Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Neuro-inclusie als hefboom voor verandering. Empowerende ondersteuning van leerlingen met autisme en hun context

Odisee Hogeschool
2026
Steven
Van Delsen
Leerlingen met autisme botsen in het onderwijs nog te vaak op drempels die hun welbevinden, participatie, verbondenheid en positieve identiteitsontwikkeling onder druk zetten. Deze bachelorproef onderzoekt hoe een neurodiversiteitsaffirmatieve benadering richting kan geven aan neuro-inclusieve onderwijspraktijken die leerlingen met autisme en hun context versterken, binnen de bredere Vlaamse evolutie naar Scholen voor Iedereen.

De bachelorproef vertrekt vanuit een praktijkgerichte probleemverkenning in GO! SBSO Nautica en verbindt die met recente literatuur over neurodiversiteit, leerlingenstem, psycho-educatie, zelfacceptatie, zelfcompassie, zelfbehartiging, neuro-inclusieve pedagogiek en relationele samenwerking. De analyse maakt duidelijk dat inclusie niet kan worden herleid tot toegang tot onderwijs of individuele aanpassingen. Neuro-inclusie vraagt een verschuiving van tekortdenken en normalisering naar erkenning, waardigheid, contextafstemming, gedeelde verantwoordelijkheid en positieve autistische identiteit.

Op microniveau betekent dit dat leerlingen met autisme zich veilig, erkend en verbonden moeten kunnen voelen in de klaspraktijk. Daarvoor zijn voorspelbaarheid, prikkelbewuste leeromgevingen, ruimte voor leerlingenstem, zelfinzicht, zelfacceptatie en ondersteuning bij zelfbehartiging belangrijk. Op mesoniveau vraagt neuro-inclusie een schoolcultuur waarin gedeelde taal, ouderstem, sociale veiligheid, peer support, veilige plekken en samenwerking tussen leerlingen, ouders en onderwijsprofessionals structureel worden ingebed. Op macroniveau wordt duidelijk hoe neuro-inclusieve schoolontwikkeling kan bijdragen aan de Vlaamse evolutie naar Scholen voor Iedereen, op voorwaarde dat neurodiversiteitsaffirmatieve principes vanaf het begin worden meegenomen in visie, beleid, ondersteuning en schoolcultuur.

Als veranderingsstrategie wordt het neuro-inclusief schoolkompas voorgesteld. Dit kompas ondersteunt scholen om stapsgewijs, participatief en haalbaar te groeien naar neurodiversiteitsaffirmatieve schoolpraktijken. Binnen deze aanpak worden drie deelstrategieën uitgewerkt die samen een doorlopende leerlijn vormen: LEANS als klasbrede neurodiversiteitseducatie en gedeelde schooltaal, een lessenreeks rond leerlingenstem, zelfacceptatie, zelfbehartiging en transitie, en een posterreeks die de stem van neurodivergente jongeren zichtbaar maakt in de schoolomgeving. Zo ontstaat een beweging van bewustwording naar persoonlijke betekenisgeving en vervolgens naar schoolbrede verankering.

De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de vertaling van een neurodiversiteitsaffirmatief waardekader naar concrete, haalbare en schoolbrede veranderingsstrategieën. Neuro-inclusie wordt zo geen bijkomende zorgmaatregel naast het bredere schoolbeleid, maar een hefboom om onderwijscontexten toegankelijker, veiliger en betekenisvoller te maken voor leerlingen met autisme en hun context. Tegelijk reikt deze benadering verder dan één doelgroep of één school: neurodiversiteitsaffirmatieve schoolontwikkeling kan uitgroeien van ondersteuning voor individuele leerlingen tot een richtinggevend principe voor de school van morgen.
Meer lezen

Klasmanagement volgens nieuwe autoriteit

Hogeschool VIVES
2026
Alicia
Boone
Klasmanagement volgens nieuwe autoriteit
Meer lezen

De wilde bij als sleutel tot duurzaamheidseducatie

Odisee Hogeschool
2026
Soeze
Windey
  • Ilinka
    Devillé
Biodiversiteit vormt de basis van goed functionerende ecosystemen en is onmisbaar voor het leven op aarde. Toch staat deze biodiversiteit wereldwijd onder druk. In Vlaanderen nemen steeds meer planten- en diersoorten af of verdwijnen ze volledig. Een van de groepen die bijzonder kwetsbaar is, zijn de wilde bijen. Hoewel ze vaak minder bekend zijn dan honingbijen, spelen wilde bijen een cruciale rol in de bestuiving van planten en gewassen. Hierdoor dragen ze niet alleen bij aan het behoud van
biodiversiteit, maar ook aan onze voedselproductie en de kwaliteit van onze leefomgeving.
De achteruitgang van wilde bijen wordt veroorzaakt door verschillende factoren, waaronder het verlies van geschikte leefgebieden, een afname van bloemenrijke omgevingen, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de gevolgen van klimaatverandering. Ondanks het grote belang van deze bestuivers merken we dat hun rol en betekenis binnen het onderwijs vaak beperkt aan bod komen.
Nochtans biedt dit thema tal van kansen om leerlingen bewust te maken van de samenhang tussen mens, natuur en milieu.
Vanuit deze vaststelling groeide onze interesse voor dit onderwerp. Natuur, biodiversiteit en duurzaamheid zijn thema’s die ons persoonlijk sterk aanspreken. Daarnaast geloven wij dat het onderwijs een belangrijke rol speelt in het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en attitudes die bijdragen aan een duurzame samenleving. Door leerlingen inzicht te geven in het belang van wilde bijen en biodiversiteit, kunnen zij bewustere keuzes maken en een groter verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelen ten aanzien van hun omgeving. Binnen deze bachelorproef staat daarom de volgende onderzoeksvraag centraal: "Op welke manier kan duurzaamheidseducatie rond de wilde bij worden geïntegreerd in een betekenisvol en onderzoekend lessenpakket voor de derde graad van het lager onderwijs?"
Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden, werd eerst een theoretisch kader uitgewerkt rond duurzaamheidseducatie, biodiversiteit, bestuiving, bestuivers en de wilde bij. Daarnaast werd onderzocht welke kenmerken van betekenisvol en onderzoekend leren aansluiten bij leerlingen uit de derde graad van het lager onderwijs. Op basis van deze inzichten werd een lessenpakket ontwikkeld dat bestaat uit zes lessen van telkens 100 minuten. Aan de hand van onderzoekende activiteiten,
observaties, samenwerking, reflectie en praktijkgerichte opdrachten ontdekken leerlingen stap voor stap het belang van wilde bijen binnen ecosystemen en biodiversiteit. Tegelijk worden zij gestimuleerd om kritisch na te denken over de impact van menselijk handelen op de natuur en over hun eigen rol binnen een duurzame samenleving.
Met deze bachelorproef willen we niet alleen een bruikbaar en onderbouwd lessenpakket aanbieden voor leerkrachten, maar ook bijdragen aan de ontwikkeling van ecologische bewustwording en handelingsbekwaamheid bij leerlingen. We willen hen laten ervaren dat zij, ondanks hun jonge leeftijd, een verschil kunnen maken voor biodiversiteit en bestuivers in hun eigen omgeving. Op die manier hopen we een bijdrage te leveren aan duurzaamheidseducatie en aan de vorming van betrokken burgers die zorg dragen voor natuur, milieu en toekomstige generaties.
Meer lezen

Een regeneratieve toekomst voor Zwartberg - Het productieve bos

Universiteit Hasselt
2026
Daan
Driessen
  • Rayna
    Bongaerts
  • Yarne
    Claes
  • Connor
    De Smet
  • Elias
    Doyen
  • Liza
    Hendrickx
  • Jorien
    Houben
  • Evelyne
    Gielkens
  • Joppe
    Loodts
  • Kato
    Martens
  • Rens
    Neyens
  • Arne
    Pellaers
  • Britt
    Raskin
  • Sara
    Simons
  • Anke
    Surinx
  • Tineke
    Vandekerkhof
Mijn masterproef onderzoekt hoe de productiebossen rond Genk kunnen evolueren naar biodiverse en klimaatrobuuste bossen, terwijl ze lokaal hout blijven leveren. In Zwartberg vertaal ik dit naar een lokale houtketen en houtzagerij, waarbij de ecologische draagkracht van het bos bepaalt hoeveel hout kan worden geoogst en gebruikt.
Meer lezen

Buiten of binnen: een analyse van de toegang van Vlaamse huiskatten tot de buitenwereld

Odisee Hogeschool
2026
Anaïs
Neyt
In deze bachelorproef werd de buitentoegang en buitenomgeving van de Vlaamse huiskat onderzocht, evenals de factoren die deze keuzes bij katteneigenaars beïnvloeden. Hierbij werd gefocust op kenmerken van de eigenaar, de kat en de woonomgeving. Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van een combinatie van online enquêtes en live-bevragingen.

De resultaten tonen aan dat er, voornamelijk in de online enquête, een vrijwel gelijke verdeling bestaat tussen katten die permanent binnenshuis worden gehouden (46,53%; n = 610) en katten met buitentoegang (50,50%; n = 662). Bij de live-bevragingen werd een grotere kloof tussen deze groepen vastgesteld, waarbij 68,83% (n = 53) van de katten toegang heeft tot de buitenomgeving en 23,38%
(n = 18) permanent binnenshuis leeft. Daarnaast werd vastgesteld dat het type kat (raskat of niet) en het al dan niet volgen van een diergerelateerde opleiding door de eigenaar significante factoren zijn in relatie tot buitentoegang. Eigenaars motiveren hun keuzes voornamelijk vanuit veiligheidsoverwegingen, dan wel vanuit het belang van vrijheid en het kunnen uitoefenen van natuurlijk gedrag.

De resultaten wijzen erop dat de keuze rond buitentoegang multifactorieel is en dat er een duidelijk spanningsveld bestaat tussen veiligheid en vrijheid. Opvallend is dat de impact van katten op de omgeving en inheemse prooisoorten slechts beperkt werd aangehaald door de respondenten.

Een mogelijke evenwichtige oplossing is het gebruik van afgeschermde buitenruimtes, zoals een catio, die voordelen biedt voor zowel kat, eigenaar als omgeving. Verdere sensibilisering van katteneigenaars rond deze alternatieve vorm van huisvesting is aangewezen.
Meer lezen

Diagnostische vertraging bij endometriose

Arteveldehogeschool Gent
2026
Lineke
van Niejenhuis
In deze bachelorproef is literatuurstudie gedaan naar de oorzaken van de diagnostische vertraging bij endometriose en welke impact dit heeft op het psychologisch welzijn, de vruchtbaarheid en de levenskwaliteit bij vrouwen met een kinderwens. Uit de literatuurstudie kwam naar voren dat veel vertraging ontstaat door patiëntgerelateerde factoren. Jongeren en volwassenen hebben weinig kennis over normale en abnormale menstruatieklachten. Hierdoor is als praktijkdeel een educatief bordspel ontwikkelt wat bij kan dragen aan meer kennis over endometriose.
Meer lezen

Bijen op school

Odisee Hogeschool
2026
Mehdi
Brik
Deze bachelorproef onderzoekt hoe een schoolproject rond solitaire bijen kan bijdragen aan biodiversiteitseducatie in het lager onderwijs. Via ontwerpgericht onderzoek werd een schoolbrede werking uitgewerkt waarin drie elementen samenkomen: een educatieve leerlijn, de ecologische inrichting van de schoolomgeving en betrokkenheid van ouders en buurt. Leerlingen krijgen per graad een eigen rol als creatieve, planten- of nestelambassadeur. Ze observeren, planten, ontwerpen en bouwen onder meer aan een bijenburcht. Zo wordt de schoolomgeving ingezet als levende leeromgeving. De evaluatie toont vooral de meerwaarde van de koppeling tussen leren en handelen. Hoewel de leerwinst en ecologische impact niet kwantitatief werden gemeten, biedt het ontwerp een bruikbaar en haalbaar kader voor scholen die biodiversiteitseducatie concreet en betekenisvol willen maken.
Meer lezen

Financiële geletterdheid bij jongeren Jongeren en hun gezin educatief ondersteunen richting meer financiële zelfredzaamheid

Odisee Hogeschool
2026
Sofie
Smits
Deze bachelorproef onderzoekt hoe ouders, onderwijs en hulpverlening kinderen en jongeren krachtgericht kunnen ondersteunen bij financiële zelfredzaamheid. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar wat jongeren zelf kunnen leren, maar ook naar de omgeving waarin ze opgroeien. Vanuit deze inzichten werd de toolbox Groeien met centjes ontwikkeld zodat financiële opvoeding meegroeit met de leeftijd. Zo biedt de toolbox ouders, scholen en hulpverleners concrete manieren om financiële thema’s bespreekbaar te maken en jongeren te laten oefenen. De belangrijkste conclusie is dat financiële zelfredzaamheid geen individuele opdracht is. Jongeren hebben niet alleen kennis en vaardigheden nodig, maar ook een stabiele basis, ondersteuning en ruimte om te leren, fouten te maken en te groeien. Samenwerking tussen gezin, onderwijs en hulpverlening kan zo bijdragen aan een sterkere financiële start en aan de preventie van financiële problemen en (generatie)armoede.
Meer lezen

‘Kom mee op het leerpad van je kind!’ Groeien naar een educatief partnerschap in Basisschool Brugge Centrum

Arteveldehogeschool Gent
2026
Leilah
Lierman
Mijn scriptie beschrijft een verandertraject rond educatief partnerschap binnen Basisschool Brugge Centrum. Uit een praktijkonderzoek bleek dat zowel leerkrachten als ouders kansen zien om de samenwerking rond het leren van kinderen te versterken. Wetenschappelijke literatuur bevestigt bovendien dat een sterke samenwerking tussen school en ouders een positieve invloed kan hebben op de leerontwikkeling, motivatie en het welbevinden van leerlingen.

Op basis van een literatuurstudie, bevragingen bij ouders en leerkrachten en gesprekken binnen het schoolteam ontwikkelde ik aanbevelingen voor een schooleigen, evidence-informed visie op educatief partnerschap. Deze visie vormt het fundament voor een verandertraject van drie jaar, waarbij ouders steeds meer als partners worden betrokken bij het leerproces van hun kind.

Samen met een kernteam en het schoolteam werken we aan concrete, leergerichte ouderactiviteiten en initiatieven die de verbinding tussen school en thuis versterken. Daarbij vertrekken we vanuit wat al goed werkt binnen de school en bouwen we stap voor stap verder. Het uiteindelijke doel is om het educatief partnerschap duurzaam te verankeren in de schoolwerking en zo bij te dragen aan maximale leerwinst en ontwikkelingskansen voor elke leerling.
Meer lezen

"Natuur zorgt voor de wereld": definities en percepties van het concept natuur bij Vlaamse lagereschoolkinderen en de verschillen daarin tussen rurale en urbane omgevingen

Universiteit Gent
2026
Manon
Dhelft
De band tussen kinderen en de natuur staat onder druk. Toenemende verstedelijking en digitalisering reduceren hun tijd buiten en in natuur, terwijl natuurcontact juist veel mentale en fysieke voordelen heeft voor het kind. Bovendien zijn die ervaringen cruciaal voor de ontwikkeling van milieubewust gedrag op latere leeftijd. Hoe kinderen natuur mentaal vormgeven vormt daarbij de basis van de mens-natuurrelatie. Toch is onderzoek naar hun conceptualisatie van natuur schaars en is het nog nooit uitgevoerd in Vlaanderen, of zelfs maar in België. De centrale onderzoeksvraag luidt daarom: “Welke definities en percepties hebben Vlaamse lagereschoolkinderen van het concept natuur en hoe verschillen die tussen rurale en urbane omgevingen?”. Voor dit onderzoek werd een vergelijkende casestudie uitgevoerd waarbij 56 Vlaamse kinderen uit het vierde leerjaar (9-10 jaar) werden bevraagd in de Westhoek (ruraal) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (urbaan). Hiervoor werd gebruikgemaakt van verschillende methodes, bestaande uit de draw, write & tell-methode, de Connection to Nature Index, een vragenlijst en interviews met de schooldirecties. De kinderen bouwen natuur op vanuit een biotische kern (bomen, gras, bloemen, vogels), aangevuld met abiotische elementen zoals de zon. Een opvallende bevinding is dat de mens een prominente plaats inneemt in hun conceptualisatie van natuur. Daarnaast zien de kinderen natuur als een plek voor spel en exploratie. Rurale kinderen vertonen een grotere soortenkennis en een sterker gevoel van eenheid met hun omgeving, terwijl urbane kinderen natuur vaker associëren met sport en een goede luchtkwaliteit. Natuur wordt overwegend positief beleefd door de kinderen, roept rust op en wordt gewaardeerd om haar nut en haar intrinsieke waarde. Hun gedrag wijst echter ook op een kloof. Vrije tijd wordt namelijk vaker achter een scherm gespendeerd dan in de natuur. Vlaamse lagereschoolkinderen blijken zo een rijk, betrokken, maar kwetsbaar natuurbeeld te hebben. Inzicht in dat beeld is essentieel om leervolle momenten in natuur- en milieueducatie op te zetten en hen op een effectieve manier terug naar de natuur te krijgen.
Meer lezen

Werk-Woorden-Ruimte

LUCA School of Arts
2026
Nick
Proot
Voor mijn educatieve masterscriptie onderzocht ik hoe studenten in het deeltijds kunstonderwijs zelf richting kunnen geven aan hun artistieke proces wanneer ze vastlopen. Daarvoor ontwikkelde ik Werk-Woorden-Ruimte: een doos met werkwoordkaarten, focuskaarten, een lexicon en een handleiding. Studenten combineren woorden, interpreteren ze vanuit hun eigen onderzoek en formuleren instructies voor zichzelf.

Gedurende vijf weken volgde ik het gebruik in twee groepen van het Projectatelier, bij volwassenen in de vierde graad Beeld. Via hun procesboeken onderzocht ik hoe de kaarten het experimenteren, reflecteren en benoemen van keuzes ondersteunden. Verschillende studenten vonden na een blokkade zelf een nieuwe werkrichting. Het onderzoek verkent zo hoe een open structuur houvast kan bieden en tegelijk ruimte laat voor autonomie en een eigen artistieke stem.
Meer lezen

Cultivating seaweed at home: benefits and limitations

Universiteit Antwerpen
2026
Lani
Vints
De voedingsindustrie legt een grote druk op de natuur en haar hulpbronnen. Vooral de druk die de
vleesproductie uitoefent, kan niet worden genegeerd. Er is behoefte aan plantaardige alternatieve
eiwitbronnen om deze druk te verminderen. Zeewier zou een van deze alternatieven kunnen zijn,
aangezien het een goede eiwitbron vormt en bovendien andere voordelen biedt. De grootschalige
teelt van zowel marien als op het land gekweekt zeewier kent echter haar eigen beperkingen. De
mariene teelt is gevoelig voor omgevingsfactoren en grootschalige teelt op het land vereist een hoog
energieverbruik. Thuis gekweekt zeewier zou een oplossing kunnen bieden, omdat het minder
gevoelig is voor omgevingsfactoren en minder energie vereist door de opstelling aan te passen aan
wat strikt noodzakelijk is. Dit proefschrift richt zich op de kansen, beperkingen en haalbaarheid van
het thuis kweken van zeewier door de economische aspecten, de milieu-impact en de
maatschappelijke vereisten te onderzoeken. Antwoorden worden gevormd door informatie te
verzamelen uit literatuuronderzoek, interviews en een casestudy, ondersteund door een lijst met
indicatoren om een duurzame aanpak te waarborgen. Geconcludeerd kan worden dat het technisch
haalbaar is om zeewier te kweken, maar dat er nog steeds beperkingen zijn. Verontreiniging is een van
de belangrijkste beperkingen van het kweken van zeewier thuis, wat resulteert in bezorgdheden
omtrent voedselveiligheid. Afhankelijk van het gebruikte materiaal kunnen ook de kosten en
verminderde opbrengst een barrière vormen. Het blijkt vooral belangrijk om de zeewiersoort
zorgvuldig te kiezen en omgevingsomstandigheden aan te passen. Kweek heeft vooral mogelijkheden
voor educatie en bewust zijn en kan gezien worden als hobby.
Meer lezen

FinvictumX: Omdat iedereen recht heeft op financiële kennis

Hogeschool VIVES
2026
Sem
Bruynseraede
Dit eindwerk onderzoekt het belang van financiële educatie in een samenleving waarin steeds meer mensen zelfstandig toegang krijgen tot financiële markten. De drempel om te beleggen is sterk verlaagd, terwijl de hoeveelheid beschikbare financiële informatie voortdurend toeneemt. Die toegankelijkheid betekent echter niet automatisch dat mensen over voldoende kennis en vaardigheden beschikken om financiële producten, risico’s en beleggingsbeslissingen goed te begrijpen.

Het onderzoek gaat na welke rol financiële educatie kan spelen in het versterken van financiële kennis en vaardigheden. Daarbij wordt onderzocht welke kennis beleggers nodig hebben, hoe financiële concepten op een begrijpelijke en gestructureerde manier kunnen worden aangeleerd en welke factoren bijdragen aan een effectief leerproces. Naast financiële basiskennis wordt aandacht besteed aan onder meer risicobeheer, beleggingsstrategieën, beleggerspsychologie en het kritisch beoordelen van financiële informatie.

Ook wordt onderzocht hoe digitale technologie het aanbieden van financiële educatie kan ondersteunen. Daarbij komen onder meer gepersonaliseerde leertrajecten, interactieve leermethoden en artificiële intelligentie aan bod. Het onderzoek bekijkt daarnaast hoe financiële educatie kan worden opgebouwd voor verschillende niveaus van voorkennis, van beginnende tot meer ervaren beleggers.

Op basis van deze inzichten wordt een concreet concept voor een digitale leeromgeving uitgewerkt. Het eindwerk toont daarmee hoe financiële educatie kan bijdragen aan een beter begrip van financiële keuzes en mensen kan helpen om bewuster, kritischer en met meer inzicht met hun financiën en beleggingen om te gaan.
Meer lezen

Een regeneratieve toekomst voor Zwartberg - Naar een inclusieve en prikkelregulerende leeromgeving: Architectuur voor kinderen met een autismespectrumstoornis

Universiteit Hasselt
2026
Kato
Martens
  • Rayna
    Bongaerts
  • Yarne
    Claes
  • Connor
    De Smet
  • Elias
    Doyen
  • Daan
    Driessen
  • Liza
    Hendrickx
  • Jorien
    Houben
  • Evelyne
    Gielkens
  • Joppe
    Loodts
  • Rens
    Neyens
  • Arne
    Pellaers
  • Britt
    Raskin
  • Sara
    Simons
  • Anke
    Surinx
  • Tineke
    Vandekerkhof
Deze masterproef onderzoekt hoe architectuur, materialiteit en bouwfysische principes kunnen bijdragen aan een prikkelregulerende en voorspelbare leeromgeving voor kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS). Het onderzoek combineert literatuurstudie, case study-analyse en materiaalonderzoek en vertaalt de inzichten naar concrete ontwerpprincipes. Deze worden toegepast in een nieuw schoolontwerp voor De Wissel in Zwartberg, waarin ruimtelijke leesbaarheid, verschillende gradaties van prikkels, natuur, overgangsruimtes en comfort samenkomen. Het project wordt gekaderd binnen een bredere regeneratieve toekomstvisie voor Zwartberg, waarin ecologische, sociale en maatschappelijke aspecten met elkaar worden verbonden.
Meer lezen

Ontwikkeling van een interactief voorleesboek voor kinderen over stemproblemen en over de impact van stemproblemen bij leerkrachten.

HOGENT
2026
Pauline
Morel
Veel kinderen in het lager onderwijs ervaren stemproblemen, maar deze worden vaak pas laat opgemerkt, zowel door de kinderen zelf als door hun ouders en leerkrachten. Nochtans kunnen stemproblemen op jonge leeftijd een aanzienlijke impact hebben op sociaal, emotioneel en schools vlak. Ondanks het belang van vroegtijdige aandacht voor stemproblemen is er momenteel weinig aantrekkelijk, kindgericht en educatief materiaal beschikbaar. Deze bachelorproef heeft daarom als doel een interactief voorleesboek te ontwikkelen dat dit tekort aan aangepast psycho-educatief materiaal helpt opvangen.
Meer lezen

Een zee aan informatie: overstelpt of ondersteund tijdens de eerste zwangerschap?

Arteveldehogeschool Gent
2026
Anouk
Michiels
Tijdens de zwangerschap worden primigravidae geconfronteerd met een grote
hoeveelheid informatie afkomstig van uiteenlopende bronnen, zoals zorgverleners,
sociale media, digitale platformen en de directe omgeving. Hoewel toegang tot
informatie essentieel is binnen prenatale zorg en geïnformeerde besluitvorming, kan
deze overvloed aan informatie leiden tot informatie-overload. Deze bachelorproef heeft
als doel te onderzoeken in welke mate prenatale infosessies bijdragen aan of
beschermen tegen informatie-overload bij primigravidae. Deze bachelorproef betreft
een literatuurstudie waarbij wetenschappelijke artikels, richtlijnen en
beleidsdocumenten werden geraadpleegd met betrekking tot informatie-overload,
prenatale infosessies, gezondheidsvaardigheden en perinatale informatieverstrekking.
Daarnaast werd een praktijkdeel uitgevoerd in de vorm van informele koffiemomenten
met primigravidae voorafgaand aan prenatale infosessies. Binnen dit praktijkdeel werd
geen formele dataverzameling of wetenschappelijke analyse uitgevoerd. De
geraadpleegde literatuur toont aan dat informatie-overload tijdens de zwangerschap
een complex en multifactorieel fenomeen is. Factoren zoals de hoeveelheid en
complexiteit van informatie, digitale informatiebronnen, gezondheidsvaardigheden en
de organisatie van prenatale zorg lijken hierbij een rol te spelen. Prenatale infosessies
kunnen enerzijds bijdragen aan kennisvergroting, ondersteuning en het versterken van
self-efficacy, maar anderzijds kunnen grote hoeveelheden of onvoldoende afgestemde
informatie gevoelens van stress en cognitieve belasting versterken. Daarnaast blijkt dat
er momenteel nog beperkt rechtstreeks wetenschappelijk onderzoek beschikbaar is
naar de specifieke relatie tussen prenatale infosessies en informatie-overload bij
primigravidae. Deze bevindingen onderstrepen het belang van afgestemde, gefaseerde
en begrijpelijke informatieverstrekking binnen de prenatale zorg, met bijzondere
aandacht voor het beperken van cognitieve belasting bij primigravidae.
Meer lezen

Gezelschapsspellen als educatieve en motiverende tools

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Rembrandt
Verbrugghe
Dit is een onderzoek naar de invloed van bordspellen op de motivatie en betrokkenheid van leerlingen uit de tweede graad in de geschiedenisles. Daarnaast werd er een bordspel ontworpen om het literatuuronderzoek en de bevraging verder te ondersteunen.
Meer lezen

Van educatie tot zelfzorg: de impact van verpleegkundige ontslagvoorbereiding op herstel bij patiënten na cardiochirurgie

Thomas More Hogeschool
2026
Wouter
Notelteirs
Van educatie tot zelfzorg: de impact van verpleegkundige ontslagvoorbereiding op herstel bij patiënten na cardiochirurgie

Een cardiochirurgische ingreep is voor veel patiënten een ingrijpende gebeurtenis die gepaard gaat met een intensief en kwetsbaar herstelproces. Waar de zorg tijdens de ziekenhuisopname nauwgezet georganiseerd is, blijkt de uiteindelijke overgang van het ziekenhuis naar de thuissituatie in de praktijk vaak een kritiek moment. Patiënten kampen na de operatie niet alleen met fysieke ongemakken zoals pijn, vermoeidheid en een beperkte mobiliteit, maar worden thuis ook geconfronteerd met onzekerheid en angst. Vragen over wat veilig is qua beweging, hoe wondzorg moet worden uitgevoerd of hoe de medicatie correct moet worden ingesteld, zorgen regelmatig voor twijfels. Zonder adequate ondersteuning kan deze onzekerheid leiden tot een moeizamer herstel, problemen met therapietrouw en in het slechtste geval zelfs tot vermijdbare complicaties of ongeplande heropnames.

Om te onderzoeken hoe deze overgang beter kan worden begeleid, richtte dit Evidence-Based Nursing (EBN) onderzoek zich op de vraag welke rol verpleegkundige educatie en ontslagvoorbereiding spelen in het herstel en de zelfzorg van volwassen patiënten na cardiochirurgie. Aan de hand van een systematische literatuurstudie van zestien recente wetenschappelijke studies – waaronder gerandomiseerde gecontroleerde studies en systematische reviews – werden de effecten van verpleegkundige interventies op fysiek, psychologisch en klinisch vlak in kaart gebracht.

Uit de resultaten blijkt overtuigend dat doelgerichte verpleegkundige begeleiding een cruciale succesfactor is. Vroegtijdige en gestructureerde patiënteneducatie vermindert angst- en depressiescores significant, verhoogt het inzicht in het ziektebeeld en leidt tot een hogere tevredenheid bij de patiënt. Op fysiek vlak draagt een goede voorbereiding bij aan een korter verblijf op de intensieve zorgen, betere ademhalingsparameters en een effectievere pijnbestrijding. Wanneer educatie bovendien wordt gecombineerd met een individueel afgestemd ontslagplan en een actieve opvolging na de hospitalisatie – bijvoorbeeld via telefonische contacten of naloopzorg – voelen patiënten zich aanzienlijk beter voorbereid op hun thuisherstel. Dit verhoogt de zogenaamde discharge readiness en dringt het aantal heropnames aantoonbaar terug.

Centraal in dit gehele proces staat het stimuleren van de zelfzorgcapaciteit. Zelfzorg gaat verder dan het opvolgen van medische voorschriften; het omvat de vaardigheden en het zelfvertrouwen (self-efficacy) die een patiënt nodig heeft om dagelijks de eigen gezondheid te bewaken en gepast te reageren op lichamelijke signalen. Omdat factoren zoals gezondheidsgeletterdheid (health literacy) sterk verschillen per persoon, werkt een standaardfolder of een eenmalig gesprek bij het afscheid niet. Informatie dient stapsgewijs, op maat en in begrijpelijke taal te worden aangeboden.

Dit onderzoek onderstreept dat verpleegkundigen de sleutelfiguur vormen in het overbruggen van de kloof tussen het ziekenhuis en de thuissituatie. Ontslagvoorbereiding mag niet worden beschouwd als een administratieve handeling op de dag van vertrek, maar als een doorlopend, gestandaardiseerd zorgpad dat reeds bij opname start en doorloopt tot in de eerstelijnszorg en hartrevalidatie. Door binnen verpleegkundige teams te streven naar een uniforme, evidence-based aanpak kan de continuïteit en kwaliteit van zorg naar een hoger niveau worden getild, met als ultiem doel dat patiënten met meer vertrouwen en veerkracht aan hun herstel bouwen.
Meer lezen

Wandelen als artistiek-pedagogische methode in woonzorgcentra

Erasmushogeschool Brussel
2026
Marthe
Verschaeve
Deze scriptie onderzoekt hoe wandelen als artistiek-pedagogische methode ingezet kan worden in een woonzorgcentrum. Vertrekkend vanuit de vaststelling dat veel bewoners geconfronteerd worden met beperkte mobiliteit, routines en een verlies aan autonomie, gaat het onderzoek na hoe wandelen kan bijdragen aan aandacht, verwondering, betekenisgeving en verbinding. Centraal staat daarbij de wisselwerking tussen wandelen en kunst: wandelopdrachten worden geïnspireerd door kunstenaars, artistieke praktijken en kunstzinnige manieren van kijken.

Via participatief actieonderzoek worden verschillende wandelopdrachten ontwikkeld en getest met drie bewoners van een woonzorgcentrum. Naast fysieke wandelingen wordt ook geëxperimenteerd met alternatieve vormen van wandelen, zoals fotografie, tekenen, herinneringen, geluiden en virtuele verplaatsingen. Deze opdrachten nodigen bewoners uit om hun omgeving en leefwereld op een andere manier waar te nemen en hier actief betekenis aan te geven.

De resultaten tonen aan dat wandelen, wanneer het verbonden wordt met artistieke processen, meer is dan een fysieke activiteit. Het kan bijdragen aan autonomie, verwondering, verbeeldingskracht, ontmoeting en zingeving. Daarnaast blijkt dat ook imaginaire en niet-fysieke vormen van wandelen waardevol kunnen zijn voor bewoners met een beperkte mobiliteit. De scriptie mondt uit in een toolbox met artistieke wandelopdrachten die verder kunnen worden ingezet en onderzocht binnen woonzorgcentra.
Meer lezen

Kunstgeïntegreerde actie- en rustmomenten ontworpen voor leerlingen met ADHD en ASS: Painted Pause

Odisee Hogeschool
2026
Emma
Ghysels
  • Jolien
    Gits
Leerlingen met ADHD en ASS ervaren in de lagere school aanzienlijke moeilijkheden op het vlak van aandacht, prikkelverwerking, flexibiliteit en zelfregulatie. Zoals in het document staat: “Leerlingen met ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD en ASS ondervinden dagelijks moeilijkheden die hun leerproces en het klasgebeuren beïnvloeden.” Deze uitdagingen worden vooral zichtbaar tijdens lange instructies, drukke situaties en overgangsmomenten, waar concentratieverlies, impulsiviteit en overprikkeling vaker optreden. Zowel literatuur als praktijk tonen dat bestaande ondersteuning vaak reactief blijft en niet altijd afgestemd is op de specifieke noden van deze leerlingen (Horeweg, 2024).

Daarom bestaat het onderzoeksdoel van deze bachelorproef uit het ondersteunen van leerlingen met ADHD en/of ASS door bewegingsmomenten via kunst te integreren, met als doel hun concentratievermogen en algemeen welzijn te versterken. De centrale onderzoeksvraag luidde: Wat is het effect van structureel aangeboden bewegingsmomenten die via kunst worden geïntegreerd op de aandacht en het algemeen welzijn van lagereschoolkinderen met ADHD en/of ASS?

Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden, werd gebruikgemaakt van observaties en semi gestructureerde bevragingen bij leerkrachten, zorgleerkrachten en externe ondersteuners. Hieruit bleek dat scholen reeds hulpmiddelen inzetten zoals koptelefoons, visuele planningen en friemelmateriaal, maar dat de nood aan een proactieve, haalbare en doelgerichte aanpak groot blijft. Leerkrachten zoeken vooral korte interventies die rust of beweging bieden zonder extra werkdruk. Tegelijk wijst onderzoek erop dat kunstzinnige activiteiten bijdragen aan zelfsturing, metacognitieve vaardigheden en sociaal emotioneel functioneren. Mieras (2024) benadrukt dat kunst “leerlingengroepen daadwerkelijk helpt om kansen in het leven te grijpen”.

Vanuit deze bevindingen werd de educatieve tool Painted Pause ontwikkeld. Deze tool combineert kunstbeleving met korte actie en rustmomenten en biedt leerlingen de keuze tussen een actief of rustgevend tussendoortje. Via een digitale schilderijengalerij bekijken leerlingen kunstwerken, beantwoorden ze korte kijkvragen en voeren ze aansluitend een bewegingstussendoortje uit. De activiteiten richten zich op concentratie, samenwerking, emotieregulatie en zelfsturing. De vaste structuur en visuele ondersteuning sluiten aan bij de uiteenlopende noden van leerlingen met ADHD en ASS (Horeweg, 2025).

Tijdens twee testperiodes in verschillende leerjaren werd Painted Pause positief onthaald. Leerlingen met ADHD begonnen na een tussendoortje rustiger en meer gefocust aan het volgende werkmoment; leerlingen met ASS profiteerden vooral van de voorspelbaarheid en prikkelreductie. Ook leerlingen zonder ontwikkelingsstoornis ervaarden de tool als motiverend en prettig. De combinatie van kunstbeleving aan de hand van kijkvragen en een doelgericht bewegingstussendoortje zorgde voor een betere sfeer, verhoogde betrokkenheid en een meer gereguleerde klasgroep. De resultaten tonen dat structureel aangeboden, kunstgebaseerde bewegingsmomenten een waardevolle aanvulling vormen binnen de brede basiszorg. Ze ondersteunen leerlingen met specifieke noden zonder hen te stigmatiseren en versterken tegelijk het algemeen welzijn van de volledige klas. Hoewel verdere verfijning en langdurige evaluatie wenselijk zijn, biedt Painted Pause een veelbelovende, preventieve en inclusieve manier om aandacht en zelfregulatie te bevorderen.
Meer lezen

Anticoagulantia bij coronarografie en PCI

Hogeschool UCLL
2026
Charlotte
Pauwels
Mijn bachelorproef is ontstaan vanuit een probleem dat ik regelmatig tegenkwam tijdens mijn stages en in het werkveld. Er bestonden veel vragen en onduidelijkheden over het al dan niet onderbreken van anticoagulantia bij een coronarografie of PCI. Ook voor mij was het niet altijd duidelijk welke anticoagulantia moesten worden verdergezet en welke tijdelijk moesten worden onderbroken. Die praktijkgerichte uitdaging motiveerde mij om dit onderwerp grondig te onderzoeken.

Met deze bachelorproef wilde ik niet alleen mijn eigen kennis verdiepen, maar ook een wetenschappelijk onderbouwd antwoord bieden op een vraag waarmee veel zorgverleners binnen verschillende disciplines geconfronteerd worden. Mijn doel was om de bestaande onduidelijkheden te verduidelijken en een praktisch bruikbaar overzicht te creëren dat hulpverleners ondersteunt bij het nemen van onderbouwde beslissingen.

Ik ben ervan overtuigd dat deze bachelorproef een meerwaarde kan bieden binnen verschillende disciplines. Door de wetenschappelijke onderbouwing en de praktijkgerichte insteek kan ze bijdragen aan een veiliger en consistenter medicatiebeleid en zo uiteindelijk de kwaliteit van de patiëntenzorg verbeteren.

Deze wedstrijd leek mij dan ook de ideale kans om mijn onderzoek met een breder publiek te delen. Ik hoop dan ook dat dit onderzoek buiten mijn eigen opleiding en werkplek een bijdrage kan leveren in de praktijk. Dit leek mij de ideale kans om de kwaliteit van zorg te verbeteren.

De primaire doelgroep zijn verpleegkundigen en andere zorgverleners die betrokken zijn bij de voorbereiding en begeleiding van patiënten die een coronarografie of PCI ondergaan. Maar eveneens de patiënten zijn de doelgroep.
Het belangrijkste doel is om in kaart te brengen welke anticoagulantia volgens actuele richtlijnen vóór een coronarografie of PCI moeten worden onderbroken en welke kunnen worden verdergezet. Daarbij wordt gezocht naar een goede balans tussen het risico op bloedingen en het risico op trombose.
Mijn bachelorproef bracht meer duidelijkheid en een evidence-based overzicht van het perioperatieve beleid rond anticoagulantia. Daarnaast werden aanbevelingen voor het verpleegkundig werkveld opgesteld en betere patiënteneducatie.

Het project draagt bij aan persoonsgericht werken doordat er meer aandacht komt voor de individuele situatie en risico’s van elke patiënt. Het beleid rond anticoagulantia is namelijk niet voor iedere patiënt hetzelfde. De uiteindelijke beslissing moet worden afgestemd op onder andere het type anticoagulans en het individuele risico op een bloeding of trombose.
Door verpleegkundigen duidelijke en actuele informatie te geven, kunnen zij patiënten beter en gerichter voorbereiden op hun coronarografie of PCI. Dit vermindert onzekerheid en voorkomt dat medicatie onnodig wordt gestopt of juist niet wordt gestopt. In het project wordt beschreven dat dergelijke fouten kunnen leiden tot uitgestelde ingrepen, extra administratie, kosten en mogelijke complicaties.
Het maakt dus vooral een verschil voor de patiënt, omdat die een veiligere en meer afgestemde zorg krijgt. Daarnaast maakt het een verschil voor verpleegkundigen, omdat zij dankzij een duidelijk overzicht sneller en met meer zekerheid kunnen handelen. Ook voor het zorgproces is er een voordeel: minder fouten en minder onnodig uitgestelde ingrepen kunnen bijdragen aan efficiëntere zorg. Geannuleerde ingrepen brengen een grote kost met zich mee. Denk maar aan artsen en verpleegkundigen die klaar staan voor de ingreep, lege zalen, materiaal dat misschien al geopend is en nu niet gebruikt kunnen worden. Dit project maakt het verschil voor vele doelgroepen.

Dit project kan in de toekomst verder naar andere afdelingen en ziekenhuizen worden uitgebereid. Het is namelijk niet alleen belangijk binnen coronarografiën en PCI, maar eveneens ook belangrijk voor andere ingrepen en afdelingen. Een bredere kennis voor zowel patiënten als voor zorgverleners is belangrijk om de continuïteit van de zorg en de veiligheid van de patiënten te waarborgen.
Meer lezen

Verpleegkundige aandachtspunten bij gebruik van antipsychotica tijdens een zwangerschap

Thomas More Hogeschool
2026
Ramona
Westerveld
Deze bachelorproef onderzoekt welke verpleegkundige aandachtspunten belangrijk zijn bij de begeleiding van zwangere zorgvragers die antipsychotica gebruiken. Een zwangerschap in combinatie met een psychiatrische aandoening brengt een complex zorgvraagstuk met zich mee: zorgverleners moeten de mogelijke risico’s van medicatie afwegen tegen de risico’s van onbehandelde psychiatrische problematiek voor ouder en kind.

Aan de hand van een literatuurstudie werd onderzocht welke effecten antipsychotica tijdens de zwangerschap kunnen hebben en welke rol verpleegkundigen kunnen opnemen in de begeleiding. Uit de huidige wetenschappelijke literatuur blijkt geen duidelijk verhoogd risico op ernstige aangeboren afwijkingen. Wel worden verbanden beschreven met onder andere vroeggeboorte, een lager geboortegewicht en tijdelijke aanpassingsproblemen bij pasgeborenen. Tegelijk is het moeilijk om deze effecten rechtstreeks toe te schrijven aan de medicatie, omdat ook de onderliggende psychiatrische aandoening en andere factoren een belangrijke rol spelen.

De resultaten benadrukken het belang van een individuele en multidisciplinaire aanpak. Verpleegkundigen spelen daarbij een belangrijke rol in monitoring, educatie, ondersteuning en zorgcoördinatie. Zowel bij het verderzetten als bij het afbouwen of stopzetten van antipsychotica is een zorgvuldige opvolging van het psychische en lichamelijke welzijn van de zwangere zorgvrager essentieel.
Meer lezen

Optimalisatie-Interactie: Educatieve chatbots voor leerlingen met leerstoornissen

Hogeschool PXL
2026
Josephine
Bouwens
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe AI-gestuurde educatieve chatbots kunnen worden afgestemd op de noden van leerlingen met leerstoornissen, met een focus op dyslexie en dysfasie. De stage vindt plaats binnen Eureka Expert BV, onderdeel van Eureka Leuven, een toonaangevend Belgisch expertisecentrum die personen met leerstoornissen begeleidt.
Binnen deze context wordt een prototype ontwikkeld van een AI-gedreven chatbot die optreedt als digitale studiebegeleider. Het systeem moet studeren ondersteunen door de leerling te ondervragen en gericht feedback te geven op basis van het studiemateriaal van de gebruiker. Hierbij wordt specifiek rekening gehouden met de noden van leerlingen met dyslexie en/of dysfasie.
Het systeem wordt ontwikkeld in React (TypeScript/Vite). De AI-functionaliteit wordt gerealiseerd via een Node.js/Express-backend met Google Gemini voor tekst- en spraakverwerking. Door gebruik te maken van Retrieval-Augmented Generation (RAG) via Gemini File Search worden antwoorden inhoudelijk afgestemd op het studiemateriaal.
Daarnaast wordt een literatuurstudie uitgevoerd naar informatieverwerking en effectieve leerstrategieën bij leerlingen met dyslexie en/of dysfasie. Op basis hiervan wordt onderzocht hoe een AI-chatbot deze strategieën kan ondersteunen. Daarnaast wordt onderzocht hoe system prompts geoptimaliseerd kunnen worden en wordt een promptstrategie uitgewerkt.
Tot slot wordt een evaluatie uitgevoerd met leerlingen gericht op hun gebruikservaring. Aan de hand van gerichte vragen wordt gepeild naar gebruiksvriendelijkheid, duidelijkheid, motivatie en ondersteuning. De resultaten worden verwerkt in een evaluatiematrix, die toelaat om verbeterpunten te formuleren voor zowel de chatbotinterface als de onderliggende promptstructuur.
Uit de ontwikkeling en evaluatie blijkt dat de AI-gestuurde chatbot potentieel heeft als aanvullende studieondersteuning voor leerlingen met dyslexie en/of dysfasie. De combinatie van Retrieval-Augmented Generation, aangepaste promptstrategieën, eenvoudige taal, herhaling en multimodale interactie zorgt ervoor dat de chatbot beter kan aansluiten bij de noden van deze doelgroep. Doordat de antwoorden gebaseerd worden op het studiemateriaal van de leerling, kan de ondersteuning inhoudelijk relevanter en meer contextgericht worden aangeboden.
De gebruikerstesten tonen aan dat de chatbot door leerlingen als motiverend en behulpzaam kan worden ervaren. Vooral de mogelijkheid om zelfstandig te oefenen, vragen te stellen, uitleg te krijgen en via spraak te communiceren, maakt de toepassing toegankelijker voor leerlingen die moeilijkheden ervaren met lezen, schrijven of taalverwerking. De chatbot biedt bovendien ruimte voor herhaling en directe feedback, wat kan bijdragen aan meer zelfvertrouwen en zelfstandigheid tijdens het studeren.
Tegelijkertijd moet de chatbot worden gezien als een ondersteunend hulpmiddel en niet als vervanging van een leerkracht of begeleider. De resultaten tonen aan dat AI waardevol kan zijn binnen gepersonaliseerde leerondersteuning, op voorwaarde dat de technologie zorgvuldig wordt afgestemd op de doelgroep en ingebed wordt in een veilige, pedagogisch verantwoorde leercontext. Deze bachelorproef toont daarmee aan dat een AI-gestuurde studiebegeleider een veelbelovende aanvulling kan vormen op bestaande digitale leerplatformen voor leerlingen met leerstoornissen.
Meer lezen

Voorbij het monsterbeeld: de haai als slachtoffer

HOGENT
2026
Marlies
Hemelinckx
Shark species are declining and anthropogenic pressures are on the rise.
This study investigates the occurrence and characteristics of anthropogenic injuries in bull sharks and oceanic blacktip sharks at Aliwal Shoal, Umkomaas, South Africa. The aim is to assess injury frequency, origin, type, anatomical distribution and seasonal variation, as well as the influence of photographic coverage on injury detection.
A total of 383 sharks were analysed, consisting of 53 bull sharks and 330 oceanic blacktip sharks. For bull sharks, 3,975 photographs were systematically reviewed, while 25,354 photographs were analysed for oceanic blacktip sharks. Data was collected using photographic records and classified according to injury presence, number, origin, type and body location. Seasonal patterns were derived from the month of observation and grouped into seasonal categories.
Anthropogenic injuries were recorded in both species, with a substantial proportion of individuals affected. Fishing-related injuries were the most frequent in both bull sharks and oceanic blacktip sharks, followed by vessel-related injuries. Most sharks exhibited a single injury, although multiple injuries per individual were also observed, particularly in oceanic blacktip sharks. Retained fishing gear and associated wounds were the most common injury type, while fins were the most frequently affected body region in both species.
Seasonal variation in newly observed injuries indicated differences in distribution across seasons, with relatively higher frequencies during warmer periods. Photographic analysis showed that a considerable proportion of sharks did not have full-body coverage, suggesting that some injuries may not have been detected and that reported values likely underestimate true occurrence.
Overall, the results demonstrate widespread anthropogenic interaction with sharks at Aliwal Shoal and highlight the importance of fisheries as the main source of injury, as well as the need for improved monitoring methods to better assess impacts on shark populations.
Meer lezen

Houding, de ruggengraat van ergonomie: De rol van (student)verpleegkundigen in de preventie van werkgerelateerde musculoskeletale aandoeningen in ziekenhuizen

Thomas More Hogeschool
2026
Lotte
Willio
Deze bachelorproef onderzoekt hoe (student)verpleegkundigen kunnen bijdragen aan de preventie van werkgerelateerde musculoskeletale aandoeningen (WMSD) door ergonomisch te handelen binnen de ziekenhuiscontext.

WMSD zijn lichamelijke klachten aan spieren, gewrichten en pezen die ontstaan door het werk, zoals rug-, nek- en schouderpijn. Ze komen opvallend vaak voor bij verpleegkundigen en zelfs al bij studenten, door een combinatie van fysieke belasting, psychosociale druk en organisatorische knelpunten.

Verpleegkundigen staan dicht bij de zorgvrager en voeren veel fysieke handelingen uit, maar ervaren daarbij vaak twijfel, tijdsdruk of een gebrek aan ondersteuning om ergonomisch te werken.

Deze bachelorproef brengt in kaart welke kennis, vaardigheden en hulpmiddelen zij nodig hebben om die belasting te verminderen. Uit de literatuur blijkt dat effectieve preventie steunt op educatie, ergonomische hulpmiddelen en een gedragen ergonomiecultuur op de werkvloer.

Op basis van deze inzichten werd een praktisch prototype ontwikkeld dat verpleegkundigen duidelijke handvatten biedt om ergonomie haalbaar en toepasbaar te maken. Het onderzoek toont dat vroege sensibilisering tijdens de opleiding en structurele ondersteuning essentieel zijn om zorgprofessionals duurzaam te beschermen.
Meer lezen

"Samen ontplooien we ons tot schattenjagers" - Onderzoek naar en het optimaliseren van de speel- en leerkansen bij de kinderen en jongeren in Mon Refuge (Togo).

Hogeschool VIVES
2026
Ade
BAEKE
  • Lize
    Verschelde
Deze bachelorproef kwam tot stand binnen het OPO Internationaal project van de VIVES Hogeschool in samenwerking met Togo Debout en ONG Ange. Het project situeert zich binnen een internationale uitwisseling in het centrum Mon Refuge, dat deel uitmaakt van ONG Ange. Dit centrum richt zich op kinderen en jongeren in kwetsbare leefsituaties. Tijdens onze eerste weken hebben we vooral geobserveerd en kregen we zicht op de lokale noden en behoeften. We merkten dat er veel spel- en activiteitenmateriaal aanwezig was, maar dat dit niet altijd overzichtelijk of toegankelijk was. Daarnaast wensten de begeleiders extra ondersteuning en inspiratie om meer verschillende educatieve en recreatieve activiteiten te organiseren. Vanuit deze noden ontwikkelden we het project: “Samen ontplooien we ons tot schattenjagers”.

Met deze bachelorproef probeerden we de begeleiders en animatoren handvaten te bieden om een gevarieerd spelaanbod te creëren. Enerzijds ontwikkelden we een activiteitengids met ludieke en pedagogische activiteiten die de begeleiders en animatoren kunnen ondersteunen. Hierin creëerden we vier categorieën; creatief, educatief, sportief en groepsspelen. We ontwikkelden een vast sjabloon met bijhorende uitleg over hoe je dit kan invullen. Zelf schreven we ook al heel wat verschillende soorten spelen uit en gaven we enkele tips en tricks voor het organiseren van een activiteit. Anderzijds werkten we een uitleensysteem uit om het aanwezige spelmateriaal toegankelijker en overzichtelijker te maken. Dit deden we door drie spelboxen te maken. Hierin maakten we een onderscheid tussen creatief spelmateriaal, gezelschapsspelletjes en materiaal voor buiten. Dit met als doel bij te dragen aan het uitbreiden van speelkansen en ontwikkelingskansen voor de kinderen en jongeren van Mon Refuge.

De bachelorproef steunt op theoretische kaders rond wenselijke preventie en ervaringsgericht werken. Hierbij leggen we voortdurend de link tussen theorie en praktijkervaring binnen Mon Refuge. We besteden ook aandacht aan de internationale en interculturele context waarin dit project gerealiseerd werd. Uit de praktijkervaring en evaluaties bleek dat het invoeren van een gevarieerde activiteitengids en een spelotheek een positieve invloed hadden op de speelkansen van de kinderen en jongeren. Zo zagen we meer gevarieerd spel ontstaan en waren de kinderen en jongeren doorheen de vrije momenten actiever dan voorheen. Tijdens het schrijven van deze bachelorproef kijken we met een kritische blik naar het proces en de resultaten. We merkten een enorme betrokkenheid van alle actoren doorheen het hele proces en bereidheid om ons project verder te zetten.
Meer lezen

Effectieve verpleegkundige hulpmiddelen en communicatiestrategieën bij medicatie-educatie voor anderstalige patiënten

Hogeschool UCLL
2026
Sushma
Paudel
Deze bachelorproef onderzoekt welke verpleegkundige hulpmiddelen en communicatiestrategieën kunnen bijdragen aan veilige en begrijpelijke medicatie-educatie voor anderstalige patiënten. Taalbarrières kunnen leiden tot misverstanden, foutief medicatiegebruik en verminderde therapietrouw, waardoor ook de patiëntveiligheid in het gedrang kan komen.

Aan de hand van een systematische literatuurstudie werden zes recente wetenschappelijke artikelen geselecteerd en kritisch beoordeeld. De resultaten tonen aan dat een gecombineerde en patiëntgerichte aanpak het meest aangewezen is. Medicatie-informatie in de voorkeurstaal van de patiënt, vereenvoudigde instructies, pictogrammen en de teach-backmethode kunnen het begrip ondersteunen. Digitale vertaalhulpmiddelen kunnen een aanvullende rol spelen, maar zijn bij complexe medische informatie geen volwaardige vervanging voor professionele tolken of menselijke communicatie.

Op basis van de bevindingen werden praktische aanbevelingen en hulpmiddelen uitgewerkt voor de verpleegkundige praktijk, waaronder medicatiekaarten met pictogrammen, een beslisboom voor het omgaan met taalbarrières en een implementatieplan. Hiermee wil deze bachelorproef bijdragen aan toegankelijke, patiëntgerichte en veilige medicatiezorg voor anderstalige patiënten.
Meer lezen

Postoperatieve pijnbehandeling na chirurgie met blokverdoving.

Hogeschool PXL
2026
Judith
Debacker
Mijn scriptie gaat over postoperatieve pijn na een orthopedische ingreep waarbij blokanesthesie is toegepast, ook wel reboundpijn genoemd. Ik heb de incidentie van pijn onderzocht en samen met artsen en anesthesisten een nieuw protocol samengesteld waarbij ik vooral de rol als verpleegkundige mee uitwerkte.
Meer lezen

Strategische markttoetreding tot de Duitse voedingssupplementensector

Hogeschool UCLL
2026
Brent
Goris
Verschillende Vlaamse kmo’s actief in de voedingssupplementensector richten zich in de beginfase voornamelijk op de Belgische, Nederlandse en Franse markt. Dit is grotendeels te verklaren door het feit dat zowel het Frans als het Nederlands in Vlaanderen de meest gesproken talen zijn, wat de toetredingsdrempel tot deze markten verlaagt. Echter grenst België ook aan een andere veelbelovende markt: de Duitse markt. Met ruim 83 miljoen inwoners is deze markt qua omvang bijna even groot als de Belgische, Nederlandse en Franse markt samen. Maar hoe kan een Vlaamse kmo actief in de voedingssupplementensector succesvol intrede doen tot deze markt?

Het doel van dit onderzoek is dan ook om de Vlaamse kmo’s actief in de voedingssupplementensector een beter beeld te geven van deze markt en haar potentieel. Hiervoor is de volgende onderzoeksvraag opgesteld: Hoe kan de Vlaamse onderneming We’R Nutrition zich strategisch voorbereiden op een succesvolle markttoetreding in Duitsland?
Onder ‘strategische voorbereiding’ wordt in deze context verstaan: het grondig in kaart brengen van de Duitse markt voor voedingssupplementen, waarna de onderneming een beter inzicht krijgt in de relevante factoren die een potentiële markttoetreding bepalen en beïnvloeden.

Om een antwoord te kunnen formuleren op deze onderzoeksvraag werden er een aantal deelvragen opgesteld waarin er een combinatie van desk- en fieldresearch voorkomt. Zo wordt er binnen deskresearch onder andere dieper onderzoek gedaan naar de Duitse markt waarin het marktpotentieel duidelijk in kaart wordt gebracht. In het kader van fieldresearch werden Duitse consumenten effectief bevraagd over hun aankoopgedrag en voorkeuren met betrekking tot voedingssupplementen. Uit de resultaten van de bevraging bleek dat een meerderheid van de Duitse consument wetenschappelijke productonderbouwing en transparantie zeer belangrijk vindt. Daarnaast werd een case study uitgevoerd op een Belgisch merk, dat reeds succesvol zijn intrede heeft gedaan op de Duitse markt, en werden de bevindingen uit het deskresearch afgetoetst met de praktijk door middel van een eigen praktijktoetsing tijdens de stageperiode bij We'R Nutrition.

Op basis van deze resultaten wordt ten slotte een strategisch stappenplan uitgewerkt, met concrete aanbevelingen die We’R Nutrition kan toepassen om een effectieve en doordachte intrede te realiseren op de Duitse markt. Op die manier biedt dit onderzoek niet enkel voor We'R Nutrition, maar ook voor andere Vlaamse kmo's binnen de voedingssupplementensector, een waardevol referentiekader bij het overwegen van een internationale uitbreiding naar de Duitse markt. Het is aan de ondernemingen zelf om na het lezen van de aanbevelingen een uiteindelijke go/no-go-beslissing te nemen.
Meer lezen

Hoe verlicht AI het werk van leerkrachten met weinig AI-ervaring?

AP Hogeschool Antwerpen
2026
Magnus
Van Dyck
  • Tayyba
    Chaudery
  • Ikram
    Saïd
  • Hafsa
    El Mousati
  • Brent
    Vanhoof
AI verlicht vooral taken zoals lesvoorbereiding, differentiatie, evaluatie, administratie en creatieve opdrachten. Leerkrachten kunnen hierdoor sneller materiaal ontwikkelen en efficiënter werken. Tegelijk blijft een kritische houding noodzakelijk: AI‑output moet gecontroleerd worden, scholen moeten duidelijke richtlijnen voorzien en leerkrachten hebben opleiding en tijd nodig om te experimenteren. AI ondersteunt het denkproces, maar mag het nooit vervangen.
Meer lezen