Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Een participatief actie-onderzoek naar inclusieve stadsvernieuwing en de integratie van de Comunidade do Pilar.

Universiteit Antwerpen
2026
Delphine
De Roy
Hoe kan een binnenstedelijke, gemarginaliseerde gemeenschap zoals de Comunidade do Pilar mee vormgeven aan inclusievere stadsvernieuwingsconcepten voor haar onmiddellijke en ruimere omgeving, en zo de noodzakelijke kennis ontwikkelen om haar recht op ruimtelijke inspraak beter te versterken en structureel te verankeren?
Meer lezen

Hoe kan ik als eerstelijns hulpverlener het cliëntensysteem van een volwassen persoon ondersteunen bij gecompliceerde rouw?

Karel de Grote Hogeschool
2026
Amber
De Koninck
Rouw is een normaal onderdeel van het leven, maar soms blijft iemand vastzitten in een intens en langdurig rouwproces. Deze bachelorproef onderzoekt hoe eerstelijnshulpverleners het cliëntensysteem (familie en naasten) kunnen ondersteunen wanneer een volwassen persoon met gecompliceerde rouw geen professionele hulp wil aanvaarden. Vanuit literatuuronderzoek en een persoonlijke praktijkervaring wordt ingegaan op de impact van gecompliceerde rouw op zowel de rouwende als diens omgeving. Daarnaast worden de noden van naasten in kaart gebracht en worden concrete handvatten aangereikt voor hulpverleners, waaronder een sociale kaart en een brochure met toegankelijke informatie en ondersteuningsmogelijkheden. De bachelorproef benadrukt dat niet alleen de rouwende, maar ook het cliëntensysteem nood heeft aan erkenning, informatie en begeleiding om het rouwproces samen draaglijker te maken.
Meer lezen

Tussen afscheid en verbondenheid Euthanasie in de thuiscontext als relationeel gezinsproces

Odisee Hogeschool
2026
kimberly
Vangheluwe
Euthanasie in de thuiscontext wordt vaak benaderd vanuit de autonomie van de patiënt en de medische besluitvorming. Deze bachelorproef toont echter aan dat euthanasie veel meer is dan een individuele keuze: het is een ingrijpend gezinsproces waarin partners, kinderen, mantelzorgers en andere naasten samen afscheid nemen en omgaan met verlies.

Vanuit een gezinswetenschappelijk perspectief onderzoekt deze bachelorproef welke rol de gezinswetenschapper kan opnemen in het ondersteunen van gezinnen tijdens een euthanasietraject in de thuiscontext. Aan de hand van een literatuurstudie, een praktijkgerichte probleemverkenning en twee geanonimiseerde casussen worden de emotionele en relationele processen binnen gezinnen in kaart gebracht. Daarbij staan thema's zoals gezinsveerkracht, anticiperende rouw, relationele autonomie, communicatie en de positie van kinderen centraal.

Het onderzoek toont aan dat gezinnen niet alleen behoefte hebben aan medische begeleiding, maar ook aan ondersteuning die ruimte creëert voor open communicatie, gedeelde betekenisgeving en emotionele afstemming. In het bijzonder blijkt dat kinderen baat hebben bij eerlijke, leeftijdsadequate informatie en betrokkenheid tijdens het afscheid.

Als antwoord op deze noden werden twee praktijkgerichte hulpmiddelen ontwikkeld: gesprekskaarten die moeilijke gesprekken binnen gezinnen ondersteunen en een narratief kinderboekje, Egel zegt zachtjes tot ziens, dat kinderen op een warme en begrijpelijke manier helpt omgaan met afscheid, liefde en verlies. Deze bachelorproef benadrukt de meerwaarde van de gezinswetenschapper als brugfiguur tussen de medische wereld en het gezin en pleit voor een meer relationele benadering van euthanasie in de thuiscontext.
Meer lezen

Medicatiefouten: een bedreiging voor patiëntveiligheid en kwaliteitsvolle zorg

Hogeschool UCLL
2026
Shalina
Swennen
Titel: Medicatiefouten binnen het ziekenhuis: een bedreiging voor patiëntveiligheid en kwaliteitsvolle zorg

Inleiding
Medicatiefouten behoren wereldwijd tot de meest voorkomende vermijdbare oorzaken van patiëntschade binnen ziekenhuizen. Ondanks bestaande veiligheidsmaatregelen blijven fouten optreden tijdens het medicatieproces, met mogelijk ernstige gevolgen voor patiënten, zorgverleners en zorgorganisaties. Het medicatieproces is een complex en foutgevoelig proces, waarbij verschillende zorgverleners betrokken zijn, zoals artsen, apothekers, verpleegkundigen en studenten in opleiding. In dit proces nemen verpleegkundigen en studenten verpleegkunde een cruciale rol op, aangezien zij
verantwoordelijk zijn voor het klaarzetten, bereiden, controleren, registreren en toedienen van medicatie. Als laatste veiligheidsbarrière vóór de medicatie de patiënt bereikt, spelen zij een sleutelrol in het detecteren en voorkomen van fouten.

Medicatiefouten kunnen zich voordoen in elke fase van het medicatieproces. Deze fouten zijn zelden het gevolg van één individuele handeling, ze ontstaan door een combinatie van persoonsgebonden en systeemgebonden factoren, zoals hoge werkdruk, onvoldoende ervaring, onderbrekingen en communicatieproblemen.
Vooral tijdens de fase van medicatietoediening, waarvoor verpleegkundigen en studenten in opleiding de eindverantwoordelijkheid dragen, kunnen fouten ernstige gevolgen hebben voor de patiënt. Stage ervaring en literatuuronderzoek tonen aan dat medicatieveiligheid een blijvend aandachtspunt vormt binnen de verpleegkundige praktijk. Dit onderstreept de nood aan een systematische en evidence-
based aanpak.
Meer lezen

De Rol van Fort van Breendock tijdens de Duitse Bezetting in België

Thomas More Hogeschool
2026
Luca
Guarrera
Fort van Breendonk

Stel je voor dat een plek die ooit bedoeld was om een land te verdedigen, later verandert in een plaats van angst, pijn en onderdrukking. Dat is precies wat er gebeurde met het Fort van Breendonk tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Oorspronkelijk werd het fort gebouwd tussen 1904 en 1914 als onderdeel van de verdedigingslinie rond Antwerpen. Maar in mei 1940, tijdens de Duitse inval, viel het vrijwel zonder verzet in handen van de Duitsers.

Vanaf dat moment veranderde alles. Het fort werd door de SS omgevormd tot een detentiekamp waar gevangenen werden opgesloten, mishandeld en gedwongen tot zware arbeid. Mensen leefden er in angst, zonder te weten wat hun toekomst zou worden.

Wat dit verhaal extra aangrijpend maakt, is dat niet alleen verzetsstrijders, maar ook onschuldige burgers werden vastgehouden. Het fort werd een symbool van terreur en controle.

In mijn thesis onderzoek ik hoe het Fort van Breendonk van een verdedigingsfort veranderde in een plaats van onderdrukking, en welke rol het speelde tijdens de Duitse bezetting van België.

Dit is niet zomaar geschiedenis. Het is een verhaal van menselijk leed, overleven en herinnering.
Meer lezen

Wie zorgt voor de sociaal werker? Een onderzoek naar de normalisering, onderrapportering en structurele aanpak van agressie en geweld binnen het sociaal werk

Erasmushogeschool Brussel
2026
Ans
Schoepen
Agressie en grensoverschrijdend gedrag tegenover sociaal werkers komen frequent voor
in het sociaal werkveld, maar worden in de praktijk nog te vaak genormaliseerd en
ondergerapporteerd. Deze bachelorproef onderzoekt waarom agressie-incidenten niet
systematisch worden gerapporteerd, welke rol normalisering hierin speelt en welke
drempels sociaal werkers ervaren om incidenten te melden. Aanleiding tot dit onderzoek
was het overlijden van een OCMW-medewerker in Gent tijdens een huisbezoek in
augustus 2025, een gebeurtenis die de kwetsbaarheid van sociaal werkers op scherp
stelde en vragen opriep over hoe de sector omgaat met veiligheid.

Vanuit een kwalitatieve onderzoeksaanpak werden tien semigestructureerde interviews
afgenomen bij sociaal werkers uit uiteenlopende werkvelden, waaronder bijzondere
jeugdzorg, politie, straathoekwerk, straatzorg en onderwijs. De data werden thematisch
geanalyseerd om zowel overeenkomsten als verschillen in ervaringen en organisaties in
kaart te brengen.

Uit de resultaten blijkt dat verbale agressie de meest voorkomende vorm is en het sterkst
onderhevig aan normalisering. Verbale agressie wordt frequent beschouwd als een
“uiting van onmacht” en daardoor als inherent aan het beroep. Fysieke agressie wordt
vaker gemeld, maar zelfs dan belemmeren factoren zoals werkdruk, zware caseload,
gebrek aan opvolging en de vrees om de hulpverleningsrelatie te schaden het effectief
meldgedrag. De organisatiecultuur speelt een cruciale rol. In teams met ruimte voor
supervisie en collegiale opvang wordt agressie beter bespreekbaar gemaakt en zijn
sociaal werkers weerbaarder. Beginnende medewerkers en stagiaires blijken bijzonder
kwetsbaar voor de normalisering.

De gevolgen van agressie reiken verder dan het individu. De gevolgen beïnvloeden het
professioneel handelen, de kwaliteit van de hulpverleningsrelatie en leiden op
organisatieniveau tot verhoogd ziekteverzuim en uitstroom. Preventie- en
nazorgmaatregelen bestaan, maar zijn sterk contextafhankelijk en niet overal even
structureel verankerd. De opleiding sociaal werk bereidt studenten bovendien
onvoldoende voor op het omgaan met agressie en onveiligheid in de praktijk.

Deze bachelorproef besluit dat een veilige werkomgeving voor sociaal werkers vraagt om
een gedeelde, structurele verantwoordelijkheid: van opleiding over organisatie tot
overheid. Agressie mag niet langer worden beschouwd als “part of the job”, maar dient
erkend, geregistreerd en structureel aangepakt te worden, met aandacht voor zowel de
fysieke als de mentale en emotionele veiligheid van de sociaal werker.
Meer lezen

ALS HET WELKOM EEN AFSCHEID WORDT.

Arteveldehogeschool Gent
2026
Febe
Ruysschaert
Het verlies van een kind tijdens of kort na de zwangerschap is één van de meest ingrijpende ervaringen die ouders kunnen meemaken. Waar zwangerschap en geboorte doorgaans geassocieerd worden met vreugde en toekomstverwachtingen, worden ouders bij perinataal verlies geconfronteerd met intens verdriet, onzekerheid en rouw. In deze kwetsbare context neemt de vroedvrouw een centrale rol in, maar de zorgverlening bij perinataal verlies brengt ook een emotionele belasting en onzekerheid in het professioneel handelen met zich mee voor de zorgverlener zelf.

Deze bachelorproef onderzoekt hoe de vroedvrouw ouders die in het ziekenhuis geconfronteerd worden met perinataal verlies op een professionele, empathische en gestructureerde manier kan ondersteunen. Daarbij wordt rekening gehouden met medische, psychologische, juridische en sociale aspecten, evenals met de impact van deze zorg op de vroedvrouw.

Aan de hand van een literatuurstudie werden de verschillende vormen van zwangerschapsverlies, de relevante Belgische wet- en regelgeving en de fysieke en psychologische gevolgen voor ouders geanalyseerd. Daarnaast werd de rol van de vroedvrouw belicht op het vlak van communicatie, rouwbegeleiding, multidisciplinaire samenwerking en zelfzorg. Uit de resultaten blijkt dat vroedvrouwen een cruciale rol spelen in het bieden van erkenning, duidelijke informatie en continuïteit van zorg, maar dat zij nood hebben aan concrete en toepasbare richtlijnen om deze zorg op een veerkrachtige manier te kunnen blijven aanbieden.
Meer lezen

ONOPGEMERKT, TOCH VERMOORD. Een kwantitatief onderzoek naar de implicaties en uitdagingen wanneer de doodsoorzaak wordt vastgesteld door artsen die geen specialist zijn in de gerechtelijke geneeskunde

Vrije Universiteit Brussel
2025
Sofie
Wyloeck
Deze masterproef onderzoekt hoe huisartsen en urgentie-/spoedartsen hun kennisniveau en ondersteuning beoordelen bij het vaststellen van niet-natuurlijke doodsoorzaken. De hoofdonderzoeksvraag: "Hoe beoordelen huisartsen en urgentie-/spoedartsen hun kennisniveau en ondersteuning bij niet-natuurlijke doodsoorzaken en welke factoren dragen bij aan mogelijke tekortkomingen?" wordt in dit onderzoek beantwoord.

Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van een online vragenlijst met 59 respondenten, verzameld via een convenience sampling. Door de korte onderzoeksperiode voor de dataverzameling en de gebruikte steekproefmethode is de representativiteit van de resultaten beperkt. De volledige onderzoeksperiode besloeg acht maanden.

Uit de resultaten blijkt dat vooral huisartsen hun kennisniveau als onvoldoende beoordelen, terwijl urgentieartsen vaker voldoende kennis rapporteren. Bijscholing wordt vooral door huisartsen als moeilijk toegankelijk ervaren. Beide groepen ervaren belemmeringen zoals tijdsdruk en druk vanuit politie of andere hulpverleners. Ze beschouwen de medische voorgeschiedenis, overleg met collega’s uit hun eigen praktijk of dienst en samenwerking met de politie als belangrijke ondersteuningsmiddelen.
Ondanks het gebruik van Ordomedic, maken artsen zelden gebruik van richtlijnen.

De conclusie is dat artsen behoefte hebben aan betere opleiding en ondersteuning bij het vaststellen van doodsoorzaken. Structurele scholing kan twijfels helpen verminderen. Daarnaast is aandacht nodig voor de samenwerking met politiediensten. Ten slotte verdient de invoering van digitale overlijdensaangifte zorgvuldige begeleiding om fouten en variatie in overlijdensregistratie te voorkomen.
Meer lezen

Noot bij Cass. (1e k.) AR C.23.0112.N, 19 oktober 2023 (J.D.S. / K.S.): bestaan van een oorzaak - oorzaak van een beschikking bij testament - tijdstip van beoordeling

Universiteit Gent
2025
Benoît
Van Cauwenberghe
Het verval van een testament of legaat wegens het verdwijnen of wegvallen van de oorzaak, met bijzondere aandacht voor de rechtspraak van de hoven van beroep en het Hof van Cassatie. Daarnaast bevat de scriptie een rechtsvergelijkend luik met Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg en Nederland, met oog voor overeenkomsten, verschillen en mogelijke hervormingsinspiratie
Meer lezen

Verificatie van de CINtec PLUS Cytologietest (Roche): een dubbele kleuringstechnologie voor epitheelcellen uit uitstrijkjes van de baarmoederhals in de context van de diagnose van baarmoederhalskanker.

Erasmushogeschool Brussel
2025
Solenn
Bosmans
De scriptie behandelt de CINtec PLUS Cytologietest (Roche), een diagnostische test voor het opsporen van cellen in baarmoederhalsuitstrijkjes met een verhoogd risico op kanker. De test detecteert de co-expressie van de biomarkers p16 en Ki‑67, die informatie geven over ongecontroleerde celgroei. Tijdens de implementatie bij het Institut de Pathologie et de Génétique (IPG) werd de test uitgebreid geverifieerd op juistheid, herhaalbaarheid, reproduceerbaarheid en robuustheid om de betrouwbaarheid te bevestigen. Het doel van de test is het aantal vals-positieve resultaten te verminderen, zodat onnodige vervolgonderzoeken en stress bij vrouwen beperkt worden.
Meer lezen

Discours als wapen? Zuid-Afrika’s genocidezaak tegen Israël in het Amerikaanse Regime of Truth

Universiteit Antwerpen
2025
Kato
Pion
Zuid-Afrika daagde Israël voor het Internationaal Gerechtshof op basis van het genocideverdrag. De zaak beperkte zich niet tot het juridische: ze bracht een verschuiving teweeg in het discours, waarbij ook het tegenverhaal van Zuid-Afrika weerklank kreeg.
Zo demonstreert mijn thesis hoe het recht kan functioneren als podium voor betekenis en macht.
Meer lezen

Fostering Political Solidarity through Language. A Diachronic Analysis of Politeness Strategies in Zelensky’s Addresses to the European Parliament

Universiteit Antwerpen
2025
Sien
Moens
Deze thesis heeft tot doel kritische inzichten te verschaffen in het discours dat president Volodymyr Zelensky gebruikt in zijn toespraken voor het Europees Parlement in de beginfase van het Russisch-Oekraïense conflict (2022-2024). Aan de hand van politieke discoursanalyse (PDA) en het kader van de beleefdheidstheorie worden verschillende beleefdheidsstrategieën onderzocht die de Oekraïense president gebruikt om de face-threatening act (FTA) die ten grondslag ligt aan zijn toespraken (het eisen van militaire en economische steun voor Oekraïne) te verzachten, terwijl hij tegelijkertijd de gedeelde waarden en solidariteit met zijn Europese bondgenoten versterkt. De thesis streeft ernaar een kritisch en breder inzicht te bieden in Zelensky's discours op het Europese toneel, om de complexe relatie tussen taal en publieke diplomatie in een context van urgente oorlogstijd verder te onderzoeken.
Meer lezen

Over de relatie tussen het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechten in hedendaagse situaties van gewapend conflict

KU Leuven
2025
Yael
De Braekeleer
In de rechtsleer en rechtspraak is intussen erkend dat internationaal humanitair recht en internationale mensenrechten parallel kunnen co-existeren in de context van gewapende conflicten. De vraag is echter: hoe gaat men deze idee in de praktijk toepassen? Immers, in sommige gevallen kunnen de twee rechtstakken tot tegenstrijdige resultaten leiden wanneer ze op dezelfde feiten worden toegepast, omdat ze verschillende doelen weerspiegelen waarvoor ze in de eerste plaats zijn ontwikkeld. Dit leidt tot onduidelijkheid met betrekking tot de interpretatie en implementatie bij statelijke actoren. Sterker nog, sommige overheden misbruiken het internationaal humanitair recht om hun misdaden in gewapende conflicten te verantwoorden. Het grootste slachtoffer hiervan: de burgerbevolking. Zij wordt het zwaarst getroffen, terwijl het internationaalrechtelijke kader dit juist tracht te vermijden. Daarom gaat deze scriptie op zoek naar een andere invalshoek voor internationaal humanitair recht, die meer gebaseerd is op mensenrechten en minder ruimte geeft aan instrumentalisering. Met name, hoe kan men dit rechtskader gebruiken om zoveel mogelijk bescherming te bieden aan burgers? De hoop is dat het antwoord op deze vraag zal leiden tot minder mensenrechtenschendingen. Meer specifiek ligt de focus van deze masterproef op het recht op onderwijs in gewapend conflict. Dit grondrecht vormt de basis voor de ontwikkeling van de burgerbevolking, en draagt bij tot sociale cohesie en een vredevolle samenleving.
Meer lezen

Development of a new screening platform for the generation of B7-H3 targeting NanoCAR T-cells to combat recurrent glioblastoma

Vrije Universiteit Brussel
2025
Emma
Camphyn
Recurrent glioblastoma (rGB) remains to have a 5-year survival of <10%. Current treatments consist of re-resection, re-irradiation and/or immunotherapy, but therapy resistance remains unresolved due to multiple factors, such as the blood-brain-barrier, high tumor heterogeneity and an immunosuppressive tumor microenvironment. In this context, CAR T-cell therapy is emerging as a promising approach. In particular, the use of nanobodies (Nbs) as the antigen binding moiety overcomes limitations such as tonic signaling and immunogenicity, commonly associated with scFv-based CARs. CAR T-cell therapies targeting B7-H3 showed promising results in the treatment of rGB, but in vivo toxicity has been recently described, highlighting the need for improved CAR designs. In this thesis, we developed an mRNA-based platform to identify the most efficient CAR design as an alternative to the laborious and time-consuming methods currently available. Briefly, we developed an mRNA-based approach for the production of mRNA encoding NanoCAR variants and the screening of NanoCAR functionality, comparing it to a plasmid-derived mRNA NanoCAR. We used our optimized workflow, to select previously evaluated NanoCAR T-cells which resulted in the same lead being selected. Therefore, we applied our technology to generate B7-H3 NanoCAR T-cells and selected four candidates for further development. Finally, we tested B7-H3 mRNA NanoCAR T-cells in vivo to evaluate if a transient expression would be sufficient to address the toxicity issue. Overall, we showed that our mRNA platform is a promising alternative to the current methods for CAR screening allowing us to select new B7-H3 NanoCAR T-cells and further proceed with their characterization.
Meer lezen

Psycho-educatie bij kinderen met gehoorverlies. Ontwikkeling van een psycho-educatiepakket voor kinderen uit het derde leerjaar t.e.m. het vijfde leerjaar

Arteveldehogeschool Gent
2025
Anouk
Willemyns
  • Cato
    Vankeirsbilck
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Kinderen met gehoorverlies ervaren vaak moeilijkheden op sociaal, emotioneel en communicatief
vlak, waardoor psycho-educatie een belangrijk onderdeel vormt van hun begeleiding. Uit
literatuuronderzoek en contact met het werkveld blijkt dat bestaande psycho-educatiepakketten
voor deze doelgroep verouderd en onvolledig zijn.
In deze bachelorproef werd een modern en volledig psycho-educatiepakket ontwikkeld, gebaseerd
op een literatuurstudie, interviews met professionelen en eigen creatieve input. Het resultaat
omvat een volledig uitgewerkt pakket inclusief een handleiding voor therapeuten, een
materiaalbundel en interactieve pdf’s. Volgende thema’s komen aan bod: voorstelling van het kind,
identiteit, hulpmiddelen, delen en werking van het gehoor, audiogram, emotionele weerbaarheid
en copingstrategieën, self-advocacy en ten slotte uitleggen aan anderen.
Hoewel het pakket nog niet in de praktijk werd uitgetest, biedt het een solide basis voor verdere
implementatie en onderzoek naar effectiviteit en gebruiksvriendelijkheid in de praktijk.
Meer lezen

“Kleine geluksmomentjes in het proces naar wie dat je bent”: De gendereuforische ervaringen van Vlaamse trans jongvolwassenen

Universiteit Gent
2025
Lukas
Deleu
Machtige medische instituties hebben de focus in transgenderstudies en andere domeinen van het sociale leven gelegd bij genderdysforie van trans mensen. Critici stellen dat deze focus eenzijdig, schadelijk en ontmenselijkend werkt. Vanuit de marge pleiten trans individuen voor het gebruik van de term gendereuforie. Gendereuforie verwijst naar positieve gevoelens, emoties, ervaringen en handelingen die verband houden met een bepaalde genderbeleving. Bestaande academische literatuur richt zich tot nu toe op Engelstalige westerse landen. Deze studie onderzoekt hoe transgender jongvolwassenen in Vlaanderen gendereuforie ervaren. Dit gebeurt via een kwalitatief onderzoek met vijftien semigestructureerde interviews. De data-analyse leverde drie thema’s op: (1) betekenissen van gendereuforie, (2) bronnen van gendereuforie, (3) impact van gendereuforie. Resultaten tonen aan dat gendereuforie een diep persoonlijke, veelzijdige en essentiële ervaring vormt voor trans jongvolwassenen. Het draagt bij aan hun mentaal, fysiek en sociaal welzijn. Deze studie benadrukt het belang om gendereuforie te erkennen en te bevorderen.
Meer lezen

Event-Based Neural Network for Embedded Deployment: Representation-Model Co-Design and Event-Data Acquisition System

KU Leuven
2025
Enmin
Lin
Diepgaand leren heeft het visueel waarnemingsvermogen bij autonoom rijden aanzienlijk verbeterd, maar conventionele camera's blijven beperkt door bewegingsonscherpte, een beperkt dynamisch bereik en hoge latentie. Gebeurteniscamera's, geïnspireerd door biologische visie, overwinnen deze beperkingen door asynchroon veranderingen in pixelhelderheid te detecteren. Dit mechanisme levert datastromen die schaars, temporeel nauwkeurig en zeer efficiënt zijn voor embedded toepassingen. De inherente schaarste en het gebrek aan intensiteitsinformatie in gebeurtenisgegevens bemoeilijken echter het extraheren van onderscheidende kenmerken en vormen uitdagingen voor de training van neurale netwerken. Daarnaast lijden gangbare datasets zoals CIFAR10-DVS aan een niet-uniforme verdeling van gebeurtenissen door het gebruik van lineaire of polygonaal gevormde bewegingstrajecten tijdens de opname, wat leidt tot periodieke artefacten.
Om deze beperkingen te overwinnen, evalueert dit proefschrift systematisch gebeurtenisrepresentaties—waaronder gestapelde afbeeldingen, voxelrasters en tijdoppervlakken—met standaard CNNs om optimale architecturen voor embedded implementatie te identificeren. Door gebruik te maken van transfer learning met vooraf getrainde ImageNet-modellen wordt de nauwkeurigheid onder beperkte dataomstandigheden aanzienlijk verbeterd. Experimentele resultaten tonen aan dat volledige fine-tuning van het hele netwerk noodzakelijk is om zich aan te passen aan de unieke eigenschappen van gebeurtenisgebaseerde gegevens. Het voorgestelde model integreert dropout, L2-regularisatie en een meerfasig leersnelheidsschema om de trainingsstabiliteit en generalisatie te bevorderen. Met deze co-designbenadering behaalt EfficientNetB0 een nauwkeurigheid van 81,05% op CIFAR10-DVS bij verwerking van gebeurtenissen binnen één temporeel venster.
Voor implementatie identificeert inspectie met het Xilinx Vitis Al-platform TensorFlow's MobileNetV2 als de optimale keuze dankzij volledige compatibiliteit met DPU-hardwareversnellers. Hoewel post-training pruning op basis van globale kanaalrangschikking is onderzocht, is de effectiviteit beperkt door het inherent gebrek aan redundantie in het model. Daarentegen compenseert quantization-aware training (QAT) succesvol het nauwkeurigheidsverlies tijdens INT8-kwantisatie, waarmee real-time prestaties (2,8 ms/frame) bij een ultralaag energieverbruik (1,77 mW) worden bereikt op het KV260 embedded platform.
Gemotiveerd door de beperkingen van bestaande datasets wordt een nieuw acquisitieplatform voorgesteld, waarbij gebruik wordt gemaakt van een Dobot-robotarm voor continue cirkelvormige beweging geïnspireerd op biologische oogbewegingen. Deze methode genereert uniforme gebeurtenisverdelingen en elimineert periodieke artefacten die aanwezig waren in eerdere datasets, wat robuustere training en evaluatie van neurale netwerken op gebeurtenisgegevens ondersteunt.
Meer lezen

De bewapening van de ruimte: is het juridisch kader even leeg als de ruimte zelf?

KU Leuven
2025
Tom
Vollbracht
De bewapening van de ruimte vormt een groeiende uitdaging binnen de internationale gemeenschap. Terwijl het aantal staten met militaire ruimtecapaciteiten toeneemt en ruimtewapens ontwikkelt, ontbreekt een internationaalrechtelijk kader om dit te reguleren. Deze masterproef onderzoekt of het bestaande internationale recht in staat is in een effectief juridisch kader te voorzien. Daarnaast analyseert het hoe de statenpraktijk er vandaag uitziet door de gedragingen van staten en hun posities binnen het internationaal debat te analyseren.
Hiertoe zal deze masterproef eerst nagaan wat onder een “ruimtewapen” kan worden verstaan. Vervolgens wordt het geldig internationaalrechtelijk kader in kaart gebracht, waarbij het ruimterecht en het internationaal humanitair recht worden geanalyseerd. Daarna zal een hoofdstuk de statenpraktijk onderzoeken door de feitelijke gedragingen en internationale standpunten van staten te onderzoeken. Internationale organisaties worden hierbij niet uit het oog verloren.
Uit dit onderzoek zal blijken dat het internationaal recht vandaag grotendeels tekort schiet. Er bestaat geen universele definitie van een ruimtewapen, en begrippen als “vreedzaam gebruik” en “the province of all mankind” worden op uiteenlopende wijze geïnterpreteerd. Daarnaast varieert de statenpraktijk sterk en bestaat er een groot verschil tussen de feitelijke gedragingen van staten en hun posities in het internationaal debat.
Deze masterproef toont hierna aan dat deze uiteenlopende gedragingen en zienswijzen een belemmering vormen voor de totstandkoming van een effectief juridisch kader. Tegelijkertijd toont het een groeiend bewustzijn aan dat het uitblijven van initiatieven risico’s met zich meebrengen voor de veiligheid en duurzaamheid van het gebruik van de ruimte. 
Meer lezen

Unraveling the Anti-Arrhythmic Effects of Stereotactic Arrhythmia Radioablation (STAR) Therapy: A Pilot Study

KU Leuven
2025
Luka
Nys
Straling redt niet alleen kankerpatiënten, maar kan ook levensbedreigende hartritmestoornissen bestrijden. STAR, een nieuwe radiotherapietechniek, doet dit met één gerichte dosis volledig niet-invasief (zonder operatie!). Hoe STAR precies werkt, blijft een mysterie. Mijn onderzoek geeft voor het eerst inzicht in hoe het hart op deze radiotherapie reageert, en onthult een mogelijk werkingsmechanisme.
Meer lezen

The role of melatonin in reducing chemotherapy-induced jejunal toxicity in a mouse-model for hepatocellular carcinoma

HOGENT
2025
Sophie
Haumont
While chemotherapy is a key component of cancer treatment, it often damages healthy gastrointestinal cells, resulting in toxicity marked by symptoms such as diarrhea, pain, and impaired nutrient absorption. The damage disrupts the gut mucosal barrier integrity and epithelial function, compromising the patient well-being and treatment continuity. These side effects limit chemotherapy’s effectiveness and highlight the need for protective strategies targeting the gut. This study investigates the
potential protective effect of melatonin in mitigating chemotherapy-induced gastrointestinal toxicity.
Meer lezen

De invloed van verpleegkundig pijnmanagement op de kwaliteit van leven bij oncologische patiënten: een onderzoek naar effectieve interventies en een verbeterde zorgervaring

Hogeschool UCLL
2025
Moira
Forêt
Inleiding:

Pijn is één van de meest voorkomende en invaliderende symptomen bij oncologische patiënten en heeft een aanzienlijke impact op hun fysieke, emotionele en sociale welzijn. Ondanks de beschikbaarheid van pijnmedicatie, blijft pijn vaak onvoldoende onder controle gehouden en onderbehandeld, wat de kwaliteit van leven aanzienlijk vermindert. Als oncologisch verpleegkundige ben je werkzaam in de directe klinische zorg en speel je een belangrijke rol in het signaleren, beoordelen en behandelen van pijn, en dragen hierdoor actief bij aan het optimaliseren van de zorgervaring.

Doelstelling:

Het doel van deze bachelorproef is om na te gaan hoe verpleegkundig pijnmanagement de kwaliteit van leven bij oncologische patiënten beïnvloedt, en welke farmacologische en niet-farmacologische interventies hierin het meest effectief zijn. De nadruk ligt vooral op een holistische patiëntgerichte aanpak die verder gaat dan enkel de medicamenteuze pijnstilling die men nu gebruikt.

Methodologie:

Er werd aan de hand van een systematische literatuurstudie gezocht in wetenschappelijke databanken zoals PubMed, waarbij de PICO- methode gebruikt werd om de onderzoeksvraag scherp te stellen. Verder werden inclusiecriteria gehanteerd die focussen op oncologische patiënten, niet-medicamenteuze interventies en uitkomsten zoals verminderde pijnbeleving, verbeterde slaap, mobiliteit en psychisch welzijn. Uiteindelijk werden acht relevante studies diepgaand geanalyseerd, waaronder systematische reviews en randomized controlled trials. Daarnaast werden andere artikels geïncludeerd ter aanvulling.

Resultaten:

Resultaten tonen aan dat een combinatie van farmacologische en complementaire interventies het meest doeltreffend is voor het verbeteren van de levenskwaliteit. Interventies zoals mindfulness, muziektherapie, aromatherapie, virtual reality en cognitieve gedragstherapie blijken significante effecten te hebben op pijnreductie en emotioneel welzijn. Verder kwam naar voor dat effectieve communicatie, educatie van verpleegkundigen en multidisciplinaire samenwerking van belang zijn voor een succesvol pijnmanagement. Een praktische ervaring op de afdeling hematologie van UZ Leuven bevestigde deze bevindingen en illustreerde verder de impact van verpleegkundig handelen binnen de dagelijkse praktijk.

Conclusie:

Verpleegkundig pijnmanagement heeft een directe invloed op de levenskwaliteit van oncologische patiënten. Door in te zetten op een multidimensionele en patiëntgerichte aanpak, waarbij zowel farmacologische als niet- farmacologische strategieën worden toegepast, kunnen verpleegkundigen bijdragen aan een menswaardigere en effectieve pijnzorg. Binnen deze bachelorproef wordt het belang van kennis, communicatie en samenwerking binnen het verpleegkundig domein onderstreept, en word er gepleit voor meer aandacht en opleiding rond pijnbehandeling binnen een oncologische setting.
De verpleegkundige is kortom de belangrijkste schakel tussen patiënt en arts waar zowel de fysieke als de mentale aandachtspunten van de patiënt hoog in het vaandel staan en waarbij we zorgen dat patiënten correct en gericht doorverwezen worden.

Referentie(s):

(Mestdagh et al., 2023; Wu et al., 2023; Bouya et al., 2018; Warth et al., 2020; Nijs, 2021; Van Veen et al., 2024; Wang et al., 2023; Ghavami et al., 2022)



Meer lezen

De waarde van vriendschap? Augustinus en Agamben, van individu naar gemeenschap

Universiteit Antwerpen
2025
Kathleen
Sterckx
In onze postmoderne tijd, gekenmerkt door individualisering en sociale fragmentatie, rijst de vraag hoe we een diepe en duurzame verbondenheid met elkaar kunnen verwezenlijken, in plaats van ons te isoleren in eenzaamheid.
Vanuit een hermeneutische lezing van Augustinus’ Belijdenissen wordt de waarde van vriendschap onderzocht als existentiële ervaring en sociale werkelijkheid, evenals de ervaring van rouw om het verlies ervan. In dialoog met Giorgio Agambens essay The Friend wordt aangetoond dat Augustinus ons vandaag nog veel te zeggen heeft over de betekenis van vriendschap en haar intrinsieke kwetsbaarheid.
Deze studie maakt zichtbaar dat vriendschap niet louter een aangename aanvulling op het leven is, maar fundamenteel constitutief voor ons bestaan.
Agamben reikt de filosofische taal aan voor wat Augustinus ons doet ervaren. Hun beider visie onthult vriendschap als een gedeelde wijze van bestaan, die behoort tot de hoogste waarden van ons mens-zijn.
Meer lezen

Onderschatten we de zeekreeft (Homarus gammarus)

Odisee Hogeschool
2025
Amber
Vroonen
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Kreeften worden in culinaire contexten nog steeds vaak levend gekookt. Ze ondergaan lange,
stressvolle transporten, worden op zeer lage temperaturen gehouden, uitgehongerd, en blijven één
van de weinige consumptiedieren die levend verkocht en bereid worden. Deze praktijken krijgen
steeds meer kritiek naarmate het wetenschappelijk bewijs voor bewustzijn en lijdensvermogen van
schaaldieren groeit. Toch zijn kreeften in veel landen nog steeds uitgesloten van
dierenwelzijnswetgeving. Deze studie behandelt de wetenschappelijke en ethische urgentie rond de
behandeling van kreeften via een drieledig onderzoek: een literatuurstudie, een bevraging van de
publieke perceptie en een gedragsmatige trainingsproef.
We onderzochten hoe het publiek kijkt naar het welzijn van kreeften en in hoeverre dit overeenkomt
met de huidige praktijken. Daarnaast testten we of Europese kreeften (Homarus gammarus) kunnen
leren via operante conditionering, associaties kunnen vormen tussen prikkels en voedselbeloningen,
en hoe consistent ze aangeleerde gedragingen uitvoeren.
De literatuurstudie bespreekt biologie, cognitie, natuurlijk gedrag, leefomgeving, pijnperceptie en
ethische implicaties van het gebruik van kreeften in voedselsystemen. De bevindingen dagen
bestaande aannames over ongewervelden uit en roepen vragen op over de huidige omgangsvormen.
De publieksenquête (n = 334) bracht aan het licht dat, hoewel de meeste respondenten kreeft ooit
hadden geproefd, regelmatige consumptie zeldzaam was. Prijs, ethische bezwaren en gebrek aan
gelegenheid werden vaak genoemd, terwijl er sterke steun was voor betere bescherming en
humanere slachtmethoden.
Tot slot werd een gedragsmatige trainingsproef uitgevoerd met één Europese kreeft, Orion. Met
geurprikkels en een targetobject (een Kong-speeltje) vertoonde hij gedragingen die consistent zijn
met operante conditionering, zoals objectmanipulatie, probleemoplossend gedrag en doelgericht
zoeken, wat wijst op cognitieve flexibiliteit en leervermogen.
Deze bevindingen tonen een kloof tussen publieke houding, wetenschappelijk bewijs en
commerciële praktijken. Hoog-stressvolle dodingsmethoden, zoals levend koken, lijken steeds
moeilijker te rechtvaardigen. Deze studie benadrukt de nood aan wetgevende hervormingen, grotere
publieke bewustwording en verder onderzoek naar diervriendelijkere omgang met schaaldieren.
Meer lezen

Familiale vermogensplanning via een maatschap

Hogeschool West-Vlaanderen
2025
Jari
Diet
Deze bachelorproef onderzoekt de maatschap als instrument binnen familiale vermogensplanning. De centrale vraag luidt hoe deze rechtsvorm optimaal kan worden ingezet om vermogen fiscaal voordelig en juridisch sluitend over te dragen naar de volgende generatie, zonder dat de ouders hun controle volledig verliezen.

Het theoretische luik schetst eerst het juridische kader: de oprichting, werking en beëindiging van een maatschap, met bijzondere aandacht voor de contractuele vrijheid, stemrechten, de rol van de zaakvoerder en de vereisten rond boekhouding en administratieve verplichtingen. Vervolgens worden de fiscale aspecten geanalyseerd, waaronder de erfbelasting, de toepassing van de antimisbruikbepaling en de spanningslijn tussen controle en overdracht. Ook alternatieve technieken, zoals de beheersvolmacht, worden besproken.

In het praktijkgedeelte wordt een casus uitgewerkt waarbij een gezin zijn effectenportefeuille overdraagt via een maatschap. De financiële vergelijking toont dat een zorgvuldig uitgewerkte maatschap een aanzienlijke besparing in erfbelasting oplevert, oplopend tot bijna €188.000, ondanks de oprichtings- en begeleidingskosten.

De thesis besluit dat de maatschap een krachtig en flexibel instrument blijft binnen familiale vermogensplanning. Wel is maatwerk onmisbaar: overmatige controle door de ouders kan leiden tot fiscale herkwalificatie en nadelige gevolgen. Met de juiste balans tussen controle en afstand biedt de maatschap families een duurzame en fiscaal voordelige manier om hun vermogen over te dragen.
Meer lezen

HOOG SENSITIVITEIT IN HET DOMEIN VAN DE SENSUALITEIT Een beschrijvend onderzoek naar het verband tussen hoog sensitiviteit en seksualiteit

KU Leuven
2025
Vanessa
Verlinden
Deze masterproef onderzoekt de mogelijke invloed van hoog sensitiviteit op seksualiteit, beide worden beïnvloed door een combinatie van persoonlijkheidskenmerken en biologische factoren. Ondanks het feit dat hoog sensitiviteit een aantoonbare impact kan hebben op de fysieke en mentale gezondheid (Costa-lópez et al.,2021), is de relatie met seksuele gezondheid tot op heden weinig onderzocht. Voorts blijkt uit onderzoek van Lionetti et al. (2018) dat hoog sensitieve personen, door hun verhoogde gevoeligheid voor positieve omgevingsinvloeden, ook sterker kunnen reageren op psychotherapeutische interventies. Dit impliceert dat hun verhoogde kwetsbaarheid tegelijk ook kansen biedt voor een effectieve behandeling.
In het kader van dit beschrijvend onderzoek werd via sociale media en HSP Vlaanderen een online vragenlijst verspreid, resulterend in een steekproef van 273 respondenten die voldeden aan de inclusiecriteria. De vragenlijst omvatte reeds gevalideerde vragenlijsten die persoonlijkheidskenmerken, Sensation Seeking, seksuele inhibitie en excitatie en seksuele disfuncties nagaan. Bij de analyses werd er een onderscheid gemaakt op basis van geslacht en Sensation Seeking. Er werden 241 vrouwen en 32 mannen weerhouden met een HSP score die boven gemiddeld was.
De resultaten toonden enkele discrepanties met de bestaande literatuur wat betreft persoonlijkheidskenmerken. Hoog sensitieve personen scoorden doorgaans lager op extraversie, terwijl het gemiddelde in deze steekproef het theoretisch gemiddelde benaderde. Ook op vriendelijkheid lag het gemiddelde hoger dan wat de literatuur aangeeft. De hogere scores op openheid en neuroticisme bij hoog sensitieve personen werden wel bevestigd. Deze kenmerken kunnen enerzijds bijdragen aan grotere seksuele tevredenheid, maar anderzijds ook een negatieve invloed uitoefenen door verhoogde prikkelgevoeligheid. Ook op het vlak van seksuele inhibitie en excitatie waren er afwijkingen. Mannen scoorden hoger dan vrouwen op inhibitie, terwijl vrouwen hoger scoorden op excitatie. Opvallend is dat de hoog sensitieve personen in dit onderzoek vaker seksuele problemen, lijdensdruk en seksuele disfuncties rapporteerden dan wat in de algemene Vlaamse populatie werd vastgesteld in het Sexpert-onderzoek (Buysse et al., 2013). De hogere prevalentie van seksuele disfuncties kon echter niet worden verklaard op basis van seksuele inhibitie, excitatie of Sensation Seeking.
Uit deze studie blijkt dat hoog sensitieve personen hoog scoren op vriendelijkheid en openheid, waardoor ze mogelijk een hogere seksuele tevredenheid ervaren. Daarnaast lopen ze een verhoogd risico op seksuele problemen en eventuele lijdensdruk, waardoor er mogelijk ook meer kans is op seksuele disfuncties. Hoog sensitieve personen vertegenwoordigen vermoedelijk een groot deel van de populatie die vroeg of laat nood heeft aan seksuologische hulpverlening. Het is dan ook opportuun om seksualiteit in relatie tot hoog sensitiviteit verder te onderzoeken, bij voorkeur op basis van grotere en meer representatieve steekproeven om de bevindingen te versterken. Daarbij verdient ook de rol van mogelijke biologische factoren aandacht. Tot slot is het aangewezen om bestaande interventies meer toe te spitsen op specifieke kenmerken van hoog sensitieve personen. Meer inzicht in de seksuele beleving van hoog sensitieve personen is niet alleen van belang voor henzelf, maar ook voor hun partners en de hulpverleners die hen begeleiden bij seksuele bezorgdheden.
Meer lezen

Door de huid heen: Performancekunst en de radicale esthetiek van pijn op de Duystere Markt

KU Leuven
2025
Lies
Bogaerts
Mijn scriptie/thesis onderzoekt hoe pijn en lichaamsmodificatie binnen performancekunst, en specifiek op de Duystere Markt, bewust worden ingezet als artistiek en ritueel middel. Ik toon hoe het lichaam zo fungeert als medium voor expressie, transformatie en verbondenheid, en hoe dit ons denken over kunst en identiteit verruimt.
Meer lezen

De Perimenopauze in Nederland en België: het Diagnoseproces en de Mogelijke Rol van Verpleegkundigen in de Zorg

HOGENT
2025
Leen
Reynvoet
Deze bachelorproef van Leen Marie Reynvoet, student verpleegkunde aan Hogeschool Gent, onderzoekt het diagnoseproces van de perimenopauze bij vrouwen in België en Nederland. Het doel was om de ervaringen van vrouwen, de impact van hun symptomen en de rol van zorgverleners (met name verpleegkundigen) in kaart te brengen.

Belangrijkste bevindingen
• Vertraagde diagnose: Het onderzoek, gebaseerd op een online vragenlijst onder ruim 2000 vrouwen, toont aan dat het diagnoseproces vaak aanzienlijk vertraagd is. Voor een groot deel van de vrouwen in zowel België als Nederland duurde het 2 tot 10 jaar tussen het begin van de symptomen en het krijgen van een formele diagnose.
• Oorzaken: De vertraging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een kennistekort, zowel bij vrouwen zelf (die moeilijk betrouwbare Nederlandstalige informatie vinden) als bij zorgverleners in de eerste en tweede lijn. Veelvoorkomende misvattingen bij artsen, zoals het uitsluiten van de diagnose bij een regelmatige menstruatie of bij afwezigheid van opvliegers, dragen hieraan bij. Klachten worden vaak onterecht toegeschreven aan stress of burn-out.
• Impact op vrouwen: De symptomen hebben een grote negatieve impact op de levenskwaliteit, het sociale leven en de professionele carrière. Veel vrouwen voelen zich niet serieus genomen door zorgverleners en gaven aan weinig inspraak te hebben in het diagnoseproces.
• Rol van verpleegkundigen: De rol van verpleegkundigen in het diagnoseproces is momenteel zeer beperkt. Weinig vrouwen voelen zich comfortabel om hun klachten met een verpleegkundige te bespreken en de meerderheid heeft dit ook nooit gedaan.
De conclusie is dat structurele investeringen nodig zijn in de opleiding van zorgverleners en in de toegang tot betrouwbare informatie voor vrouwen om het diagnoseproces te verbeteren en de ernstige gevolgen van de vertraging te beperken
Meer lezen

Gezinsondersteuning voor gezinnen met een pedofiel gezinslid

Odisee Hogeschool
2025
Hanne
Deprez
Stigmatisatie van pedofielen faciliteert verschillende stigmaprocessen binnen onze samenleving. Het zorgt voor veel verkeerde vooroordelen die het moeilijk maken voor pedofielen om uit te komen voor hun leeftijdsgeaardheid. Binnen deze bachelorproef verken ik eerst via het biopsychosociaal model wat pedofiel zijn betekent voor een pedofiel en het gezin waarbinnen die woont. vervolgens analyseer ik de rol die hulpverlening momenteel inneemt om deze gezinnen te ondersteunen en hoe deze hulpverlening verbeterd kan worden. Daarna ga ik dieper in op welke invloed stigma heeft op de thematiek van pedofilie. Aan de hand van deze drie invalshoeken formuleer ik vervolgens drie veranderingsstrategieën. Op microniveau werk ik een strategie uit die zorgt voor meer begrip binnen de gezinnen. Op mesoniveau draait de strategie rond hulpverlening en het betrekken van het volledige gezin en op macroniveau worden de verschillende stigmaprocessen strategisch aangepakt. Deze bachelorproef toont aan dat je als gezinswetenschapper een sleutelrol kan spelen om pedofielen een sociaal vangnet te geven door zelf meer informatie in te winnen over pedofielen en hun gezinnen en door informatie te geven aan deze gezinnen. Ook kunnen gezinswetenschappers op deze manier gezinnen laten inzien dat het gestigmatiseerd beeld van pedofielen dat momenteel wordt geportretteerd geen realistisch beeld is van heel veel pedofielen. Doorheen dit onderzoek is het opvallend hoeveel mogelijkheden er zijn om pedofielen en hun gezinnen bijkomend te ondersteunen. Wat voornamelijk ontbreekt is de juiste kennis en de durf om hardop uit te spreken dat ook pedofielen en hun gezinnen hulp nodig hebben.
Meer lezen

The link between self-stigma and self-efficacy toward the reintegration process of people experiencing homelessness in Malta.

Hogeschool UCLL
2025
Sylena
Sorba
Deze scriptie onderzoekt dakloosheid in Malta, een vaak onzichtbaar probleem dat sterk wordt beïnvloed door culturele waarden zoals familieruzie, religie en sociale acceptatie. Het onderzoek richt zich op de relatie tussen zelfstigma en zelfeffectiviteit bij mensen die dakloos zijn. De resultaten laten zien dat er een sterke negatieve correlatie bestaat: hoe hoger het gevoel van zelfeffectiviteit, hoe lager het ervaren zelfstigma. Over het algemeen hebben deelnemers een hoog gevoel van zelfeffectiviteit, terwijl de onzichtbaarheid van dakloosheid in Malta zowel beschermend kan zijn tegen stigmatisering als een belemmering voor structurele verandering. Vergroting van bewustzijn en publieke kennis over dakloosheid is essentieel voor maatschappelijke en beleidsmatige verbeteringen.
Meer lezen

Herkenning van geslachtsspecifieke symptomen bij een myocardinfarct: Implicaties voor verpleegkundige zorg en vroege diagnostiek

Thomas More Hogeschool
2025
Annelies
Verlinde
In deze scriptie wordt onderzocht hoe mannen en vrouwen verschillen in de manier waarop een hartinfarct zich manifesteert en welke gevolgen dit heeft voor verpleegkundige zorg. Omdat vrouwen vaker atypische klachten ervaren, zoals kortademigheid of vermoeidheid, wordt hun infarct minder snel herkend en behandeld. Dit leidt tot ongelijkheid in uitkomsten en een verhoogd risico op complicaties. Via een literatuurstudie werd nagegaan hoe verpleegkundigen deze signalen beter kunnen identificeren en werd een educatieve folder ontwikkeld om zowel zorgverleners als patiënten te ondersteunen. Het eindwerk benadrukt zo de noodzaak van geslachtssensitieve zorg en biedt een praktisch hulpmiddel om diagnostische vertraging bij vrouwen te verminderen.
Meer lezen