Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Normativiteit in het "niet-opvangbeleid"

KU Leuven
2026
Manon
Rupus
In 2023 kondigde Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor aan dat alleenstaande mannelijke asielzoekers tijdelijk geen opvang meer zullen krijgen in het netwerk van Fedasil. Terwijl deze maatregel vaak wordt voorgesteld als een praktisch antwoord op een capaciteitstekort, stelt dit onderzoek de vraag in hoeverre onderliggende cis-heteronormatieve ideeën over gender, gezin en kwetsbaarheid doorwerken in deze beleidskeuze.

Enerzijds kijkt een kritische discoursanalyse naar hoe beleid, media en middenveldorganisaties spreken over (mannelijke) asielzoekers en hun "deservingness" voor opvang. Anderzijds wordt aan de hand van interviews en via narratieve en visuele methoden ingezoomd op de ervaringen van queer asielzoekers in België. Hoe worden zij geconfronteerd met deze normatieve assumpties? Hoe beïnvloeden die hun traject naar en binnen huisvesting? En hoe gaan ze daarmee om in hun dagelijkse leven?

Het onderzoek toont dat "deservingness" voor opvang sterk afhankelijk is van normatieve constructies van herkenbaarheid en kwetsbaarheid, wat resulteert in inclusie of exclusie van de opvang. Alleenstaande mannelijke asielzoekers worden binnen het dominante discours zelden als inherent kwetsbaar erkend en hun nood aan opvang komt vooral voor in de vorm van uitzonderingen. De voorrang van gezinnen en kinderen blijkt bovendien ingebed in cisheteronormatieve ideeën over het ‘normale’ en herkenbare asielzoekers. En hoewel men vaak stelt dat queer asielzoekers kwetsbaar zijn, wordt ook hun toegang tot opvang beïnvloed door hun gender, hun gezinsstatus en hoe hun kwetsbaarheid wordt ingeschat. Echter negotiëren ze die assumpties ook zelf. In hun huisvestingstraject bewegen ze tussen hun queerness zichtbaar maken of juist niet, ze benadrukken hun kwetsbaarheid wanneer dat nodig is tegenover overheidsinstanties, maar kloppen ook aan bij hulporganisaties en informele netwerken. Bovendien passen queer asielzoekers strategieën toe in hun dagelijks leven in asielopvang om het leven daar leefbaar te houden.

Deze thesis stelt dat uitsluiting in het opvangbeleid niet los kan worden gezien van bredere normatieve structuren rond gender, seksualiteit en kwetsbaarheid. Door deze mechanismen bloot te leggen, draagt het onderzoek bij aan een kritischer begrip van huisvesting voor asielzoekers als politiek en normatief geladen domein. Tegelijk wil de thesis aanzetten tot verder onderzoek én tot reflectie in beleid en praktijk. In een context waarin het recht op opvang steeds meer onder druk staat en het debat verhardt, pleit dit onderzoek voor een benadering die vertrekt vanuit menselijke waardigheid, in plaats van uit normatieve vooringenomenheid.
Meer lezen

Falling in love with automatic fall detection

Hogeschool UCLL
2026
Mirke
Brichard
Titel bachelorproef: Falling in love with automatic fall detection

Onderzoeksvraag: Wat is het effect van het gebruik van automatische draagbare valdetectiesystemen op de werking en responstijd bij valincidenten in vergelijking met traditionele draagbare valdetectiesystemen zonder automatische valdetectie bij thuiswonende ouderen vanaf 65 jaar met een valincident?


1. De kern van het probleem en de maatschappelijke maat
In België valt jaarlijks bijna één op de vier 65-plussers minstens één keer. Vallen is niet alleen een medisch incident, maar vormt ook de start van een verhoogd risico op fysieke verwondingen, functionele achteruitgang, sociale isolatie en angst om opnieuw te vallen.
Traditionele personenalarmsystemen, zoals de klassieke alarmknop aan de hals of pols, kennen in de praktijk enkele beperkingen. Ze vereisen een actieve handeling van het slachtoffer. Bij bewusteloosheid, verwarring of wanneer het toestel niet gedragen wordt, blijft hulp uit. Dit kan leiden tot het zogenaamde long lie-fenomeen, waarbij ouderen langere tijd op de grond blijven liggen. Dit kan het risico op complicaties zoals hypothermie, dehydratie en rhabdomyolyse verhogen en in ernstige gevallen zelfs bijdragen aan overlijden. Daarnaast kunnen valincidenten leiden tot ziekenhuisopnames en een bijkomende belasting voor de zorgverlening.

2. De vernieuwende oplossing: automatische valdetectie
Deze bachelorproef onderzoekt en vergelijkt de werking, betrouwbaarheid en responstijd van automatische draagbare valdetectiesystemen, zoals gespecialiseerde sensoren, smartwatches en man-downsystemen, met traditionele alarmknoppen bij thuiswonende 65-plussers.
Automatische systemen maken gebruik van bewegingssensoren, zoals accelerometers en gyroscopen, en algoritmen om bewegingspatronen te herkennen. Ze kunnen een val automatisch detecteren en een alarm activeren, ook wanneer de oudere dit zelf niet meer kan.
Belangrijkste inzichten en resultaten:
• Responstijd: De onderzochte automatische systemen vertoonden over het algemeen een korte responstijd. Bij gespecialiseerde valdetectiesystemen varieerde deze in de gevonden studies van 1 tot 50 seconden.
• Gespecialiseerde systemen: Systemen die op of dicht bij het lichaamszwaartepunt worden gedragen, lieten in de onderzochte studies doorgaans goede resultaten zien op het vlak van valdetectie.
• Smartwatches en man-downsystemen: Smartwatches bieden het voordeel van een hoge draagbaarheid en sociale aanvaarding, maar kennen in de onderzochte systemen een tragere responstijd van ongeveer 60–90 seconden en kunnen gevoeliger zijn voor fout-positieve meldingen door dagelijkse polsbewegingen. Man-downsystemen richten zich voornamelijk op het detecteren van langdurige immobiliteit en kunnen daarom een aanvullende functie hebben bij bepaalde doelgroepen.

3. Waarde voor verpleegkunde, thuiszorg en CM
Automatische valdetectie kan aansluiten bij kwaliteitsvolle, mensgerichte en duurzame thuiszorg.
1. Patiëntgerichtheid en zelfstandigheid: Automatische detectie kan bijdragen aan een groter gevoel van veiligheid en kan ouderen ondersteunen om langer zelfstandig thuis te wonen.
2. Duurzaamheid van zorg: Door een val sneller te detecteren, kan de periode waarin iemand zonder hulp op de grond ligt worden verkort. Hierdoor kunnen bepaalde complicaties mogelijk worden beperkt en kan de druk op de zorgverlening worden verminderd.
3. Proactieve verpleegkundige rol: Verpleegkundigen kunnen een belangrijke rol spelen bij het inschatten van de noden van de patiënt, het kiezen van een geschikt systeem en het begeleiden van de oudere bij het gebruik ervan.

4. Concrete aanbevelingen voor het werkveld
• Inzetten op draagbare sensoren dicht bij het lichaamszwaartepunt: Bij de keuze van een systeem kan worden nagegaan of een sensor ter hoogte van de heup of romp geschikt is voor de individuele gebruiker, aangezien dergelijke systemen in de onderzochte studies goede resultaten lieten zien.
• Focus op sensitiviteit: Geef bij de keuze van een automatisch valdetectiesysteem de voorkeur aan systemen met een hoge sensitiviteit, zodat het risico dat een val niet wordt gedetecteerd zo klein mogelijk blijft en de kans op complicaties door een long lie mogelijk wordt beperkt.
• AI en machine learning verder opvolgen: Verdere ontwikkelingen binnen AI en machine learning kunnen in de toekomst bijdragen aan een betere herkenning van bewegingspatronen en mogelijk het aantal fout-positieve meldingen verminderen. Dit vraagt echter nog verder onderzoek in realistische thuissituaties.
• Multidisciplinaire samenwerking en praktijkonderzoek: Verder onderzoek in de daadwerkelijke thuissituatie is belangrijk om na te gaan hoe betrouwbaar, gebruiksvriendelijk en haalbaar deze systemen zijn. Hierbij is samenwerking tussen verpleegkundigen, andere zorgverleners, technologieontwikkelaars en beleidsmakers relevant.

Conclusie
Automatische valdetectie biedt perspectief om de veiligheid van thuiswonende ouderen te vergroten en de tijd tussen een val en het inschakelen van hulp te verkorten. De technologie kan een belangrijke aanvulling vormen op bestaande personenalarmsystemen, vooral voor ouderen die na een val niet zelfstandig een alarm kunnen activeren.
Voor de verpleegkundige praktijk ligt hierbij een belangrijke rol in het beoordelen van de individuele noden van de oudere en het mee zoeken naar een systeem dat aansluit bij diens mogelijkheden, leefomgeving en bereidheid om het te gebruiken. Op die manier kan technologie niet de zorg vervangen, maar verpleegkundigen ondersteunen in het bieden van veilige, patiëntgerichte en toekomstgerichte thuiszorg.
Meer lezen

Voorbij het monsterbeeld: de haai als slachtoffer

HOGENT
2026
Marlies
Hemelinckx
Shark species are declining and anthropogenic pressures are on the rise.
This study investigates the occurrence and characteristics of anthropogenic injuries in bull sharks and oceanic blacktip sharks at Aliwal Shoal, Umkomaas, South Africa. The aim is to assess injury frequency, origin, type, anatomical distribution and seasonal variation, as well as the influence of photographic coverage on injury detection.
A total of 383 sharks were analysed, consisting of 53 bull sharks and 330 oceanic blacktip sharks. For bull sharks, 3,975 photographs were systematically reviewed, while 25,354 photographs were analysed for oceanic blacktip sharks. Data was collected using photographic records and classified according to injury presence, number, origin, type and body location. Seasonal patterns were derived from the month of observation and grouped into seasonal categories.
Anthropogenic injuries were recorded in both species, with a substantial proportion of individuals affected. Fishing-related injuries were the most frequent in both bull sharks and oceanic blacktip sharks, followed by vessel-related injuries. Most sharks exhibited a single injury, although multiple injuries per individual were also observed, particularly in oceanic blacktip sharks. Retained fishing gear and associated wounds were the most common injury type, while fins were the most frequently affected body region in both species.
Seasonal variation in newly observed injuries indicated differences in distribution across seasons, with relatively higher frequencies during warmer periods. Photographic analysis showed that a considerable proportion of sharks did not have full-body coverage, suggesting that some injuries may not have been detected and that reported values likely underestimate true occurrence.
Overall, the results demonstrate widespread anthropogenic interaction with sharks at Aliwal Shoal and highlight the importance of fisheries as the main source of injury, as well as the need for improved monitoring methods to better assess impacts on shark populations.
Meer lezen

Trends in opnames en overlevingskansen bij raamslachtoffers in Opvangcentrum vogels en wilde dieren Oostende

Hogeschool VIVES
2025
Angel
Molendijk
De druk op vogelpopulaties neemt wereldwijd toe door een breed scala aan menselijke invloeden, variërend van grootschalig verlies van leefgebied tot directe sterfte door factoren als vervuiling en infrastructuur. Deze gecombineerde stressfactoren leiden op grote schaal tot de afname van vogelpopulaties. De impact hiervan mag niet onderschat worden aangezien vogels zowel ecologisch als economisch een cruciale rol spelen voor mens en milieu.

Raamcollisies zijn wereldwijd een belangrijke, maar vaak onderschatte oorzaak van vogelsterfte. Ondanks toenemende wetenschappelijke aandacht blijft Europese data schaars, waardoor het moeilijk is om de impact volledig in te schatten. Deze studie wil daaraan bijdragen door trends in aantallen en overlevingskansen van raamslachtoffers te analyseren op basis van een unieke langetermijndataset (1984–2024) uit het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren Oostende.

In totaal werden 3.804 gevallen van raamimpact bij inheemse vogelsoorten onderzocht. De resultaten laten een duidelijke toename zien in het aantal jaarlijkse opnames. Die stijgende trend kan slechts deels verklaard worden door factoren zoals een hogere meldingsbereidheid en de grotere bekendheid van het VOC. Ook het aandeel raamslachtoffers binnen het totaal aantal opnames nam toe, wat wijst op een structureel groeiend probleem.

Raamimpact bleek sterk seizoensgebonden: de meeste opnames vonden plaats in de herfst, gevolgd door zomer en lente. Vooral trekvogels, en dan met name nachtelijke trekkers, waren oververtegenwoordigd. De houtsnip (Scolopax rusticola), goudhaan (Regulus regulus) en zanglijster (Turdus philomelos) kwamen opvallend vaak voor. De houtsnip was met 651 opnames (17%) de meest getroffen soort, veel meer dan verwacht op basis van haar aandeel in de Belgische vogelpopulatie. Door gedrags- en lichaamskenmerken, zoals lage vlucht en beperkt binoculair zicht, is de soort bijzonder kwetsbaar voor botsingen.

Slechts de helft van de opgenomen slachtoffers kon opnieuw worden vrijgelaten. Overlevingskansen varieerden per soort en seizoen, en waren het hoogst in de herfst. Tegelijkertijd viel op dat soorten zoals de huismus (Passer domesticus) en groene specht (Picus viridis) veel lagere overlevingskansen hadden.

De studie bevestigt dat raamimpact geen selectieve doodsoorzaak is aangezien zowel algemene als bedreigde soorten worden getroffen. Zo behoorde 17% van de slachtoffers tot Rode Lijst-soorten. Bovendien tonen de opvangcijfers slechts een deel van het werkelijke beeld. Veel vogels sterven ter plaatse of blijven onopgemerkt, waardoor het totale sterftecijfer aanzienlijk hoger ligt.

Hoewel raamimpact zelden als klassiek dierenwelzijnsprobleem wordt erkend, veroorzaakt het vaak ernstig trauma en onzichtbare verwondingen. Vanuit zowel ecologisch als ethisch oogpunt is preventie daarom noodzakelijk. Deze studie laat zien dat systematische analyse van opvangdata waardevolle inzichten biedt voor risico-inschatting en beleid. Vogelvriendelijke architectuur, aangepaste verlichting en standaardisering van registratie bij opvang zijn cruciale pijlers voor een geïntegreerde aanpak van deze onderschatte vorm van dierenleed en biodiversiteitsverlies.
Meer lezen

Prevalentie en context van bijtincidenten door honden (Canis lupus familiaris) bij mensen in West-Vlaanderen

Hogeschool VIVES
2024
Manuela
Landerwyn
Mijn bachelorproef, getiteld "Prevalentie en context van bijtincidenten door honden (Canis lupus familiaris) bij mensen in West-Vlaanderen", onderzoekt de incidentie en omstandigheden van hondenbeten in deze regio. De resultaten van dit onderzoek bieden waardevolle inzichten die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van preventiemaatregelen, die niet alleen de veiligheid van mensen verhogen, maar ook het welzijn van honden kunnen waarborgen.
Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van een uitgebreide online enquête, gericht op de inwoners van West-Vlaanderen. Het doel was om de prevalentie van bijtincidenten door honden in kaart te brengen en inzicht te krijgen in de specifieke context waarin deze incidenten plaatsvinden. Er werd informatie verzameld over zowel de kenmerken van de slachtoffers als van de honden die betrokken waren bij de bijtincidenten.
Uit het onderzoek bleek dat 19,8% van de respondenten (n= 1240) in het afgelopen jaar minstens één keer was gebeten door een hond. Opvallend is dat de meerderheid van de slachtoffers vrouwen zijn, met een piek in de leeftijdscategorie van 21 tot 30 jaar. Mannelijke honden waren verantwoordelijk voor 63% van de bijtincidenten. Vooral Duitse herdershonden en Border Collies waren betrokken bij een bijtincident. Dit suggereert dat geslacht en ras mogelijk risicofactoren zijn, hoewel het belangrijk
is te benadrukken dat elke hond onder bepaalde omstandigheden kan bijten.
Wat betreft de context van de incidenten, werd 58% van de beten veroorzaakt door een hond die niet tot het huishouden van het slachtoffer behoorde. In 72% van deze gevallen kende de hond het slachtoffer niet, wat wijst op onbekendheid tussen mens en hond als een belangrijke risicofactor. Verder bleek dat de meeste beten plaatsvonden in niet-openbare omgevingen, zoals de privéwoning of tuin. Dit benadrukt het belang van toezicht en de juiste omgang met honden in de thuissituatie. Interessant is dat voer-gerelateerde incidenten relatief zeldzaam waren, slechts zo’n 8%.
In 63% van de gevallen was medische hulp nodig, variërend van zelfzorg tot ziekenhuisopname. Naast fysieke verwondingen werden er ook emotionele gevolgen gerapporteerd, zoals verhoogde angst of wantrouwen tegenover honden. Echter, 42% van de slachtoffers meldde dat ze geen blijvende emotionele schade opliepen ten gevolgen van het bijtincident.
Met dit onderzoek hoop ik bij te dragen aan de kennis over hondenbeten en een basis te bieden voor de ontwikkeling van preventieve maatregelen. Deze maatregelen moeten niet alleen gericht zijn op het verminderen van hondenbeten, maar ook op het verbeteren van het welzijn van honden. Door beter inzicht te krijgen in de risicofactoren en de omstandigheden waaronder honden zich gedwongen voelen om te bijten, kunnen beleidsmakers en hondeneigenaren samen werken aan een veiligere en gezondere omgeving voor zowel mens als dier. Het onderzoek benadrukt ook het belang van educatie over hondengedrag, zodat eigenaren en hun omgeving beter in staat zijn om subtiele signalen van ongemak of agressie bij hun hond te herkennen en te voorkomen dat situaties escaleren tot bijtincidenten.
Meer lezen

The MIF/CD74 axis in traumatic spinal cord injury: immunological characterization and role in B cell activation

Universiteit Hasselt
2024
Hanne
Coenen
Na een dwarslaesie worden B-cellen geactiveerd in de periferie, migreren ze naar het ruggenmerg en dragen ze bij aan een inflammatoire en autoreactieve immuunrespons die leidt tot verdere schade. Recentelijk hebben we verhoogde frequenties van CD74-positieve B-cellen aangetoond bij dwarslaesiepatiënten. CD74 fungeert als een receptor voor macrofaag migratie inhibitie factor (MIF) en in de aanwezigheid van accessoire eiwitten, waaronder de co-receptor CD44, activeert de binding van MIF aan CD74 signaalcascades die pro-inflammatoire B-celfuncties stimuleren. Desondanks is de MIF/CD74-as niet onderzocht in B-cellen na een dwarslaesie. Daarom hadden we als doel het immuunprofiel na SCI te bestuderen, evenals de expressie en bijdrage van de MIF/CD74-as aan B-celactivatie bij gezonde individuen en dwarslaesiepatiënten. Met behulp van flowcytometrie observeerden we hogere aantallen B-cellen en lagere NK-cel aantallen in de acute fase vergeleken met de subacute en chronische fasen na het letsel, wat suggereert dat ze respectievelijk betrokken zijn bij de vroege en latere fasen van een dwarslaesie. Bovendien werd een flowcytometriepanel geoptimaliseerd om de expressie van de MIF/CD74-as in B-cellen en andere immuuncellen te bestuderen. In B-cellen van gezonde individuen, observeerden we significante verminderingen in proliferatie en expressie van activatiemarkers CD80 en CD86 na CD44-blokkering, evenals een sterke dalende trend in B-celproliferatie bij MIF-remming. Al met al suggereren onze resultaten een rol voor B-cellen en de MIF/CD74-as bij het optreden van een dwarslaesie.
Meer lezen

BOEM! PAUKESLAG! Daar ligt alles PLAT. Verpleegkundige zorg voor Oekraïense vluchtelingen met PTSS in België

Thomas More Hogeschool
2023
Sita
Impens
Hoe moeten verpleegkundige omgaan met de behandeling van PTSS bij Oekraïense vluchtelingen die in België aankomen?
Meer lezen

Ontwerp van een gezelschapsspel voor jonge meisjes en hun gezin voor bewustwording, meerwaarde en positieve perceptie van STEM

Universiteit Gent
2023
Lobke
Lowie
Genomineerde longlist mtech+prijs
Deze thesis onderzocht op welke leeftijd en op welke manier meisjes het best in contact gebracht worden met techniek en wetenschap. Hiervoor werd een gezelschapsspel ontwikkeld met de bedoeling om meisjes warm te maken voor een technische opleiding of een technisch beroep.
Meer lezen

Ouderenmis(be)handeling: in de greep van het beroepsgeheim.

Hogeschool UCLL
2022
Cato
Schollen
Deze bijdrage zet het kader rond het thema ouderenmis(be)handeling in combinatie met het beroepsgeheim van de (eerstelijns)hulpverlener uiteen. Binnen deze bachelorproef zal er vooral gefocust worden op het onderdeel ouder(be)mishandeling in relatie met het beroepsgeheim.
Meer lezen

Horen, zien en zwijgen. Een bachelorproef over kinderen die getuige zijn van partnergeweld.

Odisee Hogeschool
2022
Femke
Van Hese
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Partnergeweld is per definitie een gezinsprobleem. Zelfs als kinderen geen directe getuige zijn, weten en voelen zij maar al te goed wat er gebeurt. Het spreekt voor zich dat deze ervaringen hun ontwikkeling verstoren. Wat nog dramatischer is: vaak zijn deze slachtoffers de daders van later. Het is dus van cruciaal belang om een gezin waarin partnergeweld gepleegd wordt ook als gezin te begeleiden.
Meer lezen

The influence of maize (Zea mays L.) roots, mycorrhizal fungi and agricultural soil management practices on the emission of soil volatile organic compounds

Universiteit Antwerpen
2022
Alain
Clement
Vluchtige organische stoffen zijn secundaire metabolieten die geproduceerd worden door planten, dieren en microben. Hun uitstoot is goed onderzocht in bovengrondse ecosystemen, maar niet in de bodem. In dit onderzoek werd er geprobeerd een methode te vinden om deze stoffen te meten.
Meer lezen

BDSM: De dominerende macht van de strafwet

Universiteit Gent
2022
Louise
Ippel
Er moet worden tegemoet gekomen aan de strafbaarstelling van BDSM. In deze scriptie is er daarom ook gezocht naar mogelijke regelingen, zowel juridisch als niet-juridisch, die BDSM'ers in staat zouden stellen om straffeloos hun activiteiten te kunnen uitoefenen.
Meer lezen

Visuele framinganalyse van de protestbeweging Black Lives Matter in The New York Times

KU Leuven
2021
Sofie
Deweerdt
Deze thesis biedt een visuele framinganalyse van nieuwsbeelden. Meer specifiek worden beelden van de Black Lives Matter-protesten bestudeerd.
Meer lezen

Mannelijke slachtoffers van partnergeweld: een kwalitatieve studie naar de impactbeleving

Universiteit Gent
2020
Fien
Dossche
Onderzoek naar de beleving van partnergeweld door mannelijke slachtoffers. Hierbij werd gefocust op de vormen van geweld, de gevolgen ervan en de sociale reacties erop. De invloed van genderstereotypen op dit alles vormde de rode draad doorheen de studie.
Meer lezen

Forensische en Medische Aspecten van een Bomexplosie: een Literatuurstudie

KU Leuven
2019
Eloïse
Vermylen
Civiele settings zijn meer en meer het mikpunt van terroristische dreigingen. Dit stelt onze gemeenschap voor een belangrijke uitdaging gezien onze beperkte ervaring met de verwondingen als gevolg van explosies. Deze literatuurstudie wil de kennis omtrent de werking van explosieven en de pathofysiologie van explosie-gerelateerde verwondingen helpen toelichten om zo te kunnen bijdragen aan een optimale preventie en behandeling.
Meer lezen

Help! De vinger op de wonde leggen. De kennis van studenten verpleegkunde van Thomas More Lier omtrent wondzorg als onderdeel van eerste hulp.

Thomas More Hogeschool
2019
Andrea
Bosnjak
Traumatische wonden zoals schaafwonden of brandwonden worden gemakkelijk opgelopen in het dagelijks leven. Omstaanders zijn de eersten die in contact komen met deze traumatische wonden. Het is van levensbelang dat iedereen correct wondzorg als onderdeel van eerste hulp kan en wil bieden. Professionele hulpverleners zoals verpleegkundigen zouden zeker moeten weten hoe correcte wondzorg te verlenen. Mensen met voorkennis denken te weten hoe juiste
wondzorg te bieden als onderdeel van eerste hulp, maar uit onderzoek blijkt dit vaak niet zo te zijn. Daarom is het interessant om te onderzoeken hoe ver de kennis van de
studenten verpleegkunde van Thomas More Lier reikt.
Meer lezen

Terreur...slaat in als een bom

Thomas More Hogeschool
2018
Chermaine
van de Gruiter
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Verpleegkundige aandachtspunten bij blastletsels
Treat first what kills first
Meer lezen

De toepassing van de regelen inzake beroepsgeheim en privacybescherming bij de uitvoering van een medische expertise

Universiteit Gent
2018
Achille
Lemey
Deze scriptie handelt over de dilemma's die zich voordoen omtrent het beroepsgeheim en de privacybescherming bij de uitvoering van een medische expertise
Meer lezen

Making the cut: De moeizame strijd tegen genitale aanpassing

KU Leuven
2018
Eva
Houtave
in deze thesis wordt nagegaan waarom de verschillende genitale aanpassingen juridisch verschillend behandeld worden. Dit wordt onderzocht vertrekkende vanuit het medische oogpunt. Hierbij worden ook operaties ( geslachtstoewijzing bij interseksualiteit en genitale plastische chirurgie) die in het westen worden uitgevoerd bij betrokken.
Meer lezen

Arbeid adelt. Gilles du Faing en de mogelijkheden tot sociale promotie in de Nederlanden (1584-1633)

KU Leuven
2018
Jasper
Willems
Gilles du Faing was een edelman die tijdens een carrière van 1584 tot 1633 sterk wist op te klimmen op de sociale ladder. Deze thesis onderzoekt hoe hij dat heeft gedaan.
Meer lezen

Starting from scratch: prevalence, methods, and functions of non-suicidal self-injury among (unaccompanied) refugee minors in Belgium.

Vrije Universiteit Brussel
2017
Sarah
Verroken
Deze pilootstudie onderzoekt de prevalentie, methoden en functies van niet-suicidale zelfverwonding bij minderjarige vluchtelingen. Tegen de verwachtingen in verschillen de resultaten nauwelijks van data over de Westerse jeugd. Er worden echter wel ernstiger vormen van zelfverwonding alsook een groter risico op klinisch significante problemen vastgesteld. Ook het risico op zelfdoding lijkt groter bij de zelfverwondende groep. Meer onderzoek is nodig om de resultaten te bevestigen.
Meer lezen

The urse of tranexamic acid in pregnant women in the prevention and management of postpartum bleeding

KU Leuven
2017
Sabine
Thieren
Postpartum bloeding is één van de belangrijkste doodsoorzaken van maternele sterfte wereldwijd. Tranexaminezuur, een antifibrinolyticum dat in de cardiale chirurgie en traumatologie gebruikt wordt, zorgt voor minder bloedverlies peroperatief. De scriptie vergeleek verschillende studies en onderzocht de effectiviteit en mogelijke complicaties van het gebruik van tranexaminezuur bij pasbevallen vrouwen. Tranexaminezuur zorgt minder bloedverlies na de bevalling en draagt bij tot een lagere mortaliteit postpartum.
Meer lezen

Een fixatiereducerend beleid, een haalbare kaart binnen een woonzorgcentrum?

Thomas More Hogeschool
2017
Luc
Vervoort
Met een literatuurstudie wordt de problematiek van fysieke fixatie bij ouderen in woonzorgcentra geschetst. In de praktijk wordt een bijscholing ontwikkeld en onderzocht of afbouwen van fysieke fixatie veilig en haalbaar is .
Meer lezen

Blast injuries: prehospitale benadering

Thomas More Hogeschool
2017
Wendy
Leyten
  • Gwen
    Van Genechten
  • Linda
    Leyssens
Terreuraanslagen komen vaak voor in de vorm van bomaanslagen en gebeuren meestal op populaire, openbare plaatsen. Denk maar aan de aanslagen in Brussel op 22 maart 2016. Door de snelle toename van terrorisme in de Westerse landen en het stijgende gebruik van explosieven, is het van belang dat zorgverleners vertrouwd raken met het
management van de verwondingen die het gevolg zijn van een explosie. Deze bachelorproef zal trachten een antwoord te bieden op de vraag ‘Wat zijn de verpleegkundige aandachtspunten bij blast injuries na een explosie?’ Het doel van deze bachelorproef is dan ook om de zorg voor slachtoffers met blast injuries te kunnen
optimaliseren.
Meer lezen

Studying the role of persistence in the emergence of antibiotic resistance through experimental evolution

KU Leuven
2016
Etthel
Windels
Aan de hand van evolutie-experimenten met bacteriën werd aangetoond dat persistentie het ontstaan van antibioticumresistentie stimuleert. Dit werd onderbouwd door wiskundige modellen en mechanistische experimenten.
Meer lezen

De bovengrens der fout en de ondergrens van het opzet met bijzondere aandacht voor het eventueel opzet: een doctrinale en rechtsvergelijkende analyse.

Vrije Universiteit Brussel
2016
Jan
De Groote
Om een misdrijf te plegen moet men, in de regel, opzettelijk handelen. Soms is het echter voldoende dat men onopzettelijk (door een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg) handelt. Tussen deze twee vormen van schuld, moet een scheidingslijn getrokken worden. Deze verhandeling behandelt dat vraagstuk: Vanaf wanneer handelt men met opzet?
Meer lezen

Analyse van de probitfunctie voor de effecten van overdruk op de mens - Het Vlaamse 40 mbar overdrukcriterium

KU Leuven
2016
Jeroen
Debroey
In Vlaanderen wordt de kans op overlijden ten gevolge van de overdruk afkomstig van een explosie uitgedrukt door middel van een probitfunctie. In deze scriptie wordt de herkomst van de Vlaamse probitfunctie doorgelicht en vergeleken met alternatieve opvattingen en technieken. Uit dit onderzoek besluit de auteur dat de huidige Vlaamse probitfunctie anno 2016 te conservatief is. Hij ontwikkelt daarom een geactualiseerde probitfunctie, ten einde de Vlaamse probitfunctie opnieuw af te lijnen met moderne bouwfysische omstandigheden.
Meer lezen

Esthetiek versus welzijn: impact van fokpraktijken op het welzijn van de Duitse Herder

HOGENT
2016
Aurélie
Palandri
In deze scriptie probeert men het impact van de fokpraktijken, de rasstandaarden en de gesloten stamboeken op het welzijn van de rashonden aan te tonen. Er worden zes belangrijke aandoeningen bij de Duitse herder besproken die het welzijn van dit ras serieus kan aantasten.
Meer lezen

Eerste hulp bij zelfverwonding in het digitale tijdperk

Thomas More Hogeschool
2015
Ann
Neefs
Het internet en zelfverwonding: surfen tussen trigger en taboe 21 000 hits binnen één seconde21 000 hits om in te verdwalenVan 21 000 naar 21 00121 000 hits waar nog geen onderzoek naar werd gedaanHet internet onder de loep, graag ook in Vlaanderen! 21 000 hits binnen één secondeAnno 2015 levert een gewone zoekopdracht naar zelfverwonding via Google binnen één seconde 21 000 resultaten op. Je vindt met één klik onder andere artikels uit populaire tijdschriften en kranten, filmpjes, foto’s, informatiewebsites, discussieforums… Het aanbod is enorm.
Meer lezen

Verser le sang: la blessure chez Cendrars

Universiteit Antwerpen
2015
Evelyne
Van der Niepen
Schrijver zonder hand: Blaise CendrarsWanneer de oorlog uitbreekt in augustus 1914 voelt de Zwitserse schrijver en dichter Blaise Cendrars – een pseudoniem voor Frédéric Sauser – een sterke drang om zich als vrijwilliger aan te melden bij het Légion Etrangère. Deze afdeling van het Franse leger trekt sympathisanten aan van allerlei nationaliteiten; met hen gaat Cendrars ten strijde tegen het Duitse leger. In september 1915 wordt Cendrars getroffen: zijn rechterarm moet tot aan de elleboog worden geamputeerd.
Meer lezen