Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Does size matter? Een vergelijkende studie van de economie, economisch beleid en kansen in de Benelux

Michiel Deprez
Een vergelijkende studie van de institutionele Benelux-Unie: haar economieën, economisch beleid en economische kansen voor de regio.

Aanvangsbegeleiding voor beginnende leraren als een recht en plicht: een mixed-method onderzoek.

Dries Mariën
Beginnende leraren hebben in de eerste jaren van hun onderwijsloopbaan extra nood aan kwaliteitsvolle ondersteuning en begeleiding. Sinds 1 september 2019 maakt de Vlaamse overheid middelen hiervoor vrij en is aanvangsbegeleiding een recht en een plicht voor elke beginnende leraar. Dit onderzoek gaat na hoe dit in de praktijk concreet vorm krijgt.

Bouwen aan de UGent - Hoe duurzaam is het en wat kan er beter?

Sara Helsen
Bouwen en gebouwen hebben een grote impact op het leefmilieu. Als grootgrondbezitter en universiteit heeft de Universiteit Gent een voorbeeldrol te spelen. In deze masterproef wordt onderzocht hoe duurzaam de UGent bouwt en wat er beter kan.

De evolutie van de Beneden-Durme door de interactie van fysische en antropogene factoren

Tim Van den Branden
De thesis belicht de complexe mens-natuur interactie in het landschap. De recente evolutie van de rivier Durme vormt het perfecte voorbeeld om deze interactie te onderzoeken. Aan de hand van historische kaarten, oude foto's en luchtbeelden werd onderzocht wat de rol van menselijke activiteiten is in de opmerkelijke transformatie die deze rivier onderging.

In vitro investigation of the potential of Saccharomyces cerevisiae and Lactobacillus-based probiotics against vaginal candidiasis

Mart Sillen
In vitro onderzoek naar het potentieel van Saccharomyces cerevisiae en Lactobacillus gebaseerde probiotica tegen vaginale candidiasis.

The 'ad'ded value van corona-marketing: Kwantitatief onderzoek naar het scepticisme en de effectiviteit van cause-related marketingcampagnes ten tijde van de COVID-19-pandemie.

Maura Verdoliva
Kwantitatief onderzoek naar de effectiviteit en het scepticisme ten aanzien van reclamecampagnes die aangepast zijn in het licht van de COVID-19-pandemie. Werken campagnes die gekoppeld zijn aan een goed doel nog bij de jongvolwassen consument?

De samenlevingsovereenkomst inzake wettelijke samenwoning: een voorstel van een model vak akte met enige toelichting

Kelsey Casier
Deze scriptie onderzoekt de
samenlevingsovereenkomst tussen wettelijk samenwonenden en ze beoogt een modelakte op te stellen en
toelichting te bieden waar nodig.

Zuurstof maakt het verschil - Veilig zuurstofgebruik bij de gehospitaliseerde COPD-patiënt met risico op respiratoir falen

Merel Grieten
Voor de bachelor verpleegkundigen of andere werkenden binnen de zorgen die interessen hebben in correct zuurstofgebruik bij de gehospitaliseerde COPD-patiënt.

Reasons behind non-participation: The case of non-participation of Belgian young adults in the Jeugd Parlement Jeunesse

Fien Pauwels
Kwantitatief onderzoek naar de redenen voor non-participatie van Belgische en hoogopgeleide jongeren tussen de 18 en 25 jaar. Verklaring voor tegenvallende participatiecijfers aan de hand van politieke en sociologische theorieën.

Meertaligheid; Vroeg vreemdetalenonderwijs in Vlaanderen.

Linn Eynatten
Onderzoek naar de vraag of leerkrachten de voorkennis van hun leerlingen bepalen bij het geven van vreemde talenonderwijs in de basisschool. Wat kunnen bepalende factoren zijn om dit al dan niet te doen.

Nuttige bacteriën en insecten bundelen hun krachten in de strijd tegen plantpathogenen

Jari Temmermans
Aardbeitelers wereldwijd hebben te lijden onder grijsrot. Hommels en gunstige bacteriën worden samen ingezet om deze schadelijke schimmel te bestrijden. Dit systeem kan een duurzaam alternatief vormen voor het sproeien van chemische fungiciden.

Van dorpen van de dood naar leerscholen voor het leven: De evolutie van drie katholieke leprozerieën in Belgisch-Congo onder invloed van de sulfonentherapie tussen 1940 en 1960

Felix Deckx
1950 was een belangrijk jaartal in de geschiedenis van de lepraverzorging in de voormalige Belgische kolonie Congo. Rond die tijd werd de sulfonenbehandeling in 's lands leprozerieën gemeengoed. Voor het eerst was de westerse geneeskunde in staat lepra volledig te genezen. Deze masterproef onderzoek de impact van deze behandeling op de Belgisch-Congolese lepraverzorging. In het bijzonder wordt stilgestaan bij de religieuze, medische en sociale omgang met de Congolese patiënten.

Reclaiming the / our future. ‘Reclaimers’ op zoek naar een inkomen, zekerheid en erkenning in Johannesburg, Zuid-Afrika.

Joppe Ruts
Reclaimers (waste-pickers) in Johannesburg, Zuid-Afrika trachten greep te krijgen op de toekomst, vertrekkende vanuit het recycleerbaar materiaal dat ze verzamelen. Deze scriptie volgt hoe een groep reclaimers, die actief zijn in de African Reclaimers Organisation (ARO), zich door het (recyclage)landschap in de post-apartheidsstad beweegt. Centraal staat de analyse van de creatieve manieren waarop de reclaimers aan future-making doen, waarop ze zich een toekomst verbeelden en aspireren vanuit collectieve hoop, dromen en verwachtingen.

Onderzoek naar de maatschappelijke en economische opportuniteiten van Belgische pop-up stores in combinatie met e-commerce binnen de mode-industrie in tijden van economische onzekerheid - Een kwalitatieve analyse bij Belgische modebedrijven

Stefanie Van Avermaet
De maatschappelijke en economische opportuniteiten van Belgische pop-up stores werden tijdens de COVID-19 pandemie extra uitgelicht. Ze kunnen namelijk internationalisering faciliteren, kosten en risico's beperken en leegstand helpen verminderen. Het concept biedt bovendien meerwaarde voor E-commerce onder bepaalde voorwaarden.

Enhancing the EU's sustainable transition through integrative forms of governance: a whole-of-government approach to sustainable policy making

Jonas Meuleman Fadel Abou-Zeid
Een analyse van beleidsintegratie en haar gerelateerde concepten, alsook van de mogelijke factoren die beleidsintegratie produceren binnen een multiple case study waarin elf cases binnen EU-lidstaten werden bestudeerd.

Slachtoffers van onwetendheid: de kennisverspreiding van het DES-hormoon in België sinds 1971

Antje Van Kerckhove
In 1947 veroverde het DES-hormoon de wereld. Het middel had als doel om miskramen te voorkomen en werd wereldwijd voorgeschreven aan miljoenen zwangere vrouwen. In 1971 werd echter aangetoond dat DES schadelijk was voor de baby’s – zogenaamde DES-kinderen – die als foetus werden blootgesteld aan het hormoon. Vooral DES-dochters liepen ernstige medische risico’s. Bovendien bleek jaren later dat ook DES-kleinkinderen vatbaar zijn voor de gevolgen van DES. Dat het middel in België nog zeker tot 1977 – zes jaar nadat de schadelijkheid formeel werd bewezen – is toegediend aan zwangere vrouwen, doet onderzoeksjournaliste Greet Pluymers en enkele DES-dochters vermoeden dat er sprake is van een dofpotoperatie. Een mogelijke doofpotaffaire zou inderdaad verklaren waarom DES op de markt bleef tussen 1971 en 1977, maar het vormt geen antwoord op de vraag waarom er vandaag in België – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Nederland – nog steeds weinig kennis bestaat of circuleert over de schadelijke gevolgen van het hormoon. Dit onderzoek gaat daarom na hoe de late en gebrekkige kennisverspreiding van DES binnen de Belgische context verklaard kan worden. Daarbij neemt deze studie afstand van een mogelijke doofpotaffaire door op zoek te gaan naar een lange termijn verklaring voor de relatieve onwetendheid over DES in België. Om een licht te werpen op het gebrek aan kenniscirculatie vanaf 1971 steunt dit onderzoek op inzichten uit de agnotologie, een theorie die ervan uitgaat dat onwetendheid het gevolg is van culturele constructies.
Zo bood deze studie – aan de hand van interviews met DES-dochters en gynaecologen – inzicht in de langdurige mechanismen en processen die aan de basis liggen van de gebrekkige kennisverspreiding van het DES-hormoon in België. De rol van ouders en artsen – die golden als de belangrijkste informatieverstrekkers in het kennisproces van DES-dochters – bleek daarbij cruciaal. Indien zij niet optraden als kennisverspreiders, bleven DES-dochters vaak jarenlang in het ongewisse over hun DES-identiteit. Verder wees de analyse uit dat DES-dochters in grote mate afhankelijk waren van toeval voor een juiste diagnostisering. Daarnaast bleek dat de schuldgevoelens van sommige DES-moeders – zeker in huishoudens waar een sterk taboe rustte op infertiliteit – het stilzwijgen van DES in de hand werkte. Op die manier toonde ik aan dat het stigma rond onvruchtbaarheid bijdroeg aan de onwetendheid over DES en niet alle ouders zomaar fungeerden als doorgeefluiken van kennis. Tot slot toonde dit onderzoek aan dat ook gynaecologen hun rol als informatieverstrekkers niet systematisch opnamen. Zo bleek dat artsen – ondanks het feit dat ze sinds het begin van de jaren 1970 geïnformeerd waren over de schadelijkheid van DES – het probleem leken te onderschatten. Deze onderschatting was het gevolg van de overtuiging dat het DES-probleem vanaf het einde van de jaren 1980 verleden tijd was. Maar deze opvatting alleen kon het kennistekort niet verklaren. Andere redenen waren de onzichtbaarheid van het DES-probleem in combinatie met de moeilijkheid om congenitale afwijkingen te linken met het hormoon, de exclusieve focus op fertiliteitsproblemen, het gebrek aan ondervraging
94
en de mogelijk nauwe relaties tussen UCB en de medische wereld. Op die manier ontstond er een algemeen gebrek aan belangstelling voor het DES-probleem in medische kringen in België waar DES-dochters tot op heden het slachtoffer van zijn.

sociaal werker als brug tussen de oudere en het woonzorgcentrum

Greet Leemans
Ouder worden heeft een enorme impact op het leven. Verhuizen naar een woonzorgcentrum is een ingrijpende beslissing waarbij verschillende factoren een effect hebben. Thuiszorgdiensten, sociaal werkers en onthaalmedewerkers van een woonzorgcentrum zijn een eerste aanspreekpersoon bij de beslissing en hebben dan ook een belangrijke functie in de begeleiding naar de nieuwe leefomgeving. Voor dit onderzoek werd door middel van enquêtes aan sociaal werkers van ziekenhuizen en opnameverantwoordelijken van woonzorgcentra gevraagd hoe een opname naar een woonzorgcentrum verloopt en hoe men de ouderen bij een opname ondersteunt. Daarnaast werd ook de tuiszorgdiensten bevraagd om de ervaringen van deze dienst mee te nemen in de conclusies. De thuiswonende ouderen werd door middel van een enquête gevraagd naar de beeldvorming van woonzorgcentra en wat men belangrijk vindt. Daarnaast werd via interviews nagevraagd aan bewoners hoe men de opname heeft ervaren. Vanuit het literatuur- en praktijkonderzoek zijn er goede zaken naar boven gekomen maar vooral ook zeer veel tekortkomingen in de ondersteuning van ouderen bij de beslissing naar een woonzorgcentrum te verhuizen. Iedere dienst wil zich inzetten om ouderen de juiste ondersteuning te bieden om het welzijn te verbeteren maar krijgen vooral door beleidsmatige druk en veel administratief werk, veelal in functie van de financiering van de organisaties vanuit de overheid, hiervoor te weinig mogelijkheden. Om als sociaal werker de oudere zorgvrager beter te kunnen ondersteunen in het opnameproces door middel van psychosociale en praktische begeleiding is het belangrijk dat er een andere beeldvorming ontstaat over woonzorgcentra en deze beter aansluiten bij de leefwereld en zorgvragen van de ouderen. Daarnaast is het ook belangrijk dat deze betaalbaar worden en er meer werkmiddelen zijn in organisaties om tijd te kunnen vrij maken voor het welzijn van de ouderen. Hierdoor kan er op zoek gegaan worden naar mogelijkheden om de oudere zorgvrager beter te ondersteunen van thuis uit of vanuit het ziekenhuis en revalidatiecentrum naar het woonzorgcentrum. De sociaal werker wordt daardoor de vertrouwenspersoon van de oudere die beslissingsrecht heeft over zijn eigen leven.

De Betonstop: een journalistiek onderzoek naar een onhaalbaar beleid

Mathijs Minten Annabel Meuleman
Betonstop

Glyfosaat en recht

Anaïs Renard
Deze masterproef beoogt twee basisvragen te beantwoorden. Ten eerste, wat is het juridisch kader rond glyfosaat? Ten tweede, zou een vordering ingesteld kunnen worden voor de milieuschade veroorzaakt door glyfosaathoudende gewasbeschermingsmiddelen?

Inclusie op afstand. Communicatieve ervaringen van dove leerlingen en studenten tijdens het afstandsonderwijs in de COVID-19-pandemie. Door

Fien Andries
Tijdens de COVID-19-epidemie moesten onderwijsinstellingen overschakelen op afstandsonderwijs. Ook dove leerlingen en studenten die les volgen in het regulier onderwijs kregen tijdens die periode online lessen. Dove jongeren hebben echter andere communicatieve noden dan hun klasgenoten en medestudenten, vermits zij Vlaamse Gebarentaal (VGT) als voorkeurstaal hebben en/of nood hebben aan visuele communicatie. Ze hebben daarnaast de mogelijkheid om tolken VGT en/of schrijftolken in te zetten tijdens de lessen. Het doel van deze masterproef is om de ervaringen met afstandsonderwijs van dove (gebarentalige) leerlingen in kaart te brengen.

Wat betekent vrije wil skepticisme voor het klimaatdebat?

Désirée Wagenaar
Wat betekent vrije wil skepticisme voor de individuele morele verantwoordelijkheid inzake het klimaatdebat en hoe kan hiermee omgegaan worden?

De rol van seksuele scripts in seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen Vlaamse adolescenten

Laura Byn
Seksueel grensoverschrijdend gedrag en de banalisering ervan woekeren onder Vlaamse jongeren. Deze schouderophalende cultuur aanpakken, betekent echter ook hun traditionele blik op relaties en seksualiteit aanpakken. Een mentaliteitswijziging dringt zich op.

To drop or not to drop(-out)

Jolien Moorkens
Dit onderzoek gaat over drop-out bij schakelstudenten. Zo wordt onderzocht waarom schakelstudenten hun opleiding al dan niet stopzetten en welke ondersteuningsnoden ze hebben.

Inclusie in de marketingcommunicatie: Een praktische handleiding

Yasmina Yatto
Diversiteit is positief en moet worden omarmd. In onze diverse samenleving moeten we vertrekken van wat ons verbindt. Dit eindwerk geeft een antwoord op de onderzoeksvraag: “Waarom verandert er in de marketing- communicatiewereld nauwelijks iets ondanks goede intenties rond diversiteit en inclusie?”. Deze bachelorproef bevat tevens een handleiding om inclusieve communicatie te realiseren.

Het effect van de maximumfactuur op het aankoopgedrag van patiënten in het kader van psychoactieve geneesmiddelen

Tinne Vanhooydonck
De maximumfactuur is een systeem dat door de overheid werd ingevoerd om te garanderen dat de medische kosten van gezinnen niet te hoog oplopen. In dit systeem wordt een maximumbedrag ingesteld en dit bedrag is afhankelijk van het inkomen, de sociale klasse, de leeftijd en eventuele chronische aandoeningen van de gezinsleden. Wanneer de totale medische kosten van een gezin dit maximumbedrag bereiken, zullen de kosten die worden gemaakt gedurende de rest van dat kalenderjaar worden terugbetaald door de verzekeringsinstelling.

In 2015 voerde de overheid een nieuwe terugbetalingsmaatregel in voor de maximumfactuur. Tot op dat moment moesten gezinnen twee jaar of langer wachten op de terugbetaling van geneesmiddelen die ze aankochten na het bereiken van het maximumbedrag. Vanaf 2015 wordt de terugbetaling automatisch verrekend in de apotheek en moet de patiënt deze kosten niet meer voorschieten.

In deze masterproef werden verkoopcijfers geanalyseerd om na te gaan of de maximumfactuur effect heeft op het aankoopgedrag van patiënten. Zowel bij de antidepressiva als de opioïde pijnstillers werd een stijging in de verkoop teruggezien in het laatste kwartaal van het kalenderjaar. Aangezien dit de typische periode is waarin gezinnen het maximumbedrag bereiken, kon besloten worden dat wel degelijk meer geneesmiddelen worden afgeleverd aan patiënten wanneer hiervoor niet langer betaald hoeft te worden.

Ook werd gezien dat de verkoopcijfers in januari terug naar hetzelfde niveau dalen als vóór de stijging, wat doet vermoeden dat er meer geneesmiddelen worden afgeleverd dan effectief nodig zijn voor de behandeling. Patiënten slaan dus meer geneesmiddelen in dan nodig wanneer het maximumbedrag is bereikt. Het risico dat deze geneesmiddelen nadien in een illegaal milieu terechtkomen is groot, wat de kans op misbruik van deze geneesmiddelen eveneens vergroot.