Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Het effect van verhoogde veerkacht bij 0-10-jarigen in leefgroep de Boomhut, om de emotieregulatie rond hun plaatsing te bevorderen

Hogeschool UCLL
2026
Nathalie
Wilms
Deze scriptie onderzocht hoe begeleiders van leefgroep De Boomhut de veerkracht van kinderen van 0 tot 10 jaar kunnen versterken om hun emotieregulatie rond de plaatsing te bevorderen.
Uit het onderzoek blijkt dat kinderen vooral nood hebben aan ondersteuning bij traumaverwerking en emotieregulatie om hun plaatsing beter te begrijpen en te verwerken. Daarom werd een voorleesboek ontwikkeld dat op een toegankelijke en kindvriendelijke manier helpt om gevoelens, ervaringen en vragen rond de plaatsing bespreekbaar te maken. Het voorleesboek ondersteunt zo de ontwikkeling van veerkracht en biedt begeleiders een concreet hulpmiddel om kinderen te begeleiden in dit proces.
Meer lezen

Integratie van AI in het softwareontwikkelproces

Hogeschool VIVES
2026
Simon
Stijnen
AI-gestuurde ontwikkeltools zoals Large Language Models (LLM's), prompt engineering en het Model Context Protocol (MCP) veranderen de softwareontwikkeling snel, maar roepen vragen op over codekwaliteit, afhankelijkheid en de rol van de ontwikkelaar. Deze bachelorproef onderzoekt hoe AI-ondersteuning het ontwikkelproces van een cloudgebaseerde applicatie kan versnellen en verbeteren, en welke risico's daarbij horen. De casestudie is Lexis, een applicatie van CERM die e-mails van drukkerijklanten met een LLM analyseert en de gegevens doorstuurt naar het ERP systeem.

Na een theoretisch overzicht van prompt engineering, MCP, skills en agents werden drie implementaties opgeleverd: een authenticatie-oplossing voor meerdere klanten, een interne tool voor testdatabeheer en een gemoderniseerde API-testinfrastructuur. AI versnelde de oplevering aanzienlijk, maar zonder gerichte sturing bleef de code niet steeds productieklaar. AI werkt het best als verlengstuk van de ontwikkelaar, niet als vervanger, binnen duidelijke processen met heldere instructies.
Meer lezen

ORVAL: DETERMINISTIC, FAULT-TOLERANT TELEMETRY VISUALIZATION FOR SPACE TESTING & OPERATIONAL ENVIRONMENTS

Thomas More Hogeschool
2026
Jelle
Smet
Satellieten sturen tijdens hun contact met een grondstation grote hoeveelheden telemetrie naar de aarde. Ingenieurs gebruiken deze gegevens om de toestand van een satelliet te monitoren, maar een visualisatiesysteem moet niet alleen betrouwbaar zijn: het moet ook overzichtelijk, flexibel en snel genoeg zijn om verschillende soorten telemetrie efficiënt te kunnen analyseren.

Deze scriptie onderzoekt hoe een deterministisch en fouttolerant telemetrievisualisatiesysteem kan worden ontworpen en geïmplementeerd. Hiervoor werd ORVAL (Orchestrator for Remote Visualization and Analysis of Logged Telemetry) ontwikkeld in samenwerking met Redwire. ORVAL biedt een aanpasbare dashboardomgeving waarin ingenieurs grafieken, layouts en andere visualisaties naar hun behoeften kunnen configureren, gecombineerd met een architectuur die gericht is op snelle en betrouwbare toegang tot telemetriegegevens.

Het systeem ondersteunt redundante backendcomponenten, automatische foutdetectie, deterministische failover en gecoördineerd herstel. Tijdens gecontroleerde tests werd een automatische omschakeling naar een redundante backend aangetoond, waarbij een gemeten failover 12,3 seconden duurde en geen manuele interventie vereiste. Zo combineert ORVAL gebruiksvriendelijke en flexibele visualisatie met fouttolerantie en betrouwbare toegang tot satelliettelemetrie.
Meer lezen

Ontwikkeling van een meet- en detectiesysteem voor spoorweg booggeluid

Hogeschool PXL
2026
Arthur
Vanlimbergen
Deze bachelorproef onderzoekt de ontwikkeling van een kosteneffectief meetsysteem voor het detecteren van piepgeluiden van treinen in spoorwegbochten, ook wel booggeluid genoemd. Het systeem combineert cameratechnologie, geluidsmetingen en automatische signaalverwerking om treinpassages te registreren en booggeluid te detecteren. Dankzij draadloze communicatie en lokale gegevensverwerking biedt het project een praktische oplossing voor het monitoren van spoorweggeluid in stedelijke omgevingen.
Meer lezen

Emotionele Intelligentie in Multicultureel leiderschap

Hogeschool VIVES
2026
Tongfa
Jeffers
Deze bachelorproef onderzoekt hoe emotionele intelligentie (EQ) en cultuur de communicatie en het leiderschap van leidinggevenden beïnvloeden in een multiculturele context. Er werden zeven semigestructureerde interviews afgenomen met mensen met een leidinggevende functie, zoals oprichters, directeuren en managers, van bedrijven die aangesloten zijn bij de Netherlands-Thai Chamber of Commerce in Bangkok. De resultaten werden geanalyseerd aan de hand van Golemans model van emotionele intelligentie en leiderschapsstijlen en Meyers culture map. Alle respondenten tonen de vier EQ-domeinen en schakelen tussen meerdere leiderschapsstijlen. Zes van de zeven bevinden zich aan de indirecte kant van Meyers communicatieschaal, wat wijst op een "culturele pull": de Thaise omgeving trekt leidinggevenden naar een vergelijkbare communicatiestijl, ongeacht hun herkomst. Opvattingen over hiërarchie, autonomie en besluitvorming blijven sterk persoonlijk bepaald. EQ helpt leiders om culturele verschillen te herkennen en er bewust mee om te gaan.
Meer lezen

Tussen drukte en afstand: Sociale Micro Scenario's als medium in een gefragmenteerde samenleving

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Daphné
De Waele
Deze thesis onderzoekt hoe tijdelijke, zintuiglijke interventies in de publieke ruimte spontane ontmoeting en sociale verbondenheid kunnen stimuleren. Aan de hand van de Hoedhaar wijk te Lokeren werden verschillende ‘Sociale Micro Scenario’s’ ontworpen en getest. Hoe kunnen kleine ingrepen rond geur, beeld, aanraking en beweging mensen uitnodigen om te vertragen, te blijven en contact te maken met anderen, zonder dat ontmoeting wordt opgelegd.
Meer lezen

Zo gezien, zo genudged? Onderzoek naar aandacht voor (transparante) attention- leading nudges

KU Leuven
2026
Eline
Vranken
Deze masterproef onderzoekt in welke mate bezoekers aandacht hebben voor (transparante) attention-leading nudges. Nudges zijn laagdrempelige aanpassingen in de keuzeomgeving die gedrag proberen te sturen zonder keuzes te verbieden of economische beloningen te geven. Verschillende types van nudges hebben aandacht nodig om te werken, dit zijn de attention-leading nudges. Hoewel het instrument steeds meer wordt gebruikt, krijgt het ook kritiek. Critici stellen dat nudges de autonomie van de burger ondermijnen, waardoor het gebruik ervan door overheden als ondemocratisch wordt beschouwd. Als antwoord hierop worden transparante nudges gebruikt, waarbij
expliciet wordt uitgelegd hoe de nudges werken. Deze transparantie kan echter enkel effectief werken wanneer de boodschap wordt opgemerkt.
Aandacht voor de (transparante) attention-leading nudges is echter geen vanzelfsprekendheid. Zo kunnen omgevingsfactoren de weinige aandacht die mensen schenken aan hun omgeving al snel opeisen. Daarom onderzoekt deze masterproef de cognitieve aandacht voor (transparante) attention-leading nudges. Cognitieve aandacht houdt hierbij in dat bezoekers de nudges opmerken, de teksten lezen en de boodschap begrijpen. Het onderzoek vond plaats in de Sint-Pieterskerk in Leuven, waar bezoekers een donatie
konden doen via twee betaalterminals. Er werd een controleopstelling, saliencenudges en wederkerigheidsnudges geplaatst. Van deze twee laatste werden twee varianten met transparante boodschappen geïnstalleerd. In totaal namen 785 bezoekers deel aan het vrijwillige surveyonderzoek, dat werden goedgekeurd door SMEC. Bezoekers werden pas na hun bezoek gevraagd om te participeren om de real-life setting te bewaren.
Uit de resultaten blijkt dat vijf van de zes opstellingen met een nudge significant vaker werden waargenomen dan de controleopstelling. Toch las slechts één derde van de bezoekers ook de tekst bij de betaalterminals. De cognitieve aandacht voor de transparante nudges was ook beperkt. Maximaal één op vijf bezoekers heeft een transparante nudge waargenomen, de tekst gelezen en ook correct kunnen begrijpen hoe het instrument werkt. Wanneer het cognitieve proces wel doorlopen werd, bleek dat de Odds om de werking van de nudge bij transparante nudges te begrijpen significant hoger lag dan bij de niet-transparante nudges. Als de bezoekers dus cognitieve aandacht investeerden in de nudge, kon de boodschap wel doorgegeven worden. Tot slot bleek ook dat gender en leeftijd een rol speelden in het proces rond het geven van aandacht en de houding ten opzichte van de nudges. Zo namen vrouwen de nudges vaker waar, al hadden mannen een hogere acceptatiegraad. Een hogere leeftijd hing positief samen met de leesfrequentie van de tekst, een hoger zelfingeschat subjectief begrip van de nudge en een hogere acceptatiegraad.
De studie toont aan dat aandacht een cruciale voorwaarde is voor de effectiviteit en de legitimiteit van nudges. Academici moeten in het literair debat rekening houden met de beperkte mate van aandacht voor nudges in een praktijksetting en hierdoor aandacht als belangrijke voorwaarde meenemen in studies. Beleidsmakers moeten niet alleen delibereren over de inhoud van de nudges, maar ook over de mate waarin burgers aandacht kunnen besteden aan de nudge en de eventuele transparante boodschap. Zonder voldoende aandacht blijft het democratische en ethische nut van transparante nudges beperkt.
Meer lezen

VALIDATIESTUDIE VAN DE PAEDIATRIC PALLIATIVE SCREENING SCALE

Universiteit Gent
2026
Stefanie
Thienpont
Probleemstelling: Hoewel de medische vooruitgang de mortaliteit bij kinderen doet
dalen, neemt het aantal pediatrische patiënten met levensbedreigende en
levensbeperkende aandoeningen toe. Ondanks de noodzaak aan gespecialiseerde
pediatrische palliatieve zorg, ontbreekt er in België een meetinstrument om palliatieve
zorgnoden te identificeren bij kinderen.

Doelstelling: Psychometrische evaluatie en validatie van de Nederlandstalige
Paediatric Palliative Screening schaal (PaPaS).
Design en methode: Psychometrische evaluatiestudie. In fase één werd een forward-
backward vertaling gedaan. In fase twee werd een Delphi-studie uitgevoerd. In fase drie
werden de predictieve validiteit beoordeeld op basis van een retrospectieve chart review,
waar de PaPaS schaal werd ingevuld op basis van het patiëntendossier.

Resultaten: De Nederlandse PaPaS resulteerde uit de forward-backward vertaling en
werd gebruikt in een Delphi-studie. Na ronde twee was er consensus, waarbij voor elk
item een I-CVI >0.78 en een S-CVI=0.98 werd behaald. Er werden enkel aanpassingen
gedaan in de woordkeuze. De analyse van de betrouwbaarheid vertoonde bij de test-
hertest een ICC=0.88 en een WK=0.81. De inter-rater beoordeling gaf een ICC= 0.73 en
een WK= 0.47. Somscores 15 tot en met 24 (OR= 75.41; p<0.001) en somscore 25
(OR=1811.66; p<0.001) hebben significante verhoogde kans op het feitelijk krijgen van
PPZ ten opzichte van de referentiegroep.

Conclusie: De Nederlandse PaPaS schaal toonde een goede face- en content validity
en een hoge test-hertest betrouwbaarheid. De lagere inter-rater betrouwbaarheid wijst
op de subjectiviteit van de schaal. De predictieve validiteit is het sterkste bij somscore
25. De PaPaS schaal kan zorgverleners ondersteunen in hun klinisch oordeel.
Meer lezen

Past Experiences Shape Attentional Priorities: The Combined Effects of Reward and Statistical Learning

Universiteit Gent
2026
Remko
Eeckhout
Visuele aandacht wordt niet enkel geleid door bottom-up- of top-down-geleide processen,
maar ook door selectiegeschiedenis – wat mechanismen omvat die aandachtscontrole (AC)
beïnvloeden op basis van eerdere ervaringen met stimuli. We focussen op twee
mechanismen die onder selectiegeschiedenis vallen: beloningsleren, waarbij aandacht wordt
gestuurd via associaties tussen prikkels en beloningen, en statistisch leren, waarbij de
aandacht wordt gestuurd op basis van veelvoorkomende patronen in de omgeving. Hoewel
beide mechanismen AC beïnvloeden, blijft het onduidelijk hoe ze gezamenlijk de prioriteit
van aandacht bepalen wanneer ze met dezelfde stimulus worden geassocieerd. De huidige
studie onderzoekt of beloningsleren en statistisch leren additieve of interactieve effecten op
AC uitoefenen wanneer ze op hetzelfde kenmerk van een doelstimulus convergeren en of
het ene mechanisme een sterkere invloed heeft op AC dan het andere. Deelnemers
voltooiden een visuele zoektaken waarin ze een doel identificeerden op basis van de
oriëntatie ervan, terwijl de kleur van het doel werd geassocieerd met een unieke combinatie
van beloningsgrootte en presentatiefrequentie. Resultaten toonden snellere reacties aan
voor doelen met een hoge beloning en frequentie. Belangrijk is dat de effecten van
beloningsleren en statistisch leren elkaar beïnvloedden, wat de snelste reactietijden
opleverde voor doelen met zowel een hoge beloning als een hoge frequentie. Deze
bevindingen suggereren dat beloningsleren en statistisch leren gezamenlijk de prioriteit van
aandacht bepalen, maar dat dit niet noodzakelijkerwijs op een onafhankelijke manier
gebeurt. In plaats daarvan stellen we dat hun gezamenlijke invloed lijkt af te hangen van hoe
de geleerde associaties zich tot elkaar verhouden in de visuele scène. Deze resultaten
dragen bij aan een genuanceerd begrip van hoe verschillende bronnen van
selectiegeschiedenis aandacht sturen in complexe visuele omgevingen.
Meer lezen

AI detection of damage and faults in concrete slabs using an LDV and projectile excitation.

Universiteit Antwerpen
2026
Jasper
Laforce
  • Michiel
    Arnouts
Hoe kunnen we verborgen schade in beton opsporen zonder het materiaal te beschadigen? In deze studie wordt een geautomatiseerd meetsysteem gecombineerd met artificiële intelligentie om defecten, zoals holtes en delaminaties, te detecteren en te lokaliseren. Met behulp van trillingsmetingen en een neuraal netwerk werden de defecten onder gecontroleerde laboratoriumomstandigheden met een nauwkeurigheid van 97,7% geclassificeerd. De resultaten tonen hoe deze technologie kan bijdragen aan een snellere en meer geautomatiseerde inspectie van betonnen constructies, en zo de weg vrijmaakt voor gerichter onderhoud.
Meer lezen

Observational signatures of higher-curvature effects in black hole ringdown

KU Leuven
2026
Stef
Husken
Einsteins theorie van algemene relativiteit doorstaat al meer dan een eeuw elke experimentele test. Toch zijn we er steeds meer van overtuigd dat Einstein niet volledig gelijk had. Zwarte gaten zijn een uitstekend laboratorium om naar die afwijkingen te zoeken, en dat is precies wat ik heb onderzocht: hoe het luisteren naar zwarte gaten kan verraden waar Einstein mis ging, welke zwarte gaten daarvoor het meest geschikt zijn, en hoe dat zou klinken. Met toekomstige detectoren, zoals de Einstein Telescope die mogelijks naar België komt, horen we dan misschien eindelijk iets dat Einstein nooit voorspeld heeft.
Meer lezen

Investigation of refractory-slag corrosion kinetics via in-situ high-temperature electrical conductivity measurements

Universiteit Gent
2026
Astrid
Notebaert
Tijdens deze masterproef onderzocht ik hoe de corrosie van vuurvaste materialen in metaalproductieprocessen beter kan worden opgevolgd. Deze speciale keramische materialen beschermen metaalovens tegen extreem hoge temperaturen en agressieve slakken (vloeibare metaaloxiden). Hoewel slakken essentieel zijn om onzuiverheden uit het vloeibare metaal te verwijderen en zo zuivere metalen te produceren, tasten ze de vuurvaste bekleding geleidelijk aan. Deze corrosie vormt één van de belangrijkste oorzaken van de degradatie van vuurvaste materialen en gaat gepaard met aanzienlijke economische en ecologische gevolgen.

Daarom onderzocht ik of elektrische geleidbaarheidsmetingen op hoge temperatuur kunnen worden gebruikt om dit corrosieproces in realtime op te volgen. Daarnaast bestudeerde ik hoe temperatuur, slaksamenstelling en het type vuurvast materiaal het corrosiegedrag beïnvloeden. De resultaten tonen aan dat veranderingen in de elektrische geleidbaarheid rechtstreeks verband houden met het corrosieproces. Bovendien blijkt dat corrosie niet alleen wordt bepaald door de eigenschappen van de slak of het vuurvaste materiaal zelf, maar ook door de reacties aan het grensvlak tussen beide materialen. Daarbij ontstaan reactielagen die het verdere corrosiegedrag beïnvloeden: sommige vormen een beschermende barrière die de aantasting vertraagt, terwijl andere weinig tot geen bescherming bieden.

Zo toont dit onderzoek aan dat corrosie in metaalovens in realtime gemonitord kan worden, wat op termijn kan bijdragen tot een veiligere, efficiëntere en duurzamere metaalproductie.
Meer lezen

Gezelschapsspellen als educatieve en motiverende tools

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Rembrandt
Verbrugghe
Dit is een onderzoek naar de invloed van bordspellen op de motivatie en betrokkenheid van leerlingen uit de tweede graad in de geschiedenisles. Daarnaast werd er een bordspel ontworpen om het literatuuronderzoek en de bevraging verder te ondersteunen.
Meer lezen

When the Lit hits the Fan: Shaping skilled literary readers in the English as a foreign language classroom through the use of fanfiction.

KU Leuven
2026
Margo
Roosen
Deze masterproef onderzoekt hoe fanfiction kan functioneren als een motiverende toegangspoort tot literair vaardig lezen binnen de EFL-klas in de derde graad van het Vlaams secundair onderwijs. Vanuit de vaststelling dat internationale onderzoeken, zoals PISA en PIRLS, wijzen op een dalende leesmotivatie en leesvaardigheid bij adolescenten, vertrekt dit onderzoek vanuit een nood aan krachtige en activerende vormen van literatuuronderwijs.
Het theoretische kader combineert inzichten uit de literatuurdidactiek, leesonderzoek en de motivatiepsychologie. Literair vaardig lezen wordt daarbij benaderd als een combinatie van beleving, interpretatie, evaluatie en analyse. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de factoren die de lezer en de leesontwikkeling beïnvloeden, zoals de leesdriehoek en de bredere leescontext. Vanuit motivatietheorieën zoals de Self-Determination Theory en de Expectancy-Value Theory worden D’hoker’s vier pijlers van leesbevordering centraal geplaatst: competentie, autonomie, relevantie en interactie. Fanfiction wordt vervolgens onderzocht als een praktijk die deze vier pijlers mogelijk ondersteunt.
Het empirische luik van deze thesis vertrekt vanuit een action research-benadering waarin een concrete onderwijsinterventie werd ontwikkeld, uitgevoerd en geëvalueerd. Een testgroep werkte gedurende drie lessen met fanfiction-gebaseerde EFL-lessen, terwijl een controlegroep werkte met meer algemeen gangbare praktijken in het literatuuronderwijs. De studie combineerde hierbij kwantitatieve dataverzameling met kwalitatieve dataverzameling via leesprofielen, de Intrinsic Motivation Inventory (IMI), interviews en klasobservaties.
De resultaten suggereren dat fanfiction potentieel heeft om leerlingen sterker te betrekken bij literaire activiteiten en om de intrinsieke leesmotivatie te ondersteunen. Vooral de herkenbaarheid van narratieve werelden, de ruimte voor persoonlijke interpretatie en de interactieve aard van de fanfiction praktijk werden door leerlingen als motiverend ervaren. Tegelijkertijd tonen de resultaten aan dat leesmotivatie sterk afhankelijk blijft van de individuele leesprofielen en eerdere leeservaringen, en dat het inherente karakter van fanfiction als autonoom en interactief ook als een valkuil kan worden ervaren.
Hoewel deze studie geen verregaande uitspraken kan toelaten over langetermijneffecten op leesvaardigheid of literaire competentie, benadrukt ze wel het belang van activerend en participatief literatuuronderwijs dat aansluit bij de leefwereld van leerlingen.
Meer lezen

De nood aan (begrensde) menselijkheid - Jongeren over generatieve AI-chatbots ter ondersteuning van hun mentaal welzijn

Vrije Universiteit Brussel
2026
Eline
Sleewaegen
Deze masterproef onderzocht hoe jongeren generatieve AI-chatbots al dan niet als ondersteuning voor hun mentale welzijn ervaren. Aan de hand van kwalitatieve interviews met dertien jongeren tussen 12 en 25 jaar werd nagegaan welke kansen, grenzen en risico’s zij zien in het gebruik van AI-chatbots voor mentale ondersteuning en hoe deze zich verhouden tot menselijke hulpverlening.

De data werden geanalyseerd aan de hand van een reflexieve thematische analyse. Hieruit kwam naar voren dat de aantrekkingskracht van AI niet hoofdzakelijk lijkt te liggen in de menselijke kenmerken die het vertoont. Respondenten leken zich dus niet tot chatbots te wenden ondanks hun artificiële aard, maar juist daarom: om bepaalde menselijke kenmerken te vermijden.

Hiermee nuanceert deze masterproef het terugkerende discours waarin AI-chatbots binnen mentale welzijnsondersteuning voornamelijk worden begrepen als vervanging voor ontbrekende menselijke hulpverlening. De bevindingen wijzen niet alleen op een blijvende nood aan menselijke ondersteuning, maar ook op een behoefte om bepaalde welzijnsnoden net buiten menselijke interactie te reguleren. Deze masterproef conceptualiseerd deze dubbele behoefte als de nood aan (begrensde) menselijkheid, en verschuift daarmee de focus van de vraag in welke mate AI-chatbots menselijke hulpverlening kunnen nabootsen naar de vraag welke autonome vorm van ondersteuning zij eigenlijk vertegenwoordigen.
Meer lezen

Veiligheid in elke lijn DE IMPACT VAN GESTRUCTUREERD VERPLEEGKUNDIG INTRAVENEUS LIJNBEHEER OP PATIËNTVEILIGHEID, EFFICIËNTIE EN COMFORT

Thomas More Hogeschool
2026
adrian
klein
  • Lesley
    Vandemaele
Achtergrond: Intravasculaire therapie vormt een essentieel onderdeel van de hedendaagse ziekenhuiszorg. Een groot deel van de volwassen gehospitaliseerde patiënten draagt één of meerdere intraveneuze lijnen voor de toediening van medicatie, vloeistoffen, bloedproducten of parenterale voeding. Hierdoor neemt de zorgcomplexiteit aanzienlijk toe. De literatuur beschrijft verschillende risicofactoren voor lijn-gerelateerde complicaties. Voorbeelden zijn onoverzichtelijke lijnconfiguraties, inconsistente labeling en praktijkvariatie. Daarnaast verhoogt de visuele en organisatorische complexiteit de cognitieve belasting van verpleegkundigen. Dit kan leiden tot inefficiënties in de workflow en verminderd patiëntcomfort.
Doelstelling: Deze bachelorproef heeft als doel de effecten te onderzoeken van gestructureerde verpleegkundige interventies voor intravasculair lijnbeheer op patiëntveiligheid, verpleegkundige efficiëntie en patiëntcomfort bij volwassen gehospitaliseerde patiënten met meerdere intraveneuze lijnen.
Methode: Er werd een systematische literatuurstudie uitgevoerd tussen oktober 2025 en november 2025 in de databanken PubMed, CINAHL en Cochrane Library. De selectie richtte zich op volwassen gehospitaliseerde patiënten met intraveneuze lijnen. In totaal werden meer dan 300 artikels geïdentificeerd. Na screening werden relevante systematische reviews, gerandomiseerde studies, observationele studies en kwaliteitsverbeteringsstudies geïncludeerd. Ze werden opgenomen na screening op titel, abstract en volledige tekst. De methodologische kwaliteit van de geselecteerde studies werd kritisch beoordeeld aan de hand van relevante kwaliteitscriteria.
Resultaten: Uit de literatuur blijkt dat gestructureerde interventies, waaronder fysieke fixatie en securement, visuele identificatie en labeling, gebruik van protocollen en checklists en bundelbenaderingen geassocieerd zijn met een reductie van lijn-gerelateerde complicaties en medicatiefouten. Studies tonen significante dalingen in flebitis, extravasatie en infectiepercentages wanneer meerdere interventies gecombineerd worden toegepast. Daarnaast dragen visuele organisatie en standaardisatie bij aan verbeterde nauwkeurigheid bij infusie-identificatie en een vermindering van cognitieve belasting bij verpleegkundigen. Op basis van deze bevindingen werd een prototype ontwikkeld dat fysieke bundeling van infuuslijnen, kleur gecodeerde labeling en systematische line tracing combineert in één geïntegreerd hulpmiddel. Het implementatieplan werd uitgewerkt volgens de PDCA-cyclus
Conclusie: Uit de literatuur kan geconcludeerd worden dat gestructureerd verpleegkundig lijnbeheer potentieel een belangrijke bijdrage levert aan patiëntveiligheid, workflow-optimalisatie en patiëntcomfort. De centrale boodschap van deze bachelor proef is dat veilig intravasculair lijnbeheer niet louter een technische handeling is, maar een gestructureerd veiligheidsproces dat standaardisatie, visuele ondersteuning en klinisch leiderschap vereist. Door lijnbeheer systematisch te organiseren en te integreren in kwaliteitszorg kunnen verpleegkundigen actief
Meer lezen

Metacognitive Insight into Interfering Information During Decision-Making Processes

KU Leuven
2026
Eren
Aslan
The ability to control and suppress unwanted influences on decision-making processes is essential for adaptive behaviour. While research has shown that people can adjust their behaviour following conflict between two competing response alternatives, it remains unclear whether individuals have metacognitive insight into the extent to which conflicting and irrelevant information affects their decisions. Insight into interfering information can facilitate the optimisation of cognitive control strategies during the decision process.

This study aimed to understand whether subjective experiences of interference align with objective conflict modulation and whether these experiences correspond to behavioural performance and conflict levels induced by task manipulations. Fifty-one participants completed a Flanker task in which stimulus congruency and flanker distance were manipulated. After each trial, participants rated the degree of interference on a continuous scale, obtaining a trial-by-trial measure of their metacognitive sense of conflict. Linear mixed-effects models revealed that reaction times, accuracy, and interference ratings were sensitive to congruency and flanker distance. By fitting the Diffusion Model for Conflict (DMC) to empirical data, we showed that flanker distance primarily modulates latent parameters that measure conflict strength. We assessed the relationship between objective and subjective measures of interference by regressing peak amplitude, a proxy of interference in the DMC, and stimulus congruency on subjective reports. To further understand this relationship, simulation techniques were
leveraged to model the relationship between peak amplitude and subjective interference.

The regression model provided evidence that individuals have insight into interfering information during decision-making. Model simulations further supported this claim by generating results that closely replicated the qualitative features of the empirical data. These findings support an account of conflict monitoring theory that bridges behavioural performance, computational modelling and subjective experience. Future research should extend these findings to other conflict tasks and incorporate neuroimaging techniques to further validate the results. Ultimately, combining subjective reports and objective measures of interference offers a more comprehensive approach to understanding adaptive decision-making when interfering information is present.
Meer lezen

Tussen Town en Gown: Framing van studentenhuisvesting en buurtverandering in historische studentensteden

Vrije Universiteit Brussel
2026
Maxim
Heuvinck
De thesis vergelijkt hoe Gent en Bologna omgaan met studentenhuisvesting en de impact ervan op buurten. Uit de analyse van beleidsdocumenten, institutionele bronnen en media blijkt dat gelijkaardige problemen rond betaalbaarheid en woningtekort in beide steden tot verschillende beleidsreacties leiden. De centrale conclusie is dat studentenhuisvesting niet alleen draait om meer kamers bouwen: ook betaalbaarheid, locatie, kwaliteit, governance en de relatie met de reguliere woningmarkt bepalen wie werkelijk toegang krijgt tot wonen in de studentenstad.
Meer lezen

Van educatie tot zelfzorg: de impact van verpleegkundige ontslagvoorbereiding op herstel bij patiënten na cardiochirurgie

Thomas More Hogeschool
2026
Wouter
Notelteirs
Van educatie tot zelfzorg: de impact van verpleegkundige ontslagvoorbereiding op herstel bij patiënten na cardiochirurgie

Een cardiochirurgische ingreep is voor veel patiënten een ingrijpende gebeurtenis die gepaard gaat met een intensief en kwetsbaar herstelproces. Waar de zorg tijdens de ziekenhuisopname nauwgezet georganiseerd is, blijkt de uiteindelijke overgang van het ziekenhuis naar de thuissituatie in de praktijk vaak een kritiek moment. Patiënten kampen na de operatie niet alleen met fysieke ongemakken zoals pijn, vermoeidheid en een beperkte mobiliteit, maar worden thuis ook geconfronteerd met onzekerheid en angst. Vragen over wat veilig is qua beweging, hoe wondzorg moet worden uitgevoerd of hoe de medicatie correct moet worden ingesteld, zorgen regelmatig voor twijfels. Zonder adequate ondersteuning kan deze onzekerheid leiden tot een moeizamer herstel, problemen met therapietrouw en in het slechtste geval zelfs tot vermijdbare complicaties of ongeplande heropnames.

Om te onderzoeken hoe deze overgang beter kan worden begeleid, richtte dit Evidence-Based Nursing (EBN) onderzoek zich op de vraag welke rol verpleegkundige educatie en ontslagvoorbereiding spelen in het herstel en de zelfzorg van volwassen patiënten na cardiochirurgie. Aan de hand van een systematische literatuurstudie van zestien recente wetenschappelijke studies – waaronder gerandomiseerde gecontroleerde studies en systematische reviews – werden de effecten van verpleegkundige interventies op fysiek, psychologisch en klinisch vlak in kaart gebracht.

Uit de resultaten blijkt overtuigend dat doelgerichte verpleegkundige begeleiding een cruciale succesfactor is. Vroegtijdige en gestructureerde patiënteneducatie vermindert angst- en depressiescores significant, verhoogt het inzicht in het ziektebeeld en leidt tot een hogere tevredenheid bij de patiënt. Op fysiek vlak draagt een goede voorbereiding bij aan een korter verblijf op de intensieve zorgen, betere ademhalingsparameters en een effectievere pijnbestrijding. Wanneer educatie bovendien wordt gecombineerd met een individueel afgestemd ontslagplan en een actieve opvolging na de hospitalisatie – bijvoorbeeld via telefonische contacten of naloopzorg – voelen patiënten zich aanzienlijk beter voorbereid op hun thuisherstel. Dit verhoogt de zogenaamde discharge readiness en dringt het aantal heropnames aantoonbaar terug.

Centraal in dit gehele proces staat het stimuleren van de zelfzorgcapaciteit. Zelfzorg gaat verder dan het opvolgen van medische voorschriften; het omvat de vaardigheden en het zelfvertrouwen (self-efficacy) die een patiënt nodig heeft om dagelijks de eigen gezondheid te bewaken en gepast te reageren op lichamelijke signalen. Omdat factoren zoals gezondheidsgeletterdheid (health literacy) sterk verschillen per persoon, werkt een standaardfolder of een eenmalig gesprek bij het afscheid niet. Informatie dient stapsgewijs, op maat en in begrijpelijke taal te worden aangeboden.

Dit onderzoek onderstreept dat verpleegkundigen de sleutelfiguur vormen in het overbruggen van de kloof tussen het ziekenhuis en de thuissituatie. Ontslagvoorbereiding mag niet worden beschouwd als een administratieve handeling op de dag van vertrek, maar als een doorlopend, gestandaardiseerd zorgpad dat reeds bij opname start en doorloopt tot in de eerstelijnszorg en hartrevalidatie. Door binnen verpleegkundige teams te streven naar een uniforme, evidence-based aanpak kan de continuïteit en kwaliteit van zorg naar een hoger niveau worden getild, met als ultiem doel dat patiënten met meer vertrouwen en veerkracht aan hun herstel bouwen.
Meer lezen

Fragmentation in the International Monetary System and The Pursuit of Chinese Macroeconomic Autonomy

Universiteit Gent
2026
Jannes
Bossaert
Hoe verschaft de internationalisering van de renminbi China macro-economische autonomie in plaats van hegemonie? De analyse conceptualiseert macro-economische autonomie in drie componenten. Zij combineert Cohens macht tot uitstel en macht tot afwenteling van de kosten van betalingsbalansaanpassing met een derde component, coërcitieve weerbaarheid, gedefinieerd als het vermogen om essentiële internationale transacties uit te voeren zonder infrastructuur te passeren die een mogelijke tegenstander beheerst. Beschrijvende statistiek en literatuuranalyse toetsen zes instrumenten aan deze componenten: de accumulatie van reserves en goud, swaplijnen, CFETS, clearingcentra, CIPS en de e-CNY met mBridge. Het resultaat is het nastreven van een dunne, op afwikkeling gerichte internationalisering, die enkel macro-economische autonomie oplevert en geen hegemonie, aangezien er geen sprake is van waardeslag op grote schaal, systemische liquiditeitsvoorziening of gezag over knelpunten.
Meer lezen

VOLUMETRIC BIOPRINTING FOR LUNG TISSUE ENGINEERING: TOWARD FETAL LUNG MODELS

Universiteit Gent
2026
Robbert
Willemarck
Fotocrosslinkbare gelatinederivaten worden veel gebruikt als biomaterialen voor lichtgebaseerde bioprinttechnieken. Tot de meest gevestigde materialen behoren gelatine-methacryloyl (GelMA) en gelatine-norborneen (GelNB), dankzij hun gunstige mechanische eigenschappen, goede verwerkbaarheid en biocompatibiliteit. Voortbouwend op de voordelen van beide systemen werd een dubbel photocrosslinkable gelatinederivaat ontwikkeld, gelatine-methacryloyl-norborneen (GelMANB), dat chain growth - en step growth-polymerisatie combineert. Hiermee wordt de afstembaarheid van het materiaal vergroot voor toepassingen binnen de longweefselengineering.

GelMANB werd gesynthetiseerd en gekarakteriseerd met protonkernspinresonantiespectroscopie (1H-NMR) om de substitutiegraden (DS) van zowel de methacryloyl- als de norborneengroepen te bepalen. Bioresins werden geformuleerd met verschillende polymeerconcentraties en gecrosslinkt met diverse thiolhoudende crosslinkers, waaronder dithiothreitol (DTT), polyethyleenglycoldithiol (PEG2SH), gethioleerde gelatine (GelSH) en een nieuw ontwikkeld gethioleerd elastine (ElnSH). De fysisch-chemische eigenschappen werden geëvalueerd aan de hand van photorheology, tensile test, frequentiesweepanalyses, gel-fractie- en zwelstudies. De verwerkbaarheid werd onderzocht met behulp van volumetric additive manufacturing (VAM). Daarnaast werden celbeladen GelMANB-bioresins gebioprint en werd de biocompatibiliteit geëvalueerd met MRC-5-fibroblasten via post-printing assays voor celviabiliteit en proliferatie.

1H-NMR-analyses bevestigden een succesvolle dubbele functionalisatie van gelatine met een afstembare substitutiegraad. GelMANB vertoonde een breed en controleerbaar spectrum aan mechanische eigenschappen, afhankelijk van de polymeerconcentratie en de gekozen crosslinker. De incorporatie van GelSH resulteerde in stijvere hydrogels, terwijl DTT en ElnSH materialen opleverden met mechanische eigenschappen die beter aansluiten bij die van longweefsel. Opmerkelijk was dat GelMANB/ElnSH-bioresins een hogere cytocompatibiliteit vertoonden dan GelMA-gebaseerde systemen.

Deze resultaten tonen aan dat GelMANB een veelzijdig en celvriendelijk fotocrosslinkbaar biomateriaal is voor lichtgebaseerde bioprinttechnieken. Dankzij de verbeterde afstembaarheid en verhoogde biologische relevantie biedt dit materiaal een veelbelovend platform voor de vervaardiging van fysiologisch relevante longweefselmodellen.
Meer lezen

Een biofysisch geïnspireerd model van fusiforme cellen voor het bestuderen van intrinsieke en synaptische parameterveranderingen bij tinnitus

Universiteit Gent
2026
Noor
Roelen
Deze thesis onderzoekt hoe veranderingen in de fusiforme cellen en zijn connecties kunnen bijdragen aan tinnitus. Hiervoor werd een computationeel model van fusiforme cellen ontwikkeld dat eerst werd afgestemd op de normale werking van deze cellen. Vervolgens werden mechanismen die in de literatuur met tinnitus worden geassocieerd, vertaald naar veranderingen in het model. De resultaten tonen dat veranderingen in de intrinsieke eigenschappen van fusiforme cellen hun verhoogde spontane activiteit kunnen verklaren, maar dat ook veranderingen in de balans tussen stimulerende en remmende signalen nodig zijn om tinnitusachtige activiteit volledig te reproduceren. Het model biedt zo een kader om de verschillende mechanismen bij tinnitus verder te bestuderen.
Meer lezen

Delivering Discourse: How Flemish First-Time Mothers Engage with Medicalized Discourse in Narrating their Birth

Universiteit Antwerpen
2026
Emilie
Gillain
Bevalling vormt een paradigmatisch voorbeeld van medicalisering. Toch zijn tweede-generatie medicaliseringstheorieën, die een grotere betrokkenheid van patiënten bij hun gezondheidszorg benadrukken, minder zichtbaar binnen de obstetrische zorg. De micro-discursieve processen waarmee vrouwen zich verhouden tot medicaliserend discours, die ons begrip hiervan zouden kunnen verdiepen, blijven zowel theoretisch als empirisch onderbelicht. Deze masterproef beoogt meer hier inzicht over te verwerven door te onderzoeken hoe vrouwen beroep doen op medicaliserend discours in hun bevallingsverhalen, en welke subject-posities en machtsverhoudingen daarbinnen worden gearticuleerd. Dertien semigestructureerde, diepte-interviews gericht op de bevallingservaringen van vrouwen werden afgenomen met Vlaamse vrouwen die in de drie maanden voorafgaand aan het interview bevallen waren. De data werden geanalyseerd aan de hand van Fairclough's driedimensionaal model voor Kritische Discoursanalyse. De bevindingen tonen aan dat elk bevallingsverhaal een coherent patroon van interdiscursiviteit weerspiegelde, waarvan drie afzonderlijke patronen werden geïdentificeerd. In het eerste patroon, dat de meerderheid van de verhalen kenmerkte, was gemedicaliseerd discours dominant en construeerden respondenten zichzelf als patiënten van de medische zorg. In het tweede patroon werden zowel gemedicaliseerd als alternatief discours gearticuleerd; het laatste bleef echter beperkt tot meer persoonlijke ervaringsdomeinen, terwijl het eerste de uitgevoerde medisch-obstetrische zorg beschreef. In het derde en minst frequente patroon werd voornamelijk een op verloskunde georiënteerd discours ingezet, waarmee gemedicaliseerd discours een expliciet object van kritiek werd. Doorheen alle patronen tekende zich een epistemische hiërarchie af waarin biomedische kennis werd bevoorrecht boven de belichaamde kennisvormen van vrouwen, waardoor de ervaren mogelijkheden voor participatie in obstetrische besluitvorming lijken te worden ingeperkt. Deze bevindingen illustreren de reflexieve, discursieve omgang van vrouwen met medicaliserend discours, waarbij gemedicaliseerde opvattingen over bevalling in verschillende mate worden gereproduceerd. De handelingsruimte in de verloskundige praktijk leek nauwer begrensd door interactionele en institutionele dynamieken die de epistemische hiërarchie in stand houden. De resultaten onderstrepen zowel het multidimensionele en multilevel karakter van medicaliseringsprocessen als hun alomtegenwoordige aard, aangezien geen enkel verhaal een volledige distantiëring van alle dimensies van medicaliseringsprocessen weerspiegelde.
Meer lezen

Political Lessons from the Frontline: The Causal impact of Policy Design on External Political Efficacy among socioeconomically vulnerable citizens

Vrije Universiteit Brussel
2026
Kasper
Billiet
Political participation among socioeconomically vulnerable citizens is persistently low, as is their external political efficacy (EPE) — the belief that government is responsive to "people like them." Policy feedback theory suggests that the design of social policy itself shapes such attitudes, yet existing evidence is largely cross-sectional or qualitative, leaving selection effects and the distinct role of design unresolved. This study tests the causal impact of policy design on EPE through a randomized between-subjects survey vignette experiment among long-term unemployed participants in a Brussels workfare program (N = 126). Respondents were exposed to a news vignette describing a reform of the Brussels rent subsidy, framed as either a universal or a means-tested design, or to a control condition, after which EPE was measured. Consistent with the hypotheses, exposure to the means-tested design significantly reduced EPE relative to the control group, while exposure to the universal design significantly increased it ; both effects were robust to adjustment for educational level. A hypothesized moderation by perceived voice opportunities could not be meaningfully tested due to limited statistical power. The findings demonstrate that policy design conveys interpretive signals that shape EPE independently of material resources, underscoring policy design as a determinant of democratic inclusion
Meer lezen

Unlocking the protein potential of Ulva: a comparative analysis of European and Asian species and their gastrointestinal digestibility

Universiteit Gent
2026
Elias
Scheldeman
De toenemende vraag naar duurzame eiwitbronnen heeft de interesse in zeewieren als alternatieve ingrediënten
versterkt, onder meer vanwege hun lage milieu-impact en hun potentieel om tijdens gastro-intestinale vertering
bioactieve peptiden te genereren. In deze studie werden vier Ulva-soorten uit Europa en Zuid-Korea vergeleken op het
vlak van eiwitverteerbaarheid en peptidevrijstelling na gestandaardiseerde in vitro gastro-intestinale digestie
(INFOGEST 2.0), waarbij alle stalen onder identieke omstandigheden werden verwerkt om interspecifieke vergelijking
mogelijk te maken. De eiwitextracten werden geanalyseerd met biochemische assays en kwantitatieve confocale
laserscanning microscopie (CLSM). Er werden duidelijke interspecifieke verschillen vastgesteld, met een
eiwitverteerbaarheid tussen 38 en 83%, wat wijst op een sterke soortafhankelijkheid. Ulva australis (75.63% ± 8.77) en
Ulva linza (83.61% ± 4.58) vertoonden de hoogste verteerbaarheid en de meest gunstige peptidevrijstellingsprofielen,
wat duidt op een efficiëntere eiwitafbraak. Ulva fasciata daarentegen vertoonde consequent een lagere
verteerbaarheid (38.62% ± 10.09) en een meer resistente structurele organisatie na digestie, zoals bevestigd door CLSMobservaties. Deze resultaten tonen aan dat eiwitbenutting binnen Ulva sterk wordt bepaald door soortspecifieke
structurele eigenschappen. Samengevat benadrukken deze bevindingen duidelijke verschillen in digestieprestaties, die
van belang zijn voor de gerichte selectie van zeewierbiomassa voor toepassingen in functionele voeding en
eiwitvalorisatie.
Meer lezen

Fusies en overnames in landbouwcoöperaties: governancespanningen tussen degeneratie en regeneratie

KU Leuven
2026
Maxine
Gerits
  • Lander
    Hermans
Fusies en overnames (F&O) binnen landbouwcoöperaties fungeren als strategie om schaalvoordelen te versterken. Eerdere studies focusten daarbij voornamelijk op financiële en economische prestaties, terwijl de sociale dimensie van deze processen beperkt onderzocht blijft. Er is nog onvoldoende inzicht in hoe verschillende actoren binnen landbouwcoöperaties F&O ervaren en hoe percepties over governance, communicatie en participatie bijdragen aan processen van coöperatieve degeneratie of regeneratie. Deze thesis onderzoekt daarom hoe leden, bestuursleden, managers en experten F&O binnen landbouwcoöperaties ervaren, met specifieke aandacht voor governance, communicatie en ledenbetrokkenheid. Op basis van semigestructureerde interviews met leden, bestuursleden, managers en experten toont de analyse aan dat F&O-processen sterk actorgebonden worden geïnterpreteerd. Hoewel alle actoren het belang van communicatie, vertrouwen en betrokkenheid erkennen, verschillen hun verwachtingen en interpretaties aanzienlijk. Communicatie vormt hierbij een centraal spanningsveld: managers en bestuursleden benadrukken vooral strategische procescontrole en draagvlakcreatie, terwijl leden communicatie voornamelijk evalueren vanuit transparantie en duidelijkheid. Daarnaast verlopen F&O-processen in de praktijk grotendeels top-down, met een beperkte invloed van leden op de besluitvorming. De resultaten tonen verder aan dat F&O zowel degeneratieve als regeneratieve effecten kunnen hebben. Enerzijds leiden machtsconcentratie, strategische communicatie en verminderde ledenparticipatie tot degeneratieve tendensen, anderzijds kunnen samenwerking en hernieuwde aandacht voor leden leiden tot regeneratieve tendensen. De impact van F&O binnen landbouwcoöperaties wordt daarmee in sterke mate bepaald door de wijze
waarop governance, communicatie en ledenbetrokkenheid worden ingevuld. Een evenwicht tussen strategische besluitvorming en democratische participatie lijkt essentieel om coöperatieve waarden tijdens F&O-processen te behouden en tegelijkertijd strategische vernieuwing mogelijk te maken.
Meer lezen

CFD modelling of electric vehicle fire suppression: Avoiding flame spread using sprinklers in a well-ventilated underground parking

Universiteit Gent
2026
Nienke
Degraeve
This study investigates the effectiveness of water-based sprinkler systems in mitigating fire spread from electric vehicle (EV) battery thermal runaway events in an underground parking garage (9.5 m × 16 m) using Fire Dynamics Simulator (FDS v6.9.1). A series of three-dimensional CFD simulations were conducted to evaluate how different sprinkler configurations influence heat release rate (HRR) and fire propagation between an initiating EV and two adjacent vehicles.


The study is contextualized by a thorough literature review on lithium-ion battery chemistry, the mechanics of thermal runaway (TR) and the characteristics of an EV fire. This theoretical foundation was used to establish a worst-case scenario for simulation, specifically selecting a 100% State of Charge (SOC) to reflect the highest potential for fire intensity and rapid fire growth. While the literature identifies significant risks regarding toxic gas emissions (such as hydrogen fluoride) and vapor cloud explosions (VCE), these phenomena were intentionally excluded from the numerical scope. This decision was made because these hazards are either not the primary drivers of vehicle-to-vehicle fire spread or cannot be modeled with sufficient accuracy within the constraints of FDS, which is a low-Mach-number solver.

10 cm computational grid, validated through sensitivity analysis, was used to balance accuracy and computational cost. Seven sprinkler scenarios were tested, varying activation (temperature), orientation, and discharge intensity.

Results show that an unconstrained fire scenario produces a peak HRR exceeding 18 MW due to multi-vehicle involvement. Sprinkler systems significantly reduce fire severity and stop or limit the fire spread, achieving up to an 82% reduction in peak HRR for standard ceiling-mounted systems (6.7 L/min) and up to 93% for high-intensity configurations. Although the FDS model shows that high-velocity jet flames are more buoyancy-dominated than in reality due to the neglect of pressure-driven expansion, the model successfully captures the critical interaction between water application and thermal exposure. These high-velocity jet flames, however, are only marginally affected by sprinkler discharge in the simulations; they are not the primary driver of vehicle-to-vehicle fire spread. Instead, fire propagation is driven by sustained thermal exposure leading to window failure and ignition of interior combustibles.
The results demonstrate that water-based sprinkler systems are effective in limiting large-scale EV fire propagation in enclosed parking structures, despite their inability to suppress thermal runaway at the battery cell level.
Meer lezen

Noodsituaties bij endocriene en niet-endocriene aandoeningen

Universiteit Antwerpen
2026
Rhode
Mendonck
Deze scriptie biedt een korte samenvatting
van het geleverde onderzoek en toont de weg naar een
nieuw product dat gebruikt wordt voor patiënten met
bijnierschorsinsufficiëntie in levensbedreigende situaties.
Bijnierschorsinsufficiëntie is een endocriene ofwel
hormonale aandoening, die niet te genezen is.
Momenteel ondervindt elke patiënt met de aandoening
bijnierschorsinsufficiëntie angst en stress door de extra
complicaties, zoals een crisis, die komen kijken bij deze
ziekte. De hulpmiddelen die nu bestaan zijn te moeilijk
te hanteren en zorgen voor wantrouwen bij de patiënt.
Een verbetering van deze hulpmiddelen helpt niet alleen
fysiek maar vermindert ook de mentale klachten die hier
het gevolg van zijn.

Het doel is om de herkenbaarheid bij omstaanders te
vergroten en de angst bij alle betrokkenen te beperken.
Meer lezen

Exploring the Role of Macrophages in Pregnancy-associated Islet Adaptations

Vrije Universiteit Brussel
2026
Bo
Petroons
Deze scriptie onderzoekt de rol van macrofagen bij de tijdelijke uitbreiding van de insulineproducerende bètacelmassa tijdens de zwangerschap. Bij muizen werd onderzocht hoe bètaceldeling en bètacelmassa veranderen tijdens de zwangerschap en wat het effect is van het genetisch verwijderen van macrofagen. Hoewel de afwezigheid van macrofagen geen effect had op de bètaceldeling of glucosehuishouding, was de uitbreiding van de bètacelmassa verminderd. Deze resultaten wijzen erop dat macrofagen mogelijk betrokken zijn bij de regulatie van de bètacelmassa tijdens de zwangerschap.
Meer lezen

Anticoagulantia bij coronarografie en PCI

Hogeschool UCLL
2026
Charlotte
Pauwels
Mijn bachelorproef is ontstaan vanuit een probleem dat ik regelmatig tegenkwam tijdens mijn stages en in het werkveld. Er bestonden veel vragen en onduidelijkheden over het al dan niet onderbreken van anticoagulantia bij een coronarografie of PCI. Ook voor mij was het niet altijd duidelijk welke anticoagulantia moesten worden verdergezet en welke tijdelijk moesten worden onderbroken. Die praktijkgerichte uitdaging motiveerde mij om dit onderwerp grondig te onderzoeken.

Met deze bachelorproef wilde ik niet alleen mijn eigen kennis verdiepen, maar ook een wetenschappelijk onderbouwd antwoord bieden op een vraag waarmee veel zorgverleners binnen verschillende disciplines geconfronteerd worden. Mijn doel was om de bestaande onduidelijkheden te verduidelijken en een praktisch bruikbaar overzicht te creëren dat hulpverleners ondersteunt bij het nemen van onderbouwde beslissingen.

Ik ben ervan overtuigd dat deze bachelorproef een meerwaarde kan bieden binnen verschillende disciplines. Door de wetenschappelijke onderbouwing en de praktijkgerichte insteek kan ze bijdragen aan een veiliger en consistenter medicatiebeleid en zo uiteindelijk de kwaliteit van de patiëntenzorg verbeteren.

Deze wedstrijd leek mij dan ook de ideale kans om mijn onderzoek met een breder publiek te delen. Ik hoop dan ook dat dit onderzoek buiten mijn eigen opleiding en werkplek een bijdrage kan leveren in de praktijk. Dit leek mij de ideale kans om de kwaliteit van zorg te verbeteren.

De primaire doelgroep zijn verpleegkundigen en andere zorgverleners die betrokken zijn bij de voorbereiding en begeleiding van patiënten die een coronarografie of PCI ondergaan. Maar eveneens de patiënten zijn de doelgroep.
Het belangrijkste doel is om in kaart te brengen welke anticoagulantia volgens actuele richtlijnen vóór een coronarografie of PCI moeten worden onderbroken en welke kunnen worden verdergezet. Daarbij wordt gezocht naar een goede balans tussen het risico op bloedingen en het risico op trombose.
Mijn bachelorproef bracht meer duidelijkheid en een evidence-based overzicht van het perioperatieve beleid rond anticoagulantia. Daarnaast werden aanbevelingen voor het verpleegkundig werkveld opgesteld en betere patiënteneducatie.

Het project draagt bij aan persoonsgericht werken doordat er meer aandacht komt voor de individuele situatie en risico’s van elke patiënt. Het beleid rond anticoagulantia is namelijk niet voor iedere patiënt hetzelfde. De uiteindelijke beslissing moet worden afgestemd op onder andere het type anticoagulans en het individuele risico op een bloeding of trombose.
Door verpleegkundigen duidelijke en actuele informatie te geven, kunnen zij patiënten beter en gerichter voorbereiden op hun coronarografie of PCI. Dit vermindert onzekerheid en voorkomt dat medicatie onnodig wordt gestopt of juist niet wordt gestopt. In het project wordt beschreven dat dergelijke fouten kunnen leiden tot uitgestelde ingrepen, extra administratie, kosten en mogelijke complicaties.
Het maakt dus vooral een verschil voor de patiënt, omdat die een veiligere en meer afgestemde zorg krijgt. Daarnaast maakt het een verschil voor verpleegkundigen, omdat zij dankzij een duidelijk overzicht sneller en met meer zekerheid kunnen handelen. Ook voor het zorgproces is er een voordeel: minder fouten en minder onnodig uitgestelde ingrepen kunnen bijdragen aan efficiëntere zorg. Geannuleerde ingrepen brengen een grote kost met zich mee. Denk maar aan artsen en verpleegkundigen die klaar staan voor de ingreep, lege zalen, materiaal dat misschien al geopend is en nu niet gebruikt kunnen worden. Dit project maakt het verschil voor vele doelgroepen.

Dit project kan in de toekomst verder naar andere afdelingen en ziekenhuizen worden uitgebereid. Het is namelijk niet alleen belangijk binnen coronarografiën en PCI, maar eveneens ook belangrijk voor andere ingrepen en afdelingen. Een bredere kennis voor zowel patiënten als voor zorgverleners is belangrijk om de continuïteit van de zorg en de veiligheid van de patiënten te waarborgen.
Meer lezen