Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Lokale en cloud-AI in webontwikkeling: Ecologische impact, kosten en een beslissingskader voor duurzame integratie

HOGENT
2026
Alexandru-George
Poenaru
Drie taalmodellen werden zowel lokaal als in de cloud getest. Op basis van 6.241 aanvragen werden energieverbruik, geschatte CO₂-uitstoot, snelheid, kosten en inhoudelijke juistheid vergeleken. Een correctie op de cloudschattingen bracht ook het energieverbruik voor het lezen van lange documenten in rekening. Voor de onderzochte toepassing bleek de cloud naar schatting gemiddeld vijf keer energiezuiniger en bij het verwachte bedrijfsvolume financieel aantrekkelijker. Tegelijk toonden de tests dat correct gevormde antwoorden inhoudelijke fouten kunnen bevatten.

De resultaten zijn vertaald naar een praktische beslissingsboom die bedrijven helpt kiezen op basis van onder meer privacy, beschikbare apparatuur, gebruiksvolume, stroommix en antwoordkwaliteit.
Meer lezen

Kwantificeren van agressief vaargedrag

Antwerp Maritime Academy
2026
Tristan
Aerts
De scheepvaart staat voor de uitdaging om haar energieverbruik en broeikasgasemissies te verminderen. Naast technologische maatregelen kan ook het gedrag van de persoon die het schip bestuurt hierbij een rol spelen. Dit onderzoek analyseert daarom of agressief vaargedrag kwantitatief kan worden beschreven aan de hand van Aggressive Dynamics Metrics (ADM’s).
Op basis van literatuur uit de autosector werden drie ADM’s geselecteerd: Average Judicative Element (AJE), Relatieve Positieve Versnelling (RPA) en Characteristic Acceleration (CA). Deze werden toegepast op seconde-per-secondegegevens van 21 deelnemers uit een simulatorexperiment van het GreenPort-project. Daarnaast werd het traject op basis van snelheids- en versnellingsgegevens onderverdeeld in regulier varen en manoeuvreren.
De ADM’s maakten duidelijke verschillen in dynamisch vaargedrag tussen deelnemers zichtbaar. AJE bleek het meest geschikt als hoofdparameter, voornamelijk door de beperkte afhankelijkheid van de gemiddelde snelheid. De rangschikkingen volgens de drie ADM’s vertoonden onderling een duidelijke overeenkomst (Kendall’s W = 0,744), maar minder met de rangschikking volgens brandstofverbruik (Kendall's W = 0,633). De resultaten tonen dat agressief vaargedrag kwantificeerbaar is, maar dat ADM’s steeds in combinatie met operationele omstandigheden en energieverbruik moeten worden geïnterpreteerd. Daarmee vormen ze een bruikbare basis voor verdere ontwikkeling van data gedreven ecovaren.
Meer lezen

ASSESSMENT OF DIAGNOSTIC PROTOCOLS OF ACUTE-PHASE APHASIA IN RELATION TO SIGN LANGUAGES [BEOORDELING VAN DIAGNOSTISCHE PROTOCOLLEN VOOR ACUTE AFASIE IN RELATIE TOT GEBARENTALEN]

Vrije Universiteit Brussel
2026
Nina
Driesmans
Deze studie onderzoekt acute afasiediagnostiek binnen de context van
de Vlaamse Gebarentaal (VGT). Afasie, een verworven neurologische
taalstoornis, wordt voornamelijk onderzocht vanuit een westers, eentalig
en audiocentrisch perspectief. Omdat gebarentaligen de visueel-gestuele
modaliteit gebruiken, in tegenstelling tot de oraal-auditieve modaliteit
van gesproken talen, zijn huidige diagnostische instrumenten niet
aangepast aan hun noden. Een rapid review onderzocht de neurale
representatie van gebarentalen in relatie tot afasie. Resultaten uit 29
beeldvormingsstudies tonen aan dat gebarentalen een
linksgelateraliseerd perisylvisch netwerk activeren, vergelijkbaar met
gesproken talen, maar met modaliteitsspecifieke aanpassingen.
Daarnaast leidt schade aan de linkerhersenhelft systematisch tot
verstoring van fundamentele taalaspecten, terwijl schade aan de
rechterhersenhelft visuospatiële vaardigheden selectief beïnvloedt. Een
enquête onder 20 Vlaamse clinici toont aan dat diagnostiek gebaseerd is
op Nederlandstalige instrumenten en informele vertaalmethoden, met
beperkte aandacht voor VGT-gebruikers. Deze bevindingen
onderstrepen de noodzaak van gevalideerde diagnostische instrumenten
voor gebarentaligen, verbeterde training van clinici, en een meer
rechtvaardige gezondheidszorg.
Meer lezen

Bepaling van vers- en drooggewicht van sla op basis van RGB-camerabeelden met een convolutional neural network (CNN)

KU Leuven
2026
Brent
Beyers
Het doel van deze scriptie was om de mogelijkheden te onderzoeken voor het gebruik van CNN's met RGB-afbeeldingen voor de bepaling van het vers- en drooggewicht van sla gedurende een gehele teeltronde onder praktijkomstandigheden.
Van verschillende sla-cultivars (Emeldia RZ, Limambo RZ en Volumia) werden RGB
afbeeldingen verzameld. De cultivars Emeldia RZ en Limambo RZ werden elks twee keer zelf opgekweekt om slaplanten afkomstig van twee verschillende teeltrondes te bekomen. Daarnaast waren de slaplanten van de cultivar Volumia afkomstig van een externe slateler en van éénzelfde teeltronde. Van de slaplanten werden RGB-afbeeldingen verzameld onder een camerahoek van 0°, 45° en 90° ten opzichte van het grondoppervlak. Na verzameling van de RGB-afbeeldingen van de slaplanten werd een CNN-model ontworpen met het meest accurate
schattingsvermogen. Tenslotte werd het schattings- en generalisatievermogen van het
ontwikkelde CNN-model onderzocht.
De resultaten tonen aan dat het meest accurate CNN-model, afgestemd op een relatief kleine dataset, bestond uit 5 convolutielagen en volgende hyperparameters: een leerfrequentie van 0,001; een batchgrootte van 10 en 200 epochs. Het ontwikkelde model schat het vers- en drooggewicht van sla accuraat, met R2 ~ 0,92 – 0,97 en NRMSE ~ 0,19 – 0,34, voor cultivars die in de trainingsdata aanwezig zijn en onder gelijkaardige omstandigheden werden geteeld, mits voldoende trainingsdata. De schattings- en generalisatieprestaties variëren echter sterk
per cultivar, mogelijks door morfologische verschillen. Het model toont een zekere robuustheid voor variatie in camerahoeken, al resulteerden de beelden onder een camerahoek van 45° en 90° in de beste schattingen.
Meer lezen

Gepersonaliseerde cognitieve controletraining ter preventie van depressieherval: een single-case experimentele studie

Universiteit Gent
2026
Caro
Bruynen
Herval na een depressieve episode vormt nog steeds een belangrijk klinisch knelpunt,
hoewel behandelingen in de acute fase doorgaans doeltreffend zijn. Een mogelijke interventie om dit te voorkomen is cognitieve controletraining (CCT), gericht op onderliggende cognitieve kwetsbaarheden. Binnen dit domein wordt de adaptieve Paced Auditory Serial Addition Task (aPASAT) beschouwd als een van de meest veelbelovende en veelbestudeerde varianten. Deze studie onderzocht hoe depressieve symptomen zich doorheen de tijd ontwikkelen bij personen met depressie in remissie, en welke rol aPASAT hierin kan spelen. Zes participanten werden opgevolgd via een single-case experimenteel design met een multiple-baseline-opzet, waarbij de
duur van de baselinefase (twee, drie of vier weken) varieerde tussen groepen om toeval en tijdseffecten uit te sluiten. Gedurende drie fasen (baseline, interventie, monitoring) werden symptomen dagelijks gemeten via een visuele analoge schaal (VAS) 0-100. De resultaten tonen een heterogeen en overwegend bescheiden responspatroon. Slechts bij een deel van de participanten werd een significante symptoomdaling vastgesteld, terwijl bij anderen geen effect of zelfs een tijdelijke toename optrad. Bij een deel van de participanten trad de symptoomverbetering pas op tijdens de monitoringfase, wat wijst op een mogelijk vertraagde werkzaamheid van CCT. Symptomen daalden niet geleidelijk, maar bleven eerder stabiel binnen elke fase. De ernst van de klachten bij aanvang leek modererend. Participanten met hogere beginscores vertoonden eerder een merkbaar effect. Toekomstig onderzoek met grotere, meer diverse steekproeven is nodig om na te gaan hoe individuele kenmerken het effect van CCT modereren, hoe de behandeling hierop afgestemd kan worden, en wanneer en hoe lang behandeleffecten optreden. Daarnaast verdient de verkenning van aanvullende of alternatieve interventies verdere aandacht om herval bij depressie effectiever te voorkomen.
Meer lezen

Training Klebsiella phage KP32 and engineered variants to improve effectiveness against the RBP2-specific host

Universiteit Gent
2026
Elian
Lievens
De verspreiding van multiresistente bacteriën heeft geleid tot een antibioticaresistentie-crisis. Hierdoor is er een noodzaak voor het ontwikkelen van nieuwe antimicrobiële strategieën en een mogelijke oplossing is het gebruik van faagtherapiën. Fagen zijn virussen die specifiek bacteriën aanvallen. Ze bezitten receptor-bindende proteïnen (RBPs) die tijdens een infectie worden gebruikt voor het herkennen en hechten aan hun gastheer. In deze thesis werd onderzocht hoe fagen kunnen getraind worden om hun RBPs aan te passen om beter gewenste bacteriën aan te vallen.
Meer lezen

De-escalatietrainingen in het omgaan met agressie in de verpleegkunde

Hogeschool UCLL
2026
Yara
VERLEY
Agressie is de dag van vandaag een alomtegenwoordig probleem binnen de maatschappij, eveneens binnen de zorgsetting. Hierbij lijkt de kwaliteit van een veilige zorgomgeving en humane hulpverlening onder druk te staan. Zorgverleners, waaronder verpleegkundigen, ervaren steeds vaker oplopende spanningen en onvoorspelbaar gedrag. Daarnaast worden de verpleegkundigen vaker blootgesteld aan de zware gevolgen van agressie-incidenten, ondanks het bestaan van trainingen en protocollen. Een belangrijke oorzaak hiervan is het gebrek aan voldoende kennis, maar eveneens het gebrek aan vertrouwen in het correct handelen bij opkomende spanning en agressie. Er lijkt dus een groeiende nood te zijn aan effectieve de-escalatietraining in het omgaan met agressie.

De doelstelling van deze scriptie ligt in het onderzoeken van de effectiviteit van de-escalatietrainingen en bijgevolg ook uit te kunnen maken welke vorm van training het meest effectief is in het reduceren van agressie-incidenten.
Om dit mogelijk te maken werd in deze paper geopteerd voor een literatuurstudie uitgevoerd waarbij wetenschappelijke bronnen en systematische reviews werden geanalyseerd. De analyse focuste op drie kwaliteitscriteria: efficiëntie, doeltreffendheid en duurzaamheid.

Uit de resultaten blijkt dat de-escalatietrainingen effectief zijn in het verbeteren van de houding, competenties en het zelfvertrouwen van verpleegkundigen, maar dat er onvoldoende evidentie is dat trainingen als losstaande interventie voldoende zijn om het aantal agressie-incidenten te verminderen. Hiervoor is verder gespecificeerd onderzoek nodig.
Om de-escalerend te kunnen werken in het voorkomen van agressie-incidenten is een bredere multimodale aanpak nodig die zowel het individueel niveau omvat als het organisatorisch en structureel niveau.

Dit onderzoek toont aan dat investeren in de-escalatie loont. Desondanks zijn training alleen als interventie onvoldoende. Ze moeten ingebed worden in een duurzame, multimodale aanpak die zowel het individueel niveau van verpleegkundigen als het organisatieniveau aanpakt. Dit heeft als gevolg het creëren van een zorgomgeving waarin veiligheid, professionaliteit en menselijkheid centraal kunnen blijven staan.
Meer lezen

Generative AI-Based Design of Electric Machines — A CVAE-based Framework for the Optimisation of Interior Permanent Magnet Motors for the Automotive Market

KU Leuven
2026
Lorenz
De Maeyer
Electric traction motors for hybrid and battery vehicles are currently designed by
wrapping a finite-element key-performance-indicator (KPI) evaluator in an evolu
tionary optimisation loop, an approach that can take days of compute on a multi-core
node per customer case. This thesis addresses the same problem from the inverse
direction: given a target peak performance profile together with the electrical limits
imposed by the inverter and battery, generate a diverse set of compliant double-V
interior permanent magnet synchronous machine (IPMSM) geometries. The pro
posed framework combines three components, using a dataset of 85384 physically
valid samples obtained by latin hypercube sampling of the 17 free geometric pa
rameters: (i) a residual multilayer-perceptron surrogate that maps geometry and
electrical limits to the 80-point peak torque–speed curve through a 19-component
principal-component bottleneck, (ii) a conditional variational autoencoder (CVAE)
with a 15-dimensional latent space that learns to generate performance-compliant
geometries, given the working conditions, and (iii) a gradient-based latent space
optimisation stage that refines a sampled candidate towards minimal volume under
soft performance-compliance and structural-integrity penalties driven by the frozen
surrogate.

On the held-out test set, the surrogate reaches a mean relative L2 error of 0.62%
on the denormalised torque curve at sub-millisecond inference cost. A performance
regularised CVAE variant, which augments the evidence lower bound with a dif
ferentiable compliance penalty derived from the frozen surrogate, lifts the mean
prior-sampling compliance on eight industrial conditions from 49.1% to 75.7% while
preserving roughly 86% of the per-feature design-range coverage. The subsequent
latent-space optimisation returns a compliant candidate for every one of the eight
conditions and for both CVAE variants, converging within roughly 100 iterations and
finishing in about 45s per condition on a single CPU core. A single FEM run con
firms that the optimised torque–speed curve passes through the requested operating
points. The framework therefore compresses what is currently a days-long search
into a sub-minute generative step. Thermal, efficiency, noise-vibration-harshness,
and demagnetisation behaviour remain out of scope and are identified as the prior
ity directions for further work.
Meer lezen

Generatieve AI in het programmeeronderwijs: Kansen, uitdagingen en de stand van zaken in Vlaanderen

Universiteit Gent
2026
Maxime
Debosschere
Generatieve artificiële intelligentie heeft zich op korte tijd stevig verankerd in softwareontwikkeling en beïnvloedt ook steeds vaker het programmeeronderwijs. Deze masterpraktijkproef onderzoekt de implicaties hiervan voor het leren en onderwijzen van programmeren en de wijze waarop lesgevers hiermee omgaan in hun onderwijspraktijk.

Het eerste luik bestaat uit een literatuurstudie over de invloed van generatieve AI op het aanleren van programmeervaardigheden en over didactische strategieën die hierbij kunnen worden ingezet. De literatuur beschrijft kansen op het vlak van ondersteuning, evaluatie, differentiatie en motivatie. Tegelijk worden uitdagingen aangehaald op het vlak van academische integriteit, afhankelijkheid en bias.

Het tweede luik omvat een vragenlijstonderzoek bij programmeerlesgevers in Vlaanderen (N = 37), met aandacht voor hun gebruik, ervaringen en opvattingen met betrekking tot generatieve AI. De resultaten wijzen erop dat generatieve AI inmiddels zowel bij lesgevers als bij lerenden een vaste plaats heeft verworven. De visies op het gebruik ervan lopen echter sterk uiteen: sommige lesgevers benadrukken het belang van een stevige programmeerbasis en kiezen voor een restrictieve aanpak, terwijl anderen generatieve AI beschouwen als een onmisbaar onderdeel van hedendaags programmeren en deze bewust integreren in hun onderwijspraktijk. Respondenten benadrukken daarnaast het groeiende belang van vaardigheden zoals probleemanalyse, het kritisch beoordelen en debuggen van code en het doordacht aanwenden van AI-hulpmiddelen.

Deze studie concludeert dat generatieve AI het programmeeronderwijs niet overbodig maakt, maar wel vraagt om een heroriëntatie van leerdoelen, didactiek en evaluatie.
Meer lezen

In welke mate brengt de D-QUEST de tevredenheid van gebruikers over het hulpmiddelenproces en de verstrekking van een hulpmiddel in kaart?

Hogeschool VIVES
2026
Quincy
De cat
Deze bachelorproef onderzoekt de tevredenheid van gebruikers over de verstrekking van mobiliteitshulpmiddelen en de geschiktheid van de D-QUEST om deze tevredenheid in kaart te brengen. Eerst werd via een systematische literatuurstudie onderzocht welke factoren de tevredenheid van gebruikers beïnvloeden en welke wetenschappelijke onderbouwing bestaat voor de QUEST en QUEST 2.0. Uit de literatuur blijkt dat tevredenheid niet alleen wordt bepaald door eigenschappen van het hulpmiddel, maar ook door het service delivery process, waaronder behoeftebepaling, advies, selectie, training en opvolging. De QUEST en QUEST 2.0 blijken betrouwbare en valide instrumenten te zijn, al is de responsiviteit ervan nog beperkt onderzocht.

Daarnaast werd een praktijkstudie uitgevoerd bij 60 volwassenen en ouderen met een mobiliteitsbeperking die via het RAR van AZ Sint-Jan Brugge een mobiliteitshulpmiddel ontvingen. Aan de hand van de D-QUEST werd de tevredenheid over het hulpmiddel en de dienstverlening bevraagd. In totaal was 90% van de deelnemers tevreden tot zeer tevreden over het mobiliteitshulpmiddel. Duurzaamheid, effectiviteit en gebruiksgemak kregen de hoogste tevredenheidsscores. Veiligheid en verstelbaarheid vormden belangrijke aandachtspunten. Vooral bij actieve rolwagens werd een opvallend lagere tevredenheid vastgesteld.

De resultaten tonen aan dat de D-QUEST een bruikbaar instrument is om gebruikerstevredenheid over mobiliteitshulpmiddelen en de bijbehorende dienstverlening systematisch te evalueren. De studie benadrukt daarnaast het belang van een goede individuele afstemming, cliëntgerichte begeleiding en voldoende opvolging na de verstrekking van een hulpmiddel.
Meer lezen

Tussen podium en dansvloer: de migratie van performatieve ravepraktijken naar theater- en clubcontext

Universiteit Gent
2026
Otto
van Sloun
In deze scritpie over "rave tussen podium en dansvloer", wordt onderzocht wat er gebeurt met de energie en collectiviteit van ravecultuur wanneer deze terechtkomen in meer georganiseerde artistieke contexten.
De scriptie vertrekt vanuit het idee dat een rave meer is dan muziek en dans: het is een collectieve lichamelijke ervaring waarin lichaam, muziek, ruimte, ritme en publiek voortdurend op elkaar reageren. De zogenaamde rave-energy ontstaat daardoor niet bij één individu, maar tussen mensen en hun omgeving.
Aan de hand van twee casestudy’s wordt onderzocht hoe deze energie verandert:
- Room With A View van (LA)HORDE toont hoe rave-elementen naar het theater worden vertaald. De spontane en horizontale rave-ervaring wordt daar meer geënsceneerd, zichtbaar en gecontroleerd.
- Choreomania van Temporary Pleasure onderzoekt hoe choreografie, licht en camera juist kunnen worden ingezet om publieksparticipatie en collectieve energie in een clubomgeving te versterken.
De centrale conclusie is dat rave niet simpelweg een stijl of esthetiek is die naar het theater of de club wordt gekopieerd. Rave kan beter worden begrepen als een methode om collectiviteit, lichamelijkheid, ritme en gedeelde intensiteit te organiseren. Wanneer de rave naar een andere context verhuist, verandert ook de manier waarop publiek, performer, ruimte en energie zich tot elkaar verhouden.
Meer lezen

Leiderschap in turbulente tijden. Een studie naar hoe leidinggevenden omgaan met onzekerheid, verandering en druk in multinationale consultancyorganisaties

Vrije Universiteit Brussel
2026
Mika
Gillioen
Deze masterproef onderzoekt hoe senior leiders in multinationale consultancyorganisaties omgaan met hoge werkdruk, onzekerheid en internationale complexiteit. Op basis van 19 semigestructureerde diepte-interviews met leiders van Senior Manager tot topmanagement, bij zes internationale organisaties, wordt nagegaan hoe zij betekenis geven aan hun leiderschap. De analyse combineert het Job Demands-Resources-model (JD-R) met de sensemaking-traditie en maakt gebruik van abductieve template-analyse.

Daaruit komen drie mechanismen naar voren, die bij een deel van de respondenten samengaan. Bij 11 van de 19 respondenten functioneert sensemaking als hulpbron om veeleisende situaties hanteerbaar te maken. Bij eveneens 11 respondenten wordt maatschappelijke waarde wel erkend, maar speelt ze geen rol in hoe zij hun leiderschap vertellen. Bij 5 respondenten krijgt internationale ervaring een identiteitsvormende betekenis.

De kernbijdrage is een verschuiving van wat leiders hebben naar wat ze doen: omgaan met turbulentie wordt benaderd als een proces van betekenisgeving. Sensemaking wordt daarbij voorgesteld als een mogelijke procesmatige hulpbron binnen het JD-R-model: een analytische herconceptualisering, geen uitgewerkt nieuw model.
Meer lezen

Robot traject generatie voor het stapelen van willekeurige dozen

Universiteit Gent
2026
Jasper
Verdoodt
  • Louis
    Claes
In veel grote magazijnen worden dozen van verschillende maten nog steeds handmatig op pallets gestapeld. Dit is zwaar fysiek werk voor magazijniers en leidt er vaak toe dat pallets niet optimaal benut worden, waardoor vrachtwagens met veel lege lucht rondrijden. In deze masterproef ontwikkelden we daarom een automatische 'Tetris-robot' die dit werk overneemt. Het systeem scant passerende dozen op de lopende band met een 3D-camera om de exacte afmetingen te bepalen. Vervolgens herkent een slim camerasysteem met artificiële intelligentie automatisch scheuren, deuken of vochtschade, waarna beschadigde dozen meteen van de band worden geduwd. Om de goedgekeurde dozen zo compact en stabiel mogelijk op elkaar te stapelen, ontwikkelden en trainden we slimme rekenmodellen en zelflerende algoritmes. Om te bewijzen dat dit ook in de praktijk werkt, bouwden we een werkend fysiek prototype met een robotarm, een vacuümgrijper en een industriële besturing, waarmee de hard- en software naadloos samensmelten tot één autonoom geheel.
Meer lezen

Op zoek naar de mentale littekens van een val in het profwielrennen

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Rien
Debaere
In de wielerwereld gaat veel aandacht uit naar de fysieke revalidatie, maar het mentale aspect blijft vaak onderbelicht. Profploegen investeren steeds meer in psychosociale begeleiding door mental coaches en sportpsychologen aan te werven. Al blijft de stap zetten naar een psycholoog voor veel renners nog een taboe. De videoreportage onderzoekt dan ook de mentale impact van een val in het profwielrennen. Wedstrijd- en trainingsbeelden en interviews met profwielrenner Xandro Meurisse en zijn vrouw Steffi Dervaux, profwielrenner Jasper De Buyst, osteopaat Pieter De Niel en sportpsycholoog Inez Swinnen maken deel uit van mijn eindwerk.
Meer lezen

Perditum in Translatione: Culturele overdracht in de handen van AI.

KU Leuven
2026
Kobe
Geerts
De snelle opkomst van Large Language Models (LLM's) roept vragen op over hun omgang met low-resource-talen en het daarin vervatte culturele gedachtegoed. Deze studie onderzoekt hoe general-purpose LLM's culturele concepten uit het Latijn vertalen, met de epigrammen van Martialis als casus. Om de aard van deze vertaalverschuivingen te kwantificeren, is een handmatige annotatie uitgevoerd volgens het Multidimensional Quality Metrics (MQM)-framework, gefaciliteerd door aangepaste categorieën en een speciaal hiertoe ontwikkelde applicatie. Hierbij worden de vertalingen door de modellen Gemini 3.1 Pro, M365 Copilot Chat en Kimi-K2.6 vergeleken met de brontekst en twee menselijke referentievertalingen. Uit de analyse blijkt enerzijds een duidelijke tendens naar letterlijkere, generiekere vertalingen die culturele nuance missen, anderzijds een assimilerende vertaalstrategie, vermoedelijk gedreven door een Engelstalige bias in de trainingsdata. Bij de modelvergelijking produceerde Gemini 3.1 Pro significant minder verschuivingen dan de andere twee modellen. Ten slotte tonen de resultaten aan dat langere bronteksten resulteren in een proportioneel hoger aantal verschuivingen per vers.
Meer lezen

Hoe kan Hyrox geïntegreerd worden in de lessen lichamelijke opvoeding in de 2de graad van het secundair onderwijs in Vlaanderen en de Algarve?

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Elise
Roets
Deze bachelorproef onderzoekt hoe Hyrox op een pedagogisch verantwoorde manier kan worden geïntegreerd in de lessen lichamelijke opvoeding van de 2de graad van het secundair onderwijs in Vlaanderen en de Algarve.
Meer lezen

De invloed van een vaste mentor voor studenten en starters binnen het OK op retentie en duurzame inzetbaarheid.

Hogeschool UCLL
2026
Sander
Ghysen
De retentie van verpleegkundigen is een aanzienlijk maatschappelijk probleem.
Gezien de grote tekorten in de zorg en het verloop van medewerkers is er nood aan
duurzame verandering. Het is cruciaal dat iedere student die aan een zorgopleiding
begint én iedere starter die ervoor kiest om in de zorgsector te beginnen, ook in de
zorgsector blijft.

Deze literatuurstudie vond zijn oorsprong in de perioperatieve setting. Men onderzocht
concreet of het toewijzen van een vaste mentor aan studenten en starters in het
operatiekwartier de retentie en duurzame inzetbaarheid bevordert. Deze
onderzoeksvraag werd vervolgens in breder persepectief geplaatst.

De algemene focus lag op het identificeren van manieren om optimale begeleiding
voor studenten en starters te faciliteren in eender welke werkcontext. Er werd gezocht
naar de meest kwaliteitsvolle bronnen in de database Cinahl, in de rapporten en policy
briefs van de EFN, in de publicaties van Zorgnet Icuro en door middel van Chat gpt. Na
selectie werden 6 bronnen weerhouden.

De literatuur geeft aan dat programma’s van mentorschap die voortdurende
ondersteuning en gestructureerde begeleiding bieden, de retentie verhogen en het
verloop verlagen. Er wordt aangeraden een dedicated mentor te voorzien die de
student op lange termijn begeleidt op basis van een vertrouwensrelatie. Daarnaast
wordt de student tijdens de werkuren (op korte termijn) best begeleid door
preceptoren.

Echter, een integrale aanpak is onontbeerlijk. Er is nood aan adequate
preceptortraining, een vermindering van de werkbelasting en monitoring van de
kwaliteit van mentorschap.

Optimale begeleiding is een verantwoordelijkheid van alle niveaus in de zorg, waarbij
iedere verantwoordelijke voldoende ondersteuning dient te krijgen. Ook is er vraag
naar investeringen vanuit de overheid. Voor de overheid zou het dan weer voordelig zijn
om langdurig zieke medewerkers terug naar de werkvloer te leiden door hun kennis en
ervaring slim in te zetten voor de begeleiding van studenten en starters.

Er werd tevens een bevraging gedaan in het werkveld (het operatiekwartier) om de
resultaten van de literatuurstudie beter te kunnen kaderen binnen de specifieke
setting. Naast antwoorden die de literatuur bevestigden, bracht dit ook nieuwe
inzichten naar voren. Zo is er volgens de personen uit de bevraging een verschil in
manier van begeleiden voor studenten of starters. In de literatuur werd dit nog niet
aangehaald. Hier zou dus meer onderzoek naar gedaan kunnen worden, met een meer
duidelijk onderscheid tussen beiden.

Aanbevelingen werden geformuleerd en gebundeld in de vorm van positieve punten en
verbeterpunten. Deze werden dan weer geconcretiseerd in het implementatieplan in bijlage.

Het besproken onderwerp blijkt een duidelijk relevant maatschappelijk probleem, waar de
literatuur zich uitgebreid over uitspreekt.
Meer lezen

Eén op de drie gesubsidieerde games haalt de eindmeet

Arteveldehogeschool Gent
2026
Achilles
Gossaert
  • Niels
    Jonckheere
  • Bo
    Van Overstraeten
Tussen 2019 en 2025 investeerde de Vlaamse overheid via het Gamefonds van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) ruim 16 miljoen euro in 169 gameprojecten. Die investering lijkt rendabel over het hele plaatje, al is de return moeilijk te berekenen en blijft individueel succes grillig. Slechts één op de drie gesubsidieerde games haalde uiteindelijk de eindmeet.
Meer lezen

Van Kunst naar Kunstmatigheid. Het gebruik van literaire werken uit schaduwbibliotheken bij de training van generatieve AI-modellen in het licht van het Europese auteursrecht

KU Leuven
2026
Eva
Van Remoortel
De opkomst van grote taalmodellen, zoals OpenAI’s ChatGPT, zet het Europese auteursrecht onder druk door de grootschalige verwerking van beschermde literaire werken als trainingsdata. Uit recente Amerikaanse procedures tegen Meta en Anthropic bleek dat dergelijke trainingsdata miljoenen illegaal verspreide boekkopieën omvatten. Deze masterproef onderzoekt de juridische toelaatbaarheid van het gebruik van auteursrechtelijk beschermde literaire werken uit digitale schaduwbibliotheken, zoals Library Genesis, voor de training van commerciële generatieve AI-modellen binnen het huidige Europese auteursrechtelijke kader en of dit kader toereikend is.

Het onderzoek vertrekt vanuit een analyse van het Unierechtelijk normatieve kader, met bijzondere aandacht voor het reproductierecht, het gesloten systeem van wettelijke uitzonderingen en de commerciële TDM‑uitzondering van artikel 4 DSM‑richtlijn. Centraal staat de interpretatie van ‘rechtmatig toegankelijke werken’, een constitutief vereiste voor de toepasbaarheid van de TDM‑uitzondering. Tegen deze normatieve achtergrond kwalificeert het onderzoek schaduwbibliotheken als structureel inbreukmakende bronnen. Commerciële AI‑aanbieders die dergelijke bronnen gebruiken, kunnen zich bijgevolg niet beroepen op de commerciële TDM‑uitzondering. Zelfs indien AI‑training onder het begrip TDM zou vallen, blijft deze bronvereiste een absolute drempel.

Een rechtsvergelijkende analyse met de Amerikaanse fair use-doctrine toont een structureel verschil met het continentaal Europese gesloten systeem van uitzonderingen, maar ook een opvallende convergentie in uitkomst. De Amerikaanse schikking in Bartz v. Anthropic illustreert dat AI-aanbieders een enorm juridisch risico lopen bij het gebruik van trainingsdata uit schaduwbibliotheken.

De thesis onderzoekt vervolgens de effectiviteit van het Europese handhavingskader. Verschillende obstakels die de praktische afdwingbaarheid ondermijnen, komen aan bod. Hoewel de AI‑verordening aanvullende verplichtingen inzake transparantie en naleving auteursrecht introduceert, blijven deze voorlopig onvoldoende uitgewerkt om effectieve private handhaving te waarborgen.

De masterproef concludeert dat het gebruik van werken uit digitale schaduwbibliotheken voor AI‑training onverenigbaar is met het Europese auteursrecht. Hoewel het normatieve kader juridisch duidelijk is, schiet de praktische handhaving tekort. Een norm die niet afdwingbaar is, verliest onvermijdelijk haar regulerende kracht in een digitale economie die grenzen moeiteloos overschrijdt.
Meer lezen

Het synthetiseren van continue besturingsprogramma's vanuit een deep reinforcement learning-agent

Vrije Universiteit Brussel
2026
Anandu
Sreekumar
Deze thesis breidt een framework voor verklaarbare AI uit zodat het realistischere scenario's kan verwerken. Met behulp van reinforcement learning leert een AI-systeem autonoom taken uit te voeren en genereert het interpreteerbare computerprogramma's die zijn beslissingen verklaren. Dit verhoogt de transparantie, ondersteunt menselijke experts bij het valideren van AI-beslissingen en draagt bij aan betrouwbare AI-systemen.
Meer lezen

ALS training in het Kanifing General Hospital in The Gambia

Hogeschool PXL
2026
Britt
Motten
  • Aude
    Nuyts
  • Nomie
    Haazen
Mijn scriptie in het kort gaat over het verbeteren van Advanced Life Support (ALS)-training voor verpleegkundigen in een ziekenhuis in een lage-inkomenscontext (Kanifing General Hospital in Gambia).

Het doel van het onderzoek is om te bekijken of een aangepaste ALS-training, gebaseerd op simulatiegericht leren en herhaalde oefening, een invloed heeft op de kennis, praktische vaardigheden en het zelfvertrouwen van verpleegkundigen bij reanimatie.

In de literatuurstudie werd onderzocht welke didactische methoden het meest effectief zijn voor ALS-opleidingen. Hieruit bleek dat vooral simulatiegebaseerd leren, gecombineerd met feedback en regelmatige herhaling, leidt tot betere leerresultaten en meer zelfvertrouwen. Daarnaast werd duidelijk dat kennis en vaardigheden snel afnemen zonder opfrissing.

Op basis van deze inzichten werd een contextgerichte ALS-training ontwikkeld en uitgevoerd in Kanifing General Hospital. De training werd aangepast aan de beperkte middelen in het ziekenhuis en bestond uit een korte theoretische sessie, praktische simulaties en visuele hulpmiddelen zoals een flowchart/poster.

Om het effect van de training te meten, werd gewerkt met een voor- en nameting bij verpleegkundigen uit de spoed-, medische en chirurgische afdelingen. De resultaten tonen een duidelijke verbetering in kennis en zelfvertrouwen, vooral bij het gebruik van de AED en het toepassen van ALS-protocollen.

De conclusie van de scriptie is dat een gestructureerde, contextgerichte en herhaalde ALS-training op basis van simulatie effectief is om de competentie van verpleegkundigen te verbeteren, zelfs in omgevingen met beperkte middelen.
Meer lezen

Forensisch betrouwbare 3D-reconstructie met Gaussian Splatting

Universiteit Hasselt
2026
Jamie
Withofs
Deze masterproef onderzoekt de inzetbaarheid van Gaussian Splatting als betrouwbare techniek voor forensische 3D-reconstructie van misdaadscènes. Gaussian Splatting is een recente neurale weergavemethode die vanuit multi-view videobeelden fotorealistische 3D-modellen genereert via ellipsvormige volumetrische primitieven, zogenaamde splats, die samen een continue en vloeiende representatie van de scène vormen. De techniek onderscheidt zich van klassieke mesh-based methoden door haar uitzonderlijke visuele kwaliteit en efficiënte renderingpipeline, maar brengt tegelijkertijd een fundamenteel forensisch probleem met zich mee: tijdens de trainingsoptimalisatie heeft het model de neiging om geometrische informatie bij te verzinnen om gaten in de initialisatiedata op te vullen. Wanneer de reconstructie als juridisch bewijsmateriaal dient, is dergelijke hallucinatie onaanvaardbaar, omdat elke weergegeven vorm of afstand herleidbaar moet blijven tot authentieke, meetbare brondata.

Om dit probleem aan te pakken werd een volledige onderzoeks- en ontwikkelingspipeline opgezet in samenwerking met de Federale Gerechtelijke Politie Limburg. De dataverzameling combineerde videobeelden en meervoudige LiDAR-scans van een gecontroleerde testscène. De videobeelden werden verwerkt via een COLMAP-gebaseerde Structure from Motion (SfM) pipeline die de relatieve camera-poses en een sparse puntenwolk reconstrueerde. De LiDAR-scans werden samengebracht tot één dense referentiepuntenwolk via iteratieve ICP-gebaseerde registratie met outlier filtering op basis van IQR-analyse, radiale filtering en asgeoriënteerde filtering, en vervolgens geëxporteerd als een geïntegreerd .e57-bestand.

De kern van de bijdrage is een alignment pipeline die de sparse COLMAP-puntenwolk uitlijnt met de dense LiDAR-data. De resulterende transformatiematrix wordt toegepast op alle camera-extrinsieken, zodat de LiDAR-geometrie als initialisatiebasis kan dienen voor de Gaussian Splatting-training zonder de architectuur van de trainingsomgeving te wijzigen. Een eigen visibility-based downsampling-stap geeft daarbij prioriteit aan de LiDAR-punten die zichtbaar zijn vanuit de gecalibreerde camera-posities, wat de trainingsefficiëntie verhoogt zonder de geometrische volledigheid te compromitteren.

De Gaussian Splatting-training werd vervolgens uitgebreid met constraints die de geometrische trouw aan de LiDAR-meetdata waarborgen. In de volledig geconstrained variant worden zowel de positie-optimalisatie als de densification van Gaussians uitgeschakeld, waardoor elke splat exact op zijn initiële LiDAR-positie blijft staan. Dit levert een forensisch maximaal betrouwbaar model op, ten koste van visuele volledigheid in zones met beperkte LiDAR-dekking. Een uitgebreide parameterstudie onderzocht vervolgens tussenliggende configuraties, waarbij de interactie tussen de positie learning rate, de opacity learning rate, de opacity regularization en het MCMC-herplaatsingsmechanisme systematisch in kaart werd gebracht. De resultaten tonen aan dat een werkelijk compromis slechts beperkt haalbaar is: een gedeeltelijke vrijstelling van de positie-optimalisatie levert voor structurele elementen zoals wanden en vloer een aanvaardbare visuele kwaliteit op, maar biedt onvoldoende garantie voor dunne objecten met beperkte LiDAR-puntdichtheid. Op basis van de studie werden twee aanbevolen configuraties geformuleerd: één voor gebruik als visueel illustratiemateriaal voor rechters en jury's, en één als volledig geconstrained forensisch bewijsmiddel.

Aanvullend werd een forensische toolchain ontwikkeld die de integriteit van de reconstructie kwantitatief en visueel onderbouwt. De Lichtfeld Studio-module berekent per Gaussian een betrouwbaarheidsscore op basis van de afstand tot zijn initiële LiDAR-positie, en visualiseert deze als een groen-geel-rood kleuroverlay. Een hallucination mask maakt een binaire splitsing tussen originele en nieuw aangemaakte splats, met kleurcodering voor de mate van positionele drift. De juridische validatiemodule voert een kwantitatieve alignmentvalidatie uit op basis van RMSE en overlappercentage, en genereert een integriteitsgeborgd JSON-rapport met SHA-256-hashing over alle relevante velden, een gedocumenteerde chain of custody en een onafhankelijk verifieerbaar RFC 3161-tijdstempel. Tot slot werd een Electron-gebaseerde rechtbankviewer ontwikkeld die dit rapport omzet naar een formeel PDF-deskundigenverslag.

De evaluatie bevestigt dat Gaussian Splatting via de ontwikkelde constrained pipeline forensisch inzetbaar is, mits een duidelijk onderscheid wordt gehanteerd tussen het gebruik als illustratiemateriaal en het gebruik als geometrisch bewijsmiddel. In het laatste geval fungeert de Gaussian Splatting-reconstructie als visuele toelichting bij de LiDAR-puntenwolk, die als primaire meetreferentie bewaard en ingediend dient te worden. De ontwikkelde toolchain biedt de forensische praktijk een transparant en controleerbaar raamwerk om dit onderscheid procedureel te verankeren.
Meer lezen

Van abstracte data naar intuïtieve feedback: Het potentieel van Mixed Reality op de Meta Quest voor reanimatietraining binnen de geneeskunde.

HOGENT
2026
Dogukan
Uyanik
Traditionele reanimatietraining voor verpleegkundigen steunt vaak op externe 2D-interfaces voor feedback, wat leidt tot het split-attention effect. De hulpverlener moet hierbij de aandacht verdelen tussen de fysieke handeling op de reanimatiepop en een extern scherm, wat de cognitieve belasting verhoogt en de leercurve belemmert. Deze bachelorproef onderzoekt hoe Mixed Reality (MR) technologie dit proces kan optimaliseren door real-time, intuïtieve feedback direct in het gezichtsveld
van de gebruiker te projecteren. Het doel van dit onderzoek was de ontwikkeling van een Proof of Concept (PoC) op de Meta Quest 3, waarbij sensordata van een reanimatiepop in real-time wordt gevisualiseerd via een Unity-applicatie. Een significante technische barrière in dit proces was de gesloten aard van de beschikbare communicatieprotocollen. Hoewel de fabrikant eigen ecosystemen aanbiedt, ontbreekt een publiek toegankelijke en gedocumenteerde SDK die directe integratie met de Meta Quest 3 en de Unityomgeving mogelijk maakt. Daarnaast vormt de beperkte native ondersteuning voor Bluetooth Low Energy (BLE) binnen de standaard Unity-ontwikkelomgeving voor Android-gebaseerde headsets een extra hindernis.
Om dit probleem te overbruggen, is een diepgaand technisch onderzoek uitgevoerd
naar het communicatieprotocol van de pop. Door middel van reverse engineering
technieken waaronder het decompileren van officiële software en het analyseren van Bluetooth Low Energy (BLE) pakketjes via HCI snoop logs en Wireshark op een gerouteerd Android-toestel zijn de verborgen handshakes en datacharacteristics
ontcijferd. Het resultaat is een werkend prototype dat live sensordata (zoals compressiediepte en frequentie) vertaalt naar ruimtelijke visualisaties, waaronder een ghost avatar en een dynamisch reagerend hartmodel. De voorlopige resultaten van deze PoC tonen aan dat MR in staat is om de kloof tussen haptische ervaring en visuele feedback te dichten. Dit onderzoek legt hiermee de technische fundamenten voor een nieuwe generatie medische simulatietools die verpleegkundigen effectiever kunnen voorbereiden op kritieke levensreddende situaties.
Meer lezen

Theorie ontmoet praktijk: een innovatieve learning skid voor de techniekers van morgen

Hogeschool VIVES
2026
Henri
Vervenne
  • Quentin
    Mary
Tijdens onze bachelorproef ontwierpen en realiseerden we een traningsmodule rond motion control. Deze testopstelling wordt ingezet om techniekers op een praktijkgerichte manier inzicht te geven in de aansturing en positionering van bewegingen binnen een industriële omgeving. De learning skid ondersteunt door middel van een bijhorende e-learning een technische opleiding rond toepassingen met servomotoren, frequentieregelaars en asynchrone motoren.

Meer lezen

Twaalf punten om overtraining te spotten bij het volwassen sportpaard.

HOGENT
2026
Isaura
Deceuninck
Overtraining bij sportpaarden is een multifactorieel probleem dat ontstaat door een langdurige disbalans tussen trainingsbelasting en herstelcapaciteit. Aangezien training bij paarden in de praktijk nog vaak intuïtief wordt gestuurd, onderzocht deze bachelorproef hoe subjectieve parameters in combinatie met objectieve meetwaarden ingezet kunnen worden om overtraining vroegtijdig te detecteren. Dit gebeurde aan de hand van een literatuurstudie, alsook praktijkgericht onderzoek. Op basis van de literatuur werden gedragsmatige, welzijnsgerelateerde en fysiologische parameters geselecteerd en verwerkt in een afvinklijst met 10 vragen voor mogelijke overtraining. Deze lijst werd toegepast bij 15 sportpaarden die zich aanboden voor een inspanningstest in Dierenkliniek de Bosdreef. Aanvullend werd de afvinklijst geëvalueerd via retrospectieve casussen.
Dit resulteerde in een totale dataset van 150 antwoorden, 10 per individueel paard. Er was een sterke aanwezigheid van negatieve scores: er werd 137 keer ‘nee’ geantwoord (91,3%) versus 13 keer ‘ja’ (8,7%). Dit wijst erop dat de symptomen van overbelasting binnen de testpopulatie relatief schaars waren. De resultaten tonen wel aan dat de ontwikkelde afvinklijst een betrouwbaar model is voor signalering van mogelijke overtraining.
Paarden met een score van ≥4/10 vertoonden afwijkingen zoals een verlaagd pieklactaat, een langdurig verhoogde rusthartslag en rustademhaling, snellere vermoeidheid en/of prikkelbaarheid, exponentieel gewichtsverlies en verhoogde spierstijfheid. Er werd bij één paard binnen de testpopulatie een patroon van overtraining vastgesteld met een score van 7/10. Dit kon naast de afvinklijst geïllustreerd worden met een sterk verlaagd maximaal lactaatgehalte van slechts 4,4 mmol/L in contrast met het groepsgemiddelde van gezonde paarden van 13,6 mmol/L. Ook bevestigden de retrospectieve casussen dit beeld van de lactaattest curve.
Verdere validatie van de voorgestelde drempelscore en standaardisatie van detectiemethoden voor overtraining binnen grotere populaties blijft noodzakelijk.
Het sportpaard thuis monitoren met behulp van het opgemaakte model is essentieel om het welzijn en de prestaties van sportpaarden te waarborgen.
Meer lezen

Wie zorgt voor de sociaal werker? Een onderzoek naar de normalisering, onderrapportering en structurele aanpak van agressie en geweld binnen het sociaal werk

Erasmushogeschool Brussel
2026
Ans
Schoepen
Agressie en grensoverschrijdend gedrag tegenover sociaal werkers komen frequent voor
in het sociaal werkveld, maar worden in de praktijk nog te vaak genormaliseerd en
ondergerapporteerd. Deze bachelorproef onderzoekt waarom agressie-incidenten niet
systematisch worden gerapporteerd, welke rol normalisering hierin speelt en welke
drempels sociaal werkers ervaren om incidenten te melden. Aanleiding tot dit onderzoek
was het overlijden van een OCMW-medewerker in Gent tijdens een huisbezoek in
augustus 2025, een gebeurtenis die de kwetsbaarheid van sociaal werkers op scherp
stelde en vragen opriep over hoe de sector omgaat met veiligheid.

Vanuit een kwalitatieve onderzoeksaanpak werden tien semigestructureerde interviews
afgenomen bij sociaal werkers uit uiteenlopende werkvelden, waaronder bijzondere
jeugdzorg, politie, straathoekwerk, straatzorg en onderwijs. De data werden thematisch
geanalyseerd om zowel overeenkomsten als verschillen in ervaringen en organisaties in
kaart te brengen.

Uit de resultaten blijkt dat verbale agressie de meest voorkomende vorm is en het sterkst
onderhevig aan normalisering. Verbale agressie wordt frequent beschouwd als een
“uiting van onmacht” en daardoor als inherent aan het beroep. Fysieke agressie wordt
vaker gemeld, maar zelfs dan belemmeren factoren zoals werkdruk, zware caseload,
gebrek aan opvolging en de vrees om de hulpverleningsrelatie te schaden het effectief
meldgedrag. De organisatiecultuur speelt een cruciale rol. In teams met ruimte voor
supervisie en collegiale opvang wordt agressie beter bespreekbaar gemaakt en zijn
sociaal werkers weerbaarder. Beginnende medewerkers en stagiaires blijken bijzonder
kwetsbaar voor de normalisering.

De gevolgen van agressie reiken verder dan het individu. De gevolgen beïnvloeden het
professioneel handelen, de kwaliteit van de hulpverleningsrelatie en leiden op
organisatieniveau tot verhoogd ziekteverzuim en uitstroom. Preventie- en
nazorgmaatregelen bestaan, maar zijn sterk contextafhankelijk en niet overal even
structureel verankerd. De opleiding sociaal werk bereidt studenten bovendien
onvoldoende voor op het omgaan met agressie en onveiligheid in de praktijk.

Deze bachelorproef besluit dat een veilige werkomgeving voor sociaal werkers vraagt om
een gedeelde, structurele verantwoordelijkheid: van opleiding over organisatie tot
overheid. Agressie mag niet langer worden beschouwd als “part of the job”, maar dient
erkend, geregistreerd en structureel aangepakt te worden, met aandacht voor zowel de
fysieke als de mentale en emotionele veiligheid van de sociaal werker.
Meer lezen

De impact van digitalisering op zeevarend personeel

Antwerp Maritime Academy
2025
Wannes
De Witte
Deze masterscriptie onderzoekt hoe digitalisering de jobinhoud, het functioneren en het

welzijn van zeevarenden be ̈ınvloedt, met bijzondere aandacht voor fysieke, mentale, pro-
fessionele en sociale aspecten.

Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden, werd een mixed-methodsbenadering

toegepast: acht semigestructureerde diepte-interviews met negen respondenten uit ver-
schillende sectoren, aangevuld met een enquˆete (n = 78) onder voornamelijk Belgische

respondenten in brugfuncties. Alle interviews zijn getranscribeerd en thematisch gea-
nalyseerd met deductieve en inductieve codering. Triangulatie werd nadien toegepast

tussen de kwalitatieve inzichten en de kwantitatieve resultaten. Dit leverde 34 empirische
bevindingen op die systematisch werden verbonden met de literatuur.

De resultaten tonen aan dat digitalisering in de maritieme sector de effici ̈entie en veilig-
heid verhoogt, maar ook werkdruk en mentale belasting veroorzaakt. Meer schermtijd

correleert met lichamelijke klachten en slaapverstoring. De taakfocus verschuift naar
systeemtoezicht, met risico op verminderd situationeel bewustzijn en achteruitgang van
vakmanschap.
Dit vraagt om een ge ̈ıntegreerde aanpak die digitale competenties versterkt, werkdruk
bewaakt en vakmanschap waarborgt. Aandacht voor ergonomie, gezond schermgebruik
en digitale meldingen moet structureel ingebed worden via gerichte training, duidelijke
afspraken tussen wal en schip en een gedeelde cyberveiligheidscultuur. Deze scriptie werkt
dit uit in aanbevelingen voor toekomstig onderzoek.
Meer lezen

Baas in eigen hoofd

Vrije Universiteit Brussel
2025
Julie
Cuyx
Dit onderzoek verkent hoe vrouwen in Vlaanderen het abortusstigma ervaren en welke impact dit heeft op hun leven. Hoewel abortus in België sinds 1990 wettelijk toegestaan is onder bepaalde voorwaarden, blijft maatschappelijke stigmatisering bestaan. Deze vindt haar oorsprong in sociale, religieuze en morele overtuigingen, en beïnvloedt onder andere het psychologisch welzijn en sociale relaties van vrouwen. Het primaire doel van deze masterproef is om de uitingsvormen en impact van abortusstigma in kaart te brengen in een context waar tot heden vooral wettelijke aspecten aandacht kregen. Daarnaast wil het bijdragen aan een breder maatschappelijk bewustzijn en uiteindelijk aan het verminderen van stigma rond abortus. Aan de hand van diepte-interviews deelden tien vrouwen die een abortus ondergingen, hun ervaring met het stigma. Respondenten werden gerekruteerd via verschillende kanalen, waaronder vrouwenorganisaties, zorg- en begeleidingsnetwerken en sociale mediaplatformen. De resultaten tonen aan dat stigmatisering zich uit via oordelende reacties en subtielere vormen van sociale afwijzing. De psychologische impact komt naar voren in tijdelijke, maar soms intense gevoelens van schuld en schaamte, zelfs bij vrouwen die overtuigd waren van hun beslissing. Op sociaal vlak kan stigma relaties beschadigen of zelfs volledig verbreken. Als copingstrategieën kozen vrouwen voor geheimhouding, openheid of conflictvermijding. Deze studie toont aan dat abortusstigma in Vlaanderen zich uit in zowel expliciete als subtiele vormen, met aanzienlijke psychologische en sociale gevolgen voor vrouwen, ondanks de wettelijke acceptatie van abortus.
Meer lezen

Knowledge clips assisted instructions during English lessons

Odisee Hogeschool
2025
Tine
Vercauteren
Genomineerde longlist Klasseprijs
Deze bachelorproef onderzoekt het gebruik van kennisclips als didactisch hulpmiddel in het tweede jaar Engels (eerste graad, A-stroom) ter ondersteuning van het leren van grammatica. De studie is gebaseerd op de theorie van multimedia learning, die het gecombineerde gebruik van gesproken uitleg en visuele elementen benadrukt om het leerproces te versterken. Het onderzoek gaat na of kennisclips kunnen bijdragen aan een beter begrip en een verbeterde retentie van complexe grammaticale onderwerpen bij leerlingen. Op basis van de ontwerprichtlijnen uit de theorie van multimedia learning werd een checklist ontwikkeld om het ontwerp en de integratie van kennisclips in het lesonderdeel te ondersteunen. De resultaten tonen aan dat kennisclips grammatica lessen efficiënt kunnen ondersteunen, als ze goed ontworpen zijn, de checklist volgen en worden geïntegreerd in lessen met Generative Activities onder begeleiding van de leerkracht. Hoewel het onderzoek een beperkte reikwijdte heeft, suggereren de bevindingen dat een kennisclip-ondersteunde instructie ook toepasbaar en waardevol kan zijn in andere leerjaren en vakken binnen het secundair onderwijs, en zo een hulpmiddel biedt waarmee leerkrachten hun lespraktijk kunnen versterken.
Meer lezen

De invloed van de menstruatiecyclus op sportprestaties

Universiteit Gent
2025
Emma
De Naeyer
Deze masterproef onderzoekt de invloed van de menstruatiecyclus op sportprestaties bij Belgische eliteatletes. Hoewel internationale aandacht voor dit thema toeneemt, bleef het onderwerp in België tot nu toe grotendeels onontgonnen terrein.

Aan de hand van een online vragenlijst bij 81 vrouwelijke Belgische topsporters uit verschillende sporten werd nagegaan hoe zij hun menstruatiecyclus ervaren, welke klachten ze ondervinden en hoe open erover gecommuniceerd wordt binnen de sportcontext.

De resultaten tonen aan dat meer dan 90% van de atletes fysieke en mentale klachten ervaart voor of tijdens de menstruatie, en dat de helft regelmatig pijnstillers gebruikt om te kunnen presteren. Daarnaast werd een hoge prevalentie van menstruatiestoornissen vastgesteld. Opvallend is dat slechts één op drie atletes met haar coach over dit onderwerp spreekt; vooral in teamsporten blijft de drempel groot.

Het onderzoek benadrukt de nood aan meer open communicatie, educatie voor coaches en medische staf en begeleiding op maat, waarbij de menstruatiecyclus structureel wordt meegenomen in trainings- en wedstrijdplanning.

Deze bevindingen leveren waardevolle inzichten voor een meer genderbewuste benadering van topsport en dragen bij tot het doorbreken van een hardnekkig taboe binnen de sportwereld.
Meer lezen