Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

ORVAL: DETERMINISTIC, FAULT-TOLERANT TELEMETRY VISUALIZATION FOR SPACE TESTING & OPERATIONAL ENVIRONMENTS

Thomas More Hogeschool
2026
Jelle
Smet
Satellieten sturen tijdens hun contact met een grondstation grote hoeveelheden telemetrie naar de aarde. Ingenieurs gebruiken deze gegevens om de toestand van een satelliet te monitoren, maar een visualisatiesysteem moet niet alleen betrouwbaar zijn: het moet ook overzichtelijk, flexibel en snel genoeg zijn om verschillende soorten telemetrie efficiënt te kunnen analyseren.

Deze scriptie onderzoekt hoe een deterministisch en fouttolerant telemetrievisualisatiesysteem kan worden ontworpen en geïmplementeerd. Hiervoor werd ORVAL (Orchestrator for Remote Visualization and Analysis of Logged Telemetry) ontwikkeld in samenwerking met Redwire. ORVAL biedt een aanpasbare dashboardomgeving waarin ingenieurs grafieken, layouts en andere visualisaties naar hun behoeften kunnen configureren, gecombineerd met een architectuur die gericht is op snelle en betrouwbare toegang tot telemetriegegevens.

Het systeem ondersteunt redundante backendcomponenten, automatische foutdetectie, deterministische failover en gecoördineerd herstel. Tijdens gecontroleerde tests werd een automatische omschakeling naar een redundante backend aangetoond, waarbij een gemeten failover 12,3 seconden duurde en geen manuele interventie vereiste. Zo combineert ORVAL gebruiksvriendelijke en flexibele visualisatie met fouttolerantie en betrouwbare toegang tot satelliettelemetrie.
Meer lezen

(St)Rolling with: Onderweg met vaders met een fysieke beperking naar wat vaderschap voor hen betekent.

Universiteit Gent
2026
Loredana
Cremery
In westerse samenlevingen wordt vaderschap sterk gekenmerkt door normatieve verwachtingen rond autonomie, zelfredzaamheid en fysieke competentie. Binnen deze context blijven vaders met een beperking grotendeels onderbelicht in zowel wetenschappelijk onderzoek als maatschappelijke discoursen. Deze studie onderzoekt hoe vaders met een fysieke beperking betekenis geven aan hun vaderschap in Vlaanderen, vertrekkend vanuit een Disability Studies-perspectief waarin ervaringskennis centraal staat.

Via een kwalitatieve en belichaamde methodologie, namelijk (st)rolling-with, werden ontmoetingen georganiseerd tussen de onderzoeker en vijf vaders op betekenisvolle plekken in hun dagelijks leven. Deze methodologische benadering maakte het mogelijk om vaderschap niet enkel verbaal, maar ook relationeel, ruimtelijk en belichaamd te benaderen. Op basis van een assemblage analyse wordt vaderschap benaderd als een dynamisch proces van becoming waarin voortdurend wordt onderhandeld tussen persoonlijke betekenisgeving, lichamelijke mogelijkheden en maatschappelijke verwachtingen.

Hoewel de vaders geconfronteerd worden met normatieve kaders die hun ouderschap in vraag stellen, ontwikkelen zij alternatieve invullingen van vaderschap gebaseerd op relationaliteit, afstemming, creativiteit en ‘goed genoeg’. Door de geleefde ervaringen centraal te stellen kreeg deze studie een kritisch-emancipatorisch karakter gezien de vaders dagelijks (onbewust) bezig zijn met het doorbreken van deficitgerichte perspectieven op disability en vaderschap. Ervaringskennis wordt benadrukt als een volwaardige bron van inzicht voor inclusievere praktijken, ondersteuning en beleidsvorming rond vaderschap.
Meer lezen

People, Play & the City : een uitnodiging aan de niet-spelende volwassene in Brugge

KU Leuven
2026
Hannah
Van Vlimmeren
People, Play & the City: Circus Modulair komt naar de stad!
Het moderne circus als stedelijk attribuut voor de niet-spelende mens in Brugge.

Naarmate we ouder worden, verdwijnt spelen bijna ongemerkt uit ons leven. Volwassenen leren dat spel iets is wat je moet verdienen of verbergen, en in de publieke ruimte blijven we liever in onze rol van de 'serieuze' volwassene dan dat we echt ongeremd spelen. Mijn masterproef onderzoekt hoe spel opnieuw een plek kan krijgen in Brugge, vanuit de blik van de interieurarchitect.

Brugge profileert zich als circusstad, maar circus blijft er vooral programmering voor wie er bewust voor kiest. Het moderne circus is nochtans een van de meest toegankelijke vormen van groepsspel: niet competitief, zonder voorkennis, gebouwd op de dialoog tussen mens, object en beweging. Via historische mapping, observaties in de stad en gesprekken met Circusatelier Woesh zoek ik naar 'latente plekken' die die logica kunnen dragen.

Het resultaat is Circus Modulair: een bouwpakket van betonstenen, houten planken, banden en draadstangen dat in één aanhangwagen past. Bouwen is de eerste vorm van spel. Een 1:1-test op een kerkplein toonde dat spel zich niet laat organiseren, alleen uitnodigen. Of zoals een deelnemer zei, met twee planken in de hand: "Ik heb een paard!"
Meer lezen

De renovatiekloof in Vlaanderen: een micro-economische analyse van gedifferentieerde ondersteuning en financiering.

Universiteit Gent
2026
Ona
Inghelbrecht
Deze masterproef onderzoekt de financiële haalbaarheid van energetische renovaties voor Vlaamse huishoudens. Op basis van een simulatiemodel met data van 2.587 Vlaamse eigenaar-bewoners (inkomen, EPC-label, renovatiekost, leeftijd en leencapaciteit) blijkt dat 47,7% van de huishoudens zijn woning financieel niet naar het beste energielabel kan renoveren.

In een eerste fase werd de financiële realiteit van deze huishoudens in kaart gebracht: op basis van inkomen, renovatiekost en leencapaciteit werd nagegaan waarom ze hun woning niet kunnen renoveren met eigen middelen en een klassieke hypothecaire lening. Op basis hiervan werden vijf blokkadeprofielen geconstrueerd, elk gekenmerkt door een specifieke financiële blokkade.

In een tweede fase werd het bestaande financieringsinstrumentarium getest, waaronder de gesubsidieerde instrumenten Mijn VerbouwPremie en Mijn VerbouwLening. Daaruit bleek dat deze steun vandaag vrijwel volledig terechtkomt bij huishoudens die ze niet nodig hebben. Daarnaast werden ook alternatieve instrumenten getest op hun effectiviteit om na te gaan hoe elk blokkadeprofiel wél bereikt kan worden, waarbij via sensitiviteitsanalyses werd nagegaan welke parameters bepalend zijn.

In een laatste fase werd een gedifferentieerd voorstel uitgewerkt dat per profiel het instrument kiest dat het best aansluit, rekening houdend met de afweging tussen financiële haalbaarheid, gedragsdrempels bij huishoudens, en schaalbaarheid en risico voor kredietverstrekkers. Dit voorstel verhoogt de financiële haalbaarheid van 52,3% naar 80,5%, tegenover slechts 2,6% bij de bestaande Mijn VerbouwLening. Daarmee toont deze masterproef aan dat een gerichte, profielgestuurde aanpak zowel sociaal als financieel sterk scoort.
Meer lezen

AI detection of damage and faults in concrete slabs using an LDV and projectile excitation.

Universiteit Antwerpen
2026
Jasper
Laforce
  • Michiel
    Arnouts
Hoe kunnen we verborgen schade in beton opsporen zonder het materiaal te beschadigen? In deze studie wordt een geautomatiseerd meetsysteem gecombineerd met artificiële intelligentie om defecten, zoals holtes en delaminaties, te detecteren en te lokaliseren. Met behulp van trillingsmetingen en een neuraal netwerk werden de defecten onder gecontroleerde laboratoriumomstandigheden met een nauwkeurigheid van 97,7% geclassificeerd. De resultaten tonen hoe deze technologie kan bijdragen aan een snellere en meer geautomatiseerde inspectie van betonnen constructies, en zo de weg vrijmaakt voor gerichter onderhoud.
Meer lezen

Design and Analysis of an AI-Class Solar Boat Race Hull for Performance, Stability & Competition Compliance

Universiteit Antwerpen
2026
Bram
Dupré
Al vele jaren neemt het UAntwerp Solar Boat Team het op tegen universiteiten van over de hele wereld in de Solar Class tijdens de jaarlijkse Monaco Energy Boat Challenge. Sinds 2025 is deze klasse vervangen door de AI-Class, waarin alle vaartuigen autonoom moeten opereren in meerdere disciplines. De inzichten die het team tijdens het eerste jaar in de AI-klasse heeft opgedaan, vormden een solide basis voor een systematische ontwerpbenadering gericht op het ontwikkelen van een geoptimaliseerde romp en het verbeteren van de huidige ontwerpen door middel van uitgebreide simulaties, iteratieve tests en validatie, waardoor ze meer vermogen aankunnen, hogere kruissnelheden halen en zeewaardiger zijn.
De analyse van bestaande ontwerpen biedt inzicht in het potentieel en de tekortkomingen en suggereert aanpassingen om de prestaties te verbeteren en de levensduur te verlengen. Het nieuwe rompontwerp leert van de tekortkomingen in eerdere ontwerpen en houdt rekening met zowel hydrodynamische als aerodynamische effecten om de efficiëntie, wendbaarheid en stabiliteit tijdens races op zee te maximaliseren. Bijzondere nadruk werd gelegd op het bereiken van een moderne, hoogwaardige, snelle en zeewaardige configuratie die veilig snelheden tot 30-50
knopen kan halen op rechte banen. Lessen uit eerdere ontwerpen en industrienormen werden zorgvuldig geanalyseerd om bekende tekortkomingen te elimineren, en een modulaire en gemakkelijk te vervaardigen architectuur te bereiken met een hogere sponsor en mediawaarde. Bovendien is de romp ontworpen met het oog op aanpasbaarheid op lange termijn, waardoor ze toekomstbestendig is voor gebruik tijdens meerdere wedstrijdcycli.
Meer lezen

Mannen en vrouwen in datagedreven geneeskunde: een onderzoek naar seksevertegenwoordiging in medische machine learning-datasets

Universiteit Gent
2026
Elien
Van de Rostyne
  • Raphaël
    Boitquin
Artificiële intelligentie (AI) speelt een steeds grotere rol in de gezondheidszorg. Veel medische AI-toepassingen maken gebruik van Machine Learning (ML), waarbij de kwaliteit en samenstelling van de gebruikte data bepalend zijn voor de prestaties van het model.

In deze masterproef onderzochten we de vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in medische ML-datasets. Via een systematische literatuurstudie analyseerden we 221 studies over vier aandoeningen: Acute Kidney Injury (AKI), Traumatic Brain Injury (TBI), Out-of-Hospital Cardiac Arrest (OHCA) en Systemic Lupus Erythematosus (SLE).

Onze resultaten tonen aan dat de sekseverdeling soms niet wordt gerapporteerd en dat datasets regelmatig niet representatief zijn voor de populatie waarop de aandoening voorkomt. Bovendien besteden slechts weinig onderzoekers expliciet aandacht aan de mogelijke gevolgen van deze ongelijkheid voor verschillen in modelprestaties tussen mannen en vrouwen.

Deze bevindingen benadrukken het belang van representatieve datasets, transparante rapportering en een nauwe samenwerking tussen clinici en AI-ontwikkelaars om medische AI betrouwbaar en veilig te kunnen inzetten voor alle patiënten.
Meer lezen

Beyond income deciles: understanding the variation in welfare losses caused by EU ETS2 among Belgian households

Universiteit Antwerpen
2026
Jules
De Feyter
Deze studie onderzoekt hoe de kosten en baten van EU ETS2 verdeeld zullen worden over Belgische huishoudens. Ze biedt een omvattende analyse van zowel verticale als horizontale verdelingseffecten. In tegenstelling tot conventionele analyses die zich uitsluitend richten op inkomensdecielen, onderzoekt deze studie hoe welvaartseffecten variëren naargelang demografische en sociaaleconomische huishoudkenmerken, en verschillen in uitgavenpatronen. De analyse is gebaseerd op een geïntegreerde dataset op huishoudniveau met informatie over inkomen, uitgaven en bijbehorende emissies. EU ETS2 wordt gemodelleerd als een CO2-belasting van €45/tCO₂ onder zeven beleidsscenario’s die alternatieve aanwendingen van de middelen uit het Sociaal Klimaatfonds (SKF) weerspiegelen. Met behulp van zowel bivariate als multivariate methoden toont de studie aan dat huishoudens met een laag inkomen, huishoudens in Wallonië, alleenstaanden en huishoudens die afhankelijk zijn van vaste of vloeibare brandstoffen voor woningverwarming de grootste EU ETS2 welvaartsverliezen ervaren. De verdelingseffecten verschillen echter aanzienlijk tussen de beleidsscenario’s, wat benadrukt hoezeer ze worden bepaald door beleidskeuzes. Door deze bevindingen te koppelen aan principes van distributieve rechtvaardigheid formuleert deze studie drie beleidsaanbevelingen. Ten eerste zouden middelen uit het SKF gericht moeten worden op nauw afgebakende kwetsbare groepen om regressieve uitkomsten te beperken. Ten tweede verdient de situatie van huishoudens in Wallonië, alleenstaande huishoudens en huishoudens die afhankelijk zijn van vaste of vloeibare brandstoffen voor woningverwarming bijzondere aandacht, om een disproportionele horizontale verdeling te vermijden. Ten derde moet de gerichte ondersteuning toenemen bij stijgende EU ETS2-emissierechtenprijzen.
Meer lezen

Gezelschapsspellen als educatieve en motiverende tools

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Rembrandt
Verbrugghe
Dit is een onderzoek naar de invloed van bordspellen op de motivatie en betrokkenheid van leerlingen uit de tweede graad in de geschiedenisles. Daarnaast werd er een bordspel ontworpen om het literatuuronderzoek en de bevraging verder te ondersteunen.
Meer lezen

Zelfregulerend leren bij kleuters

Karel de Grote Hogeschool
2026
Jits
Goossens
In mijn bachelorproef heb ik onderzocht hoe je zelfregulatie bij kleuters kan ondersteunen van de eerste tot de derde kleuterklas. Hiervoor ontwikkelde ik een visueel zelfregulatiebord met drie vragen: Wat ga ik doen? Hoe ga ik het doen? en Hoe ging het? Het bord werd aangepast aan de leeftijd en noden van de kinderen en tijdens mijn eindstage uitgeprobeerd. De resultaten tonen dat kleuters door gerichte begeleiding en een duidelijke structuur kunnen groeien in zelfstandigheid.
Meer lezen

When the Lit hits the Fan: Shaping skilled literary readers in the English as a foreign language classroom through the use of fanfiction.

KU Leuven
2026
Margo
Roosen
Deze masterproef onderzoekt hoe fanfiction kan functioneren als een motiverende toegangspoort tot literair vaardig lezen binnen de EFL-klas in de derde graad van het Vlaams secundair onderwijs. Vanuit de vaststelling dat internationale onderzoeken, zoals PISA en PIRLS, wijzen op een dalende leesmotivatie en leesvaardigheid bij adolescenten, vertrekt dit onderzoek vanuit een nood aan krachtige en activerende vormen van literatuuronderwijs.
Het theoretische kader combineert inzichten uit de literatuurdidactiek, leesonderzoek en de motivatiepsychologie. Literair vaardig lezen wordt daarbij benaderd als een combinatie van beleving, interpretatie, evaluatie en analyse. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de factoren die de lezer en de leesontwikkeling beïnvloeden, zoals de leesdriehoek en de bredere leescontext. Vanuit motivatietheorieën zoals de Self-Determination Theory en de Expectancy-Value Theory worden D’hoker’s vier pijlers van leesbevordering centraal geplaatst: competentie, autonomie, relevantie en interactie. Fanfiction wordt vervolgens onderzocht als een praktijk die deze vier pijlers mogelijk ondersteunt.
Het empirische luik van deze thesis vertrekt vanuit een action research-benadering waarin een concrete onderwijsinterventie werd ontwikkeld, uitgevoerd en geëvalueerd. Een testgroep werkte gedurende drie lessen met fanfiction-gebaseerde EFL-lessen, terwijl een controlegroep werkte met meer algemeen gangbare praktijken in het literatuuronderwijs. De studie combineerde hierbij kwantitatieve dataverzameling met kwalitatieve dataverzameling via leesprofielen, de Intrinsic Motivation Inventory (IMI), interviews en klasobservaties.
De resultaten suggereren dat fanfiction potentieel heeft om leerlingen sterker te betrekken bij literaire activiteiten en om de intrinsieke leesmotivatie te ondersteunen. Vooral de herkenbaarheid van narratieve werelden, de ruimte voor persoonlijke interpretatie en de interactieve aard van de fanfiction praktijk werden door leerlingen als motiverend ervaren. Tegelijkertijd tonen de resultaten aan dat leesmotivatie sterk afhankelijk blijft van de individuele leesprofielen en eerdere leeservaringen, en dat het inherente karakter van fanfiction als autonoom en interactief ook als een valkuil kan worden ervaren.
Hoewel deze studie geen verregaande uitspraken kan toelaten over langetermijneffecten op leesvaardigheid of literaire competentie, benadrukt ze wel het belang van activerend en participatief literatuuronderwijs dat aansluit bij de leefwereld van leerlingen.
Meer lezen

Van leesstrategie naar wereldkennis: een ondersteuningspakket bij het kennisrijk curriculum voor begrijpend lezen.

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Amber
Adriaens
De aanhoudend dalende resultaten voor begrijpend lezen, zoals zichtbaar in internationale studies als PISA en PIRLS, en de invoering van de nieuwe minimumdoelen Nederlands markeren een keerpunt voor het Vlaamse basisonderwijs. Deze studie focust specifiek op de fundamentele visieverandering binnen het domein Nederlands: de wetenschappelijke verschuiving van het trainen van losse leesstrategieën naar een
kennisrijk curriculum vraagt om een herziening van de didactische praktijk. Voor veel leerkrachten blij de vertaalslag van deze abstracte, bindende doelen naar de dagelijkse klaspraktijk echter een complexe uitdaging.
Deze bachelorproef onderzoekt hoe de theoretische kaders rond kennisrijk onderwijs vertaald kunnen worden naar bruikbaar lesmateriaal. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan een praktijkgericht ondersteuningspakket, gebaseerd op de specifieke noden en uitdagingen van leerkrachten in het Vlaamse lager onderwijs, de voorbereiding op en implementatie van de nieuwe, kennisrijke minimumdoelen voor
begrijpend lezen ondersteunen? Het doel is leerkrachten concrete handvaten te geven waarmee ze de nieuwe minimumdoelen in de klaspraktijk kunnen uitvoeren.
Het onderzoek is opgebouwd als een triangulatie van bronnen: een literatuurstudie met comparatieve analyse van de oude eindtermen en de nieuwe minimumdoelen, een digitale nodenbevraging bij 42 Vlaamse leerkrachten en zorgleerkrachten, en een semigestructureerd interview met een ervaren zorgcoördinator.
Uit de literatuurstudie blijkt dat leesbegrip niet verbetert door strategie-instructie in isolatie, maar door thematische kennisopbouw, conceptuele coherentie en convergente differentiatie. De nodenbevraging bevestigt die nood: leerkrachten geven aan dat de huidige methodes te verarmd zijn, dat klasdiversiteit hun grootste struikelblok vormt en dat de tijd ontbreekt om zelf rijker materiaal te ontwikkelen. Als antwoord op deze noden werd een lessenreeks van drie lessen over de Olympische Spelen voor het 4de leerjaar ontwikkeld, met volledig uitgewerkte leerkrachtenhandleidingen, leerlingenbundels en een digitale app met klikbare woordverklaringen en een ingebouwde thuistaaloptie voor anderstalige leerlingen. Les 1 werd uitgetest door een leerkracht in het vierde leerjaar van basisschool De Zonnetuin.
Meer lezen

Van visie naar praktijk: de (leer)KRACHT in een buitengewone context

Arteveldehogeschool Gent
2026
Davina
Van Campenhout
De maatschappelijke relevantie van deze bachelorproef is groot. Wanneer de capaciteitsdruk binnen het type 2-onderwijs steeds verder toeneemt, dreigen de meest kwetsbare leerlingen onvoldoende kansen te krijgen om zich te ontwikkelen. Het onderwijs van andere types, zoals basisaanbod, zien we geleidelijk aan uitdoven. Deze evolutie, gebaseerd op data, confronteerde ons als schoolteam met een fundamentele vraag: "Waar staan wij voor als schoolteam met betrekking tot ons didactisch aanbod, wat zijn onze gemeenschappelijke pijlers en hoe bieden wij krachtig onderwijs in de praktijk aan onze kwetsbare doelgroep?"

Deze vraag zette ons aan om te denken vanuit groeikansen in plaats vanuit beperkingen. We onderzochten samen of expliciete directe instructie (EDI) een krachtig antwoord kan bieden binnen onze type 2-context. Wat begon als een zoektocht naar effectieve didactiek, groeide uit tot een bredere pedagogische ontdekkingstocht. We herontdekten de (leer)KRACHT in onze buitengewone context.

De resultaten brachten waardevolle inzichten over hoe ook leerlingen met complexe ondersteuningsnoden doelgericht, betekenisvol en op hun eigen tempo kunnen leren en groeien. Ze bevestigden voor ons dat beperkingen niet het vertrekpunt hoeven te zijn van onderwijs. Groeikansen en het geloof van de mogelijkheden bij elk kind moeten dat wel zijn.

Met deze bachelorproef willen we daarom verder kijken dan onze eigen schoolmuren. We hopen andere scholen en onderwijsprofessionals te inspireren om ook binnen een type 2-context kritisch te kijken naar hun didactische aanpak en te durven inzetten op effectieve, onderbouwde onderwijspraktijken. Want ook wanneer leren er anders uitziet, blijft de vraag dezelfde: "Hoe kunnen wij als onderwijsprofessionals het verschil maken in de ontwikkeling van elke leerling?"

Deze bachelorproef wil informeren, inspireren en vooral een overtuiging versterken: elke leerling kan groeien. Het is aan ons om die groei te zien, mogelijk te maken, erin te geloven en er doelgericht aan bij te dragen.
Meer lezen

Hoe kan Hyrox geïntegreerd worden in de lessen lichamelijke opvoeding in de 2de graad van het secundair onderwijs in Vlaanderen en de Algarve?

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Elise
Roets
Deze bachelorproef onderzoekt hoe Hyrox op een pedagogisch verantwoorde manier kan worden geïntegreerd in de lessen lichamelijke opvoeding van de 2de graad van het secundair onderwijs in Vlaanderen en de Algarve.
Meer lezen

Tussen Town en Gown: Framing van studentenhuisvesting en buurtverandering in historische studentensteden

Vrije Universiteit Brussel
2026
Maxim
Heuvinck
De thesis vergelijkt hoe Gent en Bologna omgaan met studentenhuisvesting en de impact ervan op buurten. Uit de analyse van beleidsdocumenten, institutionele bronnen en media blijkt dat gelijkaardige problemen rond betaalbaarheid en woningtekort in beide steden tot verschillende beleidsreacties leiden. De centrale conclusie is dat studentenhuisvesting niet alleen draait om meer kamers bouwen: ook betaalbaarheid, locatie, kwaliteit, governance en de relatie met de reguliere woningmarkt bepalen wie werkelijk toegang krijgt tot wonen in de studentenstad.
Meer lezen

Van educatie tot zelfzorg: de impact van verpleegkundige ontslagvoorbereiding op herstel bij patiënten na cardiochirurgie

Thomas More Hogeschool
2026
Wouter
Notelteirs
Van educatie tot zelfzorg: de impact van verpleegkundige ontslagvoorbereiding op herstel bij patiënten na cardiochirurgie

Een cardiochirurgische ingreep is voor veel patiënten een ingrijpende gebeurtenis die gepaard gaat met een intensief en kwetsbaar herstelproces. Waar de zorg tijdens de ziekenhuisopname nauwgezet georganiseerd is, blijkt de uiteindelijke overgang van het ziekenhuis naar de thuissituatie in de praktijk vaak een kritiek moment. Patiënten kampen na de operatie niet alleen met fysieke ongemakken zoals pijn, vermoeidheid en een beperkte mobiliteit, maar worden thuis ook geconfronteerd met onzekerheid en angst. Vragen over wat veilig is qua beweging, hoe wondzorg moet worden uitgevoerd of hoe de medicatie correct moet worden ingesteld, zorgen regelmatig voor twijfels. Zonder adequate ondersteuning kan deze onzekerheid leiden tot een moeizamer herstel, problemen met therapietrouw en in het slechtste geval zelfs tot vermijdbare complicaties of ongeplande heropnames.

Om te onderzoeken hoe deze overgang beter kan worden begeleid, richtte dit Evidence-Based Nursing (EBN) onderzoek zich op de vraag welke rol verpleegkundige educatie en ontslagvoorbereiding spelen in het herstel en de zelfzorg van volwassen patiënten na cardiochirurgie. Aan de hand van een systematische literatuurstudie van zestien recente wetenschappelijke studies – waaronder gerandomiseerde gecontroleerde studies en systematische reviews – werden de effecten van verpleegkundige interventies op fysiek, psychologisch en klinisch vlak in kaart gebracht.

Uit de resultaten blijkt overtuigend dat doelgerichte verpleegkundige begeleiding een cruciale succesfactor is. Vroegtijdige en gestructureerde patiënteneducatie vermindert angst- en depressiescores significant, verhoogt het inzicht in het ziektebeeld en leidt tot een hogere tevredenheid bij de patiënt. Op fysiek vlak draagt een goede voorbereiding bij aan een korter verblijf op de intensieve zorgen, betere ademhalingsparameters en een effectievere pijnbestrijding. Wanneer educatie bovendien wordt gecombineerd met een individueel afgestemd ontslagplan en een actieve opvolging na de hospitalisatie – bijvoorbeeld via telefonische contacten of naloopzorg – voelen patiënten zich aanzienlijk beter voorbereid op hun thuisherstel. Dit verhoogt de zogenaamde discharge readiness en dringt het aantal heropnames aantoonbaar terug.

Centraal in dit gehele proces staat het stimuleren van de zelfzorgcapaciteit. Zelfzorg gaat verder dan het opvolgen van medische voorschriften; het omvat de vaardigheden en het zelfvertrouwen (self-efficacy) die een patiënt nodig heeft om dagelijks de eigen gezondheid te bewaken en gepast te reageren op lichamelijke signalen. Omdat factoren zoals gezondheidsgeletterdheid (health literacy) sterk verschillen per persoon, werkt een standaardfolder of een eenmalig gesprek bij het afscheid niet. Informatie dient stapsgewijs, op maat en in begrijpelijke taal te worden aangeboden.

Dit onderzoek onderstreept dat verpleegkundigen de sleutelfiguur vormen in het overbruggen van de kloof tussen het ziekenhuis en de thuissituatie. Ontslagvoorbereiding mag niet worden beschouwd als een administratieve handeling op de dag van vertrek, maar als een doorlopend, gestandaardiseerd zorgpad dat reeds bij opname start en doorloopt tot in de eerstelijnszorg en hartrevalidatie. Door binnen verpleegkundige teams te streven naar een uniforme, evidence-based aanpak kan de continuïteit en kwaliteit van zorg naar een hoger niveau worden getild, met als ultiem doel dat patiënten met meer vertrouwen en veerkracht aan hun herstel bouwen.
Meer lezen

Tussen Management en Praktijk: Welzijn en Welbevinden van Roulementsmedewerkers binnen HIC-units in België

Universiteit Gent
2026
Simon
Praet
Deze masterproef onderzocht het welzijn van roulementsmedewerkers op Belgische High & Intensive Care-afdelingen (HIC). Via een mixed-methods onderzoek werd een nationale vragenlijst gecombineerd met interviews met medewerkers en management binnen één HIC-afdeling. De resultaten tonen dat welzijn niet eenvoudig samenhangt met demografische kenmerken zoals leeftijd, geslacht, functie of uurrooster. Wel kwamen belangrijke organisatorische factoren naar voren, waaronder personeelsbezetting, uurroosters, teamondersteuning, erkenning en de aanwezigheid van leidinggevenden. Vooral mentale distantie bleek een aandachtspunt. De bevindingen benadrukken daarom het belang van een welzijnsbeleid dat niet alleen inzet op individuele ondersteuning, maar ook op de organisatie van het werk en een goede afstemming tussen management en praktijk.
Meer lezen

VOLUMETRIC BIOPRINTING FOR LUNG TISSUE ENGINEERING: TOWARD FETAL LUNG MODELS

Universiteit Gent
2026
Robbert
Willemarck
Fotocrosslinkbare gelatinederivaten worden veel gebruikt als biomaterialen voor lichtgebaseerde bioprinttechnieken. Tot de meest gevestigde materialen behoren gelatine-methacryloyl (GelMA) en gelatine-norborneen (GelNB), dankzij hun gunstige mechanische eigenschappen, goede verwerkbaarheid en biocompatibiliteit. Voortbouwend op de voordelen van beide systemen werd een dubbel photocrosslinkable gelatinederivaat ontwikkeld, gelatine-methacryloyl-norborneen (GelMANB), dat chain growth - en step growth-polymerisatie combineert. Hiermee wordt de afstembaarheid van het materiaal vergroot voor toepassingen binnen de longweefselengineering.

GelMANB werd gesynthetiseerd en gekarakteriseerd met protonkernspinresonantiespectroscopie (1H-NMR) om de substitutiegraden (DS) van zowel de methacryloyl- als de norborneengroepen te bepalen. Bioresins werden geformuleerd met verschillende polymeerconcentraties en gecrosslinkt met diverse thiolhoudende crosslinkers, waaronder dithiothreitol (DTT), polyethyleenglycoldithiol (PEG2SH), gethioleerde gelatine (GelSH) en een nieuw ontwikkeld gethioleerd elastine (ElnSH). De fysisch-chemische eigenschappen werden geëvalueerd aan de hand van photorheology, tensile test, frequentiesweepanalyses, gel-fractie- en zwelstudies. De verwerkbaarheid werd onderzocht met behulp van volumetric additive manufacturing (VAM). Daarnaast werden celbeladen GelMANB-bioresins gebioprint en werd de biocompatibiliteit geëvalueerd met MRC-5-fibroblasten via post-printing assays voor celviabiliteit en proliferatie.

1H-NMR-analyses bevestigden een succesvolle dubbele functionalisatie van gelatine met een afstembare substitutiegraad. GelMANB vertoonde een breed en controleerbaar spectrum aan mechanische eigenschappen, afhankelijk van de polymeerconcentratie en de gekozen crosslinker. De incorporatie van GelSH resulteerde in stijvere hydrogels, terwijl DTT en ElnSH materialen opleverden met mechanische eigenschappen die beter aansluiten bij die van longweefsel. Opmerkelijk was dat GelMANB/ElnSH-bioresins een hogere cytocompatibiliteit vertoonden dan GelMA-gebaseerde systemen.

Deze resultaten tonen aan dat GelMANB een veelzijdig en celvriendelijk fotocrosslinkbaar biomateriaal is voor lichtgebaseerde bioprinttechnieken. Dankzij de verbeterde afstembaarheid en verhoogde biologische relevantie biedt dit materiaal een veelbelovend platform voor de vervaardiging van fysiologisch relevante longweefselmodellen.
Meer lezen

Een biofysisch geïnspireerd model van fusiforme cellen voor het bestuderen van intrinsieke en synaptische parameterveranderingen bij tinnitus

Universiteit Gent
2026
Noor
Roelen
Deze thesis onderzoekt hoe veranderingen in de fusiforme cellen en zijn connecties kunnen bijdragen aan tinnitus. Hiervoor werd een computationeel model van fusiforme cellen ontwikkeld dat eerst werd afgestemd op de normale werking van deze cellen. Vervolgens werden mechanismen die in de literatuur met tinnitus worden geassocieerd, vertaald naar veranderingen in het model. De resultaten tonen dat veranderingen in de intrinsieke eigenschappen van fusiforme cellen hun verhoogde spontane activiteit kunnen verklaren, maar dat ook veranderingen in de balans tussen stimulerende en remmende signalen nodig zijn om tinnitusachtige activiteit volledig te reproduceren. Het model biedt zo een kader om de verschillende mechanismen bij tinnitus verder te bestuderen.
Meer lezen

HOE PARK & RIDES EEN ECHTE OPTIE WORDEN IN VLAANDEREN: OP WEG NAAR EEN DUURZAME MOBILITEITSSHIFT

Universiteit Gent
2026
Thomas
De Visscher
Park & Rides moeten autoverkeer aan de stadsrand opvangen en de omslag naar openbaar vervoer versterken, maar hun gebruik verschilt sterk van stad tot stad. Deze masterproef onderzoekt onder welke voorwaarden Park & Rides in Vlaanderen echt werken, en hoe beleid daarop kan inspelen. Via een sequential explanatory mixed-methods design werden eerst de voorkeuren van 400 respondenten in kaart gebracht met een Choice-Based Conjoint-enquête rond kostprijs, frequentie, parkeergarantie en uitstraling. Die resultaten werden vervolgens verdiept met zes interviews met experten en beleidsactoren.

Een gegarandeerde parkeerplaats blijkt voor gebruikers veruit het belangrijkste, gevolgd door kostprijs en frequentie — terwijl beleidsactoren vooral op locatie en betrouwbaarheid van het openbaar vervoer focussen. Die kloof tussen gebruikersvoorkeuren en beleidspraktijk vormt een centrale bevinding. Het onderzoek mondt uit in concrete aanbevelingen op gebruikers-, stedelijk en Vlaams niveau, met als kern: parkeergarantie, herkenbare communicatie en een geïntegreerd Vlaams kader.
Meer lezen

Wandelen als artistiek-pedagogische methode in woonzorgcentra

Erasmushogeschool Brussel
2026
Marthe
Verschaeve
Deze scriptie onderzoekt hoe wandelen als artistiek-pedagogische methode ingezet kan worden in een woonzorgcentrum. Vertrekkend vanuit de vaststelling dat veel bewoners geconfronteerd worden met beperkte mobiliteit, routines en een verlies aan autonomie, gaat het onderzoek na hoe wandelen kan bijdragen aan aandacht, verwondering, betekenisgeving en verbinding. Centraal staat daarbij de wisselwerking tussen wandelen en kunst: wandelopdrachten worden geïnspireerd door kunstenaars, artistieke praktijken en kunstzinnige manieren van kijken.

Via participatief actieonderzoek worden verschillende wandelopdrachten ontwikkeld en getest met drie bewoners van een woonzorgcentrum. Naast fysieke wandelingen wordt ook geëxperimenteerd met alternatieve vormen van wandelen, zoals fotografie, tekenen, herinneringen, geluiden en virtuele verplaatsingen. Deze opdrachten nodigen bewoners uit om hun omgeving en leefwereld op een andere manier waar te nemen en hier actief betekenis aan te geven.

De resultaten tonen aan dat wandelen, wanneer het verbonden wordt met artistieke processen, meer is dan een fysieke activiteit. Het kan bijdragen aan autonomie, verwondering, verbeeldingskracht, ontmoeting en zingeving. Daarnaast blijkt dat ook imaginaire en niet-fysieke vormen van wandelen waardevol kunnen zijn voor bewoners met een beperkte mobiliteit. De scriptie mondt uit in een toolbox met artistieke wandelopdrachten die verder kunnen worden ingezet en onderzocht binnen woonzorgcentra.
Meer lezen

Tussen hoop en herval: Een hulpverlenersperspectief op chroniciteit en veranderingsresistentie bij cliënten in de langdurige verslavingszorg

Universiteit Gent
2026
Thyra
Janssens
Deze masterproef onderzoekt hoe hulpverleners in de chronische Belgische drughulpverlening de veranderingsresistentie en chroniciteit bij cliënten beleven, en welke impact dit heeft op hun zorghouding, werkrelatie en emotioneel welzijn. Via een kwalitatief onderzoeksdesign werden negentien semigestructureerde interviews afgenomen bij hulpverleners uit vijf verslavingszorgsettings: een ambulante voorziening, twee residentiële settings, een CRA-georiënteerde werking en een spoedpsychiatrische context. De data werden geanalyseerd aan de hand van thematische analyse volgens Braun en Clarke (2021).

De analyse resulteerde in zeven thema's, van stigma en veranderingsresistentie tot emotionele belasting en structurele uitdagingen. Twee bevindingen springen er uit. Ten eerste is er een structurele kloof tussen wat hulpverleners conceptueel weten over herval en hoe zij dit emotioneel beleven. Ten tweede blijken de dimensies verbondenheid, hoop en betekenis, die centraal staan in herstel bij cliënten, ook voor hulpverleners zelf een bron van professionele veerkracht. Op basis van de bevindingen wordt een empirisch onderbouwde hypothese geformuleerd: naarmate de therapeutische relatie minder diepgaand is, neemt de kans op objectivering en dehumanisering van de cliënt toe. De conclusie luidt dat herstelgerichte zorg gelijktijdige investeringen vereist op het niveau van de hulpverlener, de organisatie en het zorglandschap. Individuele veerkracht kan niet als vervanging dienen voor structurele bescherming.
Meer lezen

Grondig gewaardeerd: Voedselsoevereiniteit op en naast het veld

Universiteit Gent
2026
Hannah
De Clercq
Deze masterproef vertrekt vanuit de waardering voor een praktijk van voedselsoevereiniteit, namelijk de praktijk die Plukboerderij Grondig uitoefent. De plukboerderij bevindt zich grofweg op de snijlijn van Gentbrugge, Melle-Merelbeke en
Heusden. Het plukveld, de serre, het boerenerf en andere weides liggen verspreid
in het gebied opgespannen door de dorpskern van Heusden en het beschermd
natuurgebied van de Schelde. Grondig is een CSA, een “community supported
agriculture”, wat betekent dat een gemeenschap van leden financieel mee draagt
in teeltrisico’s. Beleid en ruimtelijke planning voorzien geen of weinig ruimte voor
praktijken van voedselsoevereiniteit. (Jonge) Boeren die voor een gemeenschap
voedsel produceren, krijgen moeilijk toegang tot grond en infrastructuur. Onderzoek
naar voedselsoevereiniteit richt zich voornamelijk op praktijken in het Globale
Zuiden, of is heel theoretisch van aard. Er bestaat nog maar weinig onderzoek naar
praktijken die in Vlaamse context sociale en ecologische doelstellingen met elkaar
verbinden, en naar hoe omgevingen eruit zien die deze praktijken bemoeilijken of
bevorderen. Aan de hand van veldwerk (participatieve observatie), semi-gestructureerde interviews met boeren als betrokkenen tot Grondig en gesprekken
met boeren en andere stagiairs, dient er zich steeds meer kennis en verdieping
aan over de praktijk van Grondig. Verder helpt literatuur me taal te voorzien om
beter te benoemen wat er zich op als naast het veld afspeelt. Grondig boert in
een onaangepaste omgeving, maar creëert overlevingsstrategieën. Ze maakt een
netwerk, waaronder de gemeenschap, waarin zowel kennis als grondstoffen worden
uitgewisseld die het mogelijk maken om op een relatief autonome manier voedsel te
produceren voor die lokaal verankerde gemeenschap.
Meer lezen

Influence of AI on strategic decision-making. Delegation versus deliberation: the impact of access architecture on managerial teams.

KU Leuven
2026
Robbe
Degroote
  • Thomas
    Devoldere
  • Lukas
    De Ryck
Organisaties staan onder druk om AI te integreren, maar de vraag hoe dat het best kan gebeuren blijft vaak onbeantwoord. Deze thesis onderzoekt experimenteel of de architectuur van AI-toegang de kwaliteit van managementbeslissingen kan beïnvloeden. Dit werd gedaan via een simulatie waarin negen teams van masterstudenten en recent afgestudeerden een strategisch vraagstuk moesten oplossen. De resultaten tonen aan dat meer AI-toegang of gebruik niet leidt tot betere maar meer ongelijke resultaten. Gedeelde toegang presteerde consistent solide, terwijl onbeperkte individuele toegang zowel de beste als de zwakste resultaten opleverde. Daarnaast bleek dat meer AI-gebruik samenging met minder vertrouwen in de genomen beslissingen.
Meer lezen

Verpleegkundige aandachtspunten bij gebruik van antipsychotica tijdens een zwangerschap

Thomas More Hogeschool
2026
Ramona
Westerveld
Deze bachelorproef onderzoekt welke verpleegkundige aandachtspunten belangrijk zijn bij de begeleiding van zwangere zorgvragers die antipsychotica gebruiken. Een zwangerschap in combinatie met een psychiatrische aandoening brengt een complex zorgvraagstuk met zich mee: zorgverleners moeten de mogelijke risico’s van medicatie afwegen tegen de risico’s van onbehandelde psychiatrische problematiek voor ouder en kind.

Aan de hand van een literatuurstudie werd onderzocht welke effecten antipsychotica tijdens de zwangerschap kunnen hebben en welke rol verpleegkundigen kunnen opnemen in de begeleiding. Uit de huidige wetenschappelijke literatuur blijkt geen duidelijk verhoogd risico op ernstige aangeboren afwijkingen. Wel worden verbanden beschreven met onder andere vroeggeboorte, een lager geboortegewicht en tijdelijke aanpassingsproblemen bij pasgeborenen. Tegelijk is het moeilijk om deze effecten rechtstreeks toe te schrijven aan de medicatie, omdat ook de onderliggende psychiatrische aandoening en andere factoren een belangrijke rol spelen.

De resultaten benadrukken het belang van een individuele en multidisciplinaire aanpak. Verpleegkundigen spelen daarbij een belangrijke rol in monitoring, educatie, ondersteuning en zorgcoördinatie. Zowel bij het verderzetten als bij het afbouwen of stopzetten van antipsychotica is een zorgvuldige opvolging van het psychische en lichamelijke welzijn van de zwangere zorgvrager essentieel.
Meer lezen

Hergebruik van geprefabriceerde betonnen welfsels, een technisch-economische analyse op basis van het Europese hergebruiklandschap

Universiteit Gent
2026
Gilles
Vandenbussche
Hoewel de roep om circulair bouwen in de academische wereld steeds luider klinkt, blijft de praktische uitvoering vaak beperkt tot de herwaardering van niet-structurele materialen. Waarom laten we de grootste kansen op verduurzaming onbenut? Gezien de enorme milieu-impact van beton en de aanhoudende vroegtijdige sloop van
gebouwen, is het essentieel om de stap naar het hergebruiken van structurele elementen te zetten. Deze masterproef richt zich specifiek op het hergebruikpotentieel van geprefabriceerde betonnen holle welfsels, die door hun groot aandeel in de structurele massa van Belgische gebouwen een cruciaal aandachtspunt vormen
binnen de circulaire economie.

Het onderzoek brengt eerst de huidige stand van zaken van betonelementhergebruik in Europa in kaart. Op basis
van deze analyse en inbreng door instanties in de constructiesector is een praktisch stappenplan ontwikkeld om de technische en economische haalbaarheid van het oogsten en hergebruiken van holle welfsels aan te tonen. Het resultaat is een beslissingsdiagram dat niet alleen toepasbaar is op welfsels, maar ook ontwerpprincipes aanreikt voor andere betonelementen. Verschillende hergebruiktrajecten resulteren in een lagere kostprijs per eenheid, waardoor het hergebruiken van betonelementen in deze scenario’s economisch competitief wordt. Om de cirkel volledig te sluiten, besluit het onderzoek met concrete voorstellen voor demontabele bouwdetaillering, waardoor de geoogste elementen ook in de toekomst eenvoudig opnieuw inzetbaar blijven.
Meer lezen

Optimalisatie-Interactie: Educatieve chatbots voor leerlingen met leerstoornissen

Hogeschool PXL
2026
Josephine
Bouwens
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe AI-gestuurde educatieve chatbots kunnen worden afgestemd op de noden van leerlingen met leerstoornissen, met een focus op dyslexie en dysfasie. De stage vindt plaats binnen Eureka Expert BV, onderdeel van Eureka Leuven, een toonaangevend Belgisch expertisecentrum die personen met leerstoornissen begeleidt.
Binnen deze context wordt een prototype ontwikkeld van een AI-gedreven chatbot die optreedt als digitale studiebegeleider. Het systeem moet studeren ondersteunen door de leerling te ondervragen en gericht feedback te geven op basis van het studiemateriaal van de gebruiker. Hierbij wordt specifiek rekening gehouden met de noden van leerlingen met dyslexie en/of dysfasie.
Het systeem wordt ontwikkeld in React (TypeScript/Vite). De AI-functionaliteit wordt gerealiseerd via een Node.js/Express-backend met Google Gemini voor tekst- en spraakverwerking. Door gebruik te maken van Retrieval-Augmented Generation (RAG) via Gemini File Search worden antwoorden inhoudelijk afgestemd op het studiemateriaal.
Daarnaast wordt een literatuurstudie uitgevoerd naar informatieverwerking en effectieve leerstrategieën bij leerlingen met dyslexie en/of dysfasie. Op basis hiervan wordt onderzocht hoe een AI-chatbot deze strategieën kan ondersteunen. Daarnaast wordt onderzocht hoe system prompts geoptimaliseerd kunnen worden en wordt een promptstrategie uitgewerkt.
Tot slot wordt een evaluatie uitgevoerd met leerlingen gericht op hun gebruikservaring. Aan de hand van gerichte vragen wordt gepeild naar gebruiksvriendelijkheid, duidelijkheid, motivatie en ondersteuning. De resultaten worden verwerkt in een evaluatiematrix, die toelaat om verbeterpunten te formuleren voor zowel de chatbotinterface als de onderliggende promptstructuur.
Uit de ontwikkeling en evaluatie blijkt dat de AI-gestuurde chatbot potentieel heeft als aanvullende studieondersteuning voor leerlingen met dyslexie en/of dysfasie. De combinatie van Retrieval-Augmented Generation, aangepaste promptstrategieën, eenvoudige taal, herhaling en multimodale interactie zorgt ervoor dat de chatbot beter kan aansluiten bij de noden van deze doelgroep. Doordat de antwoorden gebaseerd worden op het studiemateriaal van de leerling, kan de ondersteuning inhoudelijk relevanter en meer contextgericht worden aangeboden.
De gebruikerstesten tonen aan dat de chatbot door leerlingen als motiverend en behulpzaam kan worden ervaren. Vooral de mogelijkheid om zelfstandig te oefenen, vragen te stellen, uitleg te krijgen en via spraak te communiceren, maakt de toepassing toegankelijker voor leerlingen die moeilijkheden ervaren met lezen, schrijven of taalverwerking. De chatbot biedt bovendien ruimte voor herhaling en directe feedback, wat kan bijdragen aan meer zelfvertrouwen en zelfstandigheid tijdens het studeren.
Tegelijkertijd moet de chatbot worden gezien als een ondersteunend hulpmiddel en niet als vervanging van een leerkracht of begeleider. De resultaten tonen aan dat AI waardevol kan zijn binnen gepersonaliseerde leerondersteuning, op voorwaarde dat de technologie zorgvuldig wordt afgestemd op de doelgroep en ingebed wordt in een veilige, pedagogisch verantwoorde leercontext. Deze bachelorproef toont daarmee aan dat een AI-gestuurde studiebegeleider een veelbelovende aanvulling kan vormen op bestaande digitale leerplatformen voor leerlingen met leerstoornissen.
Meer lezen

Designing and building of cobot sand cleaning solution for 3D sand printed parts

Hogeschool PXL
2026
Jarne
Roosen
Bij aluminiumgieterij Hassal in Kuringen worden gietvormen geprint met een 3D-zandprinter. Na het printen blijft er los zand in die vormen achter, dat een operator met de hand wegblies: ongeveer 25 seconden per kern, dag na dag. Dat werk is repetitief en delicaat, want te hard blazen beschadigt de broze vorm en achtergebleven zand geeft gebreken in het gietstuk.

Deze bachelorproef onderzoekt hoe dat nabewerken geautomatiseerd kan worden met een cobot, een robotarm die zonder veiligheidshekken naast een mens kan werken. De bestaande robotopstelling werd geëvalueerd en onbruikbaar bevonden, waarna een geschikte cobot is gekozen. Vervolgens werden een verrijdbare constructie met twee zelfontworpen draaitafels, een elektrische kast en een zelf gegoten blaasmondstuk ontworpen, gebouwd en geprogrammeerd.

De installatie reinigt acht kernen in 110 seconden, ofwel 13,75 seconden per kern tegenover 25 seconden manueel: 45 procent tijdwinst en zo'n 0,20 euro besparing per kern.
Meer lezen

Bouw multifunctioneel sportcomplex Benin (Cotonou)

Hogeschool VIVES
2026
Fenna
Vanhoutte
Mijn eindproef onderzoekt de haalbaarheid en ontwikkeling van een multifunctioneel sportcomplex in Cotonou, Benin, op vraag van de Port Autonome de Cotonou. Het project vertrekt vanuit de vaststelling dat er nood is aan kwalitatieve en toegankelijke sportinfrastructuur die aansluit bij de lokale context en behoeften.

De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan de ontwikkeling van een multifunctioneel sportcomplex in Cotonou bijdragen aan sportparticipatie en talentontwikkeling en bovendien maatschappelijke meerwaarde creëren binnen een financieel haalbaar en duurzaam exploitatiemodel?

Om deze vraag te beantwoorden, bracht ik de lokale sportcontext, bestaande infrastructuur, behoeften van verschillende doelgroepen en relevante stakeholders in kaart. Op basis van dit onderzoek deed ik aanbevelingen voor de mogelijke realisatie van het sportcomplex. Daarbij werd niet alleen gekeken naar de ruimtelijke en sportieve invulling, maar ook naar de manier waarop het complex op lange termijn kan functioneren.

De eindproef resulteert in een totaalconcept voor een sportsite waarin verschillende sporten en gebruikers samenkomen. Naast het ruimtelijke voorstel omvat de studie ook een businessplan, financieel plan, risicoanalyse en een faseringsplan. Zo biedt de eindproef een onderbouwd kader voor de mogelijke verdere ontwikkeling van een sportcomplex dat sportieve, maatschappelijke en economische doelstellingen met elkaar verbindt.
Meer lezen

Fysische modellering en validatie van een krachtgeactiveerd afdaalsysteem

KU Leuven
2026
Wannes
Tijskens
Vrijwel elk zeker- en afdaaltoestel leidt het touw langs een vast pad in bochten om, waarbij de energie wordt omgezet in wrijvingswarmte in het contact tussen touw en toestel. Het touw is daardoor tegelijk draagelement en remelement. De Slow-Fall vertrekt van een ander uitgangspunt: de spanning in het touw wordt via de wigwerking van een V-vormige groef omgezet in een axiale kracht op een afzonderlijke wrijvingsrem, waar de energie wordt gedissipeerd. Het toestel werd iteratief ontwikkeld en werkt in de praktijk, maar waarom het werkt was niet gekend. Daardoor kon geen enkele ontwerpvraag beantwoord worden zonder opnieuw te bouwen en te beproeven, wat de verdere ontwikkeling uiteindelijk stillegde.

Deze masterproef bouwt daarom een experimenteel getoetst fysisch model van het toestel. Het mechanisme werd eerst ontleed tot zijn afzonderlijke krachtoverdrachts- en dissipatie-mechanismen, die vervolgens elk op een zelfontworpen testopstelling gekarakteriseerd werden. Het dynamisch gedrag van het klimtouw werd bepaald uit vrije-valproeven, waarbij uit de dempingsenveloppe en de ogenblikkelijke frequentie van het gemeten signaal een nieuw equivalent model werd afgeleid: het KVC-KV-model, waarin een Coulomb-demper als schakelend element de topologie van het touw laat afhangen van de systeemtoestand. Het geeft als enige zowel de tweeledige dempingsenveloppe als de stijgende oscillatiefrequentie tijdens het uitdempen weer. Daarnaast werden de wrijving tussen touw en cilinder, de belastingsafhankelijke capstanwerking van het gripwiel en het V-wiel, en het remkoppel tussen remschijf en remwiel gemeten en in wiskundige vorm gegoten; voor het gewikkelde touwcontact bleek een machtswetmodel nodig in plaats van de wet van Amontons-Coulomb.

De deelmodellen werden samengebracht in een dynamisch model van het volledige toestel, opgesteld met de methode van Lagrange, uitgebreid met een Rayleigh-dissipatiefunctie en met de droge wrijving als niet-conservatieve gegeneraliseerde krachten. Vier gegeneraliseerde coördinaten volstaan; de overgangen tussen de wrijvingsregimes werden als gebeurtenisgestuurde schakelingen geformuleerd en numeriek geïmplementeerd in Matlab. Om het model te toetsen met touw, wikkelingen, rem en last gelijktijdig actief, werd een hoofdtestopstelling ontworpen en gebouwd. Daarin legt een servoaandrijving op het zekeruiteinde een reproduceerbaar verplaatsingsprofiel op, terwijl de krachten over de volledige krachtweg gemeten worden: zekerkracht, lastkracht, axiale kracht op de remschijf en reactiekracht op het geleidingswiel.

De vergelijking met de metingen legde drie afwijkingen bloot, die elk aan een fysisch mechanisme werden toegewezen en met gerichte correcties opgevangen. Daaruit volgt een beschrijving van de werking: de Slow-Fall is een tweetraps krachtversterker. De wikkelingen rond het gripwiel slippen permanent, waardoor de eerste trap een vaste versterking van de zekerkracht levert; de tweede trap ligt niet vast, omdat de lastspanning volgt uit de beweging van de last zelf. Beide bepalen samen de axiale kracht op de rem, waardoor het toestel een teruggekoppeld systeem is: met de zekerkracht verschuift de gebruiker het werkpunt van die terugkoppeling. Het merendeel van de energie wordt effectief in de rem gedissipeerd, wat het uitgangspunt van het ontwerp bevestigt. Ten slotte rangschikt het model de ontwerp-parameters, waardoor ontwerpkeuzes voortaan eerst doorgerekend en pas daarna beproefd kunnen worden.
Meer lezen