Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Improving preconception care interventions for metabolically compromised women: the potential of Tirzepatide to restore oocyte quality as a way to overcome obesity-related subfertility

Universiteit Antwerpen
2025
Silke
Roofthooft
Obesitas is een wereldwijd toenemend gezondheidsprobleem dat nauw samenhangt met metabole verstoringen en vruchtbaarheidsproblemen. Incretine-gebaseerde geneesmiddelen winnen snel aan belang als een veelbelovende behandelingsstrategie in de strijd tegen deze obesitaspandemie, dankzij hun klinisch bewezen effectiviteit in gewichtsverlies en het verbeteren van systemische metabole parameters. In het bijzonder duale incretine-receptoragonisten, zoals Tirzepatide, hebben klinisch superieure resultaten aangetoond. Deze metabole voordelen maken Tirzepatide interessant in de context van preconception care interventions (PCCi). Obesitas wordt namelijk in verband gebracht met verminderde fertiliteit, voornamelijk als gevolg van een verminderde eicelkwaliteit en mitochondriale disfunctie in de eicel. Gezien Tirzepatide’s gunstige effecten op de metabole gezondheid, zou het mogelijk ook een positieve invloed hebben op eicelkwaliteit, aangezien de maternale metabole status de eicelkwaliteit beïnvloedt. Bovendien suggereren studies dat Tirzepatide de mitochondriale functies in somatische cellen beïnvloedt. Hoewel bestaande PCCi-strategieën, voornamelijk gefocust op gewichtsverlies en dieet normalisatie, enige verbetering in eicelkwaliteit tonen, blijkt uit studies dat de eicel en de mitochondriale functie niet volledig wordt hersteld. Dit benadrukt de noodzaak voor nieuwe PCCi-strategieën die zich specifiek richten op de ondersteuning van de eicel. Dit project onderzoekt daarom het potentieel van Tirzepatide als aanvullende therapie bij preconceptie dieetnormalisatie. Het richt zich op de vraag of Tirzepatide de eicel- en mitochondriale kwaliteit verder kan verbeteren dan bestaande dieetinterventies daar momenteel toe in staat zijn, en kan bijdragen aan het herstel van de mitochondriale functie in eicellen.
Meer lezen

Wanneer is te veel, 'te veel'? Over het aantal kinderen per spermadonor (Deelonderzoek: Beleving van Donorkinderen)

KU Leuven
2025
Margot
Indekeu
De limieten op het aantal nakomelingen per donor (de donorquota) werden bepaald in een context van geheimhouding en anonimiteit rond donorconceptie. Ze zijn voornamelijk ingegeven door medische redenen, zoals het voorkomen van consanguïniteit. De opkomst van het internet en DNA-databanken, in combinatie met een maatschappelijke verschuiving naar meer openheid en recente wetswijzigingen, maakt het mogelijk dat nakomelingen van eenzelfde donor met elkaar in contact kunnen komen. Hierdoor is duidelijk geworden dat de wetten en richtlijnen in het verleden niet altijd nageleefd werden en dat er een gebrek is aan internationale wetgeving waardoor donorkinderen soms geconfronteerd worden met een onverwacht aantal donor half-sibilings. Deze onvoorziene contacten brengen nieuwe vragen en uitdagingen met zich mee, waardoor de psychosociale aspecten van het aantal nakomelingen per donor steeds meer op de voorgrond komen te staan.

In deze masterproef werd onderzocht hoe donorkinderen genetische verwanten die ontstaan zijn uit donaties van dezelfde donor beleven, binnen het bredere maatschappelijke vraagstuk rond donorquota. Om een diepgaand inzicht te verkrijgen in deze belevingen werd gekozen voor een explorerende, kwalitatieve onderzoeksbenadering. Semigestructureerde interviews werden afgenomen en geanalyseerd aan de hand van een thematische analyse, gebaseerd op de aanpak van Braun en Clarke (2006). Aan het onderzoek namen twaalf personen deel uit alleenstaande-moeder, moeder-moeder en moeder-vader gezinnen. Uit de analyse van de interviews blijkt dat de beleving van de deelnemende donorkinderen gevarieerd en complex is en zich situeert op verschillende niveaus: individueel (bewustzijn rondom donor half-siblings, impact op identiteit), interpersoonlijk (woordgebruik, betekenis van genen en verwantschap, vormgeven aan de relatie, relationele dynamieken, familiale grenzen) en beleidsmatig (kindperspectief, centraal register, donorquota). De deelnemers gaven aan een sterke behoefte te ervaren naar vrijheid om zelf betekenis en vorm te mogen geven aan de genetische connectie met hun donor half-siblings, zonder zich te moeten verdedigen voor hun gevoelens en gedachten. Tegelijkertijd was er ook een duidelijke behoefte aan informatie en ondersteuning, mede doordat er weinig sociale kaders bestaan om deze relaties te duiden. De meerderheid van de deelnemers vond dat er een internationaal, centraal register moet komen dat transparantie en overzicht biedt over het aantal nakomelingen per donor. Daarnaast was er unanimiteit over de noodzaak van een duidelijk donorquotum dat nageleefd en opgevolgd wordt.

Binnen de klinische praktijk is het belangrijk om begeleiding en ondersteuning te bieden aan donorkinderen bij het verkennen van mogelijke betekenissen van de genetische connectie met donor half-siblings, zonder deze voor hen in te vullen. Daarnaast spraken deelnemers de wens uit om het onderbelichte kindperspectief centraal te stellen in het maatschappelijke en politieke debat rond de praktijk van donorconceptie. Ze voelden daarbij een nood aan erkenning van donorkinderen als personen met eigen rechten en informatiebehoeften.
Meer lezen

“Think about the lives you are going to change”: egg donors’ narratives on blogs hosted by commercial recruitment agencies and fertility clinics

Universiteit Gent
2025
Siri
Hellin
Egg donors may face substantial health risks, making it essential that they receive comprehensive information to ensure valid informed consent. Additionally, altruistic narratives reinforce traditional gender norms, which may shape perceptions of who is seen as a ‘suitable’ donor. In light of these challenges, this study examined in what ways egg donor narratives are represented in blogs on websites of commercial recruitment agencies and fertility clinics. A thematic analysis of 43 blogs revealed four major themes: ‘Bloggers encouraging others to donate’, ‘The recipients as the focus points in bloggers’ stories’, ‘Bloggers constructing their identity’ and ‘Nothing negative to say about agencies and/or clinics’. The findings show that bloggers internalised and reinforced an altruistic, gendered and economic discourse. While further research is needed, this study offers valuable insights into the ways egg donor narratives are represented on commercial recruitment agencies and fertility clinic websites.
Meer lezen

De beleving van de partner van een transgender persoon na een genderbevestigende ingreep. Een kwalitatief onderzoek met de focus op relatie, intimiteit en seksualiteit.

KU Leuven
2025
Maximo
Meerschaut
In deze masterproef wordt de romantische en seksuele beleving van cisgender partners van een transgender persoon na het ondergaan van een genderbevestigende ingreep onderzocht. Eerder onderzoek toont aan dat er nog onvoldoende kennis is over de gevolgen hiervan op de partner en de partnerrelatie. Ook op andere levensdomeinen lijken nog enkele blinde vlekken, wat de nood aan onderzoek omtrent de beleving van de partners en diens specifieke noden en behoeften benadrukt. Deze masterproef werd opgezet met de ambitie meer inzicht te verwerven betreffende de beleving, noden en behoeften van deze partners, zodoende de toekomstige partnerzorg hierop beter kan worden afgestemd.
Dit onderzoek betreft een kwalitatieve studie middels zeven semigestructureerde interviews met cisgender partners van wie de trans partner de genderbevestigende operatie minimaal zes maanden geleden onderging. Alle interviews werden opgenomen, gepseudonimiseerd, getranscribeerd en handmatig geanalyseerd volgens het stappenplan van Braun en Clarke (2006) betreffende thematische analysemethode.
Deze thematische analyse resulteerde in vier centrale thema’s. Thema 1 benadrukt dat open communicatie een cruciaal aspect is binnen de relatie. De transitie werd als een emotionele rollercoaster ervaren, waarbij het opnemen van de verzorgende rol voor voldoening zorgde in een emotioneel belastende herstelperiode. Alle participanten vonden het vanzelfsprekend om er te zijn voor hun trans partner. Thema 2 gaat in op de gevolgen van de genderbevestigende ingreep, waarbij de partner soms een bijdrage kan leveren en een impact hebben op de operatiekeuze. Fertiliteit kwam af en toe ter sprake als een gevoelig thema, aangezien een natuurlijke zwangerschap meestal niet mogelijk is. In thema 3 wordt intimiteit gedefinieerd als “er voor elkaar zijn”, connectie, vertrouwen en samenzijn. Verschillende participanten gaven aan dat er geen veranderingen waren in emotionele intimiteit. Echter zijn er sommigen die aangeven dat dit geleid heeft tot een hechtere band. Seksualiteit werd dan weer benoemd als verlangen naar en het hebben van seks en genot. Postoperatieve seksualiteit werd ervaren als een ontdekkingstocht waarbij men met communicatie en voorzichtigheid het lichaam van de trans partner opnieuw gaat leren kennen. De verandering in seksueel script werd meermaals als positief ervaren. Thema 4 geeft de specifieke noden en behoeften doorheen de transitie aan, waarbij voornamelijk steun en betrokkenheid essentieel bleken. Uit de data bleek er ook een duidelijke informatiebehoefte, althans onmiddellijk na de ingreep, waarvoor een brochure werd gesuggereerd. Verder werd ook het gebrek aan lotgenotencontact beschreven, waarbij praatavonden als potentiële oplossing werden genoemd.
Deze bevindingen en terugkoppeling naar de literatuur zijn terug te vinden in de discussie sectie. Er kan geconcludeerd worden dat een genderbevestigende ingreep grote gevolgen heeft op diverse aspecten van de relatie, waaronder de relatiebeleving, fertiliteit en seksualiteit. In de periode onmiddellijk na de ingreep wordt een grote marge aan diverse gevoelens ervaren, waaronder angst, machteloosheid, maar ook dankbaarheid en een sterkere connectie. Echter kunnen deze gevoelens deels worden verlicht door het vervullen van de informatiebehoefte. Deze masterproef eindigt met een uiteenzetting van de beperkingen van het onderzoek, implicaties voor verder onderzoek en een samenvattende conclusie.
Meer lezen

Draagmoederschap in België

Arteveldehogeschool Gent
2023
Lobke
Naudts
In België is draagmoederschap momenteel niet wettelijk geregeld, maar wordt het wel toegepast. Deze bachelorproef bekijkt de huidige mogelijkheden in België en werpt een blik op mogelijke toekomstige juridische ontwikkelingen.
Meer lezen

Uterustransplantatie. Een behandeling voor vrouwen met absolute uteriene infertiliteit.

Arteveldehogeschool Gent
2022
Rani
Vanhee
Absolute uteriene infertiliteit is een probleem dat 1 op 500 vrouwen van reproductieve leeftijd treft. Deze pathologie kan zowel congenitaal als verworven zijn. Deze vrouwen worden zonder uterus geboren of verliezen hun uterus omwille van een medische indicatie. Het ontbreken van de uterus heeft als gevolg dat deze vrouwen geen eigen kind kunnen dragen. Een nieuwe ontwikkeling in de reproductieve geneeskunde brengt hier sinds kort verandering in. De uterustransplantatie heeft als doel deze vrouwen de kans te geven een eigen zwangerschap te voldragen
Meer lezen

Slachtoffers van onwetendheid: de kennisverspreiding van het DES-hormoon in België sinds 1971

KU Leuven
2021
Antje
Van Kerckhove
In 1947 veroverde het DES-hormoon de wereld. Het middel had als doel om miskramen te voorkomen en werd wereldwijd voorgeschreven aan miljoenen zwangere vrouwen. In 1971 werd echter aangetoond dat DES schadelijk was voor de baby’s – zogenaamde DES-kinderen – die als foetus werden blootgesteld aan het hormoon. Vooral DES-dochters liepen ernstige medische risico’s. Bovendien bleek jaren later dat ook DES-kleinkinderen vatbaar zijn voor de gevolgen van DES. Dat het middel in België nog zeker tot 1977 – zes jaar nadat de schadelijkheid formeel werd bewezen – is toegediend aan zwangere vrouwen, doet onderzoeksjournaliste Greet Pluymers en enkele DES-dochters vermoeden dat er sprake is van een dofpotoperatie. Een mogelijke doofpotaffaire zou inderdaad verklaren waarom DES op de markt bleef tussen 1971 en 1977, maar het vormt geen antwoord op de vraag waarom er vandaag in België – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Nederland – nog steeds weinig kennis bestaat of circuleert over de schadelijke gevolgen van het hormoon. Dit onderzoek gaat daarom na hoe de late en gebrekkige kennisverspreiding van DES binnen de Belgische context verklaard kan worden. Daarbij neemt deze studie afstand van een mogelijke doofpotaffaire door op zoek te gaan naar een lange termijn verklaring voor de relatieve onwetendheid over DES in België. Om een licht te werpen op het gebrek aan kenniscirculatie vanaf 1971 steunt dit onderzoek op inzichten uit de agnotologie, een theorie die ervan uitgaat dat onwetendheid het gevolg is van culturele constructies.
Zo bood deze studie – aan de hand van interviews met DES-dochters en gynaecologen – inzicht in de langdurige mechanismen en processen die aan de basis liggen van de gebrekkige kennisverspreiding van het DES-hormoon in België. De rol van ouders en artsen – die golden als de belangrijkste informatieverstrekkers in het kennisproces van DES-dochters – bleek daarbij cruciaal. Indien zij niet optraden als kennisverspreiders, bleven DES-dochters vaak jarenlang in het ongewisse over hun DES-identiteit. Verder wees de analyse uit dat DES-dochters in grote mate afhankelijk waren van toeval voor een juiste diagnostisering. Daarnaast bleek dat de schuldgevoelens van sommige DES-moeders – zeker in huishoudens waar een sterk taboe rustte op infertiliteit – het stilzwijgen van DES in de hand werkte. Op die manier toonde ik aan dat het stigma rond onvruchtbaarheid bijdroeg aan de onwetendheid over DES en niet alle ouders zomaar fungeerden als doorgeefluiken van kennis. Tot slot toonde dit onderzoek aan dat ook gynaecologen hun rol als informatieverstrekkers niet systematisch opnamen. Zo bleek dat artsen – ondanks het feit dat ze sinds het begin van de jaren 1970 geïnformeerd waren over de schadelijkheid van DES – het probleem leken te onderschatten. Deze onderschatting was het gevolg van de overtuiging dat het DES-probleem vanaf het einde van de jaren 1980 verleden tijd was. Maar deze opvatting alleen kon het kennistekort niet verklaren. Andere redenen waren de onzichtbaarheid van het DES-probleem in combinatie met de moeilijkheid om congenitale afwijkingen te linken met het hormoon, de exclusieve focus op fertiliteitsproblemen, het gebrek aan ondervraging
94
en de mogelijk nauwe relaties tussen UCB en de medische wereld. Op die manier ontstond er een algemeen gebrek aan belangstelling voor het DES-probleem in medische kringen in België waar DES-dochters tot op heden het slachtoffer van zijn.
Meer lezen

Donorconceptie, een alternatieve vorm van gezinsvorming: De nood aan psychosociale begeleiding van (wens)ouders

Odisee Hogeschool
2021
Els
Willaert
De beslissing over te gaan tot donorconceptie brengt heel wat vragen en uitdagingen met zich mee. Ook tijdens het opgroeien van het kind kunnen zich (nieuwe) vragen voordoen. Waar kunnen (wens)ouders en hun donorgezinnen terecht met al deze vragen? Fertiliteitscentra richten zich voornamelijk tot de (psychologische) begeleiding voor en tijdens de behandeling. Er lijkt dan ook nood te zijn aan en laagdrempelig expertisecentrum. Hier kan elke (wens)ouder en zijn donorgezin terecht tijdens elke fase van de gezinsuitbreiding en nog lang nadien. Binnen de begeleiding staat het (toekomstige) kind en zijn belangen centraal.
Meer lezen

Zwangerschap na gastric bypass: Aandachtspunten en meest voorkomende complicaties

Thomas More Hogeschool
2020
Zoë
Frans
Een zwangerschap na gastric bypass gaat gepaard met aandachtspunten en mogelijke complicaties. Er wordt verwacht dat vroedvrouwen meer en meer in contact gaan komen met zwangeren met een gastric bypass in de voorgeschiedenis. Wat is de taak van de vroedvrouw binnen een multidisciplinaire opvolging?
Meer lezen

Afzender Onbekend

Arteveldehogeschool Gent
2020
Fien
Van Liedekerke
  • Emma
    Van Vooren
  • Lien
    Stalpaert
Volgens de Belgische wet gebeurt spermadonatie anoniem. Dat wil zeggen dat donorkinderen niet zomaar kunnen achterhalen wie hun biologische vader is. Maar is dat nog wel verantwoord? Moet een spermadonor anoniem zijn? In deze bachelorproef gaan we op zoek naar antwoorden.
Meer lezen

Denk nu ook aan later. Fertiliteitspreservatie in de kinderoncologie.

Thomas More Hogeschool
2020
Katrien
Markey
De verschillende fertiliteitspreservatiemogelijkheden voor kinderen met kanker en barrières in de zorg worden besproken en onderzocht, zodoende wordt duidelijk waarom dit onderwerp nog te weinig aan bod komt.
Meer lezen

Characteristics of single women signing up for fertility treatment with donor sperm - A cross-sectional study in a Flemish university hospital

Universiteit Gent
2019
Helena
Demey
  • Stephanie
    Dekempe
Wereldwijd heerst controverse rond alleenstaande vrouwen met een kinderwens. Vrouwen zonder partner zouden psychologisch niet in staat zijn om hun kind de juiste opvoeding te geven. Dit onderzoek toont echter aan dat alleenstaande vrouwen met een kinderwens gemiddeld minder psychologische problemen vertonen dan de doorsnee populatie.
Meer lezen

Fertiliteit- en zwangerschapsuitkomsten na hysteroscopische placentarestverwijdering

Universiteit Gent
2018
Nele
Coryn
Aan de hand van een retrospectieve analyse wordt de follow up studie gedaan betreffende reproductieve en zwangerschapsuitkomsten na hysteroscopische
placentarestverwijdering (loop resectie versus morcellatie).
Meer lezen

De Novo genmutaties bij subfertiliteit.

KU Leuven
2018
Brenda
Vanlaer
in deze masterproef wordt onderzocht welke genmutaties het vaakst voorkomen bij koppels met subfertiliteit en bij mannen met azoöspermie of oligoasthenoteratozoöspermie. Dit gebeurde aan de hand van een literatuur studie en aan de hand van een retrograde studie van 877 dossiers van koppels die consulteerde in het Leuvens universitair Fertiliteitscentum..
Meer lezen

The impact of fertility preservation on the time interval between cancer diagnosis and initiation of chemotherapy in women diagnosed with breast cancer or Hodgkin's lymphoma

Vrije Universiteit Brussel
2018
Cynthia
D'Hondt
In het kader van deze masterproef werd de impact van het uitvoeren van een fertiliteitspreservatie bij vrouwen met borstkanker of een Hodgkin lymfoom op het tijdsinterval tussen de kankerdiagnose en de start van de chemotherapie onderzocht. Hieruit bleek dat met de gebruikte patiënt-gerichte aanpak het uitvoeren van een vruchtbaarheidsbehandeling geen uitstel van de chemotherapie met zich meebrengt. Hiermee wordt weerwoord geboden aan de angst die hieromtrent leeft bij patiënten en artsen.
Meer lezen

Ethische vragen omtrent het gebruik van elektronische medische dossiers

Universiteit Gent
2018
Laetitia
Cooreman
Het doel van deze masterproef is te onderzoeken wat de visie van patiënten is op ethische vragen die ontstaan bij het gebruik van elektronisch medisch dossiers (EMD’s) en de bijhorende elektronische gegevensdeling. Dit gebeurde aan de hand van een kwantitatief onderzoek werden bestaande uit een enquêtestudie met vignetten.
Meer lezen

Patiëntgerapporteerde uitkomsten van vrouwen met endometriose

Hogeschool UCLL
2017
Elyne
Geukens
  • Katrien
    Berghs
Endometriose is een chronische gynaecologische aandoening die ongeveer 10% van vrouwen tijdens hun reproductieve levensjaren treft. Literatuuronderzoek toont aan dat het fysiek ongemak van endometriose een negatieve impact kan hebben op het psychosociaal welbevinden van vrouwen, maar dat de grootte van deze impact niet verklaard kan worden door de graad van endometriose. Deze studie onderzocht (1) hoe vrouwen met endometriose preoperatief hun kwaliteit van leven (KvL), subjectieve gezondheidstoestand en psychologische weerbaarheid (SOC) scoren; (2) of deze preoperatieve uitkomsten gerelateerd zijn aan de graad van endometriose en/of aan de endometrioseklachten; en (3) of SOC bijdraagt tot het voorspellen van het psychosociaal welbevinden van deze vrouwen na correctie voor de graad van endometriose, endometrioseklachten en mogelijke andere ‘confounders’.
Meer lezen

Digging into the genetics of high responders

Vrije Universiteit Brussel
2017
Sari
Daelemans
Vijfentwintig procent van alle vrouwen ‘in vitro fertilisatie’ (IVF, ook wel gekend als proefbuisbaby’s) gebruikt om zwanger te raken. Hierbij krijgen zij een reeks inspuitingen met hormonen die ervoor zorgen dat er meer dan één goede eicel rijpt die maand om die nadien te bevruchten in het lab. Maar sommige vrouwen reageren hier heel slecht op met soms levensbedreigende gevolgen.
Meer lezen

Zwanger na een fertiliteitstraject - Impact op de beleving van zwangerschap, postpartum en pril ouderschap

Odisee Hogeschool
2017
Hilke
Vervenne
In deze literatuurstudie werd nagegaan wat de gevolgen zijn van een behandeling met artificiële reproductieve technieken, specifiek in het kader van fertiliteitsproblematiek, op de beleving van zwangerschap, bevalling en postpartum/ouderschap. Aanvullend werd er uitgezocht hoe de vroedvrouw deze beleving positief kan beïnvloeden.
Meer lezen

Rol van de vroedvrouw bij draagmoederschap - Focus op het juridische aspect

Arteveldehogeschool Gent
2017
Cato
De Langhe
Draagmoederschap kent in België nog geen wetgeving wat de uitvoering zeer moeilijk maakt. Als vroedvrouw is het belangrijk de adviezen en richtlijnen te kennen wanneer je een draagzwangerschap zult opvolgen. In deze scriptie komen de huidige adviezen aan bod alsook de tekortkomingen en aandachtspunten voor de vroedvrouw met focus op het juridische aspect,prenatale en intapartum begeleiding.
Meer lezen

Legalisering van draagmoederschap in België op grond van mensenrechtelijke argumenten

KU Leuven
2015
Levi
Sanders
Het huidige draagmoederschapsrecht in België: een kind overboord?Levi Sanders – Student aan de Rechtenfaculteit KULVelen vertelden me dat schrijven over draagmoederschapslegalisering heel interessant is omdat het een actueel onderwerp is. Dat is het eigenlijk niet: al zo’n twintig jaar kent België problemen met het inpassen van draagmoederschap in het recht en komen tragische draagmoederschapsgevallen in de media. Aangezien draagmoederschap nog steeds niet wettelijk geregeld is, moeten de huidige regels ook op draagmoederschapsgevallen toegepast worden.
Meer lezen

Molecular Markers of a Receptive Endometrium

Vrije Universiteit Brussel
2014
Haaike
Bens
Waarom zwanger worden soms zo moeilijk is...Niet alles wat natuurlijk lijkt, gebeurt zonder meer. Bij ongeveer 10% van de koppels met een kinderwens wordt de vrouw na één jaar onbeschermd en regelmatig seksueel contact niet zwanger. Bij 25 tot 30% van deze koppels werken de meest eenvoudige methodes van vruchtbaarheidsbehandeling ook niet.Deze koppels worden dan doorverwezen voor een behandeling met in-vitrofertilisatie (IVF), al dan niet met intracytoplasmatische (ofwel directe) sperma-injectie (ICSI).Sommige vrouwen worden ondanks deze hulp nog steeds niet zwanger.
Meer lezen

De beleving van het ouderschap na eiceldonatie

KU Leuven
2014
Ingeborg
Van Soye
  • Ingeborg
    Van Soye
De beleving van het ouderschap na eiceldonatie. Een kwalitatief onderzoek naar de wijze van communiceren door ouders na eiceldonatie en de beleving van de asymmetrie in het ouderschap.Promotor: prof. dr. Peter RoberTot op heden is er in de literatuur weinig onderzoek geleverd naar de beleving van de asymmetrie binnen het ouderschap na eiceldonatie. Objectief gezien schuilt er een asymmetrie tussen het genetisch (sociaal-biologisch) ouderschap van de vader en het sociaal-biologisch ouderschap van de moeder.
Meer lezen

Controle en optimalisatie van cultuurcondities in in vitro fertilisatie

Erasmushogeschool Brussel
2007
Annelies
De Bisschop
Controle en optimalisatie van cultuurcondities in 'in vitro fertilisatie'

Elke vrouw begrijpt wel wanneer ik spreek over haar “biologische klok”, wanneer haar kinderwens op natuurlijke wijze echter niet kan worden vervuld, kan IVF of in vitro fertilisatie een oplossing bieden.


De eerste baby die op deze manier werd geboren – in 1978 in Groot-Brittannië – was Louis Brown. Sindsdien heeft IVF een steile opgang gemaakt en zien jaarlijks vele duizenden paren via deze behandeling hun kinderwens in vervulling gaan.
Meer lezen

Identificatie van genomische groepen binnen het genus Stenotrophomonas & ontwikkeling van een nieuw Burkholderia cepacia selectief medium

Universiteit Gent
2003
Elke
Vanlaere
 
&
ontwikkeling van een nieuw Burkholderia cepacia selectief medium
 
Mucoviscidose of cystic fibrosis is de meest voorkomende erfelijke ziekte bij blanken. Ze wordt veroorzaakt door mutaties ter hoogte van het cystic fibrosis transmembrane conductance regulator (CFTR) gen.  Deze mutatie leidt tot een slecht functionerend CFTR eiwit dat in gezonde mensen onder andere het transport van zouten en water regelt en er dus voor zorgt dat slijmlagen gehydrateerd blijven. Het basisdefect is opvallend merkbaar in de exocriene klieren door abnormaal dik, kleverig en taaie secreties.
Meer lezen