De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.
Bringing the future into the classroom. Action research based on Theory U (Otto Scharmer, MIT). Impact from a student-centered competence-oriented learning environment on learning approach.
We leven in ontwrichtende tijden. Volgens de sociale innovatietheorie Theory U (Otto Scharmer, Massachussets Institute of Technology, MIT) hebben we daarom een 4.0 Onderwijs nodig, een ondernemende, co-creatieve, participatieve manier van leren die de student en zijn hoogst mogelijke potentieel centraal stelt. In dit praktijkonderzoek wordt onderzocht wat de impact van zo'n leeromgeving is op de leerapproach van leerlingen (kwantitatief onderzoek) én op de aanpak van de leerkracht (kwalitatief onderzoek). Uit het onderzoek blijkt dat de 4.0. aanpak een positieve impact heeft op de leerapproach van leerlingen én dat de leerkracht anders voor de klas staat.
In het studentenrestaurant van Alma Gasthuisberg werd een experimenteel onderzoek uitgevoerd om
na te gaan of een beschrijvende en transparante sociale norm effectief kan worden gebruikt om de
intentie van mensen om meer water te drinken te verhogen en of een nudge in de vorm van een poster hun waterconsumptie
kan stimuleren. Aangezien water de enige gezonde drank is bij de lunch en onontbeerlijk is, lag de nadruk waterconsumptie. De studie onderzoekt intentie, attitude en het gedrag via theorie van gepland gedrag (Azjen en Fishbein).
Een interviewstudie waaraan aan vrouwelijke studenten aan de KU Leuven werd gevraagd hoe zij sexual consent beleven en dit in hun eigen leven communiceren.
In onze snel veranderende maatschappij dient ook het onderwijs mee te evolueren. Binnen de leeromgeving speelt de docent een belangrijke rol. Het gedrag dat een docent stelt, heeft invloed op de relatie tussen student en docent enerzijds en, op onrechtstreekse wijze, op de motivatie van de student anderzijds. In het voortgezet onderwijs is er reeds veel bekend over de invloed van de docent-studentrelatie maar in het hoger onderwijs is hier nog weinig onderzoek naar gedaan. Het doel van dit praktijkonderzoek is te achterhalen welke docentgedragingen in het hoger onderwijs volgens studenten een positieve invloed hebben op de docent-studentrelatie, welke betekenis studenten hieraan toekennen en welke invloed dit heeft op hun motivatie. Vervolgens gaat dit onderzoek na welke verschillen er zijn in perceptie tussen docenten en studenten betreffende het docentgedrag.
Via twee vragenlijsten en een focusgroep werd data verzameld bij eerstejaars bachelorstudenten TEW en hun wiskundedocenten aan de Universiteit Antwerpen. Uit de antwoorden op de eerste vragenlijst bleek dat studenten voornamelijk leidend docentgedrag prefereerden gevolgd door helpend/vriendelijk en begrijpend docentgedrag. De focusgroep bevestigde deze resultaten enerzijds, maar voegde ook de meerwaarde van een meer terughoudende docent toe waardoor de student meer zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en vrijheid verkrijgt afhankelijk van de werkvorm. De tweede vragenlijst peilde naar de percepties van de docenten en studenten betreffende de waargenomen geprefereerde docentgedragingen. Beschrijvende statistiek en t-testen toonden grotendeels significante discrepanties tussen de percepties van docenten en studenten. Volgens studenten voldeden de meeste docenten in grote mate aan het geprefereerde docentgedrag maar de inschattingen van de docenten varieerden onderling sterk.
De resultaten van dit onderzoek kunnen een aanknopingspunt vormen voor een grootschalig onderzoek naar docent-studentrelaties in het Vlaams hoger onderwijs. Dit ter verbetering van de onderwijskwaliteit en in functie van de professionalisering van docenten om een bewustwording te creëren over de invloed van hun gedrag.
De media: vriend of vijand van extreemrechts? Framing in twee Vlaamse kranten
KU Leuven
2019
Joren
Wollants
Sinds de jaren 1990 is er in Europa een heropleving van extreemrechts zichtbaar. Onderzoekers bestuderen de invloed van de media op dit succes en kwamen tot de conclusie dat de beeldvorming in de media extreemrechts kan helpen. Deze studie wil achterhalen of dit ook in Vlaanderen het geval is.
In deze kwantitatieve studie wordt de invloed van instructionele kwaliteit op twee attitudes van leerlingen in het Vlaamse lager onderwijs ten opzicht van wiskunde bestudeerd: plezier in wiskunde en academisch zelfconcept voor wiskunde. Daarvoor wordt gebruikgemaakt van de vragenlijsten voor leerlingen uit het TIMSS-onderzoek van 2015.
Aan de hand van een ontwerp die bestaat uit 5 stappen onderzochten we of kinderen zelfstandiger conflicten oplossen aan de hand van computationeel denken op de speelplaats.
De scriptie 'Studiekeuze in beeld' onderzoekt video als mogelijk hulpmiddel voor het probleem rond studiekeuze. De scriptie is geschreven aan de hand van een video die de opleiding Grafische & Digitale Media (AP Hogeschool) in beeld brengt.
Het gebuik van de Stresstool door Inloopteam Zuidrand: een kwalitatief onderzoek naar naar de bruikbaarheid van de Stresstool bij ouders met een migratieachtergrond.
Thomas More Hogeschool
2019
Emilie, Margot, Laurien, Marion, Maxime, Michelle
Diels, Longeville, Taels, Lampaert, De Weerdt, De Belser
Inloopteam Zuidrand ontwikkelde een instrument om stress te meten bij ouders met een migratieachtergrond. In dit onderzoek worden gerelateerde thema's behandeld in de literatuurstudie, en wordt aan de hand van 3 onderzoeksmethoden de betrouwbaarheid en validiteit nagegaan en wordt tevens onderzocht of het testinstrument afgestemd is op de doelgroep.
We leren een taal door deze te horen, te lezen, te spreken … Voldoende blootstelling aan een taal draagt dan ook bij tot het leerproces. Vertrekkend vanuit dit gegeven, onderzocht ik de mogelijkheid om audioboeken te gebruiken in een EFL-klas in het volwassenenonderwijs, met als doel de cursisten een extra hulpmiddel aan te bieden om zich nog meer onder te dompelen in de Engelse taal.
Het ontwikkelen van methodieken om aan tevredenheidsmetingen te doen bij kinderen van 6 tot 12 jaar met een verontrustende opvoedingssituatie, verblijvend in vzw Kompani.
In kinderopvang vzw Wieltjeshove hebben wij, acht studenten uit het studiegebied Sociaal Agogisch Werk uit Vives Hogeschool Kortrijk, onze bachelorproef uitgewerkt. Ons doel was om ontmoeting tussen ouders in de kinderopvang te stimuleren. Het proces en de resultaten kan u hier uitgeschreven terugvinden.
In dit onderzoek wordt gefocust op een persoonlijke ervaring met angst en depressie, welke in dit werk wordt benoemd als het ‘monster’. Via een auto-etnografisch onderzoek worden de persoonlijke ervaringen beschreven aan de hand van key incidents, die systematisch geanalyseerd worden om zo de sociale en culturele ervaringen van de betrokkene beter te begrijpen, alsook de lezers te sensibiliseren om zich dieper in te leven in mensen die anders zijn.
Wat is de invloed van co-teaching op het welbevinden van de leerling en de leerkracht bij de uitvoering van een STEM-project in de 1ste graad secundair onderwijs?
Voor onze bachelorproef stapten we af van de klassieke manier van individueel lesgeven. We wilden specifiek experimenteren met STEM en co-teaching door ze aan elkaar te koppelen en aldus in teamverband ons vakoverschrijdend ‘Vissen-STEM-project’ uit te voeren. Daarbij stelden we ons de vraag in hoeverre de combinatie van deze twee werkvormen het welbevinden van zowel leerlingen als leerkrachten zou verhogen. Om tot de beste studie te komen, hebben we dit project eerst alleen uitgevoerd en nadien in co-teaching met een grotere klas.
In de Hogere Zeevaartschool worden studenten getraind op simulatoren om tankers te laden en lossen. In deze masterproef werd een zelfstudie- en evaluatiesysteem onderzocht en uitgevoerd op deze simulator. Dit om studenten op weg te helpen bij fouten gemaakt tijdens het gebruik ervan.
Case-study van NoSQL databanken, toegepast op het Open Webslides project. De structuur van de gegevens wordt bekeken, een aantal schema's wordt opgesteld en uiteindelijk getest in verschillende databanken.
'(Standaard)nederlands: de sleutel tot integratie in Vlaanderen?' is een sociolinguïstisch-etnografische studie naar de implementatie van het NT2-beleid bij volwassen nieuwkomers en de effecten ervan op hun interacties met moedertaalsprekers.
This linguistic ethnographic dissertation presents a case study of a preschool in the Dutch-speaking part of Belgium. The preschool, population consists of 3-to-5-year-old children, of whom almost 50 percent do not have Dutch as their main home language. The research investigates the key roles of teachers and parents in the preschool’s efforts to accommodate multilingualism and promote integration.
Via een online vragenlijst werd er gepolst naar de houding van vrouwelijke studenten over spermadonatie in het algemeen en spermadonatie door hun eventuele partner. Ook werd er gepolst naar welke rol ze willen spelen in het beslissingsproces rond de spermadonatie.
In haar interdisciplinaire masterthesis onderzoekt Eline Hoogmartens hoe technologie, en meer bepaald blockchain technologie, ervoor kan zorgen dat belangrijke financiële risico’s, zoals het kredietrisico , fraude en belangenconflicten, verminderd of zelfs geëlimineerd worden. Deze risico’s worden onder de loep genomen in de context van peer-to-peer lenen (“P2P lending”). Dit onderzoek geeft op zijn beurt inzicht in welke mate financiële regelgeving, ook buiten de context van peer-to-peer lenen, in de nabije toekomst overbodig kan worden dankzij blokchain technologie.
Elke student noteert op zijn eigen manier. Daar waar de ene student de klassieke methode trouw blijft en de balpennen nog steeds het papier laat strelen, zeult de ander steevast een laptop mee naar de colleges. Of een combinatie van de twee: afhankelijk van de lesinhoud en de lesgever, kiezen andere studenten er dan weer voor om van noteermedium te wisselen. Geven we toe aan de technologie en is de laptop vandaag ook effectief het meest efficiënte medium om te noteren? Of stijgen de academische prestaties net wanneer er met pen en papier genoteerd wordt?
Het gebruik van muzieksoftware in het secundair onderwijs in Vlaanderen. Wat vertellen de eindtermen? Wat is er in de handboeken terug te vinden? Wat zijn de voordelen van dit gebruik?
Effectiviteitsonderzoek van de eerste Vlaamse training voor executieve functies in de kleuterklas. Deze scriptie wil een bijdrage leveren aan de internationale literatuur die pleit voor het belang van vroege EF-interventies voor alle kleuters en voor kansarme kleuters in het bijzonder, met als ultieme doel gelijke onderwijskansen voor alle leerlingen.
Deze scriptie focust op de verduurzaming van dienstreizen -met name vliegreizen - door UGent medewerkers. We onderzochten de duurzaamheid van het huidige beleid, berekenden de grootte-orde van de CO2 uitstoot van de vliegreizen en we stelden een beleidsvoorstel op voor de UGent.
Het doel van deze dissertatie is het overaanbod aan praktijkdierenartsen op de arbeidsmarkt te onderzoeken, en de potentieel daarmee samenhangende problemen in verband met het hoger onderwijs.
Het Dagboek van Sir Vival is een ontwikkelingsscriptie die het vormingsproces van een workshop weergeeft die focust op de motivatie van leerlingen in de eerste graad van het secundair onderwijs.
Diplomaten en diploma's De ambities van de Commission for Relief in Belgium Educational Foundation en de ervaringen van haar fellows aan de Katholieke Universiteit van Leuven (1920 - 1940)
Deze meesterproef focust zich op de ambities van de Commission for Relief in Belgium Educational Foundation en de ervaringen van hun fellows aan de Leuven universiteit tijdens het interbellum (1920-1940). Belangrijk is hierbij het concept van 'intellectual ambassador' waarbij de fellows een duale rol vervulden als student en vertegenwoordiger van hun eigen land.
This study is an initial attempt to investigate how alternative housing can contribute to a better integration of Unaccompanied Young Adult Refugees (UYAR) in Ghent. It recognizes the vulnerability of the target group and tries to meet their social, cultural and practical needs. Respondents, both stakeholders and UYAR, took part in qualitative research by participation in in-depth interviews and focus discussion. The results show that UYAR suffer from socio-cultural isolation and experience difficulty establishing an inter-ethnic network. Furthermore, they experience obstacles in their search for a house. Discrimination, high rental prices and difficulties with domicile are some of the most common problems. This study claims that alternative housing such as cohousing between UYAR and native-born Belgian student s would both solve the housing problems and the social segregation of UYAR. It will stimulate positive integration by ‘social learning’ and benefits the native students as well in finding proper housing and experience a multicultural way of living. The results suggest that a similar model would be beneficial for all stakeholders, but hard to reach because of legal and budgetary restrictions. Therefore, profound research should be set up to investigate the possibilities to adapt the legal frame. Also, a detailed financial plan is required to discover the feasibility and to adapt the plan if necessary. These recommendations are reserved for experts.