Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

And on page 20 I must get back to the sea

Margo Magniette Bianca Stigter Trees Depoorter John Bergez Edmund Bruke Claudio Magris
Hoe groot is groot? Groots zoals mieren een kruimel verplaatsen. Want wat voor hun groot is, is voor ons klein. Groot zoals een hond een tak verplaatst in zijn bek en wij luid applaudisseren omdat wij denken superieur te zijn. Benoembaarheid komt uit de lucht gevallen.
Het gaat over het alles en niets tegelijk. Over hetgeen wat als schilder bezighoudt en inspireert. Het kunnen woorden zijn, beelden die zich opdringen, teksten, gedichten…. gedachten. Het gaat om alles en niets zolang het de grens maar bereikt en overschrijdt.
Ik bewandel..........- de grens die geen grens meer is. Beeld en taal. Want zonder deze twee dingen kunnen wij taal geen beeld noemen en beeld geen taal. Ik merk dat alles verbonden is met elkaar. Het is aan mij om uit te zoeken hoe ik het verbind. Met een draadje zeer breekbaar. Zo cre er ik iets dat ik zelf kan schrijven. Misschien niet schilderen deze keer. Als jonge kunstenaar komt er van alles op je af, overspoeld door nieuwsgierigheid lijkt deze tekst een overrompeling aan woorden en gedachten. Die door jou maar ook door mij niet te vatten zijn. Geen pasklare antwoorden, maar wel pasklare vragen.
Gedachten die ik neerzet van tijd tot tijd. Het zijn de resultaten van gevoelsuitdrukkingen en waarnemingen die mij als persoon vormen. Die de kunst en mijn grenzen elke dag aftasten. Het gaat over wat ik zie en wat ik misschien niet zie...

Deze tekst geeft een beeld weer van wat een kunst allemaal teweegbrengt. Van de vrijheid die ik bezit op een kunstschool ergens te midden in Gent. Het zijn gedachten die in verschillende fictieve personen worden gebracht. Waarbij gedichten de kunst tussen de woorden weergeeft. Ik probeer te schilderen met woorden en te woorden met schilderen. Op een heel vrije manier heb ik deze scriptie verwerkt omdat de kunst toch een antwoord is op wat vrij zijn is? Het is een tekst waarbij de associaties die ik maak, opschrijf en je een blik in mijn wereld geef. Het gaat over iemand die een boek in de duinen leest aan zee. Ze komt op pagina 20. Na die bladzijde keert ze terug naar de zee. Is het soms te laat, om terug te keren naar de zee?
Het is voor mij een vertraagde manier van informatie verwerken. Door lijstjes te maken of dingen die ik opschrijf ga ik ze ook
niet vergeten.
De wezenlijke driehoek: Het kunstwerk de blik, het schrijven. Het gaat om het woord en om het beeld. Het is een dagdagelijks iets waar je genoegen uit haalt om te schrijven.
Soms wil je kunnen schrijven en dan lukt het zonder dat je het wist.

Onder ogen brengen

Klaas De Baere
Een onderzoek naar kunsteducatie via een sociaal artistiek project dat over gelijkheid binnen samenwerkingen/leiderschap gaat.

Samen Eenzaam: Over dramatherapie in quarantaine

Elias Callewaert
Over de ontwikkeling van de d'raamatherapie in tijden van COVID-19.

Verstilde sentimenten. Een onderzoek naar de juwelen van Louise-Marie d'Orléans

Charlotte Vanhoubroeck
Dit onderzoek in de kunsten gaat uit van de Inventaris na Overlijden van eerste Belgische koningin Louise-Marie d’Orléans, waarin meer dan honderd sentimentele juwelen worden beschreven. Hoe deze juwelen als objects of memory meespeelden in de mythevorming rond Louise, wordt vanuit het perspectief van onder andere (material) memory studies onderzocht. Dit theoretisch luik staat daarbij in wisselwerking met een artistiek luik. Omdat zo goed als al Louises juwelen verloren gingen, worden deze vanuit contemporain oogpunt artistiek gereactiveerd met behulp van de methodiek van het confabuleren. Uitgaande van materiële sporen en artefacten wordt zo in woord, beeld en object een alternatieve versie van de mythe Louise geconstrueerd.

Een Huis Dat Pijn Heet, Een Auto-etnografie Over Verlies, Intimiteit en Littekens

Josefien Cornette
Deze drie essays, geschreven als masterproef, tonen de moeilijkheden in het compleet portretteren van mensen met een beperking. Het eerste essay gaat, doorheen een verhaal over een everzwijn, over hoe de mensheid verschillende strategieën vond om verlies te verbeelden en de mogelijke negatieve impact hiervan voor zij die verlies ervaren, zowel binnen de context van een beperking alsook het verlies van een geliefde en de gelijkenissen daartussen. Het tweede essay is een ingebeelde ontmoeting over wat het betekent om een onzichtbare beperking te hebben en opent het gesprek over ‘uit de kast komen’, lotgenoten vinden en de waarde van mensen met een beperking in het begrijpen van pijn, relaties en intimiteit. Het derde essay gaat over het onderwerp littekens en hun belang voor ideeën betreffende gemeenschap, intimiteit en ervaring-gebaseerde vloeibaarheid. De essays zijn een auto-etnografie die inductieve en poëtische taal toelaten om de emotionele en lichamelijke ervaringen van deze thema’s te vergroten.

De muzikale entrepreneur: een onderzoek naar de drijfveren en denkprocessen bij DIY-muziekproductie

Cedric Fret
Deze studie onderzocht enerzijds de drijfveren en anderzijds de denkprocessen van muzikale entrepreneurs die verschillende facetten in en rond de productie van hun muziek met een DIY-filosofie benaderen.

UNRAVEL: Aanknoping en ontknoping in een scenografisch ontwerp

Jasper Goris
In deze scriptie wordt bestudeerd in hoeverre het scenografisch ontwerp de bezoeker in staat stelt om bepaalde keuzes in zijn leven te maken. Een essentiële vereiste hiertoe is dat de bezoeker in dialoog treedt met het ontwerp en op zoek gaat naar de betekenissen die achter het beeld schuilgaan. Door zijn gedachten en emoties te verknopen met het beelddenken van het ontwerp, kan de bezoeker tot nieuwe inzichten komen en zijn plaats in de samenleving bevragen.

Van Uitzicht tot Inzicht - Restauratie en conservatie in België ca. 1880 tot 1920

Audrey Boivin
Geschiedenis van de technieken en idealen binnen de kunstrestauratie en -conservatie, specifiek over de conservatie en restauratie van schilderkunst in België ca. 1880-1920.

Vluchtmisdrijf

Leen Hoogmartens
Hoe kun je de vluchtigheid van het flaneren vastleggen zonder het te verloochenen? De methode is niet voorspelbaar, noch gestructureerd. Waar begin je als je genoodzaakt bent om een proces voor te leggen? Vluchtmisdrijf is een onderzoek dat kadert binnen het veld van Image Thinking; denken met beelden dus. Specifiek draait het in mijn praktijk vooral om beelden die zo kenbaar zijn, waar we haast dagelijks mee worden geconfronteerd en die hun noodlot vinden in het gewone. Ik zie echter niets noodlottig in datgene dat als ‘gewoon’ kan beschouwd worden, mijn onderzoek tracht namelijk het leven vanuit het leven zelf te begrijpen. In dat leven, hoe staan beelden, handelingen en situaties tegenover elkaar, of in alle waarschijnlijkheid, hoe zijn ze vervlochten in elkaar?

Fragmenten. De prenten van Meester G.A. met de Kraaienpoot als nieuwe kijk op het ontstaan van het systeem der zuilenorden tijdens de Renaissance.

Tim Reniers
Rond 1535-1537 gaf een graveur in Rome een serie van negenentwintig prenten uit die hij signeerde met de initialen ‘G.A.’ onder het teken van een kraaienpoot. De prenten van deze verder onbekende meester tonen gedecoreerde fragmenten van de zuilenorden, mogelijk gekopieerd van tekeningen. Slechts zeven zijn authentiek antiek en de overige wellicht eigen uitvindingen. De prenten bewijzen een blijvende interesse voor het losse, niet-gestandaardiseerde en gedecoreerde zuilfragment in de ontwikkelingsperiode van het Renaissance-systeem der vijf zuilenorden.

Het ademend archief. Een nieuw begrip van het archief op basis van Otobong Nkanga's performancepraktijk

Lotte Bode
Hoe archiveer je een vluchtige, efemere kunstvorm zoals performance? Het is een vraag die de theaterwetenschap en performance studies al decennialang bezighoudt. De bijzondere kunstenaar Otobong Nkanga werpt nieuw licht op het vraagstuk. Het M HKA zal haar concept van ‘het ademend archief’ realiseren.

Ogen zijn ook mysterieus. Bedenkingen over hoe en waarom kinderen geëvalueerd worden in hun artistieke inspanningen.

Lucia Saura
Vanuit de vraag hoe met de rapporten in het DKO om te gaan, maakt de scriptie een reflectie over de implicaties van feedback en evaluatie. Het Raamleerplan DKO wordt gekoppelt aan maatschappijkritiek, kunst en filosofie. De ervaringen van de auteur als beginnend leraar worden gelinkt aan haar verleden in de commerciële ICT. Vanuit deze domeinen cirkelt ze rond de zin en onzin van evalueren.

Over de Aanvaarding van het Voltooide Verleden

Alexander De Mont
Een persoonlijke herdefiniëring van wat architectuur en de wereld zou kunnen zijn, te midden de leegte van wat ooit een samenleving was.

Verbeelding van het dier in de zeventiende-eeuwse en hedendaagse kunst: een persoonlijke visie en analyse

Jeffe De Brabandere
Het onderwerp van mijn scriptie is de iconografie van het dier in de zeventiende-eeuwse en hedendaagse kunst. Ik heb telkens zeven werken geanalyseerd van zowel de zeventiende eeuw als de hedendaagse periode. Voor de zeventiende eeuw besprak ik alleen olieverfschilderijen met zoogdieren of vogels als hoofdthema en maakte ik een onderscheid tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Voor de hedendaagse tijd koos ik kunstwerken van nog levende kunstenaars en zijn de media verschillend. De verbeelding van het dier wordt beïnvloed door heersende denkkaders, de maatschappelijke en politieke context en door het menselijk zelfbeeld. Deze worden beschreven en komen in de analyses uitvoerig aan bod.

Het Koloniaal Monument als 'Ongehoorzame' Readymade - Demonumentalisering en Remythologisering van Intentioneel Memorerende Beeldhouwkunst

Adam Van Den Berghe
Een nieuw iconoclasme doet zijn intrede. Als zelfverklaarde mijlpalen in de geschiedenis en de
publieke ruimte worden symbolen van een geromantiseerde en eurocentrische visie op het
koloniaal verleden steeds meer onderhevig aan aantasting, bevraging en verwijdering. Als het
ware houden deze controversiële objecten een spiegel voor de ogen van de dagelijkse slenteraar.
In dit onderzoek is er gepoogd antwoord te krijgen op de hedendaagse relevantie van koloniale
monumenten in de openbare ruimte. Als centraal voorbeeld voor deze intentionele
memorerende monumenten worden de beeltenissen van Leopold II onder de loep genomen.
Hoewel deze objecten het tegenovergestelde van dekolonisatie symboliseren vormt deze
verhandeling geen betoog voor de aantasting of verwijdering van dergelijke monumenten.
Integendeel, het beheer en behoud van dergelijke monumenten in functie van
demonumentalisering en remythologisering geniet de voorkeur. Door herdefiniëring wordt
getracht een gemeenschappelijk koloniaal erfgoed en verleden na te streven.
De controversiële objecten omvatten, als voorbeelden van traditionele canonieke kunst, actuele
problematiek en hedendaagse relevantie. Als communicatiemiddel en metonymie van protest
stelt het koloniaal monument zichzelf aan de kaak. Dusdanig capteert het, als geval van
hedendaagse kunst, twee tegengestelde waarheden. Het object zelf als monument en pure vorm
van kolonialisme en het subject als strijd om de zuivere waarheid tussen de onderdrukker en de
onderdrukte. In dit onderzoek wordt getracht na te gaan of deze tegenstrijdige uitingen elkaar
in het object kunnen opheffen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen twee
verschijningen die de standbeelden van Leopold II aannemen. Met name dat van een
intentioneel memorerend monument en dat van een koloniaal monument als readymade. Deze
nemen respectievelijk een amplische en een ciselante of beitelende fase aan.
De toestand van de mens verpersoonlijkt zich in het koloniaal monument als ongehoorzame
readymade. Het ziet zichzelf vervat in de terugkerende object-subject dialectiek die het beleeft.
De conclusie is dat de classificatie en criteria van een readymade ondersteuning biedt voor de
uitlijning van de maatschappelijke en politieke dilemma’s die de objecten meedragen. De inzet
is nog steeds de macht over tijd en ruimte. Het biedt een alternatieve werkwijze voor de
spektakeldemocratie waarin politiekers voor figuranten spelen en politieke correctheid als
illusie voor gelijkheid wordt gehanteerd. Als tweede verschijning nemen kunstenaars in dit
schouwtoneel de rol van burger-betoger op. Doormiddel van additivisme wordt er gemedieerd
tussen de verschillende actoren. Dit moet voldoen aan het erfgoedbeleid maar mag niet meer
als crimineel worden aanzien.

Het theater en zijn politiek. Naar een dramaturgie van de leesbaarheid

Simon Knaeps
In deze thesis wordt de dramaturgie van de leesbaarheid voorgesteld als methode om na te denken over de relaties tussen theater en politiek en dit via het denken en schrijven van theatermaker Bertolt Brecht, dramaturge Marianne Van Kerkhoven en filosoof Jacques Rancière. Na een inleiding op de
raakvlakken tussen theater en politiek volgt een korte samenvatting van de aloude discussies over
autonomie/engagement en vorm/inhoud om uit te komen bij een ‘geëngageerde autonomie’. Het brechtiaanse paradigma dat de toeschouwer via een zo leesbaar mogelijke theatrale bemiddeling bewust probeert te maken van de sociale omstandigheden om hem bijgevolg aan te sporen deze te veranderen
(Rancière 2015 [2008], 13), wordt ernstig geproblematiseerd door Jacques Rancière. Deze verwerpt namelijk elk causaal verband tussen het beoogde effect van een kunstwerk en de uitwerking ervan op de toeschouwer (i.e. hoe de toeschouwer de voorstelling leest). Rancière ziet politiek niet als
de uitoefening van, of de strijd om de macht, maar als een herconfiguratie van een delen van het zintuiglijk waarneembare (partage du sensible). Kunst wordt politiek wanneer ze een poging doet om dit zintuiglijk waarneembare te reorganiseren, zich ervan bewust dat ze niet voorop kan lopen op zijn
mogelijke effecten. Dat is bij uitstek een dramaturgische kwestie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dramaturge Marianne Van Kerkhoven de overgang belichaamt van de meer brechtiaanse strategieën naar een meer rancièristische kijk op de politiek van het theater. Als geen ander bepleit ze dat theater
zich niet noodzakelijk expliciet met politieke issues hoeft bezig te houden, maar dat het wel ten alle tijden een politiek bewustzijn moet cultiveren (Van Kerkhoven 2002 [1996], 169 & [1999], 203). Manieren om dat bewustzijn te communiceren aan de toeschouwer aan de hand van de formulering van
de dramaturgie van de leesbaarheid is het onderzoek van deze thesis. Leesbaarheid ontstaat op de as tussen vorm en inhoud, toegankelijkheid en complexiteit, autonomie en engagement.

De invloed van CAD en CAM op de beeldhouwkunst

Bram Rinkel
De hoofdvraag van deze scriptie luidt: wat is er nieuw en uniek aan digitale en machinale technieken en welke invloed hebben ze op de beeldhouwkunst?

Phonotype - The visual identity of a language according to its Phonology

Walda Verbaenen
Deze scriptie geeft de zoektocht weer naar de vertaling van de fonologie van de Nederlandse taal binnen een tekstbeeld, met als doel het aanleren van een tweede taal (en vooral de uitspraak ervan) te vergemakkelijken.
Zowel experimentele als functionele typografie worden hierbij onder de loep genomen en als basis gebruikt voor de uitwerking van het Master project Phonotype, dat de visuele identiteit van taal tracht weer te geven door middel van de fonologie. Het experiment zal worden verder gezet in een testfase en zal worden uitgewerkt in een nieuw lettertype en andere talen.
Phono staat voor de fonologie van een taal, en type voor het verweven binnen een letterbeeld.

Corpus Christi; Het Christuskind en Dürers kunsttheorie in het 16e-eeuwse Antwerpen

Saar Vandeweghe
Deze scriptie onderzoekt de weergave van het Christuskind in de kunst van 16e-eeuws Antwerpen. Hierbij wordt het theoretisch traktaat van Albrecht Dürer over de proportie van het menselijk lichaam gebruikt om de ontwikkeling van het lichaam af te lezen.

Mon cher Maître. De leerlingen van François-Joseph Navez (1787-1869) op Italiëreis

Fien Messens
In dit onderzoek werd aan de hand van overgeleverde correspondentie onderzocht hoe negen Brusselse schildersleerlingen uit het atelier van de Belgische neoclassicistische kunstschilder François-Joseph Navez (1787 - 1869) zich een weg door Italië baanden om zich aan het oeuvre van hun voorgangers te laven en zo hun eigen carrière van de grond te krijgen.

Hoe kunstvormen streven naar anders-zijn: een kunstfilosofische beschouwing van Walter Paters Anders-streben

Lina Vekeman
Onderzoek naar de term Anders-streben zoals die door Walter Pater gebruikt wordt in zijn werk "The Renaissance". Wat betekent de term precies, waar komt het vandaan en hoe kan de term toegepast worden binnen de kunsten.

Tribunale theater- en performancekunst: Naar een nieuw toneel van de oprechtheid aan de hand van een typologie van de hedendaagse theatrale rechtbank

Steff Nellis
Deze scriptie onderzoekt hoe de populariteit van procesvoering binnen de hedendaagse opvoeringspraktijk valt te karakteriseren en verklaren aan de hand van een typologie van een breed corpus aan theatrale rechtszaak-performances.

Immaterial Girl: conceptual shifts in the performances and sculptures of Marina Abramović

Elise Mans
Een onderzoek naar de esthetiek en filosofische waarden alsook de evolutie in gedachtewereld die te bemerken is in de performances en het beeldend werk van Marina Abramović.

"We, the Rom...": A study of Jan Yoors’s photography of Gypsies, from ca. 1934 to the 1970s.

Michel D'hoe
Deze masterproef verkent de fotografie van de Belgische avant-gardekunstenaar Jan Yoors. Naast zijn artistieke motieven, was zijn fotografie eveneens antropologisch en persoonlijk gefundeerd. Hij bracht namelijk zijn jeugd door met een groep zigeuners, wat voor de rest van zijn leven een diepgaande invloed op zijn persoonlijkheid en oeuvre zou hebben.

The Iconography of the Book of Tobit in Western and Indian Miniatures (1400-1600)

Rebecca Thierfeldt
De scriptie bespreekt de iconografie van het Bijbelboek Tobit in westerse miniaturen in handschriften, maar ook hoe het iconografische thema in India terecht kwam en hoe het ook daar afgebeeld werd in de vorm van miniaturen.