Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Application of Optical Genome Mapping for the detection of structural variants in sarcomas

Universiteit Gent
2026
Jason
Legein
Sarcomen zijn zeldzame kankers die ontstaan in bindweefsel zoals bot, spier en vet. Door hun grote genetische diversiteit is een correcte diagnose vaak complex en vereist ze meerdere aparte moleculaire testen (FISH, copy number-analyse, RNA-sequencing), die elk maar een deel van het genetische plaatje tonen.
Deze masterthesis onderzocht of Optical Genome Mapping (OGM), een nieuwe techniek die het DNA rechtstreeks visualiseert in plaats van het uit te lezen, dit diagnostische traject kan vereenvoudigen. OGM werd toegepast op rhabdomyosarcoom-cellijnen en op patiënt-afgeleide tumoroïden, en de resultaten werden vergeleken met de klassieke cytogenetische technieken. Daarnaast werd het protocol voor het isoleren van ultra-hoogmoleculair DNA uit primair tumorweefsel geoptimaliseerd, aangezien dit de belangrijkste praktische hindernis bleek voor een betrouwbare toepassing van de techniek.
De resultaten tonen dat OGM klinisch relevante afwijkingen kan detecteren in één enkele test, waaronder de kenmerkende PAX3::FOXO1-fusie bij rhabdomyosarcoom en complexe genomische herschikkingen bij een maligne perifere zenuwschedetumor (MPNST), met volledige overeenstemming met de standaardtechnieken. Tegelijk bleek de kwaliteit van het DNA sterk af te hangen van weefseltype, staalgrootte en de tijd tussen operatie en invriezing, factoren die nu voor het eerst systematisch in kaart werden gebracht.
Deze thesis toont aan dat OGM een waardevolle aanvulling kan zijn op de bestaande diagnostische aanpak bij sarcomen, en legt de basis voor verdere optimalisatie richting klinische implementatie.
Meer lezen

Unravelling endothelial cell-based anti-tumor immunity

Universiteit Gent
2026
Rafal
Hanc
Deze masterthesis onderzoekt hoe endotheelcellen, die van nature niet gespecialiseerd zijn in antigeenpresentatie, toch een actieve rol kunnen spelen in de opwekking van anti-tumor T-celrespons. Wanneer kankercellen sterven via immunogene celdood (ICD), stoten ze specifieke signalen (DAMPs) uit die het omliggende weefsel activeren. Het onderzoek toont expliciet aan dat endotheelcellen, ondanks dat ze geen professionele antigeenpresenterende cellen (APC's) zijn zoals dendritische cellen, door deze ICD-signalen "opgeleid" kunnen worden om toch antigenen van tumorcellen op te nemen en te presenteren via MHC-moleculen. Zo fungeren ze als niet-professionele APC's die bijdragen aan de anti-tumor immuunrespons.
Met behulp van co-cultuursystemen (MS1 en HUVEC endotheelcellen), CRISPR-Cas9 knockouts (CD74, CD80, H2-D1) en in vivo vaccinatiemodellen werd onderzocht in welke mate deze niet-professionele antigeenpresentatie door endotheelcellen bijdraagt aan het activeren van T-cellen tegen tumoren. Dit werk draagt bij aan het begrijpen van de tumor micro-omgeving en biedt mogelijk nieuwe aanknopingspunten voor kankerimmuuntherapie.
Meer lezen

Productie en evaluatie van elektrogesponnen TEOS-gebaseerde nanovezelmembranen als SALDI-substraten voor fecale metabolomics via LA-REIMS

Odisee Hogeschool
2026
Elia Amnon
Bar On
Binnen een klinische en biomedische context zijn snelle en robuuste analysemethoden voor untargeted metabolomics essentieel. Laser-assisted rapid evaporative ionisation massaspectrometrie (LA-REIMS) maakt directe analyse van biofluïda mogelijk, maar de analytische prestaties worden bepaald door de intrinsieke matrixeigenschappen van het staal. Elektrogesponnen nanovezelmembranen kunnen via surface-assisted laser desorption/ionisation (SALDI) de desorptie en ionisatie verbeteren en zo de analyses versterken. Het potentieel van silicagebaseerde nanovezelmembranen als SALDI-substraten binnen LA-REIMS-gebaseerde metabolomics is echter nog onvoldoende geëvalueerd.

In deze studie wordt onderzocht in welke mate elektrogesponnen tetraethylorthosilicaat (TEOS)-gebaseerde nanovezelmembranen de prestaties van LA-REIMS-analyses voor fecale metabolomics beïnvloeden.

De productie van TEOS-membranen omvat het elektrospinnen van een sol-geloplossing, gevolgd door een thermische behandeling om een superhydrofiel membraan te verkrijgen. De morfologie en hydrofiliciteit worden gekarakteriseerd met scanning-elektronenmicroscopie, watercontacthoekmetingen en infraroodspectrometrie. De analytische prestaties worden geëvalueerd via LA-REIMS-analyse van fecale stalen en vergeleken met rechtstreekse analyse van feces en met geoptimaliseerde MetaSAMP-membranen. Data-analyse omvat principal component analysis, evaluatie van reproduceerbaarheid en vergelijking van metabolomische dekking.

LA-REIMS-analyses tonen aan dat met fecale stalen geïmpregneerde TEOS-membranen een metabolomische vingerafdruk genereren die vergelijkbaar is met die van feces as-such, met detectie van een groter aantal features. Tegelijkertijd worden, vergeleken met zowel MetaSAMP-membranen als feces as-such, beperkingen vastgesteld in reproduceerbaarheid en signaalintensiteit, met lagere signaalintensiteiten en meer variabele features (p < 0,01).

Na optimalisatie van de membraandikte en het staalvolume worden TEOS-membranen verkregen die significant hogere signaalintensiteiten opleveren dan feces as-such (p < 0,01; g > 1), met een hoger aantal gedetecteerde features (p < 0,01) en een aanvaardbare reproduceerbaarheid (> 75 % van de features met een variatiecoëfficiënt ≤ 30 %).

De resultaten tonen aan dat elektrogesponnen TEOS-gebaseerde nanovezelmembranen doeltreffend zijn als SALDI-substraat binnen LA-REIMS-gebaseerde metabolomics. Toekomstige studies kunnen zich richten op het optimaliseren van de membraanproductie, functionalisatiestappen en het verder afstemmen van de LA-REIMS-methode.
Meer lezen

Verificatie van de CINtec PLUS Cytologietest (Roche): een dubbele kleuringstechnologie voor epitheelcellen uit uitstrijkjes van de baarmoederhals in de context van de diagnose van baarmoederhalskanker.

Erasmushogeschool Brussel
2025
Solenn
Bosmans
De scriptie behandelt de CINtec PLUS Cytologietest (Roche), een diagnostische test voor het opsporen van cellen in baarmoederhalsuitstrijkjes met een verhoogd risico op kanker. De test detecteert de co-expressie van de biomarkers p16 en Ki‑67, die informatie geven over ongecontroleerde celgroei. Tijdens de implementatie bij het Institut de Pathologie et de Génétique (IPG) werd de test uitgebreid geverifieerd op juistheid, herhaalbaarheid, reproduceerbaarheid en robuustheid om de betrouwbaarheid te bevestigen. Het doel van de test is het aantal vals-positieve resultaten te verminderen, zodat onnodige vervolgonderzoeken en stress bij vrouwen beperkt worden.
Meer lezen

Exploring the mechanobiology of Cancer Associated Fibroblasts

KU Leuven
2025
Giel
Vankevelaer
Fibroblasten zijn een diverse groep cellen die zorgen voor het onderhoud van de extracellulaire matrix (ECM). Ze kunnen inactief zijn (quiescente fibroblasten) of actief (myofibroblasten). De actieve myofibroblast, herkenbaar aan het eiwit α-smooth muscle actin (αSMA), speelt een belangrijke rol bij wondgenezing en fibrose. Een speciale subgroep hiervan zijn de kanker-geassocieerde fibroblasten (CAFs), die in de tumoromgeving bijdragen aan tumorgroei en uitzaaiing. Hun activatie wordt gestimuleerd door factoren zoals TGF-β en mechanische spanning vanuit de ECM, wat een terugkoppelingslus creëert: spanning activeert CAFs, en CAFs versterken op hun beurt de spanning door ECM-remodellering.
In deze studie werd de mechanobiologie van CAFs onderzocht met behulp van een FRET-gebaseerde vinculine-tensiesensor, die mechanische krachten in focale adhesies meet. Er werd vergeleken tussen onbehandelde CAFs en met TGF-β geactiveerde (myofibroblast-achtige) CAFs. De geactiveerde cellen vertoonden hogere mechanische spanning in vinculine en meer adhesiecomplexen per cel, wat wijst op grotere contractiliteit.
Daarnaast werd geprobeerd een fluorescente reporter te ontwikkelen om de differentiatie in levende cellen te volgen. De gebruikte ACTA2-promotor bleek echter onvoldoende actief, maar het concept biedt aanknopingspunten voor verdere optimalisatie.
Conclusie: TGF-β zorgt voor snelle en efficiënte differentiatie van CAFs naar een meer contractiel, myofibroblastachtig type met verhoogde mechanische spanning in vinculine. Dit benadrukt het belang van mechanotransductie bij CAF-activatie en hun interactie met de tumoromgeving.
Meer lezen

Development of a new screening platform for the generation of B7-H3 targeting NanoCAR T-cells to combat recurrent glioblastoma

Vrije Universiteit Brussel
2025
Emma
Camphyn
Recurrent glioblastoma (rGB) remains to have a 5-year survival of <10%. Current treatments consist of re-resection, re-irradiation and/or immunotherapy, but therapy resistance remains unresolved due to multiple factors, such as the blood-brain-barrier, high tumor heterogeneity and an immunosuppressive tumor microenvironment. In this context, CAR T-cell therapy is emerging as a promising approach. In particular, the use of nanobodies (Nbs) as the antigen binding moiety overcomes limitations such as tonic signaling and immunogenicity, commonly associated with scFv-based CARs. CAR T-cell therapies targeting B7-H3 showed promising results in the treatment of rGB, but in vivo toxicity has been recently described, highlighting the need for improved CAR designs. In this thesis, we developed an mRNA-based platform to identify the most efficient CAR design as an alternative to the laborious and time-consuming methods currently available. Briefly, we developed an mRNA-based approach for the production of mRNA encoding NanoCAR variants and the screening of NanoCAR functionality, comparing it to a plasmid-derived mRNA NanoCAR. We used our optimized workflow, to select previously evaluated NanoCAR T-cells which resulted in the same lead being selected. Therefore, we applied our technology to generate B7-H3 NanoCAR T-cells and selected four candidates for further development. Finally, we tested B7-H3 mRNA NanoCAR T-cells in vivo to evaluate if a transient expression would be sufficient to address the toxicity issue. Overall, we showed that our mRNA platform is a promising alternative to the current methods for CAR screening allowing us to select new B7-H3 NanoCAR T-cells and further proceed with their characterization.
Meer lezen

Patient-Specific CFD Simulations of Side-Hole Catheters for Transarterial Liver Cancer Embolisation: Effects of Hole Size and Radial Orientation on Particle Distribution

Universiteit Gent
2025
Marnix
Christiaens
Hepatocellulair carcinoom (HCC) is wereldwijd de derde belangrijkste oorzaak van kankergerelateerde sterfte. Een beschikbare behandeling is transarteriële radio-embolisatie, waarbij radioactieve microsferen rechtstreeks naar de tumor worden geïnjecteerd. Deze techniek maakt gebruik van de unieke arteriële bloedvoorziening van levertumoren om het therapeutisch effect te versterken, terwijl het omliggende gezonde weefsel wordt gespaard. Het succes van deze behandeling wordt sterk beïnvloed door klinische factoren, waaronder de patiëntspecifieke vaatstructuren van de lever, de injectiesnelheid van de deeltjes en het type katheter. Deze elementen zorgen voor aanzienlijke variatie in de behandelingsuitkomsten.

Deze thesis heeft als doel om de toediening van emboliserende deeltjes te optimaliseren met behulp van computationele stromingsdynamica (CFD), zodat de verdeling van de deeltjes beter overeenkomt met de bloedstroompatronen. Hiervoor wordt een zijgatkatheter ontworpen die deze afstemming moet verbeteren en de invloed van klinische variabelen moet verminderen, wat leidt tot meer voorspelbare resultaten en een betere tumortargeting. In het bijzonder onderzoekt dit werk zowel standaard microkatheters met eindopening (SMC) als zijgatkatheters (SHC) met gesloten voorzijde en verschillende zijgatdiameters.

Met Ansys Discovery werden verschillende kathetergeometrieën ontwikkeld en geïntegreerd in een patiëntspecifiek arterieel levermodel om deeltjestrajecten en stromingsdynamica te simuleren. Een roostergevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd om de optimale volumemesh te bepalen. De simulaties omvatten zowel stationaire als transiënte analyses en onderzochten hoe het type katheter, de zijgatdiameter en de oriëntatie van de katheter de verdeling van de deeltjes beïnvloeden.

De resultaten van de in Ansys Discovery ontwikkelde katheters kwamen overeen met de verwachtingen wat betreft deeltjesverspreiding en verdeling. De Discovery-gebaseerde workflow behield de oorspronkelijke anatomie met een oppervlakteafwijking van slechts 0,0003% ten opzichte van het gesegmenteerde model. Belangrijke prestatie-indices zoals de Matching Deviation Index (MDI) en Targeting Deviation Index (TDI) bleken echter afhankelijk van de oriëntatie van de zijgaten. De MDI, die de overeenkomst tussen deeltjesverdeling en bloedstroom weergeeft, toonde aan dat de SHC beter presteerde dan de SMC. SHC’s met kleinere zijgaten (0,2 mm) vertoonden een hogere variabiliteit tussen oriëntaties (2,53%) door de vorming van geconcentreerde injectiestralen dicht bij de arteriewanden. De TDI, die de medische relevantie weerspiegelt door deeltjesverdeling te vergelijken met tumorperfusie, gaf consequent de voorkeur aan SHC’s met grotere zijgaten (0,4 mm). Deze vertoonden minder afhankelijkheid van de oriëntatie (0,89% variabiliteit t.o.v. 2,84%).
Deze bevindingen werden bevestigd in transiënte simulaties, die een twaalfvoudige toename in deeltjesverspreiding lieten zien. Transiënte simulaties leverden over het algemeen lagere MDI- en TDI-waarden op. SHC 0.2 behaalde de beste MDI dankzij de meest uniforme verdeling van de deeltjes, maar dit ging ten koste van de doelgerichtheid, wat resulteerde in de laagste TDI.

Deze thesis toont aan dat het zijgatkatheterontwerp het potentieel heeft om de gevoeligheid voor klinische parameters te verminderen en de behandeling beter te laten aansluiten bij de geplande therapie.
Meer lezen

Unraveling the Anti-Arrhythmic Effects of Stereotactic Arrhythmia Radioablation (STAR) Therapy: A Pilot Study

KU Leuven
2025
Luka
Nys
Straling redt niet alleen kankerpatiënten, maar kan ook levensbedreigende hartritmestoornissen bestrijden. STAR, een nieuwe radiotherapietechniek, doet dit met één gerichte dosis volledig niet-invasief (zonder operatie!). Hoe STAR precies werkt, blijft een mysterie. Mijn onderzoek geeft voor het eerst inzicht in hoe het hart op deze radiotherapie reageert, en onthult een mogelijk werkingsmechanisme.
Meer lezen

The role of melatonin in reducing chemotherapy-induced jejunal toxicity in a mouse-model for hepatocellular carcinoma

HOGENT
2025
Sophie
Haumont
While chemotherapy is a key component of cancer treatment, it often damages healthy gastrointestinal cells, resulting in toxicity marked by symptoms such as diarrhea, pain, and impaired nutrient absorption. The damage disrupts the gut mucosal barrier integrity and epithelial function, compromising the patient well-being and treatment continuity. These side effects limit chemotherapy’s effectiveness and highlight the need for protective strategies targeting the gut. This study investigates the
potential protective effect of melatonin in mitigating chemotherapy-induced gastrointestinal toxicity.
Meer lezen

Elimination of Priority Indoor Volatile Organic Compounds by Active Botanical Biofilters: Experimental and Modeling Approach

Universiteit Antwerpen
2025
Seppe
Vandeweghe
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Dit proefschrift onderzoekt de eliminatie van prioritaire vluchtige organische stoffen (VOS) door middel van actieve botanische biofilters via een gecombineerde experimentele en modelleringsbenadering. Het onderzoek richt zich op de verwijdering van benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen, formaldehyde en acetaaldehyde (BTEXFA)-verbindingen, die vertegenwoordigers zijn van binnenluchtverontreinigingen die een reële bedreiging vormen voor de menselijke gezondheid. De experimentele benadering gebruikte een actief botanisch biofilter (ABB) en microbiële biofilters (MB's) om de prestaties van VOC-verwijdering onder verschillende randvoorwaarden te evalueren. Eerst werd een studie naar ABB-acclimatisatie uitgevoerd. Zodra de filters volledig operationeel waren en VOS verwijderden, werd een studie naar luchtsnelheidsvariatie uitgevoerd om de verwijdering bij verschillende luchtstroomsnelheden te documenteren. Tegelijkertijd werd een nieuw 3D multiphysics-model ontwikkeld op basis van computationele vloeistofdynamica om de aerodynamica van het MB-substraat, VOC-transport, en verwijderingsfenomenen te karakteriseren.

De effecten van acclimatisatie op VOC-verwijdering varieerden afhankelijk van de specifieke VOC, met verschillende patronen zichtbaar tussen BTEX, formaldehyde en acetaaldehyde. Verder werd aangetoond dat acclimatisatie door herhaalde VOC-blootstelling de efficiëntie van BTEX-verwijdering significant verbeterde. De studie naar luchtsnelheidsvariatie onthulde een complexe mix van effecten die de prestaties van ABB beïnvloeden, met veel verschillende reacties op luchtstroomverhoging tussen VOS. Een aerodynamisch submodel werd succesvol gevalideerd met experimentele gegevens, terwijl het volledige voorlopige model ruimte voor verbetering liet.

Dit onderzoek vergroot het begrip van botanische biofiltratiemechanismen en biedt praktische inzichten voor het optimaliseren van op ABB-gebaseerde binnenluchtzuiveringssystemen, en draagt bij aan duurzame toepassingen in stedelijke biowetenschap en engineering.
Meer lezen

Genetische kennis in de opleiding geneeskunde: het ontwikkelen van een vragenlijst die peilt naar de zelfgepercipieerde en feitelijke kennis bij laatstejaarsstudenten geneeskunde.

Universiteit Gent
2025
Emilia
Flyps
Probleemstelling: De snelle vooruitgang in genetisch onderzoek en de toenemende integratie van genetische toepassingen in de eerstelijnszorg stellen hoge eisen aan de kennis en competenties van toekomstige artsen. Hoewel genetica is opgenomen in het Vlaamse geneeskundecurriculum, blijft onduidelijk in welke mate laatstejaarsstudenten beschikken over voldoende feitelijke genetische kennis en in hoeverre hun zelfinschatting hiermee overeenkomt. Psychologische factoren zoals motivatie en zelfeffectiviteit kunnen hierin een rol spelen, maar worden zelden in samenhang onderzocht.
Methode: In deze masterpraktijkproef werd een vragenlijst ontwikkeld die peilt naar zelfgepercipieerde en feitelijke genetische kennis bij Vlaamse laatstejaarsstudenten geneeskunde. Daarnaast bevat het instrument metingen van motivatie, zelfeffectiviteit en zekerheidsinschatting. Het onderzoek heeft een kwantitatief, cross-sectioneel ontwerp en richt zich uitsluitend op de constructie en theoretische onderbouwing van het meetinstrument. De inhoud is gebaseerd op bestaande gevalideerde instrumenten, waaronder de International Genetic Literacy and Attitudes Survey (iGLAS), de General Self-Efficacy Scale (GSES) en de Intrinsic Motivation Inventory (IMI). De afname en data-analyse maken geen deel uit van deze masterpraktijkproef, maar kunnen plaatsvinden in vervolgonderzoek.
Resultaten en Conclusie: Het eindresultaat is een theoretisch onderbouwd en praktijkgericht meetinstrument dat genetische competenties benadert vanuit zowel inhoudelijke als psychologische invalshoeken. Door de integratie van diverse cognitieve niveaus en inhoudsdomeinen biedt de vragenlijst een breed inzetbaar kader voor toekomstig onderzoek naar genetische kennis bij geneeskundestudenten. Het instrument is beschikbaar in het Nederlands en het Engels en is klaar voor vervolgonderzoek.
Meer lezen

De invloed van verpleegkundig pijnmanagement op de kwaliteit van leven bij oncologische patiënten: een onderzoek naar effectieve interventies en een verbeterde zorgervaring

Hogeschool UCLL
2025
Moira
Forêt
Inleiding:

Pijn is één van de meest voorkomende en invaliderende symptomen bij oncologische patiënten en heeft een aanzienlijke impact op hun fysieke, emotionele en sociale welzijn. Ondanks de beschikbaarheid van pijnmedicatie, blijft pijn vaak onvoldoende onder controle gehouden en onderbehandeld, wat de kwaliteit van leven aanzienlijk vermindert. Als oncologisch verpleegkundige ben je werkzaam in de directe klinische zorg en speel je een belangrijke rol in het signaleren, beoordelen en behandelen van pijn, en dragen hierdoor actief bij aan het optimaliseren van de zorgervaring.

Doelstelling:

Het doel van deze bachelorproef is om na te gaan hoe verpleegkundig pijnmanagement de kwaliteit van leven bij oncologische patiënten beïnvloedt, en welke farmacologische en niet-farmacologische interventies hierin het meest effectief zijn. De nadruk ligt vooral op een holistische patiëntgerichte aanpak die verder gaat dan enkel de medicamenteuze pijnstilling die men nu gebruikt.

Methodologie:

Er werd aan de hand van een systematische literatuurstudie gezocht in wetenschappelijke databanken zoals PubMed, waarbij de PICO- methode gebruikt werd om de onderzoeksvraag scherp te stellen. Verder werden inclusiecriteria gehanteerd die focussen op oncologische patiënten, niet-medicamenteuze interventies en uitkomsten zoals verminderde pijnbeleving, verbeterde slaap, mobiliteit en psychisch welzijn. Uiteindelijk werden acht relevante studies diepgaand geanalyseerd, waaronder systematische reviews en randomized controlled trials. Daarnaast werden andere artikels geïncludeerd ter aanvulling.

Resultaten:

Resultaten tonen aan dat een combinatie van farmacologische en complementaire interventies het meest doeltreffend is voor het verbeteren van de levenskwaliteit. Interventies zoals mindfulness, muziektherapie, aromatherapie, virtual reality en cognitieve gedragstherapie blijken significante effecten te hebben op pijnreductie en emotioneel welzijn. Verder kwam naar voor dat effectieve communicatie, educatie van verpleegkundigen en multidisciplinaire samenwerking van belang zijn voor een succesvol pijnmanagement. Een praktische ervaring op de afdeling hematologie van UZ Leuven bevestigde deze bevindingen en illustreerde verder de impact van verpleegkundig handelen binnen de dagelijkse praktijk.

Conclusie:

Verpleegkundig pijnmanagement heeft een directe invloed op de levenskwaliteit van oncologische patiënten. Door in te zetten op een multidimensionele en patiëntgerichte aanpak, waarbij zowel farmacologische als niet- farmacologische strategieën worden toegepast, kunnen verpleegkundigen bijdragen aan een menswaardigere en effectieve pijnzorg. Binnen deze bachelorproef wordt het belang van kennis, communicatie en samenwerking binnen het verpleegkundig domein onderstreept, en word er gepleit voor meer aandacht en opleiding rond pijnbehandeling binnen een oncologische setting.
De verpleegkundige is kortom de belangrijkste schakel tussen patiënt en arts waar zowel de fysieke als de mentale aandachtspunten van de patiënt hoog in het vaandel staan en waarbij we zorgen dat patiënten correct en gericht doorverwezen worden.

Referentie(s):

(Mestdagh et al., 2023; Wu et al., 2023; Bouya et al., 2018; Warth et al., 2020; Nijs, 2021; Van Veen et al., 2024; Wang et al., 2023; Ghavami et al., 2022)



Meer lezen

Wat als jouw diagnose afhangt van een bruine kleur onder de microscoop?

Erasmushogeschool Brussel
2025
Alyssia
Lespes
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Immunohistochemie (IHC) is een essentiële techniek in de pathologie voor het detecteren van specifieke eiwitten in weefselmonsters. Dit onderzoek richt zich op de optimalisatie en validatie van de antilichamen humaan herpesvirus 8 (HHV8) en BRCA1-geassocieerd eiwit-1 (BAP1) op het geautomatiseerde Dako Omnis-systeem (Agilent Technologies), met als doel een betrouwbaar IHC-protocol te ontwikkelen voor diagnostisch gebruik. HHV8, een oncogeen virus geassocieerd met Kaposi’s sarcoom, en BAP1, een tumorsuppressoreiwit, spelen een belangrijke rol in de diagnostiek van
diverse maligniteiten. Het onderzoek omvat de analyse van 20 weefselstalen per antilichaam, verdeeld over positieve en negatieve stalen, en maakt gebruik van horseradish peroxidase (HRP) en diaminobenzidine (DAB) als detectiesystemen. De validatiecriteria omvatten de beoordeling van de juistheid, waarbij pathologen automatisch zowel de sensitiviteit als de specificiteit van de kleuringen evalueren.
De resultaten tonen aan dat de optimalisatie van het HHV8-protocol met een aangepaste incubatietijd resulteert in een betrouwbare kleuring van positieve controlemonsters. Evenzo werd het BAP1-protocol gevalideerd met succes, waarbij positieve expressie in epitheliale cellen werd waargenomen. De validatie van zowel HHV8 als BAP1 voldeed aan de gestelde aanvaardbaarheidscriteria, waardoor de toepasbaarheid van de IHC-kleuringen voor diagnostische doeleinden wordt bevestigd. Dit onderzoek levert een robuust en reproduceerbaar protocol voor beide antilichamen op het Dako Omnis-systeem, wat bijdraagt aan de verbetering van de diagnostische nauwkeurigheid in de pathologie. Daarnaast draagt dit protocol specifiek bij aan de optimalisatie van de diagnostische processen binnen het labo anatomo-pathologie in het Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL).
Meer lezen

The impact of artificial intelligence on the cost of radiotherapy in low- and middle-income countries

Universiteit Gent
2025
Thyra
Vermorgen
This master’s thesis explores how artificial intelligence (AI) can help address economic
and operational barriers to radiotherapy in low and middle income countries (LMICs),
where access is limited despite a rising cancer burden. A major obstacle in these regions is the shortage of trained professionals and the high cost of treatment planning
and delivery.
The study evaluates whether the Radiotherapy Planning Assistant (RPA), an AI based
tool, can improve efficiency and reduce costs in LMIC radiotherapy departments. Data
from four centres in the ARCHERY study,covering cervical, head and neck, and prostate
cancers, were analysed using the ESTRO HERO Time Driven Activity Based Costing
(TDABC) model. Simulations modelled planning time reductions of 70 percent, 80 percent, and 90 percent for eligible tumour types.
Baseline results showed equipment as the dominant cost driver, limiting overall cost
reductions. However, time savings from AI integration improved treatment planning
system availability and reduced staff workload. These gains suggest enhanced efficiency and capacity, especially in high volume settings. While AI may not yield large
financial savings alone, it alleviates key bottlenecks and supports workforce optimisation, provided infrastructure and system capacity are strengthened.
Meer lezen

OPTICAL SPECTROSCOPY AND MACHINE LEARNING EMPOWERING MULTI-MYCOTOXIN DETECTION IN THE AGRIFOOD INDUSTRY

Vrije Universiteit Brussel
2025
Wannes luts
De Martelaere
Mycotoxinen—kankerverwekkende gifstoffen geproduceerd door bepaalde schimmels—vormen een ernstige bedreiging voor de voedselveiligheid door contaminatie van basisgewassen zoals tarwe en maïs. Deze masterproef ontwikkelt een snelle, niet-destructieve en niet-invasieve detectiemethode die optische spectroscopie combineert met machine learning om meerdere mycotoxinen tegelijk op voedingsproducten te detecteren. Door fluorescentie- en reflectantiespectroscopie te integreren met golflengte-selectie toont het werk aan dat zowel classificatie- als regressiemodellen aan de regelgeving kunnen voldoen met slechts de 10 meest informatieve golflengten, terwijl classificatienauwkeurigheden van >90% haalbaar blijven. Dit minimalistische sensorkoncept maakt real-time triage en batchbrede monitoring mogelijk, zowel inline in industriële processen als in-field.
Meer lezen

De implementatie van een verpleegkundige in de huisartsenpraktijk: een literatuurstudie naar de ervaring van chronische patiënten met zorgsubstitutie

HOGENT
2025
Yentl
De Coninck
Introductie: Door het dreigende huisartsentekort, de vergrijzing en de stijgende prevalentie
van chronische aandoeningen neemt de druk op de eerstelijnszorg in Europa toe.
Zorgsubstitutie, een permanente of structurele verschuiving van verantwoordelijkheden,
wordt gezien als een manier om de capaciteit en toegankelijkheid van de eerstelijnszorg te vergroten. Dit onderzoek heeft als doel inzicht te verkrijgen in de ervaring van patiënten met een chronische aandoening ten aanzien van deze verschuiving.

Methode: Een narratieve literatuurstudie werd uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksvraag werd een zoekstring ingevoerd in PubMed en Web of Science. De resultaten werden geselecteerd op basis van in-en exclusiecriteria met behulp van het programma Rayyan.

Resultaten: Zorgsubstitutie van huisarts naar verpleegkundige blijkt de patiënttevredenheid positief te beïnvloeden, dankzij laagdrempelige toegang, langere consultaties, hun empathische benadering en focus op zelfmanagement. Acceptatie varieert echter, afhankelijk van demografische factoren en zorgcomplexiteit. Een duidelijke taakverdeling en complementariteit binnen het interdisciplinaire team blijken essentieel.

Conclusie: De substitutie van huisartsen naar verpleegkundigen in de huisartsenpraktijk
beïnvloedt de ervaring van patiënten met een chronische aandoening overwegend positief. Patiënten ervaren verpleegkundige zorg als aanvullend op die van de huisarts, en
onderstrepen het belang van samenwerking, rolduidelijkheid en vertrouwen in de
competentie van de verpleegkundige.
Meer lezen

AUTONOME MONITORING VAN 5G RADIOFREQUENTE ELEKTROMAGNETISCHE VELDBLOOTSTELLING MET EEN QUADCOPTER

Universiteit Gent
2025
Jonas
Vermeulen
Deze masterproef beschrijft de ontwikkeling van een autonome quadcopter uitgerust met een frequentieselectieve triaxiale 5G-sensor voor het meten van radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV). Het doel was om de blootstelling rond 5G-basisstations nauwkeurig en reproduceerbaar in kaart te brengen. Naast de bouw en kalibratie van het dronesysteem werden ook interferentie door boordelektronica en afschermingseffecten van de drone onderzocht. In een veldcampagne vloog de drone een 2D-raster en visualiseerde de resultaten via heatmaps, met piekwaarden tot 4,25 V/m. Het onderzoek toont aan dat drones een efficiënte, autonome en transparante oplossing bieden voor RF-EMV-monitoring in 5G- en toekomstige 6G-netwerken
.
Meer lezen

Design and Development of Custom-Made 3D Printed Breast Prostheses: A Multidisciplinary Approach Integrating Material Science, 3D Scanning, Product Design and Production Process

Universiteit Gent
2025
Eline
De Roo
Winnaar Vlaamse Scriptieprijs
Winnaar Eosprijs
Genomineerde shortlist mtech+prijs
Deze thesis onderzoekt hoe 3D printtechnologie kan
worden ingezet om lichte en gepersonaliseerde externe
borstprothesen te ontwerpen voor vrouwen die een mastectomie
hebben ondergaan. Traditionele prothesen zijn vaak zwaar,
oncomfortabel en sluiten niet goed aan op de individuele
lichaamsvorm. Door middel van een benchmarkanalyse, cocreatie
met gebruikers en parametrisch modelleren in Grasshopper, richt
dit onderzoek zich op het ontwikkelen van een nieuwe generatie
prothesen die beter aansluiten bij de behoeften van de gebruikers.
Er werd een aanpasbaar digitaal model ontwikkeld met interne
perforatiestructuren om het gewicht te verminderen, terwijl de
prothese zacht en stabiel bleef. Verschillende prototypes werden
geprint in PLA, TPU en siliconen. Door technische beperkingen
was uitgebreid testen met patiënten niet mogelijk, maar er werd
wel feedback verzameld van experts. De studie toont aan dat 3D
printen belangrijke voordelen biedt op het gebied van comfort,
pasvorm en ontwerpflexibiliteit. Daarnaast benadrukt het
onderzoek het belang van gebruikersbetrokkenheid in het
ontwerpproces. De resultaten vormen een stevige basis voor
toekomstig onderzoek en klinische validatie.
Meer lezen

Seksualiteit bespreekbaar maken

Hogeschool UCLL
2025
Hanna
Desair
Seksualiteit is een belangrijk, maar vaak genegeerd thema in de zorg voor borstkankerpatiënten. Door behandelingen zoals chirurgie, chemotherapie en hormoontherapie ervaren veel vrouwen seksuele klachten, die hun levenskwaliteit aantasten. Toch blijft dit onderwerp vaak onbesproken. Deze bachelorproef onderzoekt waarom dat zo is, welke barrières verpleegkundigen ervaren, en hoe dit beter kan.

Op basis van literatuuronderzoek en praktijkervaring worden evidence-based aanbevelingen geformuleerd om seksualiteit wél bespreekbaar te maken. Daarbij staan vier pijlers centraal: structurele educatie voor verpleegkundigen, het gebruik van communicatiemodellen en meetinstrumenten, organisatiebrede inbedding van seksuele zorg, en interdisciplinaire samenwerking.

De conclusie is duidelijk: verpleegkundigen spelen een sleutelrol in het normaliseren van seksuele gezondheid. Met de juiste ondersteuning kunnen zij dit thema veilig en empathisch aankaarten, wat leidt tot betere zorg en meer welzijn voor borstkankerpatiënten.
Meer lezen

Getxent als geurdrager: Verkenning van snuffelduur, effect van impregnatietijd en geurtype

Odisee Hogeschool
2024
Lien
Geudens
Detectiehonden worden meer en meer ingezet in verschillende sectoren. Soms is de zoekgeur waarop ze getraind moeten worden moeilijk te verkrijgen, te manipuleren of te transporteren of is het bezit ervan niet voor iedereen toegelaten, zoals kadavers, explosieven of drugs. Door middel van het gebruik van geurdragers – in dit werk Getxent tubes die enkel de geur van het zoekdoel bevatten - gaat er een wereld aan trainingsmogelijkheden open. In deze studie werd het inzetten van Getxent-tubes als geurdragers getest. Dertien verschillende detectiehonden, getraind op Kong, werden getest op Getxent-tubes met drie verschillende impregnatiesterktes van Kong-geur 6u, 24u en 120u. Hierbij werd gemeten d.m.v. de SnuffelSensor - een carrousel met acht armen - hoelang de honden snuffelden aan de verschillende geuren. Per run kregen de honden toegang tot één geïmpregneerde Getxent, één lege Getxent, één blanco (lege pot) en vijf nevengeuren. Per treatment werden zes runs gedaan per hond. Er werd gescoord of de honden een aanduiding gaven en welke gedragingen ze toonden. Hieruit bleek dat de honden significant langer snuffelden aan de met Kong geïmpregneerde Getxents dan aan de andere geuren. Er was geen significant verschil in snuffelduur tussen de verschillende impregnatieduren, maar wel in correcte aanduidingen, met de hoogste percentages bij de langste impregnatieduur. De gedragsobservaties toonden dat honden vaak eerder twijfelend waren bij hun correct positieve aanduidingen op de geïmpregneerde Getxent, maar dat dit na enkele
herhalingen verdween, allicht door verdere generalisatie. Er kan worden besloten dat Getxent-tubes kunnen ingezet worden als geurdragers binnen trainingen, maar het is aangewezen om daarnaast ook te trainen met de echte geur om de generalisatie te consolideren.
Meer lezen

Trainen met ketonen in de benen

KU Leuven
2024
Nicolas
Timmermans
Recent onderzoek heeft aangetoond dat het innemen van ketonen na het sporten en voor het
slapengaan tijdens een intensief trainingsprogramma, symptomen van overbelasting vermindert, de
tolereerbare trainingsbelasting aan het einde van het programma verhoogt en de uithoudingsprestatie
met 15% verbetert. Maar kunnen ketonen ook de prestaties verbeteren tijdens een gebalanceerd
trainingsprogramma zonder overbelastingssymptomen?
Een nieuwe studie onderzocht deze vraag door 28 recreatief getrainde mannelijke wielrenners te laten
deelnemen aan een acht weken durend duurtrainingsprogramma. Ze kregen hierbij ofwel een ketonen
supplement ofwel een placebosupplement onmiddellijk na het sporten en 30 minuten voor het
slapengaan. Gedurende de studie werden op vier momenten, namelijk voor de trainingsperiode, na
drie weken, na zeven weken, en na de trainingsperiode, experimentele testen uitgevoerd, waaronder
een 30-minuten durende tijdrit en verschillende bloed- en spierstalen.
De resultaten tonen aan dat het innemen van ketonen leidt tot een duidelijke toename van ketonen
concentraties in het bloed. De deelnemers die ketonen innamen presteerden hierdoor 4% beter op de
30-minuten durende tijdrit dan de placebogroep en vertoonden daarbij ook een grotere stijging in de
maximale zuurstofopnamecapaciteit. Deze verbeteringen gingen gepaard met een toename in de
enzymactiviteit van citraatsynthase, een cruciaal enzyme voor de energieproductie in de
mitochondriën van de spieren.
We kunnen vervolgens concluderen dat, in afwezigheid van overbelastingssymptomen, ketonen
supplementatie de prestaties bij duurtraining verbetert door positieve veranderingen in de
mitochondriale inhoud te bewerkstelligen. Ketonen zijn daarmee een waardevolle aanvulling voor
atleten die hun uithoudingsprestatie willen verbeteren.
Meer lezen

De waarde van artificiële intelligentie bij borstkankerscreening met mammografie

Universiteit Gent
2024
Helena
Laseure
Borstkanker is de meest voorkomende kanker met de hoogste mortaliteit bij vrouwen wereldwijd. Vroegtijdige detectie via mammografische borstkankerscreening verbetert de prognose. Artificiële intelligentie (AI) belooft op haar beurt de efficiëntie van de mammografische screening te verbeteren. Dit literatuuronderzoek richt zich op de potentiële waarde van AI bij mammografische borstkankerscreening.
Meer lezen

Reducing exposure to particulate matter in the indoor environment through filter application

Universiteit Gent
2024
Lisa
Corneillie
In deze scriptie wordt de effectiviteit van een filter als strategie voor het verbeteren van de binnenluchtkwaliteit tegen fijnstof onderzocht met behulp van simulaties in Dymola. Hiervoor is er een nieuwe indeling voor fijnstofdeeltjes ontwikkeld, gebaseerd op de toxiciteit van verschillende deeltjesgroottes en afgeleid uit de literatuur. Deze nieuwe indeling heeft als doel de tekortkomingen van de bestaande grootte-indelingen te vervangen die de grootte- en bronafhankelijke toxiciteit van fijnstof generaliseren. Na het ontwikkelen van een filtercomponent en het aanpassen van een bestaand multi-zone model, werd de schadelijkheid van de fijnstofconcentratie die de binnenomgeving bereikt en het vermogen van filters om dit te voorkomen, onderzocht in verschillende scenario's. De invloed op de algehele binnenluchtconcentratie van PM werd waargenomen voor verschillende buitenomgevingen en verschillende filters. Daarnaast werden ook de invloed van PM dat door koken wordt uitgestoten, het verschil tussen 100% ventilatie en vraaggestuurde ventilatie en de implementatie van open ramen gesimuleerd. Bovendien werden de invloed van variatie in filterefficiëntie, de levensduur van het filter en het daaropvolgende energieverbruik onderzocht. De resultaten tonen aan dat een HEPA-filter de binnenluchtconcentratie van PM voor alle schadelijke deeltjesgroottefractie voldoende kan verlagen, terwijl een grof en fijn filter dit niet kunnun. Koken en het openen van ramen ondermijnen echter de effectiviteit van het filter in zodanige mate dat een gezonde binnenomgeving niet langer kan worden gegarandeerd. Een voorlopige analyse van het energieverbruik en de levensduur van het filter toont aanzienlijke extra energiekosten aan bij het gebruik van filters, evenals een levensduur die aanpassing vereist van het bereik dat door fabrikanten wordt voorgesteld. Analyse van de huidige testnormen voor filters laat zien dat deze niet voldoende zijn om een goede vergelijking tussen verschillende filters te waarborgen. Het aantal DALY's voor blootstelling aan PM2.5 was in alle scenario's minstens vier keer kleiner wanneer er een HEPA-filter aanwezig was. PM bleef echter de meest schadelijke verontreinigende stof, vóór stikstofdioxide, ozon en formaldehyde.
Meer lezen

Statistical Inference of AI-identified Subcellular RNA Localizations

KU Leuven
2024
Nynke
Tilkema
Genomineerde shortlist mtech+prijs
Genomineerde shortlist Eosprijs
Spatial transcriptomics was deemed Nature’s method of the year in 2020. Because of these novel technologies, it is now possible to analyze subcellular RNA localization in a systematic and large scale manner. This will allow us to answer interesting fundamental biological questions in a variety of biological domains, in health and disease. However, computational methods to characterize subcellular RNA localization are still in their infancy. We therefore aim to tackle the following questions as part of this master thesis study:
How does one automatically classify whether a gene shows a subcellular localized expression pattern or not?
● Using supervised classification
○ Which classification algorithm is best suited? And how do we train it optimally
○ What is the performance of the optimal model?
○ Can we aggregate model classifications of a gene over every cell, and can we create a reliable statistical test to discern the probability that a gene localizes non-randomly?
○ If we can classify patterns from non-patterns, can we classify which specific pattern it is?
● Can we infer subcellular localization directly from the latent space embedding of an in-house developed neural network model, without training a classifier first?
● Do these results on simulated data generalize to real biological/experimental data?
Meer lezen

Optimalisatie en validatie van het Glypican-3 antilichaam op formol-gefixeerd humaan weefsel met behulp van de Dako Omnis

Erasmushogeschool Brussel
2024
Lieselot
Liekens
Achtergrond: 80-90% van de leverkankers worden beschouwd als een hepatocellulair carcinoom (HCC). Dit is een primaire tumor die ontstaat in de hepatocyten. Doordat HCC wordt geassocieerd met levercirrose en er een groot risico op metastasering bestaat, bedraagt de overlevingskans van patiënten slechts 50-70% binnen de vijf jaar. Een tumormerker om HCC te detecteren, is Glypican-3.

Doel: Het doel van deze bachelorproef omvat het optimaliseren en valideren van het monoklonaal antilichaam Glypican-3, zodat HCC in een vroeg stadium gedetecteerd kan worden in formol-gefixeerd humaan weefsel.

Methode: Om dit doel te bereiken, werd gebruik gemaakt van immuunhistochemie (IHC). Hierbij zal het antigen GPC3 opgespoord worden in weefsels, met behulp van het antilichaam. Het toestel dat voor deze proef gebruikt werd, is de Dako Omnis van Agilent. De kleuring werd vervolgens gevalideerd door de patholoog-anatoom aan de hand van vooropgestelde scoringscriteria en verwachtingen van NordiQC. Er kon eveneens een onderscheid gemaakt worden tussen resultaten van het ready-to-use (RTU) antilichaam en het geconcentreerd antilichaam.

Resultaten: De verkregen data geven aan dat het geconcentreerde antilichaam voldoet aan de gewenste criteria om de test succesvol te volbrengen. Bij het positieve controleweefsel kan het antigen-antilichaam complex gevisualiseerd worden door de bruine neerslag van 3‘3 diaminobenzidine. Bij de negatieve controleweefsels was, zoals gewenst, enkel de tegenkleuring van hematoxyline waarneembaar. Het RTU-antilichaam voldoet niet aan de eisen en is afgekeurd voor verder gebruik.

Conclusie: Het geconcentreerd antilichaam werd goedgekeurd voor routinematig gebruik op de Dako Omnis. Aan de hand van Glypican-3 kunnen de pathologen een duidelijk onderscheid maken tussen gezond leverweefsel en HCC. Glypican-3 is dus geschikt om HCC in een vroeg stadium op te sporen.
Meer lezen

Optimalisatie en validatie van KRAS mutatie screening via ddPCR

Erasmushogeschool Brussel
2024
Wout
Rathé
Het doel van deze bachelorproef is het optimaliseren en valideren van de Kirsten Rat Sarcoma (KRAS) screening test via digital droplet polymerase chain reaction (ddPCR). De stalen die gebruikt worden in deze bachelorproef zijn formalin-fixed and paraffin-embedded (FFPE) patiëntenstalen waarvan de fractionele abundanties reeds bekend zijn met behulp van Next Generation Sequencing (NGS). De resultaten van deze studie werden verkregen via de QX600 Droplet Reader (Bio-Rad), dat gebruik maakt van de QuantaSoft™ software. De resultaten van het optimalisatie gedeelte geven aan dat deze methode het meest optimaal werkt bij een annealings/elongatie temperatuur van 53°C en zonder gebruik van restrictie enzymen (RE) en uracil-DNA-glycosylase (UDG). Daarnaast werkt deze methode ook het best bij een lagere DNA-input en bedraagt de limit of blank (LOB) 0,9% variant allel frequentie (VAF). De resultaten van het validatie gedeelte geven aan dat deze methode een kwantitatieve detectielimiet (LOQ) van 1% heeft, hierbij kan deze methode lineair, precies en accuraat meten. In het algemeen kan er geconcludeerd worden dat deze methode zeer lage fractionele abundanties kan detecteren in FFPE stalen, ook met lagere DNA-input hoeveelheden. Deze gevalideerde methode kan in de routine ingezet worden als verificatie methode voor NGS borderline varianten in het KRAS gen.
Meer lezen

Antiproliferative properties of two legume lectins against cancer cells: effects and modes of action

Universiteit Gent
2024
Lien
Ervijn
Kanker is nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak wereldwijd. Lectinen, één van de belangrijkste groepen van suiker-bindende eiwitten, zijn veelbelovend als kankertherapie. Voortbouwend op dit potentieel werden tijdens deze thesis de effecten van het mannose-specifieke Dioclea megacarpa lectine (DmegA) en het galactose-specifieke Vatairea lundellii lectine (VLL) op verschillende kankercellen onderzocht. Vijf menselijke cellijnen werden geëxamineerd, namelijk de HeLa-, (baarmoederhalskanker), HT-1080- (fibrosarcoma), PANC-1- (pancreaskanker), MCF-7- (borstkanker) en NHDF-cellijnen (fibroblasten). Op basis van levensvatbaarheid, motiliteit en maatschappelijk belang, werden volgende cellijn-lectine combinaties gekozen: DmegA toegediend
aan PANC-1-cellen en VLL toegediend aan HT-1080-cellen.

De lectinen worden geïnternaliseerd in beide cellijnen. Deze observatie in combinatie met een verhoging in ROS-productie, caspase-9 activiteit en PUMA-expressie wijst op de activatie van de intrinsieke apoptose route. Bovendien onthulde de qPCR-analyse een verhoogde expressie van EDEM, een gen van belang in ER-stress. De cellulaire locatie van DmegA in PANC-1-cellen stemt hiermee overeen. Verder duidt het binden van de lectinen aan het celoppervlak, in combinatie met een verhoogde caspase-8 activiteit op de simultane activatie van de extrinsieke apoptose route.
Morfologische veranderingen van de cellen, namelijk vesikels aan het celoppervlak van HT-1080-cellen, en afbraak van de kern en afname van het celvolume van PANC-1-cellen, stroken verder met de activatie van deze routes. De qPCR-analyse impliceert ook de activatie van pyroptose in beide cellijnen, en mitofagie in de HT-1080-cellijn. DmegA en VLL zijn dus lectinen die apoptose en ERstress kunnen induceren in fibrosarcoma- en pancreaskankercellen.
Meer lezen

Exploring the molecular mechanisms behind bioenergetic changes after nanoplastic exposure

Universiteit Gent
2024
Silke
Beelen
Recentelijk wordt meer aandacht besteed aan de impact van micro- en nanoplastic (MNP) op het milieu. Onderzoek naar de impact op de menselijke gezondheid is nog steeds beperkt en er blijven veel onzekerheden bestaan. De ernst van de impact van MNP op de gezondheid van menselijke cellen en weefsels is nog niet bekend. Studies tonen aan dat MNP verschillende celorganellen beïnvloeden, waaronder de mitochondriën, het endoplasmatisch reticulum (ER) en lysozymen. Omdat deze celorganellen een belangrijke rol spelen in het cellulaire energiemetabolisme, verstoren MNP ook dit metabolisme.

Deze studie biedt inzicht in de veranderingen in het cellulaire metabolisme die worden veroorzaakt door behandelingen met MNP. Er werd gebruik gemaakt van een experimentele opstelling waarbij Caco-2-cellen langdurig behandeld werden met herhaalde dosissen van 100 nm polystyreen nanoplastic (PS-NP). Hierbij werden concentraties gebruikt die de werkelijkheid nabootsen. Bovendien werd een behandeling met silica partikels uitgevoerd om het fysische en chemische effect van de MNP te onderscheiden. De resultaten toonden aan dat chronische blootstelling aan een voor het milieu relevante dosis nanoplastic (NP) het cellulaire metabolisme beïnvloedt, wat leidt tot een verhoogd zuurstofverbruik, ophoping van lipiden en veranderde reacties op stress. Het duidt op een verschuiving naar een meer gestresseerd cellulair fenotype, dat uiteindelijk in verband kan worden gebracht met chronische ontstekingsziekten zoals obesitas. Vergelijkbare resultaten bij behandeling met silica partikels en NP geven aan dat de waargenomen effecten voornamelijk voortkomen uit de fysieke aanwezigheid van deze deeltjes en niet uit chemische interacties tussen elementen die aan het deeltje zijn gebonden en de cellen.
Meer lezen

Exploring iron-binding properties of the nucleosome through recombinant and cellular approaches

Universiteit Antwerpen
2024
Inna
Cordy
Histonen zijn eiwitten die het DNA in de celkern helpen oprollen en structureren, zodat het compact blijft en toegankelijk is voor celprocessen. Ze spelen een cruciale rol in genregulatie en de vorming van chromatine. Hoewel de binding van metalen aan histonen al decennia wordt onderzocht, ontbreekt nog steeds overtuigend bewijs voor hun biologische functie. Recente studies toonden wel aan dat koper in de functionele vorm en ijzer in de lineaire vorm aan histonen kan binden. Deze masterthesis onderzoekt of ijzer ook in de biologische conformatie aan histonen kan binden. Hiervoor worden twee modellen ontwikkeld: een eiwitmodel, waarbij bacteriële expressie werd gebruikt om de histonen te vormen en hun ijzerbindingscapaciteit te testen, en een cellijnmodel, waarbij histonen in cellen werden geactiveerd of uitgeschakeld om hun rol in ijzerbinding te bestuderen.
Meer lezen

Characterizing a novel pro-immunogenic cancer cell state in glioblastoma

KU Leuven
2024
Octavie
Demeulenaere
In mijn scriptie kijken we naar een nieuwe behandeling tegen een glioblastoom, een kwaadaardige tumor in het steunweefsel van de hersenen.
Meer lezen