Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

De mogelijkheden van pure mycelium materialen

AP Hogeschool Antwerpen
2026
Xam
Dewaele
Deze scriptie onderzoekt de mogelijkheden van pure myceliummaterialen als duurzaam alternatief binnen de circulaire economie. Concreet richt het onderzoek zich op de productie en eigenschappen van mycoleer, waarbij zowel zuivere schimmelculturen als co-cultivaties met genetisch gemodificeerde bacteriën worden geëvalueerd.
Meer lezen

FROM DRAINAGE TO RESERVOIR - The Ellewoutsdijk Peninsula as a Collective Freshwater Landscape

KU Leuven
2026
Carolina
Gonzales
Deze masterproef onderzoekt hoe de zoetwaterinfrastructuur in de polders langs de Westerschelde kan worden heringericht tot multifunctionele, collectieve waterlandschappen. Het project richt zich op Ellewoutsdijk, een polderdorp gevormd door dijken, afwateringssloten, landbouwvelden, de haven, het fort en het estuarium van de Westerschelde. Het speelt in op de toenemende druk van zeespiegelstijging, verzilting, seizoensgebonden droogte en veranderende neerslagpatronen.
In plaats van waterbeheer te beschouwen als een onzichtbaar technisch systeem, maakt het ontwerp van bestaande afwateringsroutes, bekkens en waterwerken zichtbare landschappen voor wateropvang, zuivering, herverdeling en collectief gebruik. Deze waterlandschappen ondersteunen de aanpassing van landbouw en aquacultuur en bieden tegelijk ruimte voor recreatie, verplaatsing en ontmoeting in de publieke ruimte.
De ontwerpstrategie verbindt kustmobiliteit en zoetwateropslag tot één samenhangend landschapssysteem. Een openbare route van oost naar west verbindt het voormalige station, het dorp, de dijk, de Wisselpolder, de haven, het fort en de Westerschelde. Tegelijk ordent een noord-zuidgerichte wateras de afwateringsroutes en bekkens opnieuw, dwars door productieve velden, langs ecologische randen en door collectieve ruimten. Op het kruispunt van beide wordt waterinfrastructuur zowel een dragend systeem voor het gebied als een toegankelijk onderdeel van het dagelijks leven.
Door voort te bouwen op de hydrologische en historische structuur van het schiereiland, verschuift het project van gecontroleerde afwatering naar een adaptief watersysteem dat deel uitmaakt van het dagelijks leven. Zo wordt zoetwaterinfrastructuur een ruimtelijk kader voor kustweerbaarheid, de aanpassing van productieve landschappen en het collectieve leven in Ellewoutsdijk.
Meer lezen

From soil to satellite: wildfire detection and vegetation recovery monitoring

Universiteit Gent
2026
Astrid
Peeters
Deze thesis onderzoekt de ecologische gevolgen van de bosbrand van 23 maart
2025 in de Clingse Bossen en evalueert het gebruik van satellietbeelden voor de
detectie van verbrande gebieden en de monitoring van vegetatieherstel. De brand
in Clinge vond plaats in een ecosysteem dat reeds onder druk stond door een
grootschalige fijnsparsterfte (Picea abies) als gevolg van aantastingen door de let
terzetter (Ips typographus). De resultaten tonen aan dat de brand, ondanks haar
relatief lage intensiteit, duidelijke effecten had op zowel de bodem als de vegetatie.
Verbrande bodems vertoonden veranderingen in waterafstotendheid, bulkdichtheid
en pH. Zowel de vegetatiebedekking als het aantal soorten namen toe tijdens het
eerste jaar na de brand, maar het herstel werd sterk gedomineerd door schapenzur
ing (Rumex acetosella), een pionierssoort die goed aangepast is aan droge, voed
selarme en verstoorde zandgronden.

Daarnaast werd onderzocht hoe verschillende spectrale indices op basis van Sentinel
2 kunnen worden ingezet voor branddetectie en post-brandmonitoring. Hiervoor
werden brandlocaties in Clinge, Arlon, Maasmechelen en Houffalize geanalyseerd.
Indices zoals NDVI, NDVI red edge, NBR, NBR+, NBR2, NDSWIR en BAI werden
vergeleken voor het detecteren van verbrande zones, waarbij NBR over het alge
meen de beste resultaten opleverde. Daarnaast werd de Post-Fire Stability Index
(PFSI), gebaseerd op NBR2, gebruikt om vegetatieherstel doorheen de tijd op te
volgen. De resultaten tonen aan dat Sentinel-2 en afgeleide indices waardevolle
instrumenten zijn voor het detecteren van natuurbranden en het monitoren van
herstelprocessen in België.
Meer lezen

"Natuur zorgt voor de wereld": definities en percepties van het concept natuur bij Vlaamse lagereschoolkinderen en de verschillen daarin tussen rurale en urbane omgevingen

Universiteit Gent
2026
Manon
Dhelft
De band tussen kinderen en de natuur staat onder druk. Toenemende verstedelijking en digitalisering reduceren hun tijd buiten en in natuur, terwijl natuurcontact juist veel mentale en fysieke voordelen heeft voor het kind. Bovendien zijn die ervaringen cruciaal voor de ontwikkeling van milieubewust gedrag op latere leeftijd. Hoe kinderen natuur mentaal vormgeven vormt daarbij de basis van de mens-natuurrelatie. Toch is onderzoek naar hun conceptualisatie van natuur schaars en is het nog nooit uitgevoerd in Vlaanderen, of zelfs maar in België. De centrale onderzoeksvraag luidt daarom: “Welke definities en percepties hebben Vlaamse lagereschoolkinderen van het concept natuur en hoe verschillen die tussen rurale en urbane omgevingen?”. Voor dit onderzoek werd een vergelijkende casestudie uitgevoerd waarbij 56 Vlaamse kinderen uit het vierde leerjaar (9-10 jaar) werden bevraagd in de Westhoek (ruraal) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (urbaan). Hiervoor werd gebruikgemaakt van verschillende methodes, bestaande uit de draw, write & tell-methode, de Connection to Nature Index, een vragenlijst en interviews met de schooldirecties. De kinderen bouwen natuur op vanuit een biotische kern (bomen, gras, bloemen, vogels), aangevuld met abiotische elementen zoals de zon. Een opvallende bevinding is dat de mens een prominente plaats inneemt in hun conceptualisatie van natuur. Daarnaast zien de kinderen natuur als een plek voor spel en exploratie. Rurale kinderen vertonen een grotere soortenkennis en een sterker gevoel van eenheid met hun omgeving, terwijl urbane kinderen natuur vaker associëren met sport en een goede luchtkwaliteit. Natuur wordt overwegend positief beleefd door de kinderen, roept rust op en wordt gewaardeerd om haar nut en haar intrinsieke waarde. Hun gedrag wijst echter ook op een kloof. Vrije tijd wordt namelijk vaker achter een scherm gespendeerd dan in de natuur. Vlaamse lagereschoolkinderen blijken zo een rijk, betrokken, maar kwetsbaar natuurbeeld te hebben. Inzicht in dat beeld is essentieel om leervolle momenten in natuur- en milieueducatie op te zetten en hen op een effectieve manier terug naar de natuur te krijgen.
Meer lezen

Heide onder druk

LUCA School of Arts
2026
Sophia
van Sloun
Klimaatverandering is geen abstract begrip meer: bos- en heidebranden,
overstromingen en andere rampen maken het zintuiglijk
tastbaar. Toch blijft de noodzaak tot een paradigmashift (waar
een nieuwe manier van denken op de voorgrond komt en oude
structuren doorbroken worden) vaak te ver van ons dagelijkse leven.
Door deze feiten subtiel te vertalen in objecten, kan distantie
doorbroken en bewustwording gestimuleerd worden om zo
onze vanzelfsprekende kijk op het heidelandschap, sterker nog
de klimaatverandering te herdenken. Om dit te realiseren richt
ik mijn onderzoek op een scala aan perspectieven met inbegrip
van de heide zelf om bestaande fricties transparant te duiden.
Mijn doel is de vaak verborgen ecologische en symbolische betekenissen
te vertalen naar een tastbaar, discursief ontwerp (een
ontwerpmethode die uitnodigt tot reflectie en dialoog).
Meer lezen

Linking microbiome and physicochemical soil parameters to optimize nitrification inhibition

Universiteit Gent
2026
Amber
Meulemeester
Deze scriptie onderzoekt hoe de werking van nitrificatie-inhibitoren verschilt per landbouwgrond in de Benelux. Omdat de effectiviteit van huidige producten in de praktijk sterk uiteenloopt, brengt dit onderzoek via een grootschalige bodemanalyse in kaart hoe specifieke bodemeigenschappen en doseringen deze stoffen beïnvloeden. Daarnaast evalueert de studie de ecologische impact van nieuwe kandidaat-nitrificatie-inhibitoren op het bredere bodemleven, om te garanderen dat toekomstige oplossingen de biologische balans en gezondheid van de bodem behouden.
Meer lezen

Unraveling the drivers of river lamprey migration using telemetry data

Universiteit Gent
2026
Wannes
Perdaen
Wereldwijd worden rivieren gefragmenteerd door menselijke constructies zoals sluizen en stuwen. Ze vormen barrières die de migratie van vissen bemoeilijken en hun levenscyclus ernstig verstoren. In het kader van dit probleem onderzoekt deze masterproef de impact van rivierfragmentatie op de stroomopwaartse migratie van de Europese rivierprik (Lampetra fluviatilis). Met akoestische zendertechnologie werden vijftig rivierprikken doorheen de Schelde gevolgd, en werd hun migratiegedrag geanalyseerd, samen met de factoren die hun migratiesucces beïnvloeden. Daarnaast werden overlevingsanalyse en een individu-gebaseerd model gebruikt om migratiepatronen te bestuderen en verschillende scenario’s voor rivierbeheer te simuleren.

Slechts drie van de vijftig gezenderde rivierprikken raakten voorbij de eerste twee grote migratieknelpunten. De resultaten toonden aan dat waterafvoer, waterniveau en de bediening van stuwen de kans op een succesvolle passage beïnvloeden. Aangelegde vispassages maakten oversteek mogelijk voor de beperkte groep vissen die ze bereikte. Bovendien benadrukten simulaties het belang van vispassages en aangepast stuwbeheer voor het verbeteren van de vismigratie. De resultaten brengen belangrijke knelpunten in kaart en bieden aanknopingspunten voor een beter rivierbeheer, ook met het oog op toekomstige droogteperiodes.
Meer lezen

Reframing Security in the Age of CLIMATE REfugees, A Comparative Study of Syria and Bangladesh Through Security Perspectives

Universiteit Gent
2025
ilkay
kesebir
This thesis examines how climate change reshapes security and mobility by comparing two distinct pathways of climate-related displacement: rapid-onset drought and agricultural collapse in Syria, and slow-onset sea-level rise and salinization in Bangladesh. Building on Environmental Security, Human Security, and Securitization Theory, the study argues that these frameworks illuminate important mechanisms—such as climate change as a “threat multiplier” and the political construction of (in)security—but remain limited by state- and anthropocentric assumptions. To address these limits, the thesis advances a Green Theory–informed perspective that centers ecological integrity and climate justice as core security referents. Methodologically, the research employs a comparative case design with process-tracing and pattern-matching across secondary data (peer-reviewed studies, attribution science, displacement statistics, and policy reports). The Syria case links multi-year drought, rural–urban migration, and governance failures to heightened social unrest and onward displacement. The Bangladesh case shows how chronic inundation, salinity intrusion, and livelihood erosion generate primarily internal, incremental mobility with long-term human security risks. Cross-case synthesis demonstrates convergent vulnerabilities (exposure, adaptive capacity, and institutional response) alongside divergent temporal dynamics and policy needs. The thesis contributes in two ways: empirically, by integrating visual and quantitative evidence on climate impacts and mobility patterns across contrasting contexts; and normatively, by proposing elements of a sui generis protection regime for climatedisplaced persons (eligibility criteria for planned relocation, responsibility-sharing formula, and dedicated financing and monitoring). Overall, it reframes security in the Anthropocene toward ecocentric and justice-oriented protection that better aligns with the lived realities of climate-affected populations.
Meer lezen

[de leegte in het landschap en het gecureerd verval.]

Universiteit Hasselt
2025
Thomas
Cuyt
We leven in een wereld vol met dingen die zijn achtergelaten door degenen die vóór ons kwamen, maar we pikken een aantal van deze dingen eruit voor onze aandacht en zorg. We vragen bepaalde gebouwen, objecten en landschappen om te functioneren als
geheugensteuntjes, om het verleden te herinneren dat hen heeft voortgebracht, en om dit verleden beschikbaar te maken voor onze overpeinzing en zorg. Die geheugensteuntjes, of junk-space zoals Rem Koolhaas (Koolhaas & Foster, 2013) het omschrijft, is het residu dat de mensheid op deze planeet achterlaat. Het product van modernisme is niet moderne architectuur, maar junkspace, ruimteafval of gecureerd verval.
Hoe kan er worden omgegaan met dat verval wat bij wegnemen leidt tot littekens in het landschap en hoe kan deze leegte opnieuw een plaats krijgen?

In het samengaan van leegte en verval ontstaat een dialoog. Het landschap, datgene wat ooit de achtergrond was van menselijke activiteit, neemt langzaam zijn plek terug. Gras groeit door scheuren in het asfalt, klimop verslindt de bakstenen huid van verlaten panden. Wat ooit strak en gecontroleerd was, wordt nu een canvas voor de natuur, voor de tijd. De architectuur vertelt verhalen van tijd en vergankelijkheid, laat los wat het vasthield. De perfecte symmetrie van muren wordt vervangen door grillige lijnen en onvolmaakte vormen. De leegte in het landschap benadrukt dit proces; het biedt een podium zonder afleiding. In de leegte die hierdoor ontstaat, openbaart zich een nieuwe ruimte: een plek waar natuur en herinnering zich verstrengelen. Het is juist door het ontpitten en cureren van gebouwen in verval, of structuren die hun functie verloren, dat leegte ontstaat. Deze leegte, als een litteken in het landschap, kan uitgroeien tot een schakel. Een fluïde zone waar natuurlijke en menselijke processen elkaar ontmoeten. De grens tussen het kunstmatige en het natuurlijke vervaagt, verschuift, en wordt geen harde lijn meer, maar een overgangsgebied, een ademende ruimte die verbindt in plaats van scheidt.
Het is juist deze “junkspace”, zoals Koolhaas (Koolhaas & Foster, 2013) het noemt, of het “gecureerd verval” waar Caitlin DeSilvey (DeSilvey, 2017) over schrijft, die kan worden ingezet als verbinder. Een transitiegebied dat een dubbel doel dient: zowel als collectieve ruimte voor een omliggende woonwijk, als schakel tussen natuur en woonomgeving. Hier ontstaat geen nieuwe scheiding, maar een netwerk waarin de grenzen vervagen en een nieuwe harmonie kan groeien.
Meer lezen

Hoe komt Just Resilience aan bod in klimaatadaptatiebeleid? Een analyse van procedurele rechtvaardigheid in Belgisch waterbeheerbeleid

Universiteit Gent
2025
Eva
Shaw
Naarmate de klimaatverandering toeneemt, wint het concept Just Resilience aan terrein als een benadering die rechtvaardigheid wil integreren in klimaatadaptatie. Deze thesis onderzoekt één belangrijke dimensie van Just Resilience: procedurele rechtvaardigheid, die betrekking heeft op de eerlijkheid en inclusiviteit van beleidsprocessen.

Met België als casus, een land dat geconfronteerd wordt met toenemende, aan water gerelateerde klimaatuitdagingen, onderzoekt de studie in welke mate procedurele rechtvaardigheid is ingebed in het waterbeheerbeleid, met bijzondere aandacht voor twee kwetsbare groepen: landbouwers en personen met een lage sociaaleconomische status.

Via een mixed-methods benadering, die documentanalyse combineert met semigestructureerde interviews op verschillende bestuursniveaus, beoordeelt het onderzoek hoe de belangrijkste indicatoren van procedurele rechtvaardigheid (i.e, participatie, inclusie, transparantie, consistentie, ethiek/vertrouwen en erkenning van impact) zowel in theorie als in de praktijk worden toegepast.

De bevindingen tonen aan dat, hoewel beleidskaders en -documenten procedurele rechtvaardigheid soms in principe erkennen, de feitelijke uitvoering beperkt en gefragmenteerd blijft. Kwetsbare groepen worden onvoldoende betrokken bij het vormgeven van het beleid dat hen het meest raakt. Deze beperkte betrokkenheid neemt vaak de vorm aan van symbolische of eenmalige consultaties, zonder wezenlijke invloed of blijvende deelname.
Daardoor ontstaat een kloof tussen formele toezeggingen rond participatie en de daadwerkelijke ervaringen van de meest getroffen groepen, wat wijst op een blijvende procedurele lacune binnen het waterbeheer en, ruimer gezien, binnen het klimaatadaptatiebeleid.

De thesis concludeert dat het dichten van deze kloof vraagt om sterkere participatiestructuren en een betekenisvollere betrokkenheid van kwetsbare groepen gedurende het volledige beleidsproces. Ze eindigt met een oproep tot een diepere ethische en politieke inzet voor werkelijk inclusieve klimaatadaptatie.
Meer lezen

Silent Spread: Using a digital serious game on Phytophthora cinnamomi to facilitate cognitive thinking processes and inspire the creation of a cognitive sustainability compass

Universiteit Gent
2025
Charl Justine
Darapisa
Deze studie onderzoekt het gebruik van serious games in het bevorderen van kennisverwerving over Phytophthora cinnamomi (Pc), een invasieve bodemaandoening die het Mediterrane eikecosysteem in Spanje bedreigt. Gebaseerd op de cognitieve taxonomie van Bloom heeft het onderzoek als doel te evalueren welke specifieke spelelementen (trivia, quiz, spelbeheer en spelsituaties) de vijf cognitieve denkprocessen ondersteunen, en of serious games kunnen dienen als effectieve hulpmiddelen om via de Cognitive Sustainability Compass reflectie over duurzaamheid te stimuleren.

Silent Spread, een digitaal bordspel, werd ontwikkeld en gespeeld door 35 studenten op universitair niveau. De PLS-SEM-analyse toont aan dat Silent Spread middelhoge tot hogere denkvaardigheden bevordert, waarbij analyseren de sterkste rol speelt in het aanleren van verspreidingsmechanismen.

De sessies met de Cognitive Sustainability Compass tonen aan dat vooral de sociale pijler van duurzaamheid werd benadrukt, met thema’s als samenwerkend leren en een sterkere verbondenheid met rurale realiteiten. De studie onderstreept dat serious games vooral het toepassen van kennis stimuleren in plaats van enkel het onthouden van feiten. Daarom moet toekomstig onderzoek nagaan hoe deze spellen het leren binnen én buiten de virtuele omgeving kunnen versterken. Daarnaast stelt de studie het hiërarchisch model van Bloom in vraag en benadrukt ze dat de 21e eeuw nood heeft aan vaardigheden zoals samenwerking, probleemoplossend denken en systeemdenken, die spelers met succes hebben aangetoond.
Meer lezen

Restafval redt de olijfboom

Erasmushogeschool Brussel
2025
Wout
Van de Cauter
  • Lorenz
    Hmittou
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Onze scriptie vertrekt uit een bezoek aan Lisjak tijdens onze uitwisseling aan de universiteit van Koper (Slovenië), waar de vraag rees hoe reststromen als olijfpomace en -bladeren circulair te valoriseren.
IC rapport ultimate final count…
Onder begeleiding van olijfoliesommelier Wim Renneboog werkten we via designsprints een oplossing uit die olijfpomace ter plaatse omzet in hoogwaardige maatwerkcompost, afgestemd op blad- en bodemanalyse. Het model draait niet alleen in het oogstseizoen: buiten die periode verwerken we andere organische reststromen met lokale partners, zodat productie en impact jaarrond blijven. Zo koppelt de aanpak bodemherstel en weerbaardere olijfbomen aan een sluitende businesscase voor telers en perserijen.
Meer lezen

Constructing Tales of Future Belgian Heatwaves Using Ensemble-Mining Strategies

Universiteit Gent
2025
Niels
Carlier
Hitte-extremen zijn moeilijk te onderzoeken door hun zeldzaamheid. Hoewel observaties en klimaatsimulaties essentiële inzichten bieden in toekomstige klimaatextremen, resoneren ruwe statistieken alleen vaak niet met het bredere publiek.

Storylines of Tales of Future Weather kunnen de kloof overbruggen tussen abstracte wetenschap en door mensen beleefde extreme weersomstandigheden, waardoor klimaatverandering tastbaar, herkenbaar en concreet wordt. Een storyline is een zelf-consistente beschrijving van een plausibel klimaatextreem - zoals een hittegolf - in een gegeven klimaat, gebaseerd grondige data-analyse, statistiek en impactmodellen. Zulke wetenschappelijk onderbouwde narratieven werpen licht op vragen als: "Hoe erg zouden de 2024 Balkanhittegolven geweest zijn in een warmer klimaat?" of "Waren ze mogelijk in een pre-industrieel klimaat?" Dergelijke informatie kan belangrijk zijn voor stakeholders en onze samenleving, maar het is niet a priori duidelijk wat de karakteristieken zijn van plausibele extremen in een gegeven, toekomstig klimaat. In mijn thesis introduceer ik een efficiënte methodologie om hittegolven te karakteriseren in een toekomstig Belgisch klimaat, die gebruik maakt van zowel geobserveerde temperatuursreeksen als gesimuleerde klimaatprojecties. Deze techniek kreeg de naam Global Warming Scaling of kortweg GWS.

In GWS wordt een observationele temperatuursreeks geschaald naar een toekomstig klimaat, bijvoorbeeld een opwarming van 2°C boven pre-industriële gemiddelden. In deze getransformeerde reeks zoeken we naar de recordwaarden voor bepaalde jaarlijkse klimaatindices die volgens ons jaren van extreme hitte aanduiden. Een voorbeeld hiervan is de jaarlijkse piektemperatuur. Deze geschaalde recordwaarden worden vervolgens gezien als drempelwaarden die in het toekomstige klimaat overschreden moeten worden vooraleer we van een extreem jaar spreken.

Deze GWS drempelwaarden kunnen gebruikt worden in een zogenaamde data-miningprocedure, waar we in een groot ensemble van gesimuleerde klimaatvoorspellingen dergelijke jaren van extreme hitte gaan identificeren. Eens we zo’n event gevonden hebben, beschikken we over een set meteorologische velden die volgens onze methode geloofwaardig zijn voor een bovengemiddeld warm jaar in het bestudeerde toekomstige klimaat.

We kunnen deze meteorologische data met andere woorden gebruiken als input voor impactmodellen. Dit zijn wiskundige modellen die de impact van extreme temperatuur op de samenleving inschatten. Ik modelleerde in mijn thesis onder andere het aantal werkdagen dat verloren zou gaan door een toename in hittestress, stijgingen in riviertemperaturen, bosbrandgevaar onder aanhoudende droogte, potentiële toename van invasieve insectensoorten en meer. De resultaten van soortgelijke impactstudies kunnen gebruikt worden als referentiemateriaal in het construeren van een storyline met betrekking tot extreme hitte. Op die manier kunnen stakeholders aan de hand van zulke verhaallijnen de zwakke plekken in hun respectievelijke sectoren blootleggen, en kunnen beleidsmakers een beeld vormen van waarop ze zich moeten voorbereiden.
Meer lezen

Comparison of leaf-level photosynthetic capacity of tropical lowland forests from the Congo and Amazon Basin

Universiteit Gent
2024
Warre
Demuynck
Winnaar Vlaamse Scriptieprijs
Winnaar Eosprijs
Genomineerde shortlist NBN Sustainability Award
De fotosynthetische capaciteit van verschillende boomsoorten en lianen werd voor de allereerste keer vergeleken tussen twee sites in het Amazonewoud enerzijds en één site in het Centraal-Afrikaanse regenwoud anderzijds. De fotosynthese was opvallend hoger in het Afrikaanse bos. We zouden dus best verschillende parameters gebruiken voor beide regenwouden in vegetatiemodellen. Zo kunnen we klimaatverandering en de impact ervan beter voorspellen. Dit onderzoek kan helpen om meer aandacht te vestigen op het vaak vergeten Afrikaanse regenwoud.
Meer lezen

Sustainably managing forests for a resilient future: an evaluation of different thinning intensities

KU Leuven
2024
Anais
Neufkens
Bossen zijn essentieel voor de maatschappij omwille van de verschillende ecosysteemdiensten die ze ons leveren. Niettemin worden onze bossen tegenwoordig bedreigd door de klimaatsverandering, hetgeen gepaard gaat met hogere temperaturen, onregelmatige regenval en een veranderend verstoringspatroon. Om de ecosysteemdiensten die ze leveren te garanderen naar de toekomst toe, moeten we daarom ons bosbeheer richten op het verhogen van de stabiliteit van het bos tegen de klimaatsverandering. Dit betekent dat we zijn capaciteit om veranderingen te weerstaan en snel te herstellen na een verstoring moeten verhogen. Dit type van duurzaam bosbeheer wordt ook wel klimaatslim bosbeheer genoemd. Dunning is een beheermaatregel die bomen weghaalt uit het bos om zo de overige bomen meer ruimte te geven en hun groei te stimuleren. Dunning werd reeds voorgesteld als een beheeringreep die de weerbaarheid van het bos tegen klimaatsverandering kan vergroten door de competitie tussen bomen te reduceren en de droogteweerstand te vergroten. Daarom onderzochten we met het mechanistische bosmodel iLand hoe verschillende dunningsintensiteiten de stabiliteit van de soortensamenstelling en de bosstructuur tegen klimaatsverandering kunnen beïnvloeden voor het Meerdaalwoud en Heverleebos. De dunningsintensiteit geeft aan hoeveel bomen er worden weggehaald tijdens de dunning. Er werd verwacht dat een hogere dunningsintensiteit gepaard zou gaan met een hogere stabiliteit. We programmeerden het huidig bosbeheer van het bos op basis van het huidige bosbeheerplan en suggesties van de boswachters in iLand, en evalueerden vier beheerscenario’s, met name een scenario zonder beheer en een verwijdering van 5%, 10%, of 20% van het grondvlak van het bos om de acht jaar, onder variërende klimaatscenario’s. Het grondvlak van het bos is de som van de oppervlakten van de stamdoorsneden op borsthoogte in een hectare en wordt uitgedrukt in vierkante meter per hectare. Onze resultaten toonden aan dat een hogere dunningsintensiteit de soortensamenstelling en de bosstructuur sterker veranderden, alhoewel deze trend minder duidelijk was voor de bosstructuur. Het grondvlak van het bos herstelde minder goed bij een hogere dunningsintensiteit, wat het geval was voor alle klimaten behalve in het warm en droog klimaat waar de veerkrachtigheid van het bos het laagst was en niet verschillend tussen de dunningsscenario’s. Daarenboven vonden we ook dat de stabiliteit van het bos beïnvloed werd door het klimaat. Het meest extreme klimaat werd gekenmerkt door de grootste veranderingen in de boskenmerken, waarbij het aantal kleine bomen toenam en soorten zoals inheemse eiken, douglasspar en Corsicaanse den algemener werden. Ons onderzoek verkende voor het eerst in de Atlantische regio het gebruik van een mechanistisch landschapsmodel om klimaatslimme beheerstrategieën te onderzoeken en geeft suggesties voor verder onderzoek gebruikmakend van dit model.
Meer lezen

“De werkelijkheid laat zich niet vangen in taal”. Klank en stem als ecokritische motieven in Marente de Moors ‘Foon’ (2018) en ‘Ogentroost’ (2022) van A.H.J. Dautzenberg

Universiteit Antwerpen
2024
Fee
Van Eynde
In 2018 was het Nederlandstalige literaire veld in de greep van de vraag waar klimaatfictie bleef, aangezien de desastreuze gevolgen van de klimaatverandering toch niet te negeren vielen. In datzelfde jaar verscheen 'Foon' van Marente de Moor, een ecologisch geëngageerde roman die aan de hand van het Griekse ‘foon’, dat zich laat vertalen als klank en stem, denkpatronen verkent die aan de grondslag van de klimaatverandering liggen. Ook 'Ogentroost' (2022) van Anton Dautzenberg maakt gebruik van datzelfde motief. Beide romans zetten geluiden in om te wijzen op de onmogelijkheid van de mens om controle uit te oefenen op de wereld en tonen een bijzondere aandacht voor de stem van niet-menselijke actoren. Aan de hand van ‘foon’ formuleren ze een tegenmelodie bij het antropocentrische wereldbeeld.
Meer lezen

Woonvoedsellandschap

Universiteit Hasselt
2024
Sien
Vandebon
  • Leen
    Vansteenkiste
  • Bjorn
    Ernens
  • Laurence
    Cloots
  • Mathias
    Herbots
  • Matthias
    Pieters
  • Memhet
    Basaran
  • Natasja
    Varlamoff
  • Niels
    Moermans
  • Pieter
    Thijs
  • Stephanie
    Remels
  • Tim
    Borgers
  • Yasin
    Can
Het woonlandschap van Kermt staat voor de uitdaging van een toenemend aantal huishoudens door gezinsverdunning en vergrijzing. Het binnengebied van het bouwveld heeft de status van woonuitbreidingsgebied, maar ontwikkeling hiervan zou de laatste groene ruimte in Kermt doen verdwijnen. De privatisering van verkavelingen belemmert bovendien elke verbinding met dit groene binnengebied. Voedsel als common wordt voorgesteld als programmatorsiche strategie om dit versnipperde woonlandschap te transformeren. Een systeem waarin voedsel als common wordt beschouwd, verbetert niet alleen de toegang tot lokaal geproduceerd voedsel, maar versterkt ook de sociale cohesie. De Abdij van Herkenrode, opgericht door cisterciënzers in de 13e eeuw, bood een zelfvoorzienend landbouwmodel dat natuur en voedselproductie verenigde. Dit historische "voedsellandschap" dient als inspiratie voor de herintroductie van duurzame landbouwstrategieën, die bijdragen aan de huidige woonbehoefte en behoud van groene ruimte. Daarom wordt onderzocht of een synergie tussen wonen en voedsel de groene ruimte in het binnengebied kan behouden en toch voldoen aan de woningvraag.
De onderzoeksvraag luidt:
WOONVOEDSELLANDSCHAP: HOE KAN EEN VERKAVELINGSWIJK BIJDRAGEN AAN EEN HERINTRODUCTIE VAN HET HISTORISCHE VOEDSELLANDSCHAP VAN HERKENRODE?
Om een woonvoedsellandschap tot stand te brengen zijn er ontwerpsystemen nodig. Een eerste ontwerpsysteem dat onderzocht wordt is de patronentaal van permacultuur. De patronentaal biedt de opportuniteit om de statische kavel te transformeren naar een dynamische kavel door middel van een synergie tussen wonen en voedsel. De patronen, in lijn met natuurlijke ecosystemen, geven weer hoe dit gerealiseerd kan worden. De nomade zal een tweede ontwerpsysteem vormen dat inspeelt op de verschillende noden van het toenemende aantal huishoudens. Het is een adaptief en flexibel ontwerpsysteem dat fluctueert met de seizoenen. Het zal een nieuwe vorm van wonen introduceren die de synergie tussen wonen en voedsel bevordert. Deze beide ontwerpsystemen zullen een antwoord bieden op de onderzoeksvraag.
Door deze ontwerpprincipes te integreren in het ontwerp en de ontwikkeling van het woonvoedsellandschap, kan een veerkrachtig en dynamisch landschap gecreëerd worden. De introductie van een woonvoedsellandschap bewaard de groene open ruimte in Kermt, maar voldoet ook aan de toekomstige woningvraag. Dit landschap voldoet niet alleen aan de behoeften van de bewoners, maar draagt ook bij aan een meer verbonden samenleving. Bovendien versterkt het de klimaatbestendigheid en leidt het tot een hoger ruimtelijk rendement. De laatst overgebleven groene ruimte in de kern van Kermt kan door middel van een woonvoedsellandschap bewaard blijven. Door de introductie van een woonvoedsellandschap kan een verkavelingswijk bijdragen aan de herintroductie van het voedsellandschap van de Abdij van Herkenrode.
Dit pilootproject van een woonvoedsellandschap heeft het potentieel om als voorbeeld te dienen in Vlaanderen voor vergelijkbare bouwvelden met een groen binnengebied. De ontwerpprincipes van het woonvoedsellandschap kunnen namelijk specifiek worden afgestemd per locatie, en de voedselproductie zal steeds variëren. Hierdoor vormt het woonvoedsellandschap een waardevolle toolbox die kan worden toegepast in heel Vlaanderen. Het biedt een dynamische benadering die rekening houdt met de specifieke kenmerken van verschillende locaties, waardoor een geïntegreerd en dynamisch kavellandschap wordt bekomen.
Meer lezen

Él Que se Apura, Pierde Tiempo He Who Rushes, Wastes Time* Charting the Course for a Just Energy Transition in the midst of a Green Hydrogen “Rush” in Magallanes, Chile: The Critical Role of Local Voices

Universiteit Gent
2024
Sil
Maslov
Mijn masterthesis onderzoekt de invloed van de dringende groene energietransitie en de daarbij snelgroeiende groene waterstofindustrie in Patagonië, Chili, op lokale gemeenschappen en het milieu. De studie benadrukt de spanningen tussen wereldwijde klimaatambities en de sociaal-ecologische rechtvaardigheid op lokaal niveau. Door middel van veldonderzoek en interviews met lokale activisten en betrokken burgers, breng ik de risico's van 'groen extractivisme' in kaart, waarbij schijnbaar duurzame technologieën leiden tot nieuwe vormen van exploitatie en marginalisatie. Mijn onderzoek pleit voor een inclusieve en rechtvaardige energietransitie, waarin lokale stemmen centraal staan.
Meer lezen

Assessing the effect of forest management on carbon stock and sequestration by remote sensing

KU Leuven
2024
Sofie
Van Winckel
Om te groeien zetten bomen koolstofdioxide (CO2) om in biomassa met behulp van
energie die ze halen uit licht (fotosynthese). Dit proces wordt ook wel koolstofvastlegging
genoemd en zo absorberen bossen zo’n 27% van de jaarlijkse wereldwijde uitstoot van
fossiele brandstoffen. CO2 is een broeikasgas dat warmte vasthoudt en door een enorme
stijging in onnatuurlijke uitstoot in de laatste decennia, zoals door industrialisatie en
ontbossing, is het een cruciale factor in klimaatverandering. Bomen absorberen niet enkel
koolstof uit de lucht, ze houden die ook vast voor een erg lange tijd, bijvoorbeeld in hun
boven- en ondergrondse biomassa. Zo’n 45% van de koolstof op aarde is opgeslagen in
bossen. Daarom bieden bossen veelbelovende toepassingen in de wereldwijde
initiatieven tegen klimaatopwarming. Het beheer van deze bossen speelt hierin een
sleutelrol, maar wetenschappers zijn het nog niet eens of het in deze context juist beter
is om bossen wel of niet te beheren. In deze thesis werden geavanceerde teledetectietechnieken gebruikt om de bovengrondse koolstofvoorraden in een Atlantisch (Nationaal
Park Brabantse Wouden, Vlaanderen, België) en Mediterraan (Catalonië, Spanje)
studiegebied te modelleren, gebaseerd op veldmetingen die als referentie dienden. Paren
en tripletten van beheerde en onbeheerde bossen werden vergeleken om vier
onderzoeksvragen te beantwoorden: 1) Is de combinatie van meerdere teledetectiebronnen superieur voor het schatten van de bovengrondse koolstofvoorraad? 2) Wat is
het effect van bosbeheer op de koolstofvoorraad? 3) Wat is het effect van bosbeheer op
koolstofvastlegging? 4) Wat is het effect van de koolstofvoorraad en het bosbeheer op de
kwetsbaarheid voor kruinbranden? De combinatie van verschillende teledetectiebronnen
bleek voordelig om koolstofopslag te voorspellen, vooral voor hoge biomassa’s. Uit de
veldgegevens in België bleek vervolgens dat onbeheerde bossen een hogere
koolstofopslag hebben dan beheerde bossen. Hoewel het bekomen model accuraat
genoeg voorspellingen maakte, werd dit verschil echter niet succesvol gedetecteerd door
het teledetectie-model, o.a. door saturatie bij signaaldetectie. In Spanje werd geen
verschil in koolstofopslag gemeten, en werd geen succesvol model verkregen. Het
gevarieerde reliëf, het tekort aan observaties en de technologische tekortkomingen
bieden hiervoor een verklaring. Vervolgens werd de koolstofopslag in België geschat voor
alle jaren tussen 2017 en 2023 volgens het finale model, om vervolgens de
koolstofvastlegging doorheen de tijd te berekenen. Hierbij werd geen verschil gevonden
tussen beheerde en onbeheerde bossen, mogelijks omdat ze nog niet lang genoeg
onbeheerd waren of het verschil niet gedetecteerd werd door teledetectie. Klimaatrampen
zoals bosbranden vormen een grote bedreiging voor de koolstofopslag in bossen, zeker
in droogtegevoelige regio’s zoals Spanje. In dit studiegebied werd een kwalitatieve
analyse gedaan naar het verband tussen koolstofopslag, bosbeheer, en de gevoeligheid
voor kruinbranden (waarbij het vuur zich via de kruin aan hoge snelheid verspreidt).
Beheerde bossen zijn over het algemeen minder gevoelig voor kruinbranden, maar er
werd geen verband gevonden met de totale koolstofopslag. Echter, hoe meer biomassa
in kleine bomen opgeslagen is, hoe gevoeliger, omdat het vuur via deze lage vegetatie
de kruin kan bereiken. Verder onderzoek naar de invloed van concrete beheersregimes
kan leiden tot meer specifieke beheersrichtlijnen.
Meer lezen

Optimalisatie van een isolatieprotocol en een protocol voor het genereren van kwalitatieve DNA- extracten voor de karakterisering van Clostridium botulinum

Erasmushogeschool Brussel
2024
Chehrazad
Rahouti
Clostridium botulinum (C. botulinum) is een Gram-positieve, sporenvormende bacterie die een van de krachtigste neurotoxinen, het botulineneurotoxine (BoNT), produceert. Deze bacterie vormt een ernstig risico voor de volksgezondheid vanwege de mogelijke aanwezigheid in voedingsmiddelen met een lage zuurgraad, zoals ingeblikte producten en gerookt vlees. Dit onderzoek richt zich op de isolatie en karakterisering van C. botulinum, met als doel de ontwikkeling en optimalisatie van isolatiemethoden en moleculaire technieken voor nauwkeurige detectie en identificatie. Het onderzoek bestaat uit twee delen: het eerste deel richt zich op het optimaliseren van isolatieprotocollen van C. botulinum uit verschillende voedingsmiddelen door het evalueren van diverse methoden en parameters. Het tweede deel ontwikkelt een protocol voor het verkrijgen van hoogwaardige DNA-extracten, geschikt voor whole genome sequencing (WGS). Het onderzoek beoogt de verbetering van isolatie- en DNA-extractiemethoden, wat kan bijdragen aan verbeterde detectie- en preventiestrategieën tegen C. botulinum.
Meer lezen

Proving a Causal Link in Climate Change Litigation

Universiteit Gent
2023
Jozef
Seghers
We onderzoeken hoe wetenschappelijk bewijs van het verband tussen drivers van klimaatverandering en de impact en schade die ze veroorzaken, vertaald wordt naar juridisch bewijs van causaliteit in de rechtzaal. De wetenschap is in staat is om met hoge betrouwbaarheid causale verbanden aan te tonen. Samen met nieuwe juridische benaderingen vergroot dat de kansen op succes voor eisers in klimaatzaken.
Meer lezen

Effects of soil compaction in nature management and restoration

KU Leuven
2023
Merel
Vandermeeren
In natuurgebieden wordt steeds vaker met zware machines gemaaid, maar dit zorgt voor bodemverdichting. Daardoor verhogen de concentraties nutriënten en toxische elementen in de bodem, verandert de samenstelling van het bodemmicrobioom en treedt er plantensterfte op. Elk van deze effecten kan een negatieve invloed hebben op planten, waardoor handmatig maaien te verkiezen is boven maaien met zware machines.
Meer lezen

Bosveerkracht in tijden van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies: analyse van het internationaal en regionaal rechtskader

Universiteit Gent
2023
ELINE
BRION
De scriptie kadert binnen het ruimer maatschappelijk kader omtrent de klimaat- en biodiversiteitscrisis. Zij omvat een grondige juridische analyse van het internationaal en regionaal rechtskader, dat een directe dan wel indirecte vrijwarende rol kan bekleden voor de veerkracht van bossen. Tot slot is de scriptie geschreven vanuit een multidisciplinaire invalshoek, waarbij recht en wetenschap elkaar afwisselen.
Meer lezen

Renewable Power to the People?

Universiteit Gent
2022
Ellen
De Wit
Deze scriptie onderzoekt de invloed van ecologisch gezinde NGOs op Europese besluitvorming. Specifieker wordt de invloed va deze niet-statelijke actoren in het eerste stadium van de herziening van de Richtlijn Hernieuwbare Energie bekeken.
Meer lezen

Ontwikkeling van een STEM-project voor de 3de graad TSO: onderzoek naar de effecten van grondwaterwinning op verdroging en vegetatie.

Universiteit Gent
2022
Noah
Fuhrmann
Winnaar Klasseprijs
Onze natuur redden en intussen wetenschappen en wiskunde leren? Het kan! In STEM-lessenpakketten gebruiken leerlingen wetenschappelijke en technische kennis om maatschappelijke problemen op te lossen. De educatieve masterscriptie onderzoekt de criteria voor doeltreffende STEM-projecten en ontwikkelt een lessenpakket over een brandend actueel milieuprobleem: verdroging.
Meer lezen

The potential for aquifer thermal energy storage in low-permeable sediments: A feasibility study on Campus Sterre, Ghent University, Belgium

Universiteit Gent
2022
Luka
Tas
Het gebruik van ondiepe geothermie is in opmars maar een groot deel van Vlaanderen is niet geschikt voor het type systemen met het grootste vermogen. Voor deze thesis werd nagegaan of in deze gebied het implementeren van koude-warmteopslag (KWO) alsnog mogelijk is en wat de financiële voordelen hiervan zijn.
Meer lezen

Framing van klimaatverandering: een studie naar de framing van klimaatverandering in Vlaamse kranten

Universiteit Gent
2022
Lisanne
Vansteenkiste
Deze masterproef onderzoekt aan de hand van een kwantitatieve frame-analyse welke frames over klimaatverandering aan bod komen in Vlaamse kranten in 2019.
Meer lezen

Spatial Strategies to Strenghten Flanders' Drought Resilience - A Case Study of the Nete Basin

Vrije Universiteit Brussel
2022
Sebastien
Van Eupen
Ruimtelijke strategieën om Vlaanderen weerbaar te maken tegen droogte. Hoe verschillende onderdelen van het valleisysteem meer neerslag kunnen vasthouden en infiltreren.
Meer lezen

De mier Crematogaster scutellaris als biologische bestrijders van Spodoptera littoralis en haar interactie met de gaasvlieg Chrysoperla carnea

Universiteit Gent
2022
Mathijs
Hast
Mieren als innovatief bestrijdingsmiddel van plagen in kasteelten.
Meer lezen

Priming for induced resistance in rice

Universiteit Gent
2021
Iris
Pottie
In mijn scriptie deed ik onderzoek naar hoe het immuunsysteem van planten kan gestimuleerd worden, om zo opbrengstverliezen in de landbouw te verminderen.
Meer lezen