Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Metacognitive Insight into Interfering Information During Decision-Making Processes

KU Leuven
2026
Eren
Aslan
The ability to control and suppress unwanted influences on decision-making processes is essential for adaptive behaviour. While research has shown that people can adjust their behaviour following conflict between two competing response alternatives, it remains unclear whether individuals have metacognitive insight into the extent to which conflicting and irrelevant information affects their decisions. Insight into interfering information can facilitate the optimisation of cognitive control strategies during the decision process.

This study aimed to understand whether subjective experiences of interference align with objective conflict modulation and whether these experiences correspond to behavioural performance and conflict levels induced by task manipulations. Fifty-one participants completed a Flanker task in which stimulus congruency and flanker distance were manipulated. After each trial, participants rated the degree of interference on a continuous scale, obtaining a trial-by-trial measure of their metacognitive sense of conflict. Linear mixed-effects models revealed that reaction times, accuracy, and interference ratings were sensitive to congruency and flanker distance. By fitting the Diffusion Model for Conflict (DMC) to empirical data, we showed that flanker distance primarily modulates latent parameters that measure conflict strength. We assessed the relationship between objective and subjective measures of interference by regressing peak amplitude, a proxy of interference in the DMC, and stimulus congruency on subjective reports. To further understand this relationship, simulation techniques were
leveraged to model the relationship between peak amplitude and subjective interference.

The regression model provided evidence that individuals have insight into interfering information during decision-making. Model simulations further supported this claim by generating results that closely replicated the qualitative features of the empirical data. These findings support an account of conflict monitoring theory that bridges behavioural performance, computational modelling and subjective experience. Future research should extend these findings to other conflict tasks and incorporate neuroimaging techniques to further validate the results. Ultimately, combining subjective reports and objective measures of interference offers a more comprehensive approach to understanding adaptive decision-making when interfering information is present.
Meer lezen

Hoe kan Hyrox geïntegreerd worden in de lessen lichamelijke opvoeding in de 2de graad van het secundair onderwijs in Vlaanderen en de Algarve?

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Elise
Roets
Deze bachelorproef onderzoekt hoe Hyrox op een pedagogisch verantwoorde manier kan worden geïntegreerd in de lessen lichamelijke opvoeding van de 2de graad van het secundair onderwijs in Vlaanderen en de Algarve.
Meer lezen

Issue congruentie als prisma van democratische legitimiteit

Vrije Universiteit Brussel
2026
Tim
Cauwenberghs
Issue congruentie is de mate waarin kiezers overeenstemmen met de beleidsstandpunten van de partij of vertegenwoordiger waarvoor men stemt bij verkiezingen. Dit maakt dat issue congruentie een belangrijke maatstaf is om te kunnen spreken van een goed functionerende democratie. In deze scriptie werd onderzocht hoe zowel de aard van beleidsthema's als de kenmerken van de kiezers zelf invloed hebben op de mate van issue congruentie. Daarbij werden variabelen zoals politieke interesse, partij-identificatie en electorale volatiltieit gebruikt om de samenhang met issue congruentie te bepalen. Deze analyse gebeurde met data van de UAntwerpen.
Meer lezen

Tussen Town en Gown: Framing van studentenhuisvesting en buurtverandering in historische studentensteden

Vrije Universiteit Brussel
2026
Maxim
Heuvinck
De thesis vergelijkt hoe Gent en Bologna omgaan met studentenhuisvesting en de impact ervan op buurten. Uit de analyse van beleidsdocumenten, institutionele bronnen en media blijkt dat gelijkaardige problemen rond betaalbaarheid en woningtekort in beide steden tot verschillende beleidsreacties leiden. De centrale conclusie is dat studentenhuisvesting niet alleen draait om meer kamers bouwen: ook betaalbaarheid, locatie, kwaliteit, governance en de relatie met de reguliere woningmarkt bepalen wie werkelijk toegang krijgt tot wonen in de studentenstad.
Meer lezen

Oddie - Hulpmiddel voor agressieregulatie bij kinderen in een zorgcontext

Universiteit Antwerpen
2026
Hebe
Van Bel
Boos zijn we allemaal wel eens en dat mag. Maar de manier waarop kinderen die boosheid uiten, moet veilig zijn, voor henzelf en hun omgeving. Leren omgaan met boosheid en agressie is niet vanzelfsprekend, zeker niet bij een bijkomende stoornis of kwetsbaarheid. Mijn thesis onderzoekt hoe we kinderen kunnen ondersteunen bij hevige emoties en houvast bieden op moeilijke momenten.
Onderzoek bij en met de doelgroep toonde aan dat vroegtijdig leren omgaan met emoties cruciaal is, waardoor de focus kwam te liggen op agressieregulatie bij kinderen van zes tot twaalf jaar.

Na gesprekken met experten en met de kinderen zelf groeide het idee om geborgenheid te combineren met bewustwording van de ademhaling: twee elementen die elk afzonderlijk kalmeren en samen krachtiger zijn.

Zo ontstond Oddie: een verzwaarde knuffel met ademhalingsbegeleiding, gemaakt van duurzaam materiaal. Via een visuele indicator leert het kind de eigen ademhaling bewust in te zetten. Regelmatig oefenen maakt dit een vertrouwd patroon, toepasbaar zodra emoties opkomen. Oddie stigmatiseert niet en is bedoeld voor iedereen die nood heeft aan rust.

Oddie is inzetbaar in scholen, jeugdzorg, kinderpsychiatrie en thuis. Een begeleidend boekje leert kinderen het product zelfstandig te gebruiken, wat hun autonomie bevordert. Een app helpt begeleiders vertrouwd te raken met de ademhalingstechnieken en Oddie.
Meer lezen

Global Climate Attribution of Pluvial Floods: A deep learning framework for pluvial flood modelling

Vrije Universiteit Brussel
2026
Robbe
Buls
In deze thesis onderzoek ik wat het effect van klimaatverandering is op het voorkomen van regenoverstromingen. Dat zijn overstromingen die ontstaan doordat de neerslag té intens is voor de bodem en de riolering om alles te slikken, en dus niet omdat een rivier buiten haar oevers treedt.

De effecten van klimaatverandering op regenoverstromingen zijn nog niet eerder op wereldschaal onderzocht, omdat modellen vaak berusten op lokale bodemkarakteristieken, vegetatiekenmerken, enzovoort. Ik omzeil het probleem van zulke beschrijvende modellen door artificiële intelligentie (AI) in te zetten: in plaats van alle processen (zoals infiltratie, verdamping, enzovoort) expliciet te gaan beschrijven met formules, laat ik het model de relatie zoeken tussen omgevingskarakteristieken en geobserveerde overstromingen. Die observaties zijn gebaseerd op satelietbeelden.

Mijn model werkt oké, maar zeker nog niet perfect. Het ziet bepaalde verbanden, zoals lager gelegen plaatsen die doorgaans natter zijn en bossen die doorgaans minder overstromen, hetgeen betekent dat het model effectief iets leert. De grootste problemen zitten hem voorlopig nog in het modelleren van de omvang van de overstroming. Het model heeft de neiging om steeds een gemiddelde waarde te voorspellen, in plaats van bij zeer hevige neerslag een écht grote overstroming te voorspellen.

Toch heb ik het model alvast eens gebruikt om de impact van klimaatverandering op regenoverstromingen in te schatten. Dat doe ik door het geobserveerde klimaat van een bepaalde periode in het model in te laden en het zijn voorspellingen te laten doen. Vervolgens laadt ik een fictief klimaat in dat een wereld zonder klimaatverandering voorstelt, en laat het model opnieuw zijn voorspellingen maken. Het verschil tussen beide modelruns vertelt mij het effect van de klimaatverandering. In dit geval vind ik een toename van 0,5% terug. Dat is een waarde die een stuk lager ligt dan verwacht, wat wellicht te wijten is aan de beperkingen van het model. Wel zien we grote regionale verschillen, waarbij delen van Noord- en Midden-Amerika, Noord-Europa en Oost-Azië véél zwaarder getroffen worden dan het globale gemiddelde.
Meer lezen

Het gebruik van lentivirale partikels in CAR-T-Celtherapie.

Erasmushogeschool Brussel
2026
Tiebe
Kestelyn
Deze bachelorproef onderzoekt het gebruik van lentivirale partikels voor de productie van CD70-gerichte CAR-T-cellen. CAR-T-celtherapie is een innovatieve vorm van immuuntherapie waarbij T-cellen van een patiënt genetisch worden aangepast om kankercellen gericht te herkennen en te vernietigen. Lentivirale partikels worden hierbij gebruikt als vector voor de overdracht van het CAR-gen naar de T-cellen.

In deze studie werd een productieproces voor lentivirale partikels opgezet in HEK293SF-3F6-cellen door transfectie met vier plasmiden (CAR, Gag/Pol, VSV-G en REV). De fysieke titer van de geproduceerde lentivirale partikels werd bepaald met behulp van een HIV-1 p24-ELISA. Daarnaast werd onderzocht welke omstandigheden voor de benzonasebehandeling het meest geschikt zijn om vrij DNA af te breken, en wat het effect hiervan is op de steriele filtratie van de virusoogst.

De geproduceerde lentivirale partikels behaalden fysieke titers tussen 1,47 × 10⁹ en 2,62 × 10⁹ partikels. De benzonasebehandeling bleek onder alle geteste omstandigheden effectief voor de afbraak van residueel DNA. Bij de steriele filtratie gaf de PES-filter de hoogste opbrengst, terwijl celluloseacetaatfilters nauwelijks lentivirale partikels doorlieten. Opvallend was dat de benzonasebehandeling leidde tot een lagere opbrengst na filtratie, wat afwijkt van bevindingen uit de literatuur. De resultaten dragen bij aan de verdere optimalisatie van productieprocessen voor lentivirale vectoren binnen CAR-T-celtherapie.
Meer lezen

De toekomst van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten: een kritische analyse in het licht van het regeerakkoord (2025-2029)

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Amy
Gabriëls
Deze bachelorproef onderzoekt de Belgische regelgeving inzake opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd. Centraal staat de vraag of de huidige regeling nog te verantwoorden valt binnen een arbeidsmarkt die wordt gekenmerkt door arbeidsmarktkrapte en een beleid dat steeds meer inzet op flexibiliteit en modernisering.

Aan de hand van wetgeving, parlementaire voorbereiding, rechtspraak en rechtsleer wordt eerst onderzocht hoe de regeling historisch tot stand kwam en welke beschermingsgedachte eraan ten grondslag ligt. Vervolgens worden de huidige arbeidsmarkt en de recente beleidsontwikkelingen in kaart gebracht.

Uit het onderzoek blijkt dat de bestaande regeling moeilijker aansluit bij de hedendaagse arbeidsmarkt. De strikte voorwaarden, onduidelijke begrippen en zware gevolgen van een foutieve toepassing kunnen legitieme tijdelijke tewerkstelling bemoeilijken. De scriptie besluit daarom dat een hernieuwde afweging tussen werknemersbescherming, rechtszekerheid en flexibiliteit aangewezen is.
Meer lezen

Van educatie tot zelfzorg: de impact van verpleegkundige ontslagvoorbereiding op herstel bij patiënten na cardiochirurgie

Thomas More Hogeschool
2026
Wouter
Notelteirs
Van educatie tot zelfzorg: de impact van verpleegkundige ontslagvoorbereiding op herstel bij patiënten na cardiochirurgie

Een cardiochirurgische ingreep is voor veel patiënten een ingrijpende gebeurtenis die gepaard gaat met een intensief en kwetsbaar herstelproces. Waar de zorg tijdens de ziekenhuisopname nauwgezet georganiseerd is, blijkt de uiteindelijke overgang van het ziekenhuis naar de thuissituatie in de praktijk vaak een kritiek moment. Patiënten kampen na de operatie niet alleen met fysieke ongemakken zoals pijn, vermoeidheid en een beperkte mobiliteit, maar worden thuis ook geconfronteerd met onzekerheid en angst. Vragen over wat veilig is qua beweging, hoe wondzorg moet worden uitgevoerd of hoe de medicatie correct moet worden ingesteld, zorgen regelmatig voor twijfels. Zonder adequate ondersteuning kan deze onzekerheid leiden tot een moeizamer herstel, problemen met therapietrouw en in het slechtste geval zelfs tot vermijdbare complicaties of ongeplande heropnames.

Om te onderzoeken hoe deze overgang beter kan worden begeleid, richtte dit Evidence-Based Nursing (EBN) onderzoek zich op de vraag welke rol verpleegkundige educatie en ontslagvoorbereiding spelen in het herstel en de zelfzorg van volwassen patiënten na cardiochirurgie. Aan de hand van een systematische literatuurstudie van zestien recente wetenschappelijke studies – waaronder gerandomiseerde gecontroleerde studies en systematische reviews – werden de effecten van verpleegkundige interventies op fysiek, psychologisch en klinisch vlak in kaart gebracht.

Uit de resultaten blijkt overtuigend dat doelgerichte verpleegkundige begeleiding een cruciale succesfactor is. Vroegtijdige en gestructureerde patiënteneducatie vermindert angst- en depressiescores significant, verhoogt het inzicht in het ziektebeeld en leidt tot een hogere tevredenheid bij de patiënt. Op fysiek vlak draagt een goede voorbereiding bij aan een korter verblijf op de intensieve zorgen, betere ademhalingsparameters en een effectievere pijnbestrijding. Wanneer educatie bovendien wordt gecombineerd met een individueel afgestemd ontslagplan en een actieve opvolging na de hospitalisatie – bijvoorbeeld via telefonische contacten of naloopzorg – voelen patiënten zich aanzienlijk beter voorbereid op hun thuisherstel. Dit verhoogt de zogenaamde discharge readiness en dringt het aantal heropnames aantoonbaar terug.

Centraal in dit gehele proces staat het stimuleren van de zelfzorgcapaciteit. Zelfzorg gaat verder dan het opvolgen van medische voorschriften; het omvat de vaardigheden en het zelfvertrouwen (self-efficacy) die een patiënt nodig heeft om dagelijks de eigen gezondheid te bewaken en gepast te reageren op lichamelijke signalen. Omdat factoren zoals gezondheidsgeletterdheid (health literacy) sterk verschillen per persoon, werkt een standaardfolder of een eenmalig gesprek bij het afscheid niet. Informatie dient stapsgewijs, op maat en in begrijpelijke taal te worden aangeboden.

Dit onderzoek onderstreept dat verpleegkundigen de sleutelfiguur vormen in het overbruggen van de kloof tussen het ziekenhuis en de thuissituatie. Ontslagvoorbereiding mag niet worden beschouwd als een administratieve handeling op de dag van vertrek, maar als een doorlopend, gestandaardiseerd zorgpad dat reeds bij opname start en doorloopt tot in de eerstelijnszorg en hartrevalidatie. Door binnen verpleegkundige teams te streven naar een uniforme, evidence-based aanpak kan de continuïteit en kwaliteit van zorg naar een hoger niveau worden getild, met als ultiem doel dat patiënten met meer vertrouwen en veerkracht aan hun herstel bouwen.
Meer lezen

Tussen Management en Praktijk: Welzijn en Welbevinden van Roulementsmedewerkers binnen HIC-units in België

Universiteit Gent
2026
Simon
Praet
Deze masterproef onderzocht het welzijn van roulementsmedewerkers op Belgische High & Intensive Care-afdelingen (HIC). Via een mixed-methods onderzoek werd een nationale vragenlijst gecombineerd met interviews met medewerkers en management binnen één HIC-afdeling. De resultaten tonen dat welzijn niet eenvoudig samenhangt met demografische kenmerken zoals leeftijd, geslacht, functie of uurrooster. Wel kwamen belangrijke organisatorische factoren naar voren, waaronder personeelsbezetting, uurroosters, teamondersteuning, erkenning en de aanwezigheid van leidinggevenden. Vooral mentale distantie bleek een aandachtspunt. De bevindingen benadrukken daarom het belang van een welzijnsbeleid dat niet alleen inzet op individuele ondersteuning, maar ook op de organisatie van het werk en een goede afstemming tussen management en praktijk.
Meer lezen

Fragmentation in the International Monetary System and The Pursuit of Chinese Macroeconomic Autonomy

Universiteit Gent
2026
Jannes
Bossaert
Hoe verschaft de internationalisering van de renminbi China macro-economische autonomie in plaats van hegemonie? De analyse conceptualiseert macro-economische autonomie in drie componenten. Zij combineert Cohens macht tot uitstel en macht tot afwenteling van de kosten van betalingsbalansaanpassing met een derde component, coërcitieve weerbaarheid, gedefinieerd als het vermogen om essentiële internationale transacties uit te voeren zonder infrastructuur te passeren die een mogelijke tegenstander beheerst. Beschrijvende statistiek en literatuuranalyse toetsen zes instrumenten aan deze componenten: de accumulatie van reserves en goud, swaplijnen, CFETS, clearingcentra, CIPS en de e-CNY met mBridge. Het resultaat is het nastreven van een dunne, op afwikkeling gerichte internationalisering, die enkel macro-economische autonomie oplevert en geen hegemonie, aangezien er geen sprake is van waardeslag op grote schaal, systemische liquiditeitsvoorziening of gezag over knelpunten.
Meer lezen

VOLUMETRIC BIOPRINTING FOR LUNG TISSUE ENGINEERING: TOWARD FETAL LUNG MODELS

Universiteit Gent
2026
Robbert
Willemarck
Fotocrosslinkbare gelatinederivaten worden veel gebruikt als biomaterialen voor lichtgebaseerde bioprinttechnieken. Tot de meest gevestigde materialen behoren gelatine-methacryloyl (GelMA) en gelatine-norborneen (GelNB), dankzij hun gunstige mechanische eigenschappen, goede verwerkbaarheid en biocompatibiliteit. Voortbouwend op de voordelen van beide systemen werd een dubbel photocrosslinkable gelatinederivaat ontwikkeld, gelatine-methacryloyl-norborneen (GelMANB), dat chain growth - en step growth-polymerisatie combineert. Hiermee wordt de afstembaarheid van het materiaal vergroot voor toepassingen binnen de longweefselengineering.

GelMANB werd gesynthetiseerd en gekarakteriseerd met protonkernspinresonantiespectroscopie (1H-NMR) om de substitutiegraden (DS) van zowel de methacryloyl- als de norborneengroepen te bepalen. Bioresins werden geformuleerd met verschillende polymeerconcentraties en gecrosslinkt met diverse thiolhoudende crosslinkers, waaronder dithiothreitol (DTT), polyethyleenglycoldithiol (PEG2SH), gethioleerde gelatine (GelSH) en een nieuw ontwikkeld gethioleerd elastine (ElnSH). De fysisch-chemische eigenschappen werden geëvalueerd aan de hand van photorheology, tensile test, frequentiesweepanalyses, gel-fractie- en zwelstudies. De verwerkbaarheid werd onderzocht met behulp van volumetric additive manufacturing (VAM). Daarnaast werden celbeladen GelMANB-bioresins gebioprint en werd de biocompatibiliteit geëvalueerd met MRC-5-fibroblasten via post-printing assays voor celviabiliteit en proliferatie.

1H-NMR-analyses bevestigden een succesvolle dubbele functionalisatie van gelatine met een afstembare substitutiegraad. GelMANB vertoonde een breed en controleerbaar spectrum aan mechanische eigenschappen, afhankelijk van de polymeerconcentratie en de gekozen crosslinker. De incorporatie van GelSH resulteerde in stijvere hydrogels, terwijl DTT en ElnSH materialen opleverden met mechanische eigenschappen die beter aansluiten bij die van longweefsel. Opmerkelijk was dat GelMANB/ElnSH-bioresins een hogere cytocompatibiliteit vertoonden dan GelMA-gebaseerde systemen.

Deze resultaten tonen aan dat GelMANB een veelzijdig en celvriendelijk fotocrosslinkbaar biomateriaal is voor lichtgebaseerde bioprinttechnieken. Dankzij de verbeterde afstembaarheid en verhoogde biologische relevantie biedt dit materiaal een veelbelovend platform voor de vervaardiging van fysiologisch relevante longweefselmodellen.
Meer lezen

Een biofysisch geïnspireerd model van fusiforme cellen voor het bestuderen van intrinsieke en synaptische parameterveranderingen bij tinnitus

Universiteit Gent
2026
Noor
Roelen
Deze thesis onderzoekt hoe veranderingen in de fusiforme cellen en zijn connecties kunnen bijdragen aan tinnitus. Hiervoor werd een computationeel model van fusiforme cellen ontwikkeld dat eerst werd afgestemd op de normale werking van deze cellen. Vervolgens werden mechanismen die in de literatuur met tinnitus worden geassocieerd, vertaald naar veranderingen in het model. De resultaten tonen dat veranderingen in de intrinsieke eigenschappen van fusiforme cellen hun verhoogde spontane activiteit kunnen verklaren, maar dat ook veranderingen in de balans tussen stimulerende en remmende signalen nodig zijn om tinnitusachtige activiteit volledig te reproduceren. Het model biedt zo een kader om de verschillende mechanismen bij tinnitus verder te bestuderen.
Meer lezen

Het Testen van een prototype schoffelmachine met plantendetectie op basis van AI

Hogeschool VIVES
2026
Lowie
Devolder
Het onderzoeken van machines en technieken voor chemievrije onkruidbestrijding in de gewasrij bij sierteelt. Hiervoor worden veel machines en onderdelen beschreven, maar ook andere technieken op zich. Voor de proef zelf werd een machine gebruikt die is ontworpen door ILVO en Vanhoucke Machine Engineering. Er werden nog enkele aanpassingen aan gedaan en veel software aanpassingen om de machine op punt te krijgen voor de sierteelt. Het hele proces wordt beschreven in de thesis.
Meer lezen

Hoe kan FDM-3D-printafval herwerkt worden tot een nieuw bruikbaar ruw materiaal voor andere maakprocessen?

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Victor
Devos
Deze scriptie onderzoekt hoe afval van FDM-3D-printers, zoals mislukte prints, supports en restmateriaal, kan worden herwerkt tot een nieuw bruikbaar materiaal. De focus ligt op PLA en PETG.

Via literatuuronderzoek, een bevraging van 45 3D-printergebruikers en verschillende praktische experimenten werd onderzocht hoe het afval kan worden verwerkt. Onder andere een heatpress, mallen, lasercutting en CNC-frezen werden getest.

De belangrijkste conclusie is dat PLA-printafval succesvol kan worden omgevormd tot bruikbaar plaatmateriaal en vervolgens kan worden bewerkt met andere maakprocessen. PETG bleek bij de geteste methodes veel minder geschikt. Het onderzoek toont zo aan dat 3D-printafval een tweede leven kan krijgen als grondstof voor andere maakprocessen, zonder dat het opnieuw filament hoeft te worden.
Meer lezen

Delivering Discourse: How Flemish First-Time Mothers Engage with Medicalized Discourse in Narrating their Birth

Universiteit Antwerpen
2026
Emilie
Gillain
Bevalling vormt een paradigmatisch voorbeeld van medicalisering. Toch zijn tweede-generatie medicaliseringstheorieën, die een grotere betrokkenheid van patiënten bij hun gezondheidszorg benadrukken, minder zichtbaar binnen de obstetrische zorg. De micro-discursieve processen waarmee vrouwen zich verhouden tot medicaliserend discours, die ons begrip hiervan zouden kunnen verdiepen, blijven zowel theoretisch als empirisch onderbelicht. Deze masterproef beoogt meer hier inzicht over te verwerven door te onderzoeken hoe vrouwen beroep doen op medicaliserend discours in hun bevallingsverhalen, en welke subject-posities en machtsverhoudingen daarbinnen worden gearticuleerd. Dertien semigestructureerde, diepte-interviews gericht op de bevallingservaringen van vrouwen werden afgenomen met Vlaamse vrouwen die in de drie maanden voorafgaand aan het interview bevallen waren. De data werden geanalyseerd aan de hand van Fairclough's driedimensionaal model voor Kritische Discoursanalyse. De bevindingen tonen aan dat elk bevallingsverhaal een coherent patroon van interdiscursiviteit weerspiegelde, waarvan drie afzonderlijke patronen werden geïdentificeerd. In het eerste patroon, dat de meerderheid van de verhalen kenmerkte, was gemedicaliseerd discours dominant en construeerden respondenten zichzelf als patiënten van de medische zorg. In het tweede patroon werden zowel gemedicaliseerd als alternatief discours gearticuleerd; het laatste bleef echter beperkt tot meer persoonlijke ervaringsdomeinen, terwijl het eerste de uitgevoerde medisch-obstetrische zorg beschreef. In het derde en minst frequente patroon werd voornamelijk een op verloskunde georiënteerd discours ingezet, waarmee gemedicaliseerd discours een expliciet object van kritiek werd. Doorheen alle patronen tekende zich een epistemische hiërarchie af waarin biomedische kennis werd bevoorrecht boven de belichaamde kennisvormen van vrouwen, waardoor de ervaren mogelijkheden voor participatie in obstetrische besluitvorming lijken te worden ingeperkt. Deze bevindingen illustreren de reflexieve, discursieve omgang van vrouwen met medicaliserend discours, waarbij gemedicaliseerde opvattingen over bevalling in verschillende mate worden gereproduceerd. De handelingsruimte in de verloskundige praktijk leek nauwer begrensd door interactionele en institutionele dynamieken die de epistemische hiërarchie in stand houden. De resultaten onderstrepen zowel het multidimensionele en multilevel karakter van medicaliseringsprocessen als hun alomtegenwoordige aard, aangezien geen enkel verhaal een volledige distantiëring van alle dimensies van medicaliseringsprocessen weerspiegelde.
Meer lezen

Identifying optimal locations to install permanent Chinese mitten crab traps in East Flanders

HOGENT
2026
Sander
Benoot
The Chinese mitten crab is a widespread invasive alien species. To mitigate its impacts,
eƯective management measures, such as the deployment of permanent traps, are essential. To
date, however, an objective method for selecting sites for this costly infrastructure has been
lacking. This study aims to objectify the site selection process by systematically evaluating
potential locations using an assessment protocol to prioritize the most suitable sites.
A two-tiered approach was implemented for this purpose. First, a macro-level analysis was
conducted through data acquisition, a GIS analysis, and the use of a decision tree. The resulting
locations were subsequently validated using the assessment protocol to evaluate their local
suitability on-site.
The evaluation yielded locations with varying scores. Two sites achieved the maximum 'A'
score, indicating they theoretically oƯer the highest potential for installing permanent traps in
the future. No critically poor locations were identified, with a 'C' score being the lowest
recorded. This indicates that the pre-study serves as a reliable initial filter. Nevertheless, the
field evaluations exposed several contradictions and redundancies within the protocol,
particularly regarding parameters such as flow velocity, permitting procedures, and private
property access.
In conclusion, combining a GIS pre-study with the (originally British) assessment protocol
proves to be an eƯective methodology for site selection, given that no truly poor locations were
identified. Provided that minor adjustments are made to align the protocol with the Flemish
context, this workflow oƯers a good framework. Through this approach, poor site-selection can
be avoided, and investments can be made where they are eƯectively needed.
Meer lezen

Anatomical variability in lower limb arteries

Universiteit Gent
2026
Laura
van der tol
  • Emma
    Deceuninck
Deze masterproef onderzocht de anatomische variabiliteit van de arteriën van het onderste lidmaat aan de hand van een systematische literatuurstudie van 56 wetenschappelijke publicaties. De focus lag op verschillen in vertakkingspatronen, arteriële diameter, bloedstroomsnelheid en tortuositeit. De resultaten tonen aan dat er een grote verscheidenheid aan classificatiesystemen bestaat voor arteriële vertakkingen, en dat gestandaardiseerde definities voor zowel vertakking als diameter als tortuositeit ontbreken. Daarnaast worden geslacht en etniciteit vaak onvoldoende gerapporteerd, wat de interpretatie van anatomische verschillen bemoeilijkt. Deze studie benadrukt de nood aan uniforme classificaties en meetmethoden om de vergelijkbaarheid van onderzoek te verbeteren en de veiligheid van vasculaire en chirurgische ingrepen te optimaliseren.
Meer lezen

HOE PARK & RIDES EEN ECHTE OPTIE WORDEN IN VLAANDEREN: OP WEG NAAR EEN DUURZAME MOBILITEITSSHIFT

Universiteit Gent
2026
Thomas
De Visscher
Park & Rides moeten autoverkeer aan de stadsrand opvangen en de omslag naar openbaar vervoer versterken, maar hun gebruik verschilt sterk van stad tot stad. Deze masterproef onderzoekt onder welke voorwaarden Park & Rides in Vlaanderen echt werken, en hoe beleid daarop kan inspelen. Via een sequential explanatory mixed-methods design werden eerst de voorkeuren van 400 respondenten in kaart gebracht met een Choice-Based Conjoint-enquête rond kostprijs, frequentie, parkeergarantie en uitstraling. Die resultaten werden vervolgens verdiept met zes interviews met experten en beleidsactoren.

Een gegarandeerde parkeerplaats blijkt voor gebruikers veruit het belangrijkste, gevolgd door kostprijs en frequentie — terwijl beleidsactoren vooral op locatie en betrouwbaarheid van het openbaar vervoer focussen. Die kloof tussen gebruikersvoorkeuren en beleidspraktijk vormt een centrale bevinding. Het onderzoek mondt uit in concrete aanbevelingen op gebruikers-, stedelijk en Vlaams niveau, met als kern: parkeergarantie, herkenbare communicatie en een geïntegreerd Vlaams kader.
Meer lezen

Wandelen als artistiek-pedagogische methode in woonzorgcentra

Erasmushogeschool Brussel
2026
Marthe
Verschaeve
Deze scriptie onderzoekt hoe wandelen als artistiek-pedagogische methode ingezet kan worden in een woonzorgcentrum. Vertrekkend vanuit de vaststelling dat veel bewoners geconfronteerd worden met beperkte mobiliteit, routines en een verlies aan autonomie, gaat het onderzoek na hoe wandelen kan bijdragen aan aandacht, verwondering, betekenisgeving en verbinding. Centraal staat daarbij de wisselwerking tussen wandelen en kunst: wandelopdrachten worden geïnspireerd door kunstenaars, artistieke praktijken en kunstzinnige manieren van kijken.

Via participatief actieonderzoek worden verschillende wandelopdrachten ontwikkeld en getest met drie bewoners van een woonzorgcentrum. Naast fysieke wandelingen wordt ook geëxperimenteerd met alternatieve vormen van wandelen, zoals fotografie, tekenen, herinneringen, geluiden en virtuele verplaatsingen. Deze opdrachten nodigen bewoners uit om hun omgeving en leefwereld op een andere manier waar te nemen en hier actief betekenis aan te geven.

De resultaten tonen aan dat wandelen, wanneer het verbonden wordt met artistieke processen, meer is dan een fysieke activiteit. Het kan bijdragen aan autonomie, verwondering, verbeeldingskracht, ontmoeting en zingeving. Daarnaast blijkt dat ook imaginaire en niet-fysieke vormen van wandelen waardevol kunnen zijn voor bewoners met een beperkte mobiliteit. De scriptie mondt uit in een toolbox met artistieke wandelopdrachten die verder kunnen worden ingezet en onderzocht binnen woonzorgcentra.
Meer lezen

Zero-Density Estimates for the Riemann Zeta Function

KU Leuven
2026
Stev
Fivez
The Riemann zeta function is one of the most extensively studied functions in pure mathematics. This is for good reason: the theory surrounding this function has many profound implications across analytic number theory and beyond. In particular, it is deeply connected with the prime numbers. While initially introduced by Euler, it was Riemann who extended this function to a complex variable and thereby discovered the relation between its zeros and the distribution of primes in his revolutionary paper from 1859. At the same time, he formulated his most famous conjecture, which later became known as the Riemann hypothesis. Namely, he suggested that all non-trivial zeros of the zeta function lie on the so-called critical line, i.e. the line in the complex plane with real part 1/2. This problem has remained unsolved for over 150 years, with few major breakthroughs, and mathematicians still have no clear idea of where to look for a solution. Fortunately, over the past century, mathematicians have gained the insight that the full generality of the Riemann hypothesis is not always required in order to deduce good arithmetic consequences. Notably, in the search for zeros of the zeta function, special attention has been given to zero-density estimates. Rather than improving known zero-free regions, this subject aims to bound the number of zeros in certain rectangles inside the critical strip, the region of the complex plane consisting of all elements with real part between 0 and 1. This has become a central topic in analytic number theory, with several applications to prime number theory. In this thesis, our aim is to provide a thorough account of the techniques used to prove zero-density estimates. This begins with the description of the standard zero-detection method, and proceeds with two examples, one of which is the current record in a certain interval. We then exploit recent advances in the field to prove a new zero-density estimate that improves the current best bounds in a small interval, effectively breaking a world record. An essential tool in proving zero-density estimates is the study of moment estimates for the Riemann zeta function on the critical line, as they arise naturally in the zero-detection method. This subject has plenty of unsolved problems itself, and we will prove some of the current best results. The thesis concludes with an application of zero-density estimates to the theory of primes in short intervals.
Meer lezen

Kunstgeïntegreerde actie- en rustmomenten ontworpen voor leerlingen met ADHD en ASS: Painted Pause

Odisee Hogeschool
2026
Emma
Ghysels
  • Jolien
    Gits
Leerlingen met ADHD en ASS ervaren in de lagere school aanzienlijke moeilijkheden op het vlak van aandacht, prikkelverwerking, flexibiliteit en zelfregulatie. Zoals in het document staat: “Leerlingen met ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD en ASS ondervinden dagelijks moeilijkheden die hun leerproces en het klasgebeuren beïnvloeden.” Deze uitdagingen worden vooral zichtbaar tijdens lange instructies, drukke situaties en overgangsmomenten, waar concentratieverlies, impulsiviteit en overprikkeling vaker optreden. Zowel literatuur als praktijk tonen dat bestaande ondersteuning vaak reactief blijft en niet altijd afgestemd is op de specifieke noden van deze leerlingen (Horeweg, 2024).

Daarom bestaat het onderzoeksdoel van deze bachelorproef uit het ondersteunen van leerlingen met ADHD en/of ASS door bewegingsmomenten via kunst te integreren, met als doel hun concentratievermogen en algemeen welzijn te versterken. De centrale onderzoeksvraag luidde: Wat is het effect van structureel aangeboden bewegingsmomenten die via kunst worden geïntegreerd op de aandacht en het algemeen welzijn van lagereschoolkinderen met ADHD en/of ASS?

Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden, werd gebruikgemaakt van observaties en semi gestructureerde bevragingen bij leerkrachten, zorgleerkrachten en externe ondersteuners. Hieruit bleek dat scholen reeds hulpmiddelen inzetten zoals koptelefoons, visuele planningen en friemelmateriaal, maar dat de nood aan een proactieve, haalbare en doelgerichte aanpak groot blijft. Leerkrachten zoeken vooral korte interventies die rust of beweging bieden zonder extra werkdruk. Tegelijk wijst onderzoek erop dat kunstzinnige activiteiten bijdragen aan zelfsturing, metacognitieve vaardigheden en sociaal emotioneel functioneren. Mieras (2024) benadrukt dat kunst “leerlingengroepen daadwerkelijk helpt om kansen in het leven te grijpen”.

Vanuit deze bevindingen werd de educatieve tool Painted Pause ontwikkeld. Deze tool combineert kunstbeleving met korte actie en rustmomenten en biedt leerlingen de keuze tussen een actief of rustgevend tussendoortje. Via een digitale schilderijengalerij bekijken leerlingen kunstwerken, beantwoorden ze korte kijkvragen en voeren ze aansluitend een bewegingstussendoortje uit. De activiteiten richten zich op concentratie, samenwerking, emotieregulatie en zelfsturing. De vaste structuur en visuele ondersteuning sluiten aan bij de uiteenlopende noden van leerlingen met ADHD en ASS (Horeweg, 2025).

Tijdens twee testperiodes in verschillende leerjaren werd Painted Pause positief onthaald. Leerlingen met ADHD begonnen na een tussendoortje rustiger en meer gefocust aan het volgende werkmoment; leerlingen met ASS profiteerden vooral van de voorspelbaarheid en prikkelreductie. Ook leerlingen zonder ontwikkelingsstoornis ervaarden de tool als motiverend en prettig. De combinatie van kunstbeleving aan de hand van kijkvragen en een doelgericht bewegingstussendoortje zorgde voor een betere sfeer, verhoogde betrokkenheid en een meer gereguleerde klasgroep. De resultaten tonen dat structureel aangeboden, kunstgebaseerde bewegingsmomenten een waardevolle aanvulling vormen binnen de brede basiszorg. Ze ondersteunen leerlingen met specifieke noden zonder hen te stigmatiseren en versterken tegelijk het algemeen welzijn van de volledige klas. Hoewel verdere verfijning en langdurige evaluatie wenselijk zijn, biedt Painted Pause een veelbelovende, preventieve en inclusieve manier om aandacht en zelfregulatie te bevorderen.
Meer lezen

"Van ambachtsman tot stadselite?" "Een dynamische studie aangaande sociale mobiliteit in laatmiddeleeuws Kortrijk a.d.h.v. sociale conflicten en opstanden." (ca. 1250 - ca. 1550)

Universiteit Gent
2026
Thomas E.J.
Vanwelsenaere
Ik ben nagegaan of je in het graafschap Vlaanderen als gewone ambachtsman kon opklimmen tot de stadselite. Omdat in de geschiedschrijving de aandacht vooral gaat naar Brugge, Gent en Ieper, heb ik als uitgangspunt de stad Kortrijk genomen.

Om een duidelijk antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag, omtrent een open of een gesloten elite, heb ik verschillende methoden toegepast. Voorts heb ik zo'n 300 jaar Kortrijkse geschiedenis onder de loep genomen, waarbij zowel de socio-politieke, de socio-economische en de socio-culturele verhoudingen aan bod komen.

Finaal blijkt dat middeleeuwse ambachtslieden in Kortrijk wel degelijk konden promoveren tot de stadselite. Vooral diegenen die kapitaalkrachtig waren kwamen hiervoor in aanmerking. Via een uitgekiemde huwelijkspolitiek nam de kans tot sociale promotie ook significant toe. Ondanks men vaak denkt dat Kortrijk uit een gesloten elite bestond, blijkt dit echter niet het geval te zijn. Niettegenstaande de financiële en politieke macht in laatmiddeleeuws Kortrijk in hoofdzaak wel in handen lag van kleine groepen, rijke families, kon je als gegoede ambachtsman wel degelijk sociaal promoveren tot de stadselite.

Meer lezen

Photochemical deconstruction of polyolefins under mild conditions: an alternative pathway toward chemical recycling

Universiteit Hasselt
2026
Wout
Beyen
Depolymerisatie van polyolefinen is uitdagend door hun chemische inertie. Toch is het overwinnen van deze barrière essentieel voor een circulaire kunststofeconomie, aangezien ze bijna de helft van het Europese kunststofverbruik uitmaken. Hoewel diverse chemische deconstructiemethoden bestaan, vereisen polyolefinen doorgaans zware omstandigheden, wat de economische haalbaarheid beperkt.
Deze masterproef onderzoekt een alternatieve strategie om polyolefinen onder milde condities af te breken via een recent ontwikkelde UV-gedreven methode. Dit proces veroorzaakt een cascade van ketensplitsingen en zet polyolefinen om in smal verdeelde koolwaterstoffen met laag moleculair gewicht. GC-MS en hogetemperatuur-GPC worden ingezet om reactiepaden te identificeren, de onderliggende moleculaire mechanismen te verduidelijken en deze te koppelen aan de gevormde producten.
Een systematische screening werd uitgevoerd met dodecaan en isododecaan als modelverbindingen, gevolgd door toepassing op industrieel relevant polypropyleen (PP). De invloed van concentratie, type katalysator/(foto)initiator, solvent, reactietijd en atmosfeer werd geëvalueerd.
De resultaten tonen dat gechloreerde solventen essentieel zijn om ketenafbraak te bevorderen, terwijl zuurstof het proces versnelt en zuurstofhoudende carbonylproducten oplevert. Een reductie van 97,5% in moleculair gewicht kan al na 5 minuten worden bereikt.

Dit werk verdiept het inzicht in deze methode en opent perspectieven voor de omzetting van kunststofstromen in waardevolle chemicaliën.
Meer lezen

Pedagogisch documenteren vanuit de Reggio Emilia-benadering ter ondersteuning van thematiseren in de peuterklas

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Kelly
Billigh
"Deze bachelorproef onderzoekt hoe pedagogisch documenteren vanuit de Reggio Emilia-benadering kan ondersteunen bij het thematiseren in de peuterklas. Door gerichte observaties te maken van wat jonge kinderen bezighoudt, worden hun interesses en 'honderd talen' zichtbaar. Dit vormde in Basisschool De Geluksvogel het vertrekpunt voor flexibele leeractiviteiten en een praktische inspiratiebundel voor leerkrachten."
Meer lezen

Leucose bij katten in Vlaanderen

Odisee Hogeschool
2026
Tine
Raes
Leucose (FeLV) is een virale infectieziekte bij katten met mogelijk ernstige symptomen. De prevalentie van FeLV is op sommige plekken in de afgelopen jaren gedaald, door het toepassen van (verschillende) preventieve maatregelen (vaccinatie, positieve dieren gescheiden houden of verwijderen en castratie). Maar er zijn geen recente cijfers over de prevalentie van FeLV in Vlaanderen. Deze cijfers kunnen een inzicht geven over de nood en het toepassen van preventieve maatregelen. Daarom wordt in deze bachelorproef de prevalentie van FeLV in Vlaanderen bepaald aan de hand van bevragingen bij organisaties die katten opvangen. Ook wordt het testbeleid van deze organisaties vergeleken met (internationale) richtlijnen. Daarnaast zijn er ook enkele risicofactoren (leeftijd, geslacht, leefwijze, gezondheidstoestand) waar rekening mee gehouden kan worden. Deze informatie kan richting geven aan aanbevelingen voor een (aangepast) (preventie)beleid.

Uit de FeLV-testresultaten van bevraagde organisaties in Vlaanderen kwam een prevalentie van 1%. Maar minder dan de helft van de bevraagde organisaties houdt de testresultaten van FeLV en bijhorende gegevens bij, waardoor er te weinig data is om een uitspraak te doen over de algemene prevalentie en/of mogelijke risicofactoren in Vlaanderen. Het testbeleid van de bevraagde organisaties komt op sommige vlakken overeen met de internationale richtlijnen en op sommige vlakken niet. Maar een testbeleid kan, zeker bij een lage prevalentie en bij zwerfkatten, complex zijn. Recent werd er wel terecht beslist om de verplichte vaccinatie van FeLV bij het verhandelen voor asielen af te schaffen. Vaccinatie kan een belangrijke preventiemaatregel zijn, maar is niet voor elke kat nodig of nuttig.
Meer lezen

Political Lessons from the Frontline: The Causal impact of Policy Design on External Political Efficacy among socioeconomically vulnerable citizens

Vrije Universiteit Brussel
2026
Kasper
Billiet
Political participation among socioeconomically vulnerable citizens is persistently low, as is their external political efficacy (EPE) — the belief that government is responsive to "people like them." Policy feedback theory suggests that the design of social policy itself shapes such attitudes, yet existing evidence is largely cross-sectional or qualitative, leaving selection effects and the distinct role of design unresolved. This study tests the causal impact of policy design on EPE through a randomized between-subjects survey vignette experiment among long-term unemployed participants in a Brussels workfare program (N = 126). Respondents were exposed to a news vignette describing a reform of the Brussels rent subsidy, framed as either a universal or a means-tested design, or to a control condition, after which EPE was measured. Consistent with the hypotheses, exposure to the means-tested design significantly reduced EPE relative to the control group, while exposure to the universal design significantly increased it ; both effects were robust to adjustment for educational level. A hypothesized moderation by perceived voice opportunities could not be meaningfully tested due to limited statistical power. The findings demonstrate that policy design conveys interpretive signals that shape EPE independently of material resources, underscoring policy design as a determinant of democratic inclusion
Meer lezen

Autisme vriendelijke speelplaats

Hogeschool VIVES
2026
laure
thys
Dit praktijkonderzoek onderzoekt hoe leerondersteuners en basisscholen ondersteund kunnen worden bij het ontwikkelen van een autismevriendelijke speelplaatswerking. Vanuit literatuuronderzoek, praktijkervaringen en een bevraging bij leerondersteuners werd een praktijkgerichte toolbox ontwikkeld. Deze combineert een visiekader en analyse-instrument met concrete tools rond onder andere structuur, visualisatie, spelondersteuning, prikkelregulatie en herstelgericht werken. De toolbox biedt geen vast stappenplan, maar ondersteunt schoolteams om vanuit hun eigen context en noden tot een gedragen speelplaatswerking te komen. Het eindproduct werd in beperkte mate getest bij leerondersteuners en is geïntegreerd in een toegankelijke website.
Meer lezen

Oe Ist?

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Anne-Laure
Debosschere
Voor mijn bachelorproef onderzocht ik hoe jongeren tussen 16 en 25 jaar hun weg vinden naar psychologische hulp en of ze die hulp ook volhouden. Het resultaat is Oe ist?, een magazine met zeven persoonlijke portretten van jongeren, aangevuld met duiding van een jeugdpsychiater en een jongerencoach, en een praktische hulpgids.
Meer lezen

Samenwerking tussen onderwijs en welzijn in de evolutie naar inclusieve scholen

Universiteit Antwerpen
2026
Lotte
Janssens
De onderwijsnoden van leerlingen worden steeds complexer, waardoor de draagkracht van leraren en scholen
vaker onder druk komt te staan en het bieden van passend, kwaliteitsvol onderwijs een uitdaging vormt. In
Vlaanderen groeit het besef dat structurele partnerschappen tussen onderwijs en welzijn een belangrijke
hefboom zijn om deze uitdagingen aan te pakken en een inclusiever onderwijssysteem te realiseren. Deze
masterproef onderzoekt een praktijkgericht samenwerkingsinitiatief tussen een multifunctioneel centrum (MFC)
en reguliere kleuterscholen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van een kwalitatief onderzoeksdesign, gebaseerd op
semigestructureerde interviews met leraren en zorgcoördinatoren. Op die manier wordt inzicht verkregen in
zowel de werking als de effecten van deze samenwerking.

De resultaten tonen aan dat effectieve samenwerking wordt gekenmerkt door zes bevorderende factoren:
gemeenschappelijke doelen, afstemming en taakafbakening, communicatie, wederzijds respect en vertrouwen,
relatie en betrokken actoren. Deze factoren versterken elkaar en dragen bij tot een gedeelde
verantwoordelijkheid en een sterk ‘wij-gevoel’ tussen onderwijs- en welzijnsprofessionals. Op het niveau van de
leraar en zorgcoördinator blijkt de samenwerking een positief effect te hebben op hun zelfeffectiviteit. Zij voelen
zich competenter in het interpreteren van gedrag en het afstemmen van hun pedagogisch-didactisch handelen.
Op leerlingniveau worden positieve effecten vastgesteld op sociale en academische participatie, al blijft deze
participatie sterk afhankelijk van de individuele verschillen tussen leerlingen en haalbare aanpassingen. Tegelijk
worden ook belangrijke uitdagingen zichtbaar, waaronder schoolbrede implementatie en de grenzen van inclusie
in de klaspraktijk. De masterproef concludeert dat samenwerking tussen onderwijs en welzijn een belangrijke
hefboom vormt voor inclusie, maar dat duurzame verankering en structurele partnerschappen noodzakelijk zijn
om deze meerwaarde op lange termijn te realiseren.

Kernwoorden: inclusief onderwijs, effectieve samenwerking, zelfeffectiviteit, sociale participatie en academische participatie
Meer lezen