Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

THE INFLUENCE OF HEALTH LITERACY AND SELF-STIGMATISATION ON HELP-SEEKING BEHAVIOR IN PEOPLE LIVING WITH OBESITY

Vrije Universiteit Brussel
2026
Hanne
Vandevelde
In deze masterthesis werd onderzocht welke rol stigma en health literacy (gezondheidsvaardigheden) hebben op hulpzoekgedrag bij patiënten met obesitas.
Meer lezen

De impact van digitalisering op zeevarend personeel

Antwerp Maritime Academy
2025
Wannes
De Witte
Deze masterscriptie onderzoekt hoe digitalisering de jobinhoud, het functioneren en het

welzijn van zeevarenden be ̈ınvloedt, met bijzondere aandacht voor fysieke, mentale, pro-
fessionele en sociale aspecten.

Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden, werd een mixed-methodsbenadering

toegepast: acht semigestructureerde diepte-interviews met negen respondenten uit ver-
schillende sectoren, aangevuld met een enquˆete (n = 78) onder voornamelijk Belgische

respondenten in brugfuncties. Alle interviews zijn getranscribeerd en thematisch gea-
nalyseerd met deductieve en inductieve codering. Triangulatie werd nadien toegepast

tussen de kwalitatieve inzichten en de kwantitatieve resultaten. Dit leverde 34 empirische
bevindingen op die systematisch werden verbonden met de literatuur.

De resultaten tonen aan dat digitalisering in de maritieme sector de effici ̈entie en veilig-
heid verhoogt, maar ook werkdruk en mentale belasting veroorzaakt. Meer schermtijd

correleert met lichamelijke klachten en slaapverstoring. De taakfocus verschuift naar
systeemtoezicht, met risico op verminderd situationeel bewustzijn en achteruitgang van
vakmanschap.
Dit vraagt om een ge ̈ıntegreerde aanpak die digitale competenties versterkt, werkdruk
bewaakt en vakmanschap waarborgt. Aandacht voor ergonomie, gezond schermgebruik
en digitale meldingen moet structureel ingebed worden via gerichte training, duidelijke
afspraken tussen wal en schip en een gedeelde cyberveiligheidscultuur. Deze scriptie werkt
dit uit in aanbevelingen voor toekomstig onderzoek.
Meer lezen

Erfgoediseren van digitale cultuur: door musea en andere erfgoedinstellingen

KU Leuven
2025
Floor
Arnauts
Digitale cultuur ontwikkelt zich in een ongekend tempo en wordt gekenmerkt door zowel overvloed als kwetsbaarheid. De vluchtigheid van digitale creaties, van interactieve installaties tot websites, sociale mediaplatformen en andere databestanden, stelt musea en erfgoedinstellingen voor fundamentele vragen. Hoe kan born-digital erfgoed worden geïdentificeerd als cultureel waardevol, duurzaam worden vastgelegd en vervolgens toegankelijk en betekenisvol worden gepresenteerd? Dit onderzoek benadert deze uitdaging vanuit het proces van erfgoedisering, waarbij de vier kernfuncties waarderen, verzamelen, bewaren en presenteren centraal staan. In de digitale context blijken deze functies niet los van elkaar te opereren, maar voortdurend op elkaar in te grijpen. Door middel van beleidsanalyse, theoretische kaders en casestudies van Vlaamse erfgoedinstellingen, waaronder Design Museum Gent, Amsab, de Hendrik Conscience Bibliotheek en KADOC, wordt zichtbaar hoe technische, juridische en beleidsmatige drempels een structurele inbedding van born-digital erfgoed bemoeilijken. Tegelijkertijd tonen innovatieve praktijken aan dat interdisciplinariteit, het gebruik van open standaarden en samenwerking met makers en publiek effectieve strategieën kunnen opleveren. De bevindingen wijzen erop dat een geïntegreerde en structureel verankerde aanpak onontbeerlijk is om digitale cultuur niet alleen te bewaren, maar ook haar betekenis te behouden voor toekomstige generaties.
Meer lezen

Contextbewust speculatief decoderen voor Retrieval Augmented Generation met toepassing bij UZGent

Universiteit Gent
2025
Gianni
Van de Velde
We hebben allemaal al eens gehoord hoeveel energie AI vandaag wel niet gebruikt. Deze scriptie probeert dat probleem een klein beetje te verkleinen, door het energieverbruik van toepassingen zoals ChatGPT te verminderen. Het is ons gelukt om de energie-efficiëntie met 17% te verhogen en dat terwijl we zelfs 17% sneller tekst genereren.
Meer lezen

Objectdetectie in sonardata met behulp van semi- en self-supervised learning

HOGENT
2025
Yoran
Gyselen
Sinds de opkomst van krachtige AI- en deep learning-modellen is data uitgegroeid tot een essentiële en vaak beperkende factor in het ontwikkelingsproces. Waar eenvoudige modellen vaak kunnen volstaan met beperkte en eenvoudige datasets, vereisen complexere modellen – zoals die voor objectdetectie – steeds grotere en rijkere hoeveelheden gelabelde data. Dit vormt een belangrijk probleem in domeinen zoals sonarbeeldvorming, waar dergelijke datasets niet beschikbaar zijn als kant-en-klare bronnen en handmatige annotatie buitengewoon tijdsintensief en kostbaar is. Dit onderzoek richt zich daarom op de centrale vraag: hoe kunnen semi-supervised en self-supervised leermethoden het labelproces bij objectdetectie in sonardata versnellen, zonder significant verlies aan nauwkeurigheid?

Om deze vraag te beantwoorden is een experimenteel kader opgezet waarin drie benaderingen zijn onderzocht: een volledig supervised baseline gebaseerd op Faster R-CNN, een semi-supervised model met FixMatch, en een self-supervised strategie waarbij een BYOL-model wordt gepretraind en vervolgens gebruikt als backbone binnen een Faster R-CNN-architectuur. De experimenten zijn uitgevoerd op een publieke sonardataset bestaande uit 7600 gelabelde sonarbeelden. Voor de supervised baseline is het model getraind op verschillende hoeveelheden gelabelde data: 1%, 5%, 10%, 50% en 100%. De bijbehorende mAP-scores tonen een sterke daling in nauwkeurigheid naarmate de hoeveelheid gelabelde data afneemt, met resultaten variërend van 0.7717 (100%) tot slechts 0.2799 bij gebruik van 1% van de data.

In het semi-supervised scenario is FixMatch toegepast met 5% en 10% gelabelde data, terwijl de resterende data werd gebruikt als ongelabelde input. Deze aanpak resulteerde in mAP-scores van respectievelijk 0.6649 en 0.6828, wat duidelijk betere prestaties zijn dan het supervised model op dezelfde labelniveaus. Voor het self-supervised model werd BYOL gepretraind op de volledige dataset zonder labels. De representaties die dit opleverde zijn vervolgens geïntegreerd in Faster R-CNN, waarbij opnieuw 5% en 10% van de data gelabeld werd gebruikt voor training. Deze benadering leverde de hoogste nauwkeurigheid binnen de lage-labelscenario's, met mAP-scores van respectievelijk 0.6452 en 0.7230.

De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat zowel semi-supervised als self-supervised technieken effectief zijn in het verminderen van de afhankelijkheid van handmatig gelabelde data, terwijl de modelprestaties grotendeels behouden blijven. Met name self-supervised pretraining via BYOL blijkt zeer waardevol in situaties met beperkte gelabelde data. Deze bevindingen bieden praktische aanknopingspunten voor het ontwikkelen van efficiëntere workflows in sonarbeeldanalyse, en zijn relevant voor bredere toepassingen in domeinen waar gelabelde data schaars of moeilijk te verkrijgen is. Hoewel de resultaten veelbelovend zijn, is vervolgonderzoek nodig om de generaliseerbaarheid naar andere types sonardata of real-time toepassingen te evalueren.
Meer lezen

Pilgrimage Reconfigured: Vision 2030, Religious Tourism, and the Shifting Imaginaries of Flemish Muslims

Universiteit Gent
2025
Amina
Bouslah
Voor veel Vlaamse moslims is het een levensdoel om de Hajj of Umrah ondernemen naar Mekka en Medina. Eeuwenlang draaide die reis uitsluitend om spiritualiteit en verbondenheid met God. Maar sinds Saudi-Arabië in 2016 Vision 2030 lanceerde, verandert ook de manier waarop pelgrims hun reis ervaren.

In mijn onderzoek sprak ik met 125 Vlaamse moslims en deed ik aanvullende interviews. Hun verhalen tonen een dubbel beeld. Enerzijds blijft de pelgrimage een diep religieuze ervaring. Anderzijds krijgen pelgrims steeds meer te maken met moderne infrastructuur, apps zoals Nusuk en een overheid die zichzelf via sociale media als toeristische topbestemming in de markt zet.

Dat leidt tot nieuwe inzichten én spanningen. Veel pelgrims waarderen het comfort en de efficiëntie, maar anderen maken zich zorgen over de commercialisering rond de heilige plaatsen, de zichtbare armoede buiten de pelgrimszones en de rol van migrantenarbeid. Ook politiek weegt mee, sommigen ervaren ongemak over Saudi-Arabië’s internationale positie.

Mijn studie toont hoe Vision 2030 de bedevaart hertekent tot meer dan een spirituele reis. Het wordt ook een verhaal van toerisme, modernisering en geopolitiek.
Meer lezen

Bescherming of beperking? De invloed van child trackingtechnologie op privacy, autonomie en ouder-kindrelaties bij gezinnen met adolescenten van 15 tot 22 jaar

Universiteit Antwerpen
2025
Manon
Timmerman
Child trackingtechnologie wordt vaak gebruikt in het gezinsleven om de veiligheid te vergroten en gemoedsrust te bieden. Het roept echter ook ethische vragen op over privacy, autonomie en vertrouwen. Hoewel veel onderzoek zich heeft gericht op kinderen en jongere adolescenten, is er een gebrek aan diepgaande kennis over hoe dergelijke technologieën gezinnen met oudere adolescenten beïnvloeden - die zich in een cruciale fase bevinden waarin ze onafhankelijkheid en privacybewustzijn ontwikkelen. Deze studie vult die leemte door de volgende onderzoeksvraag te onderzoeken: Hoe beïnvloedt het gebruik van child trackingtechnologie de ouder-kindrelatie en privacyonderhandelingen in gezinnen met adolescenten van 15 tot 22 jaar?

Op basis van de Communication Privacy Management Theory van Petronio onderzoekt deze studie hoe volgpraktijken worden geïmplementeerd, onderhandeld en ervaren binnen gezinnen. Met behulp van een kwalitatieve methodologie werden diepte-interviews gehouden met 23 deelnemers (11 adolescenten en 12 ouders) uit zes Vlaamse gezinnen.

Uit de bevindingen blijkt dat tracking vaak wordt geïntroduceerd op belangrijke momenten van toenemende onafhankelijkheid en over het algemeen wordt geaccepteerd door adolescenten, hoewel vaak zonder uitdrukkelijke toestemming. Ouders behouden de primaire controle over beslissingen omtrent tracking, terwijl adolescenten beperkte zeggenschap hebben over het gebruik ervan. Tracking kan leiden tot privacyturbulentie wanneer grenzen worden overschreden, wat conflicten of vermijdingsstrategieën kan veroorzaken.

Deze studie benadrukt het belang van een open dialoog en onderhandelde grenzen om spanningen te verminderen en wederzijds begrip te bevorderen. Ze draagt bij tot een beter begrip van de gezinsdynamiek die wordt gevormd door surveillancetechnologieën en moedigt een reflectieve benadering van digitaal ouderschap aan, waarbij de opkomende behoefte van adolescenten aan autonomie en privacy wordt gerespecteerd.
Meer lezen

Wanneer is te veel, 'te veel'? Over het aantal kinderen per spermadonor (Deelonderzoek: Beleving van Donorkinderen)

KU Leuven
2025
Margot
Indekeu
De limieten op het aantal nakomelingen per donor (de donorquota) werden bepaald in een context van geheimhouding en anonimiteit rond donorconceptie. Ze zijn voornamelijk ingegeven door medische redenen, zoals het voorkomen van consanguïniteit. De opkomst van het internet en DNA-databanken, in combinatie met een maatschappelijke verschuiving naar meer openheid en recente wetswijzigingen, maakt het mogelijk dat nakomelingen van eenzelfde donor met elkaar in contact kunnen komen. Hierdoor is duidelijk geworden dat de wetten en richtlijnen in het verleden niet altijd nageleefd werden en dat er een gebrek is aan internationale wetgeving waardoor donorkinderen soms geconfronteerd worden met een onverwacht aantal donor half-sibilings. Deze onvoorziene contacten brengen nieuwe vragen en uitdagingen met zich mee, waardoor de psychosociale aspecten van het aantal nakomelingen per donor steeds meer op de voorgrond komen te staan.

In deze masterproef werd onderzocht hoe donorkinderen genetische verwanten die ontstaan zijn uit donaties van dezelfde donor beleven, binnen het bredere maatschappelijke vraagstuk rond donorquota. Om een diepgaand inzicht te verkrijgen in deze belevingen werd gekozen voor een explorerende, kwalitatieve onderzoeksbenadering. Semigestructureerde interviews werden afgenomen en geanalyseerd aan de hand van een thematische analyse, gebaseerd op de aanpak van Braun en Clarke (2006). Aan het onderzoek namen twaalf personen deel uit alleenstaande-moeder, moeder-moeder en moeder-vader gezinnen. Uit de analyse van de interviews blijkt dat de beleving van de deelnemende donorkinderen gevarieerd en complex is en zich situeert op verschillende niveaus: individueel (bewustzijn rondom donor half-siblings, impact op identiteit), interpersoonlijk (woordgebruik, betekenis van genen en verwantschap, vormgeven aan de relatie, relationele dynamieken, familiale grenzen) en beleidsmatig (kindperspectief, centraal register, donorquota). De deelnemers gaven aan een sterke behoefte te ervaren naar vrijheid om zelf betekenis en vorm te mogen geven aan de genetische connectie met hun donor half-siblings, zonder zich te moeten verdedigen voor hun gevoelens en gedachten. Tegelijkertijd was er ook een duidelijke behoefte aan informatie en ondersteuning, mede doordat er weinig sociale kaders bestaan om deze relaties te duiden. De meerderheid van de deelnemers vond dat er een internationaal, centraal register moet komen dat transparantie en overzicht biedt over het aantal nakomelingen per donor. Daarnaast was er unanimiteit over de noodzaak van een duidelijk donorquotum dat nageleefd en opgevolgd wordt.

Binnen de klinische praktijk is het belangrijk om begeleiding en ondersteuning te bieden aan donorkinderen bij het verkennen van mogelijke betekenissen van de genetische connectie met donor half-siblings, zonder deze voor hen in te vullen. Daarnaast spraken deelnemers de wens uit om het onderbelichte kindperspectief centraal te stellen in het maatschappelijke en politieke debat rond de praktijk van donorconceptie. Ze voelden daarbij een nood aan erkenning van donorkinderen als personen met eigen rechten en informatiebehoeften.
Meer lezen

Vrijwillige kinderloosheid onder de loep: concepten, discoursen en machtsverhoudingen in verandering

Universiteit Gent
2025
Saar
De Coster
Mijn scriptie onderzoekt vrijwillige kinderloosheid en laat zien hoe wetenschap vaak vanzelfsprekendheden reproduceert waardoor bepaalde stemmen structureel onzichtbaar blijven. Uit een analyse van 23 wetenschappelijke artikelen blijkt dat onderzoek zich voornamelijk richt op witte, hoogopgeleide westerse vrouwen, terwijl LGBTQ+-personen, vrouwen met een migratieachtergrond, mensen met een beperking en mensen in precaire sociaaleconomische situaties nauwelijks aan bod komen. Veel studies beschouwen kinderloosheid als een volledig autonome keuze, terwijl sociale, culturele en economische factoren juist een grote rol spelen. Het onderscheid tussen “vrijwillig” en “onvrijwillig” blijkt vaak te simplistisch; in werkelijkheid bevindt kinderloosheid zich op een continuüm van uitstel, noodzaak en bewuste keuze. Mijn onderzoek toont dat inclusief en kritisch onderzoek nodig is om de blinde vlekken zichtbaar te maken en een vollediger beeld te krijgen van menselijke ervaringen rondom vrijwillige kinderloosheid.
Meer lezen

Projectverslag: infographic informele melkdeling: Ter ondersteuning van educatie voor zorgverleners

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Femke
Rylant
Informele melkdeling, een kant van melkdeling die weinig aandacht krijgt en vooral geheim wordt besproken.
Met de nieuwe donormelkbanken is er ook breder gekeken naar zorgverleners die in aanraking komen met vragen naar informele deling. Zij hebben nood aan een ondersteunende tool om ook dit gesprek te kunnen voeren en vooral de veiligheid te verhogen in het mate van het mogelijke. Deze bacherlorproef legt zich toe op zo'n tool en maakt nog extra aanbevelingen.
Meer lezen

Het gebruik van Chromebooks in de lagere school ter bevordering van leerresultaten en digitale vaardigheden

Odisee Hogeschool
2025
Aya
Abik
Mijn bachelorproef gaat over het gebruik van Chromebooks in de lagere school ter bevordering van leerresultaten en digitale vaardigheden.
Meer lezen

5G Man-in-the-Middle Research Tool

Universiteit Hasselt
2025
Jelle
Beerts
In deze scriptie onderzoeken we de mogelijkheden rond het ontwikkelen van een tool die onderzoekers moet helpen met het ontwikkelen van nieuwe aanvallen op 5G netwerken. Typisch vereisen aanvallen op dit soort netwerken dat de aanvaller zich tussen twee nietsvermoedende partijen plaatst en deze positie op een of andere manier misbruikt. Dit onderzoek tracht een generiek platform te maken om vanaf deze basis te starten met het ontdekken van nieuwe aanvallen, om zo dit essentiële onderzoek een duw in de rug te geven.
Meer lezen

De eerste 1000 dagen met 1000 verwachtingen

KU Leuven
2025
Charlotte
Wong
Het discours rond de eerste 1000 dagen (van conceptie tot 2 jaar) geldt internationaal en in Vlaanderen als een cruciale periode voor kindontwikkeling. Het wil preventief werken door vroege zorg te promoten, maar legt impliciet ook veel verantwoordelijkheid bij ouders, vooral moeders. De focus ligt sterk op kinduitkomsten, terwijl ouderervaringen onderbelicht blijven. In Vlaanderen groeit kritiek op het deterministische karakter, de individualisering van verantwoordelijkheid en het gebrek aan structurele steun. Dit onderzoek verkent via diepte-interviews met negen koppels hoe ouders het discours beleven, welke invloed het heeft op hun ouderschap en welke rol gender speelt. Weinig ouders kennen de term expliciet, maar herkennen de principes (hechting, nabijheid). Informatie wordt als versnipperd en tegenstrijdig ervaren. Sommigen voelen zich gesteund, anderen onder druk gezet door hoge verwachtingen. Moeders ervaren meer druk en nemen vaker het voortouw; vaders hebben vaker een ondersteunende rol, mede door ongelijk verlof en sociale normen. Ouders filteren adviezen en zoeken aansluiting bij eigen waarden, maar de nadruk op individuele verantwoordelijkheid bemoeilijkt dit.
Het discours blijkt paradoxaal: het wil steun bieden, maar versterkt ook druk en ongelijkheid. Aanbeveling: een inclusiever beleid dat ook het welzijn en de leefwereld van ouders centraal zet.
Meer lezen

Pornoverslaving bij adolescenten

Karel de Grote Hogeschool
2025
lore
bomberen
In deze bachelorproef onderzocht ik hoe praktijkgerichte orthopedagogen jongeren van 12 tot 18 jaar het best kunnen begeleiden bij een online pornoverslaving. Door de grote toegankelijkheid van pornografisch materiaal en de kwetsbaarheid van jongeren in hun seksuele ontwikkeling, groeit deze problematiek in stilte.

Mijn literatuurstudie belicht de risicofactoren (zoals eenzaamheid, trauma, gebrekkige mediawijsheid), de neurobiologische impact op het adolescentenbrein, en de psychosociale gevolgen, waaronder relatieproblemen, faalangst, negatief zelfbeeld en verminderde schoolprestaties.

De sociale kaart in Vlaanderen toont aan dat er bijna geen specifiek hulpaanbod is voor jongeren met een pornoverslaving. Slechts één organisatie, Nova Vida Recovery, geeft aan jongeren hierin te begeleiden.

Tot slot doe ik aanbevelingen op micro-, meso- en macroniveau: onder meer het verbeteren van psycho-educatie, het ontwikkelen van laagdrempelige hulptrajecten, het versterken van leerkrachten en hulpverleners, en het erkennen van de problematiek in beleid en onderzoek.

Deze bachelorproef wil een taboe doorbreken, een blinde vlek zichtbaar maken en een aanzet geven tot betere begeleiding en preventie voor jongeren.
Meer lezen

Automatic Semantic Annotation and Visualization of Machine Learning Pipelines with FnO

Universiteit Gent
2024
Pol
Nachtergaele
Deze paper introduceert een innovatieve tool voor het automatisch semantisch annoteren van machine learning-processen in RDF, met als doel om deze te integreren op het semantische web. Dit bevordert transparantie en helpt bij het naleven van de GDPR-wetgeving. De tool maakt gebruik van de Function Ontology (FnO) om Python-functies, -methoden en -klassen semantisch te beschrijven, en integreert de Provenance Ontology (ProvO) om datatransformaties tijdens het verwerkingsproces vast te leggen. Door het beschrijven van functie-implementaties kunnen gebruikers deze processen nadoen en uitvoeren, terwijl gedetailleerde provenance-informatie wordt vastgelegd. Bovendien worden MLFlow en de MLSchema Ontology gebruikt om machine learning-modellen en hun trainingsprocessen in RDF-formaat te beschrijven. Deze beschrijvingen worden gevisualiseerd met behulp van een stroomdiagram. Dankzij de semantische beschrijving van machine learning-operaties via deze tool kan een individu meer controle behouden over zijn eigen data.
Meer lezen

Het huidige veilingwezen van België : Recente geschiedenis, marktstructuur en uitdagingen

KU Leuven
2024
Elisa
Declercq
Abstract

De Belgische veilingmarkt groeit en trekt internationale spelers aan. Toch beperkt het wetenschappelijk onderzoek zich tot de vroegmoderne tijd, terwijl de recente geschiedenis, de financiële status en de huidige problematieken nauwelijks worden geanalyseerd. Deze masterthesis vult deze lacune met een stand van zaken bij 52 geselecteerde Belgische veilinghuizen. Informatie werd verzameld via gespecialiseerde wetenschappelijke artikels, artikels uit vakliteratuur en kranten, de digitale media van de veilinghuizen en persoonlijk contact met representatieve spelers uit de sector. In het onderzoek komt aan het licht dat de Belgische veilinghuizen veelal familiebedrijven zijn met een generalistisch aanbod om in te kunnen spelen op tendensen in de markt. Driekwart van de veilinghuizen is geconcentreerd in Brussel, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen. In totaal zijn er elf internationale veilinghuizen gevestigd in België, waarvan er drie effectief veilen. De twee oudste veilinghuizen die vandaag actief zijn, bestaan reeds sinds de jaren 1930 en vanaf de jaren 1970 zijn er steeds nieuwe bijgekomen. Daarvan is 30 procent voortgekomen uit antiekzaken, antiquariaten of galerijen. De laatste jaren is de aangroei gestabiliseerd. De Belgische veilinghuizen zijn doorgaans klein, waarbij de 20 procent grootste bedrijven zo’n 5 à 10 personeelsleden in VTE tewerkstellen en een brutomarge rond 0,5 miljoen à 1 miljoen euro draaien. De opbrengst wordt gehaald uit een mediane 25 procent koperspremie en een vaste 15 procent verkoperspremie. Van de 12 online gebruikte biedplatformen worden er 2 populaire door quasi alle veilinghuizen benut. Gemiddeld organiseert een veilinghuis 6 veilingmomenten per jaar. De groeiende digitalisering vergroot het klantenbereik nationaal en internationaal en zorgt ervoor dat het takenpakket van het veilinghuis uitbreidt, waaronder de rol van kunsthandelaar. Door online prijzendatabanken neemt de transparantie van de veilingmarkt toe en worden er meer verzamelaars aangetrokken. Toch blijft de drempel tot de veilinghuizen nog hoog voor potentiële klanten. Daarom trachten veilinghuizen hun zichtbaarheid te vergroten via populaire media en de ondersteuning van de Koninklijke Kamer voor Veilingzalen, die ook waakt over de kwaliteit van de veilingsector.
Meer lezen

Advancing the I2C proposal for WebAssembly System Interface

Universiteit Gent
2024
Friedrich
Vandenberghe
Dit proefschrift richt zich op de dringende behoefte aan robuuste en veilige softwareoplossingen in kritieke infrastructuursystemen, waar plotselinge storingen ernstige gevolgen kunnen hebben. Het onderstreept het belang van tijdige software-updates, vooral in industrieën als de auto-industrie, gezondheidszorg en transport. Het benadrukt de noodzaak van naadloze rollback-mechanismen in geval van storingen.

Het onderzoek introduceert WebAssembly en WebAssembly System Interface als veelbelovende technologieën voor dergelijke toepassingen, maar identificeert een kritiek gat in hun ondersteuning voor het veelgebruikte I2C-protocol in IoT-apparaten.

Het primaire doel van dit onderzoek is om deze kloof te overbruggen door I2C-connectiviteit mogelijk te maken voor WebAssembly-applicaties, met inachtneming van strenge beveiligings-, betrouwbaarheids- en overheadbeperkingen. Daarnaast heeft het proefschrift als doel om deze aanpak te standaardiseren, waardoor de wijdverspreide toepassing in de industrie wordt bevorderd en de duurzaamheid op lange termijn van kritieke infrastructuursystemen wordt gegarandeerd.

Om dit te vergemakkelijken worden de wasi-i2c interfaces voorgesteld. Deze interfaces volgen het capability-based security design principe dat centraal staat binnen WebAssembly System Interface. Om de deugdelijkheid van wasi-i2c vast te stellen worden implementaties geleverd. Deze implementaties variëren van verschillende runtimes, platformen en architecturen. Daarna wordt een evaluatie van de gemiddelde uitvoeringstijd en het geheugengebruik uitgevoerd.
Meer lezen

Designing Independence: A user-centered solution for active wheelchair users in cleaning their wheels

Universiteit Gent
2024
Soetkin
Cornelis
Genomineerde longlist mtech+prijs
Deze masterproef getiteld “Designing Independence: Een gebruiksgerichte oplossing voor actieve rolstoelgebruikers bij het reinigen van hun wielen” is geschreven door Soetkin Cornelis. Deze materproef werd ingediend tot het behalen van” Master of Science in de industriële wetenschappen: industrieel ontwerpen” aan de Universiteit Gent. Hierbij was dr. Bastiaan Caccarne de promotor en dhr. Henk Beyaert de begeleider.
Actieve rolstoelgebruikers leiden doorgaans een actief leven, met een carrière, gezin en hobby’s. Ze ervaren uitdagingen waar anderen niet bij stilstaan, zoals het zelfstandig reinigen van hun wielen. Dit specifieke probleem resulteert in het achterlaten van natte en/of vuile sporen en heeft ook emotionele en sociale gevolgen. Deze masterproef onderzoekt in opdracht van Move All The Way de ontwikkeling van een product dat actieve rolstoelgebruikers in staat stelt om op een eenvoudige, snelle en zelfstandige manier hun rolstoelwielen te reinigen. Hierbij wordt een sterk gebruiksgerichte aanpak gehanteerd, waarbij elementen uit de methodologie van Ulrich & Eppinger (2008) en de Double Diamond-methodologie (UK Design Council, 2005) worden gecombineerd in een eigen methodologie. Het onderzoek omvat een survey, interviews en drie reeksen gebruikerstesten, waardoor een diepgaand inzicht wordt verkregen in de ervaringen, noden en wensen van de doelgroep.
Het resultaat is een draagbaar product dat mechanisch rolstoelwielen reinigt. De uitwisselbare schoonmaaktools zijn aangepast aan verschillende reinigingsbehoeften Het reinigingsproces bestaat in het plaatsen van de tool tegen het wiel en het op de tool kantelen, waarna de band ter plaatse roteert en elk deel van de band wordt gereinigd. Doorheen het volledige proces is gewerkt met (voortdurende geëvalueerde en bijgestuurde) lijst met ontwerpcriteria wat verdere iteraties of varianten op dit product mogelijk maakt.
Meer lezen

"AI en productaansprakelijkheid – Last en vooruitgang?"

KU Leuven
2024
Erika
Rogojina
Mijn bachelorproef behandelt de juridische uitdagingen die ontstaan door de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) en de tekortkomingen van de huidige wetgeving rond productaansprakelijkheid. Het werk biedt een diepgaande analyse van de bestaande en toekomstige Europese en Belgische regelgeving en de manier waarop deze omgaat met de complexe en unieke aspecten van AI-systemen.

De scriptie begint met een overzicht van het huidige juridische kader voor productaansprakelijkheid op Europees en Belgisch niveau. Hieruit blijkt dat de huidige wetgeving, hoewel effectief voor traditionele producten, tekortschiet bij het reguleren van AI-toepassingen. AI wordt vaak niet als een product beschouwd, waardoor het moeilijk is de juridische verantwoordelijkheid vast te stellen.

Een belangrijk thema in mijn scriptie is de moeilijkheid voor consumenten om de bewijslast te dragen wanneer AI-systemen defecten vertonen. Het is vaak onmogelijk voor consumenten om aan te tonen dat een fout in een AI-systeem schade heeft veroorzaakt. Om deze reden wordt gesuggereerd in de rechtsleer dat de bewijslast in sommige gevallen zou moeten worden omgekeerd, waarbij de producent moet aantonen dat hun AI-product correct functioneerde.

Toch, speelt de "black-box"-problematiek dan ook een rol. AI-systemen functioneren vaak als een "black box", wat betekent dat zelfs de ontwikkelaars niet volledig kunnen verklaren hoe beslissingen tot stand komen. Dit gebrek aan transparantie bemoeilijkt de vaststelling van aansprakelijkheid, wat de positie van consumenten verzwakt.

In het context van de snelle ontwikkeling van AI heeft de Europese Commissie een nieuw voorstel gepubliceerd om de productaansprakelijkheidsrichtlijn te moderniseren en AI expliciet te reguleren. Dit zou leiden tot een grotere verantwoordelijkheid voor producenten, die verplicht zouden zijn om op verzoek van de rechtbank technische details over AI-systemen vrij te geven. Deze veranderingen zouden de informatiestroom tussen producenten en consumenten verbeteren, waardoor consumenten beter in staat zijn om hun zaak de onderbouwen.

In mijn werkstuk wordt ook een vergelijking gemaakt tussen de ontwikkelingen in België en andere landen zoals Nederland en Duitsland, waar al verdergaande stappen zijn gezet om AI-wetgeving aan te passen. Deze landen bieden waardevolle voorbeelden van hoe productaansprakelijkheid kan evolueren in een tijdperk van snelle technologische vooruitgang.
Meer lezen

How can Virtual Reality and/or Augmented Reality influence the Customer Journey?

Universiteit Gent
2024
Ruben
Coppens
Deze masterproef onderzoekt de invloed van virtual reality (VR) en augmented reality (AR) op de customer journey (CJ). De probleemstelling richt zich op hoe deze technologieën de interacties en ervaringen van klanten met bedrijven kunnen transformeren. De centrale onderzoeksvraag is: "Hoe kunnen Virtual Reality en/of Augmented Reality de customer journey beïnvloeden?"

Het onderzoek is gestart met een uitgebreide literatuurstudie om een theoretisch kader te bieden. Daarnaast is een kwalitatieve benadering gebruikt, waarbij semigestructureerde interviews zijn gehouden met zes experts in de sector. Tot slot is de data-analyse uitgevoerd met behulp van thematische analyse om patronen en inzichten te identificeren.

Uit het onderzoek blijkt dat VR en AR aanzienlijke voordelen bieden in alle fasen van de
customer journey, van bewustwording tot loyaliteit. VR biedt diepgaande immersieve
ervaringen, terwijl AR praktische en verbeterde interacties in de fysieke wereld mogelijk
maakt. Deze technologieën verbeteren de klantbeleving, verhogen de betrokkenheid en
kunnen leiden tot hogere conversiepercentages.

De conclusie van deze studie is dat VR en AR de potentie hebben om de gehele customer journey te transformeren door innovatieve en boeiende klantervaringen te bieden. De conclusie is daarom dat bedrijven die deze technologieën effectief implementeren, een concurrentievoordeel kunnen behalen en klanttevredenheid kunnen verhogen.
Meer lezen

Basis elektriciteit 2de graad D/A-finaliteit: Houttechnieken

Thomas More Hogeschool
2024
Thomas
Huyskens
Cursus basis elektriciteit voor houttechnieken 2de graad Dubbele finaliteit.
Op basis van de nieuwe leerplannen volgens het Katholieke onderwijs in Vlaanderen. Ontwikkeld voor leerkrachten en leerlingen houttechnieken gebaseerd op de leerplandoelen en hun wenken. Invulbundel leerling, verbetersleutel leerkracht, oefeningen, posters, ondersteunend lesmateriaal.
Meer lezen

HUISVESTING VAN HOBBYPLUIMVEE: EEN PRAKTIJKSURVEY

Universiteit Gent
2024
Jasper
Van Doren
Hobbykippen vallen buiten de wetgeving voor huisvesting en zijn slechts onderhevig aan richtlijnen. Deze studie onderzoekt de naleving van deze richtlijnen bij houders van hobbypluimvee, met behulp van een praktijksurvey. Er werden 50 houders van hobbypluimvee bezocht en bevraagd, waarna de resultaten vergeleken werden met vooropgestelde richtlijnen voor deze pluimveecategorie. De resultaten tonen aan dat veel hobbyhouders de richtlijnen onvoldoende naleven, met name wat betreft de afmetingen en inrichting van het binnenhok, inrichting van de buitenbeloop, bescherming tegen extreme weersomstandigheden, evenals de bioveiligheid en hygiëne. Deze tekortkomingen kunnen leiden tot gezondheids- en welzijnsproblemen bij de kippen. Bovendien blijkt uit deze studie een gebrek aan kennis over de bestaande richtlijnen en het belang van een goede huisvesting voor hobbykippen. Deze bevindingen benadrukken de noodzaak van betere sensibilisering en betere toegang tot informatiebronnen over huisvesting, evenals het promoten van huisvestingsrichtlijnen voor hobbykippen bij aanschaf van kippen.
Meer lezen

Evolving Biofilm Communities: Insights into Biofilm Evolutionary Dynamics and Ecological Succession through Adhesion Modeling

KU Leuven
2024
Nele
Gorissen
Deze scriptie onderzoekt met behulp van een computersimulatie de invloed van verschillende omgevingsfactoren zoals nutriëntenniveaus en disrupties op de evolutie van cellulaire hechtingsterkte in bacteriële biofilms. Dit is relevant in de medische sector (o.a. besmetting van patiënten en medisch gereedschap), maar ook voor allerlei industriële toepassingen zoals corrosie van metalen installaties.
Meer lezen

AI in healthcare: Accurate Innovation or Alarming Inconsistencies? The role of Large Language Models in Self-Care: A Study on Medical and Supplement Guidance Accuracy

Universiteit Antwerpen
2024
Branco
De Busser
In deze studie werd de prestatie van zes grote taalmodellen (GPT-3.5, GPT-4.0, Copilot, Gemini, Gemini Advanced en Perplexity) geëvalueerd op hun vermogen om nauwkeurige zelfzorgadviezen te geven over medicatie en supplementen. De taalmodellen werden getest met een reeks zelfzorgvragen in verschillende contexten en hun antwoorden werden systematisch verzameld en beoordeeld. De evaluatiecriteria omvatten de nauwkeurigheid van de antwoorden en hun potentieel om de patiënt te helpen.
De resultaten geven aan dat taalmodellen zeer goed in staat zijn om zelfzorgvragen nauwkeurig te beantwoorden en beschikken over de nodige kennis om relevante gezondheidsinformatie te verstrekken. GPT-4.0 kwam naar voren als het meest betrouwbare model en leverde nauwkeurige en uitgebreide antwoorden.
Een belangrijke bevinding van de studie is de aanzienlijke variabiliteit in de antwoorden tussen de modellen, beïnvloed door factoren zoals taal, vraagstructuur en gebruikerscontext. De meeste modellen presteerden beter bij vragen in het Engels dan in het Nederlands, wat wijst op een sterkere trainingsbasis in het Engels. De formulering van de vragen had ook een aanzienlijke invloed, waarbij modellen vaak hun antwoorden aanpasten op basis van de waargenomen voorkeuren van de gebruiker. Dit ondersteunt bevestigingsbias. Deze variabiliteit benadrukt de noodzaak van zorgvuldige overweging bij het integreren van AI-taalmodellen in de gezondheidszorg, aangezien inconsistente antwoorden kunnen leiden tot misinformatie en mogelijks schadelijke beslissingen.
De studie benadrukt dat taalmodellen een cruciaal onderdeel van patiëntenzorg zullen worden. Wanneer ze correct worden gebruikt, kunnen deze modellen de uitkomsten voor patiënten aanzienlijk verbeteren door toegankelijke en nauwkeurige gezondheidsinformatie te verstrekken. Het vermogen van grote taalmodellen om de last voor zorgverleners te verlichten, het begrip van patiënten over medische aandoeningen te verbeteren en 24/7 assistentie te bieden, maakt hen een waardevol hulpmiddel in de moderne gezondheidszorg. Hun inzet moet echter voorzichtig worden benaderd, met zorgvuldige validatie en het aanpakken van mogelijke risico's om hun voordelen te maximaliseren en schade te minimaliseren.
Meer lezen

Ongewenst geboren ongewenst in maatschapij

Andere
2024
Peggy
Poppe
  • Ocmw
    Sociale dienst
Psyhologie
Meer lezen

Allemaal Digitaal

Hogeschool VIVES
2024
Nina
Noppe
  • Carol
    Remaut
  • Beau
    Ketels
  • Bieke
    Allegaert
  • Jasna
    Devriese
  • Neal
    Papegaey
  • Louise
    Dieryck
Tijdens deze bachelorproef gaan wij als studenten van hogeschool VIVES aan de slag met het project ‘Allemaal Digitaal’, dit in samenwerking met stad Kortrijk. Het project richt zich op de ‘digipunten’ in en rond Kortrijk. Dit zijn fysieke locaties waar inwoners toegang hebben tot computers, internet en digitale ondersteuning. Het is om deze digipunten bekender te maken bij een breder publiek. Wij merkten door ons onderzoek op dat deze locaties voornamelijk door dezelfde groep mensen worden gebruikt en dat nieuwe gebruikers moeilijk worden bereikt. Wij zijn van mening dat het essentieel is dat iedereen gelijke toegang heeft tot digitale middelen en vaardigheden, vooral gezien de toegenomen rol van digitale diensten, versneld door de COVID-19-pandemie. Digipunten zien wij als cruciale schakels in het bevorderen van digitale inclusie en het verkleinen van de digitale kloof. We willen de rol van deze digipunten binnen de gemeenschap versterken, zodat meer inwoners van Kortrijk hiervan op de hoogte zijn en er gebruik van kunnen maken.

Onze literatuurstudie behandelt enkele belangrijke termen en verduidelijkt deze. We beginnen met een uitleg over wat digitalisering inhoudt, gevolgd door een bespreking van digitale uitsluiting en digitale inclusie. Uit de literatuurstudie concluderen we dat digitalisering een voortdurende transformatie is waarbij digitale communicatie en toepassingen centraal staan. Het heeft een diepgaande impact op organisaties, onderwijs, gezondheidszorg en burgerschap. De voordelen en uitdagingen van digitalisering worden besproken in een SWOT-analyse.

We belichten ook de huidige visie op digitale uitsluiting, waarbij we erkennen dat mensen uit alle lagen van de maatschappij hier slachtoffer van kunnen zijn, ongeacht hun sociale status of opleidingsniveau. Ondanks de toenemende toegang tot internet blijft het niveau van digitale vaardigheden achter, wat het risico op digitale uitsluiting verhoogt. Daarnaast hebben we onderzoek gedaan naar bestaande initiatieven in Kortrijk en andere Belgische steden.

Na de literatuurstudie voerden wij een kwalitatief onderzoek uit, waarbij we experts interviewden die ons inzicht gaven in de aanpak van digitalisering en de bijbehorende uitdagingen. Daarnaast analyseerden we de reeds bestaande digipunten van Kortrijk en deelgemeenten om hun efficiëntie en toegankelijkheid te evalueren. We gingen hierbij in gesprek met buurtbewoners om hun ervaringen met deze initiatieven te begrijpen.

Na onze literatuurstudie in combinatie met ons onderzoek, werkten we een project uit met bijhorende aanbevelingen en suggesties. De stappen die we binnen ons project ondernomen hebben zijn gedetailleerd en chronologisch uitgewerkt binnen ons draaiboek. We werkten een poster, een uitnodiging, de Digimobiel met het draairad, goodiebag uit en herwerkten de bestaande folder.
Meer lezen

Artificiële Intelligentie in het onderwijs

Hogeschool VIVES
2024
Istvan
Demey
Deze bachelorproef onderzoekt de optimale en veilige integratie van artificiële intelligentie (AI) in het Vlaams secundair onderwijs. Het onderzoek richt zich op de mogelijkheden van AI om een meerwaarde te bieden in het onderwijs en de gevaren die daarmee gepaard gaan. Door middel van een literatuurstudie, een enquêteonderzoek onder actieve leerkrachten en experimenteel onderzoek, wordt een breed overzicht gegeven van de huidige stand van zaken en de toekomstige potenties van AI in het onderwijs.
Uit de enquête blijkt dat veel leerkrachten reeds AI-tools gebruiken voor lesvoorbereiding en gepersonaliseerd leren, maar dat er een aanzienlijke kenniskloof bestaat die het optimaal gebruik van AI belemmert. Dit benadrukt de noodzaak voor gerichte opleidingen en ondersteuningsprogramma's. De literatuurstudie toont aan dat AI aanzienlijke voordelen kan bieden, zoals efficiëntieverbeteringen en gepersonaliseerde leerervaringen, maar ook risico's met zich meebrengt, zoals bias, ethische kwesties en mogelijke negatieve effecten op de creativiteit en het kritisch denken van leerlingen.
Het experimentele onderzoek illustreert praktische toepassingen van AI in het klaslokaal en biedt concrete voorbeelden en richtlijnen voor leerkrachten. De studie concludeert dat een gestandaardiseerde en goed gereguleerde aanpak essentieel is voor de succesvolle implementatie van AI in het onderwijs. Door het adresseren van de opleidingsbehoeften van leerkrachten en het ontwikkelen van ethische richtlijnen, kan AI een positieve en duurzame impact hebben op het onderwijs en de leerervaring van leerlingen in Vlaanderen.
(ChatGPT, persoonlijke communicatie, 30 mei 2024)
Meer lezen

Hoe kunnen individuele leertrajecten bestaande uit open leermiddelen worden aangeboden in basisonderwijs in achtergestelde contexten?

Hogeschool West-Vlaanderen
2024
Tuur
Delacroix
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Genomineerde longlist mtech+prijs
Mijn scriptie onderzoekt hoe individuele leerpaden met open onderwijsmaterialen kunnen worden aangeboden in het basisonderwijs in kansarme contexten, zoals Gambia. Het KUBO-platform, dat gebruik maakt van de Kolibri-software, biedt offline toegang tot educatieve content via betaalbare technologie zoals de Raspberry Pi. Gebruikerstesten toonden aan dat het platform effectief is, maar verbeteringen nodig heeft voor betere toegankelijkheid. De implementatie begint met training voor leerkrachten en pilotprojecten in Gambia, met plannen voor uitbreiding naar Uganda en Kenia. Het onderzoek concludeert dat technologie een cruciale rol kan spelen in het verbeteren van onderwijskansen in ontwikkelingslanden.
Meer lezen

Wat is normaal? Een theoretische verkenning van normaliserende macht in een informatiemaatschappij

Universiteit Antwerpen
2024
Jens
Verhoeven
Deze scriptie richt zich op de ontwikkeling van normatieve overtuigingen binnen een informatiemaatschappij en de impact van moderne communicatiestructuren op dit proces. Meer specifiek biedt de scriptie een theoretisch kader over de manier waarop grensoverschrijdende communicatienetwerken de stabiliteit en consensus van lokale normen uitdagen en alternatieve kennisparadigma's introduceren.
Meer lezen

Affective profiles of individuals who committed internet-facilitated sexual offenses

Vrije Universiteit Brussel
2023
Ella
Ballière
  • Lara
    Wauters
In de literatuur wordt vaak geopperd dat online seksuele delinquenten beschouwd worden als een groep met aparte kenmerken, los van de kenmerken van hand-on seksuele delinquenten. Echter is onderzoek naar online seksuele delinquenten schaars. Daarbij is weinig geweten over de affectregulatie van online seksuele delinquenten en of zij gebaat zijn bij dezelfde emotieregulatietraining die vaak wordt gebruikt voor hands-on seksuele delinquenten.

Deze studie wil, door middel van vragenlijsten, onderzoeken of experiëntiële vermijding, problemen met affectregulatie en seks als coping, het plegen van hands-on en online seksuele misdrijven (mede) zou kunnen verklaren. Dit zou kunnen bijdragen aan het verbeteren van bestaande tertiaire preventieprogramma's voor online seksuele delinquenten in plaats van ze op dezelfde manier te behandelen als hands-on seksuele delinquenten.

In lijn met onze hypotheses zagen we dat het gebruik van experiëntiële emotieregulatie door emoties te erkennen, begrijpen en te uiten, de kans op het plegen van hands-on seksuele delicten significant verlaagt. Aan de andere kant lijkt het onderdrukken van emoties de kans op hands-on seksuele misdrijven juist te vergroten. Dit impliceert dat inzetten op adaptieve emotieregulatievaardigheden binnen de behandeling van hands-on seksuele delinquenten essentieel is.
Meer lezen