Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Het prijsgeven van de identiteit van daders en slachtoffers van misdrijven door de journalist

Universiteit Antwerpen
2025
Nathalie
Voss
Het idee van mijn onderzoek is ontstaan door de recente ontwikkelingen in de samenleving. De burger is verontwaardigd wanneer de identiteit van verdachten en daders op een niet consistente wijze wordt vermeld in de media. Wegens onwetendheid en frustratie laat de samenleving zich dan ook horen, met alle gevolgen vandien. Hoewel ik zelf eerst onbegrip toonde voor de niet-standvastigheid van de media inzake het prijsgeven van de identiteit, heeft dit mij aan het denken gezet: zijn er dan geen regels waaraan journalisten zich moeten houden?
Wegens deze bedenking viel mijn oog op de Code van de Raad voor de Journalistiek. Deze Code geldt als leidraad voor journalisten en bevat verschillende onderwerpen die worden uitgewerkt in artikels en richtlijnen. De belangrijkste richtlijnen voor dit onderzoek zijn te vinden in artikel 23 van de Code en omvatten: identificatie in gerechtelijke context, identificatie van slachtoffers en respect voor het privéleven van publieke figuren. Omdat een onderzoek naar de volledige Code ons te ver zou leiden, heb ik gekozen om mijn onderzoek af te bakenen tot dit artikel 23 (mits bepaalde kanttekeningen). Hiernaast wordt het onderzoek gevoerd vanuit de situatie van dader en slachtoffer. De focus ligt dus niet op de verdachte.
Zo heb ik de Code op zichzelf onderzocht en ging ik na wat de grenzen zijn aan het prijsgeven van identiteit van daders en slachtoffers van misdrijven door de journalist. Hierdoor is de vraag ontstaan hoe buurlanden dit invullen. Vooraleer ik dus een oordeel vel over onze Code, acht ik het noodzakelijk om te kijken hoe Nederland hiermee omgaat. Ik heb dan ook gekozen om een vergelijking te maken tussen de code in Nederland, namelijk de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek, en onze Code.
Uit deze vergelijking blijkt dat beide codes belang hechten aan een zorgvuldige afweging tussen het recht op privacy en het belang van het publiek om toegang te krijgen tot informatie. De Code is enorm gestructureerd met verwijzingen naar verschillende artikels en richtlijnen die per onderwerp uiteenzetten hoe de journalist moet handelen in een bepaalde situatie. Toch blijft de praktische toepassing afhankelijk van de journalist/redactie. Redacties beslissen binnen de marges van de Code zelf hoe zij identificeren, al geldt de Code wel als een minimumregel. De Raad treedt pas op wanneer een klacht wordt ingediend. Zij zal kijken of de Code effectief gevolgd werd of niet.
In België bestaat geen vaste praktijk zoals de Nederlandse initialenregel (voornaam, gevolgd door initiaal van de familienaam), hierdoor is er meer ruimte voor volledige identificatie, wat leidt tot inconsistentie. De Leidraad is op haar beurt minder gestructureerd en veel kleiner van omvang dan de Code. Ondanks dat de initialenregel niet bindend is, zorgt dit voor een brede toepassing in de praktijk door journalisten. Toch verwijst de Leidraad ook naar uitzonderingen waardoor er opnieuw ruimte is voor interpretatie. Dit leidt soms tot absurde situaties waarbij eerst de volledige naam wordt gegeven (bij een arrestatie) om nadien de initialenregel te gebruiken. Mijns inziens is het kwaad dan al geschied. Concluderend kan worden gesteld dat in Nederland de praktijk terughoudender is, terwijl België meer formele richtlijnen geeft maar minder terughoudend is in de uitvoering ervan.
Voor slachtoffers biedt de Code een expliciete richtlijn die de berichtgeving van hun identiteit streng reguleert. In de Leidraad staat dit ook, al wordt hier minder diep op ingegaan en is er geen aparte sectie voorzien. Hoewel de Leidraad minder structuur biedt, wordt impliciet een bredere invulling gegeven aan het begrip ‘identiteit’ door te verwijzen naar onder meer etniciteit of religie. Al leidt dit wel tot vragen over de volledigheid van de opsomming.
Nadat ik bovenstaande codes met elkaar heb vergeleken, dook een nieuwe vraag op: is onze Code van de Raad in overeenstemming met de grond- en mensenrechten van het EVRM, en hoe verhoudt de Code zich tot de rechtspraak van het EHRM? Om hier een antwoord op te kunnen bieden heb ik artikel 10 EVRM afgewogen tegen verschillende (grond)rechten, zoals recht op privacy, recht op afbeelding, recht op vergetelheid, recht op eer en goede naam, recht op antwoord en het vermoeden van onschuld als onderdeel van het recht op een eerlijk proces.
De hoofdonderzoeksvraag luidt dan ook als volgt: “In hoeverre is de deontologische code voor journalistiek met betrekking tot het prijsgeven van identiteit van daders en slachtoffers, in overeenstemming met de grondrechten en mensenrechten van het EHRM?”
De rechten en rechtspraak van het EHRM werden eerst apart besproken om vervolgens de Code hieraan te kunnen toetsen. Zo kon worden geconcludeerd dat de Code voor zowel het vrijgeven van de identiteit van daders als slachtoffers, in grote lijnen in overeenstemming is met de rechtspraak van het Hof. Er wordt nadruk gelegd op de afweging van het recht op privéleven en het recht op informatie. Hoewel de Code de mogelijkheid biedt tot beperkte of volledige identificatie, maakt het Hof dit onderscheid niet. Het Hof blijkt systematisch zijn eigen zes criteria af te toetsen voor de afweging tussen artikel 10 en 8 EVRM. Deze criteria worden niet expliciet opgesomd door de Code maar vallen hier impliciet grotendeels mee samen. Vooral wat betreft de richtlijn bij de identificatie van slachtoffers, sluit de Code nauw aan bij het Hof. Hier gelden strengere regels en minder bewegingsruimte voor de journalist. Het recht op afbeelding wordt, als onderdeel van artikel 8 EVRM, niet expliciet besproken in de Code. Wel wordt verwezen naar een hogere mate van voorzichtigheid bij het publiceren van herkenbaar beeldmateriaal. De terughoudendheid bij bekendmaking van beelden van slachtoffers wordt ook effectief bevolen door het Hof. Over het algemeen kan bij slachtoffers worden gesteld dat de Code de lijn volgt die wordt getrokken door het EHRM.
Vanuit het daderperspectief kon een bespreking van het recht op vergetelheid niet ontbreken. Artikel 23 verwijst naar de afweging van het belang van berichtgeving tegenover de reclassering en herintegratie van de veroordeelde. Toch mist de Code belangrijke aanvullingen die wel worden aangehaald in de criteria van het Hof: de verstreken tijd en toegankelijkheid van de publicatie. Ik ben dan ook van mening dat de Raad zou kunnen overwegen om deze factoren te benoemen in de Code. De toetsing aan het recht op eer en goede naam kon tevens niet ontbreken. Ook hier valt de Code te verzoenen met de rechtspraak van het Hof.
Wat betreft het recht van antwoord, in de zin van artikel 10 EVRM, voorziet de Code in een alternatieve bepaling inzake wederwoord. Opmerkelijk is dat het Hof ook verwijst naar deze mogelijkheid tot correctie als beslissend criterium. Zoals andere auteurs stel ik deze tendens tot inmenging in de redactionele vrijheid in vraag. Ook bij het vermoeden van onschuld wordt aan de alarmbel getrokken. De Code vereist een hoge mate van zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid waardoor dit mogelijks de waakhondfunctie van de pers beperkt. Ik ben echter van mening dat voorzichtigheid mag worden verwacht van journalisten. Bij vrijheid hoort nu eenmaal verantwoordelijkheid.
Over het algemeen kan dus worden gesteld dat de Code in overeenstemming is met de besproken rechten en rechtspraak van het EHRM, mits gemaakte kanttekeningen en nuanceringen.
Omdat theorie niet alomvattend is, sloot ik mijn onderzoek af met een interview met een deskundige. Haar praktische kijk bracht nuance en bood een waardevolle reflectie op bepaalde delen van mijn onderzoek.
Meer lezen

Navigating Post-mortem Genetic Data Protection in the Digital Hereafter: If DNA Decays, Does Privacy Stay?

KU Leuven
2025
Thierry
Torfs
Deze scriptie onderzoekt het juridische landschap rond post-mortem genetische gegevens binnen de Europese Unie (EU) en gaat in op de vraag hoe individuen na hun overlijden controle kunnen houden over hun genetische gegevens. Hoewel de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG, GDPR) in de eerste plaats de rechten van levende personen beschermt, zorgt het relationele karakter van genetische gegevens, waarbij genetische informatie over overledenen ook informatie over biologische familieleden kan onthullen, voor unieke uitdagingen voor het beheer van postmortale gegevens.
Het onderzoek analyseert het gefragmenteerde juridische landschap in de EU-lidstaten en benadrukt het gebrek aan geharmoniseerde wetgeving en de daaruit voortvloeiende onzekerheid over de bescherming van postmortale genetische gegevens. Door nationale wetten, EU-richtlijnen en relevante jurisprudentie te bekijken, identificeert het proefschrift hiaten in zowel de wettelijke bescherming als de handhaving.
Het onderzoek maakt gebruik van een gemengde methodologie, waarbij juridisch doctrinair onderzoek, vergelijkende juridische analyse en casestudy's worden gecombineerd om een uitgebreide analyse te bieden. Belangrijke rechterlijke uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) worden geanalyseerd om inzicht te krijgen in de voortdurend evoluerende beginselen rond de bescherming van postmortale genetische gegevens.
Technologische ontwikkelingen, zoals geavanceerde toestemmingsbeheersystemen en privacyversterkende technologieën, worden geëvalueerd op hun potentieel om de controle op postmortale gegevens te verbeteren. De integratie van deze instrumenten in bestaande wettelijke kaders blijft echter onduidelijk. Deze thesis concludeert met de aanbeveling voor een meer coherente Europese aanpak, waarbij juridische verduidelijking, technologische waarborgen en betrokkenheid van belanghebbenden worden gecombineerd om ervoor te zorgen dat genetische privacy postmortaal wordt gerespecteerd.
Meer lezen

A change of direction in the jurisprudence on wrongful birth claims

Vrije Universiteit Brussel
2024
Graciela
Pardo Burbano
In deze thesis wordt het onderwerp van schadevergoeding wegens een medische fout behandeld, in het bijzonder de zgn. 'wrongful life, wrongful birth en wrongful pregnancy' vorderingen. Na een analyse van Belgisch recht, een discussie over de debatten, en een vergelijking met andere rechtstelsels komt een voorstel van mogelijke artikels om dit onderwerp te reguleren.
Meer lezen

Lookism en de Assepoesterbepaling Een studie naar de toepassing van artikel 14 EVRM bij discriminaties wegens fysieke kenmerken (lookism)

KU Leuven
2024
Marie
Eglem
  • Marie
    Eglem
Lookism is een discriminatievorm waarbij gediscrimineerd wordt op grond van het uiterlijk van mensen. Over het onderwerp is al veel inkt gevloeid, maar over de stand van zaken met betrekking tot lookism op Europees mensenrechtelijk niveau is er echter weinig tot geen informatie vindbaar. Bijgevolg onderzocht ik in mijn scriptie, bij wijze van exploratief onderzoek, hoe en in welke mate artikel 14 EVRM beschermt tegen situaties van lookism.
Meer lezen

Hinkende homohuwelijken binnen het IPR: een analyse van het Poolse IPR in het licht van het EU-recht en mensenrechten

Universiteit Gent
2023
Bartosz
Kryczka
Poolse administratieve autoriteiten weigeren buitenlandse huwelijken van Poolse LGBT-koppels te erkennen. Deze scriptie staat grondig stil bij de vraag of deze praktijk verzoenbaar is met het Europees recht en mensenrechten.
Meer lezen

De strafrechtelijke sanctionering van euthanasie: een zoektocht naar billijke evenwichten

Universiteit Gent
2023
Elise
Rynwalt
Hoe wordt een illegale uitvoering van euthansie bestraft en gecontroleerd vandaag de dag? Wat zijn de problemen met deze wetgeving en hoe kan dit potentieel worden verbeterd ?
Meer lezen

Ontwikkeling van een STEM-project voor de 3de graad TSO: onderzoek naar de effecten van grondwaterwinning op verdroging en vegetatie.

Universiteit Gent
2022
Noah
Fuhrmann
Winnaar Klasseprijs
Onze natuur redden en intussen wetenschappen en wiskunde leren? Het kan! In STEM-lessenpakketten gebruiken leerlingen wetenschappelijke en technische kennis om maatschappelijke problemen op te lossen. De educatieve masterscriptie onderzoekt de criteria voor doeltreffende STEM-projecten en ontwikkelt een lessenpakket over een brandend actueel milieuprobleem: verdroging.
Meer lezen

Locked Up, Logged Off: A closer look at protection and provision of Internet access for prisoners within the ECHR framework

Universiteit Gent
2021
Felix
Blommaert
Deze masterproef analyseert en bekritiseert de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake internettoegang voor gevangenen op een grondige wijze. Daarenboven trekt het werk een link tussen deze bevindingen en een gelijkaardige zaak hangende voor Belgische rechtbanken.
Meer lezen

HOW DOES MCCOPE HELP PLANTS TO COPE WITH NEMATODES?

Universiteit Gent
2021
Jasper
Matthys
Planten parasiterende nematoden vormen een groeiende bedreiging voor de rijstteelt. Geïnduceerde resistentie kan een duurzaam alternatief vormen voor chemische pesticiden door het planten-immuunsysteem te activeren. Deze thesis bestudeert het effect van een plantenafval gebaseerde stimulus, mCCOPE.
Meer lezen

ANALYSE EN EVALUATIE VAN DE WIJZIGINGEN AANGEBRACHT AAN HET FISCAAL STRAFRECHT DOOR DE WET VAN 5 MEI 2019 EN HET KB VAN 9 FEBRUARI 2020

Universiteit Gent
2021
Justine
Hendrickx
Deze masterproef analyseert en evalueert de wijzigingen door de wet van 5 mei 2019 en het Koninklijk Besluit van 9 februari 2020 in het licht van de door de wetgever opgestelde doelstellingen. Meer bepaald worden de eerste drie wijzigingen (una via-overleg, strategisch overleg en meldingsplicht van de procureur des Konings) in detail behandeld. Er wordt summier ingegaan op de nieuwe rol van de strafrechter.
Meer lezen

Hoe oriënteert een succesvolle marktgerichte tech start-up zich in Vlaanderen a.d.h.v. sales en marketingactiviteiten?

Universiteit Gent
2020
Bram
Verheyen
  • Vincent
    Meyers
Het doel van deze masterproef was om aan de hand van een kwalitatief onderzoek een antwoord te bieden
op de hoofdvraag: “Hoe oriënteert een succesvolle marktgerichte technologische start-up zich in
Vlaanderen a.d.h.v. sales- en marketingactiviteiten?”.
Meer lezen

De strafrechtelijke sanctionering van religieuze uitingen

Universiteit Antwerpen
2020
Kato
Van Espen
Een juridische analyse naar de noodzakelijkheid van de strafrechtelijke beteugeling van het dragen van gezichtsverhullende kledij. Ook de maatregelen m.b.t. COVID-19 komen kort aan bod.
Meer lezen

Gevaar voor openbare orde en nationale veiligheid als weigeringsgronden voor verblijf in de Vreemdelingenwet

Universiteit Antwerpen
2019
Ellen
Vandennieuwenhuysen
Naar aanleiding van twee ophefmakende wetswijzigingen aan de Vreemdelingenwet werd onderzocht in welke mate deze nog in overeenstemming is met enkele fundamentele mensenrechten en algemene rechtsbeginselen. Meer concreet werd dieper ingegaan op de verwijderingsbeslissingen om redenen van openbare orde en nationale veiligheid.
Meer lezen

De Belgische regeling van het hoorrecht van de minderjarige in burgerrechtelijke procedures onder druk van het EVRM en het IVRK

KU Leuven
2019
Laurence
Jacquet
Deze masterscriptie gaat na hoe de regeling van het hoorrecht van de minderjarige in België in burgerrechtelijke procedures aangepast kan worden om in overeenstemming te zijn met het EVRM en het IVRK. De Belgische regeling bevat immers knelpunten in vergelijking met wat het EVRM en het IVRK vereisen. De scriptie geeft verschillende opties om deze knelpunten aan te pakken .
Meer lezen

HRMConnect 2.0

Universiteit Gent
2019
Kristen
du Bois
Een toegepast gebruikersonderzoek naar de mogelijke rol van chatbots in digitale kennispunten voor personeelsbeleid.
Meer lezen

Democratische terugval of stabilisering? De rol van de democratiedatasets

Vrije Universiteit Brussel
2019
Hakan
Sönmez
De recente literatuur in democratiseringsstudies doet uitschijnen dat de democratie als idee en als politiek systeem over de hele wereld onder druk staat. Er bestaat een grote verdeeldheid over de aard en de mate van de vermeende democratische terugval. De verschillende interpretaties komen mogelijkerwijs voort uit de verschillende conceptualisaties van democratie die door de globale democratiedatasets worden gehanteerd. Daarom bestudeert deze masterproef in welke mate de tegenstrijdige bevindingen over de vermeende democratische terugval, artefacten zijn van de democratiedatasets die gebruikt worden.
Meer lezen

Rekrutering en selectie van schoolleiders in het Vlaams secundair onderwijs: HRM-proof?

Universiteit Antwerpen
2019
Kimberley
Gregoor
In Vlaanderen is gering onderzoek beschikbaar over hoe de aanwerving/selectie van schoolleiders in het Vlaams secundair onderwijs gebeurt. Het doel van dit onderzoek is om te weten te komen hoe professioneel de aanwerving van schoolleiders gebeurt in Vlaamse secundaire scholen. Dit door rekening te houden met een grotere concurrentie (spanning vraag en aanbod) op de arbeidsmarkt en de dalende leerlingenprestaties in het secundair onderwijs in Vlaanderen. Daar het leiderschap van een schoolleider significant gerelateerd is aan de prestaties van leerlingen kan het succesvol aanwerven van een performante schoolleider zeer relevant zijn voor het verbeteren/versterken van de onderwijskwaliteit. Om dit te onderzoeken is op basis van academische inzichten inzake HRM-praktijken omtrent rekrutering, selectie en onboarding nagegaan in welke mate het aanwervingsproces professioneel/academisch onderbouwd gebeurt volgens de actuele state-of-the-art van de wetenschappelijke inzichten. Een vragenlijst is verstuurd naar schoolbesturen overheen alle gewone secundaire scholen in Vlaanderen. Uit dit onderzoek is gebleken dat er in de Vlaamse secundaire scholen mogelijkheden tot verbetering zijn om de aanwerving van schoolleiders verder te professionaliseren. Een belangrijke verklaring is dat de schoolbesturen (te) veel vrijheid hebben in het kiezen hoe (professioneel) dat de aanwerving van een schoolleider verloopt.
Meer lezen

Manpower planning met behulp van Markovmodellen: een PDCA-stappenplan met casestudie

Vrije Universiteit Brussel
2018
Evelien
Rondenbosch
In de bestaande literatuur wordt het voeren van manpower planning beschreven door elk element ervan afzonderlijk te behandelen aan de hand van verschillende methoden in een hypothetische context. Een volledig stappenplan voor het uitvoeren van manpower planning evenals het omzetten van deze methoden in een concrete praktijksituatie lijken te ontbreken. Om aan deze tekorten tegemoet te komen zal in deze masterproef getracht worden een theoretisch stappenplan op te stellen voor het realiseren van een efficiënter manpower planningsbeleid. Dit stappenplan wordt vervolgens gedemonstreerd aan de hand van een casestudie met het personeelsbestand van een bestaande organisatie.
Meer lezen

EHRM en bewijs. Terreurbestrijding als opstap naar vernieuwd digitaal speurwerk: de gespannen verhouding tussen nieuwe bewijsgaringsinstrumenten in het Belgisch strafonderzoek en artikel 6 en 8 EVRM.

Vrije Universiteit Brussel
2018
Feia
Deltour
De recente Wet Digitaal Speurwerk heeft ten voordele van de justitiële actoren een aantal nieuwe en verregaande onderzoeksbevoegdheden in de digitale sfeer in het leven geroepen. Deze staan echter op gespannen voet met de artikelen 6 en 8 EVRM. Deze thesis analyseert kritisch de wetgevende en beleidsmatige aspecten in de materie.
Meer lezen

Schikken en schuldig pleiten als belastingplichtige. Rechtsbescherming uit art. 6 EVRM bij het afsluiten van een minnelijke schikking of het erkennen van schuld bij het openbaar ministerie

KU Leuven
2018
Eva
Nackaerts
Deze masterscriptie onderzoekt of er voldoende rechtsbescherming aanwezig is voor de belastingplichtige verdachte die een minnelijke schikking afsluit of zijn schuld erkent bij het parket. Hierbij wordt er getoetst aan de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Meer lezen

Never again "Wir haben es nicht gewußt". Intransparency on warfare: a human rights violation?

KU Leuven
2018
Louise
Willocx
De mogelijkheden tot controle op het Ministerie van Defensie zijn ondermaats. Zowel volksvertegenwoordigers als ngo's kunnen hierdoor zeer moeilijk nagaan hoe ver onze verantwoordelijkheid reikt ten opzichte van burgerslachtoffers in de oorlog tegen IS. Het juridisch raamwerk achter de intransparantie van Defensie schendt bovendien hoogstwaarschijnlijk de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Meer lezen

De rechtsbescherming van de belastingplichtige in het kader van de huidige 'una via'-regeling

KU Leuven
2018
Stevo
Gatsos
In de strijd tegen fiscale fraude heeft de federale wetgever anno 2008 een parlementaire
onderzoekscommissie opgericht. De belangrijkste aanbeveling van deze parlementaire
onderzoekscommissie handelde over het instellen van een una via-regeling in fiscale
strafzaken. Dit heeft finaal geleid tot de wet 20 september 2012 tot instelling van het ‘una
via’-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging
van de fiscale penale boetes, oftewel de Una Via-wet.
Dit una via-principe houdt in dat slechts één weg kan ingeslagen worden in de beteugeling
van inbreuken op de fiscale wetten, hetzij strafrechtelijk met strafsancties, hetzij fiscaaladministratief
met fiscaal-administratieve sancties. De federale wetgever had met de
ontdubbeling van parallelle procedures een efficiënter fraudebeleid voor ogen. Concreet werd
dit gerealiseerd door het una via-overleg tussen de fiscale administraties, het Openbaar
Ministerie en de bevoegde politionele overheden, hetgeen de betrokken actoren in staat
diende te stellen uit te maken wat de meest adequate afhandelingswijze van het concreet
dossier zou zijn.
De federale wetgever heeft met de Una Via-wet eveneens gepoogd het non bis in idembeginsel,
zoals geïnterpreteerd door de Europese rechtscolleges, wettelijk te verankeren. Dit
beginsel belet dat eenzelfde persoon, die reeds het voorwerp heeft uitgemaakt van een
definitieve beslissing, opnieuw voor dezelfde feiten wordt berecht of bestraft. In dit opzicht is
het relevant om ook het strafrechtelijk karakter van administratieve sancties onder de loep te
nemen. Wanneer blijkt dat zowel een strafrechtelijke sanctie als een administratieve sanctie
met een strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 EVRM voor dezelfde feiten worden
opgelegd, zal het non bis in idem-beginsel toepassing vinden. Vóór de intrede van de Una
Via-wet voorzagen de fiscale wetboeken expliciet de mogelijk om strafrechtelijke sancties en
administratieve sancties met een strafrechtelijk karakter te cumuleren. De Una Via-wet, met
respect voor het non bis in idem-beginsel, dient tegemoet te komen aan deze problematiek
door een decumul te voorzien, waarbij dezelfde rechtsonderhorige hetzij strafrechtelijk, hetzij
fiscaal-administratief gesanctioneerd wordt.

Het opzet van dit werk bestaat erin een analyse te maken van de rechtsbescherming van de
belastingplichtige in het kader van de huidige una via-regeling. Het onderzoek naar de
tegemoetkoming aan het non bis in idem-beginsel door de federale wetgever in het una viamodel
staat centraal. Om de evaluatie te kunnen maken of de wet hieraan voldoet is een
grondige uiteenzetting van de draagwijdte van het non bis in idem-beginsel in fiscale
strafzaken vereist. Dit gebeurt aan de hand van de bespreking van de bronnen en de
jurisprudentiële invulling van dit beginsel, met inbegrip van het strafrechtelijk karakter van
administratieve sancties. Vervolgens wordt, het non bis in idem-beginsel indachtig, de Una
Via-wet besproken. De totstandkoming, de onvolmaaktheden en de gedeeltelijke vernietiging
worden hierbij toegelicht. Het sluitstuk van dit onderzoek heeft betrekking op suggesties de
lege ferenda. Hierbij wordt onderzocht of het Nederlands una via-model, het sociaal
strafrecht en het aanrekeningsprincipe soelaas kunnen bieden.
Meer lezen

Omgaan met gedemotiveerde leerkrachten in het Vlaamse basisonderwijs: Een kwalitatief onderzoek naar de aanpak van schoolleiders

Universiteit Antwerpen
2018
Mohamed
Louarroudi
Leerkrachten bepalen in grote mate de kwaliteit van het onderwijs. De invloed van leerkrachten op de leerresultaten van leerlingen is niet te onderschatten. Het zijn de leerkrachten die in direct contact staan met de leerlingen tijdens hun leerproces. Daardoor is lerarenmotivatie cruciaal. Demotivatie zorgt er immers voor dat leerkrachten ineffectiever gaan presteren. Leerlingen die achtereenvolgend naar ineffectieve leerkrachten worden toegewezen presteren significant lager dan degenen die naar effectieve leerkrachten worden toegewezen. Dat maakt dat een schoolleider een enorme verantwoordelijkheid met zich draagt.

Het doel van deze studie is het fenomeen gedemotiveerde leerkrachten in het Vlaamse basisonderwijs in kaart te brengen vanuit het perspectief van schoolleiders. Dit onderzoek is wetenschappelijk relevant omdat het een lacune in de literatuur opvult. Het geeft een antwoord op welk gedrag gedemotiveerde leerkrachten vertonen en hoe schoolleiders basisonderwijs daarmee omgaan in een Vlaamse context.

Concreet werden 12 schoolleiders bevraagd door middel van diepte-interviews. De respondenten werden geselecteerd op basis van aantal jaar ervaring, het onderwijsnet en de onderwijskoepel waarin ze tewerkgesteld zijn. De data werd gecodeerd en zowel deductief als inductief geanalyseerd. Daarnaast is het selectiekenmerk ‘ervaring’ in relatie gebracht met de aanpak van schoolleiders op basis van Matrix Coding Query. Het analysewerk is uitgevoerd door middel van het softwarepakket QSR Nvivo11.

De resultaten geven aan dat schoolleiders het niet eenvoudig achten om gedemotiveerd gedrag bij leerkrachten aan te pakken. Ze geven wel aan dat ze zes hoofdstrategieën hanteren: (1) anticiperen, (2) exploreren, (3) assisteren, (4) compenseren, (5) confronteren en (6) vermijden. Bovendien vermelden ze dat gedemotiveerde leerkrachten zeven verschillende gedragingen vertonen: ze klagen voortdurend, voeren geen taken uit, nemen zelden initiatief, zijn te veel afwezig, vertonen reactionair gedrag, reageren frustraties af op kinderen en zonderen zich af van de omgeving.
Meer lezen

De oprichting van een GVV versus private equity

Odisee Hogeschool
2017
Gilles
Dupont
Analyse en bespreking van de Belgische openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap, alsook een korte vergelijking van verschillen met de niet-beursgenoteerde operationele vastgoedvennootschap. Hierbij wordt de lezer vertrouwd gemaakt met het bestaan van voormelde vastgoedbedrijven op een breed niveau, gaande van het wetgevend kader tot de financiële aspecten. Eveneens wordt de aantrekkelijkheid van voormelde vastgoedbedrijven in kaart gebracht voor particuliere beleggers.
Meer lezen

EFFECT OF SUB-TOXIC CONCENTRATIONS OF MEAT METABOLITES ON COLON CANCER CELL GROWTH AND OXIDATIVE STRESS

Universiteit Gent
2017
Elien
Alderweireldt
Rood en verwerkt vlees werden reeds gecorreleerd met colonkanker ontwikkeling, en we zijn op zoek naar goede methodes om deze complexe relatie te bestuderen. In mijn thesis werd een uniek model ontwikkeld op basis van darmcellen waarbij op latere stadia van colonkanker progressie, met name proliferatie, metastase en invasie, ingezoomd wordt. Bovendien is ook de lange termijn impact van de micro-omgeving van tumorcellen, zoals bepaald door rood/verwerkt vlees consumptie, grotendeels onbekend vandaag de dag, en het nieuwe model zou hier in de toekomst kunnen bijdragen tot nieuwe perspectieven.
Meer lezen

De rol van het EVRM bij gemeentelijke administratieve sancties

Universiteit Gent
2017
Marie
DeCock
Is het problematisch dat een orgaan van de uitvoerende macht een gemeentelijke administratieve sanctie oplegt in plaats van een rechter? Deze scriptie onderzoekt hoofdzakelijk of GAS in strijd is met het recht op een eerlijk proces zoals vervat in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Meer lezen

The Power of the Fork - Animal Agriculture as One of the Major Contributors to Climate Change and Its Impact on Global Sustainability

Universiteit Antwerpen
2017
Tessa
Jansoone
We kunnen er niet om heen, de gewijzigde klimaatomstandigheden kan de mensheid leiden naar een ernstige crisissituatie. Verschillende studies hebben reeds aangetoond dat de vleesindustrie één van de belangrijkste bijdragers aan klimaatverandering is door de uitstoot van broeikasgassen, maar ook door ontbossing, bodemdegradatie, watertekorten en algemene milieuvervuiling. Ondanks de omvang van het probleem en het reeds bestaande bewijs van de milieu-impact van de productie van vlees en andere dierlijke producten, bestaan er relatief weinig wereldwijde en nationale beleidsmaatregelen die de milieueffecten van de vleesindustrie reguleren, en diegene die wel bestaan blijken in praktijk onvoldoende.Om effectief de weg naar een duurzame toekomst te banen moeten de problemen gerelateerd aan de productie van vlees en andere dierlijke producten dringend in acht genomen worden.
Meer lezen

Clinical management of Staphylococcus aureus bacteremia – an updated proposal of protocol

KU Leuven
2017
Pieter
Sinonquel
  • Willy
    Peetermans
Nieuw protocolvoorstel ter management van een Stafylococcus aureus bacteriëmie
Meer lezen

Het boek als krachtig medium in zakformaat. De drukkersstrategieën van Joannes Grapheus, Antwerpen 1527-1569

Universiteit Antwerpen
2017
Maite
De Beukeleer
De vormgeving van boek zoals we het vandaag kennen, werd grotendeels ontwikkeld in de vroege zestiende eeuw, toen drukkers nieuwe manieren zochten om hun boeken aantrekkelijk te maken. Deze scriptie onderzoekt hoe de vormgeving in deze periode veranderde aan de hand van de casus van één drukkers: de Antwerpenaar Joannes Grapheus.
Meer lezen

Borstvoeding en seksualiteit: Tussen moeder-zijn en vrouw-zijn

KU Leuven
2017
Justine
De Smet
Het thema rond borstvoeding en seksualiteit daagt uit tot het kritisch nadenken omtrent de correlatie tussen het lichamelijke en psychische aspect van de mens. In deze scriptie wordt de psychisch kant en de fysieke kant van borstvoeding besproken gelinkt aan seksualiteit.
Meer lezen