum tegen vaginale Candida infecties werd ook getest in een muismodel.

Standaarddosering van β-lactam-antibiotica: farmacokinetiek en effecten op veiligheid bij de geriatrische patiënt

Jeroen Vervalcke Arnaud De Clercq
Amoxicilline-clavulaanzuur en Piperacilline-tazobactam zijn twee frequent voorgeschreven antibiotica in het ziekenhuismilieu. Bij geriatrische ouderen wordt nu een standaarddosering gehanteerd, die werd berekend op basis van studies bij jongere individuen. Deze thesis tracht na te gaan of onder deze therapie adequate resultaten worden bekomen.

In vitro investigation of the potential of Saccharomyces cerevisiae and Lactobacillus-based probiotics against vaginal candidiasis

Mart Sillen
In vitro onderzoek naar het potentieel van Saccharomyces cerevisiae en Lactobacillus gebaseerde probiotica tegen vaginale candidiasis.

ARCHEOLOGIE VAN DE LAATMIDDELEEUWSE ‘HETEROSEKSUALITEIT’ Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

Lisa Fenucci
Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

Forensische microbiologische vingerafdrukken: een moleculair hulpmiddel als toepassing in aanrandingszaken?

Jana Hiers
Deze scriptie onderzoekt het potentieel van microbioom analyse als bijkomend forensich bewijsmateriaal in zaken van seksueel geweld.

Translating Homesickness in Nâzım Hikmet’s Poems: A Chronotopical Reading of Homesickness in Literary Translation

İlayda Buse Demirci
In dit onderzoek wordt Nâzım Hikmets heimwee in zijn gedichten bestudeerd qua tijd en ruimte. Om te zien hoe zijn heimwee wordt weergegeven in vertaling wordt een selectie van de Engelse vertalingen van zijn gedichten geanalyseerd met betrekking tot strategieën voor poëzie vertalen.

Gender(on)gelijkheid in de sportwereld (1950-1980) "Moet hen onmiddellijk voldoening worden geschonken?" Belgische sportvrouwen en de instituties van het wielrennen, de atletiek en het voetbal

Maura De Troyer
Belgische sportbonden weigerden voor een lange tijd om vrouwensport te erkennen. In 1950 mochten vrouwen voor het eerst officieel aan atletiek doen. Wielrennen kon pas in 1959 en voetbal in 1970. Op welke manier werden deze sporten georganiseerd? Wie waren de vrouwelijke pioniers in deze sporten en wat waren hun ervaringen met de sportbonden, feminisme, en de bredere samenleving?

Abortus, ook een mannenzaak

Amber Scheerlinck Maarten Bockstaele Rano Pulatova Francis Pauwels
In ‘Abortus, ook een mannenzaak’ gaan we op zoek naar de rol van de man in het abortusverhaal. We laten getuigen en experten aan het woord in drie fases. Dit doen we volgens het verloop van een abortusproces: de beslissing, de ingreep en de verwerking.

Dansen op het slappe koord: een studie naar grensoverschrijdend gedrag in de professionele danssector

Matilde Willemyns
Hoewel de MeToo-beweging al sinds 2017 actief ijvert voor betere omstandigheden in de cultuursector, blijkt deze problematiek nog steeds branded actueel, met de open brief van dansers gericht aan Jan Fabre als een van de meest besproken gevallen. De professionele danssector bevindt zich namelijk in een bijzonder kwetsbare positie. Want hoe stel je grenzen in een job waarbij het lichaam hét instrument is? Om dit te beantwoorden werd er met een kwalitatief onderzoek dieper ingegaan op hoe jonge vrouwelijke professionele dansers hun grenzen opstellen vanuit de complexe interactiestructuur in de danswereld.

Reasons behind non-participation: The case of non-participation of Belgian young adults in the Jeugd Parlement Jeunesse

Fien Pauwels
Kwantitatief onderzoek naar de redenen voor non-participatie van Belgische en hoogopgeleide jongeren tussen de 18 en 25 jaar. Verklaring voor tegenvallende participatiecijfers aan de hand van politieke en sociologische theorieën.

De samenvloeiing van mythologie en allegorie in het oeuvre van Anthony Van Dyck

Rebecca Gheyssens
We leven in een beeldende cultuur die voortdurend evolueert en verandert. Mythologie en allegorie maken sinds de klassieke oudheid deel uit van deze wereld. Deze masterproef heeft als doel de materie rond mythologie en allegorie te verduidelijken en een antwoord te bieden op de vraag of er een samenvloeiing van deze elementen is in de barok van de Zuidelijke Nederlanden. Om vervolgens te achterhalen hoe dit tot uiting kwam in het werk van Anthony Van Dyck.

Japanse geest met Westerse technieken

Maarten Saelaert
Gedurende de Meiji-periode (van 1868 tot 1912) veranderde de mannenmode enorm. Welke fysieke veranderingen waren er en hoe keek men naar deze nieuwe mode? Dit onderzoek, gebaseerd op geschreven bronnen en authentieke kledingstukken biedt een vernieuwend perspectief op de Japanse geschiedenis.

Hoe kunnen we mensen in kwetsbare situaties menswaardig en als participant empoweren richting e-inclusiviteit?

Zozan Kilic
Met dit onderzoek wil Zozan Kilic nagaan hoe de digitale ongelijkheid verkleind kan worden door gebruik
te maken van grondrechten, om professionals en organisaties tools te kunnen meegeven
voor een empowerende ondersteuning waarbij vertrouwen centraal staat.

“We don't eat batteries. Without water there is no life". A queer-ecology approach to lithium extractivism in the context of the energy transition: the case of South America.

Ian Enriquez
De verborgen kosten van onze groene energietransitie zijn niet gender neutraal.

Gaan smartphone-afhankelijkheid en gevoelens van eenzaamheid hand in hand? Een multimethodisch onderzoek bij Vlamingen tussen 16 en 34 jaar

Sarah Michiels
De smartphone heeft op enkele jaren tijd een centrale plaats veroverd in ons leven. Niet alleen het bezit ervan neemt toe, ook het gebruik gaat nog jaarlijks de hoogte in. Maatschappelijk minstens even relevant is de toenemende eenzaamheid in onze samenleving. Deze masterproef focust op een mogelijk positief verband tussen smartphone-afhankelijkheid en gerapporteerde gevoelens van eenzaamheid bij Vlamingen tussen 16 en 34 jaar.

‘In de naam van de vader: Katholieke ideeën over vaderschap in de jaren 1950’

Rebecca Segers
Een geschiedenis van de katholieke vaderschapsidealen in het België van de jaren 1950. De thesis staat stil bij de opkomst van teder en aanwezig vaderschap in België. Hoe werden vaders geportretteerd in katholieke tijdschriften tijdens het hoogtepunt van de verzuiling? En waar komen dus sommige van onze mannelijkheidsidealen vandaag vandaan?

Van dorpen van de dood naar leerscholen voor het leven: De evolutie van drie katholieke leprozerieën in Belgisch-Congo onder invloed van de sulfonentherapie tussen 1940 en 1960

Felix Deckx
1950 was een belangrijk jaartal in de geschiedenis van de lepraverzorging in de voormalige Belgische kolonie Congo. Rond die tijd werd de sulfonenbehandeling in 's lands leprozerieën gemeengoed. Voor het eerst was de westerse geneeskunde in staat lepra volledig te genezen. Deze masterproef onderzoek de impact van deze behandeling op de Belgisch-Congolese lepraverzorging. In het bijzonder wordt stilgestaan bij de religieuze, medische en sociale omgang met de Congolese patiënten.

Pre-eclampsie en het ontwikkelen van een autisme spectrum stoornis bij het kind: een systematische review.

Celine Vlerick Lana Hoebeke
Door middel van een literatuuronderzoek werd er onderzocht of vrouwen met pre-eclampsie tijdens de zwangerschap een verhoogde kans hebben op het krijgen van een kind met autismespectrumstoornis. Het werkingsmechanisme op de hersenontwikkeling wordt bondig uitgelegd. Bovendien kon de masterproef aantonen dat er een verhoogd risico op autismespectrumstoornis is.

Vrouwelijk artistiek rollenspel. Een onderzoek naar alter ego's en persona's bij vrouwelijke kunstenaars vanaf de jaren 80 van de twintigste eeuw tot op heden

Ellen Van Driessche
Deze master paper onderzoekt waarom vrouwelijke kunstenaars alter ego's en persona's creëren in de beeldende kunst vanaf de jaren 80 van de twintigste eeuw tot op heden. Aan de hand van een theoretisch kader worden er een aantal hypothesen gesteld. Die hypothesen worden daarna toegepast op twee casestudies waaronder de figuren 'Madame' en 'It' van Belgisch kunstenares Ria Pacquée en het businesspersona van Brits kunstenares Carey Young.

Samenzweringstheorieën en de laatste jaren van de Romeinse Repubbliek (44-31 v. Chr.)

Collin Cardon
Ik heb onderzocht in welke mate Klassieke auteurs samenzweringstheorieën gebruikten in hun beschrijving van de gebeurtenissen tussen 44 en 31 voor Christus.

Slachtoffers van onwetendheid: de kennisverspreiding van het DES-hormoon in België sinds 1971

Antje Van Kerckhove
In 1947 veroverde het DES-hormoon de wereld. Het middel had als doel om miskramen te voorkomen en werd wereldwijd voorgeschreven aan miljoenen zwangere vrouwen. In 1971 werd echter aangetoond dat DES schadelijk was voor de baby’s – zogenaamde DES-kinderen – die als foetus werden blootgesteld aan het hormoon. Vooral DES-dochters liepen ernstige medische risico’s. Bovendien bleek jaren later dat ook DES-kleinkinderen vatbaar zijn voor de gevolgen van DES. Dat het middel in België nog zeker tot 1977 – zes jaar nadat de schadelijkheid formeel werd bewezen – is toegediend aan zwangere vrouwen, doet onderzoeksjournaliste Greet Pluymers en enkele DES-dochters vermoeden dat er sprake is van een dofpotoperatie. Een mogelijke doofpotaffaire zou inderdaad verklaren waarom DES op de markt bleef tussen 1971 en 1977, maar het vormt geen antwoord op de vraag waarom er vandaag in België – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Nederland – nog steeds weinig kennis bestaat of circuleert over de schadelijke gevolgen van het hormoon. Dit onderzoek gaat daarom na hoe de late en gebrekkige kennisverspreiding van DES binnen de Belgische context verklaard kan worden. Daarbij neemt deze studie afstand van een mogelijke doofpotaffaire door op zoek te gaan naar een lange termijn verklaring voor de relatieve onwetendheid over DES in België. Om een licht te werpen op het gebrek aan kenniscirculatie vanaf 1971 steunt dit onderzoek op inzichten uit de agnotologie, een theorie die ervan uitgaat dat onwetendheid het gevolg is van culturele constructies.
Zo bood deze studie – aan de hand van interviews met DES-dochters en gynaecologen – inzicht in de langdurige mechanismen en processen die aan de basis liggen van de gebrekkige kennisverspreiding van het DES-hormoon in België. De rol van ouders en artsen – die golden als de belangrijkste informatieverstrekkers in het kennisproces van DES-dochters – bleek daarbij cruciaal. Indien zij niet optraden als kennisverspreiders, bleven DES-dochters vaak jarenlang in het ongewisse over hun DES-identiteit. Verder wees de analyse uit dat DES-dochters in grote mate afhankelijk waren van toeval voor een juiste diagnostisering. Daarnaast bleek dat de schuldgevoelens van sommige DES-moeders – zeker in huishoudens waar een sterk taboe rustte op infertiliteit – het stilzwijgen van DES in de hand werkte. Op die manier toonde ik aan dat het stigma rond onvruchtbaarheid bijdroeg aan de onwetendheid over DES en niet alle ouders zomaar fungeerden als doorgeefluiken van kennis. Tot slot toonde dit onderzoek aan dat ook gynaecologen hun rol als informatieverstrekkers niet systematisch opnamen. Zo bleek dat artsen – ondanks het feit dat ze sinds het begin van de jaren 1970 geïnformeerd waren over de schadelijkheid van DES – het probleem leken te onderschatten. Deze onderschatting was het gevolg van de overtuiging dat het DES-probleem vanaf het einde van de jaren 1980 verleden tijd was. Maar deze opvatting alleen kon het kennistekort niet verklaren. Andere redenen waren de onzichtbaarheid van het DES-probleem in combinatie met de moeilijkheid om congenitale afwijkingen te linken met het hormoon, de exclusieve focus op fertiliteitsproblemen, het gebrek aan ondervraging
94
en de mogelijk nauwe relaties tussen UCB en de medische wereld. Op die manier ontstond er een algemeen gebrek aan belangstelling voor het DES-probleem in medische kringen in België waar DES-dochters tot op heden het slachtoffer van zijn.

Dyspareunie in de menopauze, hoe het taboe doorbreken?

Sara Corsus
Dyspareunie is een veelvoorkomend ongemak in de menopauze. Door het taboe rond dit onderwerp word het vaak niet besproken en blijft het vervolgens onbehandeld. Deze proef onderzoekt hoe we dit taboe in de maatschappij kunnen doorbreken, om vrouwen met dyspareunie vlotter bij de juiste hulpverlener te krijgen.