Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Characterization of Cannabidiol-Mediated 5-HT2A Receptor Modulation Under Variable Receptor Expression Conditions

Universiteit Gent
2026
Ruben
Stiers
De 5-HT2A-receptor is het belangrijkste aangrijpingspunt van klassieke psychedelica. Een recente studie suggereerde dat cannabidiol (CBD) die receptor kan dempen als negatieve allosterische modulator. Omdat allosterische effecten vaak sterk afhangen van de proefopzet, onderzocht deze masterproef hoe robuust dat effect is. Daarvoor werden HEK293-cellen gebruikt waarin het aantal receptoren via tetracycline instelbaar was, met Ca²⁺-mobilisatie als uitlezing.
Bij hoge receptorexpressie had CBD geen effect, evenmin als zijn spiegelbeeldvorm (+)-CBD, de metabolieten 6-OH-CBD en 7-COOH-CBD en de beschreven positieve modulatoren oleamide en JPC0323. Bij lagere expressie verminderde CBD de maximale serotonine-respons met ongeveer 26%, maar alleen na een uur voorbehandeling met 10 µM. Mescaline-responsen waren gevoeliger. De effecten zijn bescheiden en sterk contextafhankelijk, dus hun fysiologische relevantie blijft onzeker. Verdere assays en controles op CBD-aggregatie zijn nodig.
Meer lezen

GENDER DIVERSITY MEETS BDSM-SUBCULTURE: Experiencing and sharing kinks online: a FetLife reception study

Universiteit Gent
2026
Marie-Anne
Craenen
Leden uit subculturele BDSM-gemeenschappen groeperen zich in digitale ruimtes als de FetLife-website. De toenemende interesse in kink en BDSM is weerspiegeld in het aantal academische studies die het onderwerp vanuit verschillende invalshoeken benaderen, maar The Next Generation (TNG), namelijk jongere leden tussen 18 en 35 jaar, blijft onderbelicht. Het doel van deze studie was om de lived experiences van TNG binnen de online community te bestuderen via walkthroughs en semigestructureerde interviews, gecodeerd door middel van close reading en thematische analyse. Onderzoeksvragen betroffen gebruik van het platform, doel van gebruik, ervaringen rond veiligheid en betekenisgeving van intimiteit. De resultaten tonen aan dat FetLife fungeert als hybride omgeving waarin gebruikerservaringen vorm krijgen doormiddel van interactie tussen platformarchitectuur, waarden van de gemeenschap en bredere sociale structuren. Ervaringen verschillen volgens genderidentiteit, ervaringsniveau en positionering binnen de community. Doelstellingen convergeren rond informatieverwerving en betrokkenheid tot de gemeenschap, maar verschillen in bewustzijn over risico’s, waarbij vrouwen en non-binaire gebruikers namelijk voorzichtiger omgaan met het platform en beschermende strategieën hanteren. Tenslotte wordt intimiteit ervaren als gelaagd concept dat verder reikt dan louter seksualiteit.
Meer lezen

Potential of African Diasporic Spatiality in Adaptive Reuse and Postcolonial Placemaking

Universiteit Hasselt
2026
Brenda Jerotich
Maswan
By examining the postcolonial condition of the European metropole, as influenced by colonial and postcolonial migration, this thesis explores how African diasporic communities in Brussels engage in spatial practices as a legitimate form of architectural knowledge. Focusing on Molenbeek-Saint-Jean and Matongé, it argues that the incremental, vernacular adaptations through which African migrants appropriate and reinterpret the European built environment constitute an alternative approach to placemaking. This approach has often been overlooked by conventional heritage and planning systems.
Drawing on postcolonial theory, diasporic urbanism, and African diasporic spatial
practice, this thesis develops a critical framework for reading African diasporic spatial
practice not as informality or deficit, but as a culturally embedded, socially driven
architectural knowledge. This framework is tested through ethnographic research of
Luce Beeckmans and site-writing, following Jane Rendell’s concept of critical spatial
practice, and applied through a design project for a former industrial complex at Rue
De Courtrai and Rue d’Ostende in Molenbeek.
The design proposes an adaptive reuse strategy grounded in the African diasporic
logic of negotiated visibility—the practice of managing presence and withdrawal
across the city and building scales simultaneously. By preserving existing street
façades, directing transformation inward through the inner block, and retaining existing
users, the project translates African diasporic spatial qualities into an architectural
methodology capable of producing an inclusive social infrastructure while resisting the
displacement pressures of ongoing urban renewal. In doing so, it positions adaptive
reuse not as a technical or aesthetic strategy but as a cultural and political redefinition
of space—one that recognises the African diaspora community in Molenbeek as
spatial agents in postcolonial placemaking.
Meer lezen

Butyrate as a Potential Therapeutic Intervention for Chemotherapy-Induced Cognitive and Behavioural Impairments in a Hyper-CVAD Mouse Model

KU Leuven
2026
Amber
Gordts
Kanker is een veelvoorkomende en ingrijpende ziekte waarvan de prevalentie blijft toenemen. Tegelijkertijd hebben vooruitgang in de behandeling en vroegtijdige opsporing geleid tot een groeiende groep mensen die kanker overleven. Chemotherapie blijft een belangrijke pijler binnen de behandeling van veel kankers, maar de effecten ervan beperken zich niet tot kankercellen. Omdat chemotherapeutische middelen ook gezonde cellen kunnen aantasten, ervaren veel patiënten tijdens en na de behandeling ongewenste bijwerkingen. Een klinisch relevante klacht is chemotherapie-geïnduceerde cognitieve achteruitgang (chemotherapy-induced cognitive impairment; CICI), die zich kan uiten in moeilijkheden op het vlak van aandacht, concentratie, leren, geheugen, visueel-ruimtelijke vaardigheden en executief functioneren. Klachten gerelateerd aan chemotherapie beperken zich echter niet tot cognitieve functies, maar omvatten ook bredere lichamelijke, psychologische en sensorische veranderingen. Samen kunnen deze klachten het dagelijks functioneren en de levenskwaliteit negatief beïnvloeden.

Daarom onderzocht deze studie in welke mate het Hyper-CVAD-polychemotherapieregime cognitieve, gedragsmatige en sensorische veranderingen veroorzaakt in een preklinisch muismodel, en in welke mate gelijktijdige orale toediening van butyraat deze veranderingen kan verminderen. In tegenstelling tot veel preklinische studies die zich richten op afzonderlijke chemotherapeutische middelen of eenvoudige combinaties, werd in deze studie gebruikgemaakt van het klinisch relevante, uit meerdere middelen bestaande Hyper-CVAD-regime, wat de vertaalbaarheid naar de klinische praktijk vergroot. Butyraat, een korteketenvetzuur, werd onderzocht omdat eerder onderzoek wijst op gunstige effecten ervan op zowel het functioneren van de darmen als de hersenen, evenals op cognitieve, gedragsmatige en motorische beperkingen in andere preklinische modellen van neurodegeneratieve aandoeningen. Om de onderzoeksvragen te beantwoorden, werden 72 volwassen vrouwelijke C57BL/6J-muizen verdeeld over vier groepen: saline met controle-interventie, saline met butyraat, chemotherapie met controle-interventie en chemotherapie met butyraat. Na drie weken waarin enkel de interventie werd toegediend en vier weken waarin de interventie gelijktijdig met de behandeling werd toegediend, ondergingen de muizen een reeks gedragstesten. Deze brachten locomotorische activiteit (24-Hour Activity, Open Field), exploratief en angstgerelateerd gedrag (Open Field, Elevated Plus Maze), leren en geheugen (T-Maze, Passive Avoidance) en thermische pijngevoeligheid (Tail Flick) in kaart.

De resultaten ondersteunden de hypothesen gedeeltelijk. Het Hyper-CVAD-regime veroorzaakte gewichtsverlies en veranderde de spontane locomotorische activiteit in de 24-Hour Activity-test, evenals de locomotorische activiteit, exploratie en het angstgerelateerde gedrag in de Open Field-test en de thermische pijngevoeligheid in de Tail Flick-test. Butyraat verminderde deze veranderingen het duidelijkst in de Open Field- en Tail Flick-testen, terwijl de effecten op het lichaamsgewicht en de 24-Hour Activity-test minder consistent waren. Er werd geen duidelijk bewijs gevonden dat Hyper-CVAD of butyraat het angstgerelateerde gedrag in de Elevated Plus Maze, het ruimtelijk werkgeheugen in de T-Maze of het associatief leren en geheugen in de Passive Avoidance-test beïnvloedde.

Concluderend veroorzaakte het Hyper-CVAD-regime veranderingen in verschillende, maar niet alle, onderzochte cognitieve, gedragsmatige en sensorische uitkomsten, terwijl butyraat een gedeeltelijk potentieel vertoonde om deze veranderingen tegen te gaan. Butyraat biedt daarom perspectief voor verder onderzoek naar chemotherapie-geïnduceerde cognitieve, gedragsmatige en sensorische klachten.
Meer lezen

Langlezend!

Hogeschool PXL
2026
Nina
Reumers
Binnen deze bachelorproef werd onderzocht hoe bibliotheken en scholen sterker kunnen
samenwerken rond leesbevordering binnen de eerste graad A-stroom. Aan de hand van
literatuuronderzoek, interviews met bibliotheken en leerkrachten, analyses van leerplannen
en methodes en overlegmomenten binnen het project Langlezend! werd nagegaan welke
noden er vandaag bestaan rond leesmotivatie en leesbevordering binnen de
onderwijspraktijk.

Uit het onderzoek bleek dat veel leerkrachten nood hebben aan overzichtelijke, betrouwbare en direct bruikbare materialen rond lezen en literatuur. Tegelijk organiseren bibliotheken al heel wat sterke initiatieven, maar vinden deze niet altijd hun weg naar de klaspraktijk, of proberen ze veel dezelfde dingen uit in hun regio en zouden ook zij graag inspiratie opdoen.

Vanuit deze vaststellingen werd in samenwerking met smartICT een databank ontwikkeld waarin leesbevorderend materiaal, bibliotheekinitiatieven en lesideeën centraal verzameld worden. Deze databank zal in september 2026 officieel gelanceerd worden.

Daarnaast werd ook gewerkt rond een samenleesapp die in de toekomst gelanceerd zal
worden. Op basis van deze app werd een interactieve lessenreeks ontwikkeld waarin leerlingen samen lezen, reageren op teksten en deelnemen aan digitale leesgroepen. De lessenreeks werd geïntegreerd binnen de databank als voorbeeld van innovatief leesbevorderend materiaal.

Deze bachelorproef toont aan hoe belangrijk de ondersteuning van leerkrachten is binnen leesbevordering en hoe scholen en bibliotheken elkaar hierin kunnen versterken.
Meer lezen

PROEF JIJ ZOET? EEN PRAKTIJKGERICHT ONDERZOEK NAAR DE INZET VAN SENSORISCHE EN NUTRITIONELE WERKVORMEN BIJ SUIKERREDUCTIE BINNEN DE DIEETPRAKTIJK.

Hogeschool UCLL
2026
Ilayda
Gümüs
  • Siska
    Vanderheyden
Deze scriptie onderzoekt hoe sensorische technieken kunnen helpen om minder suiker te consumeren zonder in te boeten aan smaakbeleving. Er werd nagegaan hoe sensorische eigenschappen zoals geur, kleur en textuur de zoetwaarneming beïnvloeden en hoe diëtisten deze inzichten kunnen toepassen in hun begeleiding. Op basis van de resultaten werd de workshop ‘Proef jij zoet?’ ontwikkeld, waarmee diëtisten op een praktische en interactieve manier kennismaken met sensorische technieken voor suikerreductie.
Meer lezen

The Effect of Intralingual Subtitles on Incidental Vocabulary Acquisition in A1-A2 Learners of Spanish as a Foreign Language for Specific Purposes

Universiteit Antwerpen
2026
Elisa
Mames Antuna
Deze scriptie onderzoekt het effect van Spaanse ondertitels op het leren van nieuwe woordenschat bij beginnende studenten Spaans voor Bedrijf en Economie. Aan de hand van een experiment met 172 studenten wordt nagegaan of video’s met Spaanse ondertitels bijdragen aan de verwerving van nieuwe woordenschat. Daarnaast wordt gekeken naar de invloed van tekstbegrip, voorkennis van het Spaans en kennis van andere talen op het leerproces.
Meer lezen

Autogenic Pressure Carbonisation of Mixed Non-Recyclable Plastic Waste for Carbon Capture Applications

KU Leuven
2026
Wout
Deconninck
Deze masterproef onderzoekt of moeilijk recycleerbaar plasticafval, zoals PET-afval en sigarettenfilters, kan worden omgezet in poreuze actieve kool voor CO₂-capture. Hiervoor werd autogene drukcarbonisatie (APC) gecombineerd met KOH-activatie. Vooral PET-afval leverde veelbelovende resultaten op: het specifieke oppervlak steeg tot 1205 m²/g en er ontstond een sterk microporeuze structuur die geschikt is voor CO₂-adsorptie. Sigarettenfilters konden eveneens worden omgezet in koolstofrijk materiaal, terwijl een mengsel van beide afvalstromen geen positieve synergie vertoonde. De CO₂-opnametesten toonden hoge, maar nog verkennende waarden. Het onderzoek toont zo het potentieel om moeilijk recycleerbaar afval te valoriseren tot een materiaal met een mogelijke toepassing in CO₂-afvang.
Meer lezen

Onzichtbare helden zichtbaar maken

Arteveldehogeschool Gent
2026
Fien
Vervaet
  • Uma
    Claeys
  • Helin
    Can
  • Julia
    Delmeire
  • Xander
    De Maesschalck
  • Marit
    Degrendel
  • Mirte
    Van Steenkiste
Jonge mantelzorgers nemen thuis zorgtaken op die voor hun omgeving vaak onzichtbaar blijven. Deze bachelorproef onderzoekt hoe jongeren tussen 12 en 18 jaar die opgroeien met een ouder met psychische problemen of een afhankelijkheidsproblematiek beter ondersteund kunnen worden op lokaal niveau. De praktijkvraag werd aangebracht door Stad Gent.

Via een literatuurstudie, interviews met professionals en jonge mantelzorgers, een groepsgesprek en een enquête brachten we hun ervaringen en noden in kaart. Erkenning, begrip, ruimte om jong te zijn en laagdrempelige ondersteuning kwamen daarbij naar voren. Veel jongeren ervaren hun zorgtaken als vanzelfsprekend en herkennen zichzelf niet als mantelzorger. Contact met lotgenoten kan hen helpen om zich minder alleen te voelen.

Op basis van deze inzichten ontwikkelden we het concept ‘Onzichtbare helden zichtbaar maken’: een interactieve tentoonstelling met foto’s, getuigenissen, een kortfilm, creatieve workshops en een muur waarop bezoekers ervaringen kunnen delen. Het concept wil jonge mantelzorg zichtbaar en bespreekbaar maken en jongeren de weg naar ondersteuning tonen. Daarnaast formuleren we aanbevelingen voor een mobiele tentoonstelling en een toolbox waarmee scholen jonge mantelzorgers beter kunnen herkennen en begeleiden.
Meer lezen

Zintuiglijke beleving in WZC Wilgendries te Voorde

HOGENT
2026
Jan
Desmet
  • Stephanie
    De Vreese
  • Hannah
    Libbrecht
  • Kim
    Robrecht
Deze bachelorproef onderzoekt hoe laagdrempelige zintuiglijke prikkeling dwaalgedrag bij mensen met (jong)dementie kan ombuigen naar rust en geborgenheid. Aan de basis ligt een cruciale paradigmaverschuiving: afstappen van een medisch tekortmodel dat dwaalgedrag ziet als ‘probleemgedrag’, naar een sociaal-relationele benadering waarin dwaalgedrag wordt erkend als een betekenisvolle, menselijke zoektocht naar veiligheid en identiteit.

In woonzorgcentrum Wilgendries te Voorde werd een ingetogen gang van 140 meter getransformeerd op basis van onderzoeksmethodes, de levensverhalen en zintuiglijke voorkeuren van de bewoners. Interventies zoals houten voelboxen met een schapenvacht, een vogelhuisje op bewegingssensor en snuistermandjes tonen aan dat eenvoudige, herkenbare voorwerpen effectiever en duurzamer kunnen zijn dan dure technologie. Ook werd een praktijkgids ontwikkeld met onderbouwde gebruikerstips en toekomstige ideeën, voor een duurzame verankering.
Meer lezen

Een robot die leert luisteren

Universiteit Gent
2026
Gaëlle
Snoeckx
Eenzaamheid bij ouderen is een groeiend gezondheidsprobleem, en sociale robots kunnen een aanvulling zijn op menselijk contact. Robots met een taalmodel praten vlot, maar luisteren slecht. Deze scriptie laat een tweede taalmodel meeluisteren dat de robot in realtime bijstuurt. In een test met zestien deelnemers en de robot Pepper werd de robot proactiever en reageerde hij in stressvolle gesprekken beter op emoties.
Meer lezen

Pulled in the Wrong Direction! Rethinking Response Control in Computational Models of Conflict Tasks

KU Leuven
2026
Stien
Mommen
In daily life, we constantly make decisions that require us to navigate multiple sources of information. For example, when deciding whether to push or pull to open a door, the design of the door handle may trigger the automatic response tendency to pull, while a “push” sign indicates the opposite response. This mismatch illustrates how various informational cues can signal different response options that compete for activation, thereby placing demands on our ability to control responses. Such situations have sparked a large body of research to study how well individuals can flexibly control their responses during cognitive conflict.

The central problem identified and addressed in this Master Thesis is that current conceptualizations of response control lack the specificity to provide a complete picture of this control ability. Traditionally, researchers have relied on summary statistics that only provide a coarse description of response control. The move toward computational modeling, with the Diffusion Model for Conflict tasks (DMC), allows response control to be studied in terms of latent processes that give rise to behavior. Despite these advances, I argue that a critical oversight remains: current model-based measures of response control neglect the full state of the decision-maker. Specifically, distractor strength, as quantified by the model’s “peak amplitude” parameter, is used as a proxy for response control. In other words, the notion of response control is often approached in a narrow and isolated manner. To address this oversight, the present thesis aims to refine the conceptualization of response control by taking the broader decision context into account. The first part therefore investigates how peak amplitude interacts with other DMC parameters, using a simulation-based approach. Based on these findings, alternative measures of response control are developed and systematically evaluated against comparative criteria. In the final part of the present work, the most robust measure is applied on empirical data in relation to the existence of a common response control mechanism underlying performance in different conflict tasks.

Through theoretical simulations, the results show that peak amplitude should not be considered in isolation to study response control. Rather, the effect of distractor strength (peak amplitude) on behavior depends on the amount of evidence one accumulates (decision boundary) and efficiency of evidence accumulation (drift rate). This has important implications: two individuals with the same peak amplitude may nevertheless differ greatly in how cognitive conflict impacts their decision formation. Therefore, I provide a novel conceptualization of response control that accounts for the dynamic interplay between automatic and controlled activation. Specifically, Triple R emerges as the most robust model-based measure of response control among the set of candidates outlined in this thesis. Furthermore, when applied to empirical data, the significant positive correlation of Triple R between different conflict tasks provides evidence for a common response control mechanism across contexts. This finding speaks directly to the long-standing debate on the domain-generality of response control and demonstrates the value of Triple R as a context-sensitive measure of response control.
Meer lezen

AI-ondersteunde vergelijkende analyse van internationale evoluties in de officina-apotheekpraktijk en hun relevantie voor de Belgische praktijk

Universiteit Antwerpen
2026
Cassandra
Krols
Deze masterproef onderzoekt hoe apothekers internationaal een ruimere rol opnemen in de zorg en wat België daarvan kan leren. Ik vergeleek twaalf landen aan de hand van veertien thema’s, waaronder bevoegdheden, opleiding, financiering en samenwerking met andere zorgverleners. Artificiële intelligentie ondersteunde het verzamelen en ordenen van informatie. De broncontrole en interpretatie voerde ik zelf uit. De vergelijking toont dat extra zorgtaken ook voldoende tijd, passende vergoeding, opleiding en toegang tot medische gegevens vragen. De bevindingen werden gebundeld in een interactief landenoverzicht.
Meer lezen

Polair gefunctionaliseerde polyolefinen vertrekkende van NBR

KU Leuven
2026
Luka
Wouters
Jaarlijks wordt meer dan 230 miljoen ton polyolefinen geproduceerd, waarmee ze de meest geproduceerde kunststoffen wereldwijd zijn. Hun populariteit is voornamelijk te danken aan hun lage kost, lichtgewicht, slijtvastheid en goede verwerkbaarheid. Niettemin vertonen polyolefinen belangrijke beperkingen op het vlak van ontwerpvrijheid en compatibiliteit met polaire materialen. Door hun apolaire structuur hebben ze beperkte bedrukbaarheid, adhesie en mechanische performantie. Daardoor worden polyolefinen vaak gecombineerd met potentieel schadelijke additieven of verwerkt in complexe polymeermengsels en multilayerstructuren, wat hun recycleerbaarheid drastisch vermindert. Hierdoor eindigen intrinsiek recycleerbare materialen zoals polyolefinen vaak alsnog in verbrandingsinstallaties of stortplaatsen.
Polair-gefunctionaliseerde polyolefinen vormen een veelbelovend alternatief dat deze beperkingen kan aanpakken zonder de nood aan schadelijke additieven of complexe polymeermengsels. Zelfs een lage functionalisatiegraad kan leiden tot aanzienlijke verbeteringen in compatibiliteit met polaire materialen, adhesie, bedrukbaarheid en taaiheid, terwijl de intrinsiek gunstige eigenschappen van conventionele polyolefinen zoals slijtvastheid en verwerkbaarheid behouden blijven. Huidige synthesestrategieën vereisen echter vaak dure monomeren, extreme reactieomstandigheden, en bieden daarenboven weinig controle over het gehalte aan ingebouwde functionele groepen.
Om deze tekortkomingen aan te pakken, ontwikkelden we een nieuwe driestapsmethode voor de synthese van polair-gefunctionaliseerde polyolefinen met nauwkeurige controle over het gehalte aan polaire groepen, zonder gebruik te maken van extreme reactieomstandigheden of dure reagentia. Het commercieel beschikbare poly(acrylonitril-co-butadieen) (NBR) werd gekozen als startmateriaal en werd succesvol omgezet in een reeks polair-gefunctionaliseerde polyolefinen. In tegenstelling tot bestaande methoden vertrekt deze synthese van een polymeer dat reeds een hoog gehalte aan functionele groepen (nitrillen) bevat. In een retro-hydrocyanatiestap wordt vervolgens selectief een gecontroleerde fractie nitrilgroepen geëlimineerd tot dubbele bindingen, wat een precieze afstemming van het gehalte aan functionele groepen mogelijk maakt. Een daaropvolgende ruthenium-gekatalyseerde hydrogenering leidt tot de vorming van een amino-gefunctionaliseerde polyolefine. In een derde stap worden de aminogroepen van dit intermediaire polymeer verder gefunctionaliseerd tot diverse stikstofgefunctionaliseerde polyolefinen. In deze studie ligt de focus op de acylatie en ftalimidevorming, hoewel de methode kan worden uitgebreid naar andere functionalisaties.
Samenvattend biedt deze nieuwe methode een flexibele syntheseroute naar stikstofgefunctionaliseerde polyolefinen, die een veelbelovend alternatief vormen voor toepassingen waarin verbeterde eigenschappen zoals taaiheid, bedrukbaarheid, adhesie en compatibiliteit met polaire materialen vereist zijn. Toekomstig onderzoek zal zich richten op een diepgaande karakterisatie van de mechanische eigenschappen en het identificeren van potentiële toepassingen van deze polymeren.
Meer lezen

FinvictumX: Omdat iedereen recht heeft op financiële kennis

Hogeschool VIVES
2026
Sem
Bruynseraede
Dit eindwerk onderzoekt het belang van financiële educatie in een samenleving waarin steeds meer mensen zelfstandig toegang krijgen tot financiële markten. De drempel om te beleggen is sterk verlaagd, terwijl de hoeveelheid beschikbare financiële informatie voortdurend toeneemt. Die toegankelijkheid betekent echter niet automatisch dat mensen over voldoende kennis en vaardigheden beschikken om financiële producten, risico’s en beleggingsbeslissingen goed te begrijpen.

Het onderzoek gaat na welke rol financiële educatie kan spelen in het versterken van financiële kennis en vaardigheden. Daarbij wordt onderzocht welke kennis beleggers nodig hebben, hoe financiële concepten op een begrijpelijke en gestructureerde manier kunnen worden aangeleerd en welke factoren bijdragen aan een effectief leerproces. Naast financiële basiskennis wordt aandacht besteed aan onder meer risicobeheer, beleggingsstrategieën, beleggerspsychologie en het kritisch beoordelen van financiële informatie.

Ook wordt onderzocht hoe digitale technologie het aanbieden van financiële educatie kan ondersteunen. Daarbij komen onder meer gepersonaliseerde leertrajecten, interactieve leermethoden en artificiële intelligentie aan bod. Het onderzoek bekijkt daarnaast hoe financiële educatie kan worden opgebouwd voor verschillende niveaus van voorkennis, van beginnende tot meer ervaren beleggers.

Op basis van deze inzichten wordt een concreet concept voor een digitale leeromgeving uitgewerkt. Het eindwerk toont daarmee hoe financiële educatie kan bijdragen aan een beter begrip van financiële keuzes en mensen kan helpen om bewuster, kritischer en met meer inzicht met hun financiën en beleggingen om te gaan.
Meer lezen

Computational fluid dynamics (CFD) simulatie en validatie van wandbevochtiging voor methanol poortbrandstofinjectie

Universiteit Gent
2026
Lien
Spruytte
De wereldwijde maritieme sector staat onder toenemende druk om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, onder meer door regelgevingen zoals het Europese Fit for 55-pakket. Methanol wordt daarbij gezien als een veelbelovende alternatieve brandstof voor bestaande motoren die worden omgebouwd naar een dual-fuelwerking. De hoge verdampingswarmte en lage vluchtigheid van methanol zorgen er echter voor dat de brandstof gemakkelijk op de cilinderwand neerslaat. Dit kan leiden tot problemen met de homogeniteit van het brandstof-luchtmengsel en de stabiliteit van de motor.

Als eerste stap wordt in deze thesis een uitgebreide literatuurstudie uitgevoerd. Hierbij wordt de achtergrond van methanol als alternatieve brandstof besproken, samen met de belangrijkste gevolgen ervan voor de werking van de motor. Vervolgens wordt de huidige stand van de kennis over wandbevochtiging (wall wetting) in systemen met poortbrandstofinjectie (Port Fuel Injection, PFI) kritisch geanalyseerd. Op basis van deze literatuurstudie wordt een duidelijke onderzoekskloof geïdentificeerd en worden de onderzoeksvragen geformuleerd.

In deze thesis wordt vervolgens een op Computational Fluid Dynamics (CFD) gebaseerd model ontwikkeld en gevalideerd in CONVERGE om het gedrag van methanol op de cilinderwand bij poortbrandstofinjectie te simuleren. Het model maakt gebruik van een Lagrangiaanse-Euleriaanse aanpak, gecombineerd met het Bai-Gosman-model voor de interactie tussen de brandstofspray en de wand en met conjugate heat transfer. Het numerieke model wordt gevalideerd aan de hand van experimentele gegevens en de beperkingen van het model worden besproken.

Tot slot wordt met behulp van een systematische Latin Heuristic Sampling-studie onderzocht welke invloed de injectiedruk, brandstoftemperatuur en omgevingstemperatuur hebben op de dikte, oppervlakte en massa van de brandstoffilm op de wand.
Meer lezen

"We worden een deel van de omstandigheden". Een intersectionele en familiehistorische analyse van de postkoloniale migratie van een Belgisch koppel naar Congo en Burundi (1964-1969)

Universiteit Antwerpen
2026
Emmelie
Degreef
Met een intersectionele en familiehistorische analyse van de microcasus van mijn grootouders, Floris Degreef en Maria Billet, onderzoekt deze masterthesis gelaagde relaties van ras, klasse en gender in de Congolese en Burundese samenleving in de jaren zestig. Dit microhistorisch onderzoek belicht de alledaagse sociale dynamieken die door een focus op postkoloniale macroconflicten vaak overschaduwd worden. De familiehistorische benadering maakte de bespreking van zowel gevoelige en emotionele als alledaagse ervaringen mogelijk. De methodologische valkuilen die gepaard gaan met de beperkte afstand tot de historische actoren zijn via bronnenverweving en discoursanalyse opgevangen. De intersectionele analyse benadert de categorieën ras, gender en klasse als verschuivende processen die met elkaar in verband staan en een invloed uitoefenen op machtsverhoudingen. Individuele privileges veranderden in de Congolese en Burundese postkoloniale context van de jaren zestig voortdurend en zijn heel plaatsafhankelijk. Binnen de bedrijfscontext werd Floris’ positie gekenmerkt door een oudkoloniale ‘witte’ dominantie en ontwikkelingsideologie. Daarbuiten werd de wisselwerking tussen Floris’ ras en klasse complexer. Als witte vrouw bevond Maria zich daarnaast op een complex kruispunt. Binnen de transformerende raciale hiërarchieën ervaarde ze angst, maar tegelijkertijd verkreeg ze een meer egalitaire positie binnen een expatgemeenschap waarin rigide sociale conventies vervaagden. De geografische vergelijking benadrukt tot slot dat het Hutu-Tutsi-conflict in Burundi door blijvende etnisch-koloniale structuren gedomineerd werd, waardoor de raciale concurrentie, zoals die in Congo duidelijk aanwezig was, naar de achtergrond gedrukt werd.
Meer lezen

Normativiteit in het "niet-opvangbeleid"

KU Leuven
2026
Manon
Rupus
In 2023 kondigde Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor aan dat alleenstaande mannelijke asielzoekers tijdelijk geen opvang meer zullen krijgen in het netwerk van Fedasil. Terwijl deze maatregel vaak wordt voorgesteld als een praktisch antwoord op een capaciteitstekort, stelt dit onderzoek de vraag in hoeverre onderliggende cis-heteronormatieve ideeën over gender, gezin en kwetsbaarheid doorwerken in deze beleidskeuze.

Enerzijds kijkt een kritische discoursanalyse naar hoe beleid, media en middenveldorganisaties spreken over (mannelijke) asielzoekers en hun "deservingness" voor opvang. Anderzijds wordt aan de hand van interviews en via narratieve en visuele methoden ingezoomd op de ervaringen van queer asielzoekers in België. Hoe worden zij geconfronteerd met deze normatieve assumpties? Hoe beïnvloeden die hun traject naar en binnen huisvesting? En hoe gaan ze daarmee om in hun dagelijkse leven?

Het onderzoek toont dat "deservingness" voor opvang sterk afhankelijk is van normatieve constructies van herkenbaarheid en kwetsbaarheid, wat resulteert in inclusie of exclusie van de opvang. Alleenstaande mannelijke asielzoekers worden binnen het dominante discours zelden als inherent kwetsbaar erkend en hun nood aan opvang komt vooral voor in de vorm van uitzonderingen. De voorrang van gezinnen en kinderen blijkt bovendien ingebed in cisheteronormatieve ideeën over het ‘normale’ en herkenbare asielzoekers. En hoewel men vaak stelt dat queer asielzoekers kwetsbaar zijn, wordt ook hun toegang tot opvang beïnvloed door hun gender, hun gezinsstatus en hoe hun kwetsbaarheid wordt ingeschat. Echter negotiëren ze die assumpties ook zelf. In hun huisvestingstraject bewegen ze tussen hun queerness zichtbaar maken of juist niet, ze benadrukken hun kwetsbaarheid wanneer dat nodig is tegenover overheidsinstanties, maar kloppen ook aan bij hulporganisaties en informele netwerken. Bovendien passen queer asielzoekers strategieën toe in hun dagelijks leven in asielopvang om het leven daar leefbaar te houden.

Deze thesis stelt dat uitsluiting in het opvangbeleid niet los kan worden gezien van bredere normatieve structuren rond gender, seksualiteit en kwetsbaarheid. Door deze mechanismen bloot te leggen, draagt het onderzoek bij aan een kritischer begrip van huisvesting voor asielzoekers als politiek en normatief geladen domein. Tegelijk wil de thesis aanzetten tot verder onderzoek én tot reflectie in beleid en praktijk. In een context waarin het recht op opvang steeds meer onder druk staat en het debat verhardt, pleit dit onderzoek voor een benadering die vertrekt vanuit menselijke waardigheid, in plaats van uit normatieve vooringenomenheid.
Meer lezen

Hey Alexa, help mij leren!

Universiteit Hasselt
2026
Liese
Dewyngaert
Diversiteit wint steeds meer aan belang. Om hierop in te spelen, moeten leerkrachten inzetten op inclusief onderwijs. Tegelijkertijd moet het onderwijs meegaan in een steeds ontwikkelende digitale wereld met AI en virtuele spraakassistenten (VSA’s). Deze technologieën bieden veel potentieel, maar er ontbreekt empirisch onderzoek naar de meerwaarde ervan in het basisonderwijs. Deze masterproef onderzoekt in welke mate de inzet van een VSA voor verlengde instructie bijdraagt aan inclusie en welke vaardigheden de leerlingen nodig hebben om deze technologie te gebruiken. Om dit te beantwoorden, werd een mixed-method quasi-experimentele interventiestudie uitgevoerd bij 30 leerlingen uit het basisonderwijs. Een VSA bood een verlengde instructie binnen de vakdiscipline wiskunde aan. De dataverzameling gebeurde via logboeken, vragenlijsten en transcripties van de gesprekken. De kwantitatieve gegevens werden beschrijvend geanalyseerd en de kwalitatieve gegevens werden verwerkt via een thematische analyse. De resultaten tonen aan dat een VSA een waardevolle ondersteuning kan zijn tijdens een inclusieve verlengde instructie. De extra uitleg werd door de leerlingen als ondersteunend ervaren en stimuleerde actieve participatie en actief denken, wat bijdroeg aan een beter leerstofbegrip. De effectiviteit blijft wel afhankelijk van een doordachte inzet en de kwaliteit van de interactie. Omdat de VSA regelmatig fouten maakte, blijken kritisch denken en andere hogere-orde-denkvaardigheden essentieel. Vooral oudere leerlingen konden deze fouten beter zelfstandig herkennen. Leerlingen hebben daarom aanvankelijk ondersteuning nodig om de VSA doelgericht en kritisch te leren gebruiken.
Meer lezen

Rekentaal in prentenboeken

Arteveldehogeschool Gent
2026
Kika
Boden
  • Elise
    Siau
Deze bachelorproef onderzoekt de rol van rekentaal in prentenboeken en de invloed hiervan op de ontwikkeling van voorbereidende en latere rekenvaardigheden. Rekentaal is essentieel voor het begrip en gebruik van wiskundige begrippen. Er worden vijf indelingen van rekentaal besproken. Daarnaast wordt de rol van leerkrachten en ouders aangehaald bij het stimuleren van rekentaal via interactief voorlezen.

Het onderzoek richt zich op de mate waarin rekentaal voorkomt in prentenboeken die niet expliciet bedoeld zijn om rekenvaardigheden te stimuleren. Daarnaast wordt onderzocht welke begrippen het meest en het minst vaak voorkomen. De 40 prentenboeken worden geanalyseerd volgens een eigen indeling, aan de hand van de categorieën hoeveelheden, meten en metend rekenen, meetkunde, bewerkingen en tijd. Dit toont aan dat rekentaal vaak onbewust wordt geïntegreerd, maar dat abstractere begrippen niet vaak voorkomen. Het benadrukt het belang van een bewuste boekkeuze bij het ondersteunen van voorbereidende rekenvaardigheden. In deze bachelorproef worden enkele prentenboeken aangeraden.
Meer lezen

Kortverhalen in de klas: een kwalitatieve analyse van "Literatuur op School"

KU Leuven
2026
Rosa
Cleiren
Deze masterproef situeert zich binnen twee parallelle ontwikkelingen in het Vlaams onderwijs: een dalende leesvaardigheid bij leerlingen en een steeds beperktere plaats voor literatuur in het curriculum.
In 2024-2025 startte het Xaveriuscollege in Borgerhout met het driejarig project “Literatuur op School”, dat op een innovatieve manier op die uitdagingen inspeelt door meer literatuur te integreren in het curriculum. Deze masterproef onderzoekt enerzijds hoe het project pedagogisch wordt onderbouwd en praktisch wordt vormgegeven, en anderzijds hoe de betrokken leerkrachten en leerlingen het ervaren op basis van kwalitatief onderzoek.
Het project werd ontwikkeld door Dennis Melsen, een leerkracht Nederlands en filosofie, en heeft als doel om een coherente aanpak van literatuuronderwijs over alle (moderne) talen en graden heen te implementeren. Kortverhalen functioneren daarbij als centraal didactisch instrument: als toegankelijke en meerduidige literaire vorm worden ze zowel in taalvakken als in niet-taalvakken ingezet. Door kortverhalen te koppelen aan concrete lesonderwerpen, verbindt het project vakinhoudelijke doelstellingen met bredere vormende ambities. De lessen binnen het project verlopen via een vast stappenplan, dat de uitvoering van het dialogisch en perspectivisch lezen ondersteunt. Dat stappenplan nodigt de leerlingen uit om zich persoonlijk te betrekken bij de tekst door hun vragen bij
het verhaal te expliciteren en om daarna de antwoorden in groep te bespreken. Onderzoek van Applebee et al. koppelt die vraaggestuurde leeshouding en de uitwisseling van ideeën in een open klasgesprek aan een verhoogde leesvaardigheid. Door eerst met de tekst in dialoog te treden en vervolgens met elkaar, bouwen de leerlingen hun kennis en interpretaties gezamenlijk op en groeit ook hun openheid voor andere perspectieven.
Dit onderzoek gaat na hoe deze principes vertaald worden naar de klaspraktijk. Uit interviews met leerkrachten, focusgesprekken met leerlingen en klasobservaties blijkt dat de doelstellingen van het project grotendeels worden gerealiseerd. Leerkrachten en leerlingen ervaren de lessen als leerrijk, activerend en verfrissend. De dialogische klasdynamiek stimuleert rijke uitwisselingen over de verhalen en de maatschappelijke thema’s die ze aanreiken, waardoor leerlingen tot een ruimer begrip van de
lesinhoud komen. Daarnaast zorgt de herhaalde confrontatie met kortverhalen voor meer
vertrouwdheid met literatuur en voor de frequente oefening van het gebruik van literaire begrippen.

Tegelijk wijst de analyse op enkele praktische en structurele uitdagingen: klasgrootte, tijdsduur, evaluatie, leesvaardigheid en de nood aan meer didactische ondersteuning voor leerkrachten en leerlingen vormen aandachtspunten voor tijdens het laatste projectjaar. Ook de structurele verankering van de methode binnen de taalvakken en de uitbouw van een duurzame leescultuur op school vragen verdere ontwikkeling. Deze masterproef concludeert daarom dat “Literatuur op School” een veelbelovend model is voor een geïntegreerd literatuurbeleid, waarvan de impact nog kan worden versterkt door gerichte ondersteuning en meer systematische inbedding.
Meer lezen

MEROO Ondersteuning bij verslaglegging tijdens de zorgronde

Universiteit Antwerpen
2026
Eva
Visser
Gebruik hiervoor een korte, zakelijke samenvatting. Bijvoorbeeld:
Korte inhoud van je scriptie
Mijn scriptie onderzoekt hoe zorgverleners in de ouderenzorg ondersteund kunnen worden bij het vastleggen van observaties tijdens of direct na een zorgmoment. Uit interviews, een enquête en workflowanalyse bleek dat rapportage vaak pas later gebeurt, waardoor zorgverleners veel informatie moeten onthouden tijdens een drukke zorgronde. Dit vergroot de mentale belasting en kan ervoor zorgen dat details verloren gaan.
Als antwoord hierop ontwikkelde ik MEROO: een product-service-systeem met een borstgedragen wearable, NFC-tags, een laadstation en een digitale inbox. Zorgverleners kunnen korte observaties inspreken op het moment dat ze ontstaan. De opnames worden later verwerkt tot conceptnotities, die de zorgverlener controleert voordat ze in het cliëntendossier worden overgenomen.
Met een proof of concept testte ik de technische haalbaarheid van opnemen, transcriberen en controleren. MEROO wil administratieve druk verminderen, zonder de zorgverlener te vervangen. Het systeem brengt rapportage dichter bij het zorgmoment en creëert meer ruimte voor directe, menselijke zorg.
Meer lezen

Mona Hatoum voor ontwerpers: Strategieën toegepast op een pendeltraject tussen Lokeren en Gent

Universiteit Gent
2026
Aslinur
Cakal
Deze masterproef onderzoekt hoe we met een open blik naar onze alledaagse, vertrouwde omgeving kunnen kijken. Het onderzoek vertrekt vanuit een diepgaande analyse van het oeuvre van kunstenares Mona Hatoum. Hatoum transformeert huiselijke objecten tot installaties die thema's als ontheemding en 'thuis' tastbaar maken. Uit haar werk zijn specifieke beeldmanipulatiestrategieën gedistilleerd, zoals schaalmanipulatie, herkaderen en vervangen. Deze artistieke strategieën zijn vervolgens vertaald naar de schaal van architectuur en openbare infrastructuur. Als case-study fungeert het dagelijkse pendeltraject van de auteur tussen Lokeren en Gent. Dit resulteert in hybride collages waarin publieke transitruimtes versmelten met de intieme, private sfeer van thuis. Het project is fysiek vormgegeven als een enorme, gelaagde en opvouwbare kaart die vraagt om zintuiglijke interactie. Daarnaast biedt het werk een kritische reflectie op hoe politieke grenzen in de wereld ruimtes vaak eenzijdig benaderen. Uiteindelijk is deze thesis een krachtige oproep om meer te observeren en minder snel te oordelen.
Het eerste deel is de analyse van Mona Hatoums werk. Het tweede deel is een zoektocht naar strategieën. Het derde deel is het experiment met de strategieën in de vorm van collages en het laatste deel is de reflectie op wereldgrenzen.
Meer lezen

Unraveling the microbial ecology of drinking water distribution systems and the persistence of non-tuberculous mycobacteria

Universiteit Gent
2026
Fien
Van Poelvoorde
Drinkwater wordt gezuiverd om de microbiologische veiligheid te waarborgen, maar blijft een dynamisch microbieel ecosysteem waarin micro-organismen kunnen overleven, zich opnieuw kunnen ontwikkelen of via het distributienetwerk en het leidingwerk in woningen kunnen binnendringen. In deze thesis werd de microbiële dynamiek in Vlaamse drinkwatersystemen onderzocht aan de hand van drie complementaire experimenten. Ten eerste werden veranderingen in het drinkwater geanalyseerd door de uitgaande leidingen van watertorens te vergelijken met de aangesloten kranen bij de eindgebruikers. Ten tweede volgde een source-to-tap-experiment de microbiële gemeenschappen tijdens de hele drinkwaterbehandeling en -distributie, waarbij niet-tuberculeuze mycobacteriën (NTM) werden gedetecteerd. Ten derde werden het voorkomen en de ecologische relevantie van NTM verder onderzocht. Flowcytometrie werd gebruikt om celconcentraties en fenotypische vingerafdrukken te beoordelen, terwijl 16S- en 18S-rRNA sequencing werd toegepast om de samenstelling van de prokaryotische en eukaryotische gemeenschappen te karakteriseren.
De resultaten lieten consistente verschillen zien tussen de uitgaande leidingen van watertorens en de keukenkranen in huishoudens wat betreft celconcentraties, fenotypische kenmerken en de samenstelling van het holobioom. Deze bevindingen wijzen erop dat leidingwaterkwaliteit ook wordt beïnvloed door consumenteninfrastructuur, waar stilstaand water, biofilms en waterinstallaties microbiële gemeenschappen kunnen sturen. Hoewel er duidelijke microbiologische verschuivingen werden waargenomen, mogen deze niet automatisch worden geïnterpreteerd als een afname van de drinkwaterveiligheid. NTM werden gedetecteerd toen het drinkwaterbehandelings- en distributiesysteem op netwerkniveau werd geanalyseerd. Hun aanwezigheid is relevant omdat sommige NTM-soorten opportunistisch pathogeen zijn en persistentie kan worden ondersteund door biofilms en interacties met vrijlevende amoeben. Deze thesis benadrukt zo het belang van geïntegreerde microbiële monitoring in drinkwatersystemen.
Meer lezen

Aangepaste Mindfulness-Based Cognitive Therapy voor ouderen met levensmoeheid in een woonzorgcentrum

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Yoran
Vansteelandt
Probleemstelling met onderzoeksvraag: Levensmoeheid en een verminderd psychisch welbevinden komen regelmatig voor bij ouderen in woonzorgcentra. Mindfulness wordt steeds vaker ingezet om mensen te helpen beter om te gaan met moeilijke gedachten, gevoelens en stress. In deze bachelorproef werd een bestaand Mindfulness-Based Cognitive Therapy (MBCT)-programma aangepast aan de noden van ouderen met levensmoeheid in WZC Ter Linden. Het onderzoek ging na in welke mate deelname aan dit achtweekse programma een invloed had op het ervaren welbevinden en de kwaliteit van leven van de deelnemers.
Meer lezen

Perinatale zorg door de ogen van Afrikaanse vrouwen en zorgverleners

Hogeschool VIVES
2026
Soha
Agredousse
Deze bachelorproef onderzoekt hoe vrouwen met een Afrikaanse migratieachtergrond de perinatale zorg in België ervaren en welke barrières zij ondervinden bij de communicatie met zorgverleners. De bestaande literatuur werd in kaart gebracht door middel van een literatuurstudie. Daarnaast werd een praktijkonderzoek uitgevoerd aan de hand van de podcast "Luisteren naar zorg", waarin vier vrouwen met verschillende Afrikaanse migratieachtergronden en vier zorgverleners uit verschillende disciplines hun ervaringen en perspectieven deelden.

Uit de literatuur en het praktijkonderzoek kwamen terugkerende barrières naar voren. Deze situeren zich op individueel, interactie- en maatschappelijk niveau. De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat deze factoren elkaar kunnen versterken en de toegankelijkheid en kwaliteit van de perinatale zorg kunnen beïnvloeden. Tegelijkertijd verschillen de ervaringen sterk van vrouw tot vrouw. De bachelorproef benadrukt daarom het belang van cultuursensitieve, toegankelijke en persoonsgerichte zorg, waarbij zowel aandacht is voor de bredere context van deze vrouwen als voor effectieve communicatie.
Meer lezen

Ontwikkeling van een interactief voorleesboek voor kinderen over stemproblemen en over de impact van stemproblemen bij leerkrachten.

HOGENT
2026
Pauline
Morel
Veel kinderen in het lager onderwijs ervaren stemproblemen, maar deze worden vaak pas laat opgemerkt, zowel door de kinderen zelf als door hun ouders en leerkrachten. Nochtans kunnen stemproblemen op jonge leeftijd een aanzienlijke impact hebben op sociaal, emotioneel en schools vlak. Ondanks het belang van vroegtijdige aandacht voor stemproblemen is er momenteel weinig aantrekkelijk, kindgericht en educatief materiaal beschikbaar. Deze bachelorproef heeft daarom als doel een interactief voorleesboek te ontwikkelen dat dit tekort aan aangepast psycho-educatief materiaal helpt opvangen.
Meer lezen

Ontwikkeling van een meet- en detectiesysteem voor spoorweg booggeluid

Hogeschool PXL
2026
Arthur
Vanlimbergen
Deze bachelorproef onderzoekt de ontwikkeling van een kosteneffectief meetsysteem voor het detecteren van piepgeluiden van treinen in spoorwegbochten, ook wel booggeluid genoemd. Het systeem combineert cameratechnologie, geluidsmetingen en automatische signaalverwerking om treinpassages te registreren en booggeluid te detecteren. Dankzij draadloze communicatie en lokale gegevensverwerking biedt het project een praktische oplossing voor het monitoren van spoorweggeluid in stedelijke omgevingen.
Meer lezen

Socio-sexual behaviour and the vaginal microbiome in female bonobos: effects of age, hormonal contraception and behaviour-microbiome interactions

Universiteit Antwerpen
2026
Zoë
Fodderie
Bonobo’s (Pan paniscus) staan bekend om hun frequente socioseksuele interacties, die een belangrijke rol spelen in sociale binding en spanningsregulatie. Toch is weinig bekend over hoe leeftijd en hormonale anticonceptie het socioseksuele gedrag en vaginale microbioom beïnvloeden, en hoe beide met elkaar samenhangen.
Deze studie onderzocht deze relaties bij 71 vrouwelijke bonobo’s uit acht Europese zoölogische instellingen. Socioseksueel gedrag werd gekwantificeerd aan de hand van gedragsobservaties en vaginale microbioomstalen werden geanalyseerd met shotgun metagenomische sequencing.
Leeftijd had geen duidelijk effect op socioseksueel gedrag, terwijl hormonale anticonceptie hier wel mee samenhing. Vrouwtjes die een pil met enkel progestageen (POP) kregen, vertoonden minder socioseksuele interacties en een trend naar minder seksuele partners dan vrouwtjes die een gecombineerde orale anticonceptiepil (COC) of geen hormonale anticonceptie gebruikten.
Leeftijd hing daarnaast samen met variatie in de samenstelling van het vaginale microbioom. POP-gebruik werd geassocieerd met een meer gelijkmatige verdeling van bacteriële taxa, terwijl dit patroon niet werd waargenomen bij COC-gebruikers. Vrouwtjes met meer seksuele partners en frequentere socioseksuele interacties hadden bovendien minder gelijkmatige microbiële gemeenschappen. Socioseksuele interactiefrequenties verklaarden echter geen microbiële gelijkenis tussen vrouwtjesparen.
Deze bevindingen tonen aan dat leeftijd en hormonale anticonceptie samenhangen met variatie in het socioseksuele gedrag en vaginale microbioom van vrouwelijke bonobo’s, en wijzen daarnaast op een verband tussen beide.
Meer lezen

Past Experiences Shape Attentional Priorities: The Combined Effects of Reward and Statistical Learning

Universiteit Gent
2026
Remko
Eeckhout
Visuele aandacht wordt niet enkel geleid door bottom-up- of top-down-geleide processen,
maar ook door selectiegeschiedenis – wat mechanismen omvat die aandachtscontrole (AC)
beïnvloeden op basis van eerdere ervaringen met stimuli. We focussen op twee
mechanismen die onder selectiegeschiedenis vallen: beloningsleren, waarbij aandacht wordt
gestuurd via associaties tussen prikkels en beloningen, en statistisch leren, waarbij de
aandacht wordt gestuurd op basis van veelvoorkomende patronen in de omgeving. Hoewel
beide mechanismen AC beïnvloeden, blijft het onduidelijk hoe ze gezamenlijk de prioriteit
van aandacht bepalen wanneer ze met dezelfde stimulus worden geassocieerd. De huidige
studie onderzoekt of beloningsleren en statistisch leren additieve of interactieve effecten op
AC uitoefenen wanneer ze op hetzelfde kenmerk van een doelstimulus convergeren en of
het ene mechanisme een sterkere invloed heeft op AC dan het andere. Deelnemers
voltooiden een visuele zoektaken waarin ze een doel identificeerden op basis van de
oriëntatie ervan, terwijl de kleur van het doel werd geassocieerd met een unieke combinatie
van beloningsgrootte en presentatiefrequentie. Resultaten toonden snellere reacties aan
voor doelen met een hoge beloning en frequentie. Belangrijk is dat de effecten van
beloningsleren en statistisch leren elkaar beïnvloedden, wat de snelste reactietijden
opleverde voor doelen met zowel een hoge beloning als een hoge frequentie. Deze
bevindingen suggereren dat beloningsleren en statistisch leren gezamenlijk de prioriteit van
aandacht bepalen, maar dat dit niet noodzakelijkerwijs op een onafhankelijke manier
gebeurt. In plaats daarvan stellen we dat hun gezamenlijke invloed lijkt af te hangen van hoe
de geleerde associaties zich tot elkaar verhouden in de visuele scène. Deze resultaten
dragen bij aan een genuanceerd begrip van hoe verschillende bronnen van
selectiegeschiedenis aandacht sturen in complexe visuele omgevingen.
Meer lezen