Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Decoding the Female Brain: Investigating Cerebral White Matter Changes throughout the Menopausal Transition, using diffusion MRI​

Universiteit Gent
2026
Kato
Herregods
Women make up half of the global population and spend nearly one third of their lives in perior postmenopause. This period is marked by major hormonal changes that not only impact the reproductive system, the brain is greatly affected too. Despite this, the female brain remains understudied, and relatively little is known about how menopause influences brain health. Previous research has shown that during the menopause transition, the brain becomes less efficient at using glucose, its main energy source under normal circumstances. These metabolic changes may alter brain structure and function, potentially contributing to common menopause symptoms, such as hot flushes, mood changes or memory problems. They may also partly explain why women have a higher risk of developing Alzheimer’s disease later in life. This thesis contributes to a better understanding of the menopausal brain by using advanced medical imaging techniques to investigate changes in the brain’s white matter. In the long term, this research may contribute to improved public health and women’s healthcare, by advancing our understanding of menopause-related brain changes and female brain aging. Findings may positively impact healthcare professionals, public health organizations, researchers in neuroscience and women’s health, pharmaceutical and biotech companies. Most importantly, this research may eventually improve patients’ quality of life by supporting better management of menopausal symptoms and informing earlier detection, prevention, and treatment of neurodegenerative diseases such as Alzheimer’s disease.
Meer lezen

Normativiteit in het "niet-opvangbeleid"

KU Leuven
2026
Manon
Rupus
In 2023 kondigde Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor aan dat alleenstaande mannelijke asielzoekers tijdelijk geen opvang meer zullen krijgen in het netwerk van Fedasil. Terwijl deze maatregel vaak wordt voorgesteld als een praktisch antwoord op een capaciteitstekort, stelt dit onderzoek de vraag in hoeverre onderliggende cis-heteronormatieve ideeën over gender, gezin en kwetsbaarheid doorwerken in deze beleidskeuze.

Enerzijds kijkt een kritische discoursanalyse naar hoe beleid, media en middenveldorganisaties spreken over (mannelijke) asielzoekers en hun "deservingness" voor opvang. Anderzijds wordt aan de hand van interviews en via narratieve en visuele methoden ingezoomd op de ervaringen van queer asielzoekers in België. Hoe worden zij geconfronteerd met deze normatieve assumpties? Hoe beïnvloeden die hun traject naar en binnen huisvesting? En hoe gaan ze daarmee om in hun dagelijkse leven?

Het onderzoek toont dat "deservingness" voor opvang sterk afhankelijk is van normatieve constructies van herkenbaarheid en kwetsbaarheid, wat resulteert in inclusie of exclusie van de opvang. Alleenstaande mannelijke asielzoekers worden binnen het dominante discours zelden als inherent kwetsbaar erkend en hun nood aan opvang komt vooral voor in de vorm van uitzonderingen. De voorrang van gezinnen en kinderen blijkt bovendien ingebed in cisheteronormatieve ideeën over het ‘normale’ en herkenbare asielzoekers. En hoewel men vaak stelt dat queer asielzoekers kwetsbaar zijn, wordt ook hun toegang tot opvang beïnvloed door hun gender, hun gezinsstatus en hoe hun kwetsbaarheid wordt ingeschat. Echter negotiëren ze die assumpties ook zelf. In hun huisvestingstraject bewegen ze tussen hun queerness zichtbaar maken of juist niet, ze benadrukken hun kwetsbaarheid wanneer dat nodig is tegenover overheidsinstanties, maar kloppen ook aan bij hulporganisaties en informele netwerken. Bovendien passen queer asielzoekers strategieën toe in hun dagelijks leven in asielopvang om het leven daar leefbaar te houden.

Deze thesis stelt dat uitsluiting in het opvangbeleid niet los kan worden gezien van bredere normatieve structuren rond gender, seksualiteit en kwetsbaarheid. Door deze mechanismen bloot te leggen, draagt het onderzoek bij aan een kritischer begrip van huisvesting voor asielzoekers als politiek en normatief geladen domein. Tegelijk wil de thesis aanzetten tot verder onderzoek én tot reflectie in beleid en praktijk. In een context waarin het recht op opvang steeds meer onder druk staat en het debat verhardt, pleit dit onderzoek voor een benadering die vertrekt vanuit menselijke waardigheid, in plaats van uit normatieve vooringenomenheid.
Meer lezen

De crisis van de grote schaal

Universiteit Hasselt
2026
Kaat
Daelemans
Wat als de weg naar minder criminaliteit en minder herval (70% nu in België) niet begint met hogere gevangenismuren, maar met betere gebouwen? Die vraag staat centraal in de opmerkelijke masterproef van Kaat Daelemans (UHasselt) die onderzoekt hoe doordachte architectuur bijna ex-gedetineerden kan helpen om opnieuw volwaardig deel uit te maken van de samenleving. Het resultaat is een concreet ontwerp voor een nieuwbouw transitiehuis: een plek waar mensen in de laatste fase van hun straf stap voor stap leren zelfstandig wonen, werken en leven. En het gebouw kan nadien zonder probleem ook weer hergebruikt worden voor andere doeleinden: wonen of gemeenschapsfuncties voor de hele buurt. Transitie en hergebruik.
Meer lezen

The influence of decay on the load-bearing capacity of CLT-elements and connections

Universiteit Gent
2026
Johannes
Renette
  • Hannes
    Renette
Mijn scriptie onderzocht wat de invloed is van houtrot op het draagvermogen van CLT panelen en verbindingen in een Belgisch klimaat. Wat zijn de aandachtspunten, problemen en hoe reken je rot door bijvoorbeeld langdurige openstelling aan vocht in op een veilige en economische manier. Dit werd onderzocht aan de hand van een referentie gezinswoning uit Boortmeerbeek in een 'worst case' klimaat voor België.
Meer lezen

Bio-based insulation materials from local resources: exploring the potential of bean stalks in a wet production process

Universiteit Gent
2026
Bieke
Delanote
Deze masterproef onderzoekt het potentieel van bonenstengels, een landbouwreststroom, als grondstof voor biogebaseerde isolatiematerialen. Voor de productie van het isolatiemateriaal werd gebruik gemaakt van een nat productieproces. Dit proces benut de natuurlijke bindingseigenschappen van de vezels, waardoor een stevige isolatieplaat kan worden geproduceerd zonder toevoeging van een synthetisch bindmiddel. Aangezien dit proces al op industriële schaal wordt toegepast voor de productie van houtvezelisolatieplaten, werd het laboproces eerst geoptimaliseerd op basis van houtwol. Met een eenvoudige combinatie van koken, kort persen en drogen konden houtvezelisolatieplaten met lage thermische geleidbaarheid en hoge sterkte worden geproduceerd. Om vervolgens de geschiktheid van bonenstengels binnen dit proces te onderzoeken, werden verschillende voorbehandelingstechnieken toegepast. Ovendrogen en luchtdrogen werd vergeleken. Daarnaast werd het effect van een extra reinigings- of extrusiestap geanalyseerd. Alle onderzochte fracties van bonenstengels toonden potentieel. Rekening houdend met materiaalprestaties, praktische haalbaarheid en milieu-impact kwamen luchtgedroogde ongereinigde bonenstengels naar voren als meest belovende optie. De toevoeging van houtvezels of vlaslemen verbeterde de praktische haalbaarheid zonder de algemene prestaties negatief te beïnvloeden.

Naast het aantonen van het potentieel van bonenstengels als isolatiegrondstof, onderstreept deze thesis het bredere potentieel van landbouwreststromen om bij te dragen aan een duurzamere bouwpraktijk, gebaseerd op lokale en biologisch afbreekbare materialen.
Meer lezen

The spaces of democratic self-management and collective care in cooperative student housing: Insights from Ghent and Collegium Academicum Heidelberg.

Universiteit Gent
2026
Lies
De Saegher
Studentenhuisvesting in Gent staat onder druk: het aantal studenten steeg de afgelopen twintig jaar met meer dan 34.000, terwijl er slechts 3.800 erkende kamers bijkwamen. De huurprijzen stijgen, de markt is grotendeels privaat en de homes van de UGent geven bewoners weinig inspraak.

Deze scriptie onderzoekt hoe eigendomsmodellen, universitair beheer versus coöperatief eigenaarschap, het dagelijks zelfbeheer organiseren en hoe de ruimtelijke praktijk van bewoners op haar beurt de bestuursstructuur vormgeeft. Daarvoor combineert ze een vergelijkende studie van de woonsituatie in Gent en Heidelberg met een architecturale etnografie van het Collegium Academicum (CA), een zelfbeheerde studentenwooncoöperatie in Heidelberg. Het onderzoek steunt op twee weken veldverblijf met participerende observatie, semigestructureerde interviews, beleidsdocumenten en etnografische tekeningen, en kwam tot stand in overleg met de Stad Gent.

De scriptie besluit dat eigendomsmodellen bepalend zijn voor collectief onderhoud, continuïteit en betrokkenheid van bewoners: coöperatief wonen creëert zorg en gedeelde verantwoordelijkheid die in universitair beheerde homes ontbreken. De scriptie sluit af met een kader van institutionele, organisatorische en ruimtelijke voorwaarden voor een Gentse studentenwooncoöperatie, en pleit ervoor ontwerp te zien als iets dat uit gebruik en gemeenschappelijke routines ontstaat.
Meer lezen

Verbetering van Betrokkenheid van Sociale Robots door het Genereren van Real-Time Backchannels

Universiteit Gent
2026
Stef
Laurent
Eén op de tien ouderen voelt zich eenzaam (WHO, 2025). Dat raakt niet alleen het welzijn, maar verhoogt ook het risico op onder meer hart- en vaatziekten en depressie. Sociale robots kunnen een aanvullende rol spelen in woonzorgcentra. Niet om het menselijk contact te vervangen, maar om het te versterken.

Een robot die écht een gesprek kan voeren, is echter minder evident dan het lijkt. Dankzij taalmodellen kunnen robots tegenwoordig inhoudelijk een zinvol antwoord geven, maar het gesprek voelt vaak onnatuurlijk aan. De robot heeft moeite met het einde van een zin te bepalen, een bepaald dialect te kunnen verstaan of te kunnen aangeven dat die actief aan het luisteren is. Dat laatste laten we voortdurend merken, met korte signalen zoals "mhm", "ja" of "oh wow", of met een knik. In de literatuur heten die signalen: "backchannels".

Naar aanleiding van deze masterproef werd een module ontwikkeld die Pepper, een sociale robot, laat bepalen wanneer die best een backchannel teruggeeft en welk type (een eerder neutrale "mhm" of een inhoudelijke reactie zoals "wow"). Daarbij werden twee methodes getest om dat moment te voorspellen, een regelgebaseerde en een machine-learningaanpak. Hieruit bleek dat de machine-learningaanpak voor een verhoogde betrokkenheid zorgt met de robot. Zo voelt de robot niet enkel meer natuurlijk aan, maar zorgt dit er ook voor dat mensen langer met de robot in interactie gaan.
Meer lezen

Falling in love with automatic fall detection

Hogeschool UCLL
2026
Mirke
Brichard
Titel bachelorproef: Falling in love with automatic fall detection

Onderzoeksvraag: Wat is het effect van het gebruik van automatische draagbare valdetectiesystemen op de werking en responstijd bij valincidenten in vergelijking met traditionele draagbare valdetectiesystemen zonder automatische valdetectie bij thuiswonende ouderen vanaf 65 jaar met een valincident?


1. De kern van het probleem en de maatschappelijke maat
In België valt jaarlijks bijna één op de vier 65-plussers minstens één keer. Vallen is niet alleen een medisch incident, maar vormt ook de start van een verhoogd risico op fysieke verwondingen, functionele achteruitgang, sociale isolatie en angst om opnieuw te vallen.
Traditionele personenalarmsystemen, zoals de klassieke alarmknop aan de hals of pols, kennen in de praktijk enkele beperkingen. Ze vereisen een actieve handeling van het slachtoffer. Bij bewusteloosheid, verwarring of wanneer het toestel niet gedragen wordt, blijft hulp uit. Dit kan leiden tot het zogenaamde long lie-fenomeen, waarbij ouderen langere tijd op de grond blijven liggen. Dit kan het risico op complicaties zoals hypothermie, dehydratie en rhabdomyolyse verhogen en in ernstige gevallen zelfs bijdragen aan overlijden. Daarnaast kunnen valincidenten leiden tot ziekenhuisopnames en een bijkomende belasting voor de zorgverlening.

2. De vernieuwende oplossing: automatische valdetectie
Deze bachelorproef onderzoekt en vergelijkt de werking, betrouwbaarheid en responstijd van automatische draagbare valdetectiesystemen, zoals gespecialiseerde sensoren, smartwatches en man-downsystemen, met traditionele alarmknoppen bij thuiswonende 65-plussers.
Automatische systemen maken gebruik van bewegingssensoren, zoals accelerometers en gyroscopen, en algoritmen om bewegingspatronen te herkennen. Ze kunnen een val automatisch detecteren en een alarm activeren, ook wanneer de oudere dit zelf niet meer kan.
Belangrijkste inzichten en resultaten:
• Responstijd: De onderzochte automatische systemen vertoonden over het algemeen een korte responstijd. Bij gespecialiseerde valdetectiesystemen varieerde deze in de gevonden studies van 1 tot 50 seconden.
• Gespecialiseerde systemen: Systemen die op of dicht bij het lichaamszwaartepunt worden gedragen, lieten in de onderzochte studies doorgaans goede resultaten zien op het vlak van valdetectie.
• Smartwatches en man-downsystemen: Smartwatches bieden het voordeel van een hoge draagbaarheid en sociale aanvaarding, maar kennen in de onderzochte systemen een tragere responstijd van ongeveer 60–90 seconden en kunnen gevoeliger zijn voor fout-positieve meldingen door dagelijkse polsbewegingen. Man-downsystemen richten zich voornamelijk op het detecteren van langdurige immobiliteit en kunnen daarom een aanvullende functie hebben bij bepaalde doelgroepen.

3. Waarde voor verpleegkunde, thuiszorg en CM
Automatische valdetectie kan aansluiten bij kwaliteitsvolle, mensgerichte en duurzame thuiszorg.
1. Patiëntgerichtheid en zelfstandigheid: Automatische detectie kan bijdragen aan een groter gevoel van veiligheid en kan ouderen ondersteunen om langer zelfstandig thuis te wonen.
2. Duurzaamheid van zorg: Door een val sneller te detecteren, kan de periode waarin iemand zonder hulp op de grond ligt worden verkort. Hierdoor kunnen bepaalde complicaties mogelijk worden beperkt en kan de druk op de zorgverlening worden verminderd.
3. Proactieve verpleegkundige rol: Verpleegkundigen kunnen een belangrijke rol spelen bij het inschatten van de noden van de patiënt, het kiezen van een geschikt systeem en het begeleiden van de oudere bij het gebruik ervan.

4. Concrete aanbevelingen voor het werkveld
• Inzetten op draagbare sensoren dicht bij het lichaamszwaartepunt: Bij de keuze van een systeem kan worden nagegaan of een sensor ter hoogte van de heup of romp geschikt is voor de individuele gebruiker, aangezien dergelijke systemen in de onderzochte studies goede resultaten lieten zien.
• Focus op sensitiviteit: Geef bij de keuze van een automatisch valdetectiesysteem de voorkeur aan systemen met een hoge sensitiviteit, zodat het risico dat een val niet wordt gedetecteerd zo klein mogelijk blijft en de kans op complicaties door een long lie mogelijk wordt beperkt.
• AI en machine learning verder opvolgen: Verdere ontwikkelingen binnen AI en machine learning kunnen in de toekomst bijdragen aan een betere herkenning van bewegingspatronen en mogelijk het aantal fout-positieve meldingen verminderen. Dit vraagt echter nog verder onderzoek in realistische thuissituaties.
• Multidisciplinaire samenwerking en praktijkonderzoek: Verder onderzoek in de daadwerkelijke thuissituatie is belangrijk om na te gaan hoe betrouwbaar, gebruiksvriendelijk en haalbaar deze systemen zijn. Hierbij is samenwerking tussen verpleegkundigen, andere zorgverleners, technologieontwikkelaars en beleidsmakers relevant.

Conclusie
Automatische valdetectie biedt perspectief om de veiligheid van thuiswonende ouderen te vergroten en de tijd tussen een val en het inschakelen van hulp te verkorten. De technologie kan een belangrijke aanvulling vormen op bestaande personenalarmsystemen, vooral voor ouderen die na een val niet zelfstandig een alarm kunnen activeren.
Voor de verpleegkundige praktijk ligt hierbij een belangrijke rol in het beoordelen van de individuele noden van de oudere en het mee zoeken naar een systeem dat aansluit bij diens mogelijkheden, leefomgeving en bereidheid om het te gebruiken. Op die manier kan technologie niet de zorg vervangen, maar verpleegkundigen ondersteunen in het bieden van veilige, patiëntgerichte en toekomstgerichte thuiszorg.
Meer lezen

Van leesstrategie naar wereldkennis: een ondersteuningspakket bij het kennisrijk curriculum voor begrijpend lezen.

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Amber
Adriaens
De aanhoudend dalende resultaten voor begrijpend lezen, zoals zichtbaar in internationale studies als PISA en PIRLS, en de invoering van de nieuwe minimumdoelen Nederlands markeren een keerpunt voor het Vlaamse basisonderwijs. Deze studie focust specifiek op de fundamentele visieverandering binnen het domein Nederlands: de wetenschappelijke verschuiving van het trainen van losse leesstrategieën naar een
kennisrijk curriculum vraagt om een herziening van de didactische praktijk. Voor veel leerkrachten blij de vertaalslag van deze abstracte, bindende doelen naar de dagelijkse klaspraktijk echter een complexe uitdaging.
Deze bachelorproef onderzoekt hoe de theoretische kaders rond kennisrijk onderwijs vertaald kunnen worden naar bruikbaar lesmateriaal. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan een praktijkgericht ondersteuningspakket, gebaseerd op de specifieke noden en uitdagingen van leerkrachten in het Vlaamse lager onderwijs, de voorbereiding op en implementatie van de nieuwe, kennisrijke minimumdoelen voor
begrijpend lezen ondersteunen? Het doel is leerkrachten concrete handvaten te geven waarmee ze de nieuwe minimumdoelen in de klaspraktijk kunnen uitvoeren.
Het onderzoek is opgebouwd als een triangulatie van bronnen: een literatuurstudie met comparatieve analyse van de oude eindtermen en de nieuwe minimumdoelen, een digitale nodenbevraging bij 42 Vlaamse leerkrachten en zorgleerkrachten, en een semigestructureerd interview met een ervaren zorgcoördinator.
Uit de literatuurstudie blijkt dat leesbegrip niet verbetert door strategie-instructie in isolatie, maar door thematische kennisopbouw, conceptuele coherentie en convergente differentiatie. De nodenbevraging bevestigt die nood: leerkrachten geven aan dat de huidige methodes te verarmd zijn, dat klasdiversiteit hun grootste struikelblok vormt en dat de tijd ontbreekt om zelf rijker materiaal te ontwikkelen. Als antwoord op deze noden werd een lessenreeks van drie lessen over de Olympische Spelen voor het 4de leerjaar ontwikkeld, met volledig uitgewerkte leerkrachtenhandleidingen, leerlingenbundels en een digitale app met klikbare woordverklaringen en een ingebouwde thuistaaloptie voor anderstalige leerlingen. Les 1 werd uitgetest door een leerkracht in het vierde leerjaar van basisschool De Zonnetuin.
Meer lezen

Tussen Zorg en Controle: Een kwalitatieve verkenning van patiëntenervaringen met het Belgisch activeringsbeleid

Universiteit Gent
2026
Aysenur
Akkus
In België neemt het aantal langdurig zieken toe, wat heeft geleid tot een beleid dat sterk inzet op 'activering'. Via verplichte medische herbeoordelingen en specifieke trajecten streeft de overheid naar een snellere terugkeer naar de arbeidsmarkt. Dit kwalitatief onderzoek gaat na hoe langdurig zieken het huidige activeringsbeleid beleven en welke drempels een rol spelen in hun traject.
De resultaten belichten specifiek de subjectieve beleving van de patiënt. Hieruit blijkt een duidelijke kloof tussen de beleidsintenties en de dagelijkse realiteit van de patiënt. Het maatschappelijke en politieke debat rond activering gaat voor veel respondenten gepaard met gevoelens van schaamte en stigmatisering. Tijdens de medische controles ligt de nadruk bovendien vaak op objectief meetbare, fysieke parameters. Hierdoor dreigen 'onzichtbare' klachten, zoals chronische pijn of vermoeidheid, naar de achtergrond te verdwijnen. Voor veel patiënten voelt dit aan als een gebrek aan erkenning, wat het traject bemoeilijkt en leidt tot een extra mentale belasting.
Daarnaast toont het onderzoek de ingrijpende emotionele en sociale impact van langdurige ziekte aan, waaronder een verlies van eigenwaarde. De patiënten zelf geven aan sterk gemotiveerd te zijn om opnieuw deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Deze vaststelling wijkt af van de aannames die ten grondslag liggen aan het huidige activeringsbeleid. Ondanks deze motivatie ervaren patiënten in de praktijk echter aanzienlijke barrières. De vrees voor onbegrip en discriminatie op de arbeidsmarkt is groot. Patiënten benadrukken in hun antwoorden dan ook de dringende nood aan structureel maatwerk en een beter maatschappelijk begrip voor de onvrijwillige aard van hun ziekte.
Aangezien het thema van langdurige ziekte en re-integratie hoog op de maatschappelijke agenda staat, kunnen de resultaten van dit onderzoek waardevolle informatie bieden omtrent de mogelijke werkpunten van het huidige beleid. De studie suggereert dat een eenzijdige focus op de individuele verantwoordelijkheid van de patiënt onvoldoende is voor een duurzame werkhervatting. Deze masterproef kan dienen om handvatten aan te reiken voor een verschuiving naar gedeelde verantwoordelijkheid. Voor controle-instanties betekent dit het belang inzien van een bredere, meer empathische benadering van ziekte. Tegelijkertijd is er nood aan een inclusiever beleid dat actief inzet op maatwerk en het doorbreken van heersende stigma's, zodat de drempel naar een duurzame werkhervatting daadwerkelijk verlaagd wordt.
Meer lezen

Uw warmtepomp kan meedenken met de stroomprijs — en dat scheelt honderden euro's

Hogeschool PXL
2026
Anas
Ramzi
Dit onderzoek, uitgevoerd in samenwerking met Intellisol NV, onderzoekt hoe warmtepompen zich verhouden tot dynamische elektriciteitscontracten en het Belgische capaciteitstarief. Anas Ramzi ontwikkelde daarvoor een geautomatiseerd Excel-model dat het kwartierverbruik van verwarming en warm water simuleert en combineert met data uit PVSOL over zonnepanelen en batterijen. Zo kan het model voor elk huishouden berekenen welke combinatie van contract, opslag en sturingsstrategie financieel het voordeligst is. Uit de resultaten blijkt dat een dynamisch contract meteen besparing oplevert, maar dat actieve sturing van de warmtepomp nodig is om ook het capaciteitstarief onder controle te houden. Zonnepanelen met batterij verdienen zich doorgaans in acht à tien jaar terug, mits ze niet te groot gedimensioneerd worden. Ten slotte toont het onderzoek aan dat korte nachtverlagingen weinig opleveren, terwijl een lagere ochtendtemperatuur met langere opwarmtijd wél duidelijk voordeel biedt.
Meer lezen

Innovatieve Thermische Responstesten voor Geothermische Boorvelden

KU Leuven
2026
Bart
Vandenhout
Geothermische warmtepompen kunnen gebouwen efficiënt en duurzaam verwarmen en koelen, maar de hoge kost van boringen blijft een belangrijke drempel. Om een boorveld correct te dimensioneren, wordt daarom vaak een thermische responstest uitgevoerd. Zo’n test meet hoe goed de bodem warmte kan opnemen en afgeven, maar duurt doorgaans meerdere dagen.

In deze thesis onderzocht ik hoe deze testen sneller en efficiënter kunnen. Daarvoor ontwierp en bouwde ik zelf een nieuw meettoestel dat twee verschillende soorten thermische responstesten kan uitvoeren. Met dit toestel voerde ik praktijktesten uit op een boorveld en vergeleek ik beide methodes rechtstreeks onder dezelfde omstandigheden. De klassieke methode met constant vermogen bleek daarbij het meest robuust en praktisch inzetbaar.

Daarnaast ontwikkelde ik een nauwkeuriger thermisch model waarmee ook de eerste uren van een meting kunnen worden benut. Hierdoor kon de benodigde testduur gemiddeld met tot 24% worden verkort. Snellere en betrouwbare metingen kunnen de kosten van geothermische projecten verlagen en zo bijdragen aan een bredere toepassing van duurzame verwarming en koeling.
Meer lezen

WIENS STEM TELT IN HET DEBAT? Een onderzoek naar brondiversiteit en publieksbekendheid over dwingende controle in de Vlaamse pers

Vrije Universiteit Brussel
2026
Bruna
Rodrigues Bastos
Dwingende controle is een vorm van partnergeweld waarbij iemand stap voor stap de vrijheid van zijn of haar partner overneemt, via dreiging, isolatie en voortdurende controle. Fysiek geweld hoeft daar niet bij te horen. Toch geldt het als een van de belangrijkste voorspellers van femicide.

Daarom onderzoekt deze masterproef of dat begrip zichtbaar is in de Vlaamse pers, en of nieuwsgebruikers het kennen. Dat gebeurde op twee manieren. Een kwantitatieve inhoudsanalyse bracht de berichtgeving over partnergeweld in Het Laatste Nieuws en Het Nieuwsblad in kaart, met een vergelijking tussen 2022 en 2025, dus voor en na de femicidewet. Daarnaast peilde een online bevraging bij 150 respondenten hun kennis en hun beoordeling van de berichtgeving.

Uit de analyse blijkt dat de term dwingende controle in 2025 in amper 0,1 tot 0,2 procent van de artikelen expliciet voorkomt, terwijl het bijbehorende gedrag wel volop wordt beschreven. De berichtgeving leunt sterk op politie en gerecht, en verwijst zelden naar hulplijn 1712. Aan de ontvangstzijde voelt 84 procent van de bevraagden zich onvoldoende geïnformeerd om de signalen te herkennen.

Samen legt het onderzoek een duidelijke informatiekloof bloot tussen de journalistieke praktijk en wat nieuwsgebruikers nodig hebben, en formuleert het concrete aanbevelingen voor redacties.
Meer lezen

Crack op de kaart: een onderzoek naar de opmars van crackgebruik in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Universiteit Gent
2025
Sien
Roosens
De media rapporteert steeds vaker over een zogenoemde ‘crackepidemie’ in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarbij crackgebruik wordt voorgesteld als een snel groeiend en onbeheersbaar probleem. Deze berichtgeving roept echter vragen op over de werkelijke omvang van het fenomeen en over de mate waarin dit beeld overeenstemt met de realiteit. Deze masterproef heeft tot doel inzicht te bieden in de percepties van lokale stakeholders met betrekking tot de aard en omvang van crackgebruik in Brussel, evenals in de uitdagingen en oplossingsstrategieën die zij voorstellen.

De centrale onderzoeksvraag die deze studie aanstuurt luidt: In welke mate ervaren stakeholders een crackgerelateerd probleem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en welke uitdagingen en interventiestrategieën stellen zij voor om dit aan te pakken? Er werd gekozen voor een kwalitatief onderzoeksdesign, bestaande uit een literatuurstudie en semigestructureerde interviews met negen stakeholders, waaronder hulpverleners, politie, gerechtelijke actoren, academici en lokale bewoners.

De resultaten tonen aan dat stakeholders de term ‘crackepidemie’ als overdreven en stigmatiserend beschouwen, hoewel zij wel een toename in zowel zichtbaarheid als gebruik erkennen. Crackgebruik wordt voornamelijk geassocieerd met sociaal-economisch kwetsbare groepen, zoals dakloze personen en mensen zonder wettig verblijf, en wordt gezien als een symptoom van onderliggende problemen zoals armoede, dakloosheid en een gebrek aan toegang tot gezondheidszorg. Hoewel repressie nog steeds de dominante beleidsreactie vormt, beschouwen de meeste respondenten deze aanpak als inefficiënt en schadelijk. In plaats daarvan pleiten zij voor een geïntegreerde benadering, met meer aandacht voor harm reduction (zoals begeleide druggebruikruimtes), verbeterde samenwerking tussen zorgdiensten en politie, en structurele investeringen in huisvesting en sociale ondersteuning.

Deze studie concludeert dat crackgebruik in Brussel niet effectief in isolatie kan worden aangepakt, maar een geïntegreerde respons vereist die onmiddellijke harm-reductioninitiatieven combineert met langetermijnstrategieën gericht op sociale uitsluiting. Zij beveelt aan dat beleidsmakers afstappen van overwegend repressieve strategieën en prioriteit geven aan evidence-based interventies die de onderliggende structurele determinanten van crackgebruik aanpakken.
Meer lezen

Het besparingspotentieel van een Energie Management Systeem (EMS)

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Walter
D'Amico
‘Het besparingspotentieel van een Energie Management Systeem (EMS)’
Student: Walter D’Amico – AP Hogeschool Antwerpen
Stageplaats: VEKA – Vlaams Energie- en Klimaatagentschap
Opleiding: Professionele bachelor Energiemanagement (2024-2025)
In een energiemarkt gekenmerkt door prijsschommelingen, capaciteitsheffingen en digitalisering, worden huishoudens en KMO’s uitgedaagd om hun verbruik slimmer te beheren. Energie Management Systemen (EMS’en) vormen hierbij een sleuteltechnologie: ze sturen het verbruik automatisch op basis van realtime prijs- en netdata. Toch blijft de rendabiliteit ervan voor veel gebruikers onduidelijk. Deze bachelorproef brengt daar verandering in.
Ik ontwikkelde een interactieve rekenmodule die op basis van gebruikersinput – zoals woningtype, toestellen, gedrag en contractvorm – de Total Cost of Ownership (TCO) en de Terugverdientijd (TVT) van een EMS berekent. Via Google Sheets en Apps Script wordt automatisch een gepersonaliseerd rapport gegenereerd, inclusief scenariovergelijking, besparingsgrafieken en benchmarkanalyse.
De tool werd ontworpen met reproduceerbare logica, gevoeligheids- en correctiefactoren, en werd getest op meer dan 550 realistische scenario’s. De resultaten tonen dat voor gebruikers met meerdere regelbare toestellen en een dynamisch of een contract bij een Flexibility Service Provider of aggregator, de jaarlijkse besparing kan oplopen tot honderden euro’s, met een gemiddelde terugverdientijd van net boven de 5 jaar. Daartegenover staan profielen waar de investering minder loont – wat de nood aan maatwerk aantoont.
Het project is technisch en beleidsmatig relevant. VEKA gaat deze rekenmodule zeker verder bespreken om te integreren in de website www.maakjemeterslim.be en zal dan worden ingezet in campagnes van VEKA als extra stimulans om potentiële gebruikers te overtuigen. Daarnaast is het inzetbaar als simulatie-instrument bij energieloketten, netbeheerders of leveranciers die contractoptimalisatie en flexibiliteitsdiensten willen ondersteunen. De methodiek is uitbreidbaar naar andere technologieën (zoals warmtepompen of batterijen) en types aansluitingen (zoals AMR).
Deze bachelorproef koppelt praktijkervaring, innovatie en systeeminzicht met een breed maatschappelijk nut. Het biedt gebruikers helderheid, en beleidsmakers een onderbouwde basis om het potentieel van EMS’en gericht te stimuleren in het kader van de energietransitie.
Meer lezen

Typologie van sharenting-inhouden op Instagram

Universiteit Antwerpen
2025
Nena
Huybrechts
Sharenting is een veelvoorkomende praktijk onder jonge ouders. Deze ouders hebben vaak verschillende motieven om aan sharenting te doen, maar zijn zich ervan bewust dat deze praktijk ook bepaalde gevolgen kan hebben voor de privacy en veiligheid van hun kinderen. Aan het begin van deze studie werd een literatuuronderzoek uitgevoerd om deze motieven en gevolgen te identificeren, om te definiëren wat als risicovolle inhoud geldt en om de mindful sharenting-technieken te identificeren die ouders kunnen toepassen. Vervolgens werd een kwalitatieve inhoudsanalyse uitgevoerd en werd een steekproef van openbare Instagram-berichten verzameld met behulp van relevante hashtags zoals #kids en #momlife. De berichten werden systematisch gecodeerd en geanalyseerd op basis van een vooraf opgesteld codeboek.

Het belangrijkste doel van deze studie was het ontwikkelen van een typologie van sharenting-inhoud en specifiek het onderzoeken van het delen van risicovolle inhoud en het gebruik van mindful sharenting-technieken. De resultaten tonen aan dat ouders voornamelijk foto’s delen van alledaagse momenten, verjaardagen en gezinsuitstapjes. Ongeveer 34% van de geanalyseerde berichten bevatte risicovolle inhoud. Dit waren berichten die identificeerbare informatie bevatten of waarin negativiteit of naaktheid werd getoond. 28% van de ouders in deze studie paste bewust technieken toe die wijzen op mindful sharenting, zoals alleen de achterkant van het kind tonen of het gezicht van het kind afdekken met een emoji om de privacy te beschermen. Deze bevindingen suggereren dat er sprake is van een beperkte maar groeiende bewustwording omtrent de bescherming van de online privacy van kinderen. Verdere bewustwordingscampagnes worden aanbevolen om ouders beter te helpen de potentiële risico’s van het delen van beelden van hun kinderen online te begrijpen.
Meer lezen

Welke sensibiliseringsmethoden zijn het meest effectief in het verbeteren van de pijnbeoordeling bij zorgverleners van ouderen met vergevorderde dementie?

HOGENT
2025
Milena
De Mesmaeker
  • Anouk
    Basslé
  • Camille
    Vanderstraeten
Ouderen met vergevorderde dementie ervaren vaak pijn die onopgemerkt blijft. Via onze bachelorproef onderzochten we hoe sensibiliseringsmethoden, zoals posters, e-learning en casusbesprekingen, zorgverleners helpen om pijnsignalen beter en sneller te herkennen.
Meer lezen

Hoe kunnen klanten eenvoudig bouwmaterialen met een lage milieu-impact kiezen voor houten bijgebouwen?

HOGENT
2025
Peter
Vanduffel
Deze bachelorproef onderzoekt hoe klanten van Ostyn, een producent van houtskeletconstructies voor bijgebouwen, op een eenvoudige manier bewust kunnen kiezen voor duurzame bouwmaterialen op basis van levenscyclusanalyses (LCA’s). Aangezien voor bijgebouwen geen normering bestaat rond milieu-impact, is er behoefte aan een eenvoudige methode die transparantie biedt met betrekking tot de duurzaamheid van materialen. Dit werk richt zich op het onderzoeken van een manier waarop Ostyn klanten kan ondersteunen in hun materiaalkeuzes.

De methodologie omvat een vergelijkende analyse van bestaande tools voor milieu-impactberekening, waaronder de Nederlandse Nationale Milieudatabase (NMD) en de Belgische tool TOTEM (Tool to Optimise the Total Environmental impact of Materials). Hierbij wordt gekeken naar hun toepasbaarheid voor Ostyn’s constructies, met aandacht voor de beschikbaarheid van data en de nauwkeurigheid van de resultaten.

Uit het onderzoek blijkt dat een vergelijking op productniveau binnen een element, zoals gevelbekleding en isolatie, relevanter is dan een analyse op constructieniveau vanwege de standaardisatie van veel onderdelen. Een belangrijke bevinding is dat de beperkte beschikbaarheid van productspecifieke data de betrouwbaarheid van de vergelijkingen beïnvloedt.

De conclusie luidt dat Ostyn met tools als TOTEM de mogelijkheid heeft om klanten te informeren over duurzame opties, mits er geïnvesteerd wordt in betere dataverzameling en heldere communicatie. Verdere ontwikkeling van databases en tools is essentieel om de keuze voor duurzame bouwmaterialen verder te reguleren en normaliseren.

Meer lezen

MORE DRAMA, MORE HAPPINESS? EEN KWALITATIEF ONDERZOEK NAAR HET VERBAND TUSSEN DRAMALESSEN EN HET MENTAAL WELBEVINDEN VAN 2E-GRAADS DOORSTROOM-STUDENTEN

Universiteit Gent
2025
Matthew
Wright
Deze studie werd uitgevoerd om te bepalen hoe 2e-graads doorstroomstudenten het verband tussen dramalessen en hun mentaal welbevinden ervaren. Het zes dimensionaal mentaal welbevinden model, ontwikkeld door Ryff (1989), toont deels overlap met de in de literatuur gevonden effecten van drama en werd daarom als theoretische basis gebruikt in dit onderzoek. De onderzoeksgroep bestaat uit 6 jongeren die een 2e-graads doorstroomrichting volgen en die gedurende 40 weken 24 keer één uur per week dramales kregen als keuzevak. De studie werd uitgevoerd aan de hand van semigestructureerde diepte-interviews die aan het einde van het schooljaar bij de leerlingen werden afgenomen. Om de gegevens te verwerken en analyseren werd een thematische analyse volgens Braun & Clarke (2006) toegepast. Als resultaat van het onderzoek werd er een duidelijke, positieve invloed vastgesteld op de persoonlijke groei, positieve relaties met anderen en zelfacceptatie dimensies. De invloed op de autonomie is matig en op de omgevingsbeheersing is de invloed gering. Er ontbreken gegevens om een besluit te maken over de doelgerichtheid dimensie, maar de verwachting is dat deze laag is. Het algemeen mentaal welbevinden van de participanten lijkt te zijn toegenomen na het volgen van dramalessen. Uit het onderzoek blijkt dat de invloed groter is bij jongeren wiens mentaal welbevinden laag is dan bij jongeren met een matig tot hoog mentaal welbevinden, al dient verder onderzoek dit verder te staven. De belangrijkste, niet eerder gevonden resultaten zijn dat participanten aangeven zich minder aan te trekken van de mening van anderen, makkelijker hun mening te kunnen uiten, meer te durven, meer open te staan voor nieuwe ervaringen en meer onbekenden durven aan te spreken. Vele andere resultaten bevestigen wat eerdere literatuur al bewees. Het onderzoek sluit af met een pleidooi om educatief drama een standaardonderdeel te maken van het curriculum van de middelbare school of het ten miste als potentieel keuzevak aan te bieden.
Meer lezen

Circulair gebruik van natuurmaaisel: Een case study voor veengebied De Zegge

Universiteit Antwerpen
2025
Lien
Van Breda
Het beheer van veengebied De Zegge genereert jaarlijks een aanzienlijke hoeveelheid natuurmaaisel, die tegen hoge kosten wordt afgevoerd naar composteringsinstallaties. Tegelijkertijd wordt natuurmaaisel in Vlaanderen erkend als biomassareststroom met circulair potentieel. Deze masterproef onderzoekt welke circulaire waardeketens toepasbaar en rendabel zijn voor De Zegge.
De jaarlijkse maaiselopbrengst wordt geschat op 94,5 ton droge stof. Een brede inventarisatie brengt tien mogelijke waardeketens rond natuurmaaisel in beeld, waarbij de ketens rond veenvrije potgrond, grasisolatie en graspapier het meeste perspectief bieden. Ook is er toekomstpotentieel voor boerderijcompostering, zodra het nieuwe wettelijk kader hiervoor wordt uitgerold. Belangrijke knelpunten voor circulaire inzet van natuurmaaisel zijn biologische stabilisatie, een efficiënte logistiek en de ontwikkeling van verdienmodellen die aantrekkelijk zijn voor alle partijen binnen een strikt en complex regelgevend kader. De vier geselecteerde waardeketens demonstreren echter voldoende technologische maturiteit, ecologische meerwaarde en economisch potentieel om deze knelpunten te overkomen.
Meer lezen

De Financiële en Ecologische Impact van Renovatiestrategieën Voor Vlaamse Eengezinswoningen

Universiteit Gent
2025
Jordi
Buseyne
Deze scriptie onderzocht 2160 renovatie strategieën op typische Vlaamse woningen. Het huidige renovatiedebat legt te veel nadruk op financieel rendement, terwijl het echte doel ecologische winst is: minder CO₂-uitstoot, minder energieverspilling en een gezonder binnenklimaat. Kostenefficiënte maatregelen zoals spouwmuur- en dakisolatie zijn economisch aantrekkelijk, maar hebben beperkt effect op de uitstoot. Alleen doorgedreven renovaties naar energielabel A, inclusief warmtepomp, leveren een structurele CO₂-reductie op. Mijn onderzoek toont dat het gedrag van bewoners de grootste invloed heeft op het klimaat. Een eerlijk systeem zou een betaalbaar basisverbruik garanderen, terwijl de grote verbruikers de volledige meerkost dragen, zodat duurzaamheid zowel effectief als sociaal rechtvaardig wordt.
Meer lezen

Van mode naar bouwmateriaal: Kledingafval als bron voor circulaire isolatie

Universiteit Gent
2025
Marth
Van Mierlo
Deze masterproef onderzoekt hoe kledingafval kan worden omgezet in een circulair isolatiemateriaal. Via een zelfontwikkeld en innovatief productieproces worden verschillende textielsoorten verwerkt tot isolatiematten met prestaties vergelijkbaar met commerciële producten, maar met veel minder milieuschade. Zo krijgt afgedankte kleding een tweede leven in de bouwsector. Mode en bouw worden zo bondgenoten in de strijd tegen afval en CO₂-uitstoot.
Meer lezen

Crustatieve zorg voor mensen met ernstige persisterende psychiatrische aandoeningen : De meerwaarde door de ogen van patiënten

Universiteit Gent
2025
Nina
Harth
Probleemstelling : Personen met ernstige, persisterende psychiatrische aandoeningen (EPPA), zoals schizofrenie, zware depressie of eetstoornissen, ervaren langdurige en complexe zorgnoden. In de huidige zorgcontext dreigen personen met EPPA echter onder- of overbehandeld te worden. Om die reden werd crustatieve zorg ontwikkeld: een innovatief zorgmodel dat palliatieve principes toepast binnen de psychiatrie en focust op kwaliteit van leven. Hoewel eerste ervaringen met dit zorgmodel wijzen op een verbeterd welzijn van patiënten, ontbreekt wetenschappelijke onderbouwing. Dit onderzoek wil dit hiaat vullen door het belevingsperspectief van personen met EPPA binnen crustatieve zorg te verkennen

Methode : Er werden 15 semigestructureerde interviews afgenomen bij personen met EPPA in drie Vlaamse voorzieningen die crustatieve zorg aanbieden Bijkomend werd foto-elicitatie ingezet om het narratief te ondersteunen. De interviews werden onderworpen aan een thematische analyse.

Resultaten : Uit de analyse kwamen vier hoofdthema’s naar voren: (1) sociale connectie; (2) zorg; (3) zingeving; en (4) identiteit. De analyse identificeerde spanningsvelden rond dwang en autonomie, sociale isolatie en organisatorische belemmeringen, die het welzijn beïnvloeden. Bewoners waardeerden vooral stabiliteit, structuur en nabijheid van zorgverleners, maar gaven ook aan nood te hebben aan meer inspraak, minder dwang en meer sociale connectie.

Conclusie : De resultaten tonen dat crustatieve zorg belangrijke (zorg)noden weet in te vullen. Tegelijkertijd beperken spanningsvelden het potentieel van het model. Het verminderen van deze spanningsvelden vraagt om versterking van inspraak in zorgtrajecten, actieve doorbreking van sociale isolatie, proactieve somatische zorg, en organisatorische ruimte om maatwerk te bieden.
Meer lezen

From resilience grows fruitfulness Verkenning van het concept occupational justice voor kwetsbare kinderen (5-11 jaar) in Khula Development Group, Zuid Afrika

Hogeschool PXL
2025
Gökçe
Karaman
De bachelorproef onderzoekt hoe de Khula Development Group (KDG) in Zuid-Afrika kan bijdragen aan occupational justice voor kwetsbare kinderen van 5 tot 11 jaar. Hiervoor werd een kindvriendelijke versie van de Occupational Justice Health Questionnaire (OJHQ) ontwikkeld, waarmee via creatieve en participatieve methodes zoals tekenen en spel de leefwereld van negen kinderen in kaart werd gebracht.

Het onderzoek identificeerde vijf centrale domeinen van het dagelijks leven: thuissituatie, woonomgeving, school, voeding en vrije tijd. Binnen deze domeinen kwamen zowel kansen als belemmeringen voor participatie naar voren. Positieve ervaringen omvatten veiligheid, steun van familie en school, en toegang tot ontspannende activiteiten, terwijl negatieve ervaringen onder andere voedselonzekerheid, gebrekkige infrastructuur, sociale isolatie en spanningen in het gezin betroffen.

De bevindingen tonen dat kinderen hun complexe ervaringen kunnen uiten wanneer methodes aansluiten bij hun leeftijd en context. Het onderzoek benadrukt het belang van toegankelijke, culturele en leeftijdssensitieve instrumenten voor het bevorderen van occupational justice en laat zien dat kinderen ondanks moeilijke omstandigheden veerkracht en hoop tonen.
Meer lezen

Een innovatieve leerervaring in het zorgonderwijs - Escape room: Maurice De Groots laatste uur

Odisee Hogeschool
2025
Eline
Massart
  • Evelien
    Maes
In mijn praktijkonderzoek heb ik onderzocht hoe gamification, via een escape room, het leren kan stimuleren en het effect heeft op het kennisbehoud van leerlingen. Tijdens de activiteit hebben leerlingen opdrachten uitgevoerd die waren gebaseerd op theoretische kennis, waarna hun betrokkenheid, motivatie en kennisbehoud werden gemeten. De resultaten laten zien dat gamification niet alleen het leren leuker maakt en de betrokkenheid vergroot, maar ook een positief effect heeft op het onthouden en toepassen van de theoretische kennis.
Meer lezen

Personalised Support Strategies for Welcoming African International Students at Thomas More University of Applied Sciences

Thomas More Hogeschool
2025
Vida Asabea
Ohene
Mijn bachelorproef onderzocht hoe Thomas More Afrikaanse internationale studenten beter kan ondersteunen bij hun integratie. Op basis van enquêtes, literatuur en benchmarking ontwikkelde ik AfricaConnect@ThomasMore: een semestervullend programma met digitale onboarding, buddywerking en cultuurgerichte activiteiten. Het project biedt een haalbaar, empathisch antwoord op structurele noden binnen internationalisering en inclusiviteit in het hoger onderwijs.
Meer lezen

Jaarlijks zingen duizenden jongeren ‘Kamperen is de mooiste zomersport’ maar hoe maken ze dit waar INZICHTEN IN HET VOORKOMEN EN HET HERKENNEN VAN GASTRO-INTESTINALE INFECTIES

Thomas More Hogeschool
2025
Lenka
Belmans
  • Cato
    Van Baelen
Probleemstelling: Gastro-intestinale infecties kunnen aanzienlijke gezondheidsrisico’s met zich meebrengen tijdens jeugd- en zomerkampen. Deze infecties worden vaak door slechte hygiëne, onveilige voedselbereiding en onvoldoende preventieve maatregelen verspreid. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de gezondheid van de deelnemers, maar kan ook leiden tot het vroegtijdig beëindigen van kampen. Veel uitbraken kunnen worden voorkomen door infectiepreventie, daarom is er nood aan effectieve strategieën.

Vraagstelling: In dit onderzoek wordt de vraag gesteld hoe verpleegkundigen kunnen bijdragen aan het vergroten van de kennis over primaire en secundaire infectiepreventie, specifiek gericht op gastro-intestinale infecties, voor de deelnemers van jeugd- en zomerkampen. Daarnaast wordt onderzocht welke richtlijnen en acties verpleegkundigen aan begeleiders kunnen aanleren om de verspreiding van gastro-intestinale infecties te beperken en tegelijkertijd de zorg voor zieke patiënten te verbeteren.

Zoekstrategie: Voor het vinden van relevante literatuur zijn verschillende zoektermen gebruikt, waaronder hoofdtermen zoals Gastro Enteritis, Norovirus, Rotavirus, Infectiepreventie, en Voedselveiligheid. Ook werden synoniemen en vertalingen toegepast om de zoekresultaten te verbreden. Hiervoor zijn belangrijke databanken zoals PubMed, CINAHL en de Cochrane Library geraadpleegd om zowel medische als verpleegkundige studies te vinden. De zoekresultaten werden verder verfijnd door studies van de afgelopen 10 jaar in het Nederlands of Engels te selecteren. Het betrekken van experten uit gezondheidsinstellingen en jeugdbewegingen, zoals Chiro en Scouts & Gidsen Vlaanderen, zorgde voor extra waardevolle inzichten.

Resultaten: Uit de literatuur blijkt dat er al methodieken en materialen bestaan voor infectiepreventie tijdens jeugd- en zomerkampen, zoals richtlijnen voor leiding en kookouders. Echter, deze informatie is vaak moeilijk toegankelijk in noodsituaties. Daarom is een interactief prototype ontwikkeld dat alles bundelt in een toegankelijke vorm: een escape room voor leiding, een spel voor leden, een quiz voor kookouders en een gezamenlijk document met daarin alle info gebundeld. Dit bevordert een speelse en duidelijke bewustwording rond infectiepreventie.

Conclusie: Gastro-intestinale infecties kunnen grote gevolgen hebben op kampen, maar preventie en snelle actie kunnen uitbraken voorkomen of beperken. Bestaande richtlijnen zijn verspreid, waardoor gebundelde informatie noodzakelijk is. Het succes hangt af van de betrokkenheid van jeugdbewegingen. Speelse, interactieve leermethoden kunnen de effectiviteit van infectiepreventie verhogen en door samenwerking kunnen de benodigde middelen en ondersteuning worden vergroot. Met de juiste kennis en tools kunnen jeugd- en zomerkampen veiliger worden.
Meer lezen

Simulatie-gebaseerde methode voor integratie van warmtepompen in luchtbehandelingsunits

Universiteit Antwerpen
2025
Jasper
Van der Auwera
De transitie naar CO₂-neutrale gebouwen vereist de elektrificatie van verwarmings- en ventilatiesystemen, met warmtepompen als sleuteltechnologie. De integratie van warmtepompen in bestaande luchtbehandelingsunits, met name in niet-residentiële gebouwen, blijft echter een uitdaging vanwege bestaande ontwerpen die afgestemd zijn op warmtebronnen met hoge temperaturen.
Deze thesis speelt in op die uitdaging door een simulatiegestuurde methodologie voor te stellen die toelaat om de integratie van lagetemperatuur-warmtepompsystemen in renovatiescenario’s systematisch te beoordelen en te optimaliseren. Door de discrepantie tussen conventionele ontwerprichtlijnen en de operationele grenzen van warmtepompen, is er een duidelijke nood aan een aangepaste ontwerpmethodiek. In de huidige praktijk ontbreken vaak concrete richtlijnen, wat leidt tot inefficiënte of ondermaatse toepassingen. Dit onderstreept het belang van iteratieve en prestatiegestuurde ontwerpbenaderingen, ondersteund door dynamische simulatie.
Een referentiegebouw met een conventioneel luchtbehandelingsunitontwerp wordt gemodelleerd in Hysopt om de gangbare ontwerpfilosofie, zoals bepaald door Europese normen en lokale regelgeving, weer te geven. Vanuit deze uitgangssituatie wordt een parametrisch kader ontwikkeld om de gevoeligheid van de systeemprestaties voor belangrijke invloedsfactoren te evalueren, waaronder de isolatiegraad van de gebouwschil, ventilatiebehoeften, configuraties voor warmteterugwinning, ontwerp-inblaastemperatuur en de hydraulische dimensionering van de verwarmingsbatterijen.
De analyse maakt gebruik van dynamische simulaties om de impact van ontwerpkeuzes op seizoensgebonden prestatie-indicatoren zoals de Seasonal Coefficient of Performance (SCOP), CO₂-uitstoot en operationele kosten te kwantificeren. De resultaten tonen aan dat de systeemprestaties sterk afhankelijk zijn van de interactie tussen isolatiegraad van het gebouw, de kenmerken van het afgiftesysteem, de aanwezigheid van warmterecuperatie en de regelstrategie. Zo blijkt dat binnen een warmtepompconfiguratie de toevoeging van ontwerpmaatregelen zoals vraaggestuurde ventilatie, warmterecuperatie, een verhoogde UA-waarde en een verbeterde gebouwschil kan leiden tot een reductie van 52% in operationele kosten en CO₂-uitstoot. Optimale prestaties vereisen bovendien een iteratieve verfijning van zowel de luchtzijdige als waterzijdige subsystemen. De studie toont aan dat statische, eenmalige ontwerpbenaderingen het risico op suboptimale integratie verhogen. Iteratieve, simulatiegestuurde processen maken daarentegen oplossingen mogelijk die de efficiëntie van warmtepompen verbeteren en het binnencomfort waarborgen.
Dit werk levert een gestructureerde methodologie aan die ontwerpbeslissingen in HVAC-renovatieprojecten met warmtepompen ondersteunt. Met een generieke maar aanpasbare simulatiebenadering wordt het mogelijk om de haalbaarheid van retrofittoepassingen onderbouwd te evalueren. Dit levert een concrete bijdrage aan de verduurzaming van het niet-residentiële gebouwenbestand, waarbij een eerste stap wordt gezet richting de opbouw van een beslissingskader, dat ingenieurs en installateurs ondersteunt bij het maken van diverse systeemkeuzes.
Meer lezen

Optimaliseren van de levenskwaliteit bij langdurig opgenomen psychiatrische patiënten: het toepassen van verpleegkundige interventies

Hogeschool West-Vlaanderen
2025
Mieke
Verniers
Een literatuuronderzoek met een verbeterproject binnen de geestelijke gezondheidszorg. Het verbeterproject is een zorgpad voor levenskwaliteit te verhogen bij psychiatrische patiënten met ernstige en persisterende aandoeningen die langdurig verblijven in een opname.
Meer lezen

Mis Gebouw(d)?

KU Leuven
2025
Lotte
Van Hecke
Door de secularisatie vanaf einde jaren ‘60 lopen de kerken leeg en verliezen ze hun sociale en symbolische rol in de maatschappij. De klassieke kerk heeft dankzij zijn historisch karakter een draagvlak om deze te behouden of herbestemmen. De naoorlogse kerkbouw in Vlaanderen is minder gekend en gedragen bij het grote publiek waardoor een toekomstvisie ontbreekt voor dit jong erfgoed. Deze kerken volgen namelijk een nieuwe liturgische beweging conform Vaticanum II waardoor er verschillende en nieuwe architecturale uitingen aan een kerkgebouw gegeven werd zoals open grondplan en zichtbare materialen. Dit leidt onder andere tot kerken in brutalistische stijl. Brutalistische gebouwen kennen vele structurele gebreken en deze zijn ook in de kerkbouw aanwezig. Daarnaast bemoeilijkt het gebrek aan archiefmateriaal, kennis over de gebruikte materialen en constructiemethodes de instandhouding van de naoorlogse kerkbouw. De consolidering van het religieus patrimonium verergert deze algemene verwaarlozing. Hieruit ontstond de onderzoeksvraag, welke veelvoorkomende gebreken in brutalistische kerkgebouwen zijn er en wat zijn hun oorzaken? In deze masterproef ligt de focus op de gebouwde naoorlogse kerken van Marc Dessauvage (° 13 maart 1931, Moorslede. † 29 december 1984, Brugge), de officieus aangestelde kerkenbouwer door het Aartsbisdom Mechelen-Brussel. Marc Dessauvage ontwierp brutalistische en functionele huiskerken. Hij realiseert 14 kerkgebouwen op een relatief korte periode, voornamelijk in Vlaanderen en enkelen in Brussel. Tussen Dessauvages eerste ontwerpvoorstel in 1959 en de laatste oplevering in 1974 zit amper 16 jaar. Ondanks dat het oeuvre van Dessauvage extensief onderzocht is op zijn historische en architecturale kwaliteiten, blijven de technische en bouwfysische gebreken van zijn werk onderbelicht. In deze scriptie wordt de bouwtechnische zijde voor het eerste gebundeld, onderzocht en besproken. Doorheen het onderzoek komen de pathologische gebreken naar boven in zijn projecten, gebreken typerend voor Dessauvage en andere brutalistische (kerk)gebouwen. Eerst bestudeer ik het algemeen theoretisch beeld van brutalisme als ondersteunend kader, vanuit een sociaal en technisch perspectief. Hierbij legt het onderzoek de typische problemen voor gebouwen met een zichtbare constructie bloot. In een tweede fase wordt toegelicht hoe het brutalisme kon integreren in kerkelijke architectuur en hoe de Kerk zich positioneerde en hervormde na WOII. Vervolgens zoom ik verder in op de gerealiseerde projecten van Dessauvage. Er wordt onderzoek gedaan naar de levensloop van het gebouw, gaande van de constructie van het gebouw, de verschillende renovatiewerken doorheen de tijd, tot de huidige toestand. Hierbij wordt gekeken naar de materiële ingrepen alsook naar de betekenis van het gebouw voor de parochie. Uit het onderzoek komen 3 repetitieve gebreken naar voren, namelijk betonrot, waterinfiltratie en scheurvorming.
Meer lezen