Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Een raamwerk voor het ondersteunen van beslissingen met betrekking tot Agile-initiatieven.

Universiteit Hasselt
2026
Sander
Bollen
Ondanks de status van Agile Software Development (ASD) als industriestandaard,
blijft de definitie ervan in zowel academische literatuur als de professionele praktijk ge-
fragmenteerd en ambigu. Deze conceptuele onduidelijkheid belemmert organisaties in
het effectief selecteren en implementeren van ASD-praktijken die hun specifieke doel-
stellingen ondersteunen. Dit onderzoek introduceert het Collaboration-Flow-Learning
(CFL) raamwerk, een theoretisch en praktisch model dat ASD-concepten deconstru-
eert in drie orthogonale dimensies: Collaboration, Flow en Learning.
Door middel van een synthese van wetenschappelijke en praktische bronnen, aange-
vuld met expertvalidatie geïnspireerd door de Delphi-methode, toont dit werk aan dat
ASD-praktijken en organisatieproblemen consistent in een gedeelde driedimensionale
ruimte kunnen worden gesitueerd. De resultaten wijzen uit dat het raamwerk fungeert
als een methode-onafhankelijke vertaallaag die shared understanding bevordert tussen
diverse stakeholders, van software-ontwikkelaars tot strategisch management. Dit on-
derzoek legt hiermee de fundering voor een holistische softwaretheorie die de kloof
tussen methodologische voorschriften en organisatorische behoeften kan overbruggen.
Meer lezen

Oplossingsstrategieën voor het nieuwe demarcatieprobleem: een integratie van Resnik & Elliotts axiologische strategie met Wagners systemische strategie

Universiteit Gent
2025
Jan
Baecke
Niet-epistemische waarden spelen een onvermijdelijke rol bij alle fases van wetenschappelijk onderzoek. Hoe kunnen we legitieme waarde-invloeden onderscheiden van illegitieme? Ik stel een integratie voor van twee reeds bestaande strategieën in de literatuur: de axiologische strategie van David Resnik en Kevin Elliott (2023), en de systemische strategie van Wendy Wagner (2022). Beide strategieën kunnen elkaar in belangrijke mate aanvullen door elkaars individuele tekortkomingen wederzijds op te vangen en weg te werken. Zo zorgt Wagner er institutioneel voor dat de verschillende belangengroepen fysiek rond de discussietafel geraken, maar Resnik en Elliott helpen vervolgens om de “agenda” op te stellen van wat daar inhoudelijk
besproken moet worden indien we de onvermijdelijke waarde-invloeden in wetenschappelijk onderzoek kritisch voor het voetlicht willen brengen.
Meer lezen

Pedagogische documentatie binnen de context van de Vlaamse derde kleuterklas: Een kwalitatieve studie naar methoden, doelen en hun onderlinge samenhang

Universiteit Antwerpen
2025
Adinda
Top
Genomineerde longlist Klasseprijs
Leraren hebben data nodig over de leervooruitgang van hun leerlingen om doordachte beslissingen te kunnen nemen over hun eigen onderwijspraktijk. In het kleuteronderwijs is dit moeilijker omdat kleuterleerkrachten slechts in beperkte mate beschikken over toetsdata zoals in het lager en secundair onderwijs. Ze zijn daardoor genoodzaakt om op andere manieren informatie te verzamelen over het leren van hun leerlingen. Pedagogische documentatie is een pedagogisch hulpmiddel waarbij leerkrachten in samenwerking met andere belanghebbenden het leerproces van kleuters zichtbaar maken. Deze informatie vormt de basis voor reflectie, het kritisch bekijken van het eigen handelen en het bijsturen van de eigen onderwijspraktijk. Toch is pedagogische documentatie nog relatief onbekend in het Vlaamse kleuteronderwijs. Dit kwalitatief onderzoek gaat, aan de hand van negen diepte-interviews, na welke methoden en doelen binnen pedagogische documentatie leerkrachten uit de derde kleuterklas hanteren en welke methoden en doelen aan elkaar gekoppeld zijn. De resultaten laten zien dat Vlaamse kleuterleerkrachten diverse methoden en doelen toepassen die aansluiten bij de theorie van pedagogische documentatie. Sommige methoden en doelen worden anders ingevuld dan beschreven in de literatuur of blijven achterwege. Zo documenteren Vlaamse kleuterleerkrachten voornamelijk schriftelijk en neemt, in het laatste kleuterjaar, het kindvolgsysteem in het documentatieproces een centrale plaats in. Tot slot blijkt uit de resultaten dat enkele methoden aan specifieke doelen gekoppeld zijn. Naast schriftelijke methoden kan ook audiovisueel materiaal Vlaamse kleuterleerkrachten een beeld geven van het leerproces. Meer participatie van kleuters en ouders kan daarbij zorgen voor een rijker en meer holistisch beeld. Verder onderzoek is nodig om na te gaan in hoeverre de resultaten doorgetrokken kunnen worden naar lagere kleuterjaren en om andere praktijken en toepassingen binnen pedagogische documentatie in de Vlaamse onderwijscontext verder te verkennen.
Meer lezen

Gent tussen republiek en reconciliatie. Een vergelijkende analyse van de voorgeboden uitgevaardigd tijdens de Gentse Calvinistische Republiek en na de reconciliatie met Filips II (1581-87)

Universiteit Gent
2025
Jens
Van Mieghem
Een vergelijkende analyse van het regelgevend beleid van het Gentse stadsbestuur tijdens de Gentse calvinistische republiek en na de reconciliatie met Filips II, zoals veruitwendigd in de voorgeboden. De focus ligt op 3 grote beleidsdomeinen: politieke en militaire regelgeving, religieuze regelgeving en economische en fiscale regelgeving. Daarbij is er telkens aandacht voor de in de voorgeboden uitgevaardigde normen, de betrokken autoriteiten bij de totstandkoming en de retoriek in de voorgeboden.
Meer lezen

Navigating Post-mortem Genetic Data Protection in the Digital Hereafter: If DNA Decays, Does Privacy Stay?

KU Leuven
2025
Thierry
Torfs
Deze scriptie onderzoekt het juridische landschap rond post-mortem genetische gegevens binnen de Europese Unie (EU) en gaat in op de vraag hoe individuen na hun overlijden controle kunnen houden over hun genetische gegevens. Hoewel de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG, GDPR) in de eerste plaats de rechten van levende personen beschermt, zorgt het relationele karakter van genetische gegevens, waarbij genetische informatie over overledenen ook informatie over biologische familieleden kan onthullen, voor unieke uitdagingen voor het beheer van postmortale gegevens.
Het onderzoek analyseert het gefragmenteerde juridische landschap in de EU-lidstaten en benadrukt het gebrek aan geharmoniseerde wetgeving en de daaruit voortvloeiende onzekerheid over de bescherming van postmortale genetische gegevens. Door nationale wetten, EU-richtlijnen en relevante jurisprudentie te bekijken, identificeert het proefschrift hiaten in zowel de wettelijke bescherming als de handhaving.
Het onderzoek maakt gebruik van een gemengde methodologie, waarbij juridisch doctrinair onderzoek, vergelijkende juridische analyse en casestudy's worden gecombineerd om een uitgebreide analyse te bieden. Belangrijke rechterlijke uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) worden geanalyseerd om inzicht te krijgen in de voortdurend evoluerende beginselen rond de bescherming van postmortale genetische gegevens.
Technologische ontwikkelingen, zoals geavanceerde toestemmingsbeheersystemen en privacyversterkende technologieën, worden geëvalueerd op hun potentieel om de controle op postmortale gegevens te verbeteren. De integratie van deze instrumenten in bestaande wettelijke kaders blijft echter onduidelijk. Deze thesis concludeert met de aanbeveling voor een meer coherente Europese aanpak, waarbij juridische verduidelijking, technologische waarborgen en betrokkenheid van belanghebbenden worden gecombineerd om ervoor te zorgen dat genetische privacy postmortaal wordt gerespecteerd.
Meer lezen

Riskmanagement

Andere
2024
Kimberly
Bhikharie
In me scriptie onderzoek ik hoe TechnoSoft, een softwarebedrijf gericht op cloud oplossingen voor de gezondheidszorg, zicht wapent tegen de risico’s die hun innovatieve en expansieve strategie met zich meebrengt. Je analyseert met name de risico’s van IT-storingen, naleving van de GDPR-regels en het te kort aan gekwalificeerd personeel. Door deze risico’s systematisch te benaderen, probeert TechnoSoft haar markt positie te versterken en tegelijkertijd vertrouwen te winnen bij klanten en belanghebbenden in de zorgsector. Het onderzoek biedt aanbevelingen om risicomanagement als strategische pijler te integreren en zo duurzame groei te realiseren.
Meer lezen

The role of the built workplace in well-being: Learning from experiences of teachers on the autism spectrum

KU Leuven
2024
Hannah
Denys
Genomineerde longlist Klasseprijs
Een onderzoek naar de rol van de gebouwde werkplek in het welzijn van leerkrachten op het autismespectrum.
Meer lezen

Supporting Life Participation: an ethnographic study of a nephrology centre

Universiteit Gent
2024
HENRIETTA
ADOM
ABSTRACT
Achtergrond:
Chronische nierziekte (CKD) vereist niet alleen biomedische behandeling maar beïnvloedt ook de vitaliteit van patiënten, waardoor hun deelname aan het leven vermindert. Behandeling, inclusief nierfunctievervangende therapie, beperkt patiënten. Nefrologen streven naar een evenwicht tussen de ernst van symptomen, comorbiditeiten zoals kwetsbaarheid en invaliditeit, en deelname aan het leven, maar de integratie van levensparticipatie in de CKD-zorg blijft beperkt
Doelstelling:
Dit onderzoek beoogt te onderzoeken hoe de integratie van levensparticipatie in nefrologische zorg de kwaliteit van leven en gezondheidsuitkomsten voor CKD-patiënten kan verbeteren, gebruikmakend van een etnografische benadering.
Methode:
Data werden verzameld via vier gevalideerde vragenlijsten (Impact op Participatie en Autonomie, SONG-Life participatie, SONG-HD Fatigue, en EQ5D5L), semi-gestructureerde interviews en observaties. De flexibele aard van semi-gestructureerde interviews stond toe om dieper in te gaan op de antwoorden van de deelnemers.
Resultaten:
De studie omvatte negen patiënten, twee andere belanghebbenden en vijf zorgverleners. De bevindingen benadrukken de noodzaak om niet-medische aspecten zoals sociale diensten en welzijnsprogramma's op te nemen in de zorg voor chronische nierpatiënten. Interviews onthulden aanzienlijke koof in psychologische en sociale ondersteuning voor patiënten, met beperkte middelen en een gebrek aan gespecialiseerd personeel zoals psychologen, maatschappelijk werkers en diëtisten, wat de mogelijkheid beperkt om uitgebreide zorg te bieden die zowel medische als niet-medische behoeften aanpakt.
Conclusie:
Thematische analyse toonde aan dat het integreren van levensparticipatie in de nefrologische zorg essentieel is voor het verbeteren van gezondheidsuitkomsten en de kwaliteit van leven voor chronische nierpatiënten.
Meer lezen

Berichtgeving op Vlaamse nieuwssites over alzheimermedicijnen

KU Leuven
2024
Maarten
Van Clé
INLEIDING: Nieuwsites die rapporteren over medicatie bereiken een groot deel van de bevolking. Een volledige en gebalanceerde berichtgeving hierbij is belangrijk. Onderzoek ontbrak tot op heden binnen het Nederlandstalig medialandschap. Een concreet startpunt waaruit een debat kan voortvloeien tussen de verschillende actoren van de Vlaamse gezondheidscommunicatie ontbrak daarom. Dit onderzoek gebruikt hiervoor de communicatie over alzheimermedicatie en onderzoekt of die volledig en gebalanceerd was.

METHODEN: De berichtgeving rond alzheimermedicatie wordt onderzocht aan de hand van een retrospectieve kwantitatieve inhoudsanalyse op nieuwsartikelen gepubliceerd op de websites van de zeven grootste Vlaamse nieuwssites tussen 1 januari 2012 en 31 december 2023. De analyse omvatte het verzamelen van bibliografische gegevens, het beoordelen van de volledigheid aan de hand van vooraf gedefinieerde vragen, en tot slot het beoordelen van de balans van de berichtgeving door het gebruik van superlatieven en vermelding van tegenslagen te analyseren.

RESULTATEN: 172 artikels werden onderzocht (130 unieke teksten en 42 dubbele teksten). De communicatie over bijwerkingen (41%, 53/130) en kostprijs (18%, 23/130) was beperkt. In 38% (50/130) van de artikels werd iets vermeld over goedkeuring, waarvan 20% (26/130) van de gevallen specifiek goedkeuring in Europa. Superlatieven werden zelden gebruikt. 63% (82/130) van de artikels vermeldde dat alzheimeronderzoek gepaard ging met tegenslagen.

DISCUSSIE: De communicatie over alzheimermedicatie blijkt regelmatig onvolledig. Het taalgebruik lijkt wel gebalanceerd. Die communicatie is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen experten, bedrijven, persagentschappen en journalisten. Deze studie kan dienen als startpunt voor een debat tussen de verschillende belanghebbenden over hoe zij de huidige communicatie over geneesmiddelen kunnen verbeteren.
Meer lezen

Duurzaamheidsrapportering in genoteerde vennootschappen

Universiteit Antwerpen
2024
Eline
Roels
Samenvatting
1. Door de omvang van de problematiek van de klimaatverandering wordt het duidelijk dat verschillende belanghebbenden zullen moeten bijdragen aan de bestrijding ervan. Hierbij wordt steeds meer aandacht besteed aan de rol van ondernemingen, die via duurzaamheidsrapportering verantwoordelijk kunnen worden gesteld. De Europese Unie heeft in dit kader niet stil gezeten en heeft een nieuwe richtlijn voorbereid, de Corporate Sustainability Reporting Directive. Deze richtlijn zal voor een groot aantal ondernemingen de verplichting tot duurzaamheidsrapportering opleggen. In het licht van deze nieuwe richtlijn en het feit dat een groot aantal ondernemingen hiervoor niet verplicht waren te rapporteren, lijkt het nuttig om te onderzoeken in hoeverre ondernemingen hierop zijn voorbereid.

2. Om dit te evalueren wordt allereerst het juridisch kader onderzocht, dat grote uitbreidingen met zich meebrengt. Zo zullen veel ondernemingen die voorheen niet over duurzaamheid rapporteerden, dit nu wel moeten doen. Bovendien wordt het toepassingsgebied qua inhoud aanzienlijk uitgebreid, vooral door de ESRS-standaarden die worden geïntroduceerd bij de CSRD. De ESRS-standaarden bestaan uit een aantal dwarsdoorsnijdende standaarden en thematische standaarden waaronder de ondernemingen zullen moeten rapporteren. Ondernemingen zullen hun rapportering moeten uitvoeren met een grote mate van detail. Voor sommige ondernemingen komt dit er bovendien al snel aan, waarbij sommige ondernemingen volgend jaar al moeten rapporteren over hun boekjaar in 2024.

3. In het kader van deze aangrijpende juridische veranderingen, lijkt het nuttig om te onderzoeken in hoeverre ondernemingen al rapporteren over duurzaamheid en of de nieuwe wetgeving haalbaar zal zijn voor deze ondernemingen. In dit empirisch onderzoek zijn de variabelen opgesteld door informatie te putten uit de duurzaamheidsrapporten van 2022. Hieruit worden de huidige problematieken omtrent duurzaamheid achterhaald. Deze variabelen worden vervolgens getoetst aan de duurzaamheidsrapporten van de ondernemingen van de BEL 20, BEL Mid en BEL Small. Uiteindelijk worden de bevindingen over duurzaamheidsrapportering in 2022 vergeleken met de CSRD-richtlijn en ESRS-standaarden om de stand van zaken van de ondernemingen te achterhalen. Dit helpt een beter beeld te vormen over de huidige positie van de ondernemingen en of deze stand van zaken tekort schiet in de toekomst.

Het onderzoek begint met het analyseren of ondernemingen überhaupt al rapporteren over duurzaamheid, wat niet bij alle ondernemingen al het geval is. Vervolgens wordt er onderzocht waar deze informatie zich bevindt, dit is van belang voor de consistentie met de financiële informatie. De resultaten tonen aan dat de overgrote meerderheid van de ondernemingen duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag opneemt, wat de consistentie met de financiële informatie ten goede komt. Daarna wordt onderzocht in welke mate ondernemingen vrijwillig het belang van duurzaamheid erkennen. Dit wordt getoetst aan de vermelding van duurzaamheidsthema’s in het voorwoord en de aanwezigheid van een materialiteitsanalyse. Uit de bevindingen komt naar voren dat de vermelding van een duurzaamheidsthema daalt per categorie. De ondernemingen van de BEL 20 vermelden dit bijna allemaal, bij de BEL Mid doen 75% van de ondernemingen dit, terwijl dit bij de BEL Small 52% is. Bij de meeste ondernemingen lijkt het eerder de verantwoordelijkheid van de CEO om dit voorwoord op te stellen. Daarnaast hanteren ondernemingen vaak een (dubbele) materialiteitsanalyse. Deze analyse is voornamelijk aanwezig bij de ondernemingen van de BEL 20 en BEL Mid en komt minder naar voren bij de BEL Small.

Nadat onderzocht is of ondernemingen rapporteren over duurzaamheid en of zij vanuit zichzelf al met deze thema’s bezig zijn, wordt ook de inhoud van deze rapporteringen beoordeeld. Allereerst wordt onderzocht volgens welke standaarden ondernemingen hun duurzaamheidsrapportering opstellen. De conclusie hierbij is dat er een grote diversiteit aan rapporteringsstandaarden wordt gebruikt, doordat de NFRD geen verplichte standaarden oplegt. De EU hoopt hier in de toekomst verandering in te brengen, door de komst van de ESRS-standaarden. Hoogstwaarschijnlijk zal de diversiteit aan standaarden blijven bestaan, maar zullen de ondernemingen enkel onder de ESRS-standaarden moeten rapporteren om ook aan de andere standaarden te voldoen.

Met betrekking tot de klimaatdoelstellingen, zijn de meeste ondernemingen vanaf 2021 hun CO2uitstoot beginnen meten. Uit deze resultaten blijkt dat de BEL 20 en BEL Mid al uitgebreid rapporteren over hun uitstoot scopes 1, 2, terwijl de inspanningen van de BEL Small achterblijven. Vooral de rapportering over scope 3 blijft een grotere uitdaging dan de andere scopes, dit voor alle categorieën van ondernemingen. Niettemin komen de ESRS-standaarden hier al tegemoet door de ondernemingen de mogelijkheid te bieden deze scope in het eerste jaar, weg te laten. De klimaatkwesties hebben bovendien voor de verscheidene ondernemingen een andere impact, hierdoor wordt het belang van sectorale standaarden benadrukt.

Bij de sociale thema's valt op dat ondernemingen al uitgebreid rapporteren over deze thema’s. Dit staat in contrast met de rapportering over klimaatthema’s, waarbij de rapportering voor sommige ondernemingen toch moeizamer gaat. Dit kan verklaard worden doordat de informatie in eigen onderneming en bij eigen personeel verzamelen, simpeler is.

4. Op dit moment zijn er nog uiteenlopende resultaten op te merken tussen de verschillende ondernemingen, dit is vooral bij de BEL Small in vergelijking met de BEL 20 en de BEL Mid. Voor de meeste ondernemingen zal de komst van de CSRD inspanningen verwachten. De mate waarin ondernemingen zich zullen moeten inspannen zal wel verschillen. Van sommige ondernemingen, vooral in de BEL Small, zullen er nog veel inzet verwacht worden doordat ze momenteel achterlopen in hun rapportering. Bij de andere ondernemingen is dit echter niet het geval en wordt er gerapporteerd over de onderwerpen die de ESRS-standaarden voorop zal stellen. Dit gebeurt vaak nog niet in de mate van detail die van deze standaarden en nieuwe wetgeving wordt verwacht. Ook voor hen zal er dus nog energie moeten gestoken worden in het verfijnen van hun duurzaamheidsrapporten.
Meer lezen

Bridging The Gap Between Urban Planning and Development - Generating Value by Shifting Risk and Reward

Universiteit Gent
2024
Wouter
Coucke
De master thesis onderzoekt de complexe interactie tussen stedenbouwkundigen en projectontwikkelaars bij het vormgeven van de gebouwde omgeving, gekenmerkt door een dynamisch samenspel van visie, onderhandeling en uitvoering tussen deze disciplines. Hoewel zowel ontwikkelaars als stedenbouwkundigen waarde hechten aan professionele samenwerking en erkennen dat dit leidt tot kwalitatief betere projecten en snellere goedkeuringen, wijzen de afgenomen interviews op het bestaan van een grote kloof, gekenmerkt door wederzijds wantrouwen, uiteenlopende doelstellingen en een uiteenlopend discours. Ontwikkelaars geven prioriteit aan winst en rendabiliteit, wat vaak botst met de lange termijnwaarde, de sociale impact en het gemeenschappelijk welzijn, waar stedenbouwkundigen zich op richten. Verschillende opvattingen over eigendomsrechten, een aanvaardbare vergoeding voor de genomen risico's, en verschillende visies omtrent de aanpak van het verdichtingsvraagstuk en de realisatie van betaalbare woningen, verergeren de kloof verder.

Vastgoedontwikkeling is een risicovolle, complexe, multidisciplinaire en kapitaalintensieve onderneming die de interactie en afstemming van verschillende belanghebbenden en een actief risicobeheer vereist. Wanneer risico's correct zijn geïdentificeerd, geanalyseerd en geëvalueerd, kunnen ze worden beheerst door deze te vermijden, te elimineren, te verminderen, te delen, over te dragen en uiteindelijk het restrisico te accepteren. Hoewel risicobeheer een complexe is, is het zeker niet uitsluitend een rationele benadering. Ervaring speelt ook een rol, en de risicoperceptie van ontwikkelaars wordt onder meer beïnvloed door de verwachtingen van consultants, financiële instellingen en investeerders.

Vanuit een stedenbouwkundig perspectief zijn de maatschappelijke risico's breder en de relevante tijdshorizon veel langer dan de doorlooptijd van het ontwikkelingsproces. Het vermogen van een projectontwikkelaar om risico's te delen of zelfs over te dragen aan een andere partij hangt grotendeels af van de professionaliteit en onderhandelingskracht van die andere partij. Hoewel ervaringen met publiek-private samenwerkingen niet eenduidig zijn, bieden ze wel het potentieel om ontwikkelingsrisico's te delen en de nodige publieke capaciteit en competenties op te bouwen om risico's te begrijpen en zelfs te beheren.

Het bereiken van een evenwicht tussen private ambities en maatschappelijke impact is een cruciaal element van stedenbouw en ontwerp. Dit evenwicht wordt vaak aangeduid als de 'kwaliteit' of 'waarde' van het project. Er bestaan echter verschillende waardebegrippen en deze worden in de masterthesis onderzocht. Ruilwaarde verwijst naar de waarde van een goed of dienst in handel, vaak uitgedrukt in geld. De focus op ruilwaarde geeft vaak voorrang aan monetair gewin onder het kapitalisme, waardoor bredere sociale en culturele waarden, die een belangrijke rol spelen in stedelijke ontwikkeling, mogelijks worden verwaarloosd. De conceptie van stedelijke ruimte wordt beïnvloed door dominante visies op sociale en culturele gebruikswaarde en veel minder door persoonlijke emotionele waarden. Het heersende regime, waarvan de stedenbouwkundigen de vertegenwoordigers zijn, controleert de productie van sociale ruimte door middel van de conceptie ervan , en dit kan botsen met de puur economische focus op ruilwaarde, vaak aangenomen door projectontwikkelaars.

Effectieve kwaliteitsborging in ruimtelijke ontwikkeling vereist duidelijke discussies tussen ontwikkelaars en autoriteiten over de onderliggende aannames, ambities en strategieën om een goed projectresultaat te bereiken. Om stedelijke kwaliteit te evalueren, is een genuanceerde en veelzijdige benadering noodzakelijk. Kwaliteitskamers, opgericht in allerlei vormen om projectkwaliteit te evalueren en te waarborgen, missen formele autoriteit en een coherente aanpak, en de toepassing ervan wordt niet dooer iedereen positief beoordeeld. Het is daarom aangewezen om de noodzaak en de werking van deze kwaliteitskamers te evalueren en desnoods te herzien.

De algemene uitkomst van de interviews is een falen van een effectief ruimtelijk beleid in Vlaanderen. De centrale Vlaamse overheid wordt als zwak en afwezig beschouwd, terwijl kleinere lokale overheden onderbemand en niet toegerust zijn om complexe vergunningsaanvragen aan te pakken. De 'laissez-faire'-aanpak kan historisch worden gesitueerd, maar heeft geleid tot een ongekende verstedelijking, aangejaagd door kansen voor grondeigenaren om speculatieve waarde te creëren en te behouden door het verkrijgen van vergunningen. Dit gedrag wordt vaak toegeschreven aan projectontwikkelaars, maar hun werkterrein is verschoven naar de herontwikkeling van bestaande locaties en gebouwen.

Het debat over ruimtelijke ordening richt zich hoofdzakelijk op het verlenen van vergunningen, met een zeer sterke nadruk op formaliteiten. Het vergunningsproces is ook overmatig gereguleerd en de nadruk op juridische formaliteiten heeft geleid tot een verlies aan strategische visie, terwijl belangrijke planningsuitdagingen blijven bestaan. Het ontbreken van duidelijke ontwikkelingskaders creëert bovendien onzekerheid, wat efficiënte en innovatieve stedelijke ontwikkeling belemmert.

De Vlaamse overheid moet opnieuw de controle verwerven over planning en programmering door middel van een synergetische aanpak aan te nemen waarbij beslissingen meer centraal worden genomen en middelen worden gebundeld, en waarbij stedelijke ontwikkelingskaders op subregionaal niveau worden vastgelegd. Zodra het ontwikkelingskader is bepaald, is het een stevig werkinstrument voor zowel stedenbouwkundigen als ontwikkelaars. De betrokkenheid van provincies op dit tussenniveau, of een andere subregionale instantie, moet verder worden onderzocht. Bovendien moeten een aantal dubbelzinnige ruimtelijke concepten worden herzien door ze te beoordelen vanuit hun collectieve gebruikswaarde en de grenzen met puur emotionele waarde, zodat ze bruikbare concepten worden in plannings- en vergunningsprocedures.

De vergunningsprocedure dient grondig herzien te worden, onder andere om de mogelijkheden van lichtvaardige beroepen op basis van persoonlijke emotionele waarden of zakelijke motieven te beperken, en om de mogelijkheid om de hele vergunningsbeoordeling compleet over te doen in de adminsitratieve beroepsprocedure, zonder daarmee rekening te houden met voorafgaande afspraken en overwegingen, af te schaffen. De rol en reikwijdte van de zogenaamde Kwaliteitskamers moet worden gestructureerd en geïntegreerd in het vergunningsproces, o.a. door de mogelijkheden van ontwikkelingskosten en ontwikkelingsakkoorden uit te breiden. Een fundamentele vraag in dit alles is wat de rol van de stedenbouwkundige in dit alles is.

Tenslotte heeft de analyse van de case study aangetoond dat Upgrade Estate in staat is relaties op te bouwen met zijn stakeholders en een product te ontwikkelen dat voldoet aan de behoeften van zijn huurders en investeerders, gebaseerd op grondig marktonderzoek. De behoefte aan het product, de marketingaanpak en, tot op zekere hoogte, de architecturale vorm van de Loop 5-gebouwen creëren een gevoel van collectiviteit dat Upgrade Estate in staat stelt zijn operatie te financieren op basis van naamsbekendheid en reputatie, wat het resultaat is van een zeer sterke relatie met zijn investeerders, een stabiel maar relatief laag financieel rendement, het nemen van sociale en maatschappelijke verantwoordelijkheid, een uitstekende corporate marketingmachine en een bewezen staat van dienst. De financiering van het project gebeurt via een innovatief financieringssysteem dat aan de aandacht van de de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) ontsnapt lijkt te zijn. Om de risico's voor de eindinvesteerders te beperken, zou de FSMA dit soort structuren dringend moeten herzien, met name met betrekking tot deugdelijk bestuur, marktconforme waardering en transparantie.
Meer lezen

Broeikasgassen en ESG: een BPM aanpak

Universiteit Hasselt
2024
Cobe
Pieters
  • Cobe
    Pieters
In de huidige bedrijfswereld wordt de integratie van milieuverantwoordelijkheid met bedrijfsresultaten steeds belangrijker. Een van de grootste uitdagingen hierbij is het gebrek
aan transparantie en kwaliteit van broeikasgasdata (BKG) in Environmental, Social, and
Governance (ESG) rapporten. Dit probleem belemmert een nauwkeurige beoordeling van
de milieu-impact van bedrijven en vermindert het vertrouwen van stakeholders. In deze
studie wordt een procesgerichte benadering voorgesteld om de kwaliteit en transparantie
van BKG-data in ESG-rapporten te verbeteren. We ontwikkelen een methode die gebruik
maakt van Business Process Model and Notation (BPMN) en proces mining technieken om
BKG-data op een gedetailleerd en gestandaardiseerd niveau te integreren en te visualiseren. Deze aanpak maakt gebruik van een BPMN-extensie om nauwkeurige en verifieerbare data te verkrijgen en te rapporteren. De bevindingen laten zien dat de integratie van
BPMN en proces mining gedetailleerde inzichten kan bieden in de emissiehotspots binnen
bedrijfsprocessen. Dit kan bedrijven in staat stellen om gerichte emissiereductie KPI’s
vast te leggen en de algehele datakwaliteit en transparantie van hun ESG-rapportering te
verbeteren. Deze studie is een fundamentele stap richting een verbeterde standaard voor
ESG-rapportering die kan leiden tot betere vergelijkbaarheid en verhoogd vertrouwen
onder belanghebbenden.
Meer lezen

De beleving van de leerlingen met de verschillende typologieën bij het L-decreet op school X.

Hogeschool VIVES
2024
Illona
Staelens
Dit praktijkgericht onderzoek naar inclusief onderwijs legt speciale nadruk op de ervaringen van leerlingen en het formuleren van verbeteringsaanbevelingen. Het omvat een uitgebreide literatuurstudie over de oorsprong en ontwikkeling van inclusief onderwijs, gevolgd door een praktijkgericht onderzoek dat gedurende een volledig academiejaar werd uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek werden interactieve interviews gehouden met leerlingen, waarbij verschillende materialen zoals een toverstok (wondervraag), smiley's om gevoelens aan te duiden die aansloten bij de leefwereld van de kinderen, en een spiegel waarop ze gevoelens konden tekenen, werden gebruikt om hun ervaringen te documenteren. De bevindingen benadrukken de noodzaak van voortdurende inspanningen om inclusief onderwijs te bevorderen. Het artikel biedt aanbevelingen voor individuele en leraargerichte ondersteuning, evenals een pleidooi voor voortdurend onderzoek en evaluatie van inclusief onderwijspraktijken.
Meer lezen

In welke mate beïnvloeden de hoge energie- en loonkosten de huidige financiële uitdagingen van het AZ Sint-Lucas, en welke impact hebben deze factoren?

Hogeschool VIVES
2024
Hélène
De Jonckheere
De grootste financiële uitdagingen in de gezondheidszorg zijn de hoge energie- en loonkosten. Beiden wegen zwaar door de laatste jaren en komen tot stand door verschillende factoren. De energiefactuur steeg met 4 miljoen euro over 3 jaar tijd, ondanks de vele inspanning van de ziekenhuizen om zoveel mogelijk op groene stroom over te schakelen of te investeren in andere duurzame oplossingen. Steun hiervoor van de overheid bleef ook beperkt. Daarnaast kwam de inflatie met een ongelijke stijging van het honorarium. Hierbij komt dan nog het personeelstekort door ziekteverzuim en uitstroom van studenten/personeel. Vervanging brengt een duurdere loonkost met zich mee. COVID-19 heeft een zekere impact gehad maar is niet de hoofdreden, omdat ziekenhuizen voor deze periode al in rode cijfers zaten. Ook andere factoren spelen een rol want ook bijvoorbeeld de prijs van voeding is gestegen.
Meer lezen

Designing a Product Service System for Digital Product Passport in the Fashion Industry in Compliance with the European Commission’s Ecodesign for Sustainable Products Regulation

Universiteit Gent
2023
Casper
Van Herzele
Genomineerde longlist mtech+prijs
Genomineerde shortlist NBN Sustainability Award
Nanto onderzoekt de implementatie van digitale productpaspoorten in de kledingindustrie, inspelend op opkomende Europese wetsvoorstellen. Hoewel de centrale aannames van deze opkomende wetgeving sterk zijn, blijft het onduidelijk hoe dit beleid gematerialiseerd zal worden in de fysieke realiteit van deze industrie. Nanto verkent de randvoorwaarden en ontwikkelt conceptuele krijtlijnen voor oplossingen die bijdragen aan deze uitdagende toekomst.
Meer lezen

Van beeld naar bedrog: pornografische deepfakes. Het juridisch en maatschappelijk kader van pornografische deepfakes in België.

Universiteit Gent
2023
Nina Dakota
Szyf
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze thesis voert diepgaand onderzoek uit naar zowel het wettelijke als het maatschappelijke kader omtrent pornografische deepfakes. Het hoofddoel was tweeledig: allereerst te onderzoeken of er bestaande juridische mechanismen zijn om slachtoffers van pornografische deepfakes te ondersteunen, en ten tweede te verkennen of dit fenomeen kan worden ingebed in een bredere context van genderongelijkheid. Dit onderzoek werd uitgevoerd door middel van een uitgebreide literatuurstudie gevolgd door interviews met 17 experten, variërend van beleidsmakers tot belanghebbenden, uit zowel België als Nederland.
Meer lezen

Small Spatial Greening Projects Influencing Gentrification Drivers

KU Leuven
2023
Bas
van der Putten
Studie rond het verschil tussen top-down en bottom-up approaches in vergroeningsprocessen. Inclusie van burgers in het proces blijken helpvol te zijn in de preventie van 'verkeerde' landschapsveranderingen, sociale veranderingen ten nadele van lange termijn bewoners, en eventuele misplaatsing van lage inkomstgezinnen.
Meer lezen

The potential impact of banning titanium dioxide in the development and use of medicinal and self-care products: a scoping review and semi-structured interviews

KU Leuven
2023
Margot
Suetens
Titaniumdioxide (TiO2) is een wijdverspreid ingrediënt in allerlei producten gebruikt voor het ondersteunen van de gezondheid van de mens. Sinds februari 2022 is het verboden in voeding in de EU. Aangezien in de EU de wetgeving voor het gebruik van additieven in geneesmiddelen zich baseert op de toegelaten voedingsmiddelenadditieven, had dit een rechtstreeks gevolg op het gebruik in geneesmiddelen. Hoewel de Europese Commissie voorlopig het gebruik van TiO2 toelaat in geneesmiddelen, dient het EMA een evaluatie uit te voeren tegen april 2024, waarna de Europese Commissie deze beslissing zal herevalueren. Onvoldoende wetenschappelijk bewijs en tegenstrijdige studieresultaten zorgen ervoor dat de orale toxiciteit van TiO2 een omstreden kwestie blijft. Aangezien TiO2 in veel orale geneesmiddelen aanwezig is, zou een verbod een enorm aantal producten treffen. Daarom was meer onderzoek nodig, startende met het in kaart brengen van de bestaande literatuur om een beter inzicht te krijgen in de reeks producten die beïnvloed zouden zijn. Verder was het nodig om de impact te schetsen die een mogelijk verbod zou hebben. Om deze kwestie te verduidelijken, waren meer empirisch onderbouwde inzichten uit de literatuur nodig, evenals meer inzicht in de standpunten van belanghebbenden. Hoewel eerder onderzoek naar de veiligheid van TiO2 plaatsvond, werd er geen onderzoek gedaan met als doel inzicht te verschaffen in de meningen van de verschillende belanghebbenden en hoe zij geïmpacteerd zouden zijn als een verbod zou worden ingevoerd. Belangrijke belanghebbenden zijn de zelfzorg- en farmaceutische industrie, academische onderzoekers, handelsorganisaties zoals EFPIA en AESGP, patiënten en patiëntenorganisaties, regelgevers, beleidsmakers, overheidsinstanties, artsen en apothekers. Deze inzichten waren nodig omdat al deze belanghebbenden beïnvloed zouden worden door een mogelijk verbod op TiO2. Bijgevolg kunnen ze verschillende perspectieven en prioriteiten hebben, wat kan resulteren in verschillende meningen. Daarom was het belangrijk om inzicht te verschaffen in hun visies, zodanig de nodige toekomstige stappen omtrent deze problematiek in kaart werden gebracht en adviezen werden geformuleerd.
Meer lezen

Naar een betere thuiszorgplanning via artificiële intelligentie

Arteveldehogeschool Gent
2023
Jens
Vande Ginste
  • Louise
    De Rycke
  • Yaël
    Windey
  • Ibou
    Ndao
  • Matthias
    Reyntjens
  • Jens
    Vangaever
Genomineerde longlist Bachelorprijs
In de scriptie wordt besproken hoe artificiële intelligentie kan ingezet worden in het proces van de thuiszorgplanning, om deze te kunnen versnellen en vergemakkelijken. Hiervoor werd samengewerkt met de onderzoekers van het project PREPCA.I.RE.
Meer lezen

The Motivations of Witoto Women to Become a Leader, Their Vision on Women Reinforcement and How Allies Can Support Them

Universiteit Gent
2022
Luca
Verhaeghe
Dit onderzoek baseert zich voornamelijk op de ervaringen van vrouwelijke Inheemse Witoto leiders afkomstig uit het Amazonewoud in Colombia. Hiervoor verrichtte ik een etnografisch veldwerkonderzoek tijdens de maanden februari, maart en april in 2022. Door de visie van deze vrouwen omtrent vrouwelijk leiderschap, de territoriale strijd en vrouwelijke versterking in beeld te brengen, tracht ik bij te dragen aan de dekolonisatie van de relatie tussen vrouwelijke leiders en hun bondgenoten. Daarnaast integreerde ik ook de visie van de socio-ecologische NGO 'Proterra' die als eerste een genderbenadering hanteerde in de samenwerking met deze gemeenschap.
Meer lezen

Werkhervatting na kanker bij zelfstandigen

Vrije Universiteit Brussel
2022
Veronique
Vandeloo
Deze masterproef onderzoekt de impact van kanker op zelfstandigen en de daaruitvoortkomende noden bij werkhervatting.
Meer lezen

The 'ad'ded value van corona-marketing: Kwantitatief onderzoek naar het scepticisme en de effectiviteit van cause-related marketingcampagnes ten tijde van de COVID-19-pandemie.

Universiteit Antwerpen
2021
Maura
Verdoliva
Kwantitatief onderzoek naar de effectiviteit en het scepticisme ten aanzien van reclamecampagnes die aangepast zijn in het licht van de COVID-19-pandemie. Werken campagnes die gekoppeld zijn aan een goed doel nog bij de jongvolwassen consument?
Meer lezen

Enhancing the EU's sustainable transition through integrative forms of governance: a whole-of-government approach to sustainable policy making

Universiteit Gent
2021
Jonas
Meuleman
  • Fadel
    Abou-Zeid
Een analyse van beleidsintegratie en haar gerelateerde concepten, alsook van de mogelijke factoren die beleidsintegratie produceren binnen een multiple case study waarin elf cases binnen EU-lidstaten werden bestudeerd.
Meer lezen

Gerecycled of niet-gerecycled plastic? Een kwantitatief onderzoek naar de invloed van verpakkingsmateriaal op natuurlijkheids-, gezondheids- en kwaliteitsperceptie en aankoopintentie.

Universiteit Gent
2020
Sarah
Hofman
  • Griet
    De Vrieze
Dit onderzoek gaat na welke invloed gerecycled plastic uitoefent op enerzijds kwaliteits-, natuurlijkheids- en gezondheidsperceptie en anderzijds op aankoopintentie. Deze invloed wordt onderzocht op twee niveaus, zijnde verpakkings- en productniveau. Verder maakt dit onderzoek een onderscheid tussen een neutraal, gezonder gepercipieerd snack, zijnde een mueslireep, en een ongezond gepercipieerd snack, zijnde een chocoladereep.
Meer lezen

Planning for sustainable surf tourism: social and spatial aspects in the Lisbon region

Universiteit Gent
2020
Jef
Van den Driessche
Dit onderzoek bestudeert de sociaalruimtelijke aspecten van surftoerisme in de regio rond Lissabon. Aan de hand van enquêtes en interviews met betrokkenen en een studie van bronnenmateriaal wordt nagegaan hoe de ruimtelijke planning rond surftoerisme de duurzaamheid van deze groeiende toeristische niche kan bevorderen.
Meer lezen

BUas Buzz!

Erasmushogeschool Brussel
2020
Binette
Seck
  • Lotte
    Reyskens
De centrale vraag die ons door dit proces heeft genomen is : "Hoe kan je de connectie tussen internationale en nationale studenten versterken op een duurzame manier, doormiddel van een innovatief en technologisch concept? ". BUas Buzz is een applicatie van studenten voor studenten. Die op verschillende domeinen actief is, en waar studenten anno 2020 geïnteresseerd tot zijn. Let's swipe!
Meer lezen

Uitdagingen en kritische succesfactoren voor de lokale diensteneconomie. Een kwalitatief onderzoek naar de gevolgen van het nieuwe decreet voor ondernemingen binnen de sector

KU Leuven
2020
Diana
Gebruers
Deze masterproef wil nagaan wat de mogelijke gevolgen van het nieuwe decreet lokale diensteneconomie zijn geweest voor de ondernemingen binnen de sector in Vlaanderen op vier vlakken: organisatie van de ondernemingen; toewijzing en bemiddeling van de doelgroepwerknemers; verplichte doorstroom; en financiering. Om de opvattingen van de respondenten over de veranderingen die de ondernemingen hebben ervaren in kaart te brengen werden zeven semigestructureerde interviews afgenomen bij medewerkers met leidinggevende functies van organisaties met verschillende dienstverleningen.
Meer lezen

De invloed van auditpartnerspecifieke kenmerken op Audit Report Lag

KU Leuven
2019
Annefleur
Bauwens
De studie onderzoekt de impact van werkdruk, industriespecialisatie en geslacht van auditpartners op Audit Report Lag.
Meer lezen

Lobbyen in België: een zoektocht naar meer integriteit en transparantie

Universiteit Antwerpen
2019
Frederik
Panneel
Deze scriptie probeert het Belgische lobbylandschap in kaart te brengen en de huidige Belgische lobbyregulering wordt kritisch geanalyseerd door middel van rechtsvergelijkend onderzoek.
Meer lezen

Groepsinterne belangenconflicten: is er nood aan hervorming ?

KU Leuven
2018
Jolien
Bulcke
De scriptie handelt over de eventuele noodzaak tot bijkomende hervorming aan de bestaande groepsinterne belangenconflictregeling. Verder wordt beoordeeld of de geplande hervormingen in het kader van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen zouden volstaan.
Meer lezen