Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

DE KLEUTERKLAS ALS GENDERLANDSCHAP EEN OBSERVATIEONDERZOEK NAAR GENDERPRAKTIJKEN IN VLAAMSE KLEUTERKLASSEN

Universiteit Gent
2026
Elise
Roelandts
Gender speelt een belangrijke rol in de dagelijkse klaspraktijk, maar de manier waarop gendernormen en genderstereotypen precies zichtbaar worden in Vlaamse kleuterklassen blijft onderbelicht in bestaand onderzoek. In deze studie werd gebruikgemaakt van systematische en niet-participerende klasobservaties in Vlaamse kleuterklassen. Daarbij werd onderzocht hoe gender tot uiting komt in zowel de fysieke klasomgeving als in dagelijkse interacties, met specifieke aandacht voor
aanspreekvormen, spelbegeleiding, feedback en disciplinering. De resultaten tonen dat gender zowel via materialen en visuele middelen als via dagelijkse interacties wordt gereproduceerd, maar dat er ook genderverruimende praktijken aanwezig waren. Deze bevindingen bieden een genuanceerd inzicht in hoe gender in Vlaamse kleuterklassen wordt geconstrueerd en geven aan waar verdere verdieping mogelijk is.
Meer lezen

Het/een/mijn huis als geconstrueerde grot

Hogeschool PXL
2026
Noa
Kuypers
In mijn project ‘Het/een/mijn huis als geconstrueerde grot’ onderzoek ik de spanning tussen verval en standvastigheid: hoe een gebouw transformeert en toch zijn kern behoudt, en hoe atmosfeer, dat ongrijpbare samenspel van licht, materiaal, geheugen en emotie, een lege schil omtovert tot een thuis. Het vertrekpunt is de observatie dat een huis nooit werkelijk leeg is; het draagt littekens van vroegere bewoning. Tijdens de renovatie van een woning uit 1830 leg ik deze verborgen lagen bloot, parallel aan een artistiek project waarin ik herinnering en materiaal met elkaar combineer. Door plattegronden te tekenen op basis van impressies, kleimodellen te stapelen en betonnen kubussen met uitgeholde gangen te gieten, vertaal ik het vluchtige van geheugen naar het tastbare van een fundament. Collage fungeert hierin als terugkerend ritueel, een proces van afbreken en herschikken dat het verbouwingsproces zelf weerspiegelt. Geïnspireerd door de praktijk van Do Ho Suh, Sara Bomans en Peter Zumthor, toon ik aan dat atmosfeer niet statisch is, maar draagbaar: een opeenstapeling van tijdlagen, materiële sporen en menselijke tussenkomst. Het resultaat is een visuele taal die het onzichtbare fundament en de dromerige invulling van een plek naast elkaar plaatst, en bevestigt dat een huis pas leeft in de spanning tussen wat was, wat is, en wat we met ons meedragen.
Meer lezen

GOL(L)D ALS REFLECTIEKADER BINNEN CONSULTATIEVE LEERLINGENBEGELEIDING EEN PRAKTIJKGERICHT KWALITATIEF ONDERZOEK NAAR DE PROFESSIONELE POSITIONERING VAN CLB-MEDEWERKERS

Universiteit Gent
2026
Safae
El Ksisar
Deze masterproef onderzoekt hoe CLB-medewerkers hun rol invullen binnen consultatieve leerlingenbegeleiding: niet als expert die een diagnose stelt, maar als partner die samen met de leerkracht zoekt naar oplossingen. Negen CLB-medewerkers werden gevolgd tijdens een vormingstraject via focusgroepen, individuele gesprekken en een visuele oefening met poppetjes. Het onderzoek toont dat deze rolverschuiving zich afspeelt binnen drie spanningsvelden: tussen expert en procesbegeleider, tussen verbinding en weerstand, en tussen ideaal en praktijkrealiteit. Het GOL(L)D-kader functioneert daarbij niet als een expliciete methodiek, maar als een impliciete reflectieve lens. De studie besluit dat duurzame verandering niet enkel professionele groei vraagt, maar ook structurele voorwaarden zoals tijd, continuïteit en rechtstreeks contact met leerkrachten.
Meer lezen

Hormonale invloeden op zeeziekte

Antwerp Maritime Academy
2026
Margaux
Hermans
Zeeziekte is een veelvoorkomend fenomeen binnen de maritieme sector en kan een aanzienlijke
impact hebben op het functioneren en welzijn van zeevarenden. Hoewel bekend is dat vrouwen
mogelijk gevoeliger zijn voor zeeziekte dan mannen, is weinig onderzocht in welke mate hormonale
factoren hierin een rol spelen. Deze masterproef brengt dit onderbelichte thema in kaart aan de
hand van een observatiestudie uitgevoerd tijdens een vier weken durende zeereis aan boord van
het opleidingsschip Dar Mlodziezy.
In totaal registreerden 36 deelnemers dagelijks hun level van algemene gevoelstoestand,
misselijkheid, stress en hersenmist. Voor vrouwelijke deelnemers werd bijkomend het gebruik van
hormonale anticonceptie en, indien van toepassing, hun menstruele cyclus bijgehouden. Deze
systematische dataverzameling in een realistische maritieme setting bood een uitzonderlijke
mogelijkheid om patronen over langere tijd te analyseren zonder verstoringen van dagelijkse
omgeving.
Uit resultaten blijkt dat vrouwelijke deelnemers in deze groep gemiddeld meer zeeziekte
gerelateerde klachten rapporteerden dan mannelijke deelnemers. De verschillen waren zichtbaar
voor alle onderzochte variabelen en kwamen consequent terug doorheen de gehele
onderzoeksperiode. Binnen de vrouwelijke groep vertoonden vrouwen die hormonale
anticonceptie gebruikten op het merendeel van de dagen hogere symptoomscores dan vrouwen
zonder anticonceptie. In deze dataset werd dus geen aanwijzing gevonden dat anticonceptie
beschermend werkt tegen zeeziekte.
De analyses van de menstruele cyclus leverden geen duidelijke verschillen tussen cyclusfasen op,
voornamelijk door het beperkte aantal vrouwen met een natuurlijke cyclus. Hierdoor konden geen
uitspraken gedaan worden over variaties in gevoeligheid tijdens bijvoorbeeld menstruatie of
ovulatie. Daarnaast werd vastgesteld dat deelnemers die een zeeziektepil innamen gemiddeld
meer hersenmist rapporteerden. Dit sluit aan bij zowel de ernst van hun symptomen als bij bekende
bijwerkingen van dergelijke medicatie, zonder dat de oorzaak kon worden vastgesteld.
Deze bevindingen suggereren dat vrouwen in deze onderzoeksgroep gevoeliger waren voor
zeeziekte dan mannen, maar tonen geen duidelijk effect van de hormonale anticonceptie of
cyclusfasen op de ervaren klachten. De beperkte omvang van de subgroepen vraagt om
voorzichtigheid in de interpretatie. De resultaten benadrukken tegelijk de nood aan verder
onderzoek met grotere populaties en nauwkeurigere hormonale registratiemethoden, zodat de
relatie tussen hormonen en zeeziekte in de toekomst preciezer kan worden bepaald.
Meer lezen

Strategische markttoetreding tot de Duitse voedingssupplementensector

Hogeschool UCLL
2026
Brent
Goris
Verschillende Vlaamse kmo’s actief in de voedingssupplementensector richten zich in de beginfase voornamelijk op de Belgische, Nederlandse en Franse markt. Dit is grotendeels te verklaren door het feit dat zowel het Frans als het Nederlands in Vlaanderen de meest gesproken talen zijn, wat de toetredingsdrempel tot deze markten verlaagt. Echter grenst België ook aan een andere veelbelovende markt: de Duitse markt. Met ruim 83 miljoen inwoners is deze markt qua omvang bijna even groot als de Belgische, Nederlandse en Franse markt samen. Maar hoe kan een Vlaamse kmo actief in de voedingssupplementensector succesvol intrede doen tot deze markt?

Het doel van dit onderzoek is dan ook om de Vlaamse kmo’s actief in de voedingssupplementensector een beter beeld te geven van deze markt en haar potentieel. Hiervoor is de volgende onderzoeksvraag opgesteld: Hoe kan de Vlaamse onderneming We’R Nutrition zich strategisch voorbereiden op een succesvolle markttoetreding in Duitsland?
Onder ‘strategische voorbereiding’ wordt in deze context verstaan: het grondig in kaart brengen van de Duitse markt voor voedingssupplementen, waarna de onderneming een beter inzicht krijgt in de relevante factoren die een potentiële markttoetreding bepalen en beïnvloeden.

Om een antwoord te kunnen formuleren op deze onderzoeksvraag werden er een aantal deelvragen opgesteld waarin er een combinatie van desk- en fieldresearch voorkomt. Zo wordt er binnen deskresearch onder andere dieper onderzoek gedaan naar de Duitse markt waarin het marktpotentieel duidelijk in kaart wordt gebracht. In het kader van fieldresearch werden Duitse consumenten effectief bevraagd over hun aankoopgedrag en voorkeuren met betrekking tot voedingssupplementen. Uit de resultaten van de bevraging bleek dat een meerderheid van de Duitse consument wetenschappelijke productonderbouwing en transparantie zeer belangrijk vindt. Daarnaast werd een case study uitgevoerd op een Belgisch merk, dat reeds succesvol zijn intrede heeft gedaan op de Duitse markt, en werden de bevindingen uit het deskresearch afgetoetst met de praktijk door middel van een eigen praktijktoetsing tijdens de stageperiode bij We'R Nutrition.

Op basis van deze resultaten wordt ten slotte een strategisch stappenplan uitgewerkt, met concrete aanbevelingen die We’R Nutrition kan toepassen om een effectieve en doordachte intrede te realiseren op de Duitse markt. Op die manier biedt dit onderzoek niet enkel voor We'R Nutrition, maar ook voor andere Vlaamse kmo's binnen de voedingssupplementensector, een waardevol referentiekader bij het overwegen van een internationale uitbreiding naar de Duitse markt. Het is aan de ondernemingen zelf om na het lezen van de aanbevelingen een uiteindelijke go/no-go-beslissing te nemen.
Meer lezen

Van meten naar beleven: het motiverend inrichten van langeafstandslopen in de lessen LO van de eerste en tweede graad secundair onderwijs.

Odisee Hogeschool
2026
Sverre
Van Britsom
Deze bachelorproef onderzocht op welke manier lessen langeafstandslopen in de eerste en tweede graad van het secundair onderwijs kunnen worden ingericht om de motivatie van leerlingen te verhogen. De motivatie van leerlingen hangt niet alleen af van de loopopdracht zelf, maar ook van de manier waarop deze wordt aangeboden, begeleid en geëvalueerd.
De resultaten tonen aan dat leerlingen langeafstandslopen vaak ervaren als een traditionele en weinig gevarieerde activiteit, meestal in de vorm van rondjes lopen of de Coopertest. Dit leidt regelmatig tot verveling, stress en een negatieve houding tegenover lopen. Zowel de literatuur als de onderzoeksresultaten tonen aan dat motivatie kan worden verhoogd wanneer lessen inspelen op de psychologische basisbehoeften van autonomie, verbondenheid en competentie. Concreet betekent dit dat leerlingen meer keuzevrijheid krijgen, samen kunnen werken, duidelijke doelen krijgen en positieve feedback ontvangen. Daarnaast blijkt dat speelse en gevarieerde werkvormen een positieve invloed hebben op de betrokkenheid en motivatie van leerlingen.
Op basis van deze inzichten werden de website “Lopen met beleving” ontwikkeld. Deze website bundelt inzichten rond gedragsbepalers voor motivatie, aanbevelingen voor motiverend evalueren en uitgewerkte loopvormen die onmiddellijk inzetbaar zijn binnen de lespraktijk. Hiermee biedt het product een concreet antwoord op de onderzoeksvraag.
De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de combinatie van inzichten en praktische toepasbaarheid. Het onderzoek toont aan dat langeafstandslopen niet beperkt hoeft te blijven tot traditionele duurloopvormen. De ontwikkelde website ondersteunt leerkrachten LO hierbij met bruikbare materialen en inspiratie. Op die manier kan deze bachelorproef bijdragen aan een positievere beleving van langeafstandslopen en een grotere betrokkenheid van leerlingen tijdens de lessen lichamelijke opvoeding.
Meer lezen

Wanneer de appel wél ver van de boom valt: Een kwalitatieve en visueel-analytische studie naar de ervaringen van geadopteerden

KU Leuven
2026
Emma
Van den Hoof
Deze scriptie onderzoekt hoe journalisten gevoelige persoonlijke verhalen op een ethische en respectvolle manier kunnen visualiseren, met adoptie als centrale casus. Vanuit een uitgebreide literatuurstudie wordt duidelijk dat zowel journalisten als slachtoffers sterk worden beïnvloed door de manier waarop trauma en emotionele thema’s in de media worden gebracht. Beelden spelen daarbij een grote rol: ze kunnen emoties versterken en nuance bieden, maar ook schadelijk of stigmatiserend werken. Daarom wordt gekeken naar graphic journalism, een vorm van visuele verslaggeving die ruimte laat voor subjectiviteit, interpretatie en anonimiteit.

In het empirische deel worden twaalf volwassen geadopteerden geïnterviewd over hun ervaringen met adoptie, identiteit, verlies, familiebanden en beeldvorming. Hun verhalen worden niet alleen geanalyseerd, maar ook vertaald naar tekeningen, die vervolgens opnieuw aan hen worden voorgelegd. Die participatieve aanpak zorgt voor gedeeld auteurschap en geeft de deelnemers controle over hun eigen representatie. Uit de thematische analyse komen terugkerende thema’s naar voren, zoals het zoeken naar roots, het omgaan met gemis, identiteitsvragen, hechting, zwijgcultuur en de impact van media.

De studie concludeert dat tekeningen een krachtig en ethisch verantwoord alternatief kunnen zijn voor traditionele beeldvorming. Ze bieden nuance, beschermen de privacy en maken complexe emoties zichtbaar zonder te vervallen in sensatie. Graphic journalism blijkt zo een waardevolle methode om gevoelige verhalen op een respectvolle, inclusieve en betekenisvolle manier te vertellen.
Meer lezen

Politieke in(kt)vloed: Een vergelijkende visuele analyse van politieke cartoons uit De Roode Vaan, De Schelde, Volk en Staat, en De Standaard (1929-1945)

KU Leuven
2025
Pauline
Stofferis
Een vergelijkende visuele analyse van politieke cartoons uit het communistische blad De Roode Vaan, het Vlaams-nationalistische dagblad De Schelde en zijn opvolger Volk
en Staat, en de centrumrechtse krant De Standaard van 1929 tot 1945.
Meer lezen

MORE DRAMA, MORE HAPPINESS? EEN KWALITATIEF ONDERZOEK NAAR HET VERBAND TUSSEN DRAMALESSEN EN HET MENTAAL WELBEVINDEN VAN 2E-GRAADS DOORSTROOM-STUDENTEN

Universiteit Gent
2025
Matthew
Wright
Deze studie werd uitgevoerd om te bepalen hoe 2e-graads doorstroomstudenten het verband tussen dramalessen en hun mentaal welbevinden ervaren. Het zes dimensionaal mentaal welbevinden model, ontwikkeld door Ryff (1989), toont deels overlap met de in de literatuur gevonden effecten van drama en werd daarom als theoretische basis gebruikt in dit onderzoek. De onderzoeksgroep bestaat uit 6 jongeren die een 2e-graads doorstroomrichting volgen en die gedurende 40 weken 24 keer één uur per week dramales kregen als keuzevak. De studie werd uitgevoerd aan de hand van semigestructureerde diepte-interviews die aan het einde van het schooljaar bij de leerlingen werden afgenomen. Om de gegevens te verwerken en analyseren werd een thematische analyse volgens Braun & Clarke (2006) toegepast. Als resultaat van het onderzoek werd er een duidelijke, positieve invloed vastgesteld op de persoonlijke groei, positieve relaties met anderen en zelfacceptatie dimensies. De invloed op de autonomie is matig en op de omgevingsbeheersing is de invloed gering. Er ontbreken gegevens om een besluit te maken over de doelgerichtheid dimensie, maar de verwachting is dat deze laag is. Het algemeen mentaal welbevinden van de participanten lijkt te zijn toegenomen na het volgen van dramalessen. Uit het onderzoek blijkt dat de invloed groter is bij jongeren wiens mentaal welbevinden laag is dan bij jongeren met een matig tot hoog mentaal welbevinden, al dient verder onderzoek dit verder te staven. De belangrijkste, niet eerder gevonden resultaten zijn dat participanten aangeven zich minder aan te trekken van de mening van anderen, makkelijker hun mening te kunnen uiten, meer te durven, meer open te staan voor nieuwe ervaringen en meer onbekenden durven aan te spreken. Vele andere resultaten bevestigen wat eerdere literatuur al bewees. Het onderzoek sluit af met een pleidooi om educatief drama een standaardonderdeel te maken van het curriculum van de middelbare school of het ten miste als potentieel keuzevak aan te bieden.
Meer lezen

Vergeten kennis: wat zeventiende- en achttiende eeuwse medicinale recepten onthullen over de impact van botanica op de geneeskunde in de Zuidelijke Nederlanden.

Universiteit Gent
2025
Lien
Vandenbroucke
In mijn scriptie ben ik via een vergelijkende analyse van zeventiende- en achttiende-eeuwse medicinale recepten en hun ingrediënten, gefocust op medicinale planten, nagegaan welke impact de globalisering van botanica had op de geneeskunde in de Zuidelijke Nederlanden. De scriptie is opgedeeld in twee grote delen.

In het eerste deel bespreek ik de bestaande literatuur of historiografie en schets ik aan de hand van een literatuurstudie de zeventiende- en achttiende eeuwse situatie in Italië, de Noordelijke Nederlanden en de Atlantische Wereld. Vervolgens heb ik een eigen studie gedaan van huishoudboeken en archiefstukken uit familiearchieven om zo te achterhalen welke nieuwe plantensoorten, medicinale recepten en aandoeningen zijn toegevoegd of verdwenen; Hierbinnen heb ik ook aandacht voor de dierlijke en minerale ingrediënten die voorkwamen in recepten om op die manier ook de impact van chemische geneeskunde te kunnen schetsen. Vervolgens onderzocht ik de oorzaken die aan de basis lagen van deze veranderingen. Ik heb me hierbij afgevraagd welke trends en individuen een impact hadden op de evolutie binnen medicinale recepten, hoe nieuwe kennis werd verspreid en in welke mate apothekers en medicinale instituties hier verantwoordelijk voor waren.

Om af te sluiten maakte ik een vergelijkende analyse tussen de situatie in de Zuidelijke Nederlanden en de regio's die voorkwamen in de literatuurstudie (Italië, de Noordelijke Nederlanden en de Atlantische Wereld). Op deze manier kon ik bijdragen aan de debatten omtrent de impact die de val van Antwerpen al dan niet had op het intellectuele leven in de Zuidelijke Nederlanden alsook mijn casus terugplaatsen in zijn bredere context.

Meer lezen

Rubens' portretkunst als spiegel voor zijn interesse in fysiognomie

Universiteit Gent
2025
Mariette
Van Gysegem
Mijn onderzoek bekijkt de portretpraktijk van Peter Paul Rubens vanuit een fysiognomische lens. Vooraleer dit denkkader kan toegepast worden op zijn oeuvre, wordt Rubens' fascinatie voor fysiognomie in zijn culturele context bekeken. Het vertrekt vanuit de oorsprong en ontwikkeling van het gedachtegoed om zo het belang in de leefwereld van Rubens te contextualiseren. Vervolgens onderzoekt het de connectie tussen fysiognomie en de vroegmoderne kunstpraktijk. Hierna wordt ingezoomd op Rubens' aantoonbare interesse in het onderwerp als vereiste voor het gebruik van een fysiognomische lens.

Daarna wordt het fysiognomisch denkkader toegepast op case-studies binnen zijn oeuvre. Hierbij richt de beeldanalyse zich op vorm, kleur en textuur, aangezien bestaand onderzoek vaak enkel naar vorm keek. Voor de karaktertypologie werden primaire zeventiende-eeuwse fysiognomische traktaten bestudeerd en zo de typerende elementen van verschillende karaktertypes geïdentificeerd om ze toe te passen op de case-studies. De afbakening tot portretkunst is een logisch gevolg van het gezicht als primaire plek voor de fysiognomische lezing. Binnen zijn portretten wordt gefocust op familieportretten en kopieën naar oude meesters aangezien hij bij deze genres het meeste vrijheid had om te experimenteren.

Voor deze analyse werd een methodologie ontwikkeld die vertrekt vanuit het uitgangspunt van de fysiognomie, waarbij het uiterlijk en het innerlijk van een persoon onlosmakelijk verbonden zijn. Het onderzoek bekijkt deze connectie in twee richtingen. Ten eerste worden familieportretten geanalyseerd om te onderzoeken in hoeverre het innerlijk iets zegt over het uiterlijk, met het sanguinische temperament als uitgangspunt, omdat dit karaktertype als positief en zeldzaam werd beschouwd en Rubens vermoedelijk warme genegenheid voor zijn familieleden voelde. Ten tweede worden zijn kopieën naar oude meesters bestudeerd om de omgekeerde richting te ondervragen. Het uitgangspunt is de beeldanalyse van visuele aanpassingen die Rubens doorvoert in zijn kopie ten opzichte van het origineel. Vervolgens wordt gekeken of deze aansluiten bij de representatie van een specifiek innerlijk karakter.

De analyse toont hoe Rubens systematisch ronde vormen, roodheid en glanzende huidaccenten gebruikte, kenmerken die overeenstemmen met het sanguinische temperament, dat in zijn tijd overwegend positief gewaardeerd werd. Hierdoor creëerde Rubens een fysiognomisch ideaaltype dat functioneerde binnen de beeldcommunicatie met zijn publiek. Dit onderzoek vult een lacune in de bestaande literatuur, die vaak enkel de passies en niet de fysiognomie in Rubens’ werk behandelde. Bovendien wordt dit gedachtegoed nooit bekeken zij-aan-zij met het effectieve kunstwerk, hoewel deze combinatie cruciaal is. Het besluit dat Rubens’ intellectuele fascinatie voor fysiognomie niet enkel een persoonlijke interesse was, maar een diep ingebed cultureel referentiekader dat zijn portretkunst beïnvloedde.

Deze studie opent de weg om Rubens’ intellectuele interesses concreet te verbinden met zijn oeuvre en suggereert verdere uitbreiding via technische beeldanalyses zoals kleuranalyse en reflectografie. Daarnaast vormt ze een vertrekpunt om ook andere categorieën binnen zijn portretkunst, zoals de keizerportretten, door een fysiognomische lens te bestuderen. Verdere analyses kunnen nagaan hoe andere temperamenten werden verbeeld en in welke mate Rubens’ leerlingen en tijdgenoten dit gedachtegoed overnamen of er eigen invullingen aan gaven.
Meer lezen

De invulling van voorbedachtheid in rechtsleer en rechtspraak. Een evolutie vanaf 1867 tot 2024.

Universiteit Gent
2025
Charlotte
Van der veken
De voorbedachtheid is een strafverzwarende omstandigheid bij verscheidene misdrijven, waaronder doodslag. Door de aanname van voorbedachtheid treden verschillende gevolgen in werking. Zo verhoogt de maximum gevangenisstraf van dertig jaar voor doodslag naar levenslang voor moord. Ook de verjaringstermijn is verschillend. De voorbedachtheid is dus een begrip dat belangrijk is voor zowel actoren in de strafrechtsketen als de persoon die wordt beschuldigd van doodslag met voorbedachten rade of moord, een van de zwaarste misdrijven. Ondanks het grote
belang ervan, bevat het huidige Strafwetboek echter geen definitie of duidelijke omlijning, waardoor de term riskeert op subjectieve en willekeurige wijze te worden ingevuld.

Tijdens de parlementaire discussies voor het Strafwetboek van 1867 werden evenwel enkele handvaten aangereikt omtrent de invulling van het begrip, waaruit een basisstelling is gevloeid: voorbedachtheid bestaat uit het weloverwogen besluit, genomen voorafgaand aan de daad. Deze basisstelling is doorheen de jaren uitgebreid met verschillende voorwaarden.

Door middel van een uitgebreid literatuuronderzoek, rechtspraakanalyse van arresten van het hof van assisen en een rechtsvergelijkend luik, poogde deze masterthesis een antwoord te bieden op de volgende vragen: is de basisstelling verder aangevuld en geëxpliciteerd in de rechtsleer en rechtspraak? Zo ja, hoe ver reiken deze aanvullingen en welke bijkomende voorwaarden werden toegevoegd? Vervolgens werd een synthese opgemaakt, opdat uiteindelijk een omvattende invulling aan de voorbedachtheid kon worden gegeven die rekening hield met zowel doctrinale
vereisten als de praktijk.

Ook het ruimere kader werd geschetst. De voorbedachtheid werd benaderd vanuit een
psychologische invalshoek, gezien de raakpunten met de menselijke psyche. Ten slotte werd eveneens een blik geworpen op de invulling ervan in Nederland en de Verenigde Staten.

Het nieuwe Strafwetboek, dat in werking zal treden in april 2026, bevat opnieuw een definitie van de voorbedachtheid. Deze werd vergeleken met de invulling die voortkwam uit dit onderzoek, waarbij enkele opmerkingen naar voren kwamen. Ter conclusie kan gesteld worden dat de definitie uit het nieuwe Strafwetboek op sommige punten verschilt. De voorwaarde van planmatigheid is een twistpunt en zal ongetwijfeld een interessante tendens op gang trekken de jaren na inwerkingtreding.
Meer lezen

Child Rights Lanka

Hogeschool UCLL
2025
Sofie
Voets
In Sri Lanka groeien veel jongeren op zonder kennis van hun kinderrechten. Tijdens een stage bij Child Action Lanka (CAL), een organisatie die zich richt op het ondersteunen van kwetsbare en straat-gerelateerde jongeren, leidde die vaststelling tot een onderzoek naar hoe een duurzame kinderrechtencultuur kan ontstaan in hun afterschool. Op basis van de Zelfdeterminatietheorie en gesprekken met jongeren, leerkrachten en een lokale onderwijsexpert werd een 8-stappenplan ontwikkeld dat veiligheid, verbondenheid en motivatie centraal stelt. Zo kunnen jongeren hun rechten niet enkel leren, maar ook beleven. Echte verandering begint bij een veilige basis, waar elk kind zich gezien en gehoord voelt, iets wat een kinderrechtencultuur op een duurzame en effectieve manier kan bieden.
Meer lezen

Pedagogische documentatie binnen de context van de Vlaamse derde kleuterklas: Een kwalitatieve studie naar methoden, doelen en hun onderlinge samenhang

Universiteit Antwerpen
2025
Adinda
Top
Genomineerde longlist Klasseprijs
Leraren hebben data nodig over de leervooruitgang van hun leerlingen om doordachte beslissingen te kunnen nemen over hun eigen onderwijspraktijk. In het kleuteronderwijs is dit moeilijker omdat kleuterleerkrachten slechts in beperkte mate beschikken over toetsdata zoals in het lager en secundair onderwijs. Ze zijn daardoor genoodzaakt om op andere manieren informatie te verzamelen over het leren van hun leerlingen. Pedagogische documentatie is een pedagogisch hulpmiddel waarbij leerkrachten in samenwerking met andere belanghebbenden het leerproces van kleuters zichtbaar maken. Deze informatie vormt de basis voor reflectie, het kritisch bekijken van het eigen handelen en het bijsturen van de eigen onderwijspraktijk. Toch is pedagogische documentatie nog relatief onbekend in het Vlaamse kleuteronderwijs. Dit kwalitatief onderzoek gaat, aan de hand van negen diepte-interviews, na welke methoden en doelen binnen pedagogische documentatie leerkrachten uit de derde kleuterklas hanteren en welke methoden en doelen aan elkaar gekoppeld zijn. De resultaten laten zien dat Vlaamse kleuterleerkrachten diverse methoden en doelen toepassen die aansluiten bij de theorie van pedagogische documentatie. Sommige methoden en doelen worden anders ingevuld dan beschreven in de literatuur of blijven achterwege. Zo documenteren Vlaamse kleuterleerkrachten voornamelijk schriftelijk en neemt, in het laatste kleuterjaar, het kindvolgsysteem in het documentatieproces een centrale plaats in. Tot slot blijkt uit de resultaten dat enkele methoden aan specifieke doelen gekoppeld zijn. Naast schriftelijke methoden kan ook audiovisueel materiaal Vlaamse kleuterleerkrachten een beeld geven van het leerproces. Meer participatie van kleuters en ouders kan daarbij zorgen voor een rijker en meer holistisch beeld. Verder onderzoek is nodig om na te gaan in hoeverre de resultaten doorgetrokken kunnen worden naar lagere kleuterjaren en om andere praktijken en toepassingen binnen pedagogische documentatie in de Vlaamse onderwijscontext verder te verkennen.
Meer lezen

Understanding the effect of microclimate on marram grass

Universiteit Gent
2025
Samantha
De Gottal
Mijn masterscriptie beantwoordt de vraag hoe de groei van helmgras, een ecosysteemingenieur van onze Belgische kust, beïnvloedt wordt door de kleine, lokale klimaatschommelingen in een duin.

Ik heb mijn onderzoek gedaan door helmgras in een natuurlijke duinomgeving te planten en nauwkeurig de groei en de abiotische omgeving op te volgen. Zo meette ik wekelijks verschillende planteigenschappen alsook hoe warm de grond was, hoe vochtig de bodem en hoeveel zand er verplaatste aan de hand van loggers. Dit onderzoek toonde aan dat, hoewel de lokale omstandigheden enorm verschilden doorheen de duin, de groei van het helmgras hierdoor niet significant werd beïnvloed.

De conclusie is dat de duinbouwer onverwacht veerkrachtig is. Dit suggereert dat onze duinen meer stabiliteit bezitten tegen geleidelijke klimaatschommelingen dan we dachten. Dit inzicht is cruciaal, omdat het directe toepassing heeft op het ontwerp van duurzame kustbescherming in de toekomst.
Meer lezen

MAG DE LEERLING OOK CREËREN? EEN BLIK OP KUNST EN CREATIVITEIT IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS: DE IMPLEMENTATIE VAN MINIMUMDOEL 16.04.

Universiteit Gent
2025
Magali
Du Four
Wat als kunst op school even vanzelfsprekend was als wiskunde of sport? In deze masterproef onderzoek ik hoe creativiteit vandaag een plek krijgt in de derde graad van het secundair onderwijs. Het resultaat is een pleidooi voor meer verbeelding tussen de schoolmuren. Want creatief leren is ook leren over het leven.

Kunst en cultuur spelen een essentiële rol in de persoonlijke en intellectuele ontwikkeling van jongeren. Toch worden kunstvakken in het secundair onderwijs vaak gemarginaliseerd, zo ook binnen de doorstroomrichtingen. De invoering van de nieuwe eindtermen had de ambitie om de rol van kunstvakken te versterken, onder andere door een bredere integratie van artistieke vorming binnen het curriculum. Of deze ambitie in de praktijk is waargemaakt, blijft de vraag.

In deze masterproef wil ik onderzoeken hoe sleutelcompetentie 16 – cultureel bewustzijn en expressie – concreet wordt ingevuld in de derde graad van het doorstroomonderwijs in Gentse katholieke scholen. De focus ligt specifiek op het minimumdoel 16.04: "De leerlingen doorlopen een artistiek-creatief proces vanuit verbeelding". Dit onderzoek kadert binnen bredere discussies over de plaats van kunstvakken in het onderwijs en de mate waarin ze bijdragen aan de algemene vorming van leerlingen. Met dit onderzoek wil ik specifiek nagaan in hoeverre en hoe het artistiek-creatieve aspect aan bod komt in de derde graad van het algemeen leerplichtonderwijs.


Meer lezen

Hoe kan thematisch werken met betekenisvolle verhalen het verhaalbegrip versterken van meertalige kleuters in een Brusselse derde kleuterklas?

Hogeschool VIVES
2025
Anouk
Stroobants
Deze bachelorproef binnen het thema ‘Lezen begint al in de kleuterklas’ onderzoekt hoe thematisch werken met betekenisvolle verhalen het verhaalbegrip van meertalige kleuters kan versterken. Het onderzoek vond plaats in de derde kleuterklas van GBS Everheide in Brussel, een school met een grote talige diversiteit. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan thematisch werken met betekenisvolle verhalen het verhaalbegrip versterken van meertalige kleuters in een Brusselse derde kleuterklas? Op basis van literatuur over taalontwikkeling, begrijpend luisteren en meertaligheid werd een thematisch aanbod ontwikkeld rond het prentenboek Ridder Rikki van Guido Van Genechten. Gedurende de ontwerpweken werd het verhaal herhaald en verdiept aan de hand van een visueel verhalenpad, denkstimulerende vragen, gebaren en interactieve activiteiten. Om de impact van deze aanpak in kaart te brengen, werd een zelfontworpen meetinstrument ingezet om het verhaalbegrip van de kleuters te observeren en te evalueren. Daarnaast vloeide uit deze bachelorproef ook een praktijkgerichte bundel voort, opgebouwd rond het prentenboek Ridder Rikki. Het geheel vormt een bruikbare leidraad voor leerkrachten die doelgericht willen inzetten op verhaalbegrip bij meertalige kleuters.
Meer lezen

Creatie van een AI Bill of Materials voor veilige, transparante en conforme modeltraining

Universiteit Gent
2025
Wiebe
Vandendriessche
AI-systemen worden steeds complexer, maar de ontwikkeling van tools om hun transparantie en veiligheid te waarborgen blijft achter. Deze scriptie introduceert de AI Bill of Materials (AIBOM), een uitbreiding op de Software Bill of Materials (SBOM), als een gestandaardiseerd en verifieerbaar overzicht van getrainde AI-modellen en hun omgevingen. Het proof of concept platform AIBoMGen automatiseert het aanmaken van ondertekende AIBOMs door tijdens de training datasets, modelmetadata en omgevingsdetails vast te leggen. Het platform fungeert als neutrale derde partij en garandeert dat elke trainingssessie een verifieerbare AIBOM oplevert. Met cryptografische hashing, digitale handtekeningen en in toto attestation wordt de integriteit beschermd tegen manipulatie. Evaluaties tonen aan dat AIBoMGen ongeautoriseerde wijzigingen betrouwbaar detecteert met minimale prestatie-impact. De resultaten laten zien dat AIBoMGen een belangrijke stap vormt richting veilige en transparante AI-ecosystemen die voldoen aan regelgeving zoals de Europese AI Act.
Meer lezen

Ontwijken van oorlogsgeweld Hoe handelaars hun schepen veiligstelden door middel van neutralisatie in Oostende tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog 1775-1783.

KU Leuven
2025
Robbe
Degroote
Deze scriptie behandelt de praktijk van “neutralisatie” van schepen in Oostende tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783), met bijzondere aandacht voor de strategieën waarmee handelaars hun eigendommen probeerden te beschermen tegen de kaapvaart. Door te onderzoeken hoe schepen juridisch en praktisch “geneutraliseerd” werden, werpt dit onderzoek nieuw licht op de complexiteit van maritieme oorlogsvoering en handelsstrategieën in een Europa vol conflict.
Niet alleen wordt daarmee aangesloten bij het al bestaande onderzoek naar kapers, maritieme handel en neutraliteit, zoals dat van Parmentier, Farasyn en Schankenbourg. Deze thesis vult ook concrete gaten in de historiografie op. Zo focuste het onderzoek zich op onderbelichte aspecten zoals de naamsveranderingen van schepen; de praktische situatie aan boord van een geneutraliseerd schip en de band met de haven van registratie.
Methodologisch combineert dit onderzoek drie bronnen: de notariële akten opgemaakt in Oostende tijdens het conflict, scheepsbewegingen waarvan de gegevens met behulp van AI werden geëxtraheerd uit de Gazette van Gend; en de Prize Papers van het Engelse High Court of the Admiralty. Door deze bronnen systematisch te koppelen en te analyseren werd een beeld gevormd van de praktische werking van neutralisatie als de geografische netwerken erachter. In de verwerking werd gebruik gemaakt van AI voor datamining, met bijgevoegd een kritische reflectie over de betrouwbaarheid en inzetbaarheid van AI voor dit en toekomstig onderzoek.
De thesis bestaat uit drie inhoudelijke onderzoek hoofdstukken: een kwantitatieve analyse van de herkomst locatie en vaargeschiedenis naar Oostende van geneutraliseerde schepen; een semantische en taalkundige studie van naamsveranderingen; en een case study van de kaping van het schip “de Dageraad van Oostende”, waarbij de verborgen gezagsstructuur aan boord en de juridische verdediging nader onderzocht worden.
De conclusie toont aan dat neutralisatie in Oostende niet beperkt bleef bij het bekomen van scheepsdocumenten, maar dat er een complexe fictie gecreëerd werd om de schepen veilig te proberen stellen van kapers. Dit gebeurde aan de hand van naamsveranderingen en pragmatische organisatie. Daarnaast werd aangetoond dat geneutraliseerde schepen geen fysieke band met Oostende hoefden te hebben tijdens de neutralisatie. Hiermee levert deze scriptie een vernieuwende bijdrage aan de geschiedenis van zowel neutraliteit, handel en maritieme cultuur in de late 18de eeuw.

Meer lezen

Building Thinking Classrooms in mathematics: implementatie in de lespraktijk

Universiteit Gent
2025
Christel
Bombeeck
Genomineerde shortlist Klasseprijs
Deze masterproef onderzoekt de implementatie van de didactische principes uit Building Thinking Classrooms in Mathematics (Liljedahl, 2021) in een wiskundeles over eerstegraadsongelijkheden in één onbekende, gegeven in twee klassen derdejaars met 4u wiskunde per week. Het onderzoek vertrekt vanuit de centrale vraag hoe de 14 strategieën uit het BTC-model concreet vertaald kunnen worden naar een Vlaamse klascontext, met aandacht voor hun effect op leerlingbetrokkenheid en -autonomie, denkactiviteit en evaluatiepraktijken.

De reflectie is gestructureerd aan de hand van de vier toolkits die Liljedahl hanteert: (1) het opstarten van denken, (2) het onderhouden van denken, (3) het responsief maken van denken, en (4) het herdefiniëren van evaluatie. Per strategie werd geanalyseerd hoe de lesinhoud, klasorganisatie en interactiepatronen zich aanpasten aan de BTC-aanpak, en welke didactische en beleidsmatige implicaties dit met zich meebracht. Er werd bijzondere aandacht besteed aan het ontwerp van denkstimulerende opgaven voor de ontwikkeling van procedurele kennis, verticale niet-permanente oppervlakken, het stimuleren van kennismobiliteit en leerlingautonomie en de consolidatiefase.

De resultaten tonen aan dat de BTC-principes leiden tot verhoogde cognitieve betrokkenheid, actiever klasgedrag en dieper begrip bij de leerlingen. Tegelijk stuit de toepassing ervan op structurele beperkingen, waaronder de beperkte lestijd in het Vlaams secundair onderwijs (50 minuten t.o.v. de door Liljedahl voorgestelde 65 minuten) en de sterk ingebedde puntencultuur die formatieve evaluatie bemoeilijkt.

De conclusie van deze masterproef benadrukt dat BTC geen optelsom is van losse strategieën, maar een geïntegreerd didactisch model dat tijd, consistentie en schoolbrede ondersteuning vereist. Bij een doordachte en gefaseerde implementatie biedt het model krachtige handvatten om het wiskundeonderwijs te transformeren tot een ruimte voor denken, samenwerking en verantwoordelijkheid over leren.
Meer lezen

Dag Jules. Herken ik mij wel in jou? Een onderzoek hoe diversiteit kan genormaliseerd worden in lesmethodes voor de 1ste kleuterklas.

HOGENT
2025
Marie
stoens
Deze bachelorproef onderzoekt hoe educatieve pakketten in de eerste kleuterklas kunnen bijdragen aan een inclusieve klaspraktijk waarin diversiteit wordt erkend en genormaliseerd. De aanleiding kwam voort uit de vaststelling dat veel gebruikte methodes, zoals Jules, Anna en Nellie & Cezar, nauwelijks zijn meegegroeid met de veranderende samenleving. Ze tonen vaak een beperkt en stereotiep beeld van de realiteit — een voornamelijk witte, middenklasse leefwereld waarin niet alle kinderen zich herkennen.

Het onderzoek combineert een uitgebreid literatuuronderzoek met interviews bij zes kleuterleerkrachten die werken in stedelijke contexten. Uit hun getuigenissen blijkt dat leerkrachten de bestaande methodes zelden volledig volgen: ze passen verhalen, illustraties en activiteiten voortdurend aan om beter aan te sluiten bij de diversiteit in hun klas. Ze benadrukken het belang van representatie, erkenning en spiegels en vensters in lesmateriaal: kinderen moeten zichzelf kunnen herkennen, maar ook andere leefwerelden leren kennen.

De theoretische kaders, zoals Opvoeden zonder vooroordelen (Anti-Bias Education) en Sociaal rechtvaardig opvoeden (Dierickx et al., 2022), tonen dat inclusie een bewuste pedagogische keuze is. Diversiteit moet geen apart thema zijn, maar een vanzelfsprekend uitgangspunt in het onderwijs.

Als praktisch luik ontwierp de onderzoeker een aangepaste praatplaat die meer diversiteit weerspiegelt, wat in de klas positief werd onthaald. De studie besluit met de oproep om educatieve methodes grondig te herdenken: ontwikkelaars, leerkrachten en beleidsmakers moeten samen zorgen voor materiaal waarin elk kind zich kan herkennen — niet als uitzondering, maar als norm.
Meer lezen

Meer vrouwen aan het werk, minder last van vergrijzing?

Vrije Universiteit Brussel
2025
Fadia
Farhat
Mijn masterproef onderzoekt of gendergelijkheid kan fungeren als buffer tegen de negatieve economische gevolgen van vergrijzing. Uit een analyse van data van 85 landen (2006-2024) blijkt dat gendergelijkheid de impact van vergrijzing kan verzachten, maar dat het effect sterk afhankelijk is van de context.
Meer lezen

Restafval redt de olijfboom

Erasmushogeschool Brussel
2025
Wout
Van de Cauter
  • Lorenz
    Hmittou
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Onze scriptie vertrekt uit een bezoek aan Lisjak tijdens onze uitwisseling aan de universiteit van Koper (Slovenië), waar de vraag rees hoe reststromen als olijfpomace en -bladeren circulair te valoriseren.
IC rapport ultimate final count…
Onder begeleiding van olijfoliesommelier Wim Renneboog werkten we via designsprints een oplossing uit die olijfpomace ter plaatse omzet in hoogwaardige maatwerkcompost, afgestemd op blad- en bodemanalyse. Het model draait niet alleen in het oogstseizoen: buiten die periode verwerken we andere organische reststromen met lokale partners, zodat productie en impact jaarrond blijven. Zo koppelt de aanpak bodemherstel en weerbaardere olijfbomen aan een sluitende businesscase voor telers en perserijen.
Meer lezen

Ils occupent, (i)elles s’occupent: Een cultuursociologische analyse van zes vormen van durf in de Brusselse skatescene

Vrije Universiteit Brussel
2025
Charlotte
Cool
Deze studie onderzoekt hoe (sub)culturele genderhiërarchieën binnen de Brusselse skatescene zowel worden gereproduceerd als geherconfigureerd. Hoewel skateboarden doorgaans gepresenteerd wordt als open, vrij en inclusief, blijft het in de praktijk doordrongen van een geïnstitutionaliseerde mannelijke hegemonie. Internationaal is er relatief weinig aandacht voor hoe vrouwelijke en non- binaire skaters patriarchale structuren actief bevragen; in België ontbreekt onderzoek naar de skatecultuur volledig. Deze studie adresseert die lacune via een kwalitatieve casestudy, gebaseerd op diepte-interviews en participerende observatie, met bijzondere aandacht voor het Brusselse collectief BX’Elles. De resultaten worden thematisch geanalyseerd via zes vormen van durf waarmee niet- traditionele skaters navigeren tussen uitsluiting en culturele hertekening: durven identificeren, beginnen, plaatsnemen, herconfigureren, verzetten en differentiëren. De studie toont hoe genderongelijkheid zich manifesteert via symbolisch geweld, verhoogde bewijslast en structurele belemmeringen tot ruimtegebruik. Tegelijkertijd bouwen niet-traditionele skaters via initiatieven zoals Only Girls-sessies en publieke, gendergemengde tours aan alternatieve praktijken waarin zorg wordt gevaloriseerd als subcultureel kapitaal. Opvallend is dat mainstreaming, vaak door mannelijke coreskaters afgewezen als bedreiging voor authenticiteit, voor deze groepen net een toegangspoort vormt. Vanuit die bredere openheid geven zij een nieuwe invulling aan de oorspronkelijke, subversieve skatewaarden van ruimteclaiming, marginaliteit en collectiviteit. Toch blijven deze transformaties precair zolang de hegemonische neutraliteit van mannelijke skaters onaangeroerd blijft. Beleidsmatig pleit dit onderzoek daarom voor co-creatieve infrastructuur, steun voor exclusieve sessies, en educatieve trajecten gericht op mannelijke bondgenootschappen, eventueel gebundeld in een Brussels skatefestival.
Meer lezen

Crustatieve zorg voor mensen met ernstige persisterende psychiatrische aandoeningen : De meerwaarde door de ogen van patiënten

Universiteit Gent
2025
Nina
Harth
Probleemstelling : Personen met ernstige, persisterende psychiatrische aandoeningen (EPPA), zoals schizofrenie, zware depressie of eetstoornissen, ervaren langdurige en complexe zorgnoden. In de huidige zorgcontext dreigen personen met EPPA echter onder- of overbehandeld te worden. Om die reden werd crustatieve zorg ontwikkeld: een innovatief zorgmodel dat palliatieve principes toepast binnen de psychiatrie en focust op kwaliteit van leven. Hoewel eerste ervaringen met dit zorgmodel wijzen op een verbeterd welzijn van patiënten, ontbreekt wetenschappelijke onderbouwing. Dit onderzoek wil dit hiaat vullen door het belevingsperspectief van personen met EPPA binnen crustatieve zorg te verkennen

Methode : Er werden 15 semigestructureerde interviews afgenomen bij personen met EPPA in drie Vlaamse voorzieningen die crustatieve zorg aanbieden Bijkomend werd foto-elicitatie ingezet om het narratief te ondersteunen. De interviews werden onderworpen aan een thematische analyse.

Resultaten : Uit de analyse kwamen vier hoofdthema’s naar voren: (1) sociale connectie; (2) zorg; (3) zingeving; en (4) identiteit. De analyse identificeerde spanningsvelden rond dwang en autonomie, sociale isolatie en organisatorische belemmeringen, die het welzijn beïnvloeden. Bewoners waardeerden vooral stabiliteit, structuur en nabijheid van zorgverleners, maar gaven ook aan nood te hebben aan meer inspraak, minder dwang en meer sociale connectie.

Conclusie : De resultaten tonen dat crustatieve zorg belangrijke (zorg)noden weet in te vullen. Tegelijkertijd beperken spanningsvelden het potentieel van het model. Het verminderen van deze spanningsvelden vraagt om versterking van inspraak in zorgtrajecten, actieve doorbreking van sociale isolatie, proactieve somatische zorg, en organisatorische ruimte om maatwerk te bieden.
Meer lezen

Paper-based multiplex devices voor de detectie van lichaamsvloeistoffen

Erasmushogeschool Brussel
2025
Stien
Lambrechts
Presumptieve testen zijn snelle, goedkope en eenvoudige indicatieve testen die op een plaats delict uitgevoerd worden. Hedendaags dienen deze testen allemaal afzonderlijk gehanteerd te worden, dit kan resulteren in een reeks van vele testen om een uiteindelijke indicatie te verkrijgen. Hierdoor is minder sample over voor eventuele nabewerking.
Deze studie richt zich tot de integratie van verschillende presumptieve testen tot één multiplex paper-based device. Hierbij wordt rekening gehouden met de individuele eigenschappen van de verschillende testen. Door de individuele optimalisatie van de verschillende protocollen, konden eigenschappen zoals gevoeligheid, bewaring en houdbaarheid onderling vergeleken worden alvorens de testen samengevoegd werden. Gebruik makend van positieve controles (10² verdund bloed, zwarte thee, speeksel en urine) en dH2O als negatieve controle werden de verschillende testen uitgevoerd. Het device werd aangemaakt door gebruik te maken van wax-printing om een hydrofobe barrière te creëren.
Verkregen resultaten tonen aan dat interpretatie na toevoeging van het sample onmiddellijk dient te gebeuren om vals positieve reacties te vermijden.
Het is bijgevolg mogelijk om diverse testen succesvol te combineren door rekening te houden met individuele beperkingen. Echter is verdere optimalisatie nodig om huidige gebreken en onvolledigheden te verhelpen en te focussen op veldtoepassingen.
Meer lezen

Hoe beschermd is ons erfgoed? Een onderzoek naar de inrichting van toevluchtsoorden voor cultureel bezit in België, zoals opgenomen in de Conventie van Den Haag voor de bescherming van Cultureel Bezit tijdens gewapend conflict (1954) en het Tweede Protoco

Universiteit Antwerpen
2025
Karolien
Maho
Dit onderzoek streeft naar de opmaak van een stand van zaken wat betreft de inrichting van nationale en internationale toevluchtsoorden in België zoals opgenomen in de 1954 Conventie van Den Haag en het Tweede Protocol. In de eerste plaats biedt literatuurstudie een inkijk in historische en hedendaagse casussen inzake de toepassing van toevluchtsoorden. Daarnaast wordt er contact gelegd met acht stakeholders uit verschillende domeinen: beleid, erfgoedsector en Defensie. Van hieruit worden er vijf adviezen geformuleerd die van toepassing zijn op de bescherming van het cultureel bezit en de inrichting van toevluchtsoorden. Ondanks de ondertekening van de Conventie van Den Haag en haar Protocollen is België onvoldoende voorbereid op de bescherming van het cultureel bezit. Uit het onderzoekt blijkt dat het land niet beschikt over officieel geregistreerde toevluchtsoorden, hedendaagse prioriteitenlijsten, een nationale adviescommissie en een duurzaam netwerk tussen Defensie en de erfgoedsector. Om dit te kunnen realiseren heerst er een hoge nood aan wetenschappelijk onderzoek binnen zowel de toepassing van de Conventie als de bijkomende uitdagingen die komen kijken bij hybride oorlogsvoering.
Meer lezen

Using common gen-AI tools to generate reading materials for A2-level ESL learners.

Universiteit Gent
2025
Annelies
Pandelaers
De toenemende beschikbaarheid van generatieve artificiële intelligentie (genAI) biedt taalonderwijzers nieuwe mogelijkheden om leesmateriaal op maat van hun leerlingen te ontwikkelen. Deze masterpraktijkproef onderzoekt of vrij toegankelijke gen-AI-platformen (met name ChatGPT en Google Gemini) in staat zijn om Engelstalige leesteksten te genereren die aansluiten bij het ERK niveau A2. Via een vergelijkende corpusanalyse werden AI-gegenereerde teksten geëvalueerd tegenover teksten uit twee gevestigde bronnen: Vlaamse handboeken en het Key A2 English-examen van Cambridge. De lexicale profilering gebeurde met behulp van AntWordProfiler om de woorddekkingsgraad van elke tekst te analyseren. Uit de resultaten van dit beperkte corpus blijkt dat de AI-gegenereerde teksten een hogere lexicale dekking bereikten dan de handboek- en examenteksten. De AI-teksten benaderden de drempel van 95% dekking die volgens het Coverage Comprehension Model noodzakelijk wordt geacht voor tekstbegrip. De teksten gegenereerd door Google Gemini bleken lexicaal sterker en beter afgestemd op pedagogische richtlijnen dan die van ChatGPT. De bevindingen suggereren dat genAI, mits aangestuurd door zorgvuldig geformuleerde prompts, inderdaad niveau-adequate teksten kan produceren. Dit kan mogelijk de werklast van leerkrachten verlichten en hen in staat stellen om leesteksten af te stemmen op specifieke onderwerpen of onderwijsnoden. Deze studie formuleert praktische richtlijnen voor promptontwikkeling en benadrukt de nood aan verder praktijkgericht onderzoek naar het begrip en de ervaring van AI-gegenereerde teksten door leerlingen.
Meer lezen

Hunting the internal magnetic field of the β Cep HD 192575

KU Leuven
2025
Jelle
Vandersnickt
Sterren zijn er van alle formaten: van kleine, lichte sterren zoals onze Zon tot sterren tientallen of zelfs honderdtallen keer zwaarder. Zware sterren spelen een belangrijke rol in het universum. Ze produceren namelijk alle elementen van helium tot ijzer. Na hun relatief korte levensduur van ongeveer 10 miljoen jaar sterven ze in een indrukwekkende supernova. Ze laten dan een neutronenster of zwart gat achter: mysterieuze objecten die zwaartekrachtgolven kunnen voortbrengen. Het bestuderen van zware sterren is dus relevant voor vele aspecten van de astrofysica.

Asteroseismologie bestudeert de opbouw van sterren door het meten van sterbevingen. Net zoals aardbevingen een verhaal vertellen over de binnenkant van de Aarde, geven sterbevingen informatie over de structuur van sterren. Ondanks de belangrijke rol die zware sterren spelen, zijn er nog maar enkelen in detail bestudeerd aan de hand van asteroseismologie.

Deze thesis rapporteert over de eerste gedetailleerde asteroseismische studie van een zware ster die rekening houdt met een intern magnetisch veld. De zware ster in kwestie, HD192575, vertoont een patroon in zijn sterbevingen dat nog niet volledig begrepen was. Deze thesis onderzoekt of dit afwijkend patroon een gevolg kan zijn van een intern magnetisch veld in de ster. Vertrekkende van bestaande modellen van HD192575 modelleren we de effecten van rotatie en magnetisme op de sterbevingen en zoeken we de best passende modellen.

We vonden dat het patroon in de sterbevingen best verklaard kan worden door de combinatie van rotatie en een magnetisch veld. Wat opvalt is dat de ster draait rond een andere as dan de magnetische as tussen de noord- en zuidpool van het magnetische veld. De bekomen rotatiesnelheid van de ster sluit nauw aan bij vorige resultaten en de waarden van het magnetische veld zijn in lijn met verwachtingen uit de theorie. Dit werk presenteert de eerste asteroseismische modellering ooit van een zware ster met zowel rotatie als een intern magnetisch veld. De resultaten zijn een eerste stap naar breder onderzoek over magnetische velden in zware sterren. Dit zal tot nieuwe inzichten leiden in de evolutie en rotatie van zware sterren.
Meer lezen

TRIPI door doet_ Bouwstenen van duurzaam design

Thomas More Hogeschool
2025
Lucas
Desmet
Genomineerde shortlist Bachelorprijs
Deze masterproef onderzoekt hoe een stenen tafel ontworpen kan worden met een minimum aan onderdelen, gemaakt uit reststromen natuursteen, en toch volledig demonteerbaar blijft. Het resultaat is TRIPI, een circulaire tafel, gemakkelijk transporteerbaar, modulair, zonder gebruik van vaste verbindingen.

Het eerste luik - ontwerp - vertrekt vanuit de vraag hoe een tafel enkel door massa en stabiliteit gedragen kan worden. Inspiratie werd gehaald uit kunstwerken zoals ‘Props’ van Richard Serra en prehistorische megalithische architectuur, aangevuld met een historische analyse van de monopode als archetypische en rituele vorm. Parallel werd de praktijk van hergebruik in steenproductie bestudeerd, zowel in een historische als hedendaagse context. Dit vormde de basis voor TRIPI als een eigentijdse monopode die diepe wortels in de geschiedenis verbindt met circulaire innovatie. Het ontwerpproces omvatte onderzoek naar reststromen natuursteen, marktonderzoek naar prijs en vraag, en de ontwikkeling van een ontwerpmethodiek met meerdere prototypes, waarin circulaire principes centraal stonden: het hergebruik van kleinere reststukken natuursteen van steenkappers als volwaardige bouwstenen voor een nieuw meubel.

Het tweede luik - uitvoering - vertaalt het ontwerp naar een concreet uitvoeringsdossier. TRIPI bestaat uit drie poten, drie bladdelen en één sluitstuk in gerecycled staal. In het dossier werden constructief-technische tekeningen uitgewerkt, aangevuld met materiaalanalyses en prototyping in terrazzo, staal, hout en EPDM. Daarnaast bevat dit luik een handleiding voor montage, een materialenpaspoort en een technische fiche. Dankzij de modulaire opbouw weegt geen enkel onderdeel meer dan 10 kilogram, waardoor de tafel niet alleen licht en verplaatsbaar is, maar ook eenvoudig flatpack te transporteren.

Het derde luik - marketing - bekijkt TRIPI als product binnen de meubelmarkt. Er werd een kostprijsberekening opgesteld, inclusief de prijs van de dummy, verzekeringswaarde en verkoopprijs, om het economische potentieel in kaart te brengen. Door reststromen natuursteen te valoriseren in een modulair designmeubel, kan dit systeem bijdragen aan de verduurzaming van de steenverwerkende sector, terwijl het consumenten een circulaire én luxueuze tafel aanbiedt die levenslang kan meegroeien met hun woonomstandigheden.

De scriptie toont zo hoe ontwerp, technische uitvoering en marktbenadering samenkomen in een concreet product dat een antwoord biedt op twee uitdagingen: de verspilling van waardevolle natuursteenresten en de vraag naar lichtere, duurzamere tafels. TRIPI is dus meer dan een tafel: het zijn bouwstenen van duurzaam design.
Meer lezen