Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Van educatie tot zelfzorg: de impact van verpleegkundige ontslagvoorbereiding op herstel bij patiënten na cardiochirurgie

Thomas More Hogeschool
2026
Wouter
Notelteirs
Van educatie tot zelfzorg: de impact van verpleegkundige ontslagvoorbereiding op herstel bij patiënten na cardiochirurgie

Een cardiochirurgische ingreep is voor veel patiënten een ingrijpende gebeurtenis die gepaard gaat met een intensief en kwetsbaar herstelproces. Waar de zorg tijdens de ziekenhuisopname nauwgezet georganiseerd is, blijkt de uiteindelijke overgang van het ziekenhuis naar de thuissituatie in de praktijk vaak een kritiek moment. Patiënten kampen na de operatie niet alleen met fysieke ongemakken zoals pijn, vermoeidheid en een beperkte mobiliteit, maar worden thuis ook geconfronteerd met onzekerheid en angst. Vragen over wat veilig is qua beweging, hoe wondzorg moet worden uitgevoerd of hoe de medicatie correct moet worden ingesteld, zorgen regelmatig voor twijfels. Zonder adequate ondersteuning kan deze onzekerheid leiden tot een moeizamer herstel, problemen met therapietrouw en in het slechtste geval zelfs tot vermijdbare complicaties of ongeplande heropnames.

Om te onderzoeken hoe deze overgang beter kan worden begeleid, richtte dit Evidence-Based Nursing (EBN) onderzoek zich op de vraag welke rol verpleegkundige educatie en ontslagvoorbereiding spelen in het herstel en de zelfzorg van volwassen patiënten na cardiochirurgie. Aan de hand van een systematische literatuurstudie van zestien recente wetenschappelijke studies – waaronder gerandomiseerde gecontroleerde studies en systematische reviews – werden de effecten van verpleegkundige interventies op fysiek, psychologisch en klinisch vlak in kaart gebracht.

Uit de resultaten blijkt overtuigend dat doelgerichte verpleegkundige begeleiding een cruciale succesfactor is. Vroegtijdige en gestructureerde patiënteneducatie vermindert angst- en depressiescores significant, verhoogt het inzicht in het ziektebeeld en leidt tot een hogere tevredenheid bij de patiënt. Op fysiek vlak draagt een goede voorbereiding bij aan een korter verblijf op de intensieve zorgen, betere ademhalingsparameters en een effectievere pijnbestrijding. Wanneer educatie bovendien wordt gecombineerd met een individueel afgestemd ontslagplan en een actieve opvolging na de hospitalisatie – bijvoorbeeld via telefonische contacten of naloopzorg – voelen patiënten zich aanzienlijk beter voorbereid op hun thuisherstel. Dit verhoogt de zogenaamde discharge readiness en dringt het aantal heropnames aantoonbaar terug.

Centraal in dit gehele proces staat het stimuleren van de zelfzorgcapaciteit. Zelfzorg gaat verder dan het opvolgen van medische voorschriften; het omvat de vaardigheden en het zelfvertrouwen (self-efficacy) die een patiënt nodig heeft om dagelijks de eigen gezondheid te bewaken en gepast te reageren op lichamelijke signalen. Omdat factoren zoals gezondheidsgeletterdheid (health literacy) sterk verschillen per persoon, werkt een standaardfolder of een eenmalig gesprek bij het afscheid niet. Informatie dient stapsgewijs, op maat en in begrijpelijke taal te worden aangeboden.

Dit onderzoek onderstreept dat verpleegkundigen de sleutelfiguur vormen in het overbruggen van de kloof tussen het ziekenhuis en de thuissituatie. Ontslagvoorbereiding mag niet worden beschouwd als een administratieve handeling op de dag van vertrek, maar als een doorlopend, gestandaardiseerd zorgpad dat reeds bij opname start en doorloopt tot in de eerstelijnszorg en hartrevalidatie. Door binnen verpleegkundige teams te streven naar een uniforme, evidence-based aanpak kan de continuïteit en kwaliteit van zorg naar een hoger niveau worden getild, met als ultiem doel dat patiënten met meer vertrouwen en veerkracht aan hun herstel bouwen.
Meer lezen

Wandelen als artistiek-pedagogische methode in woonzorgcentra

Erasmushogeschool Brussel
2026
Marthe
Verschaeve
Deze scriptie onderzoekt hoe wandelen als artistiek-pedagogische methode ingezet kan worden in een woonzorgcentrum. Vertrekkend vanuit de vaststelling dat veel bewoners geconfronteerd worden met beperkte mobiliteit, routines en een verlies aan autonomie, gaat het onderzoek na hoe wandelen kan bijdragen aan aandacht, verwondering, betekenisgeving en verbinding. Centraal staat daarbij de wisselwerking tussen wandelen en kunst: wandelopdrachten worden geïnspireerd door kunstenaars, artistieke praktijken en kunstzinnige manieren van kijken.

Via participatief actieonderzoek worden verschillende wandelopdrachten ontwikkeld en getest met drie bewoners van een woonzorgcentrum. Naast fysieke wandelingen wordt ook geëxperimenteerd met alternatieve vormen van wandelen, zoals fotografie, tekenen, herinneringen, geluiden en virtuele verplaatsingen. Deze opdrachten nodigen bewoners uit om hun omgeving en leefwereld op een andere manier waar te nemen en hier actief betekenis aan te geven.

De resultaten tonen aan dat wandelen, wanneer het verbonden wordt met artistieke processen, meer is dan een fysieke activiteit. Het kan bijdragen aan autonomie, verwondering, verbeeldingskracht, ontmoeting en zingeving. Daarnaast blijkt dat ook imaginaire en niet-fysieke vormen van wandelen waardevol kunnen zijn voor bewoners met een beperkte mobiliteit. De scriptie mondt uit in een toolbox met artistieke wandelopdrachten die verder kunnen worden ingezet en onderzocht binnen woonzorgcentra.
Meer lezen

Kunstgeïntegreerde actie- en rustmomenten ontworpen voor leerlingen met ADHD en ASS: Painted Pause

Odisee Hogeschool
2026
Emma
Ghysels
  • Jolien
    Gits
Leerlingen met ADHD en ASS ervaren in de lagere school aanzienlijke moeilijkheden op het vlak van aandacht, prikkelverwerking, flexibiliteit en zelfregulatie. Zoals in het document staat: “Leerlingen met ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD en ASS ondervinden dagelijks moeilijkheden die hun leerproces en het klasgebeuren beïnvloeden.” Deze uitdagingen worden vooral zichtbaar tijdens lange instructies, drukke situaties en overgangsmomenten, waar concentratieverlies, impulsiviteit en overprikkeling vaker optreden. Zowel literatuur als praktijk tonen dat bestaande ondersteuning vaak reactief blijft en niet altijd afgestemd is op de specifieke noden van deze leerlingen (Horeweg, 2024).

Daarom bestaat het onderzoeksdoel van deze bachelorproef uit het ondersteunen van leerlingen met ADHD en/of ASS door bewegingsmomenten via kunst te integreren, met als doel hun concentratievermogen en algemeen welzijn te versterken. De centrale onderzoeksvraag luidde: Wat is het effect van structureel aangeboden bewegingsmomenten die via kunst worden geïntegreerd op de aandacht en het algemeen welzijn van lagereschoolkinderen met ADHD en/of ASS?

Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden, werd gebruikgemaakt van observaties en semi gestructureerde bevragingen bij leerkrachten, zorgleerkrachten en externe ondersteuners. Hieruit bleek dat scholen reeds hulpmiddelen inzetten zoals koptelefoons, visuele planningen en friemelmateriaal, maar dat de nood aan een proactieve, haalbare en doelgerichte aanpak groot blijft. Leerkrachten zoeken vooral korte interventies die rust of beweging bieden zonder extra werkdruk. Tegelijk wijst onderzoek erop dat kunstzinnige activiteiten bijdragen aan zelfsturing, metacognitieve vaardigheden en sociaal emotioneel functioneren. Mieras (2024) benadrukt dat kunst “leerlingengroepen daadwerkelijk helpt om kansen in het leven te grijpen”.

Vanuit deze bevindingen werd de educatieve tool Painted Pause ontwikkeld. Deze tool combineert kunstbeleving met korte actie en rustmomenten en biedt leerlingen de keuze tussen een actief of rustgevend tussendoortje. Via een digitale schilderijengalerij bekijken leerlingen kunstwerken, beantwoorden ze korte kijkvragen en voeren ze aansluitend een bewegingstussendoortje uit. De activiteiten richten zich op concentratie, samenwerking, emotieregulatie en zelfsturing. De vaste structuur en visuele ondersteuning sluiten aan bij de uiteenlopende noden van leerlingen met ADHD en ASS (Horeweg, 2025).

Tijdens twee testperiodes in verschillende leerjaren werd Painted Pause positief onthaald. Leerlingen met ADHD begonnen na een tussendoortje rustiger en meer gefocust aan het volgende werkmoment; leerlingen met ASS profiteerden vooral van de voorspelbaarheid en prikkelreductie. Ook leerlingen zonder ontwikkelingsstoornis ervaarden de tool als motiverend en prettig. De combinatie van kunstbeleving aan de hand van kijkvragen en een doelgericht bewegingstussendoortje zorgde voor een betere sfeer, verhoogde betrokkenheid en een meer gereguleerde klasgroep. De resultaten tonen dat structureel aangeboden, kunstgebaseerde bewegingsmomenten een waardevolle aanvulling vormen binnen de brede basiszorg. Ze ondersteunen leerlingen met specifieke noden zonder hen te stigmatiseren en versterken tegelijk het algemeen welzijn van de volledige klas. Hoewel verdere verfijning en langdurige evaluatie wenselijk zijn, biedt Painted Pause een veelbelovende, preventieve en inclusieve manier om aandacht en zelfregulatie te bevorderen.
Meer lezen

Pedagogisch documenteren vanuit de Reggio Emilia-benadering ter ondersteuning van thematiseren in de peuterklas

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Kelly
Billigh
"Deze bachelorproef onderzoekt hoe pedagogisch documenteren vanuit de Reggio Emilia-benadering kan ondersteunen bij het thematiseren in de peuterklas. Door gerichte observaties te maken van wat jonge kinderen bezighoudt, worden hun interesses en 'honderd talen' zichtbaar. Dit vormde in Basisschool De Geluksvogel het vertrekpunt voor flexibele leeractiviteiten en een praktische inspiratiebundel voor leerkrachten."
Meer lezen

Samenwerking tussen onderwijs en welzijn in de evolutie naar inclusieve scholen

Universiteit Antwerpen
2026
Lotte
Janssens
De onderwijsnoden van leerlingen worden steeds complexer, waardoor de draagkracht van leraren en scholen
vaker onder druk komt te staan en het bieden van passend, kwaliteitsvol onderwijs een uitdaging vormt. In
Vlaanderen groeit het besef dat structurele partnerschappen tussen onderwijs en welzijn een belangrijke
hefboom zijn om deze uitdagingen aan te pakken en een inclusiever onderwijssysteem te realiseren. Deze
masterproef onderzoekt een praktijkgericht samenwerkingsinitiatief tussen een multifunctioneel centrum (MFC)
en reguliere kleuterscholen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van een kwalitatief onderzoeksdesign, gebaseerd op
semigestructureerde interviews met leraren en zorgcoördinatoren. Op die manier wordt inzicht verkregen in
zowel de werking als de effecten van deze samenwerking.

De resultaten tonen aan dat effectieve samenwerking wordt gekenmerkt door zes bevorderende factoren:
gemeenschappelijke doelen, afstemming en taakafbakening, communicatie, wederzijds respect en vertrouwen,
relatie en betrokken actoren. Deze factoren versterken elkaar en dragen bij tot een gedeelde
verantwoordelijkheid en een sterk ‘wij-gevoel’ tussen onderwijs- en welzijnsprofessionals. Op het niveau van de
leraar en zorgcoördinator blijkt de samenwerking een positief effect te hebben op hun zelfeffectiviteit. Zij voelen
zich competenter in het interpreteren van gedrag en het afstemmen van hun pedagogisch-didactisch handelen.
Op leerlingniveau worden positieve effecten vastgesteld op sociale en academische participatie, al blijft deze
participatie sterk afhankelijk van de individuele verschillen tussen leerlingen en haalbare aanpassingen. Tegelijk
worden ook belangrijke uitdagingen zichtbaar, waaronder schoolbrede implementatie en de grenzen van inclusie
in de klaspraktijk. De masterproef concludeert dat samenwerking tussen onderwijs en welzijn een belangrijke
hefboom vormt voor inclusie, maar dat duurzame verankering en structurele partnerschappen noodzakelijk zijn
om deze meerwaarde op lange termijn te realiseren.

Kernwoorden: inclusief onderwijs, effectieve samenwerking, zelfeffectiviteit, sociale participatie en academische participatie
Meer lezen

welke rol speelt de verpleegkundige in de vroege herkenning van hemispatiaal neglect bij patiënten na een cerebrovasculair accident (CVA)?

Hogeschool VIVES
2026
steffie
dumortier
Deze bachelorproef onderzoekt de rol van de verpleegkundige in de vroege herkenning van hemispatiaal neglect bij patiënten na een cerebrovasculair accident (CVA). Hemispatiaal neglect kan een grote invloed hebben op de veiligheid, zelfstandigheid en revalidatie van de patiënt, maar wordt in de dagelijkse zorg niet altijd tijdig herkend.

Aan de hand van een literatuurstudie werd onderzocht welke signalen verpleegkundigen kunnen observeren, welke screeningsmethoden en hulpmiddelen beschikbaar zijn en hoe multidisciplinaire samenwerking kan bijdragen aan een vroegere herkenning en betere begeleiding.

Op basis van de bevindingen werd de Neglectbox ontwikkeld: een praktijkgericht hulpmiddel met onder andere een verpleegkundig zakkaartje, Neglect Compass, kamerindelingskaart, patiëntenwerkboek, familiekaart en verschillende hulpmiddelen voor de patiënt. De box heeft als doel verpleegkundigen en andere zorgverleners te ondersteunen, de patiënt actief te betrekken bij de revalidatie en ook familie handvatten te geven.

De Neglectbox zal binnen AZ Delta in de praktijk worden ingezet, waarbij onder andere de ontwikkelde kamerindelingskaart effectief gebruikt zal worden.
Meer lezen

Rekenen op meer. Een cognitieve taakanalyse van differentiatie voor sterke rekenaars.

Universiteit Antwerpen
2026
Maxime
Bultheel
Het Vlaamse onderwijslandschap wordt de laatste jaren geconfronteerd met een toenemende bezorgdheid over de rekenvaardigheden van sterke leerlingen. Tegelijkertijd worden leraren in het basisonderwijs geconfronteerd met een toenemende diversiteit binnen hun klasgroep. Zo wordt het uitdagender om tegemoet te komen aan de onderwijsnoden van sterke rekenaars. Om toekomstig onderpresteren, motivatieverlies en talentverlies te voorkomen, zijn interventies in het basisonderwijs van cruciaal belang. Uit onderzoek blijkt dat sterke rekenaars nood hebben aan aangepaste instructie die aansluit bij hun leerstatus en leerpotentieel. Dit plaatst leerkrachten voor didactische en organisatorische vraagstukken. Enerzijds moeten keuzes gemaakt worden die toelaten om sterke rekenaars van instructietijd te voorzien. Anderzijds rijst de vraag welke didactische kenmerken deze instructie idealiter moet bevatten.
Deze masterproef onderzocht hoe leraren de beschikbare instructietijd optimaal kunnen benutten om het leerproces van sterke rekenaars te ondersteunen. Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van een cognitieve taakanalyse. Eerst werden interventies voor divergente differentiatie geïdentificeerd via een literatuurstudie en de e-learningmodules van Project TALENT. Vervolgens werden rekenlessen geobserveerd en gefilmd, waarna stimulated recall interviews werden afgenomen bij twee expertleerkrachten uit contrasterende expertisecontexten. De voorlopige bevindingen werden ten slotte verdiept en gevalideerd via een semigestructureerd interview met een inhoudsdeskundige.
De resultaten tonen aan dat effectieve differentiatie voor sterke rekenaars in de eerste plaats vertrekt vanuit een krachtige brede basiszorg. Doelgericht werken, afstemming tussen leerdoelen, leeractiviteiten en evaluatie, uitdagende denkactiviteiten en formatieve evaluatie blijken essentiële bouwstenen. Tegelijkertijd volstaat een brede basiszorg niet voor alle sterke rekenaars. Opvallend is echter dat plusdoelen, daarop afgestemde instructietijd en gerichte evaluatie voor sterke rekenaars in de geobserveerde praktijk nauwelijks werd teruggevonden. Differentiatie krijgt er voornamelijk vorm via compacten en zelfstandige verwerking van verrijkingsmateriaal. Compacten en verrijken blijken waardevolle aanvullende interventies, op voorwaarde dat zij aansluiten bij de leerstatus van leerlingen, dat instructietijd gegarandeerd wordt en dat leeractiviteiten vertrekken vanuit plusdoelen.
Meer lezen

Voorbij het monsterbeeld: de haai als slachtoffer

HOGENT
2026
Marlies
Hemelinckx
Shark species are declining and anthropogenic pressures are on the rise.
This study investigates the occurrence and characteristics of anthropogenic injuries in bull sharks and oceanic blacktip sharks at Aliwal Shoal, Umkomaas, South Africa. The aim is to assess injury frequency, origin, type, anatomical distribution and seasonal variation, as well as the influence of photographic coverage on injury detection.
A total of 383 sharks were analysed, consisting of 53 bull sharks and 330 oceanic blacktip sharks. For bull sharks, 3,975 photographs were systematically reviewed, while 25,354 photographs were analysed for oceanic blacktip sharks. Data was collected using photographic records and classified according to injury presence, number, origin, type and body location. Seasonal patterns were derived from the month of observation and grouped into seasonal categories.
Anthropogenic injuries were recorded in both species, with a substantial proportion of individuals affected. Fishing-related injuries were the most frequent in both bull sharks and oceanic blacktip sharks, followed by vessel-related injuries. Most sharks exhibited a single injury, although multiple injuries per individual were also observed, particularly in oceanic blacktip sharks. Retained fishing gear and associated wounds were the most common injury type, while fins were the most frequently affected body region in both species.
Seasonal variation in newly observed injuries indicated differences in distribution across seasons, with relatively higher frequencies during warmer periods. Photographic analysis showed that a considerable proportion of sharks did not have full-body coverage, suggesting that some injuries may not have been detected and that reported values likely underestimate true occurrence.
Overall, the results demonstrate widespread anthropogenic interaction with sharks at Aliwal Shoal and highlight the importance of fisheries as the main source of injury, as well as the need for improved monitoring methods to better assess impacts on shark populations.
Meer lezen

"Samen ontplooien we ons tot schattenjagers" - Onderzoek naar en het optimaliseren van de speel- en leerkansen bij de kinderen en jongeren in Mon Refuge (Togo).

Hogeschool VIVES
2026
Ade
BAEKE
  • Lize
    Verschelde
Deze bachelorproef kwam tot stand binnen het OPO Internationaal project van de VIVES Hogeschool in samenwerking met Togo Debout en ONG Ange. Het project situeert zich binnen een internationale uitwisseling in het centrum Mon Refuge, dat deel uitmaakt van ONG Ange. Dit centrum richt zich op kinderen en jongeren in kwetsbare leefsituaties. Tijdens onze eerste weken hebben we vooral geobserveerd en kregen we zicht op de lokale noden en behoeften. We merkten dat er veel spel- en activiteitenmateriaal aanwezig was, maar dat dit niet altijd overzichtelijk of toegankelijk was. Daarnaast wensten de begeleiders extra ondersteuning en inspiratie om meer verschillende educatieve en recreatieve activiteiten te organiseren. Vanuit deze noden ontwikkelden we het project: “Samen ontplooien we ons tot schattenjagers”.

Met deze bachelorproef probeerden we de begeleiders en animatoren handvaten te bieden om een gevarieerd spelaanbod te creëren. Enerzijds ontwikkelden we een activiteitengids met ludieke en pedagogische activiteiten die de begeleiders en animatoren kunnen ondersteunen. Hierin creëerden we vier categorieën; creatief, educatief, sportief en groepsspelen. We ontwikkelden een vast sjabloon met bijhorende uitleg over hoe je dit kan invullen. Zelf schreven we ook al heel wat verschillende soorten spelen uit en gaven we enkele tips en tricks voor het organiseren van een activiteit. Anderzijds werkten we een uitleensysteem uit om het aanwezige spelmateriaal toegankelijker en overzichtelijker te maken. Dit deden we door drie spelboxen te maken. Hierin maakten we een onderscheid tussen creatief spelmateriaal, gezelschapsspelletjes en materiaal voor buiten. Dit met als doel bij te dragen aan het uitbreiden van speelkansen en ontwikkelingskansen voor de kinderen en jongeren van Mon Refuge.

De bachelorproef steunt op theoretische kaders rond wenselijke preventie en ervaringsgericht werken. Hierbij leggen we voortdurend de link tussen theorie en praktijkervaring binnen Mon Refuge. We besteden ook aandacht aan de internationale en interculturele context waarin dit project gerealiseerd werd. Uit de praktijkervaring en evaluaties bleek dat het invoeren van een gevarieerde activiteitengids en een spelotheek een positieve invloed hadden op de speelkansen van de kinderen en jongeren. Zo zagen we meer gevarieerd spel ontstaan en waren de kinderen en jongeren doorheen de vrije momenten actiever dan voorheen. Tijdens het schrijven van deze bachelorproef kijken we met een kritische blik naar het proces en de resultaten. We merkten een enorme betrokkenheid van alle actoren doorheen het hele proces en bereidheid om ons project verder te zetten.
Meer lezen

Tussen Twee Stoelen: Een geschiedenis van lesbische netwerken, organisaties en ruimtes in Antwerpen (1970-1990).

Universiteit Gent
2026
Lotte
Dötsch
Deze masterproef onderzoekt lesbische ruimtes, organisaties en netwerken in Antwerpen tijdens de jaren 1970 en 1980, met af en toe een uitwijking naar de bredere tweede helft van de 20ste eeuw. Aan de hand van literatuuronderzoek, archiefonderzoek en oral history-interviews analyseert de studie hoe lesbische vrouwen zich organiseerden binnen een context van dubbele uitsluiting: binnen de door mannen gedomineerde homobeweging en binnen de heteroseksuele vrouwenbeweging. De thesis belicht de rol van autonome organisaties zoals Atthis en Chatterbox, de betekenis van fysieke ontmoetingsplaatsen en de werking van formele en informele netwerken. Daarnaast wordt onderzocht hoe feminisme, radicale politiek en het idee van lesbianisme als politieke keuze bijdroegen aan de ontwikkeling van een eigen lesbische cultuur en gemeenschap. Door historische bronnen te combineren met persoonlijke getuigenissen brengt deze studie de leefwerelden van lesbische vrouwen in Antwerpen in kaart en draagt ze bij aan de beperkte historiografie rond lesbische geschiedenis in België.
Meer lezen

Gehoorverlies in het kinderdagverblijf

Arteveldehogeschool Gent
2026
Julie
Wauman
In kinderdagverblijven is de kennis over de begeleiding van jonge kinderen met gehoorverlies vaak beperkt. Hierdoor hebben begeleiders weinig houvast in de dagelijkse praktijk. Deze bachelorproef brengt de kennis en noden van deze kinderverzorg(st)ers in kaart en werkt een mogelijke ondersteuning uit. Drie kinderdagverblijven werden bevraagd aan de hand van een gestructureerde vragenlijst. De resultaten tonen aan dat de kennis over gehoorverlies, hoorhulpmiddelen en luisteromstandigheden vaak beperkt en wisselend is. Begeleiders geven aan dat ze nood hebben aan praktische en eenvoudig toepasbare informatie. Op basis van deze bevindingen en een literatuurstudie werd een informatiebrochure ontwikkeld. De brochure bevat basisinformatie en concrete tips voor in de praktijk. Ze sluit aan bij de noden uit het werkveld. De brochure ondersteunt, maar vervangt geen externe begeleiding of samenwerking met externe partners zoals revalidatiecentra.
Meer lezen

Door dik en dun, voor dik en dun. Gewichtsstigma in de zorg: de rol van ergotherapie in inclusieve gezondheidszorg

Hogeschool PXL
2026
Katrien
Driesen
Personen met een hoger lichaamsgewicht worden in zorgcontexten regelmatig gereduceerd tot hun gewicht, eerder dan benaderd vanuit hun volledige gezondheidssituatie. Dit kan leiden tot stigmatisering, zorgvermijding en verminderde participatie. Gewichtsstigma wordt daarom steeds vaker erkend als een sociale determinant van gezondheid met een negatieve impact op zorgervaringen en gezondheidsuitkomsten.
Deze bachelorproef onderzoekt hoe ergotherapie kan bijdragen aan het verminderen van gewichtsstigma en het bevorderen van inclusieve participatie binnen een zorgcontext.
Meer lezen

Geschiedenis begint in de kleuterklas

Odisee Hogeschool
2026
Emilia
Van Impe
Met de invoering van de nieuwe kennisrijke minimumdoelen binnen het Vlaamse basisonderwijs worden kleuterleerkrachten uitgedaagd om expliciet in te zetten op kennisopbouw. Voor veel leerkrachten vormt dit een nieuwe manier van werken, zeker binnen domeinen zoals geschiedenis. Op de stageschool Sint-Aloysius te Denderhoutem bleek dat er onzekerheid bestond over hoe een historisch thema zoals het Oude Egypte op een kennisrijke en ontwikkelingsgerichte manier aangeboden kan worden aan oudste kleuters. Vanuit deze vaststelling werd de centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe creëer je kennisrijke contexten voor de oudste kleuters rond het thema Oude Egypte vanuit de minimumdoelen? Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden werd gebruikgemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. Een literatuurstudie bracht inzichten aan over kennisrijke contexten, effectieve didactiek, kennisopbouw en de nieuwe minimumdoelen. Daarnaast werden vier leerkrachten van de derde kleuterklas bevraagd via een online vragenlijst. Voor de evaluatie van kennisverwerving werd de klasmentor geïnterviewd. Op basis van deze gegevens werd een kennisrijk thema rond het Oude Egypte ontworpen en uitgetest in een derde kleuterklas. Uit de resultaten blijkt dat een kennisrijke context gekenmerkt wordt door doelgerichte kennisopbouw, rijke materialen, betekenisvolle activiteiten, herhaling en een actieve rol van de leerkracht. Zowel de literatuur als de bevraagde leerkrachten benadrukken het belang van een rijke speelleeromgeving waarin kleuters nieuwe kennis kunnen verwerven binnen en buiten hun leefwereld. Daarnaast blijkt dat verhalen, visuele ondersteuning, interactieve gesprekken en onderzoekende activiteiten belangrijke didactische strategieën zijn om kennisopbouw en taalontwikkeling te stimuleren. Op basis van de nieuwe minimumdoelen en het leerplan Op.stap werd een kennisrijk thema rond het Oude Egypte uitgewerkt. Het ontwerp omvatte onder meer een boekenhoek, ontdektafel, schrijfhoek met hiërogliefen, bouwhoek rond piramides, rollenspelhoek, beeldende activiteit rond papyrus en een wiskundige programmeeractiviteit. Tijdens de uitprobeerfase toonden de kleuters een grote betrokkenheid en nieuwsgierigheid. De rijke impressies en concrete materialen bleken een belangrijke meerwaarde te zijn voor hun interesse en leerproces. De discussie toont aan dat het ontwerp een waardevolle bijdrage kan leveren aan het realiseren van kennisrijke contexten binnen de derde kleuterklas. Tegelijk kent het onderzoek enkele beperkingen, zoals het beperkte aantal respondenten en de korte implementatieperiode van twee dagen. Hierdoor kunnen de resultaten niet veralgemeend worden naar andere contexten. Geconcludeerd kan worden dat kennisrijke contexten rond het Oude Egypte haalbaar zijn binnen het kleuteronderwijs wanneer kennis wordt aangeboden via spel, exploratie en betekenisvolle activiteiten. Het ontwikkelde ontwerp biedt een concreet antwoord op het gestelde praktijkprobleem en kan leerkrachten inspireren bij de implementatie van de nieuwe kennisrijke minimumdoelen.
Meer lezen

De ontbrekende schakel in het recht op werk voor personen met een handicap: Een Europees en internationaal perspectief op inclusieve arbeidsmarkten

Vrije Universiteit Brussel
2026
Gitte
Waege
Deze masterproef bestudeert het internationaal, Europees en Belgisch recht omtrent het thema recht op werk voor personen met een handicap zonder werkervaring. Er wordt extra aandacht besteedt aan redelijke aanpassingen en het non-discriminatiebeginsel. Het verhaal van “Noah”, een hoogopgeleide persoon met een handicap, die geen toegang vindt tot de reguliere arbeidsmarkt, illustreert dat er structurele, administratieve en wettelijke barrières zijn bij de overgang van onderwijs naar werk. Deze thesis analyseert het wettelijk kader rond werk en handicap door de focus te leggen op het VN verdrag voor personen met een handicap, de Europese richtlijn 2000/78/EG en de Belgische wetgeving. Deze analyse toont aan dat er een evolutie gaande is van het medisch model naar het sociaal model van handicap, waarbij de focus niet meer ligt op de handicap maar op de interactie met omgeving barrières. Redelijke aanpassingen zijn een essentieel instrument om toegang te krijgen tot werk. Deze masterproef toont aan dat er een kloof is tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Ondanks de verbeterde toegang tot hoger onderwijs, is de tewerkstellingsgraad van personen met een handicap significant lager dan personen zonder handicap. Structurele factoren, zoals segregatie van tewerkstelling, en inadequate transitie van de sociale economie naar de reguliere arbeidsmarkt spelen een centrale rol in deze kloof. Deze masterproef concludeert dat het recht op werk juridisch verankerd is, maar omwille van de beperkte afdwingbaarheid en het gebrek aan controle op internationaal en nationaal niveau vertaald het recht op werk voor personen met een handicap zich niet in de praktijk. Redelijke aanpassingen en een inclusieve arbeidsmarkt zijn cruciaal om het recht op werk voor personen met een handicap te verzekeren.
Meer lezen

De handel in illegale goederen en diensten in België: een btw-analyse

Universiteit Gent
2026
Loren
Vermeire
Mijn masterproef onderzoekt de btw-behandeling van illegale transacties. Om dit te doen wordt er eerst een juridisch kader uitgewerkt, dat ingaat op alle relevante wetgeving. Vervolgens wordt er een literatuurstudie uitgevoerd, dat alle bestaande literatuur in beeld brengt. Daarna volgt het belangrijkst deel van de studie, de analyse van de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Er worden 23 arresten en één beschikking besproken. Op basis daarvan wordt een Europese logica uiteengezet, die ook wordt gevisualiseerd in een figuur. Vervolgens wordt aangetoond hoe deze Europese logica wordt gevolgd in België aan de hand van het voorbeeld van btw op prostitutie in België en de Belgische rechtspraak daarrond. Vervolgens worden er enkele implicaties en bedenkingen besproken. En finaal wordt de algemene conclusie (nog eens) uiteengezet.
Meer lezen

Zelfontdekking door naar Perzische tapijten te kijken

KU Leuven
2026
Kimia
Rabieh Mahmareh
Deze masterproefnota is vanuit een persoonlijke anekdote vertrokken. Toen ik van Perzië naar België verhuisde, voelde het als een reis van zelfontdekking. Ik worstelde constant met mijn eigenwaarde en mijn rol in de wereld. Het was alsof ik gevangen zat tussen twee onderscheidende identiteiten, en ik was vastbesloten om evenwicht en perfecte afstemming tussen hen te bereiken. Tijdens mijn onderzoek naar verhuizingen en het soort voorwerpen dat mensen meenemen om een nieuwe plek als thuis te laten voelen, ontdekte ik een veelgebruikt antwoord: 'Textiel'. Dit besef bracht me ertoe de overeenkomsten op te merken tussen mijn inheemse cultuur en de betekenis van textiel in de Perzische samenleving. De traditie van Perzische tapijten omvat duizenden jaren, met deze ingewikkeld vervaardigde meesterwerken die volledig met de hand zijn gemaakt door nauwgezette weef- en knooptechnieken. Met name Iran is bekend geworden als de bewaarder van deze oude kunstvorm, zowel bekend als Perzische tapijten als magische tapijten. Elk facet van deze tapijten is gemaakt met veel aandacht voor detail, waarbij elk element doordrenkt is met een verborgen betekenis die, eenmaal ontcijferd, een duidelijk verhaal onthult. Daarom vond ik het Perzisch tapijt als een boeiende metafoor om uit te drukken wie ik ben en daarmee het verhaal van mijn leven te vertellen. Naargelang mijn onderzoek vorderde, merkte ik dat ik buiten de muren van huizen werd getrokken. Tapijt weven en architectuur hebben in Iran een lange en diepe relatie met elkaar. Deze relatie wordt weerspiegeld in de traditionele ontwerpen, motieven en symbolen die in beide gebieden worden gebruikt. Ik raakte gefascineerd door de binnentuinen van traditionele huizen en de levendige flora van stadstuinen. De term "Hayat" vertaalt zich naar "ommuurde tuin", en de binnenplaats is typisch een vierkante of rechthoekige open ruimte, begrensd door kamers en gangen. Met kamers die aan een of meer zijden zijn gebouwd, ontstaat er een enorme ruimte zonder dak, die wordt beschouwd als het hart en het centrum van het huis. Hoewel het Hayat-gebied niet noodzakelijkerwijs in het geometrische middelpunt van een huis ligt, is het een cruciale ruimte voor het uitvoeren van verschillende activiteiten en het verbinden van verschillende delen van het huis. Hierna wordt het verder uitgezoomd en naar de stadstuinen gekeken. Het Iraanse tapijt is als een luchtfoto van een tuin, waardoor de kijker een transcendentale visie ervaart die goddelijk inzicht biedt. Het streven van de mens naar een aards paradijs wordt belichaamd door deze tuinen. Zij bevatten drie essentiële elementen: ingang, water en paviljoen. Nadat ik me had laten inspireren door het culturele en ruimtelijke belang van tuinen en tapijten, verdiepte ik me in gedegen onderzoek. Het resultaat was een gepersonaliseerde ruimtelijke installatie die mijn levensverhaal vertelde. Mijn ontwerp heeft drie verschillende interpretaties. De eerste is geworteld in de tapijten die ik heb gebruikt en roept gevoelens op van comfort en stabiliteit die ik in mijn reis zocht. De tweede is verbonden met de stadstuinen die in het ontwerp zijn opgenomen en die de dynamische en altijd veranderende aard van het leven vertegenwoordigen. De derde en laatste interpretatie is dat de hele installatie wordt gezien als een eindeloos lang symbolisch huis, waarin ik mentaal aanwezig ben.
Meer lezen

Analysis of Circular Economy Maturity of Dutch Seaports

Vrije Universiteit Brussel
2025
Kübra
Obali
Het take-make-use-dispose-model van de dominante lineaire economie legt een steeds grotere druk op het milieu en de natuurlijke hulpbronnen. Dit benadrukt de noodzaak om economische groei los te koppelen van milieuschade en grondstoffengebruik door middel van een overgang naar een circulaire economie (CE). Als cruciale knooppunten in mondiale toeleveringsketens en centra van industriële clustering kunnen havens een sleutelrol spelen in deze transitie naar CE.
Deze thesis beoordeelt de CE-volwassenheid van vier Nederlandse zeehavens door circulaire initiatieven, zoals geïdentificeerd in recente documenten van havenautoriteiten, in kaart te brengen volgens een CE-volwassenheidsmodel. De bevindingen tonen aan dat deze havens zich voornamelijk richten op initiatieven rond energieterugwinning, wat wijst op een laag niveau van CE-volwassenheid. Een beperkt aantal initiatieven met betrekking tot het organiseren van nieuwe circulaire goederenstromen suggereert echter dat er potentieel is om door te groeien naar hogere niveaus van CE-volwassenheid.
Met name de focus op de import en export van groene waterstof biedt een veelbelovende kans om verdere vooruitgang te boeken in de CE-transitie. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat de CE-volwassenheid van Nederlandse zeehavens grotendeels vergelijkbaar is met die van Belgische havens. Deze thesis levert waardevolle inzichten op voor havenautoriteiten en kan bijdragen aan de ontwikkeling van strategieën om de CE-transitie te versnellen, door verder te gaan dan energieterugwinning en door te groeien naar hogere niveaus van CE-volwassenheid.
Meer lezen

Van literatuur naar audiodescriptie: een verkennend onderzoek naar de toepassing van embodied cognition-theorieën in AD

Universiteit Antwerpen
2025
Steven
Baars
  • Ajshe
    Gashi
Audiodescriptie (AD) maakt audiovisuele content toegankelijk voor blinden en slechtzienden middels een aanvullend audiospoor dat visuele stimuli verbaliseert. Daarbij staat het tweeledige doel van begrip en beleving centraal. Binnen het domein van AD voeren theoretici echter een discussie of dit doel het beste kan worden bereikt met een objectieve AD enerzijds of een subjectieve AD anderzijds. Het theoretisch kader hieromtrent wees uit dat er hierop geen eenduidig antwoord bestaat en dat er veel terminologische discrepantie en inconsistentie heerst. Het debat markeerde ook de opkomst van alternatieve AD-benaderingen, waarbij AD wordt gezien als een continuüm of functionele benadering. In een poging dit debat meer richting te geven, voorziet deze scriptie eveneens een theoretisch kader voor diverse embodied cognition-theorieën waarbij filmkijken, lezen en luisteren worden beschouwd als lichamelijke activiteiten. Aan de hand van deze theorieën probeert deze scriptie een antwoord te bieden op de centrale onderzoeksvraag: “Kunnen de theorieën van embodied spectatorship, embodied cognition, embodied reading en embodied listening in theorie de keuze motiveren voor een objectieve AD enerzijds of een subjectieve AD anderzijds opdat het AD-doelpubliek een immersievere beleving heeft?”. Uit de literatuur blijkt dat AD als vorm van literatuur gebruik kan maken van embodied writing-strategieën zoals actie- en emotiewoorden, impliciete beschrijvingen van emoties aan de hand van interne en externe fysiologische reacties, zintuiglijke metaforen, embodied metaphors gebaseerd op tactiele en olfactorische eigenschappen, bijwoorden van wijze, troponiemen en het ik-vertelperspectief. Een casestudy van AD-fragmenten uit drie Vlaamse fictie- en dramaseries, Tabula Rasa (Netflix), Arcadia (Earcatch) en Knokke Off (VRTmax) toonde ten eerste aan dat bijna de helft van de AD-fragmenten visueel-semantisch zijn. Ten tweede wees het onderzoek uit dat de AD-fragmenten vooral actiewoorden, bijwoorden van wijze en verwijzingen naar het lichaam bevatten als embodied writing-strategieën. Ten derde werd er geen significante correlatie gevonden tussen de AD-stijlen en het aantal gebruikte embodied writing-strategieën. De scriptie stelt daarom voor om de dichotomische kijk op AD los te laten en AD-strategieën te ontwikkelen op basis van het gewenste AD-doel.
Meer lezen

Hip Hop zet jongeren in hun kracht: Over de inzet van Hip Hop als instrument voor empowerment bij Vlaamse jongeren

Universiteit Antwerpen
2025
Ilaria
D'Ippolito
Deze masterproef onderzoekt hoe en waarom Hip Hop binnen Vlaamse sociaal-culturele initiatieven wordt ingezet om (kwetsbare) jongeren te versterken. Hip Hop ontstond in de jaren zeventig in de Bronx als expressievorm van gemarginaliseerde gemeenschappen en groeide uit tot een wereldwijd middel voor identiteit, verbinding en sociale verandering. Via acht diepte-interviews met sociale professionals werd nagegaan hoe Hip Hoppraktijken in Vlaanderen vorm krijgen en welke betekenis ze hebben voor jongeren. De resultaten tonen dat Hip Hop bijdraagt aan zelfvertrouwen, expressie en eigenaarschap, en dat methodieken zoals studiowerking, workshops en peer learning zowel persoonlijke als collectieve groei stimuleren. Hoewel de term empowerment zelden expliciet wordt gebruikt, vormt ze de kern van deze praktijken. De Vlaamse context toont een verbreding van het begrip empowerment: niet vertrekken vanuit problemen, maar vanuit kracht, creativiteit en ontmoeting. Hip Hop blijkt zo een betekenisvolle strategie voor jongerenemancipatie en een inspiratiebron voor het sociaal werk.
Meer lezen

Welke sensibiliseringsmethoden zijn het meest effectief in het verbeteren van de pijnbeoordeling bij zorgverleners van ouderen met vergevorderde dementie?

HOGENT
2025
Milena
De Mesmaeker
  • Anouk
    Basslé
  • Camille
    Vanderstraeten
Ouderen met vergevorderde dementie ervaren vaak pijn die onopgemerkt blijft. Via onze bachelorproef onderzochten we hoe sensibiliseringsmethoden, zoals posters, e-learning en casusbesprekingen, zorgverleners helpen om pijnsignalen beter en sneller te herkennen.
Meer lezen

Knowledge clips assisted instructions during English lessons

Odisee Hogeschool
2025
Tine
Vercauteren
Genomineerde longlist Klasseprijs
Deze bachelorproef onderzoekt het gebruik van kennisclips als didactisch hulpmiddel in het tweede jaar Engels (eerste graad, A-stroom) ter ondersteuning van het leren van grammatica. De studie is gebaseerd op de theorie van multimedia learning, die het gecombineerde gebruik van gesproken uitleg en visuele elementen benadrukt om het leerproces te versterken. Het onderzoek gaat na of kennisclips kunnen bijdragen aan een beter begrip en een verbeterde retentie van complexe grammaticale onderwerpen bij leerlingen. Op basis van de ontwerprichtlijnen uit de theorie van multimedia learning werd een checklist ontwikkeld om het ontwerp en de integratie van kennisclips in het lesonderdeel te ondersteunen. De resultaten tonen aan dat kennisclips grammatica lessen efficiënt kunnen ondersteunen, als ze goed ontworpen zijn, de checklist volgen en worden geïntegreerd in lessen met Generative Activities onder begeleiding van de leerkracht. Hoewel het onderzoek een beperkte reikwijdte heeft, suggereren de bevindingen dat een kennisclip-ondersteunde instructie ook toepasbaar en waardevol kan zijn in andere leerjaren en vakken binnen het secundair onderwijs, en zo een hulpmiddel biedt waarmee leerkrachten hun lespraktijk kunnen versterken.
Meer lezen

Stitching Streams

KU Leuven
2025
Ijeoma
Ruben
In de Spaanse Pyreneeën vertelt herder Diego Ipas hoe hij jaarlijks met zijn kudde langs de Veralrivier trekt, van laaglandweiden naar bergweiden. Zijn praktijk toont de verwevenheid tussen seizoenscycli, landschap en lokale fauna. Toen beren dichter bij het dorp kwamen, moest hij zijn manier van kuddebeheer aanpassen. Dit vormde de basis voor een landschappelijk en architecturaal ontwerp dat natuurlijke ritmes inzet om mens, dier en omgeving in balans te brengen. Met bosopeningen, waterstructuren en herbestemde stallen ontstaat een rijker landschap dat biodiversiteit én gemeenschapsleven versterkt.
Meer lezen

Pedagogische documentatie binnen de context van de Vlaamse derde kleuterklas: Een kwalitatieve studie naar methoden, doelen en hun onderlinge samenhang

Universiteit Antwerpen
2025
Adinda
Top
Genomineerde longlist Klasseprijs
Leraren hebben data nodig over de leervooruitgang van hun leerlingen om doordachte beslissingen te kunnen nemen over hun eigen onderwijspraktijk. In het kleuteronderwijs is dit moeilijker omdat kleuterleerkrachten slechts in beperkte mate beschikken over toetsdata zoals in het lager en secundair onderwijs. Ze zijn daardoor genoodzaakt om op andere manieren informatie te verzamelen over het leren van hun leerlingen. Pedagogische documentatie is een pedagogisch hulpmiddel waarbij leerkrachten in samenwerking met andere belanghebbenden het leerproces van kleuters zichtbaar maken. Deze informatie vormt de basis voor reflectie, het kritisch bekijken van het eigen handelen en het bijsturen van de eigen onderwijspraktijk. Toch is pedagogische documentatie nog relatief onbekend in het Vlaamse kleuteronderwijs. Dit kwalitatief onderzoek gaat, aan de hand van negen diepte-interviews, na welke methoden en doelen binnen pedagogische documentatie leerkrachten uit de derde kleuterklas hanteren en welke methoden en doelen aan elkaar gekoppeld zijn. De resultaten laten zien dat Vlaamse kleuterleerkrachten diverse methoden en doelen toepassen die aansluiten bij de theorie van pedagogische documentatie. Sommige methoden en doelen worden anders ingevuld dan beschreven in de literatuur of blijven achterwege. Zo documenteren Vlaamse kleuterleerkrachten voornamelijk schriftelijk en neemt, in het laatste kleuterjaar, het kindvolgsysteem in het documentatieproces een centrale plaats in. Tot slot blijkt uit de resultaten dat enkele methoden aan specifieke doelen gekoppeld zijn. Naast schriftelijke methoden kan ook audiovisueel materiaal Vlaamse kleuterleerkrachten een beeld geven van het leerproces. Meer participatie van kleuters en ouders kan daarbij zorgen voor een rijker en meer holistisch beeld. Verder onderzoek is nodig om na te gaan in hoeverre de resultaten doorgetrokken kunnen worden naar lagere kleuterjaren en om andere praktijken en toepassingen binnen pedagogische documentatie in de Vlaamse onderwijscontext verder te verkennen.
Meer lezen

Denken of doen over de auto: Mindset-analyse van stadsplanners tijdens de heropbouw van Antwerpen (1940-1973)

KU Leuven
2025
Lenn
De Buysscher
Deze scriptie onderzoekt de evolutie van de gedachten van stadsplanners tijdens de heropbouw van Antwerpen in de periode 1940 tot 1973. Daarbij heeft deze scriptie specifieke aandacht voor de auto en bijhorende ontwikkelingen. Dit onderzoek gebruikt daarvoor bronnen uit het Felixarchief, het Vlaams Architectuur Instituut, het Rijksarchief te Antwerpen en verschillende bibliotheken van KULeuven. Die bronnen tonen via een close reading aan dat de gedachten van de stadsplanners doorheen de jaren heen evolueerden. Die evolutie was weliswaar niet rechtlijnig en verschillende elementen zoals stedelijk groen of historische monumenten kregen, afhankelijk van de periode, meer of minder aandacht binnen de gedachten van stadsplanners. Daarnaast beïnvloedde een combinatie van verschillende internationale tendensen de gedachten van de stadsplanners. Hun gedachten waren namelijk eerder een combinatie van verschillende invloeden uit andere landen zoals Groot-Brittannië, Duitsland of de Verenigde Staten.
Meer lezen

De 'HA' van Hegel - De grappige structuur van reflexiviteit binnen Hegels filosofie

Universiteit Gent
2025
Lander
Demonie
Mijn thesis onderzocht hoe we Hegels filosofie kunnen interpreteren als een grappige filosofie. Hiervoor werd er vertrokken vanuit hedendaagse concepties van de grap en de komedie. Deze visies gebruikte ik om twee werken van Hegel te herinterpreteren: de Fenomenologie van de Geest en de Logica. De dynamiek van een grap en een komedie zijn gelijkaardig aan de manier waarop Hegel zijn systeem opbouwt en vertellen iets over de manier waarop Hegel reageert op voorgaande 'ongrappige' denkers - Immanuel Kant als voorbeeld. In deze scriptie werd ook gekeken welke implicaties dat heeft voor het werk van Freud over de grap, en hedendaagse stromingen in de filosofie. Dit toont aan dat het denken van Hegel binnen een psychoanalytisch kader ons kan toelaten om de rol van humor en de grap in de maatschappij te herzien.
Meer lezen

The ecological impact of rock climbing on cliff-face vegetation: Diversity, functional traits, and microclimate in Freyr, Belgium

Universiteit Antwerpen
2025
Sarane
Coen
Deze thesis onderzoekt de invloed van rotsklimmen en abiotische kenmerken op de vegetatie van kalksteenrotsen van Freyr in België, een ecosysteem dat ondanks zijn hoge biodiversiteit weinig wetenschappelijke aandacht krijgt. Vegetatiegegevens werden verzameld op 248 subplots van 1 m² verspreid over 13 transecten met verschillende klimintensiteiten. De studie analyseert zowel soortenrijkdom, bedekking en diversiteit als functionele eigenschappen van planten (Grime CSR-strategieën, pH- en temperatuuraffiniteit) en meet microklimaatverschillen tussen noord- en zuidgerichte kliffen.

De resultaten tonen dat vegetatiepatronen vooral worden bepaald door abiotische kenmerken van de rotsen, met hogere soortenrijkdom op kliffen met lage klimintensiteit en veel microtopografische variatie. Klimmen leidt tot een vermindering van competitieve soorten en een verschuiving naar meer ruderale soorten, terwijl stress-tolerante soorten dominant blijven. Noordgerichte kliffen hebben over het algemeen hogere bedekking en diversiteit, maar temperatuurvoorkeuren van de vegetatie veranderen niet ondanks microklimaatverschillen.
Meer lezen

Hoe kan thematisch werken met betekenisvolle verhalen het verhaalbegrip versterken van meertalige kleuters in een Brusselse derde kleuterklas?

Hogeschool VIVES
2025
Anouk
Stroobants
Deze bachelorproef binnen het thema ‘Lezen begint al in de kleuterklas’ onderzoekt hoe thematisch werken met betekenisvolle verhalen het verhaalbegrip van meertalige kleuters kan versterken. Het onderzoek vond plaats in de derde kleuterklas van GBS Everheide in Brussel, een school met een grote talige diversiteit. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan thematisch werken met betekenisvolle verhalen het verhaalbegrip versterken van meertalige kleuters in een Brusselse derde kleuterklas? Op basis van literatuur over taalontwikkeling, begrijpend luisteren en meertaligheid werd een thematisch aanbod ontwikkeld rond het prentenboek Ridder Rikki van Guido Van Genechten. Gedurende de ontwerpweken werd het verhaal herhaald en verdiept aan de hand van een visueel verhalenpad, denkstimulerende vragen, gebaren en interactieve activiteiten. Om de impact van deze aanpak in kaart te brengen, werd een zelfontworpen meetinstrument ingezet om het verhaalbegrip van de kleuters te observeren en te evalueren. Daarnaast vloeide uit deze bachelorproef ook een praktijkgerichte bundel voort, opgebouwd rond het prentenboek Ridder Rikki. Het geheel vormt een bruikbare leidraad voor leerkrachten die doelgericht willen inzetten op verhaalbegrip bij meertalige kleuters.
Meer lezen

Met welke tool kan de communicatie met betrekking tot de vooruitgang van wassen en aan- en uitkleden verbeteren binnen patiënten hun revalidatieproces in geïntegreerde zorg?

Hogeschool PXL
2025
Katrijn
Bynens
Tijdens de revalidatie van een patiënt is het belangrijk om met alle disciplines op
een lijn te zitten. Goede communicatie is een van de belangrijkste criteria om daartoe te
komen. Met de tool die ontworpen is en ophangt in de kamer, zou de communicatie over
wassen en aan- en uitkleden vereenvoudigd kunnen verlopen.
Het doel is om een efficiënte manier te vinden om binnen geïntegreerde zorg de
communicatie tussen de verschillende disciplines vlot te laten verlopen. Om een positief effect te krijgen op het herstel van de persoon. Maar ook voor de samenwerking en het efficiënt verlopen van behandelingen bij het interdisciplinaire zorgteam.
Meer lezen

Verzet en democratie: een verlangen naar inclusie

Vrije Universiteit Brussel
2025
Manon
Quanjard
Verzet in haar verscheidenheid lijkt steeds meer aanwezig in democratische samenlevingen. Verzet stelt problemen aan de kaak waarvoor politici weinig oog lijken te hebben. Dit daagt de efficiëntie en legitimiteit van ons democratisch staatsbestel uit. In deze masterproef onderzoek ik de rol van verzet in een representatieve democratie. Ik bied eerst een overzicht van de verschillende vormen van verzet, met de focus op het verschil tussen burgerlijke en onburgerlijke ongehoorzaamheid. Vervolgens bespreek ik hoe deze vormen van verzet binnen een democratie al dan niet te legitimeren zijn. Op basis van mijn bevindingen argumenteer ik dat verzet binnen een democratie begrepen kan worden als een verlangen naar inclusie. Dit stelt democratische samenlevingen voor de vraag hoe tegenstemmen betrokken kunnen worden tot het publieke debat. Ik bespreek tot slot twee benaderingen die hierop een antwoord bieden en besluit dat een agonistische benadering een vruchtbare bodem biedt om verzet te begrijpen.
Meer lezen

Alcohol als koopwaar en anti-koopwaar. Inzicht in voedselsoevereiniteit en culturele duurzaamheid op het Lassithiplateau, Griekenland.

KU Leuven
2025
John Paul
Jose
Deze thesis onderzoekt de rol van het traditionele rakimaken bij het in stand houden van voedselsoevereiniteit en culturele continuïteit op het Lassithiplateau op Kreta. In deze rurale, bergachtige regio, bekend om haar sterke gemeenschapsbanden en seizoensgebonden landbouwritmes, gaat de praktijk van rakidistillatie verder dan alcoholproductie. Zij fungeert als een culturele instelling waar sociale banden worden vernieuwd, ecologische kennis wordt doorgegeven en de gemeenschapsidentiteit wordt versterkt. De rakiproductie in Lassithi werkt als een vorm van anti-koopwaar: het primaire doel is niet winst, maar het onderhouden van een gedeelde levenswijze geworteld in samenwerking, zorg en circulair gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

De bevindingen tonen aan dat raki van buitenaf vaak wordt gezien als een eenvoudig product, maar in werkelijkheid een levendige traditie vertegenwoordigt die diep is ingebed in de cultuur en natuur van de lokale gemeenschap. Tegelijkertijd ontstaan er uitdagingen door regelgevingskaders die raki behandelen als een industrieel goed en zo de diepgaande culturele functies en gemeenschapswaarden achter de productie over het hoofd zien. Vergunningsstelsels, belastingregels en geografische aanduidingen houden geen rekening met het unieke, niet-commerciële karakter van deze praktijk. Deze regulatoire druk dreigt zowel het product als de cultuur te beperken in hun vermogen om zich te ontwikkelen, aan te passen en de gemeenschap te blijven dienen.

Bovendien wijst het onderzoek op een fundamentele kloof tussen top-down marktlogica en de geleefde culturele realiteit van plattelandsgemeenschappen. Terwijl beleidsmakers vaak focussen op output en naleving, richten locals zich eerder op het bewaren van traditie, het handhaven van ecologische balans en het waarborgen dat culturele praktijken betekenisvol blijven voor toekomstige generaties. Deze spanning weerspiegelt bredere tegenstellingen tussen uniforme beleidslijnen en diverse, plaatsgebonden levenswijzen.

De thesis laat zien dat de bescherming van traditionele praktijken zoals rakimaken een verschuiving vergt in hoe we cultureel ontstane producten waarderen en besturen. Het erkennen van de eigen herkomst, functie en evolutie van dergelijke praktijken is essentieel om duurzame en rechtvaardige plattelandsontwikkeling te ondersteunen. Door de culturele processen te beschermen—niet alleen het eindproduct—behouden we ecologische wijsheid, sociale cohesie en door de gemeenschap gedreven innovatie. Tradities zoals rakimaken kunnen stilletjes verzet bieden tegen homogenisering en waardevolle lessen aanreiken om duurzaamheid, veerkracht en vooruitgang in een snel veranderende wereld te herdenken. Deze studie onderstreept dat landbouwproducten fungeren als een instrument om cultuur te tonen en te bewaren, waarbij in een plaats verankerde culturele activiteiten laten zien hoe complexe culturele systemen van gemeenschappen werken.
Meer lezen