Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Key drivers and motivations for joining and participating in agricultural marketing cooperatives: The impact of farm size

KU Leuven
2025
Jef
Desmedt
  • Ariël
    Verschueren
  • Laurens
    Fievet
This thesis investigates the motivations and barriers that shape farmers’ participation in agricultural marketing cooperatives, with a focus on how farm size influences these dynamics. While established literature highlights economic, social, and governance-related drivers of participation, less is known about how these are perceived and prioritised by farmers of varying scales. Drawing on the Mutual Incentives Theory and elements of Self-Determination Theory, this study uses qualitative interviews with a diverse group of Flemish fruit and vegetable producers to explore motivational variation. Findings show that smaller farmers often highlight the cooperative’s stabilising role and deem their membership as critical, while larger farmers adopt a more strategic stance, valuing efficiency, autonomy, and access to alternative sales channels. Furthermore, the study reveals how collectivistic incentives, such as shared goals, are frequently internalised as individual business advantages. Ambitious, growth-oriented farmers, in particular, reported tensions between their entrepreneurial drive and the cooperative’s collective framework. This study contributes to the literature in three ways: by documenting how member motivations are interpreted through the lens of farm scale; by refining theoretical models of participation to account for strategic constraints; and by highlighting how motivation is shaped by context-specific perceptions, not fixed categories. These insights provide a more nuanced understanding of cooperative participation and offer broader relevance for motivation theory in collective organisational forms.
Meer lezen

Reframing Security in the Age of CLIMATE REfugees, A Comparative Study of Syria and Bangladesh Through Security Perspectives

Universiteit Gent
2025
ilkay
kesebir
This thesis examines how climate change reshapes security and mobility by comparing two distinct pathways of climate-related displacement: rapid-onset drought and agricultural collapse in Syria, and slow-onset sea-level rise and salinization in Bangladesh. Building on Environmental Security, Human Security, and Securitization Theory, the study argues that these frameworks illuminate important mechanisms—such as climate change as a “threat multiplier” and the political construction of (in)security—but remain limited by state- and anthropocentric assumptions. To address these limits, the thesis advances a Green Theory–informed perspective that centers ecological integrity and climate justice as core security referents. Methodologically, the research employs a comparative case design with process-tracing and pattern-matching across secondary data (peer-reviewed studies, attribution science, displacement statistics, and policy reports). The Syria case links multi-year drought, rural–urban migration, and governance failures to heightened social unrest and onward displacement. The Bangladesh case shows how chronic inundation, salinity intrusion, and livelihood erosion generate primarily internal, incremental mobility with long-term human security risks. Cross-case synthesis demonstrates convergent vulnerabilities (exposure, adaptive capacity, and institutional response) alongside divergent temporal dynamics and policy needs. The thesis contributes in two ways: empirically, by integrating visual and quantitative evidence on climate impacts and mobility patterns across contrasting contexts; and normatively, by proposing elements of a sui generis protection regime for climatedisplaced persons (eligibility criteria for planned relocation, responsibility-sharing formula, and dedicated financing and monitoring). Overall, it reframes security in the Anthropocene toward ecocentric and justice-oriented protection that better aligns with the lived realities of climate-affected populations.
Meer lezen

The Role of Coffee Cooperatives in the Socio-Economic Transition of Rebel Returnees in Sulu, Southern Philippines

Universiteit Gent
2025
Moh. Shanizee
Sarabi
Reintegrating former rebels into civilian life remains a major challenge in post-conflict societies, where sustainable livelihoods and social cohesion are essential for long-term peace. The Philippines is one of the most conflict-affected countries in the world, sharing the 29th spot with Afghanistan and ranks second in ASEAN after Myanmar. The Bangsamoro Autonomous Region in Muslim Mindanao (BARMM) in the southern Philippines has been particularly affected by decades of armed conflict and
institutional weaknesses, notably in provinces such as Sulu. In response, the Philippine government is promoting the integration of returnees into coffee cooperatives as part of its peace and reintegration strategy. Despite persistent volatility, the BARMM, particularly Sulu province, has emerged as one of the country’s leading coffee-producing regions contributing over a quarter of national production and providing a strategic pathway to economic recovery. It is therefore crucial to understand how these cooperatives contribute to both livelihoods and social reintegration. This study examines how membership in a coffee cooperative is associated to the socio-economic transition of rebel returnees in Sulu. Based on the Disarmament, Demobilization, and Reintegration (DDR) framework and social capital theory, a comparative cross-sectional design with survey data from 101 returnees was used. Through regression analysis and structural equation modelling, we show that membership in a cooperative is associated with higher productivity, financial stability, and stronger social capital, even if infrastructural challenges, conflict vulnerabilities, governance, and market difficulties persist. The study demonstrates how locally rooted cooperatives can transform conflict legacies into peace dividends that foster economic gains, social cohesion, and inclusive development. These findings highlight the potential of cooperatives as a pathway for durable socio-economic transitions in fragile contexts. Moreover, the study underscores the importance of targeted support, capacity building, and improved market access to enable returnee cooperatives to fully realize their role in promoting sustainable livelihoods, facilitating social reintegration, and contributing to lasting peace.
Meer lezen

Nieuw kapitalisme: Juridische middelen om kapitaal te sturen naar ESG bedrijven

Vrije Universiteit Brussel
2025
Sara
Faes
Genomineerde shortlist NBN Sustainability Award
Mijn masterproef omvat een onderzoek naar welke ESG criteria reeds zijn opgenomen in de Belgische Corporate Governance Code en hoe deze laatste kan worden verbeterd opdat ESG de nieuwe bedrijfsfilosofie wordt.
Meer lezen

Mapping Memory: Colonial Street Names and Public Memory in Belgium

Andere
2025
Lotte
Claerhout
Deze masterproef onderzoekt hoe België omgaat met de herinnering aan zijn koloniale verleden via straatnamen die nog steeds verwijzen naar het koloniale tijdperk. Aan de hand van zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden wordt nagegaan waar deze straatnamen voorkomen, welke types namen het zijn en in welke politieke context ze behouden of hernoemd werden.

Op basis van gegevens uit de drie gewesten brengt het onderzoek in kaart welke koloniale straatnamen bleven bestaan, welke verdwenen en hoe die beslissingen samenhangen met lokale en institutionele factoren.

Een diepgaande analyse van vijf Vlaamse gemeenten (Balen, Dendermonde, Gent, Mechelen en Kortrijk) toont aan dat bijna alle bevestigde hernoemingen sinds 2002 gericht waren op verwijzingen naar koning Leopold II. Opvallend genoeg vonden deze naamsveranderingen uitsluitend in Vlaanderen plaats, wat wijst op duidelijke regionale verschillen in de omgang met het koloniale verleden.

Door koloniale sporen in de publieke ruimte letterlijk op de kaart te zetten, laat deze studie zien hoe België vandaag zijn verleden herinterpreteert en hoe discussies over identiteit, verantwoordelijkheid en historische rechtvaardigheid daarin een rol spelen.
Meer lezen

Political connections, corruption and road traffic safety: a Russian case study

Universiteit Gent
2025
Seppe
Van Den Berge
Een onzichtbaar sociaal mechanisme kwam aan het licht. Dat was geen evidente opdracht, want de gegevens om nepotisme of vriendjespolitiek aan te tonen zijn schaars, van wisselende kwaliteit en bovendien gevoelig. Toch leveren grote, ongefilterde datasets onverwachte schatten op. In mijn datagedreven thesis gebruik ik Russische cijfers om nepotistische effecten op te sporen in een nieuw domein: het verkeer. Een terrein dat tot nu toe grotendeels buiten het onderzoek naar nepotisme bleef, dat zich vooral op de arbeidsmarkt richtte.
Meer lezen

Ontwerp en regeling van een hoppende robot met serieel gekoppelde actuatoren

Universiteit Gent
2025
Eline
De Groote
Humanoïde robots moeten in staat zijn om te navigeren op complex, ongestructureerd terrein, wat actuatoren vereist met een hoge koppeldichtheid en een sterke schokbestendigheid, evenals robuuste besturingsstrategieën voor stabiele voortbeweging.

Dit werk presenteert het ontwerp en de besturing van een hopper dat een humanoïde-been nabootst, met behulp van nieuw ontwikkelde serieel gekoppelde actuatoren. Het doel is om een onderbestuurd 3-DOF-been te creëren met verbeterde impactresistentie en springprestaties in vergelijking met state-of-the-art systemen.

Het resulterende been van 13,62 kg en 0,9 m integreert op maat gemaakte transmissie- en sensorsystemen. Er wordt een driefasige besturingsstrategie gebruikt: PD-besturing tijdens de vlucht, impedantiebesturing tijdens het bufferen en energy shaping tijdens het opstijgen.

Simulatie en experimentele validatie tonen aan dat lineaire railwrijving een aanzienlijke invloed heeft op de prestaties. Een experiment om de wrijving te schatten leverde een dimensieloze springhoogte van 1,28 op. Opvallend is dat het been een dimensieloze stijfheid van 14,25 bereikte onder impedantiebesturing, wat wijst op een verbeterde schokbestendigheid.
Meer lezen

Naar een territoriaal verankerde landbouw: De rol van slachthuisinfrastructuur als gedeelde en strategische voorziening

Universiteit Gent
2025
Basiel
Van Rillaer
Deze masterproef onderzoekt de rol van slachthuisinfrastructuur in de territoriale verankering van landbouw. Slachthuizen worden doorgaans gezien als technische voorzieningen, maar in werkelijkheid bepalen ze in hoge mate hoe voedselproductie georganiseerd wordt, wie toegang heeft tot verwerking en hoe producenten en consumenten met elkaar verbonden blijven. De centrale onderzoeksvraag luidt: hoe hebben slachthuisinfrastructuren bijgedragen aan de verankering van landbouw in haar territorium, welke transformaties hebben geleid tot hun ontkoppeling, en onder welke voorwaarden kan herterritorialisering plaatsvinden?
De relevantie van dit onderzoek ligt in de hedendaagse context. Terwijl de vraag naar korte ketens, dierenwelzijn en duurzame voedselvoorziening groeit, verdwijnen kleinschalige slachthuizen of worden ze opgeschaald tot industriële complexen. Dit creëert knelpunten voor boeren die niet in dat grootschalige model passen en ondermijnt de veerkracht van lokale voedselnetwerken. Slachthuizen vormen zo een vaak vergeten, maar cruciale schakel in de transitie naar duurzamere landbouwsystemen.
Methodologisch steunt de studie op vijf casestudy’s die verschillende vormen van slachthuisinfrastructuur in beeld brengen: de thuisslachter Erik De Vogelaere, Slagerij Vande Walle, het private slachthuis Matanza, de coöperatie WAPICOWP en de mobiele slachtunit voor pluimvee. Via interviews, historische analyse en beleidskaders worden deze praktijken onderzocht. De vergelijking resulteert in een typologie met vier hoofdtypes: geïntegreerd ambachtelijke infrastructuur, private slachthuizen met gedeeld gebruik, mobiele slachtunits en coöperatieve modellen. Deze typologie toont dat slachthuisinfrastructuren zich bewegen in een spanningsveld tussen schaalvergroting en lokale verankering, privaat ondernemerschap en collectieve organisatie, formele regelgeving en informele praktijken.
De cases laten zien dat kleinschalige infrastructuur kan overleven wanneer bepaalde randvoorwaarden aanwezig zijn, zoals familiale opvolging, ondernemerschap, sterke lokale netwerken of gedeeld eigenaarschap. Tegelijkertijd blijkt dat deze voorwaarden uitzonderlijk zijn en niet vanzelfsprekend reproduceerbaar. Beleidsmatig betekent dit dat de toekomst van kleinschalige infrastructuur niet enkel kan afhangen van toeval of familiale continuïteit, maar dat actieve ondersteuning noodzakelijk is. Herterritorialisering vraagt om randvoorwaarden zoals regelgeving op maat, institutionele steun en maatschappelijke herwaardering van voedselproductie.
Het besluit van deze masterproef is dat slachthuisinfrastructuur méér is dan een technische schakel: ze is een strategische en gedeelde voorziening die bepaalt hoe landbouw lokaal verankerd kan blijven. Herterritorialisering is daarbij geen terugkeer naar het verleden, maar een hedendaagse strategie om landbouwsystemen veerkrachtiger, duurzamer en sociaal rechtvaardiger te maken.
Meer lezen

Investor protection in ESG ratings: A law and economics approach

KU Leuven
2025
Aline
Soenen
Duurzaamheid speelt vandaag de dag een sleutelrol in de financiële wereld, en roept tegelijk veel vragen op. ESG-ratings worden steeds vaker gebruikt door investeerders, terwijl de betrouwbaarheid en de transparantie ervan niet altijd gegarandeerd zijn. Deze masterthesis analyseert de agency kosten in verband met ESG-ratings. Daarnaast wordt de recente Europese regulering onder de loep genomen om te evalueren of deze adequaat is voor het aanpakken van de huidige uitdagingen, met nadruk op beleggersbescherming. Tot slot worden aanbevelingen gedaan voor verbeteringen in het proces.
Meer lezen

Van koloniaal verleden naar inclusieve toekomst: De rol van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in de herwaardering en versterking van Congolees Immaterieel Cultureel erfgoed

Universiteit Antwerpen
2025
Ruth Iyombe
Busano
Cultureel erfgoed omvat meer dan objecten en kunstwerken; ook immaterieel cultureel erfgoed (zoals rituelen, muziek, orale tradities en ambachten) speelt een cruciale rol in de beeldvorming van gemeenschappen. Toch krijgt dit immateriële aspect vaak minder aandacht binnen museale contexten en restitutiedebatten, waar de focus doorgaans ligt op materiële collecties. Deze masterproef onderzoekt hoe het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (AfricaMuseum) kan bijdragen aan de herwaardering en versterking van Congolees immaterieel erfgoed, in het bijzonder binnen de actuele context van dekolonisatie, restitutie en maatschappelijke kritiek.
Het onderzoek combineert deskresearch, beleidsanalyse, literatuurstudie en interviews met diverse stakeholders, waaronder de Congolese diaspora. In de analyse wordt ingegaan op de historische rol van het museum, de huidige strategieën rond immaterieel erfgoed en de percepties van verschillende betrokken actoren.
De conclusies benadrukken dat een toekomstgerichte rol voor het AfricaMuseum enkel mogelijk is door het versterken van partnerschappen met Congolese gemeenschappen, het bieden van ruimte voor immateriële praktijken en het uitbouwen van inclusieve beleidsprocessen. Deze studie draagt zo bij aan het bredere debat rond dekolonisering van musea en sluit aan bij internationale kaders zoals de UNESCO 2003 Conventie voor het borgen van immaterieel erfgoed en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen, in het bijzonder SDG 11, 16 en 17.
Meer lezen

Denken of doen over de auto: Mindset-analyse van stadsplanners tijdens de heropbouw van Antwerpen (1940-1973)

KU Leuven
2025
Lenn
De Buysscher
Deze scriptie onderzoekt de evolutie van de gedachten van stadsplanners tijdens de heropbouw van Antwerpen in de periode 1940 tot 1973. Daarbij heeft deze scriptie specifieke aandacht voor de auto en bijhorende ontwikkelingen. Dit onderzoek gebruikt daarvoor bronnen uit het Felixarchief, het Vlaams Architectuur Instituut, het Rijksarchief te Antwerpen en verschillende bibliotheken van KULeuven. Die bronnen tonen via een close reading aan dat de gedachten van de stadsplanners doorheen de jaren heen evolueerden. Die evolutie was weliswaar niet rechtlijnig en verschillende elementen zoals stedelijk groen of historische monumenten kregen, afhankelijk van de periode, meer of minder aandacht binnen de gedachten van stadsplanners. Daarnaast beïnvloedde een combinatie van verschillende internationale tendensen de gedachten van de stadsplanners. Hun gedachten waren namelijk eerder een combinatie van verschillende invloeden uit andere landen zoals Groot-Brittannië, Duitsland of de Verenigde Staten.
Meer lezen

De faciliterende rol van lokale besturen in inclusieve co-creatie: een vergelijkende casestudie van co-creatieprojecten in twee Vlaamse steden

KU Leuven
2025
Ella
Hermans
Lokale besturen spelen een sleutelrol in het creëren van een inclusieve samenleving. Toch ervaren kwetsbare groepen, zoals mensen in armoede, migranten, laaggeletterden en digitaal uitgesloten personen, vaak drempels om deel te nemen aan beleid en dienstverlening. Taalbarrières, wantrouwen en beperkte digitale vaardigheden zorgen ervoor dat hun stem minder gehoord wordt, terwijl hun betrokkenheid net cruciaal is om uitsluiting en ongelijkheid tegen te gaan.

Deze scriptie onderzoekt hoe inclusieve co-creatie vorm krijgt in Vlaanderen, via een vergelijkende casestudie in Genk en Beringen. Beide steden zetten sterk in op participatie, maar kiezen daarbij voor uiteenlopende strategieën. Genk werkt vanuit formele structuren met participatieambtenaren, wijkmanagers en instrumenten zoals het 'Burgerbudget'. Beringen kiest voor een relationele aanpak, waar nabijheid en vertrouwen centraal staan, en intermediairs zoals SAAMO Limburg bruggen bouwen naar moeilijk bereikbare groepen.

De analyse toont dat er geen universele succesformule bestaat. Duurzame co-creatie vraagt een geïntegreerde aanpak waarin structuren, netwerken, cultuur en middelen elkaar versterken. Een ondersteunende organisatiecultuur met vertrouwen, flexibiliteit en gedeeld leiderschap blijkt onmisbaar. Tegelijk zijn middelen zoals tijd, budget en expertise noodzakelijke voorwaarden om participatiedrempels daadwerkelijk te verlagen.

De kracht van co-creatie ligt dus in de combinatie van stabiliteit en nabijheid. Lokale besturen kunnen leren door structurele participatieverankering te koppelen aan relationele netwerken die aansluiten bij de leefwereld van burgers. Co-creatie wordt zo meer dan een methode: het is een proces van geduld, empathie en langdurige inzet, met het potentieel om inclusie in beleid en dienstverlening effectief te versterken.
Meer lezen

Hoe komt Just Resilience aan bod in klimaatadaptatiebeleid? Een analyse van procedurele rechtvaardigheid in Belgisch waterbeheerbeleid

Universiteit Gent
2025
Eva
Shaw
Naarmate de klimaatverandering toeneemt, wint het concept Just Resilience aan terrein als een benadering die rechtvaardigheid wil integreren in klimaatadaptatie. Deze thesis onderzoekt één belangrijke dimensie van Just Resilience: procedurele rechtvaardigheid, die betrekking heeft op de eerlijkheid en inclusiviteit van beleidsprocessen.

Met België als casus, een land dat geconfronteerd wordt met toenemende, aan water gerelateerde klimaatuitdagingen, onderzoekt de studie in welke mate procedurele rechtvaardigheid is ingebed in het waterbeheerbeleid, met bijzondere aandacht voor twee kwetsbare groepen: landbouwers en personen met een lage sociaaleconomische status.

Via een mixed-methods benadering, die documentanalyse combineert met semigestructureerde interviews op verschillende bestuursniveaus, beoordeelt het onderzoek hoe de belangrijkste indicatoren van procedurele rechtvaardigheid (i.e, participatie, inclusie, transparantie, consistentie, ethiek/vertrouwen en erkenning van impact) zowel in theorie als in de praktijk worden toegepast.

De bevindingen tonen aan dat, hoewel beleidskaders en -documenten procedurele rechtvaardigheid soms in principe erkennen, de feitelijke uitvoering beperkt en gefragmenteerd blijft. Kwetsbare groepen worden onvoldoende betrokken bij het vormgeven van het beleid dat hen het meest raakt. Deze beperkte betrokkenheid neemt vaak de vorm aan van symbolische of eenmalige consultaties, zonder wezenlijke invloed of blijvende deelname.
Daardoor ontstaat een kloof tussen formele toezeggingen rond participatie en de daadwerkelijke ervaringen van de meest getroffen groepen, wat wijst op een blijvende procedurele lacune binnen het waterbeheer en, ruimer gezien, binnen het klimaatadaptatiebeleid.

De thesis concludeert dat het dichten van deze kloof vraagt om sterkere participatiestructuren en een betekenisvollere betrokkenheid van kwetsbare groepen gedurende het volledige beleidsproces. Ze eindigt met een oproep tot een diepere ethische en politieke inzet voor werkelijk inclusieve klimaatadaptatie.
Meer lezen

Oranje tegen Bonaparte. De Napoleontische mythe en het bonapartisme in de Zuidelijke Nederlanden (1815-1831)

KU Leuven
2025
Tuur
Porters
In deze scriptie onderzocht ik de ontwikkeling van de Napoleontische mythe en het bonapartisme in de Zuidelijke Nederlanden tussen 1815 en 1831. Ik legde daarbij de focus op de verhouding tussen die twee fenomenen, die door verschillen maar ook vele gelijkenissen gekenmerkt werden, maar ook op de houding van de Nederlandse overheid tegenover die napoleontische sentimenten.
Meer lezen

Meer dan marktwaarde: strategisch grondbeleid als hefboom voor sociale huisvesting in Gent

Universiteit Gent
2025
Annelien
Nevens
Deze masterproef onderzoekt hoe Gent haar sociale huisvesting kan versterken via actief grondbeleid. Centraal staan twee actieve grondbeleidstrategieën: het voorkooprecht en land value capture. Via een mix van theoretische analyses, interviews en casestudies van kleinschalige projecten en grootschalige ontwikkelingen wordt onderzocht hoe deze strategieën sociale woningen opleveren en bijdragen aan architecturale, ruimtelijke en sociale kwaliteit.

De thesis toont dat actief grondbeleid een hefboom vormt voor sociale huisvesting in Gent, maar dat de slagkracht beperkt blijft door het ontbreken van een overkoepelende strategie en een beperkte institutionele inbedding. Het voorkooprecht ondersteunt kleinschalige, kwalitatief sterke projecten, terwijl land value capture sociale woningen integreert in grootschalige projecten. Beide instrumenten dragen bij aan een evenwichtige spreiding van sociale woningen en versterken de integratie, kwaliteit en leefbaarheid van het stadsweefsel.
Meer lezen

'Dits den ontfanc van ghildezusters': Een prosopografie van de vrouwen uit de librariërsgilde in vijftiende-eeuws Brugge.

Universiteit Gent
2025
Femke
Goedseels-Kloeck
In de rekeningen van de vijftiende-eeuwse librariërsgilde – de beroepgsgroepering van de boekproducenten – verschijnen minstens 216 vrouwennamen. Omdat gilden doorgaans mannenbastions waren en vrouwen niet economisch actief waren in het gildensysteem is dit een zeer unieke bron. Een diepgaand onderzoek waarbij deze namen in verscheidene archiefstukken werden opgezocht bracht een nieuwe informatie aan het licht over vrouwelijke kunstenaars in de middeleeuwse Nederlanden. Deze masterthesis toonde aan dat de vrouwen uit de Brugse librariërsgilde een grotere rol speelde in de bloeiende manuscriptenkunst dan voorheen gedacht.
Meer lezen

Gent tussen republiek en reconciliatie. Een vergelijkende analyse van de voorgeboden uitgevaardigd tijdens de Gentse Calvinistische Republiek en na de reconciliatie met Filips II (1581-87)

Universiteit Gent
2025
Jens
Van Mieghem
Een vergelijkende analyse van het regelgevend beleid van het Gentse stadsbestuur tijdens de Gentse calvinistische republiek en na de reconciliatie met Filips II, zoals veruitwendigd in de voorgeboden. De focus ligt op 3 grote beleidsdomeinen: politieke en militaire regelgeving, religieuze regelgeving en economische en fiscale regelgeving. Daarbij is er telkens aandacht voor de in de voorgeboden uitgevaardigde normen, de betrokken autoriteiten bij de totstandkoming en de retoriek in de voorgeboden.
Meer lezen

In-between Demolition and Reuse: Actor Networks and Urban Logistics of Salvaged Materials between 1880-1960

Vrije Universiteit Brussel
2025
Liese
Van Holen
Wat vandaag een innovatieve uitdaging lijkt – het hergebruik van materialen – was tot het midden van de 20ste eeuw een vanzelfsprekende praktijk in de bouwsector. Pas daarna raakte dit hergebruik steeds versnipperd en minder goed georganiseerd. Cruciale momenten in dit proces zijn de opslag en verkoop van materialen tussen afbraak en hergebruik. Juist in die tussenfase wordt het zichtbaar hoe hergebruik in de praktijk werd georganiseerd en wie erbij betrokken was.

Deze scriptie toont aan hoe opslag en verkoop van afbraakmaterialen historisch gezien systematisch werden georganiseerd. Naast grote stadsdepots en private depots, werden ook toevallige open ruimtes benut om afbraakmaterialen op te slaan. Vaak werden gerecupereerde materialen zelfs rechtstreeks gesorteerd op de afbraakwerf. Dit vergemakkelijkte het uiteindelijke doel, efficiënte en snelle verkoop van gerecupereerde materialen.

Het historische hergebruiksproces waarbij elke open plek in de stad als potentiële opslagruimte diende, kan inspiratie bieden voor hedendaagse circulaire hubs en logistieke modellen. De scriptie benadrukt bovendien dat uitdagingen rond opslag en verkoop niet onderschat mogen worden. Uit analyse van historisch hergebruik blijkt namelijk dat opslag en verkoop een onmisbare rol speelden. Zodra deze processen veranderden, verdween het systematische hergebruik.

Naast de hergebruiksprocessen maken ook de betrokken stakeholders duidelijk waarom materialen systematisch werden hergebruikt. Ze deden dit om economische, pragmatische of kunsthistorische redenen. Zo ging de stad bijvoorbeeld systematisch tewerk met regelgeving en stadsdepots voor het behoud erfgoedelementen. Aannemers daarentegen, waren vooral op zoek naar de meest winstgevende manier om een afbraakproject te organiseren. Ook kleinere spelers droegen bij aan de waardering van hergebruiksmaterialen. Antiquairs zochten bijvoorbeeld naar elementen die zij aan een cultureel cliënteel konden verkopen, een praktijk die vandaag nog steeds herkenbaar is op rommelmarkten en in antiekwinkels.

Met een vernieuwend analytisch kader onderzoekt deze scriptie de circulariteit van hergebruiksmaterialen. Door processen en actoren in kaart te brengen, wordt duidelijk hoe we afbraakmaterialen kunnen leren herwaarderen. De studie biedt daarmee belangrijke inzichten in de evolutie van een historisch circulaire bouwsector naar de huidige stand van zaken.

Door te begrijpen hoe hergebruik vroeger structureel was georganiseerd, krijgen we ideeën om dit opnieuw een vanzelfsprekende plaats te geven in de bouwsector van de toekomst.
Meer lezen

Genetische kennis in de opleiding geneeskunde: het ontwikkelen van een vragenlijst die peilt naar de zelfgepercipieerde en feitelijke kennis bij laatstejaarsstudenten geneeskunde.

Universiteit Gent
2025
Emilia
Flyps
Probleemstelling: De snelle vooruitgang in genetisch onderzoek en de toenemende integratie van genetische toepassingen in de eerstelijnszorg stellen hoge eisen aan de kennis en competenties van toekomstige artsen. Hoewel genetica is opgenomen in het Vlaamse geneeskundecurriculum, blijft onduidelijk in welke mate laatstejaarsstudenten beschikken over voldoende feitelijke genetische kennis en in hoeverre hun zelfinschatting hiermee overeenkomt. Psychologische factoren zoals motivatie en zelfeffectiviteit kunnen hierin een rol spelen, maar worden zelden in samenhang onderzocht.
Methode: In deze masterpraktijkproef werd een vragenlijst ontwikkeld die peilt naar zelfgepercipieerde en feitelijke genetische kennis bij Vlaamse laatstejaarsstudenten geneeskunde. Daarnaast bevat het instrument metingen van motivatie, zelfeffectiviteit en zekerheidsinschatting. Het onderzoek heeft een kwantitatief, cross-sectioneel ontwerp en richt zich uitsluitend op de constructie en theoretische onderbouwing van het meetinstrument. De inhoud is gebaseerd op bestaande gevalideerde instrumenten, waaronder de International Genetic Literacy and Attitudes Survey (iGLAS), de General Self-Efficacy Scale (GSES) en de Intrinsic Motivation Inventory (IMI). De afname en data-analyse maken geen deel uit van deze masterpraktijkproef, maar kunnen plaatsvinden in vervolgonderzoek.
Resultaten en Conclusie: Het eindresultaat is een theoretisch onderbouwd en praktijkgericht meetinstrument dat genetische competenties benadert vanuit zowel inhoudelijke als psychologische invalshoeken. Door de integratie van diverse cognitieve niveaus en inhoudsdomeinen biedt de vragenlijst een breed inzetbaar kader voor toekomstig onderzoek naar genetische kennis bij geneeskundestudenten. Het instrument is beschikbaar in het Nederlands en het Engels en is klaar voor vervolgonderzoek.
Meer lezen

De toetsingsintensiteit van de Raad van State bij beperkingen op fundamentele rechten en vrijheden

Universiteit Gent
2025
Tristan
Deleersnyder
Deze masterscriptie onderzoekt de mate van toetsingsintensiteit van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak wanneer beperkingen van fundamentele rechten en vrijheden aan de orde zijn. De centrale onderzoeksvraag werd opgesplitst in drie deelvragen: (i) wat is de variërende toetsingsintensiteit van de Raad van State (ii) welke factoren verklaren een terughoudende toets, en (iii) welke omstandigheden leiden tot een meer indringende toetsing. Er werden 109 arresten geanalyseerd die in de voorbije tien jaar zijn uitgesproken. Daarbij werd zowel de structurele als de epistemologische toetsingsintensiteit onderzocht, met andere woorden: enerzijds welke
voorwaarden worden gesteld aan beperkingen van fundamentele rechten en vrijheden, en anderzijds in welke mate de Raad deze voorwaarden inhoudelijk toetst.
Uit de analyse blijkt dat de Raad van State zich ook in zaken omtrent fundamentele rechten en vrijheden doorgaans terughoudend opstelt. De proportionaliteitstoets wordt meestal ingevuld via het gebruikelijke redelijkheidsbeginsel. In tien arresten paste de Raad enkel de ‘kennelijk-niet onevenredigheidscontrole’ toe, al werd in uitzonderlijke gevallen ook een striktere toets gehanteerd.
Meer lezen

Familiale vermogensplanning via een maatschap

Hogeschool West-Vlaanderen
2025
Jari
Diet
Deze bachelorproef onderzoekt de maatschap als instrument binnen familiale vermogensplanning. De centrale vraag luidt hoe deze rechtsvorm optimaal kan worden ingezet om vermogen fiscaal voordelig en juridisch sluitend over te dragen naar de volgende generatie, zonder dat de ouders hun controle volledig verliezen.

Het theoretische luik schetst eerst het juridische kader: de oprichting, werking en beëindiging van een maatschap, met bijzondere aandacht voor de contractuele vrijheid, stemrechten, de rol van de zaakvoerder en de vereisten rond boekhouding en administratieve verplichtingen. Vervolgens worden de fiscale aspecten geanalyseerd, waaronder de erfbelasting, de toepassing van de antimisbruikbepaling en de spanningslijn tussen controle en overdracht. Ook alternatieve technieken, zoals de beheersvolmacht, worden besproken.

In het praktijkgedeelte wordt een casus uitgewerkt waarbij een gezin zijn effectenportefeuille overdraagt via een maatschap. De financiële vergelijking toont dat een zorgvuldig uitgewerkte maatschap een aanzienlijke besparing in erfbelasting oplevert, oplopend tot bijna €188.000, ondanks de oprichtings- en begeleidingskosten.

De thesis besluit dat de maatschap een krachtig en flexibel instrument blijft binnen familiale vermogensplanning. Wel is maatwerk onmisbaar: overmatige controle door de ouders kan leiden tot fiscale herkwalificatie en nadelige gevolgen. Met de juiste balans tussen controle en afstand biedt de maatschap families een duurzame en fiscaal voordelige manier om hun vermogen over te dragen.
Meer lezen

L'Agiatissimo Madonna dell'Arcadia: Bianca Laura Saibante and the Arcadian inspiration of the Accademia Roveretana degli Agiati

KU Leuven
2025
Aurélie
Lemmens
Deze thesis onderzoekt de evolutie in de toelating en deelname van vrouwen aan literair-wetenschappelijke academies tijdens het Italiaanse primo Settecento, te beginnen met het wettelijke precedent dat werd geschapen door de Arcadia Academie in 1700. Om de impact van de nationale literaire academie op het intellectuele leven van vrouwen verder toe te lichten, biedt deze thesis een vergelijkende, microhistorische casestudy van de rol van Bianca Laura Saibante bij het integreren van Arcadische principes in de Tiroolse context tijdens de vormingsjaren van de Accademia Roveretana degli Agiati (1750-1756). Aan de hand van grondwetten, ledenlijsten, anthologieën en academische sessies reconstrueert de thesis het vroege bestuur, het toelatingsbeleid en de toelatingsprocedures, evenals de academische output van beide Academies, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de deelname en publieke vertegenwoordiging van vrouwen. Tegen deze achtergrond traceert de thesis een evolutie van de symbolische vermelding van vrouwen in ledenlijsten naar hun officiële bijdrage aan academisch leiderschap en literair-intellectuele output, en onthult daarmee de tot nu toe onderschatte invloed van de Arcadia Academie bij het vormgeven van deze veranderingen. Gezien de aanhoudende debatten over de actuele noodzaak van gendergelijkheid in de academische wereld, biedt een persoonlijk interview met de huidige voorzitster van de Agiati Academie, Patricia Salomoni, een hedendaags perspectief op de erfenis van vrouwen uit de Verlichting, waarbij zowel belangrijke vooruitgang als aanhoudende uitdagingen worden belicht. Door het verleden in dialoog te brengen met het heden, benadrukt de thesis de continuïteit van de centrale rol van vrouwen binnen (Italiaanse) academische kringen waarmee ook de actuele waarde van deze geschiedenis bevestigd wordt.
Meer lezen

Bouwen aan vertrouwen: de wisselwerking tussen politie en socio-preventieve actoren in de strijd tegen radicalisering in West-Vlaanderen

Universiteit Gent
2025
Zoë
Bouttry
Inleiding en literatuuroverzicht
Sinds 9/11 is de beleidsaandacht voor radicalisering aanzienlijk toegenomen. In België leidde dit tot de oprichting van een multidisciplinair coördinatieorgaan, dat zowel preventieve als repressieve benaderingen hanteert. Vertrouwen wordt daarbij gezien als de sleutel tot succesvolle samenwerking en effectieve resultaten. Het is dan ook cruciaal om te onderzoeken hoe vertrouwen wordt opgebouwd en hoe mogelijke barrières daarbij worden aangepakt. De context waarin deze coördinatie plaatsvindt, kan bovendien beïnvloed worden door uiteenlopende factoren, zoals politieke dynamieken, bevolkingsgroei en casusgebonden verschillen. De specifieke impact van deze factoren is echter nog niet onderzocht in Vlaanderen. Dit onderzoek heeft tot doel beide elementen te bestuderen door de volgende onderzoeksvraag te beantwoorden:
‘Hoe beïnvloedt het niveau van vertrouwen tussen politie en socio-preventieve actoren de effectiviteit van hun samenwerking bij de preventie van radicalisering in gemeenten in West-Vlaanderen?’

Methodologie
Deze masterproef maakt gebruik van semigestructureerde, kwalitatieve interviews. In totaal werden tien interviews afgenomen, waarvan de transcripties nadien geanalyseerd werden met behulp van NVivo. De respondenten werden geselecteerd uit verschillende gemeenten in West-Vlaanderen.

Resultaten
Uit de analyse kwamen twee belangrijke thema’s naar voren: de rol van vertrouwen in multidisciplinaire samenwerking rond radicaliseringspreventie en de contextuele factoren die deze samenwerking beïnvloeden.

Het eerste thema betreft vertrouwen. De meeste gemeenten rapporteren een sterk vertrouwen, opgebouwd door rechtstreeks contact, duidelijke afspraken, open communicatie, netwerking, stabiliteit en alertheid voor valkuilen. Eén gemeente, die zich nog in een beginfase bevindt, is nog bezig deze basis te leggen. Wantrouwen kan echter ontstaan, vooral bij partners die verbonden zijn aan onderwijsinstellingen. Ook personeelswissels kunnen wantrouwen in de hand werken.

Het tweede thema gaat in op de contextuele factoren. Sinds de verkiezingen van oktober 2024 zijn er in enkele gemeenten bestuurderswissels geweest. Deze veranderingen hebben geleid tot logistieke aanpassingen, zoals de vergaderfrequentie, maar niet tot een verminderde prioriteit. Casusgebonden verschillen worden vooral gestuurd door supralokale fenomenen, niet door veranderingen binnen de gemeenten zelf. Ten slotte blijkt dat veel gemeenten geen systematische evaluatieprocessen hanteren, waardoor mogelijkheden om de effectiviteit van hun aanpak te beoordelen en verbeteren beperkt blijven.

Conclusie
Dit onderzoek benadrukt de centrale rol van vertrouwen in de samenwerking tussen politie en socio-preventieve actoren, aangezien dit rechtstreeks invloed heeft op informatie-uitwisseling en operationele slagkracht. Externe factoren, zoals de beschikbaarheid van middelen en de politieke context, dragen sterk bij aan verschillen in effectiviteit tussen gemeenten. Belangrijke uitdagingen zijn blijvend wantrouwen, het ontbreken van systematische evaluaties en complexiteiten zoals bovenlokale dossiers. Het aanpakken van deze tekortkomingen is essentieel om de impact van de LIVC-R-werkingen in West-Vlaanderen te versterken.
Meer lezen

How do political parties affect the financial health of Flemish municipalities?

Universiteit Gent
2025
Ruben
Vander Haeghen
Dit onderzoek bekijkt de invloed van politieke partijen op het financieel beleid van Vlaamse gemeenten. Op basis van een originele dataset van 267 gemeenten (2014–2023) analyseerde ik de rol van politieke ideologie en electorale motieven op vier domeinen: belastingdruk, uitgaven, begrotingssaldo en schuldontwikkeling. De resultaten tonen dat ideologie vooral bepalend is voor belastingbeleid, rechtse besturen heffen systematisch lagere belastingen, terwijl uitgaven stijgen in coalities met ideologische diversiteit door interne onderhandeling. Begrotingstekorten blijken vooral te volgen uit de verkiezingscyclus en pieken in de aanloop naar verkiezingen, ongeacht ideologie. Schuldgroei wordt daarentegen nauwelijks beïnvloed door politieke factoren, een verwijzing naar het minder zichtbare karakter en de lange termijn aard van leningsbeslissingen.
Meer lezen

De pluriformiteit van de overheid

Universiteit Hasselt
2025
Yorunn
Beeckelaers
Deze scriptie onderzoekt het overheidsbegrip binnen de Belgische rechtsorde met bijzondere aandacht voor de pluriformiteit ervan. De centrale vraag luidt: Wat is het juridische overheidsbegrip en hoe vertaalt de pluriformiteit ervan zich binnen de Belgische rechtsstaat?
Uit de analyse blijkt dat er geen eenduidige en alomvattende definitie bestaat, wat kan leiden tot rechtsonzekerheid en lacunes in de toepassing van het bestuursrecht. Daarnaast concluderen we echter ook dat het niet altijd wenselijk en mogelijk is om dit begrip volledig af te bakenen.
Deze scriptie bespreekt verschillende vormen waarin de overheid zich voordoet in onze staat. Zo
gaan we dieper in op de administratieve overheid, bestuursinstanties en overheidsinstanties en
openbare instellingen en diensten. Elk van deze begrippen kent een eigen juridische kwalificatie die
afhankelijk is van het toepassingsgebied. Ook behandelen we de toepassing van de
imperiumbevoegdheid binnen deze verschillende begrippen.
Daarnaast zullen we ook een rechtsvergelijking doen met onze buurlanden; Nederland en Frankrijk.
Dit toont de verschillende benaderingen en uitkomsten van beide landen en het verschil met België.
Nederland werkt met een functioneel overheidsbegrip in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), wat
zorgt voor rechtszekerheid en ruime toepasselijkheid. Frankrijk leunt dan weer sterk op de jurisprudentie van de Raad van State. België blijft achter met een fragmentarische regelgeving en een gebrek aan systematische afbakening.
De conclusie van deze scriptie is dan ook dat het streven naar een alomvattende en omlijnde definitie van het overheidsbegrip in België niet wenselijk of haalbaar is. In plaats daarvan moet er sterk worden ingezet op een specifieke benadering waarbij men elke regelgeving individueel bekijkt en specifieke criteria opstelt. Enkel zo kan het overheidsbegrip worden afgestemd op de realiteit van een gelaagde en evoluerende bestuursstructuur.
Meer lezen

Op zoek naar de optimale schaal voor intergemeentelijke samenwerking rond jeugdbeleid: de invloed van politieke, economische en organisatorische factoren

Universiteit Gent
2025
Margaux
Cattrysse
Samen sterk voor jongeren
“Alleen kan ik een druppel op een hete plaat zijn. Samen met buurgemeenten voel ik dat we écht verschil maken voor jongeren.” Die uitspraak van een jeugdambtenaar vat mijn onderzoek samen: kleine gemeenten botsen op hun grenzen, maar samenwerking maakt hen sterker.
In dorpen zonder jeugddienst vallen jongeren vaak uit de boot. Wie een skatepark wil, een fuif organiseert of vragen heeft over mentaal welzijn vindt zelden ondersteuning. Grote steden hebben teams van jeugdambtenaren, kleine gemeenten vaak slechts één medewerker of geen. En dat terwijl uitdagingen toenemen: jeugdhuizen verdwijnen, fuiven nemen af en mobiliteit blijft moeilijk.
Samenwerking kan dit keren. Voorbeelden tonen dat het werkt: taxicheques in de Westhoek, OverKop-huizen waar jongeren laagdrempelig hulp vinden of het rijke vrijetijdsaanbod in bestaande samenwerkingen.
Mijn onderzoek naar zes samenwerkingen in Vlaanderen toont dat de ideale schaal ligt tussen drie en zes gemeenten. Vanaf vier wordt het financieel interessant, boven zes dreigt bureaucratie. Vertrouwen en nabijheid maken kleine groepen sterker en slagvaardiger.
Voor jongeren betekent dit geen beleidsnota’s, maar concrete kansen: fuiven die doorgaan, vervoer naar activiteiten, een plek om te chillen. Zoals een jeugdambtenaar zei: “We zien jongeren opnieuw opduiken die we anders kwijt waren.”
De valkuilen zijn bekend: politiek wantrouwen, scheve verdeling, te veel administratie maar met transparantie en duidelijke afspraken zijn ze te vermijden.
De conclusie is helder: alleen red je het niet, samen maak je het verschil.
Meer lezen

OPERATION ENDURING FREEDOM: MILITARY POWER AND POLITICAL LIMITS AN INTERNAL AND EXTERNAL ANALYSIS OF THE U.S. INTERVENTION IN AFGHANISTAN (2001–2014)

Universiteit Gent
2025
Emile
Bourgoignie
Deze masterproef evalueert Operation Enduring Freedom (OEF) in Afghanistan (2001–2014) aan de hand van een vierdelig beoordelingskader: intern doelbereik en interne geschiktheid (militair/operationeel), en extern doelbereik en externe geschiktheid (legitimiteit, internationale omgeving). Op basis van uitgebreide secundaire literatuur en beleidsbronnen worden drie fasen onderscheiden.

Fase 1 (2001–2005): snelle militaire successen (val Taliban), start Bonn-proces, grondwet en verkiezingen. De winst blijft fragiel door patronage, zwakke staatscapaciteit en hergroepering van de Taliban.
Fase 2 (2006–2010): verschuiving naar escalatie en counterinsurgency; overlap tussen OEF (counterterrorism) en ISAF (stabilisatie) vergroot complexiteit. De surge levert tijdelijke veiligheidswinsten, maar verkiezingen (2009/2010) lijden onder fraude en lage legitimiteit; regionale safe havens (Pakistan) blijven conflict voeden.
Fase 3 (2011–2014): gecontroleerde overdracht en afbouw; Bilateral Security Agreement borgt beperkte vervolgaanwezigheid. De staat blijft financieel en militair afhankelijk; de National Unity Government (2014) voorkomt crisis maar verdiept elite-machtendeling. Burgerslachtoffers bereiken piekniveaus, wat externe legitimiteit verder ondermijnt.

Conclusie: OEF boekt gedeeltelijke interne resultaten, maar faalt extern door aanhoudende legitimiteitsproblemen, regionaal spillover-effect en ontoereikende civiel-militaire integratie. De operatie kan in aggregaat niet als succesvol gelden.

Aanbevelingen benadrukken: geïntegreerde strategie (veiligheid–bestuur–ontwikkeling), versterking van de ANP en lokale legitimiteit, en duurzame regionale diplomatie (met name t.a.v. Pakistan). Methodologische beperking: onvolledige scheiding van OEF/ISAF-data bemoeilijkt causale toerekening.
Meer lezen

OPERATION ENDURING FREEDOM: EEN MILITAIRE OPERATIE MET POLITIEKE IMPLICATIES

Universiteit Gent
2025
Emile
Bourgoignie
Het beoordelen van Operation Enduring Freedom van 2001-2005 op basis van het succescriteria van Rodt
Meer lezen

De vergunning van projecten voor hernieuwbare energie: omgevings- en klimaatrecht als elkaars concurrenten?

Universiteit Antwerpen
2025
Thomas
Piot
Deze thesis onderzoekt hoe het omgevingsrecht een hindernis vormt voor de realisatie van windturbineprojecten in Vlaanderen, ondanks de toenemende nood aan hernieuwbare energie. Hoewel het omgevingsrecht oorspronkelijk werd ontworpen ter bescherming van milieu, ruimtelijke kwaliteit en burgerparticipatie, blijkt het in de praktijk vaak een complex en versnipperd geheel van regels te zijn dat windenergieprojecten vertraagt of zelfs verhindert. Via een analyse van concrete vergunningsdossiers en gerechtelijke uitspraken wordt aangetoond dat het huidige juridische kader onvoldoende afgestemd is op de urgentie van de energietransitie.

Lokale weerstand, ingewikkelde procedures en overlappende regelgeving zorgen voor rechtsonzekerheid en tijdverlies. Daarnaast blijkt de Vlaamse decreetgever weinig voortvarend in het nemen van noodzakelijke hervormingen. Ook andere hernieuwbare energieprojecten, zoals zonneparken of waterstofinstallaties, stoten op gelijkaardige juridische knelpunten. De thesis pleit daarom voor een coherenter, efficiënter en meer toekomstgericht vergunningskader dat zowel bescherming biedt als perspectief creëert voor duurzame energie-initiatieven.
Meer lezen

Het land van belofte en beton: 50 jaar het Erasmushuis in Leuven. Utopische idealen in de vormgeving van het gebouw 1965 -1980

KU Leuven
2024
Anna
Derwael
Het Erasmushuis, gebouwd tussen 1972 en 1975 en ook wel eens 'het Kremlin' of 'de bunker' genoemd, steekt met zijn strakke, betonnen uitzicht af tegen de middeleeuwse en negentiende-eeuwse gebouwen in Leuven. De keuze, destijds, voor de brutalistische architectuurstijl was geen toeval; er zat een doordachte visie achter. Het ontwerp, de inrichting en het gebruik van het gebouw in de jaren 1960 en 1970 gingen samen met academische doelen van de Nederlandstalige Leuvense universiteit, verweven met idealen van andere partijen zoals het architectenbureau en de stad.
Meer lezen